2. ECOLOGIE VLEERMUIZEN...
|
|
|
- Bertha de Coninck
- 9 jaren geleden
- Aantal bezoeken:
Transcriptie
1 INHOUDSOPGAVE 1 INLEIDING INLEIDING HET GEBIED OPBOUW RAPPORT ECOLOGIE VLEERMUIZEN METHODE RESULTAAT CONCLUSIE... 8 LITERATUUR... 9 Adviesbureau Mertens 1 Wageningen
2 1 INLEIDING 1.1 Inleiding Er bestaat het voornemen voor de reconstructie van verzorgingstehuis Rustoord te Lisse (zie figuur 1 voor de globale ligging). Deze verandering kan negatief zijn voor beschermde planten- en diersoorten. Op basis van beschikbare bronnen is ingeschat dat beschermde vleermuizen voor kunnen komen in en direct rond het plangebied. Op grond hiervan heeft Witteveen+Bos te Den Haag, die de reconstructie begeleidt, aan Adviesbureau Mertens BV te Wageningen verzocht om deze beschermde soorten in beeld te brengen. Voor Witteveen+Bos is het dan mogelijk om met de beschermde soorten rekening te houden. In onderhavig rapport wordt verslag gedaan van een veldinventarisatie naar deze soortgroepen. Figuur 1. Globale ligging van verzorgingstehuis Rustoord te Lisse. 1.2 Het gebied Het plangebied bestaat uit verzorgingstehuis Rustoord te Lisse, omliggende tuin en het gebouw van Van Vroomen / Bouwbedrijf Horsman & Co. In figuur 2 wordt een foto-impressie gegeven van het plangebied. Adviesbureau Mertens 2 Wageningen
3 Figuur 2. Foto-impressie van het plangebied en directe omgeving van verzorgingstehuis Rustoord te Lisse. 1.3 Opbouw rapport Na een korte uitleg over vleermuizen komen achtereenvolgens aan de orde: De onderzoeksmethode. Een beschrijving van de aanwezigheid van vleermuizen. De conclusie over de betekenis van de het plangebied voor vleermuizen. In Bijlage 1 wordt een overzicht gegeven van de gehanteerde begrippen. Adviesbureau Mertens 3 Wageningen
4 2. ECOLOGIE VLEERMUIZEN Vleermuizen zijn vliegende zoogdieren die zich voeden met insecten. Per nacht wordt een grote hoeveelheid voedsel gegeten. Vleermuizen zijn aangewezen op een grote diversiteit aan ecotypen, welke een groot en constant voedselaanbod opleveren. Daarnaast zijn vleermuizen afhankelijk van landschapselementen. Door de landschapselementen (bomenlanen, huizenrijen, houtwallen e.d.) kunnen vleermuizen zich oriënteren door middel van het uitzenden van geluiden. Open landbouwgebieden zijn daarom bijvoorbeeld onaantrekkelijk voor vleermuizen. Vleermuizen verblijven overdag, gedurende het zomerseizoen, in kleine ruimten als spouwmuren of gaten in bomen. Afhankelijk van de soort, bewonen vleermuizen bomen of gebouwen. Alleen de grootoorvleermuis maakt gebruik van zowel bomen als gebouwen. Vooral vrouwtjes zitten veel bij elkaar, in een kolonie. Hier worden de jongen in groot gebracht. Als de schemering valt vliegen de vleermuizen uit en gaan via vaste routen, de vliegrouten, naar de foerageerplaatsen. Soms liggen foerageerplaatsen en kolonies wel meer dan 10 km uit elkaar. Op de foerageerplaatsen wordt gedurende de gehele nacht gefoerageerd. Bij het aanbreken van de dag vliegen de vleermuizen via de vliegrouten weer terug naar de kolonie. Tegen de herfst breekt het paarseizoen aan. Vleermuizen leven dan solitair of in kleine groepjes. Enkele maanden later, als de winter aanbreekt, trekken de vleermuizen naar ruimten met een stabiel klimaat als (ijs)kelders, grotten en bunkers om daar door middel van de winterslaap de winter door te brengen. De paring vindt in de herfst plaats, in tegenstelling tot de meeste andere zoogdieren. De jongen worden in het daarop volgende voorjaar geboren. De vleermuizen leven in de herfst nagenoeg niet meer in kolonies, maar solitair. Voor de paring worden paarplaatsen gebruikt die vaak afwijken van de kolonieplaatsen. Vaak worden in de herfst ook andere soorten en aantallen vleermuizen aangetroffen. Een voorbeeld hiervan is de ruige dwergvleermuis. Daarnaast worden in de herfst vaak andere foerageerplaatsen gebruikt. De vleermuizen zijn immers niet meer gebonden aan de kolonieplaats. Vleermuizen gebruiken verblijfplaatsen eveneens in de winter, wanneer zij hun winterslaap houden. De plaatsen zijn donkere, koele ruimten met een constant microklimaat. Afhankelijk van de soort zijn dit gebouwen (bunkers, grotten e.d.) of bomen. Slechts zeer sporadisch komen de winterverblijfplaatsen overeen met de zomerverblijfplaatsen. Doordat vleermuizen voor hun oriëntatie gebruik maken van echolocatie zijn vleermuizen gevoelig voor ingrepen in het landschap. Oriëntatie vindt plaats aan de hand van opgaande elementen als bijvoorbeeld bomenlanen en houtwallen. Verlies daarvan resulteert in verminderde oriëntatiemogelijkheden. Oriëntatie is noodzakelijk om van kolonieplaats naar foerageergebied te vliegen en om voedsel te vinden. Bij de afweging van de effecten van ruimtelijke ingrepen in natuur en landschap spelen derhalve opgaande elementen een belangrijke rol. Vleermuizen worden meer en meer betrokken bij de besluitvorming rond ingrepen in het landelijk en stedelijk gebied. Dit is ook zeer noodzakelijk: de meeste soorten zijn bedreigd of ernstig bedreigd en alle soorten zijn nationaal en internationaal wettelijk beschermd via de Flora- en faunawet en de Habitatrichtlijn. Adviesbureau Mertens 4 Wageningen
5 3 METHODE Vleermuizen zijn geïnventariseerd in de nacht van 13 juni, 16 juli en 4 september 2008 met behulp van een batdetector. Vleermuizen maken namelijk ultrasone geluiden die met een batdetector kunnen worden opgevangen en vertaald in, voor de mens, hoorbaar geluid. Door interpretatie van ritme, klank en hoogte van het door het apparaat uitgezonden geluid kunnen de meeste soorten vleermuizen worden onderscheiden en op naam gebracht. Vrouwtjes leven apart van de mannetjes in grote kraamkolonies. Deze kolonies worden tussen april en mei gevormd en vallen pas weer uitéén als de jongen vliegvlug worden (augustus, september). Een kolonie bewoont één of meer verblijfplaatsen. Een kolonie kan worden opgespoord door een gebied systematisch te doorkruisen, waarbij goed gelet moet worden op vleermuisactiviteiten. Een kolonie vleermuizen vertoont 's ochtends een opmerkelijk gedrag, waardoor de dieren op dat moment vrij gemakkelijk zijn op te sporen. Dit gedrag wordt zwermen genoemd. De bewoonsters van de kolonie zwermen, voordat ze hun verblijfplaats binnenvliegen, eerst een groot aantal keren rond hun kolonieplaats. Vleermuizen kunnen grofweg worden ingedeeld in gebouw- en boombewonende soorten. Er is gezocht naar zwermende dieren en verhoogde vleermuisactiviteit. De methode voor het inventariseren van vleermuizen sluit aan bij de beschreven methode door Helmer et al. (1987). Recent heeft het Netwerk Groene Bureau een protocol opgesteld dat echter ook voorstelt om enkele rondes uit te voeren in de herfst. In de herfst hebben vleermuizen namelijk balts- en paarplaatsen die wettelijk worden beschermd. Adviesbureau Mertens 5 Wageningen
6 4 RESULTAAT Zomer In totaal zijn twee soorten vleermuizen vastgesteld in de zomer (13 juni en 16 juli 2008). Het betreft de gewone dwergvleermuis en laatvlieger. Voor deze soorten vormt het plangebied en omgeving foerageergebied. In figuur 3 worden de foerageerplaatsen weergegeven. Legenda = Gewone dwergvleermuis = Laatvlieger Figuur 3. Foerageerplaatsen van vleermuizen in de zomer in en rond verzorgingstehuis Rustoord te Lisse. Gewone dwergvleermuis komt het meest voor. Verspreidt over het plangebied en directe omgeving wordt de soort foeragerend vastgesteld. Er zijn geen aanwijzingen gevonden van verblijfplaatsen. Voor laatvlieger geldt dat er één of twee foeragerende dieren zijn aangetroffen. Er zijn geen aanwijzingen gevonden van verblijfplaatsen. Adviesbureau Mertens 6 Wageningen
7 Herfst In totaal zijn twee soorten vleermuizen vastgesteld in de herfst (4 september 2008). Het betreft dezelfde soorten als in de zomer (gewone dwergvleermuis en laatvlieger). Voor deze soorten vormt het plangebied en omgeving foerageergebied. Er zijn twee enkele baltsplaatsen aangetroffen van gewone dwergvleermuis (geen paarplaatsen). In figuur 3 worden de foerageerplaatsen weergegeven. Legenda = Gewone dwergvleermuis = Laatvlieger Figuur 3. Foerageerplaatsen van vleermuizen in de herfst in en rond verzorgingstehuis Rustoord te Lisse. Evenals in de zomer komt gewone dwergvleermuis het meest voor in de herfst. Opnieuw werd verspreidt over het plangebied en directe omgeving de soort foeragerend vastgesteld. Voor laatvlieger geldt dat er één foeragerend dier is aangetroffen op twee plaatsen. Alle vleermuizen zijn zwaar beschermd onder de Flora- en faunawet, doch geen van de aangetroffen soorten is bedreigd volgens de Rode lijst (2004). Naar verwachting wordt de laatvlieger wel opgenomen op de Rode lijst van Adviesbureau Mertens 7 Wageningen
8 5 CONCLUSIE Het plangebied is foerageergebied voor vleermuizen. Verblijfplaatsen bevinden zich buiten het plangebied. Er zijn van gewone dwergvleermuis wel enkele baltsplaatsen aangetroffen. Deze zijn echter niet locatiespecifiek. Adviesbureau Mertens 8 Wageningen
9 LITERATUUR Anonymus, Protocol voor vleermuisinventarisaties. Netwerk Groene Bureau s. Odijk, Tabel & toelichtingen. Diepenbeek, A., van, Veldgids diersporen. Drukkerij Thieme, Nijmegen. Helmer W., Limpens, H.L.G.A., Bongers, W., Handleiding voor het inventariseren en determineren van Nederlandse vleermuissoorten met behulp van batdetectors. Stichting Vleermuisonderzoek, Wageningen. Ministerie van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij, Wet van 25 mei 1998, houdende regels ter bescherming van in het wild levende planten en diersoorten (Flora en Faunawet). Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden 402, Adviesbureau Mertens 9 Wageningen
Vleermuizen en de grote bonte specht in en rond het plangebied van drie bebouwingslocaties te Rozenburg (ZH)
Vleermuizen en de grote bonte specht in en rond het plangebied van drie bebouwingslocaties te Rozenburg (ZH) Vleermuizen en de grote bonte specht in en rond het plangebied van drie bebouwingslocaties te
Eindrapportage HET VOORKOMEN VAN VLEERMUIZEN AAN DE MAATWEG 1 TE AMERSFOORT
Eindrapportage HET VOORKOMEN VAN VLEERMUIZEN AAN DE MAATWEG 1 TE AMERSFOORT Eindrapportage HET VOORKOMEN VAN VLEERMUIZEN AAN DE MAATWEG 1 TE AMERSFOORT rapportnr. 2011.1247 september 2011 In opdracht van:
Eindrapport BESCHERMDE SOORTEN TER PLAATSTE VAN EN DIRECT ROND FIETSPAD BERNHARDSTRAAT TE RUCPHEN
Eindrapport BESCHERMDE SOORTEN TER PLAATSTE VAN EN DIRECT ROND FIETSPAD BERNHARDSTRAAT TE RUCPHEN Eindrapport BESCHERMDE SOORTEN TER PLAATSTE VAN EN DIRECT ROND FIETSPAD BERNHARDSTRAAT TE RUCPHEN rapportnr.
Eindrapport HET VOORKOMEN VAN VLEERMUIZEN EN VOGELS IN EN DIRECT ROND ACHTERVELD TE LEUSDEN
Eindrapport HET VOORKOMEN VAN VLEERMUIZEN EN VOGELS IN EN DIRECT ROND ACHTERVELD TE LEUSDEN Eindrapport HET VOORKOMEN VAN VLEERMUIZEN EN VOGELS IN EN DIRECT ROND ACHTERVELD TE LEUSDEN rapportnr. 2010.1112
Eindrapport VLEERMUIZEN TER PLAATSE VAN EN DIRECT ROND OPEN WAARD TE OUD BEIJERLAND
Eindrapport VLEERMUIZEN TER PLAATSE VAN EN DIRECT ROND OPEN WAARD TE OUD BEIJERLAND Eindrapport VLEERMUIZEN TER PLAATSE VAN EN DIRECT ROND OPEN WAARD TE OUD BEIJERLAND rapportnr. 2012.1420 oktober 2012
Concept rapport VLEERMUIZEN EN BROEDVOGELS TER PLAATSTE VAN EN DIRECT ROND GODELINDEHOF TE NIEUW-LOOSDRECHT
Concept rapport VLEERMUIZEN EN BROEDVOGELS TER PLAATSTE VAN EN DIRECT ROND GODELINDEHOF TE NIEUW-LOOSDRECHT Concept rapport VLEERMUIZEN EN BROEDVOGELS TER PLAATSTE VAN EN DIRECT ROND GODELINDEHOF TE NIEUW-LOOSDRECHT
HET VOORKOMEN VAN BESCHERMDE SOORTEN IN DE ZUIDELIJKE STADSUITBREIDING TE ABCOUDE
HET VOORKOMEN VAN BESCHERMDE SOORTEN IN DE ZUIDELIJKE STADSUITBREIDING TE ABCOUDE HET VOORKOMEN VAN BESCHERMDE SOORTEN IN DE ZUIDELIJKE STADSUITBREIDING TE ABCOUDE augustus 2008 In opdracht van: Gemeente
INHOUDSOPGAVE. Het voorkomen van vleermuizen, amfibieën en vissen in het gebied van de stedelijke uitbreidingslocatie te Elst. 1 INLEIDING...
INHOUDSOPGAVE 1 INLEIDING... 2 2 METHODE... 3 2.1 VLEERMUIZEN... 3 2.2 AMFIBIEËN... 3 2.3 VISSEN... 3 3 RESULTAAT... 4 3.1 VLEERMUIZEN... 4 3.2 AMFIBIEËN... 4 3.3 VISSEN... 4 4 CONCLUSIE... 5 LITERATUUR...
Eindrapport BESCHERMDE SOORTEN TER PLAATSTE VAN EN DIRECT ROND DE HOOGT TE DONGEN
Eindrapport BESCHERMDE SOORTEN TER PLAATSTE VAN EN DIRECT ROND DE HOOGT TE DONGEN Eindrapport BESCHERMDE SOORTEN TER PLAATSTE VAN EN DIRECT ROND DE HOOGT TE DONGEN rapportnr. 2013.1524 december 2013 In
1.1 INLEIDING... 2 1.2 DOELSTELLINGEN VAN HET ONDERZOEK... 2 1.3 DE PLANNEN... 3 1.4 OPBOUW RAPPORT... 3 2.1 FLORA- EN FAUNAWET...
INHOUDSOPGAVE 1 INLEIDING... 2 1.1 INLEIDING... 2 1.2 DOELSTELLINGEN VAN HET ONDERZOEK... 2 1.3 DE PLANNEN... 3 1.4 OPBOUW RAPPORT... 3 2 FLORA- EN FAUNAWET... 4 2.1 FLORA- EN FAUNAWET... 4 2.2 RODE LIJST...
Eindrapport VLEERMUIZEN, RUGSTREEPPAD, HEIKIKKER EN RINGSLANG TER PLAATSTE VAN EN DIRECT ROND DORPELDIJK 1 TE HARMELEN
Eindrapport VLEERMUIZEN, RUGSTREEPPAD, HEIKIKKER EN RINGSLANG TER PLAATSTE VAN EN DIRECT ROND DORPELDIJK 1 TE HARMELEN Eindrapport VLEERMUIZEN, RUGSTREEPPAD, HEIKIKKER EN RINGSLANG TER PLAATSTE VAN EN
Quick-scan Bergakkerweg 14 Nunspeet. Ecologie
Quickscan Bergakkerweg 14 Nunspeet Ecologie Dirk Verheij 27 mei 2010 2 Ecologie Aanleiding Het College wil medewerking verlenen aan het verzoek van de heer Marsman om hem de mogelijkheid te bieden zijn
Eindrapport BESCHERMDE SOORTEN TER PLAATSE VAN EN DIRECT ROND RONDWEG SINT WILLEBRORD SPRUNDEL
Eindrapport BESCHERMDE SOORTEN TER PLAATSE VAN EN DIRECT ROND RONDWEG SINT WILLEBRORD SPRUNDEL Eindrapport BESCHERMDE SOORTEN TER PLAATSE VAN EN DIRECT ROND RONDWEG SINT WILLEBRORD SPRUNDEL rapportnr.
NATUURONDERZOEK A9 BADHOEVEDORP
NATUURONDERZOEK A9 BADHOEVEDORP Vleermuizen vliegroutes en foerageergebied Eindrapport Adviesbureau E.C.O. Logisch Nieuwerkerk a/d IJssel, 16-11-2016 VERANTWOORDING Opdrachtgever: Aveco de Bondt Contactpersoon:
Aanvullend natuuronderzoek voormalig Zoutdepot Breukelen
Aanvullend natuuronderzoek voormalig Zoutdepot Breukelen Onderzoek naar het voorkomen van vleermuizen Datum: 30-08-2014 Auteur: A. Tuitert Opdrachtgever: Aveco de Bondt Rapportnummer: AT/2014/30.08 Versie:
Bijlage 5 Maatregelenplan
59 Bijlage 5 Maatregelenplan Rho adviseurs voor leefruimte 050100.1840401 60 Rho adviseurs voor leefruimte 050100.1840401 Eindrapport MAATREGELENPLAN NATUUR T.B.V. SLOOP TWEE SCHOOLLOCATIES TE BRIELLE
Aanvullend vleermuisonderzoek restaurant Castellum Novum in De Meern
Aanvullend vleermuisonderzoek restaurant Castellum Novum in De Meern Toetsing in het kader van de Flora- en faunawet Datum: 08-11-2008 Auteur: A.H. Tuitert Opdrachtgever: Aveco de Bondt Kenmerk: vlm2008/10
VLEERMUIZEN ONDERZOEK HELLEVOETSLUIS 2008
VLEERMUIZEN ONDERZOEK MOLSHOEK HELLEVOETSLUIS 2008 K. Mostert & E. Thomassen Stichting Zoogdierenwerkgroep Zuid-Holland In opdracht van gemeente Hellevoetsluis 1 INHOUD Inleiding... 3 Gebiedsbeschrijving...
Eindrapport BESCHERMDE SOORTEN IN EN DIRECT ROND HET ZAND-WEST TE RIDDERKERK
Eindrapport BESCHERMDE SOORTEN IN EN DIRECT ROND HET ZAND-WEST TE RIDDERKERK Eindrapport BESCHERMDE SOORTEN IN EN DIRECT ROND HET ZAND-WEST TE RIDDERKERK rapportnr. 2012.1383 oktober 2012 In opdracht van:
NATUURTOETS LANGE WEMEN HENGELO VERVOLGONDERZOEK GEMEENTE HENGELO
VERVOLGONDERZOEK GEMEENTE HENGELO November 2009 Inhoud 1 Inleiding 3 1.1 Aanleiding en doel 3 1.2 Werkwijze 3 1.3 Leeswijzer 4 2 Wettelijk kader Flora- en faunawet 5 3 Aanwezige natuurwaarden 7 3.1 Inleiding
veldinventarisatierapport vleermuizen Garderbroekerweg 175 te Kootwijkerbroek
veldinventarisatierapport vleermuizen Garderbroekerweg 175 te Kootwijkerbroek De Kuijt B.V. 10 september 2008 projectnummer 030801 I Naam product: Veldinventarisatierapport vleermuizen Locatie: Garderbroekerweg
Notitie n.a.v. onderzoek vleermuizen
Notitie n.a.v. onderzoek vleermuizen Loo 59, Nistelrode Projectnummer: 6638 Datum: 16-10-2014 Status: Definitief Projectleider: Rob van Dijk Adviseur ecologie: Manon Warringa In Nistelrode aan het Loo
Vleermuizenonderzoek De Hond/Bloemenwijk. Gemeente Culemborg
Vleermuizenonderzoek De Hond/Bloemenwijk Vleermuizenonderzoek De Hond/Bloemenwijk Datum: Oktober 2009 Projectgegevens: NAT02-CUL00032-01a Postbus 435 5240 AK Rosmalen T (073) 523 39 00 F (073) 523 39
B i j l a g e : I n v e n t a r i s a t i e H u i s m u s e n v l e e r m u i z e n i n h e t k a d e r v a n d e F l o r a - e n fau n a w e t
B i j l a g e : I n v e n t a r i s a t i e H u i s m u s e n v l e e r m u i z e n i n h e t k a d e r v a n d e F l o r a - e n fau n a w e t Rijperweg 44a in Sint Maarten Inventarisatie Huismus en vleermuizen
