Raadsmededeling - Openbaar Nummer : 152/2012 Datum : 14 oktober 2012 B&W datum : 14 oktober 2012 Portefeuillehouder : T.M.M. Kok Onderwerp Gendringseweg 9 : Beantwoording vragen CDA en aanvullende vragen GemeenteBelangen inzake Aanleiding De fractie van het CDA heeft vragen ingediend over de ontwikkelingen op het adres Gendringseweg 9 te Aalten. De fractie van GemeenteBelangen heeft hierover aanvullende vragen ingediend. Inhoud mededeling Vragen van het CDA: 1. Is het juist dat bij het plaatsen van tussen de 700 en 900 zeugen een MER toetsing ter vrije keuze van het college is? 2. Wat zijn de overwegingen geweest om deze toetsing achterwege te laten en het plan in twee fases te realiseren? 3. Is het juist dat de verplaatsingssubsidie VIV op 1 april 2013 wordt beëindigd? 4. In gesprekken met de buurtbewoners is de zorg uitgesproken of voor de beoogde toekomstige omvang van het bedrijf wel de MER toetst zal worden uitgevoerd. Kunt u ons middels een raadsmededeling, voorafgaande aan de raadsvergadering, hieromtrent informeren? Antwoorden vragen CDA-fractie: 1. In bijlage 1 van het Besluit milieueffectrapportage staat aangegeven in welke gevallen een Milieuefffectrapport (MER) moet worden opgesteld, en in welke gevallen de gemeente moet beoordelen of een MER noodzakelijk is. In categorie D14 staat aangegeven dat tussen de 750 zeugen en 900 zeugen moet worden beoordeeld of er een MER noodzakelijk is. Boven de 900 zeugen geldt op basis van categorie C14 een MER-plicht. In artikel 7.2 van de Wet milieubeheer is vastgelegd op welke wijze dit moet worden beoordeeld. Hierin staat aangegeven dat het bevoegd gezag moet beoordelen of de aangevraagde activiteiten belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu kunnen hebben. Alleen als er sprake is van belangrijke nadelige gevolgen, kan een MER worden verlangd. Het is dus niet ter vrije keuze van het college. In de aanmeldingsnotitie voor de Mer beoordeling heeft familie Van de Wolfshaar aangegeven dat zij 800 zeugen, 96 opfokzeugen en 2950 gespeende biggen op de Gendringseweg 9 wensen te houden. Het college heeft zorgvuldig beoordeeld of er in dit geval sprake is van belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu, en heeft geconstateerd dat hiervan geen sprake is. In de bijlagen van het Besluit van 9 oktober 2012 op de aanmeldingsnotitie is uitvoerig gemotiveerd waarom er geen belangrijke gevolgen voor het milieu worden verwacht. 2+3 De aanvrager bepaalt zelf natuurlijk wat hij aanvraagt. Hij heeft nu een bedrijf in Ermelo met een omvang van 850 zeugen. Hij moet dit bedrijf in kader van de VIV-regeling verplaatsen vóór 23 april 2013, aangezien dan de beschikking om in aanmerking te komen voor het verplaatsingssubsidie vervalt, waardoor hij geen verplaatsingssubsidie meer ontvangt. Hij heeft daarom besloten om dit deel zo snel mogelijk aan te vragen, zodat voor 23 april 2013 met de
bouw kan worden gestart. Familie Van de Wolfshaar heeft aangegeven dat zij alleen voor de aangevraagde omvang een financiële dekking hebben. Zij wensen pas over een aantal jaren het bedrijf verder uit te breiden. Daarnaast staat ons college in het algemeen, en dus ook in dit geval, een snelle en efficiënte afwikkeling van verzoeken voor. 4. Zoals bij 1 is aangegeven moet bij een uitbreiding van meer dan 900 zeugen een MER worden opgesteld. Familie Van de Wolfshaar heeft aangegeven dat zij wil doorgroeien naar 2200 zeugen en dus wil uitbreiden met 1304 zeugen. Voor deze uitbreiding moet om die reden een MER worden opgesteld. Uit deze MER zal blijken of de locatie geschikt is voor een omvang van 2200 fokzeugen. Familie Van de Wolfshaar is wel voornemens om de procedure voor dit MER aansluitend op de huidige procedure op te starten, aangezien zij verwachten dat dit een langdurige procedure enkele jaren zal zijn. Aanvullende vragen van GemeenteBelangen: 1. Is voor deze locatie het huidige bestemmingsplan Aalten buitengebied 2007 van kracht? 2. Wat is de status van het Landbouw Ontwikkelingsgebied (LOG)? 3. In de subsidieregeling Verplaatsing Intensieve Veehouderij wordt geschreven dat het nieuw vestigen van een bedrijf in een Landbouwontwikkelingsgebied veel tijd kost. Is dit ook hier van toepassing? Kan het bedrijf zich hier vestigen als het geen landbouwontwikkelingsgebied is? 4. Als het bedrijf van mts Van de Wolfshaar wordt verplaats i.h.k.v. genoemde regeling kan deze zich dan wel vestigen op de locatie Gendringseweg 9? 5. Een van de eisen is dat op de nieuwe locatie het bedrijf minimaal 80% van de oude omvang moet zijn, voldoet mts. Van de Wolfshaar hieraan? 6. Als mts. Van de Wolfshaar niet aan de subsidievoorwaarden VIV kan voldoen wil het bedrijf zich dan nog vestigen aan de Gendringseweg 9? 7. Heeft het college verplichting naar mts. Van de Wolfshaar omdat genoemd bedrijf eerder één van de ondernemers was die zich wilde vestigen in het LOG-gebied aan de Heegtweg? 8. Bij het college is bekend dat de aantal te houden varkens in de toekomst groter is dan het aantal dat een MER-rapportage niet nodig maakt waarom dan toch op dit moment geen MER? 9. Waaruit blijkt, dat er bij vestiging van genoemd bedrijf geen belangrijke negatieve effecten zullen zijn voor de omgeving? 10. Indien het fokvarkensbedrijf zich vestigt aan de Gendringseweg 9 in Lintelo zijn er dan geen negatieve gevolgen voor de veiligheid, geur- en geluidshinder in de omgeving? 11. Is het u bekend dat de Gendringseweg een belangrijke schoolroute is? 12. Past de grote van een megastal ( staatssecretaris Bleeker vindt bij dit aantal varkens dat het een mega stal betreft) in dit kleinschalige coulissen landschap in de Achterhoek, dus ook in Lintelo? 13. Is het u bekend dat de uitstoot van de luchtwasser negatieve gevolgen heeft op de plantengroei in de directe omgeving? 14. Het college heeft juist het beleid om het recreatief verblijf in onze gemeente te promoten. Hoe verklaart het college dan dat een camping op een beperkte afstand van het varkensbedrijf aan de Gendringseweg ook in de toekomst kan blijven? Antwoorden vragen fractie GemeenteBelangen: 1. Voor deze locatie is zowel het bestemmingsplan Buitengebied Aalten 2004, als Buitengebied Aalten 2007 van toepassing. 2. Het landbouwontwikkelingsgebied is opgenomen in het Reconstructieplan Achterhoek en Liemers en de provinciale structuurvisie en is in die beleidsdocumenten aangewezen als het landbouwontwikkelingsgebied Lintelo. Voor het gebied is een ontwerp van het bestemmingsplan ter inzage gelegd; er zijn 21 zienswijzen ingekomen. Het plan is nog niet ter vaststelling aan de gemeenteraad aangeboden, omdat de uitkomst van deze procedure ook van belang is voor ons voorstel ten aanzien van het bestemmingsplan voor het landbouwontwikkelingsgebied. 3. Nieuwvestiging kost meer tijd dan verplaatsing naar een bestaand bedrijf, omdat voor nieuwvestiging altijd het bestemmingsplan aangepast moet worden. Verplaatsen naar een bestaand bedrijf heeft het voordeel dat deze locatie bestaande rechten heeft op zowel bestemmingsplantechnisch als milieugebied. Een nadeel is dat deze locatie duurder is omdat de bestaande bebouwing ook overgenomen moet worden. Bedrijven die verplaatsen ikv de Verplaatsingsregeling zijn verplicht te verplaatsen naar een LOG. Het heeft in het kader van het reconstructieplan de voorkeur om een bedrijf te verplaatsen naar een bestaande locatie. De
locatie Gendringseweg 9 te Lintelo is zoals gezegd- een locatie binnen het landbouwontwikkelingsgebied Lintelo. 4. Ja, de locatie voldoet aan de eisen. 5. Ja, op het bestaande bedrijf in Ermelo worden ca 850 zeugen gehouden. 6. Nee, ze hebben een locatie gezocht die voldoet aan de verplaatsingsregeling. 7. Nee. 8. Het college moet (op basis van huidige jurisprudentie) uitgaan van hetgeen wordt aangevraagd in de aanmeldingsnotitie, en dus niet van toekomstige ontwikkelingen. De toekomstige ontwikkelingen worden beoordeeld op het moment dat zij worden aangevraagd. In de aanmeldingsnotitie voor de Mer beoordeling heeft familie Van de Wolfshaar aangegeven dat zij 800 zeugen, 96 opfokzeugen en 2950 gespeende biggen op de Gendringseweg 9 wensen te houden. Verder is in artikel 7.2 van de Wet milieubeheer vastgelegd op welke wijze initiatieven moeten worden beoordeeld. Hierin staat aangegeven dat het bevoegd gezag moet beoordelen of de aangevraagde activiteiten belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu kunnen hebben. Alleen als er sprake is van belangrijke nadelige gevolgen, kan een MER worden verlangd. 9. In het Besluit op de aanmeldingsnotitie staan alle milieuaspecten weergegeven, die moeten worden beoordeeld. In het besluit is gemotiveerd aangegeven waarom geen belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu ontstaan. 10. Zie 9. 11. Ja, maar dat is niet bij de huidige beoordeling meegenomen, aangezien het huidige initiatief binnen het huidig bouwperceel valt en alleen milieugevolgen moeten worden beoordeeld bij een Mer-beoordeling zie ook 8. De bestaande locatie heeft op basis van het bestemmingsplan bestaande rechten. 12. Het gaat in dit geval om een agrarisch bedrijf dat in de toekomst een agrarisch bouwvlak krijgt met een omvang van ca. 1,5 ha. Een dergelijke omvang voldoet aan de eisen van gemeentelijk beleid ten aanzien van agrarische bouwpercelen. Bij de vaststelling van het bestemmingsplan Buitengebied Aalten 2007 heeft de gemeenteraad uitgesproken dat agrarische bouwpercelen onder voorwaarden- tot 2,5 hectare zijn toegestaan. In het reconstructieplan Achterhoek en Liemers is ook aangegeven dat grotere bouwpercelen dan 1,5 hectare, mits goed gemotiveerd, acceptabel zijn. Voor de tweede fase van dit project is een herziening van het bestemmingsplan noodzakelijk. Uw raad bepaalt bij de vaststelling van het bestemmingsplan uiteindelijk of in dit geval dit bedrijf ter plaatse acceptabel is in het kader van een goede ruimtelijke ordening. 13. Niet alle luchtwassers hebben negatieve gevolgen voor de plantengroei. Bij deskundig gebruik en naleving van de voorschriften vinden geen negatieve gevolgen plaats. 14. Wij nemen aan dat gedoeld wordt op het boerderijcamping van de familie Koskamp. Waar mogelijk promoten wij het recreatief verblijf in onze gemeente. Daarvoor zijn er ruime mogelijkheden in een groot deel van onze gemeente. Feit is dat, ondanks de aanwezigheid van een bestaande minicamping, het gebied is aangewezen als een landbouwontwikkelingsgebied. In een dergelijk gebied gaat het belang van de verdere ontwikkeling van de landbouw boven dat van de recreatie. Overigens is met de aanwezigheid van de bestaande functies rekening gehouden bij de beoordeling van de aanvraag van de familie Van de Wolfshaar. Deze minicamping zal bij een reguliere bedrijfsvoering geen onevenredige overlast ondervinden van dit bedrijf. De afstand tussen het bestaande bouwvlak van dit agrarisch bedrijf en de minicamping wordt in dit proces bovendien niet verminderd. De volgende stukken zijn voor u bijgevoegd: - De volgende stukken zijn voor u ter inzage gelegd: -
Vragen voor het vragenuurtje van de raadsvergadering van 16 oktober 2012. De gemeenteraad heeft een afschrift ontvangen van de brief van de buurtbewoners van het pand Gendringseweg 9 te Aalten. De buurtbewoners geven aan dat zij van mening zijn dat de plannen van de familie Van de Wolfshaar, MER-plichtig zijn. Onze fractie heeft de volgende vragen aan het college: 1. Is het juist dat bij het plaatsen van tussen de 700 en 900 zeugen een MER toetsing ter vrije keuze van het college is? 2. Wat zijn de overwegingen geweest om deze toetsing achterwege te laten en het plan in twee fases te realiseren? 3. Is het juist dat de verplaatsingssubsidie VIF op 1 april 2013 wordt beëindigd? 4. In gesprekken met de buurtbewoners is de zorg uitgesproken of voor de beoogde toekomstige omvang van het bedrijf wel de MER toetst zal worden uitgevoerd. Kunt u ons middels een raadsmededeling, voorafgaande aan de raadsvergadering, hieromtrent informeren? Namens de CDA-fractie Erik Luiten Henk Meerdink.
Vragen voor het vragenuurtje gemeenteraad 16 oktober 2012 Datum 12-10-2012 Evenals het college zijn ook wij, fractie van GemeenteBelangen, geïnformeerd over de mogelijke oprichting van een mega stal aan de Gendringseweg 9 te Lintelo. Door de buurt worden grote zorgen geuit over de procedure en het tot stand komen van de vergunningen. Door mts. van de Wolfshaar is bij het college een verzoek ingediend om op locatie Gendringsweg 9 te Lintelo een varkensbedrijf te gaan oprichten bestaande uit: 150 kraamzeugen 700 guste- en dragende zeugen 2.950 gespeende biggen 2 dekberen 96 opfokzeugen Daarnaast heeft mts. van de Wolfshaar gemeld dat er een tweede fase komt voor verdere uitbreiding van de aantal te houden varkens met: 450 kraamzeugen 1.758 guste-en dragende zeugen 10.400 gespeende biggen 2 dekberen 234 opfokzeugen. De fractie van GemeenteBelangen heeft, in aansluiting met reeds door het CDA gestelde vragen nog een aantal aanvullende vragen over de mogelijke ontwikkelingen aan de Gendringseweg 9: 1. Is voor deze locatie het huidige bestemmingsplan Aalten buitengebied 2007 van kracht? 2. Wat is de status van het Landbouw Ontwikkelingsgebied (LOG)? 3. In de subsidieregeling Verplaatsing Intensieve Veehouderij wordt schreven dat het nieuw vestigen van een bedrijf in een Landbouwontwikkelingsgebied veel tijd kost. Is dit ook hier van toepassing? Kan het bedrijf zich hier vestigen als het geen Landbouwontwikkelingsgebied is? 4. Als het bedrijf van mts van de Wolfshaar wordt verplaats i.h.k.v. genoemde regeling kan deze zich dan wel vestigen op de locatie Gendringseweg 9? 5. Een van de eisen is dat op de nieuwe locatie het bedrijf minimaal 80 % van de oude omvang moet zijn, voldoet mts. Van de Wolfshaar hieraan? 6. Als mts. van de Wolfshaar niet aan de subsidievoorwaarden VIV kan voldoen wil het bedrijf zich dan nog vestigen aan de Gendringseweg 9? 7. Heeft het college verplichting naar mts. van de Wolfshaar omdat genoemd bedrijf eerder één van de ondernemers was die zich wilde vestigen in het LOG-gebied aan de Heegtweg? 8. Bij het college is bekend dat de aantal te houden varkens in de toekomst groter is dan het aantal dat een MER-rapportage niet nodig maakt waarom dan toch op dit moment geen MER? 1
9. Waaruit blijkt, dat er bij vestiging van genoemd bedrijf geen belangrijke negatieve effecten zullen zijn voor de omgeving? 10. Indien het fokvarkensbedrijf zich vestigt aan de Gendringseweg 9 in Lintelo zijn er dan geen negatieve gevolgen voor de veiligheid, geur- en geluidshinder in de omgeving? 11. Is het u bekend dat de Gendringseweg een belangrijke schoolroute is? 12. Past de grote van een mega stal ( staatssecretaris Bleeker vindt bij dit aantal varkens dat het een mega stal betreft) in dit kleinschalige coulissen landschap in de Achterhoek, dus ook in Lintelo? 13. Is het u bekend dat de uitstoot van de luchtwasser negatieve gevolgen heeft op de plantengroei in de directe omgeving? 14. Het college heeft juist het beleid om het recreatief verblijf in onze gemeente te promoten. Hoe verklaart het college dan dat een camping op een beperkte afstand van het varkensbedrijf aan de Gendringseweg ook in de toekomst kan blijven? Dinxperlo, 12-10-2012 Namens de fractie GemeenteBelangen, Rudi Wossink Jan Bulsink 2