1 Techniek. 1.1 Inleiding



Vergelijkbare documenten
Voorwoord 1. Auteurs en leescommissie 3

HOOFDSTUK 3: RÖNTGENBEOORDELING

X-thorax onderbelicht op IC. Mediastinum en Longen. Vraagstelling: X-thorax geeft patiënt betere zorg, want:

Veterinaire röntgentechniek

Longfoto (RX thorax) Informatiebrochure

Röntgenstraling. Medische beeldvorming

p a t i ë n t e n i n f o r m a t i e 2

Veterinaire röntgentechniek

Pijnbehandeling door de anesthesioloog. Operatie met doorlichting op OK.

De beoordeling van de standaardfoto van de thorax. Dr. E. Geusens. E. Geusens UZ. Gasthuisberg - radiologie

Diffractie door helix structuren (Totaal aantal punten: 10)

Gesloten vragen Functionele Anatomie II

Fysiotherapie en ademhaling

Mobiliserende oefeningen voor thuis

De antwoorden op de opdrachten E-Learning VAN WIT EN ZWART. Opdracht 1. A = M. tensor fasciae lata B = lig. capitis femoris

De beoordeling van de standaardfoto van de thorax. Dr. E. Geusens. E. Geusens UZ. Gasthuisberg - radiologie

Informatie over straling bij het maken van röntgenfoto s en CT scans

23-Oct-14. 6) Waardoor wordt hyperextensie van het kniegewricht vooral beperkt? A) Banden B) Bot C) Menisci D) Spieren

Cysto-Urethrografie (bij kinderen) retrograad

Schouder katrol Instructies en oefeningen

Verdiepingsmodule. Vaardigheid schouderonderzoek. Schoudersklachten: Vaardigheid schouderonderzoek. 1. Toelichting. 2. Doel, doelgroep en tijdsduur

Voorbeeldvragen module D : opleiding radioprotectie voorjaar 2015

SEO. Beelden op te slaan voor SEO protocol 2.0

Krans Anesthesie Beoordeling RX thorax Anesthesiologische aandachtspunten. Dr. G. De Winter Dr. E. Claes - Dr. G. Wellens

CT Thorax CF met spirometer

1. Fotobewerking met Aviary

Onderzoek op de afdeling Nucleaire Geneeskunde

Mammografie. Fysische kant van de insteltechniek. Fysische Groep LRCB, Nijmegen

Bronvermelding:

Ademhaling. Yoga Oefeningen

Rode Kruis ziekenhuis. Patiënteninformatie. Thoraxdrain. rkz.nl

Maandthema januari 2015: Donkere dagen voor en na kerstmis. Als het maar met sfeer licht te maken heeft.

Fotografie: van opname tot archivering deel 1. Bruno Vandermeulen

Stralingsbelasting in de neonatologie in België

7 supertips over SCHERPTE & DIEPTE. voor natuurfoto s met een WOW-factor. Fotograferen in de natuur.nl. Toine Westen

Versus, Tijdschrift voor Fysiotherapie, 7e jrg 1989, no. 4 (pp )

Theorie-examen Anatomie 13 januari 2006.

Diagnostiek aan de schoudergordel. Model orthopedische geneeskunde ( James Cyriax) (Dos winkel)

1 Extreme scherptediepte onderwerp: Geschikt bij dichte vegetaties en ook bij volle zon. Leukst is als er fraaie bladeren of insecten of andere

The clinical efficacy of chest computed tomography in trauma patients

Practicum Stralingsbescherming op deskundigheidsniveau 5R

Onderwijzen van het opgelegd schieten

I. B E W E G I G E E A S S E S T E L S E L S

Versus Tijdschrift voor Fysiotherapie,19e jrg 2001, no.6 (pp )

Macrofotografie Wanneer is Macro Macro? Hulpmiddelen: Opdracht: Onderwerp Tip

De trap op of aflopen: Probeer uw lichaam rechtop te houden en niet voorover te kantelen.

LOODSCHORTEN: BELEID INZAKE STRALINGSBESCHERMING. Peter Immesoete Vinçotte Controlatom

1 Nek losmaken. Oefentherapie voor de schouder Pagina 1 van 5

handleiding Mirra Handleiding Mirra HM Ergonomics

Leest hij eerst de eerste kolom van boven naar beneden, dan de tweede enzovoorts, dan hoor je

Sensormonitoring rapportage Handleiding

Instructies en oefeningen voor het gebruik van de Schouder Stretcher

Cursus Fotografie Les 2. Nu aan de slag

START WISKUNDE-ESTAFETTE RU 2007 Je hebt 60 minuten voor 20 opgaven. Het totaal aantal te behalen punten is 600.

SCHERPTEDIEPTE EN EXPOAPERTURE 2

Peri-operatieve fysiotherapie. ademhalingsoefeningen en bewegingsactiviteiten

RX orthopantomogram (OPG) Informatiebrochure

Een röntgenfoto; is dat gevaarlijk?

LONGSCINTIGRAFIE FRANCISCUS VLIETLAND

Lichamelijk onderzoek

eventuele biopten en poliepectomie. 352, Diagnostische endoscopie alleen van het sigmoïd met behulp van een flexibele endoscoop, MDL

KWALITEITSDOCUMENT MBB ER IN DE SCREENING

Chirurgie Oncologie Radiologie. Diagnostische onderzoeken bij een afwijking in de borst

Een ander veelvoorkomend probleem is dat foto s niet altijd even mooi van kleur zijn. Ook deze foto s kunt u aanpassen.

Handleiding Optiekset met bank

Mijn baby heeft een voorkeurshouding... Wat nu?

Belichting corrigeren

Doorliggen voorkomen. Een handleiding voor cliënten en hun verzorgers

Gewondenvervoer. A&G eerste hulp opleidingen 2

Wat is de som van de getallen binnen een cirkel? Geef alle mogelijke sommen!

Nucleaire Geneeskunde. Wat is Nucleaire Geneeskunde

Waar kijkt de radioloog naar op het mammogram? Ruud Pijnappel

CLUBAVOND 2 MAART 2010 Photoshop Elements 7 tips

Mamma diagnostiek: Een paar dilemma s in de spreekkamer

Eenvoudige bovenbeen spieroefeningen

Afdeling revalidatie. De wervelfractuur

Onderstaande werkwijze geldt zeker voor mensen die een spiegelreflex camera hebben maar is ook van toepassing op de meeste compact camera s.

Radiologie Röntgenafdeling. Patiënteninformatie. CT-scan. Computer Tomografie. Slingeland Ziekenhuis

inh oud 1. Inleiding 3 2. Kijken en zien 4 3. Proefjes 4. Hoogte, breedte en diepte 5. Gefopt door licht en donker 6. Gefopt door schuine lijnen

Figuur 1: gekleurde pixels op een digitale sensor

Demonstratie objectfotografie. Charles Strijd

Oefenbundel Einde. Opwarming beweeglijkheidsoefeningen en stretching 1. RUGLIG. Richtlijnen bij het verderzetten en onderhoud van uw rugprogramma

Revalidatie cervicale wervelzuil Informatiebrochure patiënten Informatiebrochure patiënten

Inspectie, anatomische structuren en palpatie liggend

BIJLAGE SHOWDANSEN EFDO-TSR

Afdeling Radiologie. Algemene folder

Krachtoefeningen bij hartrevalidatie

DEEL II: HET ONDERSTE LIDMAAT (vervolg)

Spieractivatiepatronen tijdens fitness oefeningen op de Carving Pro. Maastricht University: Pieter Oomen (MSc) Hans Savelberg (PhD)

Digitale fotografie onder water

Deel 1. Wat is HDR fotografie?.

3. Foto s verbeteren. In dit hoofdstuk leert u hoe u:

Transcriptie:

1 Techniek 1.1 Inleiding Röntgenstralen zijn in 1895 ontdekt door Wilhelm Conrad Röntgen, een Duits fysicus. Deze stralen doordringen het lichaam, maar door verschil in samenstelling van de weefsels is de absorptie dan wel penetratie niet uniform. Het verschil in absorptie creëert het röntgenbeeld. Zo absorberen de longen slechts weinig straling (zwart op de film of detector) en bot veel (wit op de film of detector). Vet, vocht en weke delen absorberen meer röntgenstralen dan lucht, maar minder dan bot, en zijn daarom grijs. De meeste longafwijkingen resulteren in een afname van de hoeveelheid lucht, waardoor deze te herkennen zijn aan een hogere densiteit (witter) binnen de relatief zwarte long. Een witte/wittere structuur wordt dens of (radi)opaak genoemd, en een donkere hypodens of (radio)lucent. Vanaf de tijd waarin Röntgen leefde tot enkele jaren geleden werd het ontstane beeld vastgelegd op film. In Nederland wordt nu bijna overal gewerkt met digitale apparatuur, waarbij het beeld vanaf een detector wordt uitgelezen en vervolgens wordt opgeslagen in het PACS ( Picture Archiving and Communication System ). Als de directe röntgenbundel weefsel raakt, ontstaat tevens secundaire straling, die zich in alle richtingen verspreidt. Als deze zogeheten strooistraling uiteindelijk de detector bereikt, veroorzaakt dit ruis, wat resulteert in een wazig en verwrongen beeld. Door het gebruik van een strooistralenrooster (ook wel het Bucky-rooster genoemd) bereikt minder strooistraling de detector. Dit rooster is zo ontworpen dat het alleen de directe bundel doorlaat, waardoor de kwaliteit van het uiteindelijke beeld verbetert. De stralingsdosis van de thoraxfoto is zeer beperkt (ongeveer 0,08 msv (millisievert)) en slechts een fractie van de jaarlijkse achtergronddosis (in Nederland ongeveer 2,2 msv). Omdat sommige effecten van straling cumulatief zijn, moet röntgenstraling alleen gebruikt worden als daarvoor een indicatie bestaat. Zeker bij kinderen, adolescenten en mensen in de reproductieve leeftijd moet daarom kritisch naar het gebruik van röntgenstralen gekeken worden.

6 De thoraxfoto 1.2 Conventionele thoraxfoto De thoraxfoto is een van de meest uitgevoerde onderzoeken op een radiologieafdeling. De standaard frontale thoraxfoto wordt in staande positie achter-voorwaarts (dus posteroanterior oftewel PA) gemaakt, waarbij de röntgenstralenbundel dus van achter naar voren gaat. Vrijwel altijd wordt dit onderzoek aangevuld met een dwarse (of laterale) opname. Bij zieke patiënten die niet kunnen staan, wordt het onderzoek zittend of liggend uitgevoerd, maar dan voor-achterwaarts (anteroposterior oftewel AP). Een laterale foto is in deze situatie niet mogelijk. In principe worden alle thoraxfoto s gemaakt bij volle inspiratie. Op een technisch goede opname zijn de beide longen volledig afgebeeld, zowel in craniocaudale richting als links-rechts (PA en AP) of voor-achter (lateraal). Tegenwoordig worden thoraxfoto s gemaakt met een hoog kilovoltage techniek (120-140 kvp), waardoor de benige structuren minder dens zijn en de longvelden beter beoordeelbaar. Bij een juiste belichting zijn de tussenwervelruimten op een PA-foto door het mediastinum heen te onderscheiden. Een juiste belichting is belangrijk, want bij onderbelichting is er het risico dat normale vasculaire structuren overschat worden en bij overbelichting kunnen longafwijkingen verdwijnen door overpenetratie. Met de huidige digitale systemen is dit gelukkig een minder frequent probleem geworden. Anderszins schuilt er in de digitale systemen, waarmee instellingen achteraf aangepast kunnen worden, een risico. Door beeldmanipulatie kan een foto die vroeger duidelijk mislukt was, verbeterd zijn. Daardoor zal een slechte digitale opname, die maar spaarzaam diagnostische informatie bevat, goed lijken terwijl hij dat niet is. Dat maakt het extra belangrijk op de technische kwaliteitsindicatoren te letten. De PA- en AP-opname worden zo bekeken dat de patiënt u aankijkt ; dat wil zeggen, dat rechts op de foto in werkelijkheid de linkerzijde van de patiënt is. 1.3 Meest gebruikte projecties In deze paragraaf worden de meest gebruikte projecties nader toegelicht. Posteroanterior (PA) De patiënt wordt in staande houding met de borst tegen het wandstatief met daarin een detector geplaatst. Met de armen omgrijpt de patiënt het statief, zodat de scapulae wegdraaien naar de zijkant van de thorax. De horizontale bundel komt vanaf dorsaal met een afstand van ongeveer 1,80 meter tussen röntgenbuis (= focus) en detector. Omdat de bundel divergeert (uitwaaiert), wordt dat wat dicht bij de detector ligt minder vergroot en scherper dan iets wat zich verder van de detector bevindt; zo kan op de PA-opname een goede indruk worden verkregen van bijvoorbeeld de grootte van het ventraal in de thorax gelegen hart.

1 Techniek 7 inspiratie: negen à tien ribben aan de dorsale zijde of vijf à zes ribben aan de ventrale zijde (fig. 1.1). Hierbij geldt dat tellen aan de dorsale zijde vaak gemakkelijker is; rotatie: wervelkolom in het midden, met een gelijke afstand van de mediale clavicula-uiteinden tot de processus spinosi (fig. 1.2); angulatie: mediale clavicula-uiteinde over vierde dorsale rib (fig. 1.1). Figuur 1.1 Inspiratiestand en angulatie. De dorsale zijde (D) en de ventrale zijde (V) van de ribben zijn genummerd; mediale clavicula (MC). 1D 2D 3D 4D 1V 5D 2V 6D 7D 3V 8D 4V 9D 5V 10D 6V 7V MC

8 De thoraxfoto Figuur 1.2 Rotatie.De processus spinosi hebben een vrijwel identieke afstand tot het linker en rechter mediale claviculauiteinde. Lateraal De patiënt wordt in staande houding met de linkerzij tegen de detector geplaatst en de armen worden geheven. Net als bij de PA-opname geldt dat er rekening moet worden gehouden met de divergentie van de stralenbundel en het vergrotende effect hiervan. Om ook op de laterale opname een zo goed mogelijke indruk van de hartgrootte te krijgen, wordt de patiënt met de linkerzijde tegen de detector geplaatst. inspiratie : niet goed te beoordelen. Overigens zal bij hyperinflatie de normale bolling van de diafragmata verdwijnen (of zelfs omkeren); rotatie : geen ribben voor het sternum. De rechter hemithorax, inclusief de ribben, wordt door de divergerende bundel groter geprojecteerd dan de linker, en zal dus op de foto de meest linkse zijn. Anteroposterior (AP) De patiënt bevindt zich direct voor de detector in zittende, halfzittende of liggende positie in stoel of bed. In deze situatie mist het strooistralenrooster. Omdat dit onderzoek vaak noodgedwongen met mobiele (minder krachtige, lager kvp) apparatuur wordt gemaakt en met een korte focus-detector afstand, is het resultaat van dit onderzoek kwalitatief minder dan de PA-opname (verkregen beeld is minder scherp). De kortere afstand focus-detector geeft een hogere vergrotingsfactor, zeker voor het ventraal in de thorax gelegen hart. Meestal lukt het niet om de scapulae buiten de longvelden te draaien. rotatie : wervelkolom in het midden, met een gelijke afstand van de mediale clavicula-uiteinden tot de processus spinosi. angulatie : mediale clavicula-uiteinde over vierde tot vijfde dorsale rib.

1 Techniek 9 1.4 Overwegingen Wanneer een thoraxfoto technisch niet optimaal is, wordt naar de diagnostische kwaliteit gekeken voordat deze opnieuw wordt gemaakt. Hierbij dient aan twee zaken te worden gedacht: 1 het ALARA -principe ( As Low As Reasonbly Achievable ) met betrekking tot de stralingsdosis; 2 artsen behandelen patiënten en geen radiologische beelden. Vaak zal een technisch mindere opname prima geschikt zijn voor de oplossing van het klinische probleem, en hoeft een kwalitatief mindere opname dus niet altijd opnieuw te worden gemaakt.