Perspectief 3 e editie 3 / 4 VMBO Project Doorgeven 0. Start In dit project ga je aan de slag met verschillende manieren en vormen van doorgeven. Wat heb je zelf van huis uit meegekregen? En wat mogen volgende generaties nooit vergeten? Dat werk je uit in dit project. Dit project bestaat uit zes opdrachten. Deze opdrachten en de taken die daarbij horen gaan jullie in de projectgroep verdelen. Doe dat op de volgende manier: Lees samen de opdrachten door. Verdeel de opdrachten. Leg jullie afspraken vast in het Plan van Aanpak (zie bijlage 1). Nu kunnen jullie starten 1. Familie Van je familie krijg je van alles en nog wat mee: wat is belangrijk in het leven? Hoe vier je feest en welke feesten vier je? Hoe ziet je familie eruit en wat deel je met elkaar? Voor deze opdracht werk je samen. Kies iemand uit die je niet zo goed kent. Interview elkaar over het gezin waar je in opgroeit. Probeer zo veel mogelijk te weten te komen over de achtergronden van de ander. Denk daarbij aan de volgende vragen: - Hoe ziet je familie eruit? Wie wonen er bij jou in huis en welke familie komt vaak op bezoek? - Wat zijn bij jou thuis belangrijke feestdagen en hoe vier je die? - Kun je vertellen wat je ouders of verzorgers belangrijk vinden in het leven? - Maak vervolgens een stripverhaal over je klasgenoot. Geef daarin aan wat je leuk vindt aan zijn achtergrond en wat je erg anders vindt. 2. Generatie Z Voor de generatie die nu opgroeit de generatie Z genoemd heeft de digitale wereld weinig geheimen. Deze opdracht maak je met z n vieren. - Zoek op internet naar informatie over deze generatie. Wat is er anders aan de generatie Z dan aan generatie Y? - Herkennen jullie jezelf hierin? Horen jullie bij de generatie Z? - Laat in een filmpje zien wat jullie tot échte generatie Z-mensen maakt. Vergelijk jezelf in het filmpje met twee mensen die ongeveer twintig jaar ouder zijn. Wat doen jullie anders?
- Overleg met elkaar van te voren wat je wilt laten zien in het filmpje en hoe je de verschillen zo duidelijk mogelijk naar voren brengt. 3. Normen en waarden Normen zijn leefregels die mensen hebben. Bijvoorbeeld: je mag niet doden. Of: je mag niet stelen. Waarden gaan nog wat dieper. Waarden hebben te maken met wat je belangrijk vindt in het leven. Met je idealen en wat je voor jezelf als doel ziet van je leven. Bijvoorbeeld vrijheid, of gelijkheid, of eerlijkheid. Iedereen heeft bepaalde normen en waarden. Ouders vinden het belangrijk om hun waarden door te geven aan hun kinderen. Maar ook je school geeft bepaalde waarden door. Deze opdracht maak je met z n vieren. - Zoek uit welke waarden bij jou op school belangrijk zijn. - Interview de directeur, je mentor en de conciërge. Wat doen zij om de waarden van de school uit te dragen? Lukt dat ook? - Interview vier leerlingen uit een andere klas. Leg uit wat de waarden van de school zijn. Vinden zij dat die waarden worden nageleefd? Wanneer wel en wanneer niet? Zou het ook beter kunnen? Maak een verslag van je interviews waarin je aangeeft wat de waarden van de school zijn, hoe die waargemaakt worden en wat er beter zou kunnen. 4. Godsdienstige feesten Godsdiensten kennen veel tradities die zij door willen geven aan volgende generaties. Ze doen dit bijvoorbeeld door het vieren van feesten. Daarbij hoort vaak speciaal eten, speciale gewoonten en bijzondere verhalen. Deze opdracht maak je met z n vieren. Kies één van de volgende religieuze feesten: -Ramadan en Suikerfeest -Pesach of Poeriem -Veertigdagen tijd en Pasen Zoek uit waarom dit gevierd wordt en op welke manier mensen dit vieren. Wanneer is het feest? Wat wordt er herdacht? Welke verhalen horen erbij? Is er ook speciaal eten? Maak hierover een presentatie voor de klas. 5. Heilig boek Voor christenen is de Bijbel een belangrijke bron om de traditie door te geven. In de Bijbel staan de verhalen over God en mensen. Eerst werden de verhalen doorverteld. Later zijn ze opgeschreven. Tegenwoordig zijn er allerlei verschillende Bijbels te koop: speciaal voor kinderen, een Bijbel in gewone taal, een Bijbel in straattaal
- Ga naar de bibliotheek en bekijk daar de Bijbels. - Maak een foto van de voorkant van elke Bijbel. - Bekijk waarin de Bijbels van elkaar verschillen: staan overal dezelfde verhalen in? - Lees in drie verschillende Bijbels het verhaal van de ark van Noach (de zondvloed), Genesis 6:5 9:7). Wat zijn de grootste verschillen? Hoe zou dat komen, denk je? Maak van je onderzoek een presentatie voor de klas. 6. Heilig voor mij Waarschijnlijk heb je iets (of een paar dingen) die heel belangrijk voor je zijn. De vulpen van je oma, de knuffel die je als kind kreeg, een bijzonder boek, of een liedje dat veel waarde heeft voor jou. Het gaat er niet om het veel geld waard is, of niet. Het gaat om de gevoelswaarde de betekenis die het voor jou heeft. Dit is iets dat heilig is voor jou en dat je later weer door zal geven aan iemand die belangrijk voor je is. Deze opdracht maak je alleen. - Maak een foto van het voorwerp dat heilig is voor jou. - Maak van een (schoenen)doos een persoonlijke schatkist. Versier de binnenkant en de buitenkant op zo n manier dat je kunt zien dat er iets belangrijks in zit. - Plak je foto aan de binnenkant van de deksel. - Kies een tekst die je mooi vindt en schrijf die op de buitenkant. - Bedenk wat je nog meer in deze schatkist wilt bewaren. - Schrijf op waarom al deze voorwerpen belangrijk voor je zijn en van wie je ze gekregen hebt. - Schrijf ook op aan wie je de schatkist later door wilt geven en waarom. 7. Afsluiting Sluit het project af met een presentatie in de klas. Laat tijdens de presentatie zien hoe jullie je opdracht hebben aangepakt, hoe de taken zijn verdeeld en wat het resultaat is geworden. Benoem ook welke nieuwe dingen jullie geleerd hebben tijdens dit project. Het project sluiten jullie als groep af met een presentatie voor de klas. Tijdens deze presentatie presenteren jullie per opdracht jullie eindproduct. Ook vertellen jullie wat je geleerd hebt. Maar niet alleen het eindresultaat is belangrijk. Ook de weg daar naartoe. Tijdens de presentatie vertellen jullie hoe de opdrachten zijn verdeeld en hoe de samenwerking geweest is. Vooraf hebben jullie de taken verdeeld en afspraken gemaakt. Jullie hebben een Plan van Aanpak opgesteld. Geef in het Plan van Aanpak aan
of de taken zijn uitgevoerd zoals afgesproken was. Vul ook het evaluatieformulier in (zie bijlage 2).
Bijlage 1: Plan van Aanpak Opdracht Wie? Wat is het eindproduct? Wanneer is het af? Na afloop: Hoe is het gegaan? Opdracht 1 Opdracht 2 Opdracht 3 Opdracht 4 Opdracht 5 Opdracht 6 Opdracht 7
Bijlage 2 Evaluatieformulier Eigenschap Goed Af en toe Slecht Luisterden jullie Luisteren naar elkaar Werden afspraken en taken goed Verantwoordelijkheid uitgevoerd? Werden plannen of ideeen ook serieus Initiatief genomen? Kreeg iedereen genoeg ruimte om iets te zeggen of te Ruimte doen? Was iedereen even Respect belangrijk? Waardeerden jullie elkaar en werd dit ook tegen elkaar Waardering gezegd?