Summary / Samenvatting in het Nederlands



Vergelijkbare documenten
Samenvatting (Dutch summary)

De doelgroepdefinitie VVE in de nieuwe GOAB-periode

The Effectiveness of Community Schools: Evidence from the Netherlands

Conclusie. Over de relatie tussen laaggeletterdheid en armoede. Ingrid Christoffels, Pieter Baay (ecbo) Ineke Bijlsma, Mark Levels (ROA)

Ontwikkeling van kinderen en relatie met kwaliteit van voorschoolse instellingen

Loont VVE? Paul Leseman

The Only Way is Up - Risk Factors, Protective Factors and Compensation in Dyslexia. S. van Viersen

Cerebrale parese en de overgang naar de adolescentie. Beloop van het functioneren, zelfwaardering en kwaliteit van leven.

Samenvatting. (Summary in Dutch)

Kindermishandeling: Prevalentie. Psychopathologie

NEDERLANDSE SAMENVATTING

Participation in leisure activities of children and adolescents with physical disabilities Maureen Bult

Cover Page. Author: Netten, Anouk Title: The link between hearing loss, language, and social functioning in childhood Issue Date:

Nederlandse Samenvatting

Family matters. The role of parental and family-related psychosocial factors in childhood dental caries D. Duijster

Researchcentrum voor Onderwijs en Arbeidsmarkt (ROA), Maastricht University

TWEEDETAALVERWERVING EN NT2-DIDACTIEK

nederlandse samenvatting Dutch summary

Lokaal Educatieve Agenda Breda samenvatting

Samenvatting. Psychische gezondheid en urbanisatie

SAMENVATTING SAMENVATTING

Samenvatting. Opvoeding en thuis omgeving als aangrijpingspunten in de preventie van overgewicht bij kinderen: resultaten van de ChecKid studie

het laagste niveau van psychologisch functioneren direct voordat de eerste bestraling begint. Zowel angstgevoelens als depressieve symptomen en

Samenvatting R1 R2 R3 R4 R5 R6 R7 R8 R9

sine limite voor ieder kind

De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus EA DEN HAAG

De Akkers. Kwaliteitsonderzoek. vroegschoolse educatie

Resultaatafspraken voor VVE in gemeente Westvoorne

DE ALMELOSE VOORSCHOOLSE SCHAKELGROEP

Samenvatting Beloop van beperkingen in activiteiten bij oudere patiënten met artrose van heup of knie

Nederlandse samenvatting

Samenvatting (Summary in Dutch) Het Belang van Leeftijdsgenoten: Sociale Problemen in de Kleuterklas en de Ontwikkeling van Psychische Problemen

Het Almeerse basisonderwijs

Een onderzoek naar visuele en verbale denkvoorkeuren en vaardigheden bij leerlingen van groep 6 en 7

Opgave 3 Een nieuwe klassenmaatschappij?

Kenmerk ontheffing in de Bijstands Uitkeringen Statistiek 2009 Versie 2

Samenvatting Zoeken naar en leren begrijpen van speciale woorden Herkenning en de interpretatie van metaforen door schoolkinderen


Nederlandse samenvatting

Schoolondersteuningsprofiel: is onze school de passende plek voor uw kind?

Beleidsnotitie Aanbod voor peuters Gemeente Buren

Hoofdstuk 1 is de algemene inleiding van dit proefschrift. Samenvattend, depressie is een veelvoorkomende stoornis met een grote impact op zowel het

Inhoud VOORWOORD 11 INLEIDING 13 DEEL 1 HANDLEIDING 15 1 OPBOUW HANDLEIDING 17

Samenvatting / Dutch summary

Proefschrift Girigori.qxp_Layout 1 10/21/15 9:11 PM Page 129 S u m m a r y in Dutch Summary 129

Samenvatting (Summary in Dutch)

Betekenis van vaderschap

De ontwikkeling van begrijpend lezen: bronnen van succes en falen. Paul van den Broek

De overgang po vo. Hoe bepalen wat een leerling kan? Trudie Schils Universiteit Maastricht

Prevention of cognitive decline

Samenvatting (Summary in Dutch)

Onderwijs. Hoofdstuk Inleiding

Cover Page. The handle holds various files of this Leiden University dissertation.


Sociale kracht in Houten Burgerpeiling 2014

Invloed van IT uitbesteding op bedrijfsvoering & IT aansluiting

In de afgelopen decennia heeft ongehuwd samenwonen overal in Europa. toegenomen populariteit van het ongehuwd samenwonen is onderdeel van

Fetal Origins of Socioeconomic Inequalities. in Early Childhood Health. The Generation R Study. Lindsay Marisia Silva SAMENVATTING

Samenvatting: Summary in Dutch

Taalresultaten Giessenlanden. Toetsresultaten basisscholen en

Het LOVS rekenen-wiskunde van het Cito

Omgevingsanalyse ter beoordeling van het taalaanbod in het Nederlands. Bestemd voor professionals werkzaam in de jeugdgezondheidszorg.

Kinderen in Nederland - Bijlage B Respons, representativiteit en weging

Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus EA DEN HAAG

DIALECT EN TAALVERWERVING

SAMENVATTING. Het onderzoek binnen deze thesis bespreekt twee onderwerpen. Het eerste onderwerp, dat

NEDERLANDSE SAMENVATTING

Informal Interpreting in Dutch General Practice. R. Zendedel

Hoofdstuk 4 Hoofdstuk 5

het psychisch functioneren van de ouder, de tevredenheid van de ouders met de (huwelijks)relatie en de gezinscommunicatie. Een beter functioneren van

Dutch summary (Samenvatting van hoofdstukken)

FinQ Monitor van financieel bewustzijn en financiële vaardigheden van Nederlanders. Auteurs Jorn Lingsma Lisa Jager

opgesteld die in de volgende hoofdstukken worden beantwoord.

Het LOVS rekenen-wiskunde van het Cito

Onder- en overadvisering in beeld 2006/ /2009 Gemeente Helmond

Samenvatting. Mensen creëren hun eigen, soms illusionaire, visie over henzelf en de wereld

Nederlandse samenvatting. (summary in Dutch)

Inleiding. Familiale kwetsbaarheid en geslacht. Samenvatting

RAPPORT VAN BEVINDINGEN ONDERZOEK IN HET KADER VAN VOOR- EN VROEGSCHOOLSE EDUCATIE. ELMO - Kinderopvang

S a m e n v a t t i n g 149. Samenvatting

Dutch summary. Nederlandse samenvatting

Kenniskring Entree van zorg

Bilingualism and Cognition: The Acquisition of Frisian and Dutch Mw. E. Bosma

Transcriptie:

Summary / Samenvatting in het Nederlands

176 S

Summary Samenvatting in het Nederlands 177 Inleiding Al decennia lang wordt het platteland van Noordoost-Nederland in verband gebracht met onderwijsachterstanden. Gedurende deze periode is in diverse studies getracht deze achterstanden in kaart te brengen en hiervoor verklaringen te vinden. Deze studies hebben als gemeenschappelijk kenmerk dat de onderwijsachterstanden in verband wordt gebracht met de sociaaleconomische en culturele achtergronden van de gezinnen in deze regio. Vanuit de veronderstelling dat in Noordoost-Nederland veel kinderen op het platteland op de basisschool beginnen met een achterstand in de Nederlandse taal en dat deze achterstanden hardnekkig zijn, is de afgelopen tien jaar door zowel landelijke als regionale overheden veel geïnvesteerd in projecten die als doel hadden deze kinderen met een betere startpositie aan de basisschool te laten beginnen. Toch wijzen niet alle cijfers richting de veronderstelling dat jonge kinderen in Noordoost-Nederland, gemiddeld genomen, met een taalachterstand de basisschool binnenkomen en deze achterstand nauwelijks inlopen. Ondanks dat kinderen in Noordoost-Nederland bij voortduring geassocieerd worden met taalachterstanden en ondanks dat het onderwijsbeleid de afgelopen decennia gericht is op de bestrijding van onderwijsachterstanden in Noordoost- Nederland, zijn er weinig regio-specifieke cijfers voorhanden over de grootte van de groep kinderen met een mogelijke taalachterstand en de mate van achterstand van deze groep. Achtergronden van taalachterstanden Om zicht te krijgen op de achtergronden van de veronderstelde taalachterstanden in Noordoost-Nederland, is het niet alleen van belang om te kijken naar de sociaaleconomische en culturele achtergronden van de gezinnen, maar ook om structurele en culturele kenmerken van de regio, waar deze gezinnen deel van uitmaken, erbij te betrekken. Diverse studies over onderwijsachterstanden in het algemeen en achterstanden op het platteland in het bijzonder, hebben een aantal factoren opgeleverd, waarvan wordt verondersteld dat deze direct, dan wel indirect, een belangrijke bijdrage leveren aan de taalontwikkeling van jonge kinderen. Deze factoren zijn voor de regio Noordoost-Nederland nog nooit in samenhang onderzocht. In de eerste plaats zijn dat structurele kenmerken van de regio. Noordoost- Nederland, een regio met ongeveer een miljoen inwoners, is van oorsprong agrarisch georiënteerd. De economische ontwikkeling is geringer dan elders in het land, hetgeen van invloed is op het gemiddelde inkomen en de werkloosheidscijfers. De economische activiteiten betreffen, in vergelijking met andere regio s, meer beroepen waarvoor een lagere op middelbare opleiding vereist is. Het percentage hoger opgeleiden is hierdoor ondervertegenwoordigd in deze regio.

178 S Een tweede belangrijke factor betreft de voorzieningen in de regio. Net als in andere plattelandsregio s zijn de voorzieningen, als gevolg van de krimp, op het noordelijke platteland onder druk komen te staan. Het platteland, dat oorspronkelijk bestond uit zgn. autonome dorpen, waarbij het merendeel van de inwoners afhankelijk was van de voorzieningen van het dorp, ontwikkelde zich onder invloed van toenemende mobiliteit tot een regio met zgn. woondorpen. De inwoners van deze dorpen zijn minder afhankelijk van het dorp en hebben hun sociale netwerk niet alleen in het dorp, maar vooral ook elders. Wat de voorzieningen op het platteland betreft, blijkt het aantal leerlingen op scholen af te nemen en niet zelden moeten scholen sluiten. Als gevolg van economische neergang moeten veel winkels hun economische activiteiten staken en ook culturele voorzieningen staan onder druk. Een derde factor betreft de sociaaleconomische en culturele factoren binnen het gezin. Een eerste factor die van invloed wordt geacht op de taalontwikkeling van kinderen betreft het opleidingsniveau van de ouders. Meer proximale factoren van culturele aard betreffen de opvattingen van ouders ten aanzien van opvoeding en onderwijs en de verwachtingen ten aanzien van de schoolprestaties van hun kinderen. Een andere proximale factor betreft de manier waarop ouders hun kinderen inleiden in de wereld van geletterdheid, de zgn. informele educatie. Informele educatie heeft betrekking op zowel de hoeveelheid taal die het kind krijgt aangeboden, alsmede de kwaliteit van dat taalaanbod. Interacties tussen ouders en kinderen verschillen bijvoorbeeld in de complexiteit van het taalgebruik, de mate van abstractie van de gespreksonderwerpen en de gerichtheid op het verkrijgen van informatie. Dit proefschrift De focus in dit proefschrift is gericht op de verschillen in taalontwikkeling tussen jonge kinderen in Noordoost-Nederland. Het eerste doel is om na te gaan of kinderen aan het begin van de basisschool in deze regio op het gebied van taal een achterstand hebben, in vergelijking met hun leeftijdsgenootjes elders in het land en in vergelijking met landelijke normen. De tweede doelstelling van deze studie is om inzicht te krijgen in het ontstaan van deze verschillen tussen kinderen in Noordoost-Nederland door zowel sociaaleconomische als culturele factoren, waarvan verwacht wordt dat ze van invloed zijn op de taalontwikkeling, in samenhang te onderzoeken binnen deze regio. Om deze twee vragen te beantwoorden is gebruik gemaakt van gegevens uit drie studies. In Hoofdstuk 2 zijn gegevens gebruikt van kinderen in voorschoolse voorzieningen die meedoen aan de pre-cool studie. Pre-COOL is een landelijke studie naar de ontwikkelingseffecten van voor- en vroegschoolse opvang-, en educatievoorzieningen waarbij kinderen meerdere jaren worden gevolgd. De studies die worden weergegeven in Hoofdstuk 3 en Hoofdstuk 4 zijn uitgevoerd met data die speciaal voor dit proefschrift zijn verzameld bij 11 basisscholen in de regio Delfzijl. Voor de studie in Hoofdstuk 5 zijn, ook met het oog op dit proefschrift, dertien moeders uit deze regio geïnterviewd.

Summary Samenvatting in het Nederlands Verschillen in woordenschat en grammaticale vaardigheden tussen peuters In het eerste onderzoek, zoals dat is weergegeven in Hoofdstuk 2, is de taalontwikkeling van twee- en driejarige peuters in Noordoost-Nederland vergeleken met de taalontwikkeling van hun leeftijdsgenootjes in de landelijke vergelijkingsgroep. Hierbij is gekeken naar de passieve woordenschat en grammaticale vaardigheden van de peuters. We veronderstelden dat in Noordoost-Nederland, een regio waarin laag- en middelbaar opgeleiden oververtegenwoordigd zijn, kinderen lagere scores op beide vaardigheden zouden hebben dan in de landelijke vergelijkingsgroep. In de steekproef bleken hoger opgeleiden enigszins oververtegenwoordigd en lager opgeleiden ietwat ondervertegenwoordigd. Om een valide vergelijking te kunnen maken tussen de kinderen in Noordoost-Nederland en de kinderen in de vergelijkingsgroep, is de steekproef met behulp Random Sampling with Replacement overeenkomstig de verdeling van de urbanisatiegraad per gemeente geherstructureerd. In tegenstelling tot onze verwachtingen bleek dat de peuters in Noordoost-Nederland, gemiddeld genomen, beter presteerden op woordenschat en grammaticale vaardigheden dan hun leeftijdsgenootjes elders in het land. Op tweejarige leeftijd was het verschil alleen significant voor woordenschat, waarbij sprake was van een klein effect. Op driejarige leeftijd, echter, was het verschil significant voor zowel woordenschat als grammaticale vaardigheden. Wederom was er sprake van een klein effect. Vervolgens schatten we de unieke bijdrage van het opleidingsniveau van moeder op beide taalvaardigheden, door gebruik te maken van Structural Equation Modeling (SEM). De resultaten lieten een klein, maar significant effect zien van de opleiding van moeder op de woordenschatvaardigheid op driejarige leeftijd, boven op het grote effect dat de woordenschatvaardigheid op tweejarige leeftijd had. De opleiding van moeder had geen additioneel effect op de grammaticale vaardigheden van driejarige peuters. Uit de resultaten van een multi-group-analyse bleek tenslotte dat er geen differentieel effect was van de regio bij het voorspellen van de woordenschat en grammaticale vaardigheden van de peuters vanuit de opleiding van moeder. 179 Verschillen in de ontwikkeling van taalvaardigheden bij kleuters In het tweede onderzoek, dat is weergegeven in Hoofdstuk 3, zijn eerst de sociaaleconomische en culturele factoren, die van belang geacht worden voor de taalontwikkeling van jonge kinderen in Noordoost-Groningen, beschreven. In lijn met resultaten uit Hoofdstuk 2, bleek ook in deze studie bijna de helft van de ouders middelbaar opgeleid te zijn. Naast de sociaaleconomische factoren is ook onderzocht of de geletterdheid van ouders, als culturele factor, als recreatief dan wel informatief kan worden gekenschetst. De resultaten lieten zien dat gemiddeld genomen, ouders in deze steekproef boeken en tijdschriften overwegend voor recreatieve doeleinden gebruiken. Bovendien lieten correlationele analyses zien dat de functies van het taalgebruik thuis sterk gerelateerd was aan de functies van taal op het werk. Anders gezegd: ouders die banen hebben waarbij veelvuldig gebruik gemaakt wordt van schrift, gebruiken taal thuis meer voor informatieve doeleinden.

180 S Vervolgens richtten we ons op de taalprestaties van de leerlingen. De resultaten lieten zien, dat, in tegenstelling tot onze verwachtingen, de kinderen in groep 1 op het gebied van de woordenschat, op een niveau presteerden dat overeen kwam met het landelijk gemiddelde. De resultaten van de kinderen op dit domein in groep 2 en 3 bevestigden deze uitkomst. Verdere analyse van de gestandaardiseerde scores lieten zien dat meer dan een derde van de kinderen scores hadden die dusdanig ver onder het gemiddelde lagen, dat van een achterstand gesproken kan worden. Wat betreft de actieve woordenschat, lieten de kinderen in groep 2 en 3 weliswaar een groei zien, maar bleef het gemiddelde onder dat van het landelijk gemiddelde. Significante verschillen tussen twee subgroepen in codegerelateerde vaardigheden, die als voorlopers gezien kunnen worden van het technisch lezen, waren verdwenen op het moment dat de kinderen in groep 3 eenmaal met technisch lezen begonnen waren. De kinderen lazen in groep 3 op het niveau van het landelijk gemiddelde. Aanvankelijke significante verschillen in groep 1 tussen de woordenschatscores van beide groepen bleven in groep 3 echter wel significant. Het tweede doel van deze studie was om te onderzoeken of vanuit de mate van informatief taalgebruik van de ouders in groep 1, de taalprestaties van de kinderen in groep 3 voorspeld kunnen worden, ook als daarbij gecontroleerd wordt voor de cognitieve mogelijkheden van de kinderen en eerdere taalprestaties. De resultaten van de SEM-analyses lieten zien dat het effect van informatieve geletterdheid gedurende de eerste twee schooljaren alleen significant is voor codegerelateerde vaardigheden. In groep 3 echter bleef het effect op codegerelateerde vaardigheden bescheiden, terwijl op de mondelinge taalvaardigheden een substantieel en significant effect werd gevonden. Hieruit bleek dat het effect van informatieve geletterdheid over de jaren selectief van aard te zijn. Achtergronden van de verschillen in taalvaardigheid bij kleuters Naast de functies van geletterdheid als culturele factor waarvan verondersteld wordt dat deze bijdraagt aan de taalontwikkeling van jonge kinderen, is in Hoofdstuk 4 ook de invloed onderzocht van de opvattingen die ouders hebben ten aanzien van opvoeding en onderwijs, hun verwachtingen ten aanzien van de schoolprestaties van hun kinderen en aspecten van informele educatie. Het doel van deze studie was om de gezamenlijke bijdrage van deze omgevingsfactoren te onderzoeken aan de taalontwikkeling van jonge kinderen in het eerste jaar van de basisschool in Noordoost-Groningen. Toetsing van het theoretische model liet een mediatie-effect zien van informatieve geletterdheid van ouders tussen het opleidingsniveau van moeder en de opvattingen en verwachtingen van ouders. Tevens lieten de analyses zien dat opvattingen en verwachtingen het effect medieerde van informatieve geletterdheid van ouders met de taalprestaties van de kinderen. Tenslotte lieten de resultaten zien dat opvattingen de relatie medieerde tussen informatieve geletterdheid en aspecten van informele educatie. Tegen onze verwachting in, bleken aspecten van informele educatie niet te mediëren tussen achtergrondkenmerken van ouders en taalprestaties.

Summary Samenvatting in het Nederlands Opvattingen en verwachtingen van moeders van jonge kinderen in Noordoost- Groningen De studie in Hoofdstuk 4 liet het effect van opvattingen en verwachtingen op de taalprestaties van jonge kinderen zien, maar gaf geen inzicht in de daadwerkelijke opvattingen en verwachtingen van de moeders in Noordoost-Groningen. Daarom had de studie, die weergegeven is in Hoofdstuk 5, als doel om de opvattingen ten aanzien van opvoeding en onderwijs en de verwachtingen te aanzien van de schoolprestaties van hun kinderen te expliciteren. Analyses van interviews met dertien moeders leverden uiteindelijk vier profielen op, op basis van twee ordeningsprincipes. Het eerste ordeningsprincipe betreft de manier waarop de moeders aangeven om te gaan met taal en geletterdheid. Hierin worden twee uitersten onderscheiden. Tegenover een schooloriented culture, waarin onder meer decontextueel taalgebruik en gerichtheid op nieuwe informatie wordt verstaan, wordt een home oriented culture onderscheiden. Taal wordt hierbij overwegend gebruikt voor praktische en recreatieve doeleinden en gaat veelal over onderwerpen binnen het hier-en-nu. Het tweede continuüm geeft de mate aan waarin de moeders de opvoeding voortzetten die zij zelf genoten hebben, toen ze jong waren. De analyses bevestigen eerdere resultaten dat opvattingen en verwachtingen van ouders sterk verband houden met sociaaleconomische en culturele achtergrondfactoren, zoals het opleidingsniveau, het hebben van betaald werk, aspecten van informele educatie en de mate van informatief taalgebruik. Moeders met een rurale en collectivistische leefstijl, die lager of middelbaar opgeleid zijn, over het algemeen geen betaald werk hebben, en hun netwerk overwegend in de directe omgeving hebben, hebben lagere verwachtingen van hun kinderen dan moeders die van oorsprong uit een (klein) stedelijke omgeving komen, en een meer individualistische leefstijl hebben. Een andere bijzonder bevinding was dat moeders, die opgegroeid zijn in kleine dorpen, beschikken over zowel de kennis als de vaardigheden om overeenkomstig school-oriented waarden te handelen, maar aangezien deze niet bij hun leefstijl passen, handelen ze niet dienovereenkomstig. 181 Conclusies De resultaten van deze dissertatie leiden tot een aantal conclusies. Een eerste conclusie is dat er, gemiddeld genomen, geen sprake is van taalachterstanden in Noordoost- Nederland. Het alom vertrouwde beeld dat kinderen in deze regio met een taalachterstand aan de basisschool beginnen, zou daarom bijgesteld moeten worden. Tegelijkertijd dient daarbij wel aangegeven te worden dat er aanwijzingen zijn dat een relatief grote groep kinderen wél taalachterstanden heeft. Dat impliceert dat er ook een relatief grote groep kinderen is die het gemiddeld tot goed doet. Deze zogenaamde bimodale verdeling sluit aan bij recente sociologische en demografische analyses betreffende de ontwikkeling van het platteland in Noordoost-Nederland en die een toenemende tweedeling laten zien tussen lager opgeleiden en hoger opgeleiden. De tweede conclusie biedt evidentie voor deze aanname: gebleken is namelijk dat de relatie tussen sociaaleconomische factoren,

182 S zoals opleidingsniveau en het hebben van betaald werk en de taalprestaties van de kinderen gemedieerd wordt door culturele factoren, zoals de wijze van geletterdheid, aspecten van informele educatie, opvattingen ten aanzien van opvoeding en onderwijs en de verwachtingen van ouders met betrekking tot de schoolprestaties. Omdat uit deze analyse blijkt dat naast gezinsfactoren ook structurele kenmerken van de regio een rol spelen, zou de aanpak van de verschillen tussen de taalprestaties van kinderen multidisciplinair moeten zijn. Implicaties Uit dit proefschrift komt een aantal praktische implicaties naar voren. De eerste heeft betrekking op de opvoedingsondersteuning. De resultaten in hoofdstuk 4 en hoofdstuk 5 lieten de nauwe relatie zien tussen sociaaleconomische en culturele achtergrondkenmerken van ouders met taalprestaties van de kinderen. Deze resultaten ondersteunen de stelling dat opvoedingsondersteuning zich niet alleen moet richten op de geletterde omgeving thuis, maar ook de sociaaleconomische situatie van ouders moet verbeteren. Hierbij wordt gepleit dat ouders opleidingen volgen en van daaruit aan het werk gaan. Deze aanpak sluit aan bij programma s in het Verenigd Koninkrijk, de zogenaamde Family Learning programma s, waarbij men zich richt op het kind (door een gericht curriculum op school), op de ouder als opvoeder (via opvoedingsondersteuning) en op de ouder al leerder (via volwasseneducatie). De Integrale kindvoorzieningen, die de afgelopen jaren op het platteland geïnitieerd zijn, zouden een dergelijke aanpak kunnen implementeren. Samenwerking tussen onderwijs en opvang, opvoedingsondersteuning en volwasseneducatie is daarvoor noodzakelijk. Een tweede aanbeveling is om eventuele taalachterstanden vroegtijdig vast te stellen. Daarbij gaat het niet slechts om het vaststellen van de achterstanden bij kinderen, maar vooral ook om vroegtijdig een indruk te krijgen van de taalomgeving van de kinderen. Momenteel wordt daarvoor in veel gemeentes de zogenaamde omgevingsanalyse gehanteerd (Postma, 2009). Deze dient echter in veel gevallen alleen voor indicering en heeft vooral tot doel om vast te stellen hoeveel kinderen tot de VVE-doelgroep behoren, in verband met de toewijzing van middelen. Het verdient aanbeveling deze lijst uit te breiden, opdat deze niet alleen voor identificatie gebruikt wordt, maar ook door professionals gehanteerd kan worden om hiermee vroegtijdig met ouders in gesprek te komen over hun opvattingen, verwachtingen en activiteiten met betrekking tot de geletterdheid. Deze studie bevat theorieën en voorbeelden om tot een uitbreiding van dit instrument te komen.