Waar vind je tandwielen? Tandwielen worden in heel wat gebruiksvoorwerpen gebruikt. Spoor de leerlingen aan om op zoek te gaan naar de functie van de tandwielen; onderzoek de werking van de toestellen. Laat hen verwoorden hoe een tandwiel beweging overbrengt en op welke manier tandwielen het comfort van de mens kunnen vergroten. Doelen De leerlingen kennen verschillende voorwerpen waarin tandwielen gebruikt worden. De leerlingen kunnen met een voorbeeld uitleggen hoe tandwielen beweging overbrengen en/of versnellen. De leerlingen kunnen een voorbeeld geven hoe tandwielen het leven van mensen vergemakkelijken. De leerlingen kunnen zeggen uit welke materialen een tandwiel vaak gemaakt is. Referenties VVKBaO OVSG GO ET 06.01.02; 06.04.01; 06.04.02; 06.04.03; 06.04.04; 06.05.03; 06.06.04; 06.10.03; 06.17.00 WO-TEC-01.04; WO-TEC-01.10; WO-TEC-01.11; WO-TEC-01.16; WO-TEC-01.17; WO-TEC-01.18; WO-TEC-01.21; WO-TEC-03.02; WO-NAT-04.16 3.3.1.5; 3.3.2.4; 3.3.5.1; 3.3.2.6; 3.3.2.9; 3.3.2.17 2.1; 2.2; 2.4; 2.5; 2.6; 2.17 Timing 50 min. Materiaal voor de leerlingen voor de hele klas voor de demonstratietafel een fi etsbel een slazwierder een kurkentrekker een mixer eventueel: een handboor Thema s Deze techniekactiviteit kan aan bod komen bij een thema over de fi ets; gezonde voeding: Welke keukentoestellen bevatten tandwielen?;... 23
Instap Verzamel in je klas zoveel mogelijk voorwerpen die tandwielen hebben op de demonstratietafel. Gebruik voor de voorwerpen die je niet in de klas hebt de afbeelding uit het leerwerkboek. Laat de kinderen met de voorwerpen experimenteren. Bespreek met de leerlingen zeker de onderstaande vragen: Wat hebben de voorwerpen gemeenschappelijk? (tandwielen) Uit welke materialen is het voorwerp gemaakt? (uit metaal, uit kunststof...) Hoe zitten de delen aan elkaar vast? (geschroefd, gelijmd, geklemd...) Waarvoor dient dit (onder)deel? Hoe gebruik je het voorwerp? (door te draaien, te trekken, te duwen ) Hoe zie je dat het voorwerp al gebruikt is? (krasjes, deuken...) Hoe zie je dat het voorwerp nog niet gebruikt is? (ongeopende verpakking, geen krasjes...) Wat moet je doen opdat je het voorwerp zou kunnen blijven gebruiken? (Je moet alles goed onderhouden en de tandwielen op tijd smeren.) Waarmee onderhoud je het? (met olie, geregeld reinigen met een doek...) Welke voordelen heeft een tandwiel? (Het tandwiel verhoogt het comfort van de mens, het versnelt de actie, je moet minder kracht uitoefenen ) Leskern STAP 1 Kruis de voorwerpen aan waarvan je in de klas een voorbeeld hebt. STAP 2 Bij stap 2 zie je twee cirkels. Gebruik ze om van de binnenste cirkel een tandwiel te maken. Wijs de leerlingen erop dat de tanden van een tandwiel allemaal even groot zijn. Laat hen hun eigen tekening van een tandwiel kritisch bekijken en evalueren. Hebben de tanden van jouw tandwiel wel allemaal dezelfde vorm en grootte? Duid aan in je leerwerkboek. STAP 3 Ook fi etsen hebben tandwielen. Laten we dat eens van naderbij bekijken. Ga met de leerlingen naar de fi etsenstalling of breng een racefi ets mee naar de klas of speelplaats. Laat hen proefondervindelijk vaststellen waarvan tandwielen gemaakt worden. Waar zie je tandwielen aan de fi ets? (Bij een racefi ets zie je tandwielen aan het achterwiel en aan de trappers.) Hoe zien die tandwielen eruit? Waarvan zijn ze gemaakt? (uit metaal) Zijn alle tandwielen even groot? (Het tandwiel aan de trappers is groter dan de tandwielen aan het achterwiel.) Zijn de tanden van de tandwielen altijd even groot? (ja) Hoe is het tandwiel aan de trappers verbonden met de tandwielen achteraan? (met een ketting) Hoe onderhoud je het best die tandwielen? (door ze regelmatig een smeerbeurt te geven) Laat de leerlingen na het leergesprek hun leerwerkboek verder aanvullen. TIP Bekijk de werking van de tandwielen van een fi ets via www.techniekonderwijs.be. 24
STAP 1 STAP 2 STAP 3 uit metaal met een ketting groen 25 groen rood groen
STAP 4 Laat twee leerlingen het achterwiel van een fi ets omhoog tillen. Een derde leerling draait aan de trappers. Wat zie je? Hoe wordt de beweging van de trappers overgebracht naar het achterwiel? (Ik beweeg de trappers. Het voorste tandwiel draait rond. De ketting brengt de beweging over op het achterste tandwiel. Het achterste tandwiel draait rond. Het achterwiel beweegt.) STAP 5 Laat de leerlingen vertellen hoe ze hun fi ets onderhouden. Poets je regelmatig je fi ets? Hoe vaak? Hoe poets je je fi ets? Moet je dan iets speciaals doen met de tandwielen en de fi etsketting? Hoe onderhoud je die onderdelen het best? (door regelmatig de ketting schoon te maken met een droge doek, de ketting te ontvetten, de ketting te smeren met speciale kettingolie, de ketting te vervangen als ze versleten is...) STAP 6 Hier is een overgang nodig. Laat de leerlingen de foto s rustig bekijken. Wat zie je? Wat herken je? De middelste foto zullen ze het snelst herkennen als een slazwierder. Kun je met de andere voorwerpen ook sla drogen? (ja) Wat zou jij gebruiken? Kruis die foto aan. Waarom kies je voor die oplossing? Wat is een voordeel aan het voorwerp dat je gekozen hebt? (bv. Het is gemakkelijk schoon te maken, het kost weinig geld, het gaat het vlugst, je kunt het voor meerdere zaken gebruiken, het water wordt opgevangen...) Wat is een nadeel aan het voorwerp dat je gekozen hebt? (bv. Het kan gemakkelijk stuk gaan, het water wordt niet opgevangen, je kunt het enkel buiten gebruiken (zoniet wordt de keuken nat), het gaat trager...) Wat is de snelste manier om de sla te drogen? (de slazwierder op de tweede foto gebruiken) STAP 7 Hoe denk je dat mensen vroeger hun sla droogden? Welk voorwerp bij oefening 6 werd het eerst gebruikt? (foto 1) Nummer de prenten in de juiste volgorde. STAP 8 Bestudeer samen met de leerlingen de bewegingsoverdracht bij een slazwierder. Laat een leerling voordoen hoe je de slazwierder gebruikt. Als je in de klas beschikt over een model met tandwielen en over een model met een touwtje, ga dan dieper in op het verschil tussen beide. Wat vind je binnenin de slazwierder op de tweede foto? (tandwielen) Waarvoor dienen de tandwielen? (Ze versnellen de beweging van de handen.) Wat gebeurt er als je de slazwierder gebruikt? Hoe wordt de beweging overgebracht? (Ik draai aan het handvat. De tandwielen versnellen mijn beweging. Het mandje binnenin draait rond.) Hoe werkt het andere model slazwierder? (met een touwtje) Wat gebeurt er als je dit model gebruikt? Hoe wordt de beweging overgebracht? (Ik trek aan het touwtje. Het deksel draait rond en daardoor ook het mandje binnenin.) 26
STAP 4 STAP 5 3 4 5 2 1 STAP 6 Regelmatig de ketting schoonmaken met een droge doek, de ketting ontvetten, de ketting smeren met speciale kettingolie, de ketting vervangen als ze versleten is... 1 3 2 De slazwierder op foto 2 gebruiken. STAP 7 STAP 8 Ik draai aan het handvat. De tandwielen versnellen mijn beweging. Het mandje binnenin draait rond. 27
Slot Wijs de leerlingen op het doelenkader onderaan in de les. Het kader vertaalt kennis, vaardigheden, inzichten en attitudes op leerlingenmaat. Je kunt nagaan of de leerlingen de essentie van de les vatten door een aantal vragen te stellen. Welke voorwerpen maken gebruik van tandwielen? (een fiets, een slazwierder...) Leg aan de hand van een voorbeeld uit hoe een tandwiel beweging overbrengt en/of versnelt. Geef een voorbeeld van hoe een tandwiel ons leven vergemakkelijkt. Waarvan wordt een tandwiel gemaakt? Sluit af met een korte evaluatie. Vond je het een leuke les? Vond je het moeilijk? Heb je alles goed begrepen? Wat hebben we precies geleerd in deze les? Notities 28