Boekverslag & presentatie groep 8 schooljaar 2015-2016
Inhoudsopgave: Blz. 1 Blz. 2 Blz. 3 Blz. 3 Blz. 3 Blz. 4 + 5 Blz. 6 Voorbeeld kaft Inhoudsopgave Stap 1: Het lezen van je boek Stap 2: Titelpagina (kaft) Stap 3: Inhoudsopgave Stap 4: Inhoud boekverslag Stap 5: Boekbespreking 2
Stap 1: Het lezen van je boek Voordat je een boekbespreking kunt houden, moet je natuurlijk eerst een boek hebben gelezen. En voordat je een boek kunt lezen, moet je eerst een boek hebben. Met het lezen van een boek ben je wel een tijdje bezig. Daarom is het heel belangrijk dat je een goede kiest. Kies een boek waar jouw interesse naar uitgaat. Er zijn heel veel verschillende soorten. Er zit er vast wel eentje tussen die je leuk lijkt. Misschien spreekt de kaft je heel erg aan, of ken je de schrijver. Wellicht kan een klasgenoot je wel een leuke titel aanraden. Als het boek toch blijkt tegen te vallen, dan kun je alsnog een andere kiezen. De volgende website gaat over leuke kinderboeken en er staat ook heel veel informatie over kinderboekenschrijvers: Leesfeest: www.leesfeest.nl Misschien vind je op deze site een boek dat je graag zou willen lezen. Misschien kun je in de bibliotheek van school wel een leuk boek vinden. Zoek, en maak een goede keuze! Stap 2: Titelpagina Een boekverslag is een kort verslag over een boek waar de belangrijkste punten in terugkomen. Vaak heeft zo'n verslag een heel duidelijke indeling. Je kunt het verslag in het tekstprogramma Word maken. Het verslag begint uiteraard met een titelpagina. Op een titelpagina staan de volgende dingen: 1. De titel van je boek. 2. Naam van de schrijver en de uitgever. 3. Tekening of een plaatje van het boek. 4. Je eigen naam. Stap 3: Inhoudsopgave Je verslag begint natuurlijk met een inhoudsopgave. Hierin staan alle hoofdstukken en op welke bladzijde je deze kunt vinden. 3
Stap 4: Inhoud boekverslag Nu begint het eigenlijke boekverslag pas. Je gaat over de volgende dingen kort iets vertellen. Je begint eigenlijk met dezelfde informatie die op de voorkant van je verslag staat. Dit noemen we de zakelijke gegevens: Titel van het boek Auteur (schrijver van het boek) Uitgeverij Jaar van uitgave (vaak is dit voorin het boek terug te vinden) De hoofdpersonages: Vertel kort iets over de belangrijkste hoofdfiguren. Vaak komen er in een verhaal heel veel verschillende mensen voor. Toch zijn er vaak maar twee of drie die echt de belangrijkste zijn. Schrijf kort iets over deze personen op. Denk niet alleen aan het uiterlijk, maar zeker ook aan karaktereigenschappen. Is iemand aardig, ondeugend, snel boos te krijgen, gemeen, achterbaks, eerlijk of misschien wel verlegen? Probeer kort iets over iedere hoofdpersoon op te schrijven.\ Perspectief: een verhaal wordt vanuit een bepaald perspectief beschreven. Er zijn drie verschillende perspectieven waarin een verhaal geschreven kan zijn: o o o Ik perspectief: de lezer ziet alles vanuit de ogen van het ikpersonage. Alles wordt beschreven vanuit een ik-figuur. Je krijgt haar/zijn gedachten en gevoelens te lezen. Hij perspectief: de lezer ziet alles vanuit de ogen van een hij- of zij-figuur. Alles wordt beschreven vanuit de hij-/zij-figuur. Je krijgt haar/zijn gedachten en gevoelens te lezen. Alwetende verteller: een alwetende verteller vertelt het verhaal. Hij staat boven het verhaal en speelt zelf niet mee in het verhaal. Je krijgt de gevoelens en gedachten van alle personages van het verhaal te horen. Samenvatting: In ieder boek gebeurt iets. Als dat niet zo is dan heb je wel een heel saai boek gelezen. Probeer een korte samenvatting te geven van het boek. Beschrijf dus in het kort waar het verhaal over gaat. Hoe begint het verhaal? Welk probleem komt in het verhaal aan de orde? Hoe eindigt het verhaal? Verdeel je samenvatting ook in drie stukken: het begin, het middenstuk en het einde. Probeer deze samenvatting niet langer te maken dan 2 bladzijdes en minimaal 1 A4tje. (De letters mogen niet groter zijn dan lettergrootte 14) Wanneer speelt het verhaal zich af? Soms staat dit letterlijk in het boek, maar misschien wordt het niet 4
duidelijk verteld. Als de hoofdpersoon bijvoorbeeld in een kasteel woont, dan speelt het verhaal zich rond de Middeleeuwen af. Verhalen kunnen zich afspelen in alle tijden. Dus ook nu of in de toekomst. Waar speelt het verhaal zich af? Ook dit kan letterlijk in het boek staan. Bijvoorbeeld bij Harry Potter speelt het verhaal zich af in Engeland, op de school Zweinstein. Maar misschien is het niet zo duidelijk waar of in welke stad het verhaal zich afspeelt. Probeer dan te bedenken wat jij logisch vindt. Informatie over de schrijver: Schrijver word je natuurlijk niet zomaar. Elke schrijver is ooit begonnen, misschien als kind, misschien pas later. Op internet kun je een hoop informatie vinden over de schrijver van jouw boek; naam, leeftijd, hoeveel boeken hij heeft geschreven? Verzamel zoveel mogelijk informatie en schrijf daarna de belangrijkste informatie op. Probeer om ook dit zoveel mogelijk in eigen woorden te doen. Jouw eigen mening: Je hebt het boek gelezen, en je hebt een mening over het boek. Vertel nu eens wat je van het boek vindt en geef ook duidelijk aan waarom je dat vindt! Fout: Ik vind het boek niet leuk, omdat het saai is. Goed: Ik vind het boek niet leuk, het is namelijk saai. Er gebeurt namelijk erg weinig in. Er zit ook weinig spanning in. Fout: Ik vind het boek leuk, want het is erg leuk geschreven. Goed: Ik vind het boek leuk, ik kon me goed inleven in de personages. Er zat af en toe ook leuke humor in. De inhoud van je boekverslag is nu prima in orde. Maar misschien kun je het nog opleuken met plaatjes. Op internet zijn vast plaatjes van het boek te vinden. Ga bijvoorbeeld met Google op zoek naar leuke afbeeldingen. TIP! Ouders mogen helpen, maar het moet wel jouw boekverslag worden! 5
Stap 5: Boekbespreking Je boekverslag is nu af, maar je mag het ook gaan presenteren aan de klas. In je verslag heb je natuurlijk heel veel informatie staan, maar dat kun je lang niet allemaal aan de klas gaan vertellen. Pak het boek wat je hebt gelezen en waar je een boekverslag van hebt gemaakt en zet de volgende dingen voor jezelf op papier. Dit moet namelijk allemaal in je bespreking naar voren komen. Zet je naam op de lijst bij de datum waarop je jouw boekbespreking wilt houden. De boekbesprekingen zijn in februari en maart. Op de dag dat je jouw boekbespreking houdt, lever je ook het verslag in. Let op de volgende punten: 1. Laat het boek aan de leerlingen zien, de kaft en misschien wat plaatjes. 2. Wat is de titel van het boek? 3. Wie is de schrijver en vertel er iets over (TIP: zoek op Internet of in de bibliotheek). 4. Wie heeft de tekeningen gemaakt? 5. Hoeveel bladzijdes en hoofdstukken heeft het boek? 6. Wat zijn de belangrijkste personen, de hoofdrolspelers? Vertel er kort iets over. 7. Daarna vertel je in het kort waar het boek over gaat. Probeer dit zoveel mogelijk uit je hoofd te doen. Je mag wat kernwoorden opschrijven en tijdens je bespreking erbij houden. 8. Lees een stukje (2 blz.) uit het boek voor. Kies hiervoor een belangrijk stukje, spannend, zielig of heel grappig. 9. Leg uit aan de klas wat je van het boek vond en waarom. Als laatste mag je 3 vragen aan de klas stellen, om te kijken of ze goed hebben opgelet! 6