INTERPRETATIE VAN HET LEERLINGRAPPORT

Vergelijkbare documenten
Primair en speciaal onderwijs Cito Volgsysteem. Interpretatie van het leerlingrapport 2014 Groep 8

Handscoring Eindtoets Basisonderwijs 2009

Handscoring Eindtoets Basisonderwijs 2010

Officiële uitgave van het Koninkrijk der Nederlanden sinds 1814.

Handreiking resultaat van eindtoetsen basisonderwijs

Margit van Aalst (CvTE) Iris Verbruggen (Cito) Overzicht presentatie. verantwoordelijkheden van het cvte

Van Citotoets naar brugklas en door naar diploma

Overstap van basisonderwijs naar voortgezet onderwijs. Rotterdamse plaatsingswijzer Schooljaar

Aanvullende analyse Terugblik en resultaten 2013

TERUGBLIK 2015 RESULTATEN CENTRALE EINDTOETS Centrale Eindtoets primair onderwijs

Overstap van basisonderwijs naar voortgezet onderwijs. Rotterdamse plaatsingswijzer Schooljaar

De Centrale Eindtoets in het basisonderwijs. Regionale bijeenkomst PO-Raad 5 november 2015

dia Informatie voor ouders

Informatie voor ouders

Informatie voor ouders

Eindtoets op twee niveaus Nieuw

Eindtoets Basisonderwijs (Citotoets)

Informatie voor ouders

Beleid Schooladvies. Irene Verbeet Directeur

Toelichting rapportages Entreetoets 2014

DE centrale. informatie voor scholen. Staatsexamens Centrale eindtoets Nederlands VO primair onderwijs DE CENTRALE EINDTOETS PO IN

De Centrale Eindtoets anno nu en in de toekomst. Margit van Aalst (CvTE) Iris Verbruggen (Stichting Cito)

Onder- en overadvisering in beeld 2006/ /2009 Gemeente Helmond

Procedure schoolverlaten

Resultaten eindtoets

Kiezen na de basisschool

BROCHURE. adaptievedigitaleeindtoets

Controle voorlopige gegevens eindtoets en schooladvies

Resultaten eindtoets

TERUGBLIK 2016 RESULTATEN CENTRALE EINDTOETS Centrale Eindtoets primair onderwijs

toetsresultaten vmbo en mbo in de regio Den Haag oktober 2011

Resultaten eindtoets

Taalresultaten Giessenlanden. Toetsresultaten basisscholen en

HANDREIKING Advieswijzer voor plaatsing in het voortgezet onderwijs

OPBRENGSTENKAART 2015 ALGEMENE TOELICHTING

Groep 8: Informatiebrief

Richtlijnen plaatsing voortgezet onderwijs

ROUTE 8 is een digitale, adaptieve eindtoets die in 2 à 3 klokuren via internet wordt afgenomen. 2

DE CENTRALE EINDTOETS IN 2016

De aanmelding en plaatsing V.O. Hoogeveen september 2014

Advieswijzer voor plaatsing in het voortgezet onderwijs

CBS De Akker Protocol Schoolkeuze Voortgezet Onderwijs groep 8

dia Informatie voor ouders

Leerlingenprognose Flevoland

Uitleg van de figuren PO 1

TERUGBLIK 2017 RESULTATEN CENTRALE EINDTOETS Centrale Eindtoets primair onderwijs

Artikelen. Citotoets en de overgang van basisonderwijs naar voortgezet onderwijs

Toelatingsprocedure PO en VO Velsen

Plaatsingswijzer. Versie mjp 1

Toelatingsprocedure PO en VO Velsen

Adviseer het Van Lodenstein College als ouders van harte achter de identiteit van deze school staan.

de centrale eindtoets 2016 informatie voor ouders Rapportage en schooladvies Uitleg van het leerlingrapport

Doorstroom naar voortgezet onderwijs

Povo. Ouderbrochure POVO. Uitleg voor ouders over de overstap van de basisschool naar het voortgezet onderwijs

de centrale eindtoets 2015 informatie voor ouders Rapportage en schooladvies Uitleg van het leerlingrapport

Toelichting bij applicatie "betekenis geven aan cijfers"

de centrale eindtoets 2017 informatie voor ouders Rapportage en schooladvies Uitleg van het leerlingrapport

Beleid Schooladvies. Irene Verbeet Directeur

Procedure schooladvies

Protocol Advisering PO VO OBS De Straap

4 De validiteit van toetsscores. 4 De validiteit van toetsscores

Beleid Schooladvies. BS St. Trudo advies Directeur BS ST. TRUDO ADVIES 0

Beoordelingskader onderwijskundige en organisatorische aspecten andere eindtoetsen

Op weg naar het voortgezet onderwijs

Welkom op. Naar het voortgezet onderwijs

Hoofdstuk 2: De verschillende soorten onderwijsniveaus na de basisschool 3

NBS Boeimeer Jan Nieuwenhuijzenstraat RJ Breda

P.O. V.O. Protocol advisering. Primair Onderwijs - Voortgezet Onderwijs

Hoe goed is onze school? Wat is de betekenis van de berekening van de schoolprestaties van Trouw in 2007?

Informatie voor ouders groep 8 over: Overgang van PO naar VO

CvE-bijlage bij rapportage invoering centrale toetsing en examinering referentieniveaus Nederlandse taal en rekenen

5. Onderwijs en schoolkleur

Adviseer het Van Lodenstein College als ouders van harte achter de identiteit van deze school staan.

\hoe verder?? Wat is de voorbereiding? Een aantal spannende maanden tegemoet. Vanaf eind november starten we met het oefenen van Cito-toetsen

Leerlingenprognose Limburg

Toets 0 t/m 3. Voortgang in beeld. Advies en determinatie Volgen Kwaliteitsbewaking Indicatie op referentieniveaus

Resultaten eindtoets

specimen Cohortonderzoek onderwijsloopbanen (COOL 5-18 ) Retourrapportage Schooljaar 2013/2014 Leerjaar 3

Onderwerp Vooronderzoek en vrije afnames van diagnostische toetsen taal en rekenen Resultaten mbo. Kenmerk. Datum november 2009

Inhoudsopgave. Hoofdstuk 2: De verschillende soorten onderwijsniveaus na de basisschool 4

Groep 8 Het laatste jaar op de basisschool.. veel nieuwe zaken.. leren, leren.. en ook nog huiswerk..

Nieuwe afspraken over de overstap. 1. Basisschooladvies is leidend.! LVS-gegevens groep 6, 7 en 8 Werkhouding en gedrag Aanvullende gegevens

Eindtoets & Overgang PO-VO.

Beoordelingskader onderwijskundige en organisatorische aspecten andere eindtoetsen

Transcriptie:

INTERPRETATIE VAN HET LEERLINGRAPPORT BIJ DE CENTRALE EINDTOETS PO 2015 Centrale eindtoets primair onderwijs

2 Inhoud 1 De Centrale Eindtoets: een overzicht 3 1.1 Belangrijke kenmerken 3 1.2 Inhoud en samenstelling 3 1.3 Interpretatie standaardscore: Toelatings- en doorstroomonderzoek 4 2 Interpretatie van het leerlingrapport 5 2.1 Toelichting bij het eerste deel van het leerlingrapport 6 2.2 Toelichting bij het tweede deel van het leerlingrapport 6 2.3 Aanvullende gegevens 7 3 Het toelatings- en doorstroomonderzoek 2010-2013 op basis van de Eindtoets Basisonderwijs 10 Bijlage 1 Gegevens voor de interpretatie van de standaardscores 12 Bijlage 2 Doorstroom nader bepaald 28 Bijlage 3 Spreiding standaardscores per brugklastype 29 Bijlage 4 Plaatsing leerlingen in verschillende schooltypen 30 Bijlage 5 Van onderwijselementcode naar brugklastype 32

3 1 De Centrale Eindtoets: een overzicht 1.1 Belangrijke kenmerken Vanaf het schooljaar 2014-2015 is het voor alle leerlingen van groep 8 in het reguliere basisonderwijs verplicht om een eindtoets te maken. De overheid stelt hiervoor aan scholen de Centrale Eindtoets PO beschikbaar. Het College voor Toetsen en Examens (het CvTE) is verantwoordelijk voor de uitvoering van de Centrale Eindtoets. Deze wordt in samenwerking met Stichting Cito gemaakt en bouwt voort op de Eindtoets Basisonderwijs van Cito. Het doel van de Centrale Eindtoets is het geven van een objectief ondersteunend advies ( second opinion ) aan de school over de keuze van het best passende brugklastype voortgezet onderwijs. De Centrale Eindtoets meet wat een kind in acht jaar basisonderwijs geleerd heeft en zegt iets over de kansen op succes in de verschillende typen van het voortgezet onderwijs. De inhoud van de Centrale Eindtoets wordt met ingang van 2015 stapsgewijs afgestemd op de referentieniveaus taal en rekenen. De toets meet op de onderdelen lezen, taalverzorging en rekenen welk niveau de leerling heeft beheerst behaald ten opzichte van deze referentieniveaus. De Centrale Eindtoets is een objectieve momentopname bedoeld als ondersteuning van het eerder gegeven advies van de school. Als een leerling de Centrale Eindtoets beter maakt dan de basisschool gezien het schooladvies verwachtte, dan moet de basisschool het school advies heroverwegen. De basisschool is verantwoordelijk voor deze heroverweging, in overleg met de ouders/verzorgers. 1.2 Inhoud en samenstelling De Centrale Eindtoets bestaat uit twee verplichte onderdelen: Nederlandse taal en rekenen. Daarnaast kunnen scholen kiezen voor het afnemen van het onderdeel wereldoriëntatie. Dit onderdeel heeft geen invloed op het brugklasadvies. De toets omvat de volgende domeinen per onderdeel: Tabel 1 Inhoud van de Centrale Eindtoets 2015 Taal Rekenen Wereldoriëntatie lezen getallen ruimte (aardrijkskunde) woordenschat verhoudingen tijd (geschiedenis) schrijven meten en meetkunde natuur en techniek taalverzorging verbanden mens en samenleving

4 1.3 Interpretatie standaardscore: Toelatings- en doorstroomonderzoek De standaardscore vormt de basis voor de advisering van het best passende brugklastype voortgezet onderwijs. De standaardscore is een vertaling of omzetting van het totaal aantal goed op de onderdelen taal en rekenen. De standaardscore maakt het mogelijk de prestaties op de jaarlijks verschillende edities van de Centrale Eindtoets te vergelijken. De interpretatie van de standaardscore is mede gebaseerd op het zogenoemde toelatings- en doorstroomonderzoek (TDO) van de Centrale Eindtoets. De gegevens in deze brochure zijn het resultaat van het toelatings- en doorstroomonderzoek dat in de periode 2010-2013 heeft plaatsgevonden. Het gaat dan om leerlingen die in 2010 de Eindtoets Basisonderwijs van Cito hebben gemaakt. Vanzelfsprekend zijn op dit moment nog geen gegevens bekend van leerlingen die in 2015 de Centrale Eindtoets hebben gemaakt. Om gegevens over toelating en doorstroom van leerlingen te kunnen verzamelen, zijn de resultaten van de leerlingen die in 2010 aan de Eindtoets Basisonderwijs hebben deelgenomen gekoppeld aan bij het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) beschikbare gegevens over het voortgezet onderwijs. Door het uitvoeren van deze koppeling werden in het schooljaar 2010/2011 gegevens verkregen over de instroom van leerlingen in het eerste leerjaar voortgezet onderwijs. In de schooljaren 2011/2012 en 2012/2013 werden daar respectievelijk de gegevens over de doorstroom naar het tweede en derde leerjaar aan toegevoegd. Ook konden met behulp van de gegevens van al deze schooljaren eventuele doubleurs worden geïdentificeerd. De toelatings- en doorstroomgegevens die op de hierboven beschreven wijze zijn verzameld 1, worden gebruikt bij de interpretatie van de leerlingrapporten 2 van de leerlingen die in 2015 de Centrale Eindtoets maken. Op de precieze werkwijze van het toelatings- en doorstroomonderzoek komen we in hoofdstuk 3 nog terug. 1 De gegevens uit het toelatings- en doorstroomonderzoek van 2011 werden te laat ontvangen om gebruikt te worden voor de interpretatie van de leerlingrapporten. 2 Leerlingrapporten met als resultaat een toelichting voor het best passend vervolgonderwijs. Het leerlingrapport referentieniveaus valt buiten deze interpretatie.

5 2 Interpretatie van het leerlingrapport Het leerlingrapport bestaat uit twee delen. In het eerste deel gaat het om de rapportage van de scores. In het tweede deel om de betekenis van de standaardscore. Die wordt verbaal en grafisch uitgedrukt. Figuur 1 Voorbeeld leerlingrapport

6 2.1 Toelichting bij het eerste deel van het leerlingrapport Aantal opgaven In de rij Aantal opgaven staat uit hoeveel opgaven het betreffende onderdeel bestaat, gevolgd door het totaal aantal opgaven. Aantal goed In de rij Aantal goed staat per onderdeel hoeveel opgaven de leerling goed heeft beantwoord, gevolgd door het totaal aantal goed beantwoorde opgaven. Percentielscore In de rij Percentielscore staat welk percentage leerlingen landelijk gezien een even hoog of lager Aantal goed heeft behaald, per onderdeel en in totaal. Voorbeeld In de afbeelding van het leerlingrapport ziet u dat bij rekenen een Aantal goed van 43 overeenkomt met een percentielscore van 55. Dat betekent dat 55% van de leerlingen een Aantal goed van 43 of minder heeft gehaald. 45% van de leerlingen heeft dus 44 of meer vragen goed beantwoord. NB. De percentielscores in dit voorbeeld kunnen iets afwijken van de percentielscores in de echte rapportage. Standaardscore De standaardscore is berekend op basis van het totaal aantal goed op de onderdelen taal en rekenen. Door het werken met standaardscores zijn we in staat de resultaten van jaar tot jaar te vergelijken, ondanks (geringe) verschillen in moeilijkheid tussen de diverse jaargangen van de Centrale Eindtoets. Het onderdeel wereldoriëntatie telt niet mee in de berekening van de standaardscore. De standaardscore is een getal op een schaal van 501 tot en met 550.

7 2.2 Toelichting bij het tweede deel van het leerlingrapport In het tweede deel van het leerlingrapport gaat het om de vraag: wat kan de standaardscore betekenen voor de keuze van een brugklastype? Onder Toelichting geeft het rapport eerst in woorden aan welk brugklastype, gelet op de gegevens uit het toelatings- en doorstroomonderzoek, bij de behaalde standaardscore de best passende keuze is. De betekenis van de standaardscore geven we ook grafisch weer in de zogenoemde poppetjesgrafiek. De grafische weergave bestaat uit vier kolommen. In kolom 1 staan acht brugklastypen onder elkaar. In kolom 2 staat bij elk van die brugklastypen hoeveel procent van de leerlingen in dat brugklastype dezelfde standaardscore of een lagere standaardscore heeft dan de standaardscore die rechtsboven op het rapport vermeld wordt. In kolom 4 staat hoeveel procent van de leerlingen in dat brugklastype een hogere standaardscore heeft. De informatie in kolom 2 en 4 staat afgebeeld in kolom 3, de poppetjesgrafiek. Elk poppetje stelt 2 procent van de leerlingen voor (er zijn 50 poppetjes per regel) die tot het eerste jaar van het betreffende brugklastype is toegelaten. Het zwartgemaakte poppetje geeft, op basis van de behaalde standaardscore, aan wat de plaats is van de leerling te midden van alle leerlingen die tot het betreffende brugklastype zijn toegelaten. We lichten de grafische weergave in figuur 1 in het voorbeeld hieronder toe. Voorbeeld Leerling S. Feenstra (Sanne) heeft een standaardscore van 536. Zijzelf, haar leerkracht en haar ouders kunnen zien dat haar standaardscore in vergelijking met leerlingen die naar het brugklastype / gaan tamelijk laag is. 91 procent van de leerlingen in het brugklastype / heeft een dan Sanne. Sannes standaardscore is in vergelijking met leerlingen die naar de gaan erg hoog. Slechts 2 procent van de leerlingen in dit brugklastype heeft een dan Sanne. Sanne zal vermoedelijk in het brugklastype en het meest op haar plaats zijn. In dat brugklastype heeft 66 procent van de leerlingen een standaardscore van 536 of lager. Onderschatting en overschatting Naarmate het aantal poppetjes rechts van het zwarte poppetje groter is, is de kans op overschatting bij de keuze van de brugklas groter (het brugklastype is te moeilijk ). Andersom geldt: is het aantal poppetjes links van het zwarte poppetje groter, dan is de kans op onderschatting groter (het brugklastype is te gemakkelijk ). Als vuistregel kunt u aanhouden: van onderschatting is bijna zeker sprake als het zwarte poppetje in de poppetjeskolom in het gebied van 80 tot ligt; van overschatting is zeer waarschijnlijk sprake als het zwarte poppetje in het gebied van 0 tot 2 ligt.

8 2.3 Aanvullende gegevens Leerkrachten kunnen bij de interpretatie van het leerlingrapport gebruikmaken van bijlage 1. Die bijlage bevat aanvullende gegevens uit het toelatings- en doorstroomonderzoek. We lichten de informatie in bijlage 1 hieronder toe aan de hand van figuur 2. In figuur 2 drukken we de poppetjesgrafiek van het leerlingrapport van Sanne Feenstra nog eens af. Nu staan er in de poppetjeskolom naast zwarte ook grijs gearceerde poppetjes. De grijs gearceerde poppetjes geven aanvullende informatie. Figuur 2 Poppetjesgrafiek Standaardscore 536 met aanvullende gegevens (Standaardscore = 536 ) Op basis van de standaardscore komt het brugklastype en naar voren als het best passend voor deze leerling. Van de leerlingen die tot dit brugklastype worden toegelaten, heeft 66% eenzelfde of lagere standaardscore en 34% een hogere. zelfde 98% 2% 98% 2% en 86% 66% 14% 34% / 24% 76% 9% 91% 1% 99% Standaardscore 537 Op basis van de standaardscore komt het brugklastype naar voren als het best passend voor deze leerling. Van de leerlingen die tot dit Alle brugklastype poppetjes worden toegelaten, in een heeft rij 29% zijn eenzelfde grijs of gearceerd. lagere standaardscore en 71% een hogere. Als alle poppetjes in een rij gearceerd zijn, dan betekent dit dat er landelijk gezien minder dan zelfde 100 leerlingen zijn met de of lagere betreffende score standaardscore 2 4(in dit geval: 6 536) die 8 in dit brugklas- 10 type basisberoepsgerichte terecht zijn leerweg gekomen. Er zijn in heel Nederland dus minder dan 100 leerlingen met een standaardscore 536 naar het brugklastype gegaan. 99% 98% 2% Aan de linkerzijde is een deel van de poppetjes grijs gearceerd. 9 1 In de rijen waarin niet alle poppetjes grijs gearceerd zijn, kunt u helemaal links in de en 72% 28% poppetjeskolom een of meer poppetjes gearceerd aantreffen. Deze grijze poppetjes geven 29% 71% het percentage leerlingen (per grijs gearceerd poppetje 2 procent) aan dat na een jaar niet / 12% 88% bevorderd werd of dat werd overgeplaatst naar een lager brugklastype 2. 1% 99% 1% Standaardscore 538 Op basis van de standaardscore komt het brugklastype naar voren als het best passend voor deze leerling. Van de leerlingen die tot dit brugklastype worden toegelaten, heeft 41% eenzelfde of lagere standaardscore en 59% een hogere. zelfde 99% 1% 2 kaderberoepsgerichte In bijlage 2 lichten leerweg we toe wanneer we in het kader van het toelatings- en doorstroomonderzoek 99% 1% spreken van doorstroom naar een lager brugklastype en wanneer we spreken van doorstroom naar gemengde/theoretische een vergelijkbaar brugklastype. leerweg 93% 7% en 8 2 / 41% 59% 19% 81% 1% 99%

9 Voorbeeld We kijken tegen de achtergrond van figuur 2 naar de kansen van leerling S. Feenstra (Sanne) in het brugklastype. Uit deze figuur blijkt dat 36 procent van de leerlingen (18 gearceerde poppetjes) niet bevorderd werd naar het tweede leerjaar. Dat zijn weliswaar niet alleen leerlingen met een standaardscore van 536, maar de kans dat Sanne Feenstra met haar standaardscore tot de zittenblijvers zal behoren, is tamelijk groot. Wat is een goed advies op basis van de gegevens in figuur 2? Kies voor het brugklastype gemengde/theoretische leerweg en. Dan is de kans op onderschatting en overschatting het kleinst. De standaardscore biedt veel informatie over de kansen op toekomstig schoolsucces. Dat neemt niet weg dat bij de advisering van een brugklastype en bij beslissingen over de toelating ook andere gegevens van betekenis zijn. Ter onderstreping van deze opmerking verwijzen we naar bijlage 3. Daar presenteren we gegevens waaruit blijkt dat de onderscheiden brugklastypen elkaar overlappen als we letten op de standaardscores van de toegelaten leerlingen.

10 3 Het toelatings- en doorstroomonderzoek 2010-2013 op basis van de Eindtoets Basisonderwijs In dit hoofdstuk wordt het onderzoek beschreven naar de toelating en doorstroom van de leerlingen die in 2010 aan de Eindtoets Basisonderwijs deelnamen. Het gaat in totaal om 147.351 leerlingen. In september 2010 is aan alle scholen voor primair onderwijs toestemming gevraagd om de scores van leerlingen die in februari 2010 aan de Eindtoets Basisonderwijs deel hebben genomen te koppelen aan de bij het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) in de onderwijsbestanden beschikbare individuele gegevens over het voortgezet onderwijs. In het bestand van het CBS is voor elke leerling en elk leerjaar een zogenoemde onderwijselementcode (o.a. gebruikt voor de telling van leerlingen in het voortgezet onderwijs) opgenomen. Deze onderwijselementcode specificeert het onderwijstype waar de betreffende leerling aan deelneemt. Onderwijselementcode 0300 staat bijvoorbeeld voor Havo en wordt alleen in leerjaar 1, 2 en 3 gehanteerd. Vanaf leerjaar 4 wordt deze onderwijselementcode nader onderverdeeld. Onderwijselementcode 370 staat dan bijvoorbeeld voor Havo profiel natuur en techniek, terwijl onderwijselementcode 371 staat voor Havo profiel natuur en gezondheid. In bijlage 5 is gespecificeerd op welke wijze de onderwijselementcodes zijn samengenomen tot de brugklastypen voortgezet onderwijs die destijds in de advisering bij de Eindtoets Basisonderwijs werden gebruikt. In het najaar van 2013 zijn de gegevens van de leerlingen die in 2010 aan de Eindtoets Basisonderwijs deelnamen en voor wie de scholen toestemming gaven voor gegevensuitwisseling, gekoppeld aan de leerlinggegevens uit de onderwijsbestanden van het CBS. Uiteindelijk konden er 128.163 leerlingen gekoppeld worden (87,09% van het totaal aantal deelnemers aan de Eindtoets Basisonderwijs 2010). Van deze 128.163 zijn 25.238 leerlingen (19,7%) volgens de CBS-gegevens in het eerste leerjaar geplaatst in de brugklastypen overig vmbo, overig vmbo/avo en/of praktijkonderwijs. Omdat deze brugklastypen niet werden gebruikt in de advisering, zijn deze leerlingen niet meegenomen in de verdere analyses. In de poppetjesgrafiek op het leerlingrapport geven we weer welke positie een leerling zou innemen tussen zijn medeleerlingen in de verschillende brugklastypen. In de Toelichting op het leerlingrapport staat in woorden wat de standaardscore zegt over het best passende brugklastype en schooltype voor een leerling (zie hoofdstuk 2). In tabel 2 is per schooltype aangegeven wat het standaardscore-interval is dat noch op onderschatting noch op overschatting van de mogelijkheden van een leerling lijkt te wijzen. In de kolom EB 2007 is zichtbaar welk interval op basis van een eerder toelatings- en doorstroomonderzoek (naar de toelating en doorstroom van de leerlingen die in 2007 aan de Eindtoets Basisonderwijs deelnamen) het uitgangspunt voor de interpretatie van de standaardscore vormde. In de kolom EB 2010 is zichtbaar welk interval nu, op basis van het onderzoek naar de toelating en doorstroom van de leerlingen die in 2010 aan de Eindtoets Basisonderwijs deelnamen, het uitgangspunt voor de interpretatie van de standaardscore vormt. U ziet dat de resultaten van beide TDO s stabiel zijn. Uit tabel 2 kunt u opmaken dat een leerling met de standaardscore 520 het beste het schooltype kan kiezen

11 Tabel 2 Per schooltype het interval dat het uitgangspunt is voor de interpretatie van de standaardscore in het leerlingrapport Interval schaalscore Schooltype 501-523 Basisberoepsgerichte leerweg 524-528 Kaderberoepsgerichte leerweg 529-536 Gemengde / theoretische leerweg 537-544 Havo 545-550 Vwo In tabel 3 is per brugklastype aangegeven wat het standaardscore-interval is dat noch op onderschatting noch op overschatting van de mogelijkheden van een leerling lijkt te wijzen. In de kolom EB 2007 is zichtbaar welk interval op basis van een eerder toelatings- en doorstroomonderzoek (naar de toelating en doorstroom van de leerlingen die in 2007 aan de Eindtoets Basisonderwijs deelnamen) het uitgangspunt voor de interpretatie van de standaardscore vormde. In de kolom EB 2010 is zichtbaar welk interval nu, op basis van het onderzoek naar de toelating en doorstroom van de leerlingen die in 2010 aan de Eindtoets Basisonderwijs deelnamen, het uitgangspunt voor de interpretatie van de standaardscore vormt. Bij het derde en het vijfde brugklastype heeft een kleine verschuiving plaatsgevonden. Uit tabel 3 kunt u opmaken dat een leerling met de standaardscore 520 het beste kiezen voor het brugklastype of. Tabel 3 Per brugklastype het interval dat het uitgangspunt is voor de interpretatie van de standaardscore in het leerlingrapport Interval schaalscore Brugklastype 501-520 Basisberoepsgerichte leerweg 519-525 Basis- en 523-528 Kaderberoepsgerichte leerweg 529-533 Gemengde / theoretische leerweg 533-536 Gemengde / theoretische leerweg en 537-540 Havo 540-544 Havo / 545-550 Vwo De score op de Centrale Eindtoets geldt als een objectief tweede gegeven, een second opinion. Wanneer het vooraf gegeven schooladvies voor een brugklastype lager is dan het advies op basis van de score op de Centrale Eindtoets, dan moet de school het schooladvies heroverwegen. De school kan in overleg met de ouders/verzorgers dan besluiten het schooladvies van de leerling aan te passen (een hoger schooladvies te geven). Anderzijds kan de school ook (beargumenteerd) besluiten dat het schooladvies niet aangepast wordt. Wanneer het advies op basis van de toetsscore lager is dan het schooladvies mag het schooladvies niet aangepast worden door de school.

12 Bijlage 1 Gegevens voor de interpretatie van de standaardscores De leerlingrapporten met de standaardscores 501 tot en met 518 zijn niet in deze bijlage opgenomen, omdat ze allemaal hetzelfde beeld geven. Bij deze scores komt het brugklastype naar voren als het best passend voor deze leerling. Standaardscore 519 Op basis van de standaardscore komen de brugklastypen en naar voren als het best passend voor deze leerling. Van de leerlingen die tot het eerste brugklastype worden toegelaten, heeft 6 eenzelfde of lagere standaardscore en 4 een hogere. Voor het tweede type is dat 32% en 68%. zelfde 6 32% 4 68% 12% 88% en 2% 98% / Standaardscore 520 Op basis van de standaardscore komen de brugklastypen en naar voren als het best passend voor deze leerling. Van de leerlingen die tot het eerste brugklastype worden toegelaten, heeft 66% eenzelfde of lagere standaardscore en 34% een hogere. Voor het tweede type is dat 37% en 63%. zelfde 66% 37% 34% 63% 16% 84% en 2% 98% /

13 Standaardscore 521 Op basis van de standaardscore komt het brugklastype basis- en kaderberoepsgerichte leerweg naar voren als het best passend voor deze leerling. Van de leerlingen die tot dit brugklastype worden toegelaten, heeft 44% eenzelfde of lagere standaardscore en 56% een hogere. zelfde 72% 44% 28% 56% 21% 79% en 3% 1% 97% 99% / Standaardscore 522 Op basis van de standaardscore komt het brugklastype basis- en kaderberoepsgerichte leerweg naar voren als het best passend voor deze leerling. Van de leerlingen die tot dit brugklastype worden toegelaten, heeft 51% eenzelfde of lagere standaardscore en 49% een hogere. zelfde 78% 51% 22% 49% 26% 74% en 5% 1% 95% 99% /

14 Standaardscore 523 Op basis van de standaardscore komen de brugklastypen basis- en kaderberoepsgerichte leerweg en naar voren als het best passend voor deze leerling. Van de leerlingen die tot het eerste brugklastype worden toegelaten, heeft 55% eenzelfde of lagere standaardscore en 45% een hogere. Voor het tweede type is dat 31% en 69%. zelfde 81% 55% 19% 45% 31% 69% en 6% 2% 94% 98% / Standaardscore 524 Op basis van de standaardscore komen de brugklastypen basis- en kaderberoepsgerichte leerweg en naar voren als het best passend voor deze leerling. Van de leerlingen die tot het eerste brugklastype worden toegelaten, heeft 61% eenzelfde of lagere standaardscore en 39% een hogere. Voor het tweede type is dat 39% en 61%. zelfde 86% 61% 14% 39% 39% 61% en 8% 2% 92% 98% /

15 Standaardscore 525 Op basis van de standaardscore komen de brugklastypen basis- en kaderberoepsgerichte leerweg en naar voren als het best passend voor deze leerling. Van de leerlingen die tot het eerste brugklastype worden toegelaten, heeft 67% eenzelfde of lagere standaardscore en 33% een hogere. Voor het tweede type is dat 48% en 52%. zelfde 9 67% 1 33% 48% 52% en 12% 4% 88% 96% / Standaardscore 526 Op basis van de standaardscore komt het brugklastype naar voren als het best passend voor deze leerling. Van de leerlingen die tot dit brugklastype worden toegelaten, heeft 58% eenzelfde of lagere standaardscore en 42% een hogere. zelfde 92% 74% 8% 26% 58% 42% en 16% 5% 84% 95% / 1% 99%

16 Standaardscore 527 Op basis van de standaardscore komt het brugklastype naar voren als het best passend voor deze leerling. Van de leerlingen die tot dit brugklastype worden toegelaten, heeft 63% eenzelfde of lagere standaardscore en 37% een hogere. zelfde 94% 77% 6% 23% 63% 37% en 19% 6% 81% 94% / 1% 99% Standaardscore 528 Op basis van de standaardscore komt het brugklastype naar voren als het best passend voor deze leerling. Van de leerlingen die tot dit brugklastype worden toegelaten, heeft 72% eenzelfde of lagere standaardscore en 28% een hogere. zelfde 95% 82% 5% 18% 72% 28% en 25% 9% 75% 91% / 1% 99%

17 Standaardscore 529 Op basis van de standaardscore komt het brugklastype naar voren als het best passend voor deze leerling. Van de leerlingen die tot dit brugklastype worden toegelaten, heeft 33% eenzelfde of lagere standaardscore en 67% een hogere. zelfde 96% 86% 4% 14% 79% 21% en 33% 13% 67% 87% / 2% 98% Standaardscore 530 Op basis van de standaardscore komt het brugklastype naar voren als het best passend voor deze leerling. Van de leerlingen die tot dit brugklastype worden toegelaten, heeft 41% eenzelfde of lagere standaardscore en 59% een hogere. zelfde 97% 89% 3% 11% 85% 15% en 41% 18% 59% 82% / 2% 98% 1% 99%

18 Standaardscore 531 Op basis van de standaardscore komt het brugklastype naar voren als het best passend voor deze leerling. Van de leerlingen die tot dit brugklastype worden toegelaten, heeft 5 eenzelfde of lagere standaardscore en 5 een hogere. zelfde 98% 92% 2% 8% 89% 11% en 5 24% 5 76% / 4% 96% 1% 99% Standaardscore 532 Op basis van de standaardscore komt het brugklastype naar voren als het best passend voor deze leerling. Van de leerlingen die tot dit brugklastype worden toegelaten, heeft 56% eenzelfde of lagere standaardscore en 44% een hogere. zelfde 99% 93% 1% 7% 91% 9% en 56% 29% 44% 71% / 5% 95% 2% 98%

19 Standaardscore 533 Op basis van de standaardscore komen de brugklastypen en en naar voren als het best passend voor deze leerling. Van de leerlingen die tot het eerste brugklastype worden toegelaten, heeft 65% eenzelfde of lagere standaardscore en 35% een hogere. Voor het tweede type is dat 37% en 63%. zelfde 99% 95% 1% 5% 94% 6% en 65% 37% 35% 63% / 8% 92% 2% 98% Standaardscore 534 Op basis van de standaardscore komt het brugklastype en naar voren als het best passend voor deze leerling. Van de leerlingen die tot dit brugklastype worden toegelaten, heeft 46% eenzelfde of lagere standaardscore en 54% een hogere. zelfde 99% 96% 1% 4% 96% 4% en 73% 46% 27% 54% / 13% 87% 4% 96%

20 Standaardscore 535 Op basis van de standaardscore komt het brugklastype en naar voren als het best passend voor deze leerling. Van de leerlingen die tot dit brugklastype worden toegelaten, heeft 57% eenzelfde of lagere standaardscore en 43% een hogere. zelfde 97% 3% 97% 3% en 81% 57% 19% 43% / 17% 83% 6% 94% Standaardscore 536 Op basis van de standaardscore komt het brugklastype en naar voren als het best passend voor deze leerling. Van de leerlingen die tot dit brugklastype worden toegelaten, heeft 66% eenzelfde of lagere standaardscore en 34% een hogere. zelfde 98% 2% 98% 2% en 86% 66% 14% 34% / 24% 76% 9% 91% 1% 99%

21 Standaardscore 537 Op basis van de standaardscore komt het brugklastype naar voren als het best passend voor deze leerling. Van de leerlingen die tot dit brugklastype worden toegelaten, heeft 29% eenzelfde of lagere standaardscore en 71% een hogere. zelfde 99% 1% 98% 2% en 9 72% 1 28% / 29% 71% 12% 88% 1% 99% Standaardscore 538 Op basis van de standaardscore komt het brugklastype naar voren als het best passend voor deze leerling. Van de leerlingen die tot dit brugklastype worden toegelaten, heeft 41% eenzelfde of lagere standaardscore en 59% een hogere. zelfde 99% 1% 99% 1% en 93% 8 7% 2 / 41% 59% 19% 81% 1% 99%

22 Standaardscore 539 Op basis van de standaardscore komt het brugklastype naar voren als het best passend voor deze leerling. Van de leerlingen die tot dit brugklastype worden toegelaten, heeft 52% eenzelfde of lagere standaardscore en 48% een hogere. zelfde 99% 1% 99% 1% en 96% 87% 4% 13% / 52% 48% 26% 74% 2% 98% Standaardscore 540 Op basis van de standaardscore komen de brugklastypen en / naar voren als het best passend voor deze leerling. Van de leerlingen die tot het eerste brugklastype worden toegelaten, heeft 64% eenzelfde of lagere standaardscore en 36% een hogere. Voor het tweede type is dat 36% en 64%. zelfde en 97% 92% 3% 8% / 64% 36% 36% 64% 3% 97%

23 Standaardscore 541 Op basis van de standaardscore komt het brugklastype / naar voren als het best passend voor deze leerling. Van de leerlingen die tot dit brugklastype worden toegelaten, heeft 43% eenzelfde of lagere standaardscore en 57% een hogere. zelfde en 98% 94% 2% 6% / 71% 29% 43% 57% 5% 95% Standaardscore 542 Op basis van de standaardscore komt het brugklastype / naar voren als het best passend voor deze leerling. Van de leerlingen die tot dit brugklastype worden toegelaten, heeft 53% eenzelfde of lagere standaardscore en 47% een hogere. zelfde en 99% 97% 1% 3% / 8 2 53% 47% 9% 91%

24 Standaardscore 543 Op basis van de standaardscore komt het brugklastype / naar voren als het best passend voor deze leerling. Van de leerlingen die tot dit brugklastype worden toegelaten, heeft 64% eenzelfde of lagere standaardscore en 36% een hogere. zelfde en 99% 98% 1% 2% / 88% 12% 64% 36% 15% 85% Standaardscore 544 Op basis van de standaardscore komt het brugklastype / naar voren als het best passend voor deze leerling. Van de leerlingen die tot dit brugklastype worden toegelaten, heeft 73% eenzelfde of lagere standaardscore en 27% een hogere. zelfde en 99% 1% / 94% 6% 73% 27% 23% 77%

25 Standaardscore 545 Op basis van de standaardscore komt het brugklastype naar voren als het best passend voor deze leerling. Van de leerlingen die tot dit brugklastype worden toegelaten, heeft 35% eenzelfde of lagere standaardscore en 65% een hogere. zelfde en / 96% 4% 81% 19% 35% 65% Standaardscore 546 Op basis van de standaardscore komt het brugklastype naar voren als het best passend voor deze leerling. Van de leerlingen die tot dit brugklastype worden toegelaten, heeft 44% eenzelfde of lagere standaardscore en 56% een hogere. zelfde en / 98% 2% 85% 15% 44% 56%

26 Standaardscore 547 Op basis van de standaardscore komt het brugklastype naar voren als het best passend voor deze leerling. Van de leerlingen die tot dit brugklastype worden toegelaten, heeft 58% eenzelfde of lagere standaardscore en 42% een hogere. zelfde en / 99% 1% 91% 9% 58% 42% Standaardscore 548 Op basis van de standaardscore komt het brugklastype naar voren als het best passend voor deze leerling. Van de leerlingen die tot dit brugklastype worden toegelaten, heeft 72% eenzelfde of lagere standaardscore en 28% een hogere. zelfde en / 99% 1% 95% 5% 72% 28%

27 Standaardscore 549 Op basis van de standaardscore komt het brugklastype naar voren als het best passend voor deze leerling. Van de leerlingen die tot dit brugklastype worden toegelaten, heeft 84% eenzelfde of lagere standaardscore en 16% een hogere. zelfde en / 98% 2% 84% 16% Standaardscore 550 Op basis van de standaardscore komt het brugklastype naar voren als het best passend voor deze leerling. zelfde en /

28 Bijlage 2 Doorstroom nader bepaald Voor de interpretatie van de grijs gearceerde poppetjes in bijlage 1 is de tabel hieronder van belang. In de eerste kolom staat het brugklastype waarin de leerling is geplaatst. In de tweede kolom geven we aan wanneer we spreken van doorstroom naar een lager type brugklas; in de derde kolom wanneer we spreken van eenzelfde of vergelijkbaar brugklastype. We onderscheiden geen typen die lager zijn dan de. In het leerlingrapport mist u type 5, 7 en 11. Deze brede brugklastypen worden niet gebruikt in de advisering. Uit de tabel blijkt bijvoorbeeld dat we brugklastype 1 t/m 3 lager inschatten dan type 4; type 5 t/m 7 en type 11 hebben we in ons toelatings- en doorstroomonderzoek als vergelijkbaar met type 4 beschouwd. Tabel 4 Doorstroom na het eerste leerjaar voortgezet onderwijs Type Toegelaten tot doorstroom naar een lager brugklastype 1 1, 2, 5, 11 2 basis- en kaderberoepsgerichte leerweg 1 t/m 3, 5, 11 3 1 2, 3, 5, 11 4 gemengde en/of theoretische leerweg 1 t/m 3 4 t/m 7, 11 5 overig vmbo 1 t/m 7, 11 6 g/t leerweg en 1 t/m 3 4 t/m 9, 11 7 g/t leerweg en / 1 t/m 3 4 t/m 11 8 1 t/m 5 6 t/m 9, 11 9 / 1 t/m 5 6 t/m 11 10 1 t/m 6, 8 7, 9 t/m 11 11 overig vmbo/avo 1 t/m 11 doorstroom naar eenzelfde of vergelijkbaar brugklastype Toelichting: g/t leerweg = gemengde en/of theoretische leerweg

29 Bijlage 3 Spreiding standaardscores per brugklastype In deze bijlage geven we per brugklastype aan hoe de standaardscores van de leerlingen die in Bijlage 2010 tot 3 het Spreiding eerste leerjaar standaardscores voortgezet onderwijs per van brugklastype het betreffende brugklastype werden toegelaten, gespreid zijn. Per brugklastype wordt de gemiddelde standaardscore gegeven en de grenzen van drie standaardscoregebieden: 5 t/m 24%, 25 t/m 75% en 76 t/m 95% van de scores. In deze bijlage geven we per brugklastype aan hoe de standaardscores van de leerlingen die in 2010 tot het eerste leerjaar voortgezet onderwijs van het betreffende brugklastype werden toegelaten, gespreid zijn. Per brugklastype wordt de gemiddelde standaardscore gegeven en de grenzen van drie standaardscoregebieden: 5 t/m 24%, 25 t/m 75% en 76 t/m 95% van de scores. Figuur 3 Het prestatieniveau in onderscheiden brugklastypen in 2010 Figuur 3 Het prestatieniveau in onderscheiden brugklastypen in 2010 501 505 510 515 520 525 530 535 540 545 550 501 505 510 515 520 525 530 535 540 545 550 501 505 510 515 520 525 530 535 540 545 550 501 505 510 515 520 525 530 535 540 545 550 en 501 505 510 515 520 525 530 535 540 545 550 501 505 510 515 520 525 530 535 540 545 550 / 501 505 510 515 520 525 530 535 540 545 550 501 505 510 515 520 525 530 535 540 545 550 overig vmbo 501 505 510 515 520 525 530 535 540 545 550 overig vmbo/avo 501 505 510 515 520 525 530 535 540 545 550 Toelichting = de gemiddelde standaardscore van het betreffende onderwijstype = het gebied waarin de middelste 5 (cumulatieve percentages 25 t/m 75) van de scores zich bevinden = het gebied waarin de cumulatieve percentages 5 t/m 24, resp. 76 t/m 95 zich bevinden 13

30 Bijlage 4 Plaatsing leerlingen in verschillende schooltypen Uit tabel 5 kan worden afgelezen in welk schooltype leerlingen met een bepaalde standaardscore zijn geplaatst. De gegevens in de tabel zijn gebaseerd op het toelatings- en doorstroomonderzoek Eindtoets Basisonderwijs 2010 tot en met 2013. De intervallen van de standaardscores in de tabel corresponderen met de intervallen die het uitgangspunt vormen voor de interpretatie van de standaardscore in het leerlingrapport Centrale Eindtoets 2015. Voor de totale populatie geldt dat 81% van de leerlingen geplaatst is in het schooltype dat op basis van de Eindtoets Basisonderwijs werd geadviseerd. Bij 13% van de leerlingen adviseerde de Eindtoets hoger en bij 6% lager dan het schooltype waarin de leerlingen werden toegelaten. Tabel 5 Percentage leerlingen zoals geplaatst in de verschillende schooltypen Advies Lager Overeenkomstig Hoger 501-523 bb nvt 73 27 524-528 kb 7 47 46 529-536 gt 11 76 13 537-544 5 86 9 545-550 2 98 nvt Voorbeeld Bij een standaardscore 536 komt de keuze voor een school met een gemengde/theoretische leerweg het meest in aanmerking. 76% van de leerlingen die een standaardscore in het interval 529-536 heeft behaald is ook daadwerkelijk in dit schooltype geplaatst. 13% is geplaatst in een hoger schooltype ( of ) en 11% in een lager schooltype (basis- of ).

31 In tabel 6 is opgenomen in welk brugklastype leerlingen met een bepaalde standaardscore zijn geplaatst. Tabel 6 Percentage leerlingen zoals geplaatst in de verschillende brugklastypen bb bb/kb kb gt gt/ gt// / 1 501-523 34 39 16 8 2 1 0 0 0 524-528 7 23 24 28 12 5 0 1 0 529-536 1 5 5 31 32 13 3 10 0 537-544 0 0 0 5 13 14 7 51 9 545-550 0 0 0 0 1 9 1 36 54 1 Het brede brugklastype gt// wordt met ingang van het schooljaar 2014/2015 niet meer geadviseerd op basis van de Centrale Eindtoets. In deze tabel staat het brugklastype wel vermeld, omdat het een bestaand brugklastype is, waar leerlingen in geplaatst zijn.

32 Bijlage 5 Van onderwijselementcode naar brugklastype Hieronder is gespecificeerd op welke wijze de onderwijselementcodes zijn samengevoegd tot de brugklastypen die destijds in de advisering bij de Eindtoets Basisonderwijs werden gebruikt. De onderwijselementcodes worden jaarlijks gespecificeerd in een regeling van het ministerie van OCW. De hieronder gebruikte elementcodes zijn gepubliceerd in de Regeling elementcodetabel schooljaar 2010-2011 (regelingnummer DUO/OND-2010/31165 M) van 1 augustus 2010 die gepubliceerd is in de Staatscourant 2010, nr. 8432, op 7 juni 2010.

33 Tabel 7 Van onderwijselementcode naar brugklastype Registratiecode Korte omschrijving elementcode Brugklastype advies Eindtoets 0011 Ljvb op HAVO/VMBO Th/Gm Lw Gemengde/theoretische leerweg en 0012 Ljvb op VMBO-Gm Lw Gemengde/theoretische leerweg 0013 Ljvb op VMBO-Th/Gm Lw Gemengde/theoretische leerweg 0015 Ljvb op VWO/HAVO Havo/ 0016 Ljvb op VWO/HAVO/VMBO-Th/Gm Lw Gemengde/theoretische leerweg en / 0017 Ljvb op VWO Vwo 0022 Ljvb op HAVO/VMBO-Alle Lw Overig vmbo/avo 0023 Ljvb op VMBO-Alle Lw Overig vmbo 0024 Ljvb op VWO/HAVO/VMBO-Alle Lw Overig vmbo/avo 0031 Ljvb op VMBO-Bbg Lw Basisberoepsgerichte leerweg 0032 Ljvb op VMBO-Kbg Lw Kaderberoepsgerichte leerweg 0033 Ljvb op VMBO-Bbg/Kbg Lw Basis- en 0041 Lj LWOO vb op Bbg Lw Basisberoepsgerichte leerweg 0042 Lj LWOO vb op Gm Lw Gemengde/theoretische leerweg 0043 Lj LWOO vb op Kbg Lw Kaderberoepsgerichte leerweg 0044 Lj LWOO vb op Th/Gm Lw Gemengde/theoretische leerweg 0045 Lj LWOO vb op Bbg/Kbg Lw Basis- en 0046 Lj LWOO vb op Alle Lw Overig vmbo 0100 VWO-ATHENEUMSTROOM Vwo 0200 VWO-GYMNASIUMSTROOM Vwo 0300 HAVO Havo 0400 Mavo/Theor Lw-VMBO Gemengde/theoretische leerweg 0700 INT. BACCALAUREATE Overig vmbo/avo 1393 LWOO KRBvrt Algemeen leerjaar Overig vmbo 1397 LWOO Hvs Algemeen leerjaar Overig vmbo 1908 VBO Hvs Algemeen leerjaar Overig vmbo 1915 VBO KRBvrt Algemeen leerjaar Overig vmbo 2210 LWOO MAVO/Theor Lw Gemengde/theoretische leerweg

College voor Toetsen en Examens 030 28 40 700, info@centraleeindtoetspo.nl Postbus 315, 3500 AH Utrecht www.hetcvte.nl