Trends & Ontwikkelingen

Vergelijkbare documenten
Rol van het bestek. Traditionele bouwvormen onder druk. Maar bestek nog altijd dominant aanwezig

Whitepaper Faalkosten. op basis van het BouwKennis Jaarrapport 2009/2010

Whitepaper. Renovatie

Whitepaper Klantgericht bouwen

BouwKennis Whitepaper. Welke online informatiebronnen worden voor BIM gebruikt

Whitepaper. Contentmarketing

Whitepaper. E-commerce & Social Media

Marktontwikkelingen, verwachtingen en de renovatiemarkt T.b.v. VMRG. Jacco Ridderhof

Visie op Architecten- en Ingenieursbureaus Update 2014

Bouwproductie 15 procent lager in komende twee jaar

Betere energieprestaties met Nuon Stadswarmte. Kansen voor woningcorporaties, vastgoedeigenaren en projectontwikkelaars

Verschuiving van grootschalige nieuwbouw in buitengebied naar kleinschalige (her-) bouw in bestaande situatie;

Ontwerpfase (32%) Ontwerpfase (68%) Ontwerpfase (68%) Ontwerpfase. Bestekfase (33%) Bestekfase (25%) Initiatieffase (67%) Bestekfase (42%)

Faalkosten. Faalkosten en preventiekosten. Uiting van faalkosten. Oorzaken van faalkosten. Uiting, oorzaken, preventie en remedies

Samenvatting UWV Arbeidsmarktprognose Met een doorkijk naar 2018

Whitepaper. Webinar: trends in de bouwsector

Samenvatting en hoogtepunten uit het BouwKennis Jaarrapport 2015/2016

Macro-economische Ontwikkelingen

Rapportage Marktverkenning Klimaatbeheersing Mei 2015

Trends op de woningmarkt: de mismatch tussen vraag en aanbod

ENERGIE ENQUÊTE VOORJAAR 2012

UITSLAGEN WONEN ENQUÊTE

Trends en ontwikkelingen in de bouw- en installatiesector Duurzaamheid is hype voorbij. ISSO Najaarsoverleg 15 september 2011

Macro-economische Ontwikkelingen

bouw sectormonitor november 2011

Slimmer met vastgoed - innovatief aanbesteden. Een interactieve kennismaking met DBFMOcontracten

Een comfortabel en duurzaam gebouw, gegarandeerd

Vragenlijst BouwKennis VvE Beheer - b15bwkmvk6 Versie 3-0

Peiling NVKL Cijfers & Trends 2012

Bijlage I: Woningmarktcijfers 4 e kwartaal 2007

igg bouweconomie marktanalyse

Samenvatting en hoogtepunten uit het BouwKennis Jaarrapport 2014/2015

De arbeidsmarkt klimt uit het dal

Energie besparingsmonitor

Bijna 30% van de starters stopt na het eerste jaar Met name cafetaria s en restaurants worden na één jaar weer opgeheven

Hoe maak je de keten LEAN?

Verkoop door woningcorporaties

Rabobank Cijfers & Trends

Research NL. Economic outlook 3e kwartaal 2010 Nederland

Monitor Bouwketen. Voorjaar Marien Vrolijk

Huidig economisch klimaat

Woningmarktrapport 3e kwartaal Gemeente Rotterdam

SRA-Bouwscan Uitkomsten 2014 & verwachtingen 2015

Woningmarktrapport 4e kwartaal Gemeente Amsterdam

Woningmarkt landelijk 2018 (KW3)

BNA Conjunctuurmeting

Crowdfunding. Wat is crowdfunding. Drie verdienmodellen. Voorbeeldprojecten. Bekendheid met crowdfunding

USP Keuken Monitor Informatie brochure

Groei of krimp? bij Pincode 5e ed. 4GT Hoofdstuk 7 en 4K Hoofdstuk 5 aanvullend lesmateriaal n.a.v. vernieuwde syllabus EC/K/5A: 2

Verkoop door woningcorporaties

SRA-Automotivescan Uitkomsten 2014 & verwachtingen 2015

Stadjers over energie en energiebesparing. Een Stadspanelonderzoek

Het transparanter en overzichtelijker maken van de markt van mobiele data oplossingen

Vaillant & rendement. Technisch Project Advies

Meting economisch klimaat, november 2013

De woning(beleggings)markt in beeld 2016

Bouwconjunctuur: Stevig herstel bouwproductie dankzij woningbouw

CONCEPTUEEL BOUWEN KNELPUNTEN WONINGCORPORATIES PROJECTONTWIKKELAARS. drs. Henri Busker drs. Reinoud de Jager 23 mei 2008

Transcriptie:

Trends & Ontwikkelingen BouwKennis Trends & Ontwikkelingen pagina 1

Voorwoord De bouwconjunctuur bevindt zich nog altijd op een laag niveau. In 2010 is de hardste klap gevallen in de bouwnijverheid, volgend op de kredietcrisis die in 2008 was ingezet. De lange doorlooptijd van bouwprojecten geeft de sector namelijk een laatcyclisch karakter. Terwijl de rest van de Nederlandse economie alweer herstellende is, likt de bouw nog altijd de wonden van de recessie. In deze onzekere tijd is het voor partijen uit de bouwkolom natuurlijk belangrijk efficiënt in te spelen op de belangrijkste ontwikkelingen in de markt. Het bepalen van een goede strategie start immers met het in kaart brengen van de huidige markt en de te verwachten ontwikkelingen. Maar welke trends spelen er in de bouwketen? En wat zijn de verwachtingen voor de toekomst? BouwKennis voert jaarlijks verschillende onderzoeken uit om de moderne beleidsmaker te voorzien van de benodigde informatie. Een onderdeel van deze need-to-know informatie zijn trends en ontwikkelingen. In dit rapport hebben wij belangrijke informatie op dit gebied verzameld. U leest onder andere hoe de bouwproductie van woningen en utiliteitsgebouwen zich de komende jaren ontwikkelt, welke kansen conceptueel bouwen biedt en hoe contractvormen de faalkosten kunnen terugdringen. Daarnaast is er natuurlijk ook aandacht voor duurzaamheid. Met deze uitgave heeft u een solide bijdrage voor uw huidige én toekomstige beleidsvoering in handen. Wij wensen u veel leesplezier en succes bij het maken van uw plannen. BouwKennis B.V. BouwKennis Trends & Ontwikkelingen pagina 2

Inhoudsopgave 2 Voorwoord 3 Inhoudsopgave 4 Inleiding 5 Woningbouwproductie 5 Vooruitzichten 7 Utiliteitsbouwproductie 7 Vooruitzichten utiliteitsnieuwbouw 10 Duurzaamheid 10 EPC norm 12 Terugverdientijd 13 Toekomst duurzaamheid 14 Faalkosten 15 Contractvormen 17 Conceptueel bouwen 17 Kansen conceptueel bouwen 19 Colofon 20 BouwKennis pagina 3 BouwKennis Trends & Ontwikkelingen

Inleiding Voor u ligt het rapport Trends & Ontwikkelingen 2011/2012 t.w.v. 195. Het rapport beschrijft belangrijke trends, ontwikkelingen en prognoses in de bouwkolom. U krijgt hierdoor een goede indruk van wat de bouwkolom te wachten staat in de toekomst. De inhoud is gebaseerd op het BouwKennis Jaarrapport 2011/2012. De bruikbare enquêtes zijn als volgt verdeeld over de verschillende geïnterviewde marktpartijen: Enquêtes Architect 81 Bouwmanagement- en adviesbureau 75 Fabrikant 152 Handel 105 Hoofdaannemer B&U 113 Installateur 81 Klusbedrijf 55 Onderaannemer 101 Ontwikkelaar 88 Overheid 53 Woningcorporatie 61 Totaal 965 De enquêtes voor dit onderzoek zijn in de maanden mei en juni 2011 online afgenomen. In de organisaties zijn verschillende functionarissen benaderd. Bij de kleinere bouw- en installatiebedrijven betreft dit doorgaans de directeur. Bij de overheid zijn het beleidsmedewerkers, wethouders en hoofden van de afdeling Ruimtelijke Ordening en Volkshuisvesting. De partij overheid bestaat voor een overgroot deel uit gemeentes. Bij adviseurs, architecten en ontwikkelaars zijn doorgaans directieleden en projectleiders benaderd. Bij corporaties zijn de respondenten directieleden, beleidsmedewerkers en hoofden van de technische dienst. Bij de handel en fabrikanten zijn de enquêtes ingevuld door directeuren en marketingmanagers. In het nieuwe BouwKennis jaarrapport 2011/2012 wordt er dieper ingegaan op de huidige trends en verwachte ontwikkelingen in de bouwkolom. In het deel Trends & Ontwikkelingen wordt er onder andere uitgebreid stilgestaan bij de stand van zaken in de utiliteitsbouw over 10 jaar, de ontwikkeling van duurzaamheid, faalkosten en conceptueel bouwen. Dit jaar worden social media en e-commerce extra onder de loep genomen in een speciaal aan dit onderwerp gewijd hoofdstuk. BouwKennis Trends & Ontwikkelingen pagina 4

Woningbouwproductie Onder invloed van de kredietcrisis raakte de Nederlandse woningmarkt in zwaar weer. Een gebrek aan vertrouwen en financiële beperkingen aan zowel de vraag als aanbodkant zorgde voor een doorstroomstop. In het verlengde hiervan daalde de vergunningverlening sterk. De komende jaren is die daling te voelen in het aantal gereedgekomen woningen. De kwakkelende woningmarkt staat een herstel van woningbouw voorlopig in de weg. Vooruitzichten De vooruitzichten voor de jaren 2011 2013 zijn nog steeds niet gunstig. De huidige woningmarkt zit op slot. Dat blijkt onder andere uit de ontwikkelingen van de verkoop van bestaande woningen. De oorzaken zijn onder andere een nog steeds niet hersteld vertrouwen van de woningzoekende consument, de ontwikkelingen op de hypotheekmarkt met aangescherpte regels in combinatie met een licht oplopende rente. Met name de laatste oorzaak is ongunstig voor de starters op de koopwoningmarkt. Zij staan aan het begin staan de doorstroomketen, wat uiteindelijk ook moet resulteren in een stijging van de nieuwbouwproductie. Het huidig kabinet heeft in juni 2011 een tijdelijke verlaging van de overdrachtsbelasting van 6% naar 2% afgekondigd. Naar verwachting heeft dit in de komende kwartalen een positief effect op het aantal verkopen van bestaande woningen. De Nederlandse Vereniging van Makelaars (NVM) verwacht in het derde kwartaal een 10% hoger aantal verkopen als gevolg van die maatregel. Die stijging zal in de cijfers van het Kadaster pas in het vierde kwartaal zichtbaar zijn, NVM telt voorlopige koopcontracten, het Kadaster de definitieve overdrachten bij de notaris. Daar zit minstens drie maanden tussen, in de huidige markt zou dat zelfs langer kunnen zijn. ING schat de effecten van de maatregel negatief in voor de nieuwbouw. De maatregel geldt alleen voor de bestaande woningen, waarmee de concurrentiepositie van de nieuwbouw volgens ING zou verslechteren. Hierbij wordt voorbij gegaan aan het feit dat de keuze tussen nieuwbouw of bestaande bouw van veel meer aspecten afhankelijk is. Bovendien vergroot de verlaging van de overdrachtsbelasting de kans op verkoop van bestaande woningen. Dit zijn woningen van waaruit een deel van de consumenten doorstromen naar de nieuwbouw. De afhankelijkheid van de verkopen nieuwbouw van de verkopen bestaand is evident maar ook gedifferentieerd. Niet al deze verkopen betreffen consumenten die een koopwoning achter laten. Met name aan de onderkant van de markt vinden relatief nog veel verkopen plaats aan consumenten die uit een huurwoning komen. Een indicatie daarvoor is de verdeling in prijsklasse van de verkochte koopwoningen uit de Monitor Nieuwe Woningen. Het aandeel goedkope woningen steeg in 2009 sterk, mede omdat daarin relatief veel starters als kopers voorkomen. Het aandeel van het dure segment daalde in 2009 nogal sterk. Vooral dat segment is vrijwel geheel afhankelijk van consumenten die eerst hun woning willen verkopen. De cijfers over 2010 laten een licht herstel zien van die ontwikkeling, het goedkope segment verliest wat aandeel en het dure segment komt weer wat terug. Het aandeel van het middensegment blijft ongewijzigd. Zoals gezegd steeg het aantal verkochte nieuwbouwwoningen in 2010 procentueel sterk. Dat leidt in de komende jaren tot meer nieuwbouw van koopwoningen, maar naar verwachting zal dat niet voor 2013 merkbaar zijn. pagina 5 BouwKennis Trends & Ontwikkelingen

De problemen zijn tot nu toe geconcentreerd in de koopwoningensector. Voor de (sociale) huursector geldt het verstoppen van de pijplijn in veel mindere mate maar ook daar moet voor de komende jaren met een daling rekening worden gehouden. Corporaties zijn ook voor de financiering van hun productie voor een deel afhankelijk van de verkoopsector, in de zin van gemengde projecten en de verkoop van het eigen bezit in het belang van financiering. Recent hebben de corporaties aangegeven in de komende jaren hun aandacht te willen verleggen naar renovatie. Dat betekent een daling van de nieuwbouw. Een effect dat ook te zien is in de daling van het aantal bouwvergunningen voor de corporaties in 2010. In de jaren 2007 tot 2009 bleef het aantal vergunningen voor de corporaties op een vrij constant niveau van circa 25.000. In 2010 is dat aantal zoals gezegd bijna 30% lager. De verwachting is dat het dieptepunt in de gereedgekomen woningen zal plaatsvinden in 2011 en 2012 op een niveau van 60.000. In 2013 zet het herstel zich heel licht in. Echt herstel zal zich pas daarna manifesteren en zal zeker de eerste jaren niet spectaculair zijn. Daarvoor zijn de problemen op de woningmarkt nog te groot en conjuncturele verwachtingen op korte termijn niet positief genoeg. Op basis van de door BouwKennis gemaakte herberekening voor 2009 en 2010, daalt het aantal gereedmeldingen in 2011 voor de vierde keer op rij. Deze herberekening gaat uit van 75.000 gereedgekomen woningen in 2009 en 64.000 in 2010. Gereedmeldingen 2003 2013 Aantal woningen Aandeel meergezinswoningen Aandeel huurwoningen 2003 59.629 27,5% 21,8% 2004 65.314 25,0% 21,6% 2005 67.019 29,6% 25,2% 2006 72.382 35,0% 27,9% 2007 80.193 38,3% 27,8% 2008 78.885 39,0% 30,1% 2009* 75.000* 41,8% 30,7% 2010* 64.000* 45,9% 40,3% 2011 60.000** 43,3% 40,0% 2012 60.000** 42,4% 37,5% 2013 62.000** 42,4% 36,0% Bron: BouwKennis i.s.m. Rom Bult, mei 2011 *) Herberekening BouwKennis i.s.m. Rom Bult **) prognose Bovenstaande verwachtingen zijn gebaseerd op de jongste gegevens die beschikbaar zijn. Gezien de grote onzekerheden in de conjuncturele ontwikkeling en de onzekerheid rond het door het kabinet te formuleren beleid moeten de cijfers met grote voorzichtigheid worden geïnterpreteerd. BouwKennis Trends & Ontwikkelingen pagina 6

Utiliteitsbouwproductie De utiliteitsbouw wordt momenteel op twee manieren geraakt: ten eerste zijn er de neerwaartse gevolgen van de crisis. Ten tweede verandert de onderliggende vraag op de markt voor utiliteitsgebouwen. Een groot deel van de utiliteitsbouw is qua benodigde omvang namelijk over zijn top heen. Op de markten voor bedrijfsruimten, kantoren en winkelruimte is er sprake van oplopende leegstand die steeds structureler van aard is. Hoe ontwikkelt de utiliteitsbouw zich tot en met 2013? Vooruitzichten utiliteitsnieuwbouw Het verloop van de utiliteitsbouwproductie hangt nauw samen met het herstel van de verschillende sectoren in de Nederlandse economie. Dit verloopt volgens een vast patroon. Als de wereldhandel inzakt, dan ondervinden de industrie en de groothandel als eerste de gevolgen. De vraag naar nieuwe producten en diensten zakt immers in. De zakelijke dienstverlening is direct afhankelijk van investeringen in het bedrijfsleven. Een dalende bedrijvigheid zal ook hun positie verzwakken. Consumentgeoriënteerde sectoren als de detailhandel en de horeca krijgen later pas klappen, omdat het even duurt voordat de crisis doorwerkt tot in de portemonnee van de consument. Bedrijven houden werknemers namelijk lang vast bij een recessie en daarbij worden werknemers in Nederland goed beschermd tegen ontslag. Bij de eerste loonmatiging voelen de huishoudens de koopkrachtdaling. Pas helemaal op het laatst voelt de bouw de gevolgen van een recessie. Dit komt door de lange doorlooptijd van bouwprojecten. De keerzijde is dat de bouw ook pas weer als laatste uit het dal klimt. Positie sectoren binnen de conjunctuur Bouw Industrie Horeca Detailhandel Agrarische sector Transport Zakelijke dienst Groothandel Bron: ING Economisch Bureau, 2011 Prognose naar sector De conjuncturele ontwikkelingen hebben voor de nieuwbouwproductie in de utiliteitsbouw grote gevolgen. Voor de komende jaren wordt vooral in de marktsector een scherpe daling verwacht. Die daling heeft een diffuus karakter. In sommige gebouwsoorten met een korte ontwikkel- en bouwtijd, zoals bedrijfshallen, slaat de daling (maar ook herstel) pagina 7 BouwKennis Trends & Ontwikkelingen

veel eerder toe dan in bijvoorbeeld de kantoren. Voor de totale utiliteitsbouw wordt de daling in de marktsector gedempt door de positieve ontwikkeling van de budgetsector. Deze blijft naar verwachting in de komende jaren redelijk op hetzelfde niveau tot wellicht iets daarboven. Een indicatie voor de te verwachten daling geeft de ontwikkeling van de bouwvergunningen. Van de top in 2008 naar het dal in 2010 is de waarde van de vergunningverlening voor utiliteitsnieuwbouw met circa 40% gedaald. Dit heeft tot gevolg dat de bouwproductie de komende jaren zich op een laag niveau zal bevinden. De totale utiliteitsbouwproductie daalt tot 2011 in totaal met 7,3% ten opzichte van het niveau van de productie in 2010. Uitgedrukt in prijzen van 2009 daalt de bouwproductie van 6.121 miljoen naar 5.675 miljoen. Die daling komt geheel voor rekening van de marktsector, waar de productiewaarde terugloopt met 13,1%. De grootste daling wordt genoteerd in de zakelijke dienstverlening met een daling van maar liefst 35%. De daling van de nieuwbouw van kantoren speelt hier een zeer belangrijke rol. In de budgetsector blijft de productie stabiel op circa 2,3 miljard. Na het dieptepunt in 2011 neemt de productie waarde vanaf 2012 weer geleidelijk toe. De klim uit het dal zal echter maar zeer langzaam verlopen. Daarbij wordt het niveau van voor de crisis naar verwachting nooit meer gehaald, omdat de vraag naar nieuwe utiliteitsgebouwen permanent lager zal liggen. Denk hierbij aan het nieuwe werken, de afnemende beroepsbevolking en het reeds aanwezig overaanbod op enkele (lokale) vastgoedmarkten, zoals kantoren en winkels. In 2013 blijft de productie ongeveer gelijk aan het niveau 2012. BouwKennis gaat uit van een productiewaarde van 5.998. De gezondheidszorg is dan veruit de grootste sector. Bouwproductie per sector, 2009 2013 (in miljoenen euro s, prijzen 2009) 2009 2010 2011 2012 2013 Totaal 7.227 6.121 5.675 5.946 5.998 subtotaal marktsector 4.836 3.784 3.289 3.579 3.630 Agrarisch 781 670 697 697 690 Industrie en Bouw 1.179 856 805 970 990 Handel en horeca 843 655 557 685 700 Vervoer en Communicatie 590 580 565 662 680 Zakelijke dienstverlening 1.443 1.023 665 565 570 subtotaal budgetsector 2.391 2.337 2.386 2.367 2.368 Openbaar bestuur 222 229 173 157 152 Onderwijs 566 525 475 475 475 Gezondheidszorg 1.168 1.170 1.300 1.325 1.350 Overige dienstverlening 435 413 438 410 391 Bron: BouwKennis is samenwerking met Rom Bult o.b.v. CBS en EIB cijfers, juli 2011 Prognose naar gebouwsoort Vanaf 2010 laat het nieuwbouwsegment een permanente krimp zien. Het achterliggende mechanisme is dat de beroepsbevolking niet meer toeneemt. Dit heeft zijn weerslag op bepaalde de onderdelen van de utiliteitsbouw. De utiliteitsbouw reageert op de werkende populatie en de uitgaven van consumenten. Beide zitten aan het eind van hun groei. Het dieptepunt van de utiliteitsnieuwbouwproductie ligt in 2011. Alle gebouwtypen laten een productiekrimp zien, met uitzondering van ziekenhuizen, schuren en stallen. Uitzonderlijk grote klappen vallen bij de productie van combinatiebedrijfshallen en kantoren. In 2011 wordt er voor 1 miljard minder aan combinatiebedrijfshallen geproduceerd. De productie van kantoren krimpt tussen 2009 en 2011 met 280 miljoen. De twee peilers van de Nederlandse economie, (weder)uitvoer van goederen en zakelijke dienstverlening, hebben harde klappen gekregen in de crisis. De handel en industrie gingen als eerste sectoren onderuit, maar zij klimmen ook weer als eerste uit het dal. Combinatiebedrijfshallen laten daarom vooral een scherpe daling zien tot 2011, waarna weer herstel BouwKennis Trends & Ontwikkelingen pagina 8

intreedt. Ook de relatief korte ontwikkeltijd speelt hierin mee. De productie van hallen en loodsen laat een vergelijkbaar beeld zien. De bouw hiervan bereikt zijn dal in de jaren 2010-2011. Tussen 2011 en 2013 stijgt de productie van hallen en loodsen vervolgens cumulatief met circa 17%. Bij combinatiebedrijfshallen komt de cumulatieve stijging uit op 14,4%. Voor de zakelijke dienstverlening liggen de zaken iets anders. Voor deze sector heeft de dalende beroepsbevolking een blijvend gevolg. Daarnaast is er op de kantorenmarkt al het probleem van leegstand. Pas als de leegstaande ruimte is opgevuld, komt pas de behoefte aan nieuwe gebouwcapaciteit. Het afgelopen decennium is er nog wel veel bijgebouwd, onder andere door de aantrekkelijke rentestand. Dat zal niet snel meer gebeuren, gezien de huidige discussie rond het overaanbod en de duurzaamheidstrend. De productie van nieuwe kantoren zal dus niet dezelfde elasticiteit laten zien als bijvoorbeeld hallen en loodsen. Op termijn zal de nieuwbouw van kantoren permanent lager liggen, terwijl er in de transportsector nog groeimogelijkheden zijn. Waar hallen en loodsen en combinatie bedrijfshallen in 2012 en 2013 weer herstel laten zien, ligt de nieuwbouwproductie van kantoren nog enkele procenten lager dan in 2011. Ook de nieuwbouw van winkels krijgt het de komende jaren moeilijk. Hiervoor zijn een aantal verklaringen. Ten eerste is het aantal vierkante meters winkelruimte per persoon nog nooit zo hoog geweest als nu, te weten circa 1,7 m2. Daarnaast neemt e-tailing een grote vlucht. Tot slot zorgen teruglopende consumentenbestedingen voor minder winkelbouwplannen. Wel kan de winkelbouwmarkt door een incidenteel megaproject in een jaar bovengemiddeld hoog uitvallen. Onder invloed van de vergrijzing wordt de gezondheidszorg steeds belangrijker. De productie van ziekenhuizen wint hierdoor terrein ten opzichte van andere gebouwtypen. In 2009 loopt de productiewaarde van ziekenhuizen op tot boven de 1,1 miljard. Tot 2013 groeit dit segment door tot ruim 1,3 miljard. Op combinatie bedrijfshallen na zal dit dan het utiliteitsbouwtype zijn met de hoogste productiewaarde. Bouwproductie per gebouwsoort, 2009 2013 (in miljoenen euro s, prijzen 2009) 2009 2010 2011 2012 2013 Hallen en loodsen 811 744 758 870 885 Combinatie bedrijfshallen 2.439 1.640 1.412 1.590 1.616 Kantoren 1.073 1.000 791 741 741 Kassen 117 50 33 34 34 Schuren en stallen 662 623 669 669 662 Winkels 218 232 70 86 88 Scholen 565 519 457 457 457 Ziekenhuizen 1.160 1.127 1.296 1.320 1.345 Sportgebouwen 183 187 190 178 170 Bron: BouwKennis is samenwerking met Rom Bult o.b.v. CBS en EIB cijfers, juli 2011 De ontwikkeling van de Nederlandse conjunctuur in de komende jaren is momenteel erg onzeker. Afwijkingen ten opzichte van de economische voorspellingen kunnen met name de marktsector beïnvloeden. Daarom is zorgvuldigheid geboden bij deze prognosecijfers. pagina 9 BouwKennis Trends & Ontwikkelingen

Duurzaamheid Duurzaamheid wint als thema nog altijd aan belang. Maar welke gevolgen heeft dit voor het beleid van uw onderneming? In dit hoofdstuk komen drie aspecten van duurzaamheid aan bod. Allereerst wordt gekeken hoe de steeds scherpere EPC-norm bij nieuwbouw behaald kan worden. Omdat het welslagen van duurzaamheid vaak valt of staat met de terugverdientijd van energiebesparende investeringen, is er ook aandacht voor dit dilemma. Ten slotte wordt gekeken naar de toekomst van duurzaamheid. EPC-norm Een van de redenen waarom duurzaamheid een stevige voet tussen de deur heeft binnen de bouwkolom, is de pressie vanuit Den Haag om de gebouwde omgeving te verduurzamen. De overheid wil van Nederland één van de zuinigste landen maken. Ze streeft dit onder meer na door nieuwbouwwoningen een minimale Energie Prestatie Norm op te leggen. Deze norm wordt uitgedrukt in de Energieprestatiecoëfficiënt (EPC). Deze geeft aan hoe energiezuinig een gebouw is. Hoe lager het getal, hoe energiezuiniger het gebouw. Sinds de invoering in 1995 is de EPC stapsgewijs aangescherpt. De laatste aanscherping vond plaats op 1 januari 2011. De EPC ging toen van 0,8 naar 0,6. In 2015 volgt waarschijnlijk een verdere aanscherping naar 0,4. In 2020 moeten nieuwe woningen volledig energieneutraal gebouwd worden. Bij iedere bouwaanvraag moeten marktpartijen uit de bouwkolom bepalen welke maatregelen ze nemen om aan de EPC te voldoen. De energieprestatie-eis zegt iets over de minimale energetische kwaliteit waaraan een woning moet voldoen, maar niet hoe dit moet. De markt mag zelf bepalen welke mix van bouwkundige en installatietechnische oplossingen ze gebruikt om aan de norm te voldoen. Onder bouwkundige oplossingen vallen diverse vormen om een woning te isoleren. Dakisolatie wordt genoemd als beste bouwkundige oplossing om de aangescherpte EPC-norm te halen. Gemiddeld 47% van de partijen noemt deze oplossing. Vooral architecten (62%) zijn hier enthousiast over. Aangezien warme lucht stijgt, is het dak de plaats waar doorgaans het grootste warmteverlies optreedt. Muurisolatie wordt door ruim vier op de tien marktpartijen genoemd als meest geschikte bouwkundige oplossing om de aangescherpte EPC-norm van 0,6 voor nieuwbouw te halen. Zowel ontwikkelaars, hoofdaannemers B&U en architecten noemen deze oplossing vaak. Isolerende beglazing completeert de top-3. Slechts 2% van de marktpartijen denkt dat isolatie van de gehele schil de beste manier is om de aangescherpte EPC-norm van 0,6 voor nieuwbouw te halen. Dit is opvallend omdat met het geheel aan isolerende maatregelen een beter resultaat behaald wordt dan met de som der delen. De verklaring hiervoor is wellicht dat specifiek gevraagd is naar manieren om de aangescherpte norm te behalen. Om aan de hiervoor geldende norm van 0,8 te voldoen, zijn vele vormen van isolatie al noodzakelijk. BouwKennis Trends & Ontwikkelingen pagina 10

Meest geschikte bouwkundige oplossing om aangescherpte EPC-norm nieuwbouw te halen (in %) Architect Hoofdaannemer B&U Ontwikkelaar Advies- en bouwman. Woningcorporatie Installateur Dakisolatie 62 49 48 47 38 33 Muurisolatie 52 48 48 34 39 29 Isolerende beglazing 55 30 36 41 18 22 Vloerisolatie 32 18 16 25 16 22 Installaties 3 7 4 3 5 2 Isolatie gehele schil 1 1 3 3 3 0 Anders 6 5 7 5 5 6 Weet niet/geen mening 7 13 14 15 26 37 Bron: BouwKennis, juni 2011 Als meest geschikte installatietechnische oplossing om de aangescherpte EPC te halen wordt de warmtepomp het vaakst genoemd. Vervolgens worden lagetemperatuurverwarming en zonnepanelen het vaakst genoemd. Ruim een kwart van de marktpartijen wijst op de warmteterugwin-installatie. Deze volgorde van meest geschikte installatietechnische oplossingen is logisch. De warmtepomp is in het berekeningsysteem van de EPC het meest effectief. Het installeren van een systeem met warmteterugwinning, de plaatsing van een zonneboiler of van zonnepanelen is goed voor een EPC-aftrek van 0,10 tot 0,18. Plaatsing van een warmtepomp levert een aftrek op van 0,30 tot 0,40. Dit wil overigens niet zeggen dat de warmtepomp in de praktijk ook de meeste energie bespaart. De EPC is slechts een papieren norm, waaraan moet worden voldaan bij het indienen van een bouwaanvraag. In de praktijk kan blijken dat oplossingen die het meest effectief moeten zijn, dit toch niet zijn. Dit heeft onder meer te maken met de manier van installatie en hoe installaties vervolgens door huishoudens gebruikt worden. Installateurs hebben in de praktijk het meest te maken met installatietechnische oplossingen. Ook deze marktpartij noemt de warmtepomp het meest geschikt. Installateurs noemen daarnaast echter vaker dan andere marktpartijen ook de warmtekrachtkoppeling en domoticasystemen. W-installateurs zien het vooral zitten in lagetemperatuurverwarming, terwijl E-installateurs enthousiaster zijn over domoticasystemen. Dit mag geen verrassing heten, gezien de disciplines van beide typen installateurs. Allround installateurs noemen zonneboilers het vaakst als meest geschikte installatietechnische oplossing om de aangescherpte EPC-norm te behalen. Meest geschikte installatietechnische oplossing om aangescherpte EPC-norm nieuwbouw te halen (in %) Architect Advies- en bouwman. Installateur Hoofdaannemer B&U Ontwikkelaar Woningcorporatie Warmtepomp 52 48 43 38 37 33 Lagetemperatuurverwarming 45 40 32 21 30 28 Zonnepaneel 32 26 35 38 33 16 WTW-installatie 38 22 30 26 21 20 Zonneboiler 25 27 35 18 22 10 Gebalanceerde ventilatie 19 14 13 17 16 20 Nieuwe generatie ketel 16 16 14 12 14 8 Warmtekrachtkoppeling 13 16 21 9 8 11 Domoticasysteem 17 4 14 2 5 2 Hybride ventilatie 13 14 6 4 4 3 Biomassaverbranding 4 3 3 2 3 0 Anders 1 4 0 4 1 2 Weet niet/geen mening 12 14 16 21 11 23 Bron: BouwKennis, juni 2011 pagina 11 BouwKennis Trends & Ontwikkelingen

Terugverdientijd Bij de overweging duurzame maatregelen toe te passen speelt de terugverdientijd een grote rol. Van de drie varianten van terugverdientijd (economisch, energetisch en gevoelsmatig) gaat het in de bouwkolom het vaakst om de economische variant. Dit is de tijd waarin de investeringskosten van een besparende maatregel (zoals zonnepanelen) bespaard worden op de energierekening of de tijd waarin de waarde van de door een duurzame opwekmethode geproduceerde energie de investering overstijgt. Houdt bij duurzame oplossingen rekening met terugverdientijd investering (in %) Ontwikkelaar Woningcorporatie 8 3 7 37 38 54 53 In hoge mate Niet De prijs is in de Nederlandse bouwcultuur nog steeds vaak In enige mate Weet niet/geen mening leidend. Het is daarom van belang voor toeleveranciers van bouwmaterialen en partijen die duurzaam bouwen als verkoopargument gebruiken om de terugverdientijd duidelijk Bron: BouwKennis, juni 2011 voor te rekenen aan opdrachtgevers. Duurzaamheid vergt een extra financiële investering ten opzichte van traditionele bouw die makkelijker gemaakt zal worden als duidelijk is dat deze op termijn terugverdiend wordt. Dat het voorrekenen van de terugverdientijd loont, blijkt uit het percentage opdrachtgevers dat rekening houdt met de terugverdientijd van een duurzame investering. Van de ontwikkelaars doet 54% dit in hoge mate. Nog eens 38% doet dit in enige mate. Van de woningcorporaties houdt 37% in hoge mate rekening met de terugverdientijd en 53% in enige mate. Slechts 5% van de opdrachtgevers houdt geen rekening met de terugverdientijd van een investering in een duurzame oplossing. Voorrekenen terugverdientijd Van de bouwende partijen zegt gemiddeld eenvijfde de terugverdientijd van een duurzame investering niet voor te rekenen aan de opdrachtgever. Vooral onderaannemers, klusbedrijven en hoofdaannemers B&U laten dit vaak na. Advies- en bouwmanagementbureaus, ontwikkelaars en installateurs rekenen de terugverdientijd het vaakst voor. Het bepalen van de economische terugverdientijd is complex. Er moeten diverse variabelen worden meegewogen, Rekent terugverdientijd investering voor duurzame oplossingen voor aan opdrachtgever (in %) zoals eventuele subsidies, prijsstijgingen van grijze energie, onderhoudskosten of bijvoorbeeld een mogelijke waardestijging van een woning. De twee grootste problemen bij het bepalen van een terugverdientijd zijn de scope en de aannames. Bij de berekening zijn er grofweg twee extremen. Enerzijds het zoveel mogelijk vereenvoudigen en daarmee zoveel mogelijk factoren weglaten. Anderzijds het opnemen van alle mogelijke invloeden en proberen hiervan een Advies- en bouwman. Ontwikkelaar Installateur Architect Hoofdaannemer B&U Klusbedrijf Onderaannemer correcte schatting te maken. De grote verschillen tussen 0 20 40 60 80 100 deze twee zijn dat bij het vereenvoudigen de kans op foute In hoge mate Niet In enige mate Weet niet/geen mening aannames klein is, omdat er met weinig tot geen variabele factoren wordt gerekend, maar mogelijk geen compleet Bron: BouwKennis, juni 2011 beeld wordt geschetst. Bij het opnemen van alle mogelijke factoren is er daarentegen een grote kans dat de vele inschattingen van de factoren ervoor zorgt dat er onbewust in de richting van de gewenste uitkomst gerekend wordt. Het is dus niet vreemd dat vooral kleinere partijen, zoals de onderaannemer en het klusbedrijf het lastig vinden de terugverdientijd voor te rekenen aan hun afnemers en het daarom ook vaak nalaten. Hier ligt dus nog een grote kans voor uitvoerende partijen. Partijen die optimaal van de kansen van duurzaamheid willen profiteren, doen er goed aan de terugverdientijd van een duurzame investering altijd voor te rekenen. Opdrachtgevers houden hier sterk rekening mee en wanneer BouwKennis Trends & Ontwikkelingen pagina 12

niet bekend is wat de terugverdientijd is, is de kans om te investeren in een duurzame oplossing klein door de onzekerheid. Hierbij is een belangrijke rol weggelegd voor fabrikanten en handelaren. Zij beschikken immers over de meeste kennis van de terugverdientijd van hun assortiment. Zij moeten het hun afnemers eenvoudig maken de terugverdientijd voor te rekenen aan opdrachtgevers, bijvoorbeeld door online tools en rekenvoorbeelden beschikbaar te stellen. Toekomst duurzaamheid Duurzaamheid is de afgelopen jaren wereldwijd steeds belangrijker geworden. Het feit dat ruim de helft van de marktpartijen duurzaamheid inmiddels als verkoopargument richting de klant gebruikt, onderstreept dit. Deze massale omarming betekent echter ook dat bedrijven met een duurzaam karakter al lang niet meer uniek zijn binnen de bouwkolom. En als deze ontwikkeling zich doorzet, dan is duurzaam bouwen straks geen unique selling point meer, maar een license to deliver. Marktpartijen onderschrijven deze ontwikkeling. Van de partijen uit de bouwkolom is gemiddeld ruim zes op de tien het (zeer) eens met de stelling over vijf jaar is duurzaam bouwen geen unique selling point meer maar een noodzaak. Dit geldt vooral voor fabrikanten, advies- en bouwmanagementbureaus en ontwikkelaars. Iets meer dan één op de tien partijen denkt dat duurzaam bouwen over vijf jaar nog niet zo ver is dat het zijn onderscheidende vermogen kwijtgeraakt is. Duurzaam bouwen over vijf jaar geen unique selling point maar noodzaak (in %) Fabrikant Advies- en bouwman. Ontwikkelaar Architect Hoofdaannemer B&U Installateur Klusbedrijf Onderaannemer 0 20 40 60 80 100 Zeer mee eens Mee oneens Mee eens Zeer mee oneens Neutraal Weet niet/geen mening Bron: BouwKennis, juni 2011 Wanneer duurzaam bouwen van unique selling point is doorontwikkeld tot licence to deliver, zullen partijen die niet zijn meegegaan uit het beslissingstraject kunnen wegvallen. Eerder in dit hoofdstuk bleek al dat bepaalde materialen bijvoorbeeld door de toenemende focus op duurzaamheid uit beeld zullen verdwijnen. Ruim de helft van de bouwende partijen onderschrijft deze ontwikkeling. Gemiddeld 57% is het namelijk (zeer) eens met de stelling dat partijen die niet meegaan met duurzaamheid op termijn uit het beslissingstraject vallen. Ook hiervan zijn ontwikkelaars, fabrikanten en advies- en bouwmanagementbureaus het sterkst overtuigd. Partijen die niet meegaan met duurzaamheid vallen op termijn uit beslissingstraject (in %) Ontwikkelaar Fabrikant Advies- en bouwman. Hoofdaannemer B&U Installateur Architect Klusbedrijf Onderaannemer 0 20 40 60 80 100 Zeer mee eens Mee eens Neutraal Mee oneens Zeer mee oneens Weet niet/geen mening Bron: BouwKennis, juni 2011 pagina 13 BouwKennis Trends & Ontwikkelingen

Faalkosten Ze zijn een verspilling van financiële middelen en niemand heeft er baat bij. Toch zijn ze nog altijd nadrukkelijk aanwezig in de bouw: faalkosten. Volgens onderzoek van USP Marketing Consultancy vormden faalkosten in 2001 naar schatting nog 7,7% van de omzet. Inmiddels is dit opgelopen tot bijna 11%. Met de minimale marges die partijen behalen, kan zelfs de kleinste vermindering van de faalkosten al een forse winst opleveren. Maar waar liggen de oorzaken van faalkosten? En welke rol kunnen contractvormen spelen in de bestrijding? De bouw is een complexe sector met veel verschillende partijen en deelprocessen. En juist in de afstemming van die processen gaat het regelmatig mis. Zo is er vaak te weinig aandacht voor de uitvoerbaarheid van ontwerpen en laat de voorbereiding te wensen over. Veel werken worden onvolledig en slecht voorbereid, waardoor in een later stadium technische aanpassingen nodig zijn. Om faalkosten te kunnen aanpakken, is het belangrijk te weten waar deze ontstaan. Ruim eenderde van de bedrijven noemt de ontwerpfase het belangrijkste moment waarop faalkosten ontstaan. Het belangrijkste probleem in deze fase is vaak dat er geen of te weinig rekening gehouden wordt met de uitvoerbaarheid van een project. Met name hoofdaannemers B&U (50%) en ontwikkelaars (43%) wijzen op de ontwerpfase als bron van faalkosten. Architecten wijzen juist naar de uitvoeringsfase als grootste bron van faalkosten (49%). Hoofdaannemers B&U zijn degenen die met het ontwerp aan de slag moeten, terwijl architecten degenen zijn die het ontwerp maken. Hieruit kan het verschil tussen beide partijen voortkomen. Eenderde van de marktpartijen is het met de architect eens en vindt dat de voornaamste bron van faalkosten in de uitvoeringfase ligt. Naast architecten zijn het met name de advies- en bouwmanagementbureaus en woningcorporaties die deze mening zijn toegedaan. Gemiddeld eenvijfde van de partijen ziet faalkosten met name in de projectdefinitie ontstaan. Bijna een kwart van de overheden geeft dit aan. De overheid is als opdrachtgever vaak degene die projectdefinities opstelt, bijvoorbeeld voor de ontwikkeling van een nieuwe woonwijk. Zij stelt uitgangspunten en doelstellingen op en formuleert een programma van eisen waaraan andere partijen moeten voldoen. Het opstellen van deze eisen en het vinden van partijen die daaraan kunnen voldoen gaat blijkbaar met veel faalkosten gepaard. Voornaamste bron faalkosten (in %) Hoofdaannemer B&U Ontwikkelaar Advies- en bouwman. Installateur Overheid Woningcorporatie Architect 0 20 40 60 80 100 Ontwerp Geen van drieën Uitvoering Weet niet/geen mening Projectdefinitie Bron: BouwKennis, juni 2011 Het aandeel marktpartijen dat aangeeft dat faalkosten ontstaan in de ontwerpfase of in de uitvoeringsfase ontloopt elkaar niet veel. Een aanzienlijk deel wijst daarnaast op de projectdefinitie. Er zijn ook bedrijven die aangeven dat de faalkosten in alle drie de fasen voorkomen. Faalkosten komen blijkbaar in het gehele bouwproces voor. Daarbij wijzen de partijen voortdurend naar elkaar: architecten en adviseurs wijzen naar de uitvoerders, terwijl vooral de hoofdaannemers B&U wijzen op een gebrekkig ontwerp. BouwKennis Trends & Ontwikkelingen pagina 14

Contractvormen Uit het voorgaande blijkt dat faalkosten door heel het bouwproces voorkomen. Voor het terugdringen van bouwfouten is het kortom essentieel dat het gehele bouwproces wordt aangepakt. Een mogelijke oplossing is het werken met een contractvorm, zoals bouwteam, DBFM(O) of Turn-key. Zulke contractvormen bieden specifieke voordelen die kunnen bijdragen aan het terugdringen en voorkomen van faalkosten. Een bouwteam verenigt bijvoorbeeld een aantal partijen in een vroeg stadium van de bouw die vanuit hun specifieke deskundigheid regelmatig overleggen. Hierdoor kan ontwerp en realisatie van een bouwproject sneller en vooral beter verlopen. Via DBFM(O)-contracten blijft de verantwoordelijkheid voor een bouwproject ook nadat het is opgeleverd in handen van de opdrachtnemers. Door deze betrokkenheid moeten marktpartijen de kwaliteit goed in de gaten houden, omdat zij zelf fouten en onvolkomenheden in de periode van het onderhoud moeten oplossen. Om na te gaan wat het effect is van deze contractvormen op de faalkosten, is aan de markt gevraagd welke contractvormen zij het meest succesvol acht bij het verminderen van faalkosten. Bijna de helft van de marktpartijen acht het bouwteam het meest succesvol bij het verminderen van faalkosten. Over deze contractvorm zijn met name hoofdaannemers B&U enthousiast. Gemiddeld één op de tien partijen geeft aan dat geen enkele contractvorm kan bijdragen aan het verminderen van de faalkosten. Het is opvallend dat de meest verregaande vorm van Design and Build (D&B), namelijk Design, Build, Finance, Maintain and Operate minder vaak genoemd wordt door veel marktpartijen dan vormen die minder verantwoordelijkheden bij de opdrachtnemers leggen. Men mag immers verwachten dat marktpartijen er beter voor zullen zorgen dat de vermijdbare kosten tijdens de levensduur van een project zo laag mogelijk zijn, als ze hiervoor verantwoordelijk worden via de M van maintain en de O van operate. Het valt daarnaast op dat zeer veel partijen weet niet/geen mening antwoorden op de vraag welke contractvormen het meest succesvol zijn bij het verminderen van faalkosten. Dit wordt met name door overheden en installateurs genoemd. Hieraan zal hoogstwaarschijnlijk een gebrek aan ervaring ten grondslag liggen. Een gebrek aan ervaring is vanzelfsprekend ook bepalend voor het percentage bedrijven dat een bepaalde contractvorm wel of niet succesvol vindt voor het verminderen van faalkosten. Meest succesvolle contractvorm bij verminderen faalkosten (in %) Hoofdaannemer B&U Architect Ontwikkelaar Woningcorporatie Installateur Advies- en bouwman. Overheid Bouwteam 56 53 52 52 40 36 20 Turn-key 5 3 3 5 2 6 8 DBM 6 2 7 7 0 7 0 DBFM(O) 5 6 0 2 5 4 4 DBFM 1 3 1 2 0 7 2 D&B 3 2 7 0 0 1 2 Geen 8 11 12 9 10 23 8 Weet niet/geen mening 16 21 17 24 44 16 57 Bron: BouwKennis, juni 2011 Veel partijen zien bepaalde contractvormen als een mogelijke oplossing voor faalkosten. Maar wordt er nu eigenlijk al veel gewerkt volgens de genoemden typen samenwerkingsverbanden? Gemiddeld wordt er verreweg het vaakst in een bouwteam samengewerkt (42%). Ontwikkelaars en architecten zijn het meest bekend met bouwteams. Gemiddeld 13% heeft ervaring met een Turn-key contract, terwijl 9% via Design & Build werkt. Slechts 4% heeft ervaring met een DBMcontract, terwijl 2% van de projecten via een DBFM-contract verloopt. Hoofdaannemers B&U werken nog het vaakst met een DBFM-contract. Opvallend is dat slechts 1% van projecten van overheden momenteel met een DBFM-contract verloopt. In maart 2011 heeft minister De Jager (Financiën) de kabinetsvisie over DBFM(O) naar de Tweede Kamer gestuurd. Hij stelde hierin dat DBFM(O) een meerwaarde heeft opgeleverd van 10% à 15%. De Jager gaf echter ook aan dat het op decentraal niveau voortaan aan gemeenten zelf is of zij DBFM(O) willen gebruiken. Het Rijk is wel bereid hen hierbij te faciliteren. Momenteel lijkt DBFM echter nog geen voet aan de grond te hebben gekregen. pagina 15 BouwKennis Trends & Ontwikkelingen

Percentage van bouwprojecten in de volgende verbanden (in %) Ontwikkelaar Architect Overheid Installateur Woningcorporatie Hoofdaannemer B&U Bouwteam 50 46 40 40 38 35 Turn-key 18 12 17 12 13 10 D&B 8 9 9 8 16 9 DBM 5 6 5 3 5 3 DBFM 1 1 1 1 1 5 Bron: BouwKennis, juni 2011 Toekomst contractvormen Aan architecten, hoofdaannemers, installateurs en ontwikkelaars is vervolgens gevraagd in welke contractvormen zij denken de komende jaren meer bouwopdrachten uit te voeren. Het bouwteam is het populairst. Gemiddeld verwacht de helft van de marktpartijen hierin de komende jaren meer bouwopdrachten uit te voeren. Architecten zijn hiervan het meest overtuigd (61%), terwijl installateurs in mindere mate denken meer in bouwteam te werken (37%). Bijna een kwart van de marktpartijen verwacht dat er in de toekomst juist vaker via een traditionele contractvorm gewerkt zal worden. Dit lijkt vreemd, gezien de winst die er behaald kan worden door de kolom als faalkosten worden teruggedrongen. Er zijn diverse verklaringen mogelijk waarom er in de toekomst vaker in een traditionele contractvorm gewerkt zal worden. Zo blijkt uit het hoofdstuk Marktsegmenten & opdrachtgevers dat particulieren als opdrachtgever en de woningrenovatiemarkt als segment de komende jaren belangrijker worden. En bij renovaties en verbouwingen aan de woning wordt veelal in een traditionele contractvorm gewerkt. Daarnaast kan het ook betekenen dat veel partijen nog weinig vertrouwen hebben in de toekomst van andere contractvormen. Verderop in dit hoofdstuk blijkt dat veel bouwende partijen bijvoorbeeld ervaren dat er bij integraal ontwerpen nog altijd communicatieproblemen optreden. Dit kan betekenen dat men diverse contractvormen succesvol acht in theorie, maar dat het in de praktijk toch moeilijk blijkt om te breken met oude gewoontes. Ontwikkelaars verwachten ten slotte de komende jaren relatief vaak meer opdrachten uit te voeren via een turn-key aanpak. Uit de vorige tabel bleek al dat de ontwikkelaar momenteel al vaker dan gemiddeld werkt via deze methode. In een turnkey-project stelt de ontwikkelaar samen met een opdrachtgever vaak het Programma van Eisen op. Vanaf dat moment neemt de ontwikkelaar echter alle verantwoordelijk voor het realiseren van het bouwproject over. Contractvormen waarin de komende jaren meer bouwopdrachten uitgevoerd worden (in %) Architect Hoofdaannemer B&U Ontwikkelaar Installateur Bouwteam 61 56 48 37 Traditioneel 26 24 16 23 Turn-key 6 13 23 13 D&B 6 5 9 5 DBM 3 9 6 6 DBFM 2 9 6 3 DBFM(O) 6 8 0 5 Geen verandering 6 8 3 11 Weet niet/geen mening 21 17 25 31 Bron: BouwKennis, juni 2011 BouwKennis Trends & Ontwikkelingen pagina 16

Conceptueel bouwen Door de bouwkolom wordt er vaak jaloers gekeken naar de auto-industrie. Door een ver doorgevoerde standaardisatie zijn faalkosten, bouwfouten en doorlooptijd minimaal. Desondanks vult men de individuele wensen van iedere klant optimaal in. Dit staat haaks op het vaak ondoorzichtige en trage bouwproces, dat gekenmerkt wordt door fouten en onnodige kosten. Daarom zoekt men naar methoden om het bouwproces efficiënter in te richten. Een potentiële oplossing is conceptueel bouwen. Maar welke kansen biedt deze bouwmethode? Kansen conceptueel bouwen Bouwkennis onderzocht wat belangrijke redenen zijn voor ontwikkelaars en corporaties om wel en om niet over te stappen van traditioneel naar conceptueel bouwen. Hier liggen immers de unique selling points die opdrachtgevers weten te overtuigen of juist belemmeren in een overstap. Beide partijen zijn veelal gefocust op de lagere kosten die conceptueel bouwen met zich mee brengen. In navolging van de lagere kosten, komen de hogere snelheid en kortere doorlooptijd en een betere prijs/kwaliteitverhouding. Ook dit zijn aspecten die uiteindelijk gericht zijn op lagere kosten. Zoals eerder bleek wordt conceptueel bouwen vooral geassocieerd met maatwerk. Dit is niet de belangrijkste reden voor ontwikkelaars en corporaties om eventueel over te stappen. Verder valt het op dat 15% van de ontwikkelaars helemaal geen redenen ziet om over te stappen naar conceptueel bouwen; onder corporaties is dit ongeveer de helft minder (8%). Redenen om over te stappen van traditioneel naar conceptueel bouwen (top 5) Ontwikkelaars Corporaties Kosten (lager) (31%) Kosten (lager) (47%) Snelheid (hoger), doorlooptijd (korter) (28%) Snelheid (hoger), doorlooptijd (korter) (37%) Prijs/kwaliteitverhouding (beter) (16%) Prijs-kwaliteitverhouding (beter) (16%) Differentiatie/maatwerk (meer) (15%) Differentiatie/ maatwerk (meer) (8%) Duurzaam, veilig en gezond (meer); Zekerheid en garanties (meer) (beide 6%) Economische prestaties (beter); Transparantie (meer) (beide 6%) Zie geen redenen om over te stappen (15%) Zie geen redenen om over te stappen (8%) Bron: USP Marketing Consultancy, februari 2011 Wat zijn dan redenen om niet over te stappen? Het blijkt dat men, ondanks dat men ook inziet dat conceptueel bouwen maatwerk kan bieden, toch bang is dat met conceptueel bouwen juist minder maatwerk kan worden geleverd. Het standaard element in conceptueel bouwen weegt voor deze groep klaarblijkelijk zwaarder dan de mogelijkheid van maatwerk binnen de standaard oplossingen. Dit is een belangrijk aandachtspunt voor partijen die conceptueel bouwen aan de man willen brengen. pagina 17 BouwKennis Trends & Ontwikkelingen

Van de ontwikkelaars noemt 16% een ontbrekende vraag naar conceptueel bouwen als reden om niet over te stappen. Het kan namelijk zo zijn dat de klant simpelweg geen gebruik wil maken van conceptueel bouwen. Onder corporaties leeft deze ervaring minder. Hier liggen dus kansen. Immers, wanneer klanten kunnen worden overtuigd van de voordelen van conceptueel bouwen, zullen zij wellicht vaker voor deze vorm van bouwen kiezen. Verder geeft 15% van de ontwikkelaars en 13% van de corporaties aan dat het niet altijd mogelijk is om projecten te realiseren middels conceptueel bouwen. Naar hun mening kunnen projecten bijvoorbeeld te klein of te complex zijn, of is de locatie er ongeschikt voor. Meer weten? Wilt u meer informatie over dit rapport, het BouwKennis Jaarrapport Nederland of één van onze andere producten? Ga dan direct naar onze website www.bouwkennis.nl, of neem contact op met de accountmanager voor uw regio. Bent u in regio Noord gevestigd, neemt u contact op met: Boudewijn Goedhart a.i. E goedhart@bouwkennis.nl T 010 206 69 96 Bent u in regio Midden gevestigd, neemt u contact op met: Maurice van Dijk E vandijk@bouwkennis.nl T 010 206 69 96 Bent u in regio Zuid gevestigd, neemt u contact op met: Jacco Ridderhof E ridderhof@bouwkennis.nl T 010 206 69 96 BouwKennis Trends & Ontwikkelingen pagina 18

Colofon Uitgever BouwKennis BV Max Euwelaan 51 3062 MA ROTTERDAM T 010-2066996 E info@bouwkennis.nl www.bouwkennis.nl Uitgever/directeur Boudewijn Goedhart Verkoop Jacco Ridderhof Maurice van Dijk Daniël Jankie T 010-2066996 Marketing Paul Waldekker Redactie Remco Tuns (hoofdredacteur) Lieneke de Boer Guido van Beek Leo Kranenburg Anique Mulder Koen Mortelmans Vormgeving Shirrin Vonk Inlichtingen T 010-2066996 E info@bouwkennis.nl Bestellingen info@bouwkennis.nl of www.bouwkennis.nl/shop Niets uit deze uitgave mag zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever worden verveelvoudigd of gedupliceerd. pagina 19 BouwKennis Trends & Ontwikkelingen

BouwKennis Bouwen begint met BouwKennis. Want BouwKennis is dé marktinformatieleverancier voor de bouw-, vastgoed- en installatiesector. BouwKennis volgt alle relevante bronnen uit de markt en doet gericht marktonderzoek. Het resultaat: informatie waarop u kunt bouwen. BouwKennis geeft u een objectief beeld van alle marktkenmerken, trends en ontwikkelingen. Veel bedrijven hebben behoefte aan betrouwbare marktinformatie. Het verzamelen en onderzoeken ervan kost echter veel tijd en capaciteit. Daarom doet BouwKennis dit voor u. Zo beschikt u over relevante en actuele marktinformatie zonder dat u hoeft te investeren in eigen onderzoek. U heeft direct de bouwstenen om uw marketingstrategie te bepalen. Een deel van de vragen uit de markt beantwoordt BouwKennis met informatie uit bestaande bronnen. Voor andere vragen verricht BouwKennis eigen, doelgericht en onafhankelijk marktonderzoek. BouwKennis werkt hierin nauw samen met USP Marketing Consultancy. Dat betekent unieke informatie. En omdat het gaat om multiclientonderzoek, wordt er altijd gezocht naar informatie die relevant is voor meerdere marktpartijen. Meer dan duizend organisaties hebben het gemak en de unieke informatie van BouwKennis al ontdekt. Zij gebruiken de marktinformatie als basis voor hun strategie en beleid. Omdat niet alle bedrijven dezelfde informatiebehoefte hebben, heeft BouwKennis verschillende producten. Een deel van de marktinformatie wordt u periodiek toegestuurd wanneer u zich abonneert op één van de uitgaven van BouwKennis. Andere marktinformatie is ook los te koop als onderzoeksrapport. Abonnementen BouwKennis Update Wilt u snel op de hoogte zijn van de meest actuele ontwikkelingen in de markt? Dat biedt de BouwKennis Update, een digitale nieuwsbrief die 17 keer per jaar verschijnt. Met de meest actuele en interessante feiten, trends en marktontwikkelingen. Niet-betalende abonnees kunnen alleen de highlights lezen, abonnees krijgen toegang tot de volledige artikelen. BouwKennis Marketingmagazine Het BouwKennis Marketingmagazine is het magazine voor de beleidsmakers in de bouwkolom. Ieder kwartaal stellen wij een overzicht samen van de belangrijkste ontwikkelingen aangevuld met statistieken over de conjunctuur en de bouwproductie. Elke editie bevat veel onderzoeksinformatie, achtergrondartikelen, praktijkvoorbeelden en interviews met experts. Het BouwKennis Marketingmagazine wordt elk kwartaal ingevuld aan de hand van een actueel thema. Thema s die reeds aan bod zijn gekomen, zijn onder andere: strategisch positioneren, het verdienmodel van MVO en innovatie in de bouw. BouwKennis Totaalabonnement Het BouwKennis Totaalabonnement is het totaalpakket waarmee u op de hoogte blijft en inzicht krijgt in de gehele bouwkolom. Met het Totaalabonnement van BouwKennis heeft u onder andere toegang tot een uitgebreide kennisdatabank op internet. Hierin vindt u marktinformatie om uw strategie te bepalen, zoals ontwikkelingen in bouwvolumes en trends in de markt. Daarnaast biedt deze kennisdatabank informatie over bijvoorbeeld mediagedrag en beurzen waarmee u uw strategie concreet kunt maken. Behalve toegang tot de kennisdatabank biedt het Totaalabonnement u de volgende voordelen: BouwKennis Managementsamenvatting BouwKennis Marketingmagazine (4 maal per jaar) Exemplaar van het BouwKennis Jaarrapport BouwKennis Update (17 maal per jaar) Toegang voor twee personen tot de BouwKennis Jaarbijeenkomst Korting op multiclientonderzoek Losse producten/diensten BouwKennis Jaarrapporten Ieder jaar geeft BouwKennis voor zowel de Nederlandse, Belgische als Duitse markt een jaarrapport uit. Deze rapporten geven een overzicht van de belangrijkste ontwikkelingen in de desbetreffende markt. Aangezien de rapporten in de vorm BouwKennis Trends & Ontwikkelingen pagina 20

van een marketingplan zijn opgebouwd, kunt u deze perfect gebruiken voor uw businessplannen. Aan de hand van de hoofdstukken 'Product', 'Prijs', 'Plaats', 'Promotie' en het deel 'Trends & Ontwikkelingen' heeft u een blauwdruk voor uw plannen in handen. Het Jaarrapport kijkt terug en blikt vooruit met onderwerpen als: Bouwproductie en de nieuwste bouwprognoses Ontwikkelingen in het bouwproces Economische en demografische ontwikkelingen Distributie, aankoopgedrag en oriëntatie Bouwproces en bouwpartijen Marketingactiviteiten en budgetontwikkeling Opdrachtgevers, aanbesteding en DMU Trends en verwachte ontwikkelingen De doelgroepen bestaan uit gemeenten, ontwikkelaars, architecten, bouwmanagement- en adviesbureaus, woningcorporaties, hoofdaannemers B&U, gespecialiseerde onderaannemers, klusbedrijven, installateurs, handelaren en fabrikanten. BouwKennis Jaarbijeenkomst Ieder jaar organiseert BouwKennis in september een evenement dat u niet mag missen: de BouwKennis Jaarbijeenkomst. Deze Jaarbijeenkomst wisselt ieder jaar van thema, waarbij BouwKennis autoriteiten uitnodigt als gastsprekers. Bovendien wordt de BouwKennis Marketing Jaarprijs uitgereikt voor de meest originele, vernieuwende marketingactiviteit in de bouw-, woon-, vastgoed- en installatiesector. Daarnaast is het een perfecte gelegenheid om te netwerken met beleidsmakers uit de bouwkolom. BouwKennis Marketing Score Card BouwKennis Marketing Score Card biedt structureel inzicht in vier essentiële zaken: Omvang van uw markt Klanttevredenheid van uw organisatie Bekendheid van uw merk Trends in uw markt De BouwKennis Marketing Score Card is gebaseerd op een multiclientonderzoek en heeft een gestandaardiseerde aanpak. Daardoor krijgt u tegen relatief beperkte kosten een gestructureerd en periodiek inzicht in uw eigen prestaties en die van uw concurrenten. Voor ieder onderwerp wordt een specifiek onderzoek uitgevoerd en krijgt u een uniek rapport. De onderzoeken worden uitgevoerd door USP Marketing Consultancy. BouwKennis Monitoren Behoefte aan meer specifieke informatie over een bepaald marktsegment? Om te voorzien in de informatiebehoefte van meerdere bedrijven voert BouwKennis regelmatig Monitoren uit. De vragenlijsten worden in overleg met klanten opgesteld. Dankzij het multiclientkarakter van het onderzoek zijn de kosten relatief beperkt. Voorbeelden van onderwerpen voor Monitoren die in 2011 worden uitgevoerd, zijn: Gemeentewerken Scan Communicatie Monitor Sanitair Monitor Onderwijs Gebouwen Scan Corporatie Bouwplannen Scan Vastgoed Monitor WoonKennis Totaalabonnement WoonKennis is dé leverancier van informatie over de woonconsument en onderzoekt het gedrag, de wensen en de behoeften van de woonconsument. WoonKennis houdt bovendien alle actuele marktontwikkelingen in de gaten en voert zelf onderzoek uit onder consumenten. WoonKennis biedt onder andere een Totaalabonnement waarmee u toegang krijgt tot een uitgebreide kennisdatabank op internet met essentiële informatie. Daarnaast biedt het Totaalabonnement u een exemplaar van het WoonKennis Jaarrapport, een driewekelijkse digitale nieuwsbrief, een maandelijkse managementsamenvatting en de mogelijkheid vragen te stellen aan de vakredactie per telefoon of e-mail. Contact Heeft u vragen over één van de producten van BouwKennis of wilt u weten hoe BouwKennis uw bedrijf met marktinformatie kan ondersteunen? Neem dan contact op met het team van BouwKennis (T 010 2066996). Kijk voor meer informatie ook op www.bouwkennis.nl. pagina 21 BouwKennis Trends & Ontwikkelingen