Nota Richtlijnen fietsenstallingen Inhoud 1. Inleiding... 1 2. Parkeerrichtlijnen... 2 Meergezinswoning en studentenkamers... 2 Andere functies... 2 Fietsenstalling bezoekers... 3 3. Inrichting fietsenstalling... 3 Afstanden... 3 Ondergrondse fietsenstallingen... 4 Fietshelling... 4 Fietslift... 5 Type fietsenstalling... 5 Ligging... 6 Bescherming en veiligheid... 6 4. Aanduiding op plan bij aanvraag stedenbouwkundige vergunning... 6 5. Verdere informatie... 6 1. Inleiding Eén van de voorwaarden om het gebruik van de fiets aan te moedigen, is het voorzien van kwaliteitsvolle, goed gesitueerde en voldoende fietsenstallingen. Fietsendiefstallen en vandalisme hebben een bijzonder negatief effect op het fietsgebruik. Mensen zullen sneller de fiets nemen als het een goed uitgeruste comfortabele fiets is dan als ze met een afgeschreven, oncomfortabele fiets moeten rijden. Dat doet men alleen als het stallen van de (dure) comfortabele fiets met een gerust hart kan gebeuren. Bovendien trekt een goede fietsinfrastructuur extra fietsers aan. Het fietsgebruik aanmoedigen is één van de belangrijke doelstellingen van een duurzaam mobiliteitsbeleid. Bij bouwprojecten is het dus belangrijk om voldoende en kwaliteitsvolle fietsenstallingen te voorzien. Deze nota bevat de richtlijnen voor een goede fietsenstalling bij private ontwikkelingen zoals die door het Mobiliteitsbedrijf van de stad Gent worden vooropgesteld. Het Mobiliteitsbedrijf wil deze informatie op voorhand meegeven aan projectontwikkelaars. Deze nota kan dienen als uitgangspunt voor de ontwerpers. Deze nota zal ook gebruikt worden om adviesvragen bij stedenbouwkundige vergunning aan te toetsen. Bouwaanvragen worden door verschillende mensen bekeken. Aan de hand van deze nota wordt een fietsenstalling steeds op een eenduidige manier beoordeeld. 1
2. Parkeerrichtlijnen Het aantal nodige fietsenstallingen hangt af van de functie en de ligging van het gebouw. Meergezinswoning en studentenkamers Voor meergezinswoningen en studentenkamers zijn de normen opgenomen in artikel 24 van het Algemeen Bouwreglement: Iedere meergezinswoning moet in of buiten het gebouw op eigen terrein beschikken over één of meerdere afzonderlijke fietsenberging(en). Iedere fietsenberging moet overdekt zijn, bereikbaar zijn via een gemeenschappelijke circulatieruimte en vanop de openbare weg goed toegankelijk zijn. De fietsenberging kan individueel of gemeenschappelijk voorzien worden. De oppervlakte van de fietsenberging(en) wordt afgestemd op het aantal en de omvang van de in de meergezinswoning voorziene woonentiteiten. Zij wordt als volgt berekend: 1 m² per kamer of studio; 2 m² per appartement, te vermeerderen met 1 m² per slaapkamer vanaf de tweede slaapkamer. Een individuele fietsenberging mag nooit kleiner zijn dan 2 m², een gemeenschappelijk nooit kleiner dan 3 m². Op gemotiveerd verzoek van de aanvrager kan de vergunningverlenende overheid in volgende gevallen een afwijking op deze bepaling toestaan: bij verbouwing van een bestaande vergunde of vergund geachte meergezinswoning waarbij het aantal woonentiteiten niet verhoogd wordt; wanneer aangepaste woonentiteiten worden voorzien; bij verbouwing van een pand waarin zich op het gelijkvloers een andere functie dan wonen bevindt en die functie de realisatie van een fietsenberging volgens bovenstaande normen bemoeilijkt; bij verbouwing van gebouwen opgenomen in de inventaris van het bouwkundig erfgoed. Andere functies In het kader van het Parkeerplan Gent werden parkeerrichtlijnen uitgewerkt en opgenomen in de nota Parkeerrichtlijnen fiets en auto 1 1 Zie www.mobiliteitgent.be/parkeerplan 2
Fietsenstalling bezoekers Ook voor bezoekers moeten fietsenstallingen worden voorzien. Ook hiervoor werden in het kader van het Parkeerplan Gent parkeerrichtlijnen uitgewerkt en opgenomen in de nota Parkeerrichtlijnen fiets en auto 2. 3. Inrichting fietsenstalling Het bepalen van de afmetingen van een fietsenstalling is een compromis tussen een minimaal ruimtegebruik en een optimale kwaliteit voor de gebruikers. Een te krappe afmeting gaat echter ten koste van de capaciteit en dient dus vermeden te worden. Volgende uitgangspunten dienen in acht genomen: - Een fiets moet gestald kunnen worden zonder je kleding vuil te maken. Dit is vooral belangrijk wanneer de stalling bijna vol is en de fiets tussen twee andere fietsen moet gestald worden. - Het stallen van een fiets dient eenvoudig en met een geringe krachtinspanning te kunnen gebeuren, zowel in een bijna volzet als in een leeg rek. - De lengte ingenomen door een standaardfiets bedraagt over het algemeen 1.80 meter tot 2.00 meter. De stuurbreedte varieert van 50 tot 65 cm. Afstanden Onderstaande tabel geeft weer welke horizontale en verticale afstanden in acht genomen moeten worden bij systemen op één niveau en bij hoog-laagsystemen. 3 As-op-asafstand Hoogteverschil tussen twee plaatsen Minimaal Aanbevolen Minimaal Aanbevolen Eén niveau 0.60 m > 0.75 m / / Hoog-laagsysteem 0.375 m > 0.40 m 0.25 m 0.35 m De benodigde oppervlakte van een fietsenstalling wordt bijkomend bepaald door de oriëntatie van de fietsen. Volgende afmetingen worden aanbevolen: Loodrechte standplaats Tussenafstand fietsen Lengte fietsen Ruimte achter fietsen Op één niveau 0.75 m 1.80 m 2.00 m 1.80 m Hoog-laagsysteem 0.40 m 1.80 m 2.00 m 1.80 m 2 Zie www.mobiliteitgent.be/parkeerplan 3 Bron: Vademecum Fietsvoorzieningen 3
Standplaats onder hoek van 45 Tussenafstand fietsen Lengte fietsen Ruimte achter fietsen Op één niveau 1.00 m 1.40 m 1.40 m Hoog-laagsysteem 0.60 m 1.40 m 1.40 m Standplaats onder hoek van 60 Tussenafstand fietsen Lengte fietsen Ruimte achter fietsen Op één niveau 1.50 m 1.00 m 1.40 m Hoog-laagsysteem 1.00 m 1.00 m 1.40 m Ondergrondse fietsenstallingen Fietsenstallingen op maaiveldniveau dragen duidelijk de voorkeur weg. Deze zijn immers het vlotst te bereiken. In sommige gevallen is dit niet mogelijk wegens plaatsgebrek. Zo vereisen de parkeerrichtlijnen of het algemeen bouwreglement bij grote projecten al snel heel wat m² fietsenstalling. Het is dan ook begrijpelijk dat deze niet steeds allemaal op maaiveld kunnen worden voorzien en dat er voor gekozen wordt ook ondergronds stallingen te voorzien. Het is aangewezen om steeds een deel van de fietsenstallingen op maaiveldniveau te voorzien. Deze stallingen kunnen dan vooral gebruikt worden voor fietsen voor dagelijks gebruik en voor het stallen van niet-traditionele fietsen. Het deel van de fietsenstallingen dat ondergronds wordt voorzien, moet zo vlot mogelijk bereikbaar zijn. Fietshelling Als fietsers een helling moeten op-of afgaan om de fietsenstalling te bereiken, hanteren we volgende richtlijnen: 4 - Fietser op de fiets: maximaal hellingspercentage = 4%. Voor hoogteverschillen kleiner dan 2,5 meter kan uitzonderlijk een helling van maximaal 8% worden toegelaten. 5 - Fietser te voet: max 22% (ca. 12 ) Wanneer de helling te steil is, wordt voorkeur gegeven aan een fietstrap met fietsgoot. Voor een fietsgoot gelden volgende richtlijnen: - Helling niet steiler dan 25 % - Aantrede min 30 cm - Optrede max 13.5 cm - Maximaal te overbruggen hoogte 4m - Ter plaatse van bordes bovenkant trap is er minimaal 1,1 x 1,1 m vrije ruimte - De goot ligt bij voorkeur in het midden van de trap 4 Bron: Leidraad fietsparkeren, CROW 5 IPOD, Richtlijnen Openbaar Domein 2011, Gent 4
- De bovenkant van de goot is gelijk aan de bovenkant van de traptrede Een helling voor fietsers wordt afgescheiden van een helling voor auto s om de veiligheid van de fietsers te verzekeren en om schade te voorkomen. Bovendien is een hellingsgraad die voor auto s aanvaardbaar is, niet haalbaar voor fietsers. 6 Bij een openbare parking moet steeds een aparte toegang voorzien worden. Indien een aparte helling bij niet-openbare parkeerplaatsen onmogelijk is (vb. in zeer kleine parkings), worden aanvullende voorzieningen ingevoerd waardoor fietsers toch veilig de helling op en af kunnen. Zo kunnen groen-rood lichten ervoor zorgen dat geen auto s de helling oprijden als er zich een fietser op bevindt. Er worden opstelstroken voorzien waar fietsen en automobilisten kunnen wachten tot ze op de rijbaan mogen. Deze zijn zo ingericht zodat de doorstroming naar en in de garage en op de openbare weg niet geblokkeerd wordt. Fietslift Om de bereikbaarheid van ondergrondse stallingen te vergroten, kan het een optie zijn om aanvullend op de fietshelling/luie trap een fietslift te voorzien. Naast de lift moet er steeds een alternatief voorzien worden zodat fietsers in geval van onderhoud of defect aan de lift, de stalling toch kunnen bereiken of verlaten. Een fietslift moet voldoende ruim zijn om ook met niet traditionele fietsen gebruikt te kunnen worden (vb. bakfiets, fietsen met fietsstoelen en tassen, ) De aanbevolen afmetingen zijn 140cm X 240cm (diagonaal 275cm) met een deuropening van 132cm X 210cm. De minimum aanvaardbare breedte en lengte is 110cm X 210cm. Bij grote projecten met een ruime ondergrondse stalling is één lift niet voldoende omdat de wachttijden aan de lift te lang zouden oplopen, en moeten dus voldoende liften worden voorzien om wachttijden bij piekgebruik te voorkomen. Type fietsenstalling Een goed stallingssysteem voorkomt dat een fiets omvalt. Om te voorkomen dat een fiets gestolen wordt, is een goed aanbindsysteem voorzien. 7 Een fiets moet comfortabel en zonder al te grote krachtinspanning gestald kunnen worden. Verticale hangsystemen zijn niet gebruiksvriendelijk en worden daarom negatief geadviseerd. Dubbellaagssystemen zijn niet ideaal maar afhankelijk van de doelgroep wel aanvaardbaar. Als fietsenstalling voor studenten bij studentenhuisvesting kan dit bijvoorbeeld wel. Voor een dubbellaagssysteem is een minimale hoogte van 2,70m nodig opdat alle gangbare systemen er geplaatst kunnen worden. Bij grote fietsenstallingen wordt plaats voorzien voor niet-traditionele fietsen zoals bakfietsen en fietskarren. Deze hebben genoeg aan een paal of smalle beugel om de fiets aan vast te maken. De fiets wordt immers genoeg ondersteund door een staander. Aan traditionele beugels kan een bakfiets of fietskar moeilijk worden vastgemaakt. Een parkeerplaats voor bakfietsen en cargobikes meet minimum 250 cm x 100 cm. 6 Bron: Leidraad fietsparkeren, CROW 7 Bron: Leidraad fietsparkeren, CROW 5
Ligging 8 De loopafstand naar de fietsenstalling moet minimaal zijn. De fietsenstalling geeft bij voorkeur directe toegang tot het gebouw zonder dat de fietser eerst weer naar buiten moet. Bij grote projecten liggen de verschillende stallingen verspreid over het projectgebied. Aan de verschillende ingangen van de gebouwen zijn fietsenstallingen voor bezoekers voorzien. De stalling ligt op een logische aanrijroute van de meeste fietsers. De ingang is bij voorkeur fietsend bereikbaar. De stalling is goed zichtbaar en wordt duidelijk aangeduid. De fietsenstalling is makkelijker en sneller te bereiken dan de autoparkeerplaats om het fietsgebruik aan te moedigen. Bescherming en veiligheid Sommige inpandige fietsenstallingen zijn vrij toegankelijk. Dit zijn vooral fietsenstallingen waar maar voor korte tijd een fiets gestald wordt (vb. bezoekers aan woningen, klanten bij handelszaken). Fietsers kunnen vrij in en uit. Deze stallingen zijn niet afgesloten maar bij voorkeur wel overdekt. Voor fietsen die langdurig gestald worden (vb. bewoners, werknemers) wordt een afgesloten fietsenstalling gevraagd. Deze is gecontroleerd toegankelijk d.m.v. een badge of sleutel. Grote fietsenstallingen worden opgesplitst in verschillende kleinere stallingen. Dit verhoogt de sociale controle. Zoveel mogelijk natuurlijke lichtinval en een goede verlichting vergroten het veiligheidsgevoel. 4. Aanduiding op plan bij aanvraag stedenbouwkundige vergunning We vragen dat bij de aanvraag tot stedenbouwkundige vergunning een duidelijke tekening wordt gevoegd van de fietsenstalling. Op deze tekening is af te leiden welk type stallingen gebruikt wordt en hoeveel stallingen voorzien worden. Het volstaat immers niet enkel de ruimte te benoemen en de oppervlakte mee te geven. Door aan te duiden welk type stalling en hoeveel stallingen voorzien worden kunnen wij beoordelen of er voldoende fietsen op een comfortabele manier gestald kunnen worden. 5. Verdere informatie Meer gedetailleerde informatie omtrent fietsenstallingen is terug te vinden in deze publicaties: 8 Bron: Leidraad fietsparkeren, CROW 6
- Vademecum Fietsvoorzieningen (online te raadplegen: http://www.mobielvlaanderen.be/vademecums/vademecumfiets01.php) - Fiets Suite van Mobiel 21: http://www.mobiel21.be/nl/content/fiets-suite-een-warm-plekjevoor-je-fiets - Leidraad Fietsparkeren, CROW 7