. Welke vleermuis is dat? Een succesmodel 4 Hoefijzerneuzen 24 Gladneuzen 32 Bulvleermuizen 74 Afkortingen in het determinatiegedeelte L = lengte; VS = vleugelspanwijdte; G = gewicht Links: watervleermuis; volgende bladzijden: Brandts vleermuis.
Vleermuizen observeren en beschermen Daarnaast kunnen we ook in onze directe persoonlijke omgeving het een en ander voor vleermuizen doen. Het is belangrijk om ervoor te zorgen dat bestaande vleermuiskwartieren behouden blijven en dat er nieuwe bijkomen. Op plaatsen waar al vleermuizen verblijven, mogen de in- en uitgangen van hun kwartieren niet belemmerd worden en moeten de kwartieren zelf vrij van verstoringen zijn. Bij renovaties en verbouwingen is het van belang dat de eigenschappen van de vleermuiskwartieren behouden blijven of verbeterd worden. Vaak kunnen met eenvoudige middelen in gebouwen nieuwe kwartieren worden geschapen. Zo loopt er in Nederland in het kader van het Europese Jaar van de Vleermuizen een project waarbij vleermuisvriendelijke huizen worden voorzien van een schildje met de tekst vleermuisvriendelijk object. Bij de initiatiefnemers en verschillende werkgroepen kunt u advies inwinnen over hoe u ook uw woning vleermuisvriendelijk kunt maken. Tuinen en balkons kunnen worden veranderd in vleermuisrestaurants door de juiste vegetatie als lokmiddel voor nachtvlinders en andere insecten aan te planten: een garantie voor veelvuldige bezoekjes van dwerg- en langoorvleermuizen! De vale vleermuis jaagt dicht boven de grond. Deze bladzijde: watervleermuis; volgende bladzijden: langvleugelvleermuis. 20 21
Hoefijzerneuzen > > middelgrote hoefijzerneus Blasius hoefijzerneus Rhinolophus blasii Middelgrote hoefijzerneus, gespecialiseerd in de jacht op weekhuidige prooidieren, met name nachtvlinders. Net als alle andere hoefijzerneuzen hebben de vrouwtjes een tweede paar valse tepels bij de genitale opening. Na het zogen zuigt het jong zich daaraan vast. Kenmerken L 4,6-6,2 cm, VS 27-31 cm, G 10-16 g. Vacht lijkt op die van paarse hoefijzerneus, alleen iets bleker met lichtere haren; buikzijde lichter dan rug. Oren en vlieghuid sepiabruin. Vlieghuid is minder doorschijnend en lijkt donkerder dan oren. Voorkomen In Europa op de Balkan en in Roemenië, in Azië en Afrika meer algemeen. Kenmerkende bewoner van mediterraan landschap met warm en droog klimaat en van kleinschalig gemengd gebied met open stukken en struiken. Verblijft het hele jaar door in (karst)grotten en door mensen geschapen onderaardse ruimtes zoals mijnen. > > middelgroot > > hoefijzer en lippen vleeskleurig Mehely s hoefijzerneus Rhinolophus mehelyi > > opvallende bril rond ogen Mehely s hoefijzerneus jaagt dicht boven de grond in een langzame en wendbare vlucht op nachtvlinders en insecten. Dikwijls maakt hij gebruik van een vrijstaande struik als wachtpost om van daaruit een korte, vliegenvangerachtige jachtvlucht te beginnen. De prooi wordt vervolgens hangend op zijn wachtpost verteerd. Kenmerken L 5,5-6,4 cm, VS 33-34 cm, G 10-18 g. Grootste van de drie middelgrote hoefijzerneuzen. Contrastrijke kleurstelling met lichte, bijna witte onderzijde en grijsbruine rug. De echogeluiden van de soort komen deels overeen met die van de paarse hoefijzerneus en van de kleine hoefijzerneus. Van eerstgenoemde is hij goed te onderscheiden door de frequentie van het echogeluid boven de 108 khz, van de laatstgenoemde door zijn grootte. Voorkomen Middellandse Zeegebied en Noord-Afrika, niet zo ver noordelijk als de paarse hoefijzerneus. Zomer- en winterkwartieren in grotten in karstgebieden. 30-31
Gladneuzen > > een van de kleinste soorten van het geslacht Myotis in Europa Baardvleermuis Myotis mystacinus > > snuit, oren, vlieghuid zwartbruin baardvleermuis genoemd, is zeer levendig en De baardvleermuis, ook gewone of kleine lawaaierig. Zijn jachtgebied varieert. Hij jaagt graag op geringe hoogte bij stromend water en in structuurrijk open landschap. Zijn voeding varieert al naar gelang seizoen en biotoop. De baardvleermuis komt in heel Nederland, maar vooral in Zuid-Limburg voor. Kenmerken L 3,5-4,8 cm, VS 19-22,5 cm, G 4-8 g. Lang, enigszins kroezig haar, van boven donkerbruin tot nootkleurig. Voorkomen In Noord-Europa ongeveer tot 65e breedtegraad. Goed aanpassingsvermogen: bewoont in zijn Europese verspreidingsgebied verschillende leefgebieden. Zomerkwartieren bevinden zich in spleten in gebouwen, een enkele keer achter loszittende schors. Ook is er ooit een groep in een broedkolonie oeverzwaluwen aangetroffen. Hij overwintert in grotten, mijngangen en kelders, waar hij vrij aan plafond of muren hangt. 42-43
> > grote soort > > oren steken over het gezicht uit > > staart steek ver buiten de vlieghuid uit Bulvleermuizen Europese bulvleermuis Tadarida teniotis Met behulp van het vrije uiteinde van zijn lange staart kan de Europese bulvleermuis op de tast achterwaarts in spleten kruipen. Hij jaagt met een hoorbaar geluid in een hoge en snelle vlucht op insecten. Dikwijls onderbreekt hij zijn winterslaap in grotten en rotsspleten om te gaan jagen. Zijn zomerkwartieren bevinden zich in muuren rotsspleten, gebouwen en grote grotten, ook in rotsspleten langs oevers. De kraamkolonies zijn meestal klein. Kenmerken L 7,6-9,3, VS rond 41 cm, G 25-50 g. Fijne, kortharige, zachte en molachtige vacht. Zijn lange en brede oren raken elkaar aan de basis en lopen langs zijn ogen en gezicht. De staart steekt een derde tot de helft buiten de vlieghuid uit. Lange snuit en lange vleugels. Voorkomen Middellandse Zeegebied. Individuele exemplaren tot Noord-Zwitserland en Zuid-Duitsland in gebieden met een gunstig klimaat, hoge rotswanden of hoge gebouwen en bruggen. 74 75