Opdrachten basisonderwijs



Vergelijkbare documenten
Opdrachten voortgezet onderwijs

Trammelant. Schoolbrochure

Huppel de pup. Zaag 40 cm rondhout af. Gebruik een verstekbak en een toffelzaag.

TEST JEZELF (WERKBLAD BIJ ANIMATIE 3)

TEST 1: Eerst denken of eerst doen? Kruis steeds het antwoord aan dat het best bij jou past. Probeer zo eerlijk mogelijk te antwoorden.

Brief LES. tegelijk GR EN. Groep 7 en 8

Op Voeten en Fietsen 1

bijlagen groep 7 en 8

Zone 30 BASISONDERWIJS. Doelgroep. Eindtermen. Lesfiche verkeers- en mobiliteitseducatie

Jeugd Verkeerskrant 5 Zoveel borden en tekens?!

Het eerste wat we gaan behandelen is afslaan naar rechts 1

Jeugd Verkeerskrant 5 Kun je veilig eerst?

Op Voeten en Fietsen 3

12,6 km m. 102 km m. 34 cm m. 0,3 m cm. 0,012 m cm. 30 minuten s. 1,3 uur s. 125 s minuten. 120 km/h m/s. 83 km/h m/s. 19 m/s km/h.

Antwoorden Kennisvragenlijst voorrangsvoertuigen

Leergebied: West Nederland. Besturing

OEFENFICHE KRUISPUNT MET VERKEERSLICHTEN OVERSTEKEN FIETS EXAMEN HET GROTE 1. INTRO 2. VOORAF 3. VERKENNEN. Onderstaande vragen kunnen daarbij helpen:

De Verkeersbril. lespakket voor groep 1, 2 en 3 van het basisonderwijs

Spelletjesboekje. voor groot en klein SUPERHELD- Het hele jaar superveilig naar school

School Lesbrief 2015

Tijdens de verkeerslessen hebben we met de kinderen gepraat over veilig fietsen.

Brief LES. tegelijk GR EN. Handleiding voor de leerkracht Groep 7 en 8

<<RIJOPLEIDING IN STAPPEN>> Training Rijden onder specifieke omstandigheden

Kruispunten met de borden

Samenvatting Natuurkunde Hoofdstuk 7, Krachten

Kinderen op de fiets

Stap Vooruit 1. Hoe ga jij naar school? Start Veilig lopen. Les 1 Dit ontdek je: groep 4

GROTE VERKEERSTOETS 2017

-Je moet stoppen, ook afslaan mag niet. (denk aan: niet tegen de armen rijden)

Kaartspel verkeerstekens voor fietsers en voetgangers

Jeugd Verkeerskrant 7 Zie je mij?

G e d r a g s - e n v e r k e e r s r e g e l s

Kies het goede verkeersbord

V o o r r a n g s a f s p r a k e n

GEBRUIK VAN DE RIJBAAN LES 2

De Grote Verkeerstoets /08/ Ja. 2. Neen, want ik mag hier niet links afslaan. 3. Neen, want ik heb mijn arm niet uitgestoken.

klas "Eenheden"

S C I E N C E C E N T E R

CURIEUZE NEUZEN WERKBOEK

NASK1 - SAMENVATTING KRACHTEN en BEWEGING. Snelheid. De snelheid kun je uitrekenen door de afstand te delen door de tijd.

Fiche Leerlingen. De plaats op de openbare weg binnen de bebouwde kom

Gevaarsborden. Gevaarsborden. Gevaarsborden. Gevaarsborden. Pas op borden Driehoekige borden met punt naar boven met een rode rand

6. Als fietser veilig in het verkeer

Techniekkit: Oost Nederland. Domein: Overbrengingen. Competentie: Ontwerpen Toepassen Reflectie. Leergebied: Aardrijkskunde

Onderzoeksrapport. gemeente Barneveld

VERO voor voetgangers basisschool Pulle

Kies het goede verkeersbord

Einde Autosnelweg. Woonerf

Preborden BASISONDERWIJS. Doelgroep. Ontwikkelingsdoelen. Lesfiche verkeers- en mobiliteitseducatie

Educatieve Verkeerstuin

Praatplaat: ga je mee op stap?

De Grote Amsterdamse Verkeersquiz

Tip: oefen het examen op beschikbaar vanaf 7 maart

Verkeersbordenspeurtocht

Jeugd Verkeerskrant 1

1 pas op, hier wordt aan de weg gewerkt. 2 pas op, gevaarlijk kruispunt. 3 pas op, de weg wordt smaller. 4 pas op, de weg maakt een bocht.

4e leerjaar. Stap 11. Fiets(st)er, ken jouw plaats. Met de z van zien en van zeggen Met de s van schrijven

Jeugd Verkeerskrant 1 Hoe ga jij naar school?

CURIEUZE NEUZEN WERKBOEK

Pre-borden. Voorbereidende verkeersborden voor de kleuterschool en het eerste leerjaar DE EENHOORN

Practicum: Snel, sneller, snelst!

Algemene informatie. Na het kijken Na het bekijken van de aflevering kunt u gebruik maken van de volgende lessuggesties.

7-8. Reflectie. Afbeelding 1: Gespiegelde tekst

We hebben 3 verschillende soorten van wrijving, geef bij elk een voorbeeld: - Rollende wrijving: - Glijdende wrijving: - Luchtweerstand:

Opdracht 1 Nodig: kleurpotloden of stiften, poster Maak je huis mooi.

Thema: Het leven in de stad. Lesduur: ong. 50 min

bijlagen bij vmbo VMBO ruimte voor leerlingen

FIETSPROEF BERLAAR (nieuw parcours - gezien wegenwerken in het dorp)

STAP 1 Bekijk de doebladen goed. Kijk vooral goed naar de tekeningen. Probeer nu al zoveel mogelijk te snappen van wat je allemaal gaat doen.

Welkom 23/10/2014. Open WiFi netwerk: t Godshuis

Fietsen in voetgangerszones

LESBRIEF LOPEN ALS EEN MENS

Inleiding opgaven 3hv

Hallo, Hallo, ik ben Mathias.. Ik leg het parcours af van het Groot Fietsexamen. Fietsen jullie mee? We vertrekken aan de achterpoort van het

Oefenboek. rijbewijs B

Film Leer meer en Bekijk onze film over beperkingen van kinderen in het verkeer.

Peuterklas. beschermde omgeving. Oefenen op. Oefenen in. straat

Werkblad 3 Krachten - Thema 14 (niveau basis)

verkeersregels voor kinderen

Geldt het bord voor de kinderen als ze lopen of fietsen? Hoe gedragen de kinderen zich bij het bord als ze er langs komen?

Botsing >> Snelheid >> Kracht

Verkeersborden. Eindtermen. Doelgroep. Lesdoel. Lager onderwijs: Lesfiche verkeers- en mobiliteitseducatie BASISONDERWIJS

Persoonsgegevens. Plak hier je pasfoto of een tekening van jezelf. Naam: Geboortedatum: Jongen: Meisje: Naam docent: Klas/Groep: Naam school: Datum:

doe-fiche fietser Opstappen en wegrijden uw kind politie Bilzen - Hoeselt - Riemst nog niet kiest de dichtsbijzijnde plaats waar de rit kan beginnen.

10 m/s = 36 km/h 5 km = 5000 m 4 m/s = 14,4 km/h. 15 m/s = 54 km/h 81 km/h = 22,5 m/s 25 m/s = 90 km/h

Papenaardekenstraat Schoten VERKEERSPLAN. Veiligheid voor onze kinderen in het verkeer is een gezamenlijke zorg van ouders en van de school.

Oversteekvoorzieningen ter hoogte van tramsporen. Stuurgroep Verkeer en Mobiliteit

AUTORIJSCHOOL JOHN VAN DEN KIEBOOM VLAMINGVAART GR STEENBERGEN

5. PLAATS OP DE OPENBARE WEG RIJBEWIJS OP SCHOOL

Heb je een vraag over Meet the Professor? Stuur ook dan even een bericht naar Eline.

Pas op borden. - Driehoekige borden met punt. naar boven met een rode rand. naar boven met een rode rand.

Magneet & kompas. Inlage

Voorrang in het verkeer

1. Een stilstaand voertuig voorbijrijden 2. Rechts een weg inslaan

Archeologen logboek Namen:....

NATUURKUNDE OLYMPIADE EINDRONDE 2013 PRAKTIKUMTOETS

Transcriptie:

Opdrachten basisonderwijs Opdracht 1 Wat is veilig? Je ziet hier drie keer hetzelfde kruispunt. Maar het gebruik van borden, stoplichten en tekens op de weg verschilt per kruispunt. Je gaat de veiligheid van deze kruispunten bekijken. Voor de veiligheid zijn de volgende punten belangrijk: Weet elke weggebruiker wat hij hier moet/mag? Kunnen alle weggebruikers het kruispunt goed overzien? plein 1 plein 2 plein 3 A. Kijk goed naar de kruispunten van pagina 4, 5 en 6 en beantwoord dan de volgende vragen. Kruispunt 1 Is er een zebrapad aanwezig? Is er een apart fietspad? Zijn er stoplichten? Welke verkeersborden zie je, en wat is hun betekenis? 1

Schrijf op hoe de situatie is voor de verschillende weggebruikers. Gebruik duidelijk of onduidelijk. Geef bij onduidelijk aan waarom je dat vindt. duidelijk/onduidelijk Indien onduidelijk, waarom? Automobilist Fietser Voetganger Trambestuurder Kruispunt 2 Is er een zebrapad aanwezig? Is er een apart fietspad? Zijn er stoplichten? Welke verkeersborden zie je, en wat is hun betekenis? Schrijf op hoe de situatie is voor de verschillende weggebruikers. Gebruik duidelijk of onduidelijk. Geef bij onduidelijk aan waarom je dat vindt. duidelijk/onduidelijk Indien onduidelijk, waarom? Automobilist Fietser Voetganger Trambestuurder 2

Kruispunt 3 Is er een zebrapad aanwezig? Is er een apart fietspad? Zijn er stoplichten? Welke verkeersborden zie je, en wat is hun betekenis? Schrijf op hoe de situatie is voor de verschillende weggebruikers. Gebruik duidelijk of onduidelijk. Geef bij onduidelijk aan waarom je dat vindt. duidelijk/onduidelijk Indien onduidelijk, waarom? Automobilist Fietser Voetganger Trambestuurder B. Kijk goed naar de antwoorden bij A. Welk kruispunt vind je het veiligst? Ik kies kruispunt, omdat 3

Kruispunt 1 (opdracht 1) 4

Kruispunt 2 (opdracht 1) 5

Kruispunt 3 (opdracht 1) 6

Opdracht 2 De straat op! Voor deze opdracht heb je het internet nodig. Volg de link op Trammenland.nl, die hoort bij opdracht 2. Je ziet nu de halte Waldeck Pyrmontkade. Bekijk deze plek goed en beantwoord dan de volgende vragen: A. Welke veiligheidsmaatregelen zijn er op dit kruispunt genomen als het gaat om de tram? (Tip: denk aan zebrapad, trottoir/fietspad gescheiden van trambaan, verkeerslichten, verkeersborden, waarschuwingssignalen.) B. Welke situaties zijn vergelijkbaar met de filmpjes van Spot t gevaar op Trammenland? C. Wat vind jij? Vind jij dit een veilige verkeerssituatie, of juist niet? Waarom vind je dat? 7

Opdracht 3 Remproef Reactiesnelheid A. Met deze proef voel je het verschil tussen het afremmen van lichte en zware voertuigen. Benodigdheden: Kruiwagen, steekkarretje of winkelwagen Een aantal zware boeken, tegels of bakstenen Een kegel, plastic fles, pylon of iets dergelijks Meetlint Om een ongeluk te voorkomen, moet een tram soms een noodstop maken. Bij een noodstop staat de tram niet meteen stil. De tijd die het kost om te stoppen is afhankelijk van de reactiesnelheid van de trambestuurder en de remweg van de tram zelf. De reactiesnelheid is de tijd tussen het moment dat de trambestuurder iets ziet gebeuren en het moment dat hij het rempedaal intrapt. De remweg is de afstand die de tram aflegt tussen de start van het remmen en het moment dat de tram volledig stilstaat. Doe deze proef op het schoolplein of in de gymzaal. Stap 1: Trek twee lijnen. Zorg dat de afstand tussen de lijnen minimaal drie meter is. Stap 2: Plaats de kegel op 30 centimeter van de achterste lijn. Stap 3: Pak de lege wagen en duw de wagen in hoog tempo tussen de lijnen. Pas als je over de tweede lijn bent, breng je de wagen tot stilstand. Meet de afstand tussen het voorste wiel en de kegel. Noteer de uitkomst. Stap 4: Herhaal stap 3, maar nu met een wagen gevuld met zware voorwerpen. Afstand in mm Lichte wagen Zware wagen mm mm B. Een tram weegt 37.000 kilogram. Een gemiddelde gezinsauto weegt 1500 kilogram. Omcirkel het goede antwoord: Een tram / auto heeft een langere remweg. 8

Opdracht 4 - Wrijving A. Test de invloed van wrijving op het afremmen van voorwerpen. Benodigdheden: Sjoelsteen Schuurpapier (10x10 cm) Plank Dubbelzijdige tape Doosje of blok van ongeveer 30 centimeter hoog Liniaal of meetlint Stap 1: Plak het schuurpapier met dubbelzijdige tape op één kant van de sjoelsteen. Stap 2: Leg het doosje aan één kant onder de plank, zodat je een glijbaan hebt. Doe dit op een groot bureau, of op een gladde vloer, zodat er genoeg ruimte is om door te glijden. Stap 3: Laat de sjoelsteen bovenaan de glijbaan los met de kant van het schuurpapier boven. Meet hoever de steen doorglijdt. Schrijf het antwoord op in de tabel bij proef 1. Stap 4: Laat de sjoelsteen bovenaan de glijbaan los met de kant van het schuurpapier onder. Schrijf het antwoord op in de tabel bij proef 1. Stap 5: Herhaal de proef voor een nauwkeurige uitslag. Schrijf het antwoord op bij proef 2. Gladde kant Ruwe kant Proef 1 mm mm Proef 2 mm mm B. Een tram heeft gladde wielen omdat de tram anders niet goed over de rails glijdt. Je hebt nu gezien dat de gladde wielen ook een nadeel hebben. Wat is dat nadeel? 9

Opdracht 5 - Reactietijd Je ziet iets gebeuren. En daar reageer je op. Dat kost tijd. Niet zo veel, maar tussen het moment waarop je iets ziet gebeuren en het moment waarop je het rempedaal intrapt, zit een korte periode. Dat noem je de reactietijd. Test jouw reactietijd als trambestuurder op www.trammenland.nl, opdracht 5. A. Hoe snel was jouw snelste reactietijd? De gemiddelde reactietijd van mensen in het verkeer (en ook van trambestuurders) is 0,8 seconde. Ook kost het tijd voordat het remsysteem van een tram in werking treedt. Dat duurt ongeveer 0,7 seconden. B. De kans is groot dat jouw reactietijd in de test sneller was dan 0,8 seconde. Waarom denk je dat dit zo is? (Tip: Welke verschillen zijn er tussen de testsituatie en een noodsituatie in het verkeer?) 10