Een reisje met de WITTE ZEE..deel 1 ZEEBRIEF#134 16 mei 2016 WITTE ZEE (II). Gebouwd J.& K. Smit's Scheepswerven, Kinderdijk. 327 BRT, 79 NRT. 40,15 (37,36) x 7,65 x 4,14 x 3,840 meter. Roepsein PIRD. 12 kn. 1.000 IPK, 650 EPK, 194 MN., 6 cyl, 4 tew, 450 x 600, M.A.N., J&K Smit's Machinefabriek, Kinderdijk. 16-12-1941 kiel gelegd, 10-7-1943 te water gelaten, 1-1944 gevorderd door Duitsland, 12-1-1944 weggesleept van de werf en in Duitse dienst. 5-4-1945 naar Wilhelmshaven gesleept. 3-9-1945 terug te Rotterdam, 1945/1946 gerepareerd, 4-6-1946 proefvaart na verbouwing en als WITTE ZEE in dienst bij N.V. L. Smit en Co.'s Sleepdienst, Rotterdam, in beheer bij N.V. L. Smit en Co.'s Internationale Sleepdienst, Rotterdam. (Foto: Skyfotos). De Witte Zee (Russisch: Белое море, Beloje More) is een randzee van de Barentszzee binnen de Noordelijke IJszee met een oppervlakte van 90.000 km², die omsloten wordt door Rusland. De toegang naar de zee ligt ingeklemd tussen de schiereilanden Kola (dat deel uitmaakt van Lapland) in het westen en Kanin in het oosten. De zee heeft drie grote baaien: de Kandalaksjabaai, de Onegabaai en de Dvinabaai. In het noordoosten ligt nog een vierde baai: de Mezenbaai. In de zee liggen een aantal eilanden. De Solovetski-eilanden zijn het grootst en liggen centraal in de toegang tot de Onegabaai. Het kleinere Kiy eiland, op zo n 15 kilometer van de stad Onega, wordt door veel toeristen bezocht vanwege de oude kloostergebouwen. De bodem van de Witte Zee ligt gemiddeld 60 meter onder de zeespiegel met een maximum van 314 meter. De verbinding tussen de Witte zee en de Barentszzee is ondiep, de bodem ligt hier maximaal 40 meter onder de zeespiegel. Dit beperkt de wateruitwisseling tussen beide zeeën. Het hoogteverschil tussen eb en vloed is eveneens beperkt, dit is gemiddeld een meter. In de baaien kan het verschil tussen hoog en laag water oplopen tot maximaal 10 meter zoals in de Mezenbaai.
De rivieren die in de Witte Zee uitmonden brengen jaarlijks zo n 215 km3 zoet water in. De Noordelijke Dvina levert het meeste water aan, ongeveer 80% van het totaal. Ook de Mezen, die in het uiterste noordoosten van de zee uitmondt, is een grote waterleverancier. In mei ligt de piek als het smeltwater de zee bereikt en in februari en maart is de zoet water aanvoer het minst. Per jaar stroom ongeveer 2.200 km3 water uit de Witte Zee, maar een onderstroom brengt 2.000 km3 zout water terug. De saliniteit ligt in de Witte zee tussen de 27-30, dit is gelijk aan 27 à 30 gram zout per liter water, en tussen de 10-19 in de baaien waar de rivieren uitmonden. Vooral in het voorjaar met de toevoer van zoet smeltwater neemt de saliniteit in de baaien af tot aan de ondergrens. De zee ligt grotendeels ten zuiden van de Poolcirkel en is van oktober november tot mei juni bevroren. Het ijs is gemiddeld 40 centimeter dik, maar kan in zeer koude perioden oplopen tot 150 centimeter. Door de stroming en het tij wordt het ijs in de winter gebroken en drijft vooral in de zee rond. In de Witte Zee komen zadel- en ringelrobben voor. Vooral in de winter zijn er veel zadelrobben in de zee aanwezig. Verder zijn er zo'n 57 vissoorten in de zee gesignaleerd; vooral de haring komt er veel voor. Verder kabeljauw, zalm, forel en mossels. De voornaamste haven aan de Witte Zee is die van Archangelsk bij de monding van de Noordelijke Dvina. De stad Severodvinsk even westelijker heeft een nucleaire onderzeebootbasis. Kleinere steden aan de zee zijn Kandalaksja, Kem en Onega. (Bron en kaart: wikipedia). PROEFTOCHT WITTE ZEE - Dinsdag (4-6-1946) heeft de nieuwe sleepboot Witte Zee van Smit & Co.'s Intern. Sleepdienst haar officiële proeftocht gehouden. De Witte Zee werd in 1941 bij de werf J & K. Smit's Scheepswerven te Kinderdijk in aanbouw gegeven. Het werd door de Duitsers van de werf gehaald en te Hamburg aangetroffen en naar Kinderdijk teruggesleept, waar men de afbouw ter hand nam. De Witte Zee is een sleepboot met een Smit-MAN motor waarmede 1000 pk ontwikkeld kan worden. Het is een fraai schip en voldoet aan de eisen des tijds. (HVV, 6-6-1946).
WITTE ZEE (1), 7-1914 opgeleverd door J. & K. Smit, Kinderdijk (660) als WITTE ZEE aan N.V. L. Smit & Co.'s Sleepdienst, Rotterdam. 465 BRT, 65 NRT. 45,42 (45,14) x 8,74 x 4.80 x 5,524 meter. 1 ketel, v.o. 214 m2, 11,95 atm. 1.000 IPK, 1 T3 cyl, 457, 711 en 1168 x 762, Machinefabriek "Kinderdijk". 8-1914 in dienst bij Kon. Marine. 1918 terug bij N.V. L. Smit & Co.'s Sleepdienst. 24-8-1939 in dienst Kon. Marine als BV.5. 12-5-1940 vertrokken van Den Helder naar Engeland. 5-1940 terug bij N.V. L. Smit & Co.'s Sleepdienst en in charter Rescue Tug Section ven de British Admiralty. 12-11-1940 tijdens een reis van Penzance, Engeland naar Lamlash, Isle of Arran, U.K. op 0,5 mijl van Porth Eymon Point, U.K. op de rotsen gelopen en vergaan. WITTE ZEE (2), foto en info van: Historische Vereniging West-Alblasserwaard, Fotobank.danau.nl. Fotonummer: A0185. Titel: Zeesleepboot Witte Zee II. Beschrijving: Witte Zee II Bouwwerf: J. & K. Smit Bouwnummer: 790 Bouwjaar: 1946 Afmetingen: 39.80*7.65 m, diepgang 3.84 m Vermogen: 1000 pk De
sleepboot werd op 10 juli 1943 bij J. & K. Smit te water gelaten. Oktober 1944 is de sleepboot van de werf weggesleept en kwam in Duitse dienst. 3 september 1945 keerde de sleepboot in Maassluis terug en heeft na een verbouwing en reparatie 4 juni 1946 proefgevaren waarna in dienst gesteld van L. Smit & Co. Bij de poging tot berging van het SS Brother George bij het eiland Wight in 1964 is de sleepboot op een rif gelopen en kort daarna gezonken. Alle 16 opvarenden werden gered. NORDFONN. De tanker NORDFONN is Vrijdag (14-6-1946) van Stavanger te Schiedam aangekomen om daar te repareren Het schip werd gesleept door de sleepboten EMPIRE BESS, BRAHMAN, WITTE ZEE en MAAS. (HVV, 15-6-1946). NORFJELL, tankschip, 2-12-1941 te water als EMPIRE SAXON voor Ministry Of War Transport, 2-1942 opgeleverd door Swan, Hunter & Wigham Richardson Ltd., Wallsend (1706), 24-2-1942 verkocht als NORFJELL aan Norwegian Government - Norwegian Shipping & Trade Mission, Oslo. 8.129 BRT, 4.631 NRT. 12 kn. T 3 cyl, de werf. 9-2-1945 van Molotovsk, 14-2- 1945 tijdens een reis van Moermansk naar U.K. in konvooi BK.3 getorpedeerd door de Duitse onderzeeër U-968 (Otto Westphalen), 2 man kwamen daarbij om, hoewel zwaar beschadigd niet gezonken en naar Tree Roochia bij Kola Inlet gesleept, daar aan de grond gezet. De schade provisorisch hersteld te Moermansk. 20-10-1945 vertrokken met een sleepboot naar Stavanger, 15-11-1945 te Stavanger. 1946 verkocht aan Skibs A/S Ringfonn, Stavanger, in beheer bij Sigval Bergesen, herdoopt NORDFONN. 14-6-1946 gearriveerd op de Nieuwe Waterweg. 1947 motor geplaatst, gebouwd door N.V. Dok & Werf Mij. Wilton-Fijenoord, Schiedam. 1957 verkocht aan Mil Tankrederi A/S, Oslo, herdoopt NORSK JARL. 27-6-1960 gearriveerd bij P. & W. MacLellan Ltd., Bo'ness om gesloopt te worden, gesloopt in 1960. (Foto NORDFONN: sjohistorie.no).
13-6-1946 te Maassluis gemonsterd #62 voor een reis van Maassluis naar Oostende, van Oostende naar Portsmouth en van Portsmouth naar Vlissingen. Kapitein: W. Hoogvliet. 1e Stuurman: A. Poot. Matroos: A. v.d. Ende, I. Hartog, A. v.d. Burg, G. Weltevreden. Kok: H. van Drimmelen. Kajuitjongen: L. Bouwmeester. 1e Machinist: K.J. van Swieten. 2e Machinist: H. Oosterman. 3e Machinist: J. Visser. Ass. Machinist: B.J. de Snaaijer. Garantiemachinist: G. de Vreede. Olieman: S. Hadders. Marconist: J.A. van der Werf. Runner: A. Bravenboer, S. de Knegt, A. Kaptein en J. v.d. Endt. 25-6-1946 te Maassluis gemonsterd #66 voor een reis van Maassluis naar Den Helder, van Den Helder naar Troon en van Troon/Glasgow naar IJsland. Kapitein: W. Hoogvliet. 1e Stuurman: A. Poot. 2 e Stuurman: A. v.d. Ende. Matroos: I. Hartog, S. de Knegt, A. van Katwijk. Matroos o/g: G. Weltevreden, A. v.d. Burg, G.H. van Sprang. Kok: H. van Drimmelen. Kajuitjongen: H. Smit. 1e Machinist: K.J. van Swieten. 2e Machinist: H. Oosterman. 3e Machinist: J. Visser. Ass. Machinist: B.J. de Snaaijer. Olieman: S. Hadders. Marconist: J.A. van der Werf. Runner: A. Bravenboer, A. Kaptein, C. den Dulk, S. Beekhuizen, J. Bevers en M. Vermeer. 3-7-1946 de WITTE ZEE van Troon naar Arkrenas met 2 landingsvaartuigen. Een dok met een historie Een dok met een historie, een invasie-veteraan om het zo maar eens te zeggen, is thans op weg naar Rotterdam, teneinde er de outillage van de haven en speciaal die van het scheepsreparatiebedrijf te versterken. De sleepboot "Witte Zee" van L. Smit en Co.'s Internationale Sleepdienst heeft het gisteren te Glasgow op sleeptouw genomen. Het betreft hier een tijdens de oorlogsdagen voor de Engelse Admiraliteit gebouwd dok dat dienst heeft gedaan bij de invasie op de Normandische kust, waar het licht beschadigde schepen snel repareerde, opdat ze zo spoedig mogelijk weer hun diensten voor de oorlogvoering konden verrichten. Na het einde van de eigenlijke landingsoperaties werd het naar Glasgow overgebracht en thans is het aangekocht door het scheepsreparatiebedrijf van Niehuis en Van den Berg alhier, dat er zijn werf aan de Waaldijk nu belangrijk mee kan uitbreiden. Het dok is bestemd voor het repareren van kleinere coasters, grote sleepboten, enz. (HVV, 2-8-1946). Admiralty Floating Dock AFD 15 1941: 1941 te water, 12-1941 opgeleverd door Palmers Hebburn Co. Ltd., Hebburn als AFD 15 aan British Admiralty. 43,44 x 12,80 x 3,79 meter. Dokken met dezelfde afmetingen: AFD 14 en AFD 16. 7-1-1942 van de Tyne naar Stornoway gesleept door de sleepboot EMPIRE LARCH. 8-10- 1943 gesleept door de sleepboot EMPIRE IMP naar Greenock. 22-5-1946 verkocht aan N.V. Scheepswerf Niehuis & van den Berg, Rotterdam. 7-8-1946 (een heel mooie dag!) van Greenock naar Rotterdam gesleept door de sleepboot WITTE ZEE. 8-8-1946 te Rotterdam met het dok AFD 15. (Foto: Kevin Blair/tynebuiltships.co.uk).
12-8-1946 de WITTE ZEE te Maassluis gemonsterd #88 voor een reis van Maassluis naar Bogen, Noorwegen. Kapitein: W. Hoogvliet. 1e Stuurman: A. Poot. 2 e Stuurman: A. v.d. Ende. Matroos: I. Hartog, J. van Gool, A. de Best. Matroos o/g: C. v.d. Pluijm, G.H. van Sprang, A. v.d. Burg. Kok: H. van Drimmelen. Kajuitjongen: H. Smit. 1e Machinist: K.J. van Swieten. 2e Machinist: H. Oosterman. 3e Machinist: J. Visser. Ass. Machinist: B.J. de Snaaijer. Olieman: S. Hadders. Marconist: J.A. van der Werf. Runner: J. van Oeveren, C. Westein. 21-8-1946 van Bogen (Narvik) naar Rotterdam. De sleepboot "Witte Zee" van L. Smit en Co's Internat. Sleepdienst, is onderweg van Bogen bij Narvik (Noorwegen) naar Rotterdam met een door de Duitschers gestolen 5-tons grijperkraan van de Steenkool H.V. (Friesch dagblad, 26-08-1946). 10-9-1946 de WITTE ZEE te Maassluis gemonsterd #102 voor een reis van Maassluis via Appledore naar Rio de Janeiro. Kapitein: W. Hoogvliet. 1e Stuurman: A. Poot. 2 e Stuurman: A. v.d. Ende. Matroos: I. Hartog, J. van Gool, A. de Best, H. van Wezel. Matroos o/g: C. v.d. Pluijm, G.H. van Sprang, J. Slotboom. Kok: H. van Drimmelen. Koksmaat: W. Kloosterman. 1e Machinist: K.J. van Swieten. 2e Machinist: H. Oosterman. 3e Machinist: J. Visser. Ass. Machinist: B.J. de Snaaijer. Olieman: B. Moerman. Marconist: J.A. van der Werf. Runner-Maschinist: W. Roodenburg. Runner: J. van Oeveren, S. Stadens, J. Leemans, J. v.d. Windt, M. v.d. Hoek. Lichter op drift - In de omgeving van Goeree dreef een onbemande lichter rond die door de gistermiddag uitgevaren zeesleepboot de "Witte Zee" is opgepikt. Het transport arriveerde vannacht te Hoek van Holland. De lichter bleek verloren te zijn door de "Gaasterland" van de K.N.S.M. (H.V.V., 12-9-1946). De slbt. Witte Zee 23-9-1946 van Appledore naar Rio de Janeiro met twee landingsvaartuigen. (H.V.V., 24-9- 1946). De slbt. Witte Zee van Milford Haven naar Rio Janeiro met twee landingsvaartuigen 2-10-1946 op 36.43 Nbr. en 12.18 Westerlengte. (H.V.V., 3-10-1946). De slbt. Witte Zee van Appledore naar de Janeiro 9-10-1946 op 19.55 Nbr. en 17.55 Westerl. (H.V.V., 10-10-1946). De slbt. Witte Zee met twee landingsvaartuigen op weg naar Rio de Janeiro 23-10-1946 op 6.52 Zbr en 26.30 Westerl. (H.V.V., 24-10-1946). 6-11-1946 slbt. Witte Zee van Rio de Janeiro naar Kaapstad. 20-11-1946 vanaf Rio de Janeiro te Kaapstad. De Witte Zee met de rotsbreker H.A.M. 906 vertrok 27-10-1946 van Kaapstad naar Marseille. De slbt. Witte Zee met de kraan HAM 906 van Kaapstad naar Marseille bevond zich 23 Dec. op 4.00 Noord en 12.33 West. (H.V.V., 24-12-1946). De slbt. WITTE ZEE van Kaapstad naar Port de Bouc 8 Jan 1947 op 29.35 Noord en 14.05 West. De slbt WITTE ZEE van Kaapstad naar Port de Bouc was 20 Jan 1947, op 41.58 Noord en 32.00 Oost. De slbt WITTE ZEE met de baggermolen HAM 906 op sleeptouw arriveerde 22 Jan 1947 van Kaapstad te Port de Bouc. Nederl. sleepbooten snellen te hulp Britsch stoomschip bij Kaap Finisterre in brand - Op het Britsche stoomschip "Samwater" (7.219 ton), dat zich in de Golf van Biscaye bevindt, is brand uitgebroken Het Zweedsche stoomschip Pahlsson seinde, dat het overlevenden van de "Samwater" had opgepikt. De Nederlandsche sleepbooten Thames en de Witte Zee hebben opdracht gekregen om de "Samwater" te hulp te snellen. De eerste is uit Falmouth, de tweede uit Marseille vertrokken. Volgens latere berichten zijn 26 overlevenden van de Samwater in Lissabon aan land gezet. 16 leden der bemanning en twee passagiers zijn verdronken. Behalve de kapitein zijn nog 23 leden der bemanning en 3 passagiers gered. De brand zou zijn uitgebroken terwijl men bezig was met het verrichten van herstellingswerkzaamheden aan de machines van het schip. Het vuur greep zoo snel om zich heen, dat het schip verlaten moest worden. Dit geschiedde terwijl het nog op volle kracht voortstoomde. Door de woeste zee zijn twee reddingbooten gekapseisd en de inzittenden verdronken. De kapitein kon geen verklaring geven voor het uitbreken van den brand. (Nieuwsblad van het Noorden, 31-01-1947). De slbt WITTE ZEE is 30 Jan. 1947 bij s.s. SAMWATER aangekomen.
Brits schip vergaan. Het Britse stoomschip "Samwater" is ter hoogte van Kaap Finisterre te brand geraakt. Het vuur greep zo snel om zich heen, dat het schip verlaten moest worden. Er stond in de Golf van Biscaye echter een zware zeegang, hetgeen tengevolge had, dat twee reddingboten omsloegen. Als gevolg hiervan zijn zestien leden der bemanning en twee passagiers verdronken. De andere opvarenden, 23 leden van de bemanning en 3 passagiers zijn door het Zweedse stoomschip Pahlsson opgepikt en te Lissabon aan land gezet. (De Heerenveensche koerier: onafhankelijk dagblad voor Midden-Zuid-Oost-Friesland en Noord-Overijssel, 01-02- 1947). SAMWATER: 12-7-1943 kiel gelegd, 9-8-1943 te water gelaten als DAVID DE VRIES, type Liberty, EC2-S-C1 class, 16-8-1943 opgeleverd door Bethlehem-Fairfield Shipyard Inc., Baltimore (2210) als SAMWATER aan Ministry of War Transport, Londen, in beheer bij Glen Line Ltd. 7.219 BRT. 29-1-1947 tijdens een reis van Sydney en Fremantle via Table Bay naar Antwerpen, Liverpool en Avonmouth, geladen met stukgoed in brand geraakt en gezonken op circa 35 mijl ten westen van Finisterre (42.41 NB. en 10.13 WL). (Foto: sssamwater.webspace.virginmedia.com). KALMOA. Onvoorziene weersomstandigheden voorbehouden zullen de zeesleepbooten "Ganges" en "Schelde" van L. Smit en Co's Internationalen sleepdienst op Donderdag 27 Februari a.s. in opdracht van de N.V. gemeenschappelijke mijnbouwmaatschappij Billiton den bij J. en K. Smit's scheepswerven N.V. te Kinderdijk gebouwden tinbaggermolen "Kalmoa" op sleeptouw nemen en de reis aanvaarden naar Manggar op Billiton. KALMOA - POOLZEE met de tinbaggermolen KALMOA naar Billiton van 27 februari t/m 31 oktober 1947 Na de Tweede Wereldoorlog bestelde de Billiton Maatschappij acht tinbaggermolens. Hiervan werden er zes in Nederland gebouwd. De tinbaggermolens hadden een lengte van 96 meter en een breedte van 28 meter. De eerste tinbaggermolen de Kalmoa was gebouwd door de werf van J.& K. Smit te Kinderdijk. Begin 1947 te weten op 27 februari vertrok voornoemde tinbaggermolen, met runnerkapitein Willem Pop aan boord, via de Nieuwe Waterweg. Het eerste stuk op de rivier van Kinderdijk tot Schiedam werd de Kalmoa door vier havensleepboten gesleept. Daarna werd de tinbaggermolen overgenomen en vastgemaakt door de Witte Zee met kapitein A. Slijp en de Schelde met kapitein J. Penning. De sleepboot Blankenburg voer mee ter begeleiding en had de werfdirectie alsmede de directie van de Billiton Maatschappij aan boord. Onderweg op de rivier droeg de werfdirectie de tinbaggermolen over aan de Billiton Maatschappij. Het was de bedoeling dat onderweg de Ganges met kapitein C. Kalkman de Witte Zee zou vervangen. De Schelde zou de reis tot Gibraltar meemaken, waarna de Ganges de reis alleen met de Kalmoa zou voortzetten. Uit IJmuiden vertrok op 3 maart 1947 nog een tinbaggermolen, n.l. de Dendang. Deze werd gesleept door de sleepboten Tyne en Witte Zee. De sleepboot Witte Zee werd na één dag afgelost bij de Kalmoa. De winter van begin 1947 was een zeer strenge winter met veel ijsgang in het Noordzeekanaal en het koste dan ook veel moeite en vele uren om met de tinbaggermolen IJmuiden te bereiken. Twee dagen later verliet een derde baggermolen de Menoembing de Nieuwe Waterweg achter de zeesleper Thames. Het begin van al voornoemde reizen waren zeer onfortuinlijk. In de Golf van Biskaje trof de Kalmoa zulk slecht weer dat op 9 maart de tros van de Ganges brak en ze door de Ganges en de Schelde moest worden teruggesleept naar Falmouth. De Thames met de Menoembing moest eveneens terugkeren tengevolge van lekkage aan de molen. Alleen de Dendang met de Tyne en Witte Zee bevonden zich nog op zee. Zij moesten echter, gedwongen door het slechte weer, bijna de gehele maand maart in de Golf van Biskaje op en neer varen om te voorkomen dat zij hun logge sleep zouden verspelen. Na reparatie van de Kalmoa in Engeland vertrok men opnieuw maar ook ditmaal kwam men in stormachtig weer terecht en braken de trossen. Het kostte de grootste moeite om bij dit bijzonder slechte weer opnieuw een sleepverbinding tot stand te brengen. Na deze ervaring besloot L. Smit & Co. de Kalmoa met de sleepboten Ganges en Schelde, na hun vertrek uit Falmouth naar Rotterdam terug te roepen. De schade die de Kalmoa had opgelopen diende eerst te op de werf in Kinderdijk te worden hersteld. De geplande reis van 9.000 mijl voortzetten zou onverantwoord zijn geweest. Op 13 april was het transport weer terug in Rotterdam. De oudere stoomsleepboten die ketels hadden die nog met kolen werden gestookt, bleken minder geschikt dan de nieuwere motorsleepboten, die een veel grotere actieradius bezaten. De 2e poging Op 5 augustus 1947 verlieten de Poolzee met kapitein Engels en de Hudson met kapitein Slijp met de gerepareerde Kalmoa op sleeptouw voor de tweede keer de Nieuwe Waterweg. Ditmaal was Willem Pop stuurman op de Poolzee. De Hudson sleepte mee tot Aden en de rest van het traject sleepte alleen de
Poolzee. Na 87 dagen, t.w. op 31 oktober bereikte de zeesleper Poolzee met zijn sleep, de tinbaggermolen Kalmoa, Manggar op Billiton in het toenmalige Nederlandsch-Indië. Als dank en als herinnering kregen de bemanningleden van beide sleepboten na afloop van de sleepreis met de tinbaggermolen Kalmoa een ronde tinnen sigarettendoos van de Billiton Maatschappij. (Foto van de aankomst van de POOLZEE met de KALMOA te Port Said: J. Klein/sites.google.com/site/zeesleepvaart. "Vanaf de brug gezien" door W. Pop, de aankomst van de sleep te Port Said, Egypte. Tussen de sleepboot en de molen kan men nog juist het standbeeld zien van de ontwerper van het Suezkanaal, de grote Ferdinand de Lesseps. Dit beeld is in 1956 toen het kanaal in Egyptische handen overging vernield). Tinbaggermolen Kalmoa gesleept door de Schelde en de Witte Zee De slbt GANGES heeft de WITTE ZEE vervangen en het transport bevond zich 28 Febr bij East Goodwill. De slbt WITTE ZEE arriveerde 1 Maart 1947 weer te Maassluis. De slbten Ganges en Schelde met de tinmolen Kalmoa van Rotterdam naar Manggar was 2 Maart 1947 op 50.11 Noord en 3.30 West. De slbten Witte Zee en Tyne arriv. 3 Maart 1947 van Maassluis te IJmuiden. Foto: Bruijn, A. de, Nationaal Baggermuseum, 25-9-1946. Bouw van de tinbaggermolen KALMOA.
WITTE ZEE en TYNE te IJmuiden, foto: Kees Heemskerk, collectie R. Koning De slbt Witte Zee en Tyne vertrokken 3 Maart 1947 van IJmuiden naar Manggar met de tinbaggermolen Dendang op sleeptouw. 4-3-1947 passage Dungeness. Witte Zee en Tyne met tinbaggermolen Dendang 7-4- 1947 op 47.36 Noord en 6.22 West. De tinbaggermolens Menoembing en Dendang, op weg zijn naar Indië., hebben op den Atlantischen Oceaan last van den storm en van zware en hooge zee. Zij komen slechts langzaam vooruit, doch voorzoover bekend hebben ook zij geen noemenswaardige averij. (De Tijd, 17-3-1947). Het optimisme was nu wel een beetje getemperd, want er was zojuist een brief uit Falmouth waaruit bleek dat het hele stel motorboten en stoomboten - Thames, Ganges. Schelde, Witte Zee en Tyne - nog niet verder gekomen was dan die haven aan de Engelse zuidkust. Om stormschade aan de tinbaggermolens (de Kalmona, Menoemtoing en Dendang) te repareren waren ze er binnengelopen. Meer dan drie weken zijn ze nu al onderweg en het hele stel had al lang diep in de Middellandse Zee kunnen zitten, als het slechte weer in de Golf van Biscaje niet zo voor spelbreker gespeeld had. Drie weken tijdverlies voor vijf grote boten! (Het Vrije Volk, 25-03-1947). De slbt Witte Zee vertrok 6-4-1947 van Gibraltar naar Dakar, 9 April te Las Palmas verwacht. 9 April 1947 van Las Palmas naar Dakar. WITTE ZEE (slbt.) 16-4-1947 met mastblok en ponton v. Dakar naar Bizerta. 21-4-1947 van Las Palmas te Dakar. 8-5-1947 met mastblok en ponton v. Dakar naar Bizerta. 5-6-1947 van Bizerte naar Rotterdam. 8-6-1947 te Cagliari. 15-6-1947 van Cagliari naar Rotterdam. 21-6-1947 passage Cap Finisterre. 23-6-1947 passage Startpoint naar Maassluis. 21-7-1947 van Maassluis naar Le Havre. 26-7-1947 ETA te Lizard. 26-7-1947 t.h.v. Start Point naar Rotterdam. 23-8-1947 te Kaapstad vanaf Hoek van Holland. 29-8-1947 van Kaapstad naar La Plata met een droogdok. 22-10-1947 op de La Plata en de sleep afgeleverd. 10-1947 van de La Plata naar Kaapstad. 18-11- 1947 van Kaapstad naar Visakhapatam, India. 22-12-1947 nog te Visakhapatam, India om te wachten op beter weer. Met dok AFD 44 van Visakhapatam, India naar Buenos Aires. 21-2-1948 ETA te Kaapstad (veel slecht weer onderweg). 26-2-1948 van Kaapstad, 7-4-1948 ETA te Buenos Aires. 14-4-1948 het dok afgeleverd te Buenos Aires. AFD44: 750 ton. Lengte 65,90 meter. 11-1945 gebouwd te Vizagapatam.
20-4-1948 van Buenos Aires naar Freetown om een schip (EMPIRE ARTHUR) te slepen naar Genua, 5-5-1948 ETA te Freetown. 24-5-1948 te Gibraltar marconist Zaanen aan boord. 29-5-1948 te Genua. 31-5-1948 te Genua marconist Zaanen en de runners van boord en met de trein naar huis. 1-6-1948 van Genua naar Maassluis. 11-6-1948 te Maassluis. EMPIRE ARTHUR, 5-3-1942 te water, 6-1942 opgeleverd door Grangemouth Dockyard Co. Ltd., Grangemouth (439) als EMPIRE ARTHUR aan Ministry of War Transport, Grangemouth, in beheer bij Bulk Oil S.S. Co. Ltd. 780 BRT. 9 kn. T 3 cyl, Rowland & Co. Ltd. Glasgow. 11-7-1942 van Liverpool naar Freetown in konvooi OS.34. 30-7-1942 te Freetown. 22-11-1943 te Freetown, Sierra Leone tijdens het laden van drinkwater gekapseisd en gezonken, weggesleept en aan de grond gezet. CTL verklaard. 1947 verkocht naar Italië, recht gezet en geborgen, naar Genua gesleept door de WITTE ZEE en gerepareerd. 1949 verkocht aan "Ape" Azionaria Petroliere, Genua, herdoopt MERULA. 1951 verkocht aan F.T. Everard & Sons Ltd., London, herdoopt ADHERITY (Foto: Skyfotos/naviearmatori.net). 10-3-1962 gearriveerd bij N.V. Machinehandel & Scheepsloperij "De Koophandel", Nieuw-Lekkerland om gesloopt te worden, gesloopt in 1962. 11-7-1948 van Maassluis. 12-7-1948 met 2 bakken vertrokken van Rotterdam naar Curaçao. 13-8-1948 de 2 bakken afgeleverd te Curaçao. 15-8-1948 naar Trinidad om de sleep van de SCHELDE over te nemen. 17-8- 1948 te Trinidad. 18-8-1948 van Trinidad met de baggermolen RÉSISTANCE en bak. 22-8-1948 te Curaçao. CURACAO'S NIEUWE HAVEN A.s. Zondag zal de sleepboot "Witte Zee" van L. Smit & Co's Internationale Sleepdienst met een baggermolen, de "Résistance" en een bak op sleeptouw, Curaçao binnenvaren. De Résistance, een hyper moderne molen met een, naar wij vernemen, aanzienlijke capaciteit heeft de Nederlandse Maatschappij voor Havenwerken speciaal uit Holland laten komen voor de uitvoering van het baggerwerk voor de nieuwe haven van Curaçao. De "Witte Zee" met kapitein Hoogvliet is geen onbekende voor Curaçao. Een week geleden is de "Witte Zee" hier aangekomen uit Nederland met 2 bakken, die bestemd zijn om door de Résistance gebaggerde specie te vervoeren. Na haar sleep afgeleverd te hebben, is de "Witte Zee" echter weer uitgevaren om in Trinidad de baggermolen Résistance te gaan halen. De Résistance is n.l. door de sleepboot "Schelde" eveneens van L. Smit & Co. van Nederland naar Trinidad gesleept. Wij vernamen nog, dat de "Witte Zee" met haar sleep 35 dagen gedaan heeft over haar tocht over de Oceaan, terwijl de Schelde van Nederland naar Trinidad ruim 2 maanden onderweg is geweest. Hulde aan de kapiteins en bemanningen van deze Nederlandse sleepboten, die hiermee weer een flink stuk werk gepresteerd hebben. (Amigoe di Curaçao, 20-08-1948).
RÉSISTANCE, stoombaggermolen, opgeleverd door Gusto (10). Beschrijving: Bnr: 878 en 879: Bouwjaar 1947 (Co.9 en Co.10) Werf Gusto. 2 Stationaire Stoom-baggermolens 'Liberation' en 'Resistance' voor Ackermans & van Haaren. Een van de eerste grote opdrachten na WO II voor de werf. Een van de molens wordt hier uitgetest voor de werf in Schiedam. (Foto: beeldbank.schiedam.nl). 15-10-1959 vetrokken van Lissabon naar Port Said met de sleepboot NOORDZEE, 29-10-1959 tijdens die reis, op de Middellandse Zee, gekapseisd en gezonken. 26-8-1948 de WITTE ZEE van Curaçao naar Christobal. 3-9-1948 met een landingsvaartuig van Christobal naar Miami. 6-9-1948 van Cristobal naar Miami met L.C.T. op 16.46 NB. en 79.16 WL. 11-9-1948 van Cristobal te Miami. Veel slecht weer geweest in die periode met o.a. een hurricane die veel schade veroorzaakte te Miami. 24-9-1948 met 2 LTC'S van Miami naar Southampton. 24-10-1948 te Southampton met 2 landingsvaartuigen. 26-10-1948 van Southampton. 27-10-1948 te Maassluis. 10-11-1948 van Maassluis, wegens ziekte is kapitein Hoogvliet vervangen door kapitein A. Slijp. 12-11-1948 van Vlissingen met 2 bakken naar Port de Bouc, Frankrijk. 25-11-1948 te Gibraltar voor reparatie aan een
bak. 26-11-1948 van Gibraltar. 1-12-1948 te Port de Bouc. 3-12-1948 van Port de Bouc naar Bayonne. 11-12-1948 te Bayonne. 12-12-1948 van Bayonne met 2 sleepboten naar Rotterdam. 18-12-1948 te Maassluis. 20-12-1948 van Maassluis naar Haisbro waar de Noorse BOSPHORUS was gestrand, samen met sleepboten van Doeksen, de Engelse SUPERMAN, de Smit sleepboten BLANKENBURG en SCHELDE en het bergingsvaartuig ZEELEEUW elk tij geprobeerd zonder resultaat. Een deel van de lading sinaasappelen overboord gezet. 29-12-1948 de BOSPHORUS vlot gebracht. (Foto SCHELDE: Teunissen, Maassluis, uitgave Fa Wed. L.E. v.d. Meer). Noors schip onder Engelse kust in nood De sleepboten "Holland" en "Oceaan" van de rederij Doeksen op Terschelling zijn gisteravond om 19:45 uur uitgevaren, teneinde assistentie te verlenen aan het Noorse s.s. "Bosphorus" dat nabij Heyburry Sand onder de Engelse kust aan de grond is gelopen en noodseinen gaf. De sleepboten hebben vanmorgen circa half negen contact gemaakt met de "Bosphorus." Vanmiddag om 1 uur, bij hoog water, hoopte men het schip vlot te trekken. (NvhN, 21-12-1948). DE "BOSPHORUS" VLOT Het Noorse s.s. "Bosphorus", dat 20 December bij de Engelse kust strandde en waarheen onmiddellijk ook Nederlandse sleepboten van de rederij Doeksen en van L. Smit en Co's Internationale Sleepdienst ter assistentie waren uitgevaren, is Woensdagmorgen om halfzes, na negen dagen moeizame sleeparbeid, vlot gekomen. Het schip wordt door de Engelse sleepboot Superman naar Hull gesleept. De Nederlandse sleepboten hebben zich op weg naar de thuishaven begeven. Het Noorse schip is vrij zwaar beschadigd en heeft een deel van de lading, bestaande uit sinaasappelen, bestemd voor Engeland, over boord moeten werpen. BOSPHORUS: 12-1934 opgeleverd door A/S Akers Mek. Verks., Oslo (464) als BOSPHORUS aan D/S A/S Spanskelinjen, Oslo, in beheer bij Fred. Olsen & Co. & O.R. Thoresen. 2.111 BRT. 13 kn. 1938 in beheer bij Den Norske Middlehavslinje A/S. 22-6-1940 te Algiers aangehouden en overgedragen aan French Government (Vichy), Frankrjk, in beheer bij Cie. de Navigation Mixte, 1940 herdoopt SAINTE MATHILDE. 4-12-1942 terug bij de eigenaar. 1943 verkocht aan Den Norske Middlehavslinje A/S, Oslo, in beheer bij Fred. Olsen & Co., Oslo, herdoopt BOSPHORUS. 19-4-1950 tijdens een reis van Oslo naar Alexandria gestrand bij Istanbul, 23-8-1950 vlot gebracht, CTL, verkocht voor sloop te Istanbul. (Foto BOSPHORUS: warsailors.no, 15-12-1934, proefvaart). 30-12-1948 te Maassluis. 3-1-1949 van Maassluis naar Hamburg om samen met de SCHELDE de VICTORIA naar Rotterdam te slepen. Te Hamburg moeten wachten op beter weer. 24-1-1949 vertrokken van Hamburg. 27-1-1949 te Rotterdam. 12-2-1949 vertrokken met de bok OVERWINNING naar Douala. 15-2-1949 Cherbourg aangelopen en de reis vervolgd. 12-3-1949 te Douala. 15-3-1949 van Douala naar Maassluis. 23-3-1949 te Dakar. 25-3-1949 van Dakar naar Maassluis. 4-4-1949 te Maassluis. 24-4-1949 (kapitein Hoogvliet) van Maassluis, met een baggermolen en een bak naar Queenstown. 24-4-1949 te Queenstown. 3-5-1949 van Le Havre naar Cadiz met 2 bakken (aanvankelijk met een zuiger). 11-5-1949 te Cadiz met 2 bakken. 12-5-1949 van Cadiz naar St. Nazaire. 21-5-1949 van St. Nazaire naar Cadiz met een zuiger. 27-5-1949 te Cadiz. 28-5-1949 van Cadiz naar Marseille. 31-5-1949 te Marseille. 7-6-1949 van Marseille naar Cadiz met een zuiger en een sleepboot. 13-6-1949 te Cadiz. 14-6-1949 van Cadiz met de losse boot naar Maassluis. 19-6-1949 te Maassluis.
18-7-1949 naar Antwerpen. 20-7-1949 van Antwerpen naar Cadiz met een bak en een sleepboot. 28-7-1949 te Cadiz. 29-7-1949 van Cadiz naar Sfax, Tunesië. 2-8-1949 te Sfax, Tunesië. 3-8-1949 van Sfax, Tunesië naar Cadiz met een baggermolen en een bak. 15-8-1949 te Cadiz. 16-8-1949 van Cadiz naar Glasgow. 19-8- 1949 bij m.s. COOLHAVEN en vastgemaakt, het Ned. vrachtschip had problemen met de machine opgelopen, koers gezet naar Antwerpen. 22-8-1949 te Antwerpen. De Witte Zee heeft in de nacht van Donderdag op Vrijdag het Nederl. m.s. Coolhaven op weg van Teneriffe naar Antwerpen in de Golf van Biscaye vastgemaakt en sleept het nu naar Antwerpen. (HVV, 19-8-1949). Het m.s. "Coolhaven", 493 b.r.t. groot en toebehorende aan de N.V. Gebr. Van Uden's Scheepvaart en Agentuur Maatschappij te Rotterdam, heeft, van Teneriffe komende, in de Golf van Biscaye machineschade opgelopen en om sleepboothulp gevraagd. De "Witte Zee" van L. Smit en Co's Internationale Sleepdienst heeft het schip bereikt en sleept het naar Antwerpen. (NvhN, 20-8-1949). COOLHAVEN, IMO 5110654, 3-6-1947 te water gelaten bij N.V. Werf Gusto v/h firma A.F. Smulders, Schiedam (865). 4-6-1947-1948 als COOLHAVEN, zijnde een stalen motorschip, metende 1.397,57 m3 bruto inhoud volgens meetbrief 's-gravenhage d.d. 02-06-1947 no. 6986, liggende te Schiedam, door A. van der Velden, scheepsmeter te Rotterdam, van haar brandmerk voorzien door het inbeitelen van 6930 Z ROTT 1947 op het achterschip aan S.B. zijde in de achterkant achterste dekhuis, 4.80 m. uit de hekplaat, 0.40 m. uit de lengteas, 1.50 m. boven dek. 17-2-1948 opgeleverd als COOLHAVEN aan N.V. Motorscheepvaart Maatschappij 'Ida', Rotterdam, in beheer bij N.V. Gebroeders van Uden's Scheepvaart- en Agentuur Maatschappij, Rotterdam. Roepsein PDLH. 493 BRT, 208 NRT, 750 DWT. 59,20 (56,19) x 9,25 x 3,40 x 3,225 meter. Grain: 58.485 Cubic Feet, 1,656 m3, Bale: 53.363 Cubic Feet, 1.511 m3. 11 kn. 660 EPK, 6 cyl, 2 tew, 400 x 650, N.V. Machinefabriek 'Bolnes' v/h J.H. van Cappellen, Bolnes. 2-1952 tijdens een reis van Valencia naar Antwerpen, in de Golf van Biscaye problemen met de machine. Vastgemaakt door de sleepboot NOORD-HOLLAND, naar Brest gesleept. 14-2-1952 te Brest voor reparatie. 8-1960 herdoopt PIETER BRUEGHEL (PGSS). 3-1961 verkocht aan Vincenzo Cavarretta, Trapani-Italië, herdoopt EXELSIOR. 1983 verkocht aan Armatore Vincenzo Cavarretta & Co., Trapani-Italië. 25-3-1985 aanvang van de sloop bij Navelsider S.r.L. Cantieri Navale te Napels. (Info: Marhisdata, foto: Skyfotos/Shipspotters.nl). 23-8-1959 de WITTE ZEE van Antwerpen naar Glasgow. 30-8-1949 met twee L.C.G.M. (Landing Craft, Gun, Medium) van Greenock naar Rangoon, Birma. Ook de POOLZEE vertrok (31-8-1949) met twee L.C.G.M. van Glasgow naar Rangoon, Birma. 2-9-1959 op 51.12 NB. en 06.29 WL. 4-9-1959 op 44.46 NB. en 09.08 WL. 16-9-1959 op 35.03 NB. en 19.07 Oost. 20-9-1959 te Port Said. 22-9-1959 POOLZEE en WITTE ZEE, beide met twee L.C.G.M. van Suez naar Rangoon, Birma. 27-9-1959 t.h.v. Djeddah. 2-10-1949 te Aden. 3-10-1949 van Aden. 18-10-1949 op 10.44 NB. en 88.10 OL. 22-10-1949 de sleep afgeleverd te Rangoon, Birma. 26-10- 1949 van Rangoon, Birma naar Colombo voor orders. 2-11-1949 van Rangoon te Colombo. 20-11-1949 van Colombo naar Rotterdam. 30-11-1949 van Aden naar Rotterdam. 7-12-1949 van Port Said naar Rotterdam. Onderweg een reis gekregen: van Savannah naar Kiel met 2 korvetten. 6-1-1950 van Gibraltar te Savannah. 22-1-1950 van Savannah naar Kiel met 2 korvetten. 11-3-1950 passage Brunsbüttel. 12-3-1950 te Kiel. 14-3-1950 te Maassluis.
2-5-1950 van Rotterdam naar Glasgow. 10-5-1950 van Glasgow met 2 hekwielers naar Burutu, Nigeria. 11-6- 1950 te Burutu en de sleep afgeleverd. 22-6-1950 bericht ontvangen van de SOVAC en koers gezet naar de tanker die dreef bij Las Palmas. 24-6-1950 vastgemaakt op de SOVAC die ketelschade had. 29-6-1950 met de SOVAC te Gibraltar. SOVAC: 9-10-1937 te water, 1-1938 opgeleverd door Odense Staalskibsvæft, Odense (67) als SOVAC aan Standard Transportation Co. Ltd., Londen.Tanker. 6.724 BRT. 10 kn. 3 ketels, v.o. 732 m2, 16 atm. C 4 cyl, Rheinmetall- Borsig A.G., Berlijn. 1940 verkocht aan Socony-Vacuum Transportation Co. Ltd., Londen. 23-5- 1953 gearriveerd te Shimizu om gesloopt te worden te Saga, Yamaguchi Pref, 8-1953 gesloopt. (Foto: NN/sctknud.blogspot.nl, 9-10-1937 te water met assistentie van de sleepboot KNUT). 5-7-1950 van Gibraltar te Falmouth. 19-7-1950 van Falmouth met 2 hekwielers naar Burutu, Nigeria. 20-8- 1950 te Burutu, Nigeria. 22-8-1950 van Burutu naar Dakar om te bunkeren en daarna naar Gibraltar. 30-8- 1950 van Dakar naar Rotterdam. 7-9-1950 passage Kaap Vilano, Spanje (Cabo Vilán). 10-9-1950 te Rotterdam. 20-9-1950 vertrokken van Rotterdam naar Port Said met een baggermolen en een bak. 29-9-1950 te Southampton vanwege het slechte weer. 30-9-1950 van Southampton naar Port Said. 2-10-1950 passage Portland Bill. 9-10-1950 passage Kaap Vilano, Spanje. 4-11-1950 te Port Said. 5-11-1950 van Port Said naar Port de Bouc, Frankrijk. 12-11-1950 te Port de Bouc, Frankrijk. 15-11-1950 van Port de Bouc, Frankrijk naar Port Said met een baggermolen. 29-11-1950 te Port Said. 30-11-1950 van Port Said naar Rotterdam. 14-12-1950 van Port Said te Rotterdam. 12-1950 van Rotterdam met een baggermolen en een bak op sleep naar Agadir, Marokko. 2-1-1951 te Agadir. 3-1-1951 van Agadir naar Gosport, Engeland met het casco van een sleepboot. 11-1-1951 te Maassluis. 15-1-1951 vertrokken met op sleep een bak en een sleepboot naar Agadir, Marokko. 26-1-1951 te Agadir. 27-1-1951 van Agadir naar Tunis. 29-1-1951 gevaren naar s.s. EMIN die bij Oran strandde, als verloren beschouwd en naar Oran. EMIN, 5-1919 opgeleverd door Great Lakes Engineering Works, Ecorse, Mich. (222) als COWAN aan U.S. Shipping Board, Boston-U.S.A. 2.450 BRT, T 3 cyl, 9,5 kn. 1922 verkocht aan Earl M. Leaf, U.S.A. 1923 verkocht aan Los Angeles Lumber Products S.S. Co. Inc., Los Angeles, herdoopt
EL ABETO. 1928 verkocht aan Coastwise S.S. & Barge Co. Ltd., Victoria, B.C., in beheer bij J. Griffiths & Sons, herdoopt GRIFFCO. 1946 verkocht aan Cia. de Vapores Mediterranea S.A., Panama, herdoopt DIMITRIOS. 1948 verkocht aan Cia. Navegacion San Blas, S.A., Panama, herdoopt ELAINE. 1949 verkocht aan Ahmed Sait Darga, Istanbul, herdoopt EMIN. 28-1-1951 gestrand ten oosten van Oran, later verkocht voor sloop en ter plaatse gesloopt. (Foto: Collection HCGL/MAIN: Brookes/greatlakes.bgsu.edu). 30-1-1951 te Oran. 7-2-1950 vertrokken van Oran om de baggermolen CENTAURE van Sfax naar Bizerte te slepen. 9-2-1950 tevergeefs gevaren naar s.s. VILLE DE TENES die gestrand zat op Sardinië. VILLE DE TENES, 2-1909 opgeleverd als BRAESIDE door J. Crown & Sons Ltd., Sunderland (131) aan Wear Steam Shipping Co. Ltd., Sunderland, in beheer bij T. Rose. 407 BRT. 1 C 2 cyl. 1915 verkocht aan Harris Bros., Falmouth, herdoopt FALMOUTH CASTLE. 1923 verkocht aan Falmouth Castle Shipping Co. Ltd., U.K., in beheer bij Harris Bros. 1927 verkocht aan Soc. Anon. les Caboteurs Algériens, Algiers, vlag: Frankrijk, herdoopt CARTENÉE. 1928 verkocht aan Soc. Algérienne de Navigation pour l'afrique du Nord Algiers, in beheer bij Ch. Schiaffino & Cie., herdoopt VILLE DE TÉNÈS. 1939 t/m 10-1940 in dienst bij de Franse marine als de mijnenveger AD.245 en later als AD.263. 1946 verkocht aan Soc. Méditerranéenne de Transports Maritimes, Marseille. 1948 verbouwd tot wijntransportschip. 7-2-1951 tijdens een reis van Marseille naar Susa met stukgoed gestrand in de Golfo di Orosei, Sardinië, daarna brak brand uit aan boord. 11-2-1951 vergaan. (Foto FALMOUTH CASTLE: Collection of Rick Cox/7seasvessels.com, Porthcurno, Cornwall, 1919). 28-2-1951 te Sfax vanaf Algiers. 2-3-1951 van Sfax naar Bizerte met de baggermolen CENTAURE. 4-3-1951 te Bizerte. 5-3-1951 van Bizerte naar Tarente. 8-3-1951 te Tarente. 11-3-1951 met s.s. NAKHSHON van Tarente, Italië naar Newcastle. 3-4-1951 de sleep afgeleverd te North Shields en naar Maassluis. 4-4-1951 te Maassluis. NAKHSHON, 12-1906 opgeleverd als LA SAVOIE door Atel. & Chant. de France, Duinkerken (36) aan P. Altazin-Fourny & Cie., Boulogne. Trawler, 382 BRT. T 3 cyl. 11,75 kn. 1913 verkocht aan A. Coppin & Cie., Boulogne. 1914-1918 tijdens WW1 dienst gedaan als patrouillevaartuig in de Middellandse Zee bij 7ème Escadrille de Patrouille (7th Patrol Squadron). 1922 verkocht aan Soc. Industrielle de la Grande Pêche, Port Étienne. 1925 verkocht aan Soc. Anon. "Chalutiers de la Rochelle", La Rochelle, herdoopt TADORNE. 1939-1940 ingezet door de Franse marine als de mijnenveger AD.160. 6-1940 ontsnapt naar Casablanca. 9-1940 uit dienst te Casablanca. 11-6-1941 van Casablanca onder begeleiding van de sloop COMMANDANT DELAGE, 21-6-1941 te La Rochelle. 9-1942 in beslag genomen door de Kriegsmarine, in dienst als HM 09. 1945 na de WW II opgeknapt, 26-4-1948 te Haifa als NAKHSHON met illegale emigranten (vluchtelingen) aan boord. DLR 1950. 1951 gesloopt te Engeland. Ter bevordering van de visserij bestaat er een visserijfonds dat op initiatief van de regering door de Jewish Agency, de scheepvaartmaatschappij "Nakhshon" en de Histadrut is opgericht met een kapitaal van IL 100.000, om de vissers in staat te stellen de nodige werktuigen en gereedschappen aan te schaffen. (Nieuw Israëlitisch weekblad, 24-11-1950). 7-5-1951 naar Port Sunlight (bij Liverpool) om de zuiger DEE op te halen voor Rotterdam. 8-5-1951 op weg naar Port Sunlight tevergeefs gevaren naar de TRAVANCORE in positie 50.17 NB. en 0.42 WL. In het kanaal ten Z.O.van Wight geraakte het 4684 ton metende Zweedse schip "Travancore" in brand. Hier kon echter met behulp van andere schepen het vuur geblust worden. Ook de Nederlandse sleepboot "Witte Zee" was ter assistentie uitgevaren. Toen het de "Travancore" bereikte, bleek dit schip echter aan sleephulp geen behoefte te hebben. (HVV, 8-5-1951). 10-5-1951 te Port Sunlight. 16-5-1951 te Rotterdam.
19-5-1951 vertrokken naar Glasgow. 22-5-1951 te Glasgow. 26-5-1951 vertrokken van Glasgow naar Burutu, Nigeria met 2 hekwielers. 22-6-1951 te Burutu. 24-6-1951 van Burutu naar Dakar om een LCT naar Oran te slepen. 2-7-1951 van Dakar naar Oran. 16-7-1951 te Oran. 17-7-1951 van Oran naar Piraeus om een sloper te slepen naar Savona, 9-8-1951 ETA te Savona. 27-7-1951 van Piraeus met stoomschip naar Savona. 2-8- 1951 met s.s. HANNOVER op 37.48 NB. en 12.04 OL. 6-8-1951 te Savona met s.s. HANNOVER. 7-8-1951 van Savona naar Maassluis. 16-8-1951 te Maassluis. 6-9-1951 vetrokken met 3 pontons naar Douala, Kameroen. 18-10-1951 gearriveerd op de rede van Douala. 19-10-1951 te Douala. 21-10-1951 van Douala naar Dakar. 30-10-1951 te Dakar en daarna vertrokken van Dakar naar Lorient. 9-11-1951 te Lorient. 26-11-1951 van Lorient met baggermolen naar Bizerta. 11-12-1951 te Bizerta. 12-12-1951 van Bizerta naar Rotterdam. 18-12-1951 passage Quessant naar Ferrol. 20-12-1951 te Portsmouth. 21-12-1951 van Portsmouth met bak naar Oran, Marokko. 30-12-1951 te Oran. 31-12-1951 van Grani naar Rotterdam. 5-1-1952 vertrokken met de ZWARTE ZEE van St. Nazaire naar Rotterdam, de ZWARTE ZEE had een aanvaring gehad en kon niet meer zelf varen. 8-1-1952 passage Quessant naar Rotterdam. 11-1-1952 te Maassluis. (Foto: NN). Op een ponton stond een drijvende bok, op een andere de sleepboot LIBERTY III. De sleepboot is in 1948 opgeleverd door scheepswerf Het Jacht H.Bernhard, Nieuwendam als BERNARD aan N.A. Bernard Jr., Amsterdam. 18,54 x 4,87 x 2,05 x 1,650 meter, 180 EPK, 132 kw, 3 cyl, Kromhout NE-39. 1948 verkocht aan H. Rutters, Amsterdam. 1951 verkocht aan N.V. Keij G. & Zn., Schiedam, herdoopt LIBERTY III. 1951 verkocht aan Soc. Con. Des Batibnolles Parijs, t.b.v. haven van Douala. (Info: BASM).
Zwarte Zee op weg naar huis - De sleepboot "Zwarte Zee", die enige dagen geleden in moeilijkheden geraakte na aanvaring met de eigen sleep wordt thans door de "Witte Zee"," eveneens van L. Smit en Co, naar Rotterdam gesleept. Gisteravond om 19 uur werden de Casquets gepasseerd (enige eilandjes ten westen van Cherbourg aan de ingang van het Kanaal). Donderdag of Vrijdag hoopt men in Rotterdam aan te komen. De sleep loopt ongeveer 5 mijl. Alles is wel aan boord. (HVV, 9-1-1952). "Zwarte Zee zwaar beschadigd thuis - ROTTERDAM, 11 Januari. - Vanmorgen tegen 10 uur is de zwaar beschadigde zeesleepboot "Zwarte Zee" door de sleepboot "Witte Zee" Maassluis binnengesleept waar het op stroom voor anker ligt. Op Zondagochtend 30 December werd de sleepboot op de Atlantische Oceaan aangevaren door het Deense schip "Björn Clausen', tengevolge waarvan een groot gat in de boot werd geslagen en water werd gemaakt. Achttien uur lang is de sleepboot, waarvan men het gat tijdelijk met beddegoed en met alles, wat maar voor de hand lag had gedicht zo blijven dobberen. Toen verscheen de sleepboot "Oceaan", die haar wegsleepte naar St. Nazaire, waar een noodreparatie werd verricht, waarna de tocht huis toe volgde. (De Waarheid, 11-1-1952, krant: NvhN, 12-1-1952). RADMAR 12-1-1952 na het verlaten van de Nieuwe Waterweg liep de RADMAR vast op de Maasvlakte. De sleepboten MAAS en BLANKENBURG uitgevaren, de MAAS moest terug vanwege het weer en is vervangen door de GANGES. De BLANKENBURG kreeg door het onhandige vastmaken de tros in de schroef en moest door de MAAS binnen gebracht worden. 13-1-1952 vergeefs getrokken door de MAAS, GANGES en BLANKENBURG. 14-1-1952 vlot getrokken door de MAAS, GANGES en BLANKENBURG en daarna weer vast. 15-1-1952 vergeefs getrokken door de WITTE ZEE, GANGES en BLANKENBURG. s.s. RADMAR op de Maasvlakte, langszij de bergingsvaartuigen WALRUS, MEERMIN en ZEELEEUW, foto: adenanthos/shipspotting. 18-1-1952 de WITTE ZEE en GANGES, tijdens een poging in slecht weer om het s.s. MEROPE (Soc. Industrial Maritima Financera Ariona Panama S.A., Panama (C. Konialidis), bouwjaar 1919, 7.890 BRT) vlot te brengen op de Maasvlakte, om 12:30 uur een tros in de schroef van de GANGES, ten anker gegaan maar de ankers hielden niet, daarna 3 keer in aanvaring gekomen met de sleepboot WITTE ZEE die ook bij de poging tot bergen werkzaam was, om 16:30 uur is de GANGES gestrand op de Maasvlakte, de bemanning van boord gehaald door de reddingsboot PRESI-DENT WIERSMA en aan wal gezet te Stellendam, later geborgen en geabandonneerd door de verzekeraars. Ook de WITTE ZEE
kreeg tijdens de berging van de MEROPE een tros in de schroef, 19-1-1952 door de sleepboot BLANKENBURG naar Maassluis gesleept. Tekening: F. Naerebout/Zwervers op zee). De "Witte Zee" op 19 januari 1952 tijdens de berging van de "Merope". De stoomsleepboot "Ganges" stond op dat moment op de "Witte Zee" vast als voorspan. Even later zou de sleeptros van de "Witte Zee" breken en zou zij op de kont van de "Ganges" knallen. Deze kreeg hierdoor de tros in de schroef en strandde op de Maasvlakte. Na de berging van de "Ganges" werd herstel niet lonend geacht en werd zijn voor de sloop verkocht. (Bron en foto: kapitein Rob/kustvaartforum.com). Panamees schip op Noorderpier gelopen. Nauwelijks was de "President Lels" met de bemanning van de "Radmar" in de haven binnengelopen of de mare deed de ronde, dat andermaal een schip op de gronden voor de haven was gelopen. Het bleek de onder Panamese vlag varende "Merope" te zijn, die vlak voor de haven in moeilijkheden was gekomen en ten slotte op de Noorderpier liep. Onmiddellijk voeren de sleepboten "Blankenburg" en "Witte Zee" uit om te trachten het schip weer vlot te krijgen voordat het geweld van de golven het al te zeer zou hebben toegetakeld. Na vele uren hard werken, waarbij de mannen in de hevige hagelbuien stonden en doornat werden door het overslaande zeewater, gelukte het een tros vast te maken. Even voor 9 uur werd de "Merope" vlot gesleept, doch op het ogenblik, dat men de steven zou wenden naar de veilige haven, brak de tros. Weer kon men met het moeilijke karwei beginnen; ondanks de toenemende stormwind en het hevig gebeuk der golven kreeg de Witte Zee andermaal een tros aan boord van de "Merope". Het wachten was toen op het ogenblik, waarop ook de Blankenburg erin zou slagen een tros vast te maken aan het achterschip, hetgeen noodzakelijk was om de achtersteven van de pier te houden. De Blankenburg bleek te licht voor dit moeilijke karwei en werd tegen middernacht afgelost door de zwaardere "Ganges". Intussen was de "Merope" enige malen op de pier geslagen, met het gevolg, dat een lek ontstond in ruimen 1 en 5, waardoor de boot water maakte. Intussen werd het weer steeds onstuimiger en verhinderde de storm alle pogingen om de trossen goed te bevestigen. De gehele nacht bleven de Ganges en de Witte Zee bij de Merope. Men hoopt, dat het schip het zal houden en in de loop van vandaag vlot gesleept zal kunnen worden. (De Heerenveensche koerier: 18-01-1952). Sleepboten Witte Zee en Ganges in nood - Schipper van reddingboot over boord geslagen en verdronken Wanneer zeerobben zeggen dat ze zelden zulk een wilde zee voor Hoek van Holland hebben meegemaakt, dan kunnen de landrotten aannemen dat het er heeft gespookt. De zee die Donderdagavond genoodzaakt was haar Panamese prooi, de Merope te laten schieten, doordat de twee sterke sleepboten Witte Zee en Blankenburg haar die, ten koste van veel inspanning en moeite, ontnamen heeft gistermiddag teruggeslagen. Twee trotse slepers, de Witte Zee en de Ganges vielen, doordat ze achter elkaar de tros in de schroef kregen, in haar handen. Dat geschiedde in de eerste middaguren. De schepen kregen daarna «een aanvaring met elkaar, waarbij de Ganges de meeste schade opliep. Reddingboten werden te hulp geroepen. Beide slepers konden hun schroeven niet meer gebruiken en waren overgeleverd aan wind en zee. De ankers werden uitgeworpen en na verloop van tijd hielden die van de Witte Zee. De Ganges dreef verder, raakte later telkens de grond en zat tenslotte vast. Beide boten waren ten Zuiden van de Nieuwe Waterweg verzeild geraakt en bevonden zich Zuidelijk van de gestrande Engelse boot Radmar en het reeds lang geleden vergane schip Groningen. De hulpkreten van de marconisten der Witte Zee en Ganges over de radiotelefonie werden dringender en dramatischer naar mate de minuten verstreken. Reddingboten werden nogmaals ter assistentie geroepen.
In de daarop volgende minuten steeg de spanning steeds meer. De uit Stellendam in zee gestoken reddingboot Koningin Wilhelmina voer naar de Ganges, haalde er een aantal manschappen af, ging naar de Witte Zee, onder bergen van water en zware grondzeeën, haalde elf man van de Witte Zee en keerde naar Stellendam terug. Wat aan boord van de Koningin Wilhelmina, de Ganges, de Witte Zee en de President Jan Lels aan werk is verzet onder buitengewoon ongunstige weersomstandigheden is bijna niet voor te stellen. Alle opvarenden hebben in spanning geleefd. De bemanning van de reddingboot President Jan Leis heeft echter de meest dramatische ogenblikken beleefd toen haar schipper de heer A. Brinkman, tengevolge van een zware grondzee over boord sloeg en afdreef in de kokende golven. De President Jan Lels was gistermiddag het eerste buiten en zou van het Noorden uit naar de Ganges gaan, omdat deze sleepboot het dringendst om hulp verlegen zat. Wat er precies is gebeurd, is niet bekend, doch zeker is dat een geweldige grondzee de Lels pakte en de schipper over boord deed slaan. De Lels kwam gisteravond omstreeks zes uur de haven van Hoek van Holland binnen en al spoedig deed het droeve bericht van het overboord slaan van schipper Brinkman de ronde. De Koningin Wilhelmina leverde inmiddels haar geredden in Stellendam af. Drie van de Witte Zee wensten nog van boord te worden gehaald, zodat er gisteravond wederom een reddingboot is uitgevaren om die mannen binnen te brengen. Vier man bleven aan boord van de Witte Zee. Hoek van Holland is terneergeslagen en in rouw. Want het reddingswerk heeft weer een mensenleven gekost. De schipper van de reddingboot, de President Jan Leis, de 31-jarige A. Brinkman, is door een stortzee overboord geslagen en in de golven om het leven gekomen. Verslagenheid in "De Hoek" Een zwijgende groep mensen daalde het trapje af, dat toegang gaf tot de steiger waaraan de teruggekeerde reddingboot President Jan Lels lag. Af en toe klonken zachte stemmen op, die het droevig gebeuren van gistermiddag bespraken. Bijna iedereen in Hoek van Holland heeft de schipper gekend, en ook op straat en bij het kantoor van het loodswezen getuigden zwijgende mensen van de slag, die niet alleen de echtgenote van de schipper, maar ook de bemanning van de reddingboot heeft getroffen. Een groot aantal malen is de reddingboot deze week in touw geweest. En ook gistermiddag werd geen ogenblik geaarzeld toen hulp werd gevraagd. Bij het eerste sein werd de boot dan ook weer bemand. "Was men op dat Panamese schip Merope maar niet zo eigenwijs geweest," klaagden ervaren zeelui toen dat schip Donderdag te weinig stoom bleek te hebben, om buitengaats te manoeuvreren, was zo verzekerde men de raad gegeven in de Waterweg voor anker te gaan. Nu het dat niet gedaan heeft, en zichzelf ernstige moeilijkheden bezorgde, moesten de zeeslepers uitvaren om te trachten hulp te bieden. Dit heeft de tragische dingen van de dag tot gevolg gehad: De Ganges hulpeloos, de Witte Zee eveneens en de schipper verdronken. Met de Radmar en de Merope tezamen betekent dit vier in nood verkerende schepen tegelijkertijd. Zo iets heeft men aan "De Hoek" nog nooit meegemaakt. De situatie voor de Nieuwe Waterweg was vannacht niet veranderd. De Radmar zat nog steeds vast op de Maasvlakte. De Merope lag evenals de Witte Zee voor anker en de Ganges zat nog steeds aan de grond. Op ieder schip zit nog een aantal opvarenden. Een gedeelte van de bemanning van de Radmar is gisteravond uit Hoek van Holland met de nachtboot naar Harwich afgereisd. De Ganges is 516 bruto registerton groot, 1200 paardekrachten sterk en gebouwd in 1921. De Witte Zee meet 328 brt., is 1000 paardekrachten sterk en is in 1946 gebouwd. Beide boten behoren aan de rederij L. Smit en Co.'s Internationale Sleepdienst N.V. te Rotterdam. Het verhaal van schipper De Jager Schipper W. de Jager van de reddingboot Koningin Wilhelmina heeft, nadat hij de opvarenden van de Witte Zee en de Ganges aan wal had gebracht een relaas gegeven van zrjn belevenissen met deze reddingboot. Om half drie waren zij uit Stellendam vertrokken. Door de radio hoorden zij hoe de sleepboten een reddingboot vroegen. Direct heeft hij zijn mannen gewaarschuwd, waarna de Koningin Wilhelmina uitvoer in de richting van de sleepboten, langs het gat van de Hawk. Onderweg ontving hij het bericht via zijn radio, dat er een man dreef. Direct werd naar alle kanten uitgekeken, maar er was niets te zien door de hevige branding. Daarna zijn zij opgestoomd naar de sleepboot Ganges. De Ganges zat met de kop op de zee in de branding en het schip had twee ankers uitgeworpen. De Koningin Wilhelmina is een keer of tien langzij gevaren en de opvarenden van de Ganges moesten van de verschansing van het schip afspringen op de reddingboot. Op deze manier werden 17 mannen van de boot afgehaald. Kapitein Weltevreden van de Ganges en zijn machinist bleven aan boord, aldus vertelden de geredden aan de kapitein van de Koningin Wilhelmina. Het overbrengen nam niet zo lange tijd in beslag, maar, aldus schipper de Jager, het leek een eeuwigheid. Een goede mijl verderop, meer in de richting van de zee zat de Witte Zee. Maar dit schip zat er volgens de schipper van de Stellendamse reddingboot heel wat slechter voor. Bij de Witte Zee moest vaker langszij worden ge varen om de mensen er af te halen. Het schip lag dwars op de golven die er steeds overheen sloegen. De Koningin Wilhelmina heeft er flink van langs gehad. De Witte Zee heeft nog geprobeerd een tros uit te werpen, maar dit hielp niets. De mannen werden op dezelfde manier van deze sleepboot afgehaald als van de Ganges, alleen het heeft wat langer geduurd. Er wilden nog drie mannen af. Bij deze redding is de gehele voorsteven van de Koningin Wilhelmina beschadigd. Op dat ogenblik had de Koningin Wilhelmina 28 man aan boord. De kapitein van de Witte Zee echter wilde aan boord bleven en schipper De Jager dacht zo bij zichzelf, zo vertelde hij, als de kapitein aan boord kan blijven, kunnen de drie mannen ook wel blijven, want hij vond de situatie te ernstig om nog langer in de buurt van dit schip te blijven. Het was één bonk schuim, zo besloot hij zijn verhaal. De Ganges zit op het ogenblik in een betrekkelijk ongevaarlijke positie, was de mening van schipper De Jager.
Merope vroeg opnieuw sleepboothulp De Panamees Merope, die Donderdagmiddag op het Noorderhavenhoofd van Hoek van Holland liep en er later door de Witte Zee en Blankenburg werd afgetrokken, verbleef sinds dat ogenblik voor de Hoek. De Merope heeft, nadat de Ganges en Witte Zee de tros in de schroef kregen, geen sleepboothulp meer kunnen krijgen, omdat alle hens aan dek der Nederlandse slepers nodig waren om de Ganges en Witte Zee te redden. De sleepboot Adrien Letzer is gisteravond uit Vlissingen vertrokken om de Merope bij te staan. De sleepboot Witte Zee, die de Merope op sleeptouw wilde nemen, kreeg een tros in de schroef, kwam daarop in aanvaring met de Ganges en ligt nu hulpeloos bij Hoek van Holland voor anker. (Nieuwsblad v.h. Noorden, 19-1-1952). Vele mensen trotseerden de storm om getuige te zijn van het binnen slepen van de "Merope". "Merope": slakkengang Het heeft nog grote moeite gekost om het Panamese schip "Merope" dat op de Noorderpier van Hoek' van Holland was gelopen, doch er spoedig afgetrokken kon worden, in veilige haven te brengen. De "Holland II" van Doeksen, die het schip overnam, nadat de "Ganges" en de "Witte Zee" waren uitgeschakeld, kon het alleen niet klaren, want de "Merope" - die lek gestoten was en water maakte - helde bedenkelijk over. Er werden meer sleepboten ingeschakeld onder andere de "Hudson", "Maas" en "Argus". Nog voor de pieren zat de "Merope" even aan de grond en pas Zaterdagavond zeven uur (de "Holland II" had 's morgens in de vroegte al vastgemaakt) ging de sleep langzaam naar binnen. Het transport vergde zo veel ruimte, dat de scheepvaart op de Nieuwe Waterweg werd stilgelegd; de "Nieuw Amsterdam", op uitreis, ging in de Waterweg voor anker en tien andere schepen wierpen hun ankers uit tussen Maassluis en de Hoek. Alleen de Harwich-boot kreeg toestemming naar de kade van Hoek van Holland door te stomen. Met een vier-mijls gangetje is de "Merope" die zo nu en dan over de bodem schuurde, Zaterdagavond laat in de Waalhaven te Rotterdam aangekomen. Om halftien 's avonds arriveerde de sleepboot "Blankenburg" in Hoek van Holland met de sleepboot "Witte Zee" op sleeptouw. De "Ganges" zit nog steeds vast op de Maasvlakte. De kapitein en de machinist zijn Zaterdagmorgen van boord gehaald door de reddingboot "Wierdsma" van Stellendam. De zee was nog zo wild, dat de reddingboot daarbij averij opliep. Zaterdagmorgen om half elf is het stoffelijk overschot van schipper A. Brinkman, die Vrijdagmiddag door een grondzee van de reddingboot "President Jan Leis" werd geslagen, op het strand van Noordwelle op Schouwen aangespoeld. De koningin en prins Bernhard hebben de weduwe Brinkman hun deelneming betuigd. Schipper Brinkman was de vorige week bijna dag en acht in touw geweest om de "Radmar" en de "Merope" bij te staan. (Leeuwarder Courant: hoofdblad van Friesland, 21-01-1952). "Merope" en "Witte Zee" in veilige haven - "Nieuw Amsterdam " moest anker werpen Om goed half vijf Zaterdagmiddag is de "Merope" - het Panamese schip dat Donderdagnacht bij de Noorderpier vastliep - door de "Holland II" van Doeksen en de "Hudson" van L. Smit de Nieuwe Waterweg binnen gesleept. Op de Waterweg kwamen onmiddellijk de bergingsvaartuigen "Zeeleeuw", "Schollevaar" en "Meermin" van Van der Tak langszij. Het schip is veilig naar Rotterdam gesleept. De "Nieuw Amsterdam" op uitreis, moest in de Nieuwe Waterweg voor anker gaan, om te wachten totdat de "Merope" binnen was. De Vrijdag tijdens de storm in het ongerede geraakte sleepboot "Witte Zee" is Zaterdagmorgen omstreeks half tien door de "Blankenburg" in Hoek van Holland binnengesleept. Bij Westkapelle is Zaterdag de Griekse vrachtvaarder "Thomas Nepiphanianes" gestrand. Het schip is later op eigen kracht weer vlot gekomen en
doorgestoomd naar Antwerpen. Het kustvaartuig "Globe" (300 ton) dat, wegens de zware deining, Zondagmiddag voor Hoek van Holland in moeilijkheden kwam, is later op eigen kracht binnengevaren. Het schip, dat de lading gedeeltelijk verloren had, werd geëscorteerd door de sleepboten "Hudson" en "Maas". (De Tijd: dagblad voor Nederland, 21-01-1952). GANGES over banken heen in veilig water gesjord en naar binnen gebracht Tros nog in schroef (Van onze speciale verslaggever) - DE SLEEPBOOT "GANGES", die verleden week bij het binnenslepen van het Panamese schip "Mérope" samen met de sleepboot "Witte Zee" in moeilijkheden raakte en zelf op de Maasvlakte ten Zuiden van de Nieuwe Waterweg aan de grond liep, is op de zee heroverd. Vrijdagmiddag hebben de mannen van Van den Taks bergingsbedrijf de "Ganges" na drie dagen sjorren van de zandbanken losgekregen en veilig en wel naar Hellevoetsluis gesleept. Het was een vreemde gewaarwording. We stonden op de hier en daar gedeukte, maar toch niet onherstelbaar beschadigde "Ganges" en steunden met een voet op een stalen kabel. En we informeerden naar de kabel, die in de schroef was geraakt en oorzaak van alle ellende was geworden. "Die zit nog steeds in de schroef", zeiden de mannen van v.d. Tak "en je staat op het ogenblik op het stuk dat afgeknapt is en al die tijd achter de "Ganges" heeft gehangen". Een roestige stalen kabel van een pols dikte. Onbreekbaar zo te zien. En toch, in die stormachtige dagen van verleden week gebroken als een dun touwtje. We konden het ons nauwelijks voorstellen. Overigens: net op tijd, meenden de mannen van Van den Tak, heeft men de "Ganges" vlot gekregen. Uit het Zuidwesten naderden nl. al weer grauwe wolkenmassa's, die weinig goed weer voorspelden. Aan de ketting De berging zelf was zo'n toer niet geweest. Nadat de "Meermin" Zaterdag een kijkje was gaan nemen, waren de bergers Maandag ook nog met 't "Zeepaard" naar de "Ganges" gevaren. Ze hadden aan boord van de sleper weer stoom gemaakt en een anker uitgezet. Woensdag waren ze gaan trekken, het "Zeepaard", de "Meermin" en de "Ganges" zelf aan de op de winch vastgemaakte ankerketting. Eindelijk... Bij stukjes en beetjes, hortjes én stootjes was de "Ganges" over de zandbanken heen gekomen tot men eindelijk, Vrijdagmiddag om kwart voor één de sleper aan de binnenkant van de banken! in diep water had. Het slepen naar Hellevoetsluis was verder routinewerk geweest." Niettemin, een knap staaltje, deze berging. L. Smit en Co's directeur M. Lels, was er zo mee in zijn schik, dat hij in Hellevoetsluis op slag een rondje weggaf. (Het vrije volk: democratisch-socialistisch dagblad, 26-01- 1952, foto GANGES: NN, op 15 mijl van Norrköping). s.s. MEROPE, 6-1919 opgeleverd door Bethlehem Shipbuilding Corp., Alameda, California (216) als HEGIRA aan U.S. Shipping Board, San Francisco, O.N. 218209. 7.890 BRT, T 3 cyl, 3 cyl, T.E.M. 1925 verkocht aan Hegira S.S. Co. Inc., Everett, Wash. U.S.A., in beheer bij F.B. Martin (Weyerhaeuser Timber Co.). 1931 in beheer bij W.H. Peabody. 1933 verkocht aan Weyerhaeuser S.S. Co. Inc., Tacoma. 1947 verkocht aan Soc. Industrial Maritima Financera Ariona Panama S.A., Panama, (C. Konialidis), herdoopt MEROPE. 17-1-1952 drie sleepboten van L. Smit & Co.'s Internationale Sleepdiensten, w.o. de 'GANGES' en 'WITTE ZEE' weten onder moeilijke omstandigheden het Panamese vrachtschip s.s. MEROPE los te trekken, dat verdaagd is op de Noorderpier van de Nieuwe Waterweg. Bij het naar binnen brengen komen de twee sleepboten door de storm echter zelf in moeilijkheden. Op de Maasvlakte kwam tijdens de berging van de 'MEROPE' de 'GANGES' aan de grond te zitten. Na een aanvaring met de 'WITTE ZEE' (II) is hierbij de tros in de schroef gekomen.
1955 verkocht aan Maria Trading Corp., Panama, in beheer bij The Gallie Corp., New York, herdoopt MARO. 1956 verkocht aan Associated Bulk Cargo, S.A., Panama, in beheer bij P.J. Callimanis & K. Reents/The Pelagic Co. Ltd., New York, herdoopt CAPTAIN JOHN C. 25-9-1957 tijdens een reis van Portland, Oregon naar Bombay, geladen met tarwe, tot wrak geslagen bij Mojima Saki. (Foto MEROPE: Walter E. Frost, City of Vancouver Archives, via Shipspotting, Vancouver, July 5, 1952, Reference code CVA 447-6014).
Ze gaan RADMAR nu vastpakken (Van een speciale, verslaggever) - VANMORGEN zijn de sleepboten "Argus"- en "Maas" en enige bergingsvaartuigen van Van den Tak uitgevaren naar het op de Maasvlakte gestrande Engelse s.s. "Radnar". Ze gaan de voorbereidingen treffen voor een nieuwe reddingspoging. Het is de bedoeling van de bergers het schip vlot te brengen door te trekken op de ankers. Mogelijk zal men de lading, het schip heeft kolen in voor een deel overboord zetten, zodat het iets hoger komt te liggen. Nu de wind noordoostelijk is, zijn de omstandigheden om bij de "Radmar" te werken, vrij gunstig. Een bergingspoging, zal echter bij deze wind nog niet ondernomen kunnen worden, omdat er dan te weinig water voor de kust staat. Geen pretje In kringen van deskundigen heeft men alle bewondering voor de gezagvoerder en de andere drie, die zich aan boord bevinden, want het leven op de stotende "Radmar" is verre van aangenaam. Telkens trilt het dek en staat de schoorsteen te sidderen, wanneer de bodem op de zandgrond botst. Grondzeeën maken dat het schip keer op keer wordt overspeeld. In Maassluis is in de afgelopen week dag en nacht gewerkt aan het zeeklaar maken van de sterke sleper de "Rode Zee". Men is nu zo ver, dat deze als de omstandigheden voor nieuwe bergingspogingen gunstig zijn, indien nodig, kan assisteren. (HVV, 22-1-1952, krant: Java Bode, 24-1-1952). Berging RADMAR vordert gestadig De berging van het op de Maasvlakte gestrande Engelse s.s. "Radmar" vordert gestadig. Men is er in geslaagd stoom te maken en twee ankers uit te brengen. Ongeveer twaalfhonderd ton kolen zijn thans gelost, gedeeltelijk in lichters, voor een deel over boord geworpen. Het blijkt, dat ook de ruimen een en vijf geheel gelost moeten worden. In de achterpiek van de "Radmar" staat thans vijftien voet water. Ook alle hutten staan nog onder water. Het roer is geheel ontzet. (HVV, 29-1-1952). Panamees schip gestrand op Maasvlakte - RADMAR heeft nu gezelschap Het Panamese schip Marjory is Zondagnacht omstreeks een uur op de Maasvlakte bij Hoek van Holland in de buurt van de Radmar, aan de grond gelopen. De Marjory meet 3823 ton en was met erts op weg van Spanje naar Dordrecht. De reddingboot President Jan Leis en de sleepboot Schelde uit Hoek van Holland waren onmiddellijk paraat, toen de Panamees om hulp vroeg. Het Amerikaanse schip Galeway City bood van 95 mijlen afstand eveneens zijn diensten aan. Tegen half vier bereikte de President Jan Leis onder commando van stuurman Seters het gestrande schip. Naar men zich herinnert, is de schipper van deze reddingboot, Brinkman, bij de hulpverlening aan de Radmar enige weken geleden om het leven gekomen. De sleepboot Schelde kon de Marjory onmogelijk dicht naderen. Hoewel het om half vier nog hoog water was, bleek het in de omgeving van de Panamees veel te ondiep te zijn, n.l. vier vadem, dat is ruim 7 meter. Het volgende hoge tij is vanmiddag om vier uur. Men wil dan trachten het schip vlot te krijgen. De Schelde keerde om half zes weer naar Hoek van Holland terug. De reddingboot bleef in de nabijheid om bij dringend gevaar de bemanning van de Marjory van boord te halen. Alle dertig leden van de bemanning zijn door de President Jan Leis naar Hoek van Holland gebracht. Met een grote hond en drie kanaries, die zich ook aan boord bevonden, zijn zij ondergebracht in hotel Amerika. (NvhN, 11-2-1952, foto MARJORY: NN).
Groninger coaster in Denemarken aan de grond - Men geeft de RADMAR meer kans dan de MARJORY De Groninger coaster "Setas'', 199 ton, is bij Nyborg (Denemarken) aan de grond gelopen. Het schip was met een lading suiker van Nakskov (Den.) op weg naar Noorwegen. De "Setas" wilde in Nyborg bunkeren. De "Marjory" die dezer dagen op de Maasvlakte vastliep, ligt met het achterschip diep in het zand. Bij hoog water staat het achterdek al bijna gelijk met het wateroppervlak. Op het ogenblik acht men de kans om vlot te komen voor de "Radmar" gunstiger dan voor de "Marjory". (Leeuwarder Courant, 14-2-1952). Rederij geeft RADMAR op - De Londense rederij Badonicich heeft de Radmar, 't Engelse vrachtschip dat vijf weken geleden op de Maasvlakte, vastliep, opgegeven. De reden is, dat de kosten van berging en reparatie hoger, zouden zijn dan de waarde van het schip. De persoonlijke bezittingen van de bemanning zijn zoveel mogelijk van boord gehaald. Het bergingsbedrijf Van der Tak deelde ons vanmorgen mee, dat ondanks het opgeven door de rederij de pogingen tot berging van het schip worden voortgezet. (HVV, 16-2-1952). Vlotter dan men gedacht had kwam MARJORY vlot Nu de RADMAR nog, zeggen de bergers VEERTIEN DAGEN LANG heeft het oude Panamese s.s. "Marjory" - het werd in 1921 gebouwd - terwijl het flink water maakte op de zandbanken van de Maasvlakte gezeten. Ondanks vele sombere voorspellingen hebben de bergers en de mensen van de zeesleepdienst kans gezien het vlot te brengen. Dat gebeurde Zaterdagmiddag om vijf minuten voor twee. Bij dé zoveelste poging van de zeeslepers kwam er opnieuw beweging in de "Marjory". Het bleef dit keer niet bij een ruk van enige tientallen meters. Men kon doorzetten terwijl "Witte Zee", "Blankenburg", "Maas" en "Argus" het schip vast hadden en twee andere vaartuigen langszij lagen en het water, dat de ruimen 3 en 4 binnenstroomde, er even snel weer uitpompten; kon men doorvaren totdat dieper water was bereikt. Op dat moment was het zeker, dat de Maasvlakte in ieder geval een van de twee gestrande schepen moest prijsgeven. Dat men Zaterdagmiddag reeds succes had, was zelfs voor de bergers van v. d. Tak een verrassing, want men had eigenlijk zijn hoop gevestigd op Zondag of Maandag, als er door springtij een paar decimeter water meer voor de kust zou staan. Het hele konvooi, de Panamees met voor, naast en achter zich zes kleine boten, voer om drie uur de pieren binnen. Tegen de avond werd de Panamees in de Waalhaven gemeerd. Spoedig hersteld? Over de schade, die 't schip heeft opgelopen, valt momenteel nog weinig te zeggen. Mogelijk is het bodemvlak niet ernstig beschadigd - maar eerst na onderzoek in dok heeft men daar zekerheid over - en in dat geval behoeft het niet eens zo lang te duren eer de oude "Marjory" weer in de vaart komt. Met het lossen van het restant van de lading ijzererts is men begonnen. Inmiddels concentreren de bergers al hun kracht op het bergingswerk van de Radmar. "Nu die nog" is hun devies. (HVV, 25-2-1952). 26-5-1952 de MARJORY met de sleepboten WALCHEREN en THOLEN naar Amsterdam gebracht. (Advertentie AH, 12-3-1952). Bij de uitvaart van een "Panamees" Sloop-industrie biedt hoofdstad kansen - Lijkrede voor de "Marjory" (Van een onzer verslaggevers) AMSTERDAM, 27 Mei. 33 Jaar geleden werd de "Marjory" op stapel gezet in Minnesota (USA) in Februari jl. liep de inmiddels tot Panamees genaturaliseerde 3400 tonner bij de mond van de Waterweg op een zandbank en Dinsdag hield een Amsterdamse sloper de lijkrede, die een optimistisch en soms zelfs humoristisch tintje droeg. Optimistisch! Bij het graf van de "Marjory" wordt immers een nieuwe sloop-toekomst voor de Amsterdamse haven ingeluid, want de fa. B.J. Nijkerk heeft besloten deze winstgevende industrie met kracht aan te pakken en naast de nieuwbouw, naast de werven, zullen straks slopershamers gaan beuken en rammen tot er geen stukje meer van de "Marjory" heel is. In de "smeltkroezen" van onze nationale hoogovens zullen de 1505 ton schroot dan tot nieuw leven worden gewekt. Zo vormt de "Marjory" eigenlijk de inzet van een grote nationale inzamelingsactie van oud ijzer en het casco droeg op het verroeste achterschip dan ook trots de Nederlandse driekleur. Dat is het lot van een schip, dat niet meer rendabel voor de vaart is en de handel ligt op de loer. Immers er komen straks nog heel wat schuitjes voorgoed voor anker te liggen. Denk eens aan de Liberty-schepen, die hals over kop moesten worden gebouwd en die bijna aan het einde van hun dagen zijn. Ja, de sloophandel ligt op de loer en telt de dagen van al die schuiten, die op de wereldzeeën zwerven, wrak, oneconomisch en versleten. Ook de Amsterdamse handel is paraat, al ligt de hoofdstad niet zo gunstig voor het slopen van schepen. (Het IJ kent geen getij en dat is een nadeel bij de sloperij). "Maar...", aldus de heer Nijkerk, die 's morgens de lijkrede hield, "het intellect van de Amsterdamse arbeider weegt op tegen dit nadeel en heel veel moet bij de sloperij worden overgelaten aan het initiatief van de voorman en zijn werkers". Het slopen van schepen is uiterst arbeidsintensief en kan voor Amsterdam van grote betekenis worden. De "Marjory" die met dure ponden sterling is gekocht, moet vóór 15 Augustus zijn gesloopt omdat Economische Zaken een tijdslimiet stelt bij dit soort aankopen. En hoe dit zo snel en efficiënt mogelijk in zijn werk gaat vertelt de expert Nijkerk ook "even". "Hout en bovenboel los dat is de eerste stap. Dan het koper er uit. En daarna beginnen de branders aan beide kanten gelijktijdig te snijden. Het karkas wordt steeds lichter en komt omhoog. Nu moet worden opgepast, dat het schip niet gaat scheuren. Het drijfminimum blijft over en verdwijnt in het dok om in twee of drie stukken te worden gesneden. "Marjory"
exit. De firma Nijkerk heeft het vaste voornomen de sloperijen bezuiden Rotterdam naar de kroon te steken en wanneer de boel "loopt" zullen nieuwe kranen en sloopwerven verrijzen, waarvoor "de Amsterdamse Haven" reeds ruimte heeft toegewezen. (De Telegraaf, 28-05-1952). MARJORY: 6-1919 opgeleverd door McDougall-Duluth Co., Duluth, Minn. (1331) als CHAMBERINO aan U.S. Shipping Board, New York. 2.323 BRT. 10 kn. T 3 cyl. 1929 verkocht aan Baltimore & Carolina S.S. Co. Inc., Baltimore, herdoopt MARJORY WEEMS. 1931 verkocht aan A.H. Bull S.S. Co. Inc, Baltimore, in beheer bij A.H. Bull & Co. Inc., herdoopt MARJORY. 1946 verkocht aan Cia. Punta Alta, S.A., Panama, in beheer bij Poseidon Trading & Shipping Co. (A.P. Anastassatos), New York. 11-2-1952 tijdens een reis van La Coruña en Bilbao naar Rotterdam met erts, gestrand op de Maasvlakte, 23-2-1952 vlot gebracht, verkocht voor sloop aan B.J. Nijkerk, Amsterdam, 26-5-1952 gearriveerd te Amsterdam om gesloopt te worden. (Foto MARJORY, IMO 2218075: adenanthos/shipspotting, Amsterdam). De RADMAR is geborgen - Karwei verliep boven de verwachtingen Gistermiddag omstreeks drie uur is de Radmar, het schip dat enkele weken onwrikbaar op de Maasvlakte in de Noordzee voor Hoek van Holland heeft vastgezeten, vlot getrokken. Tegen vijf uur was het schip binnen de pieren van de Hoek. Het werd daarna naar de werf De Nieuwe Waterweg gesleept, waar het droog gezet zal worden. Wat er met het schip gaat gebeuren is nog bekend. Dat de Radmar reeds gisteren vlot zou komen, heeft de verwachtingen van de bergers overtroffen. Toen des om half zes enkele bergingsvaartuigen het schip begonnen leeg te pompen en de sleepboten Maas, Argus, Witte Zee en Blankenburg zich gereed maakten om vast te maken, had men een goede hoop, dat de Radmar - eveneens de Marjory verleden week - uit een kuil kon worden getrokken en vijftigtal meters zou opschuiven. Dit zou dan het begin betekenen van de berging. Alle hoop had men echter op deze dag gevestigd. Het vastmaken was tegen de middag een feit geworden. Om half één werd het bevel gegeven om met vereende krachten te trekken en het duurde niet lang of er was enig leven in de romp waar te nemen. Maar daar bleef het voorlopig dan ook bij. Telkens en telkens werden de pogingen herhaald, nu eens zonder dan weer met enig succes. Tot om tien minuten voor drie, terwijl de zeespiegel glad was, plotseling geroepen werd: "Jongens, het schip is los!" En werkelijk, de Radmar, die wekenlang bewegingloos in het zand had gelegen, was drijvende geraakt. Zo spoedig mogelijk werden nu aanstalten gemaakt om diep water op te zoeken. Dit heeft enige uren geduurd! Dit karwei ging niet al te vlot, want er moest steeds gepompt worden, maar het gelukte. Langzaam maar zeker werd de vaarroute bereikt en toen kon het schip als geborgen worden beschouwd. (NvhN, 27-2-1952).
Met de sleepboot Witte Zee voorop voer de Engelse vrachtboot Radmar, die na wekenlang op de Maasvlakte bij Hoek van Holland aan de grond te hebben gezeten, gistermiddag is vlot getrokken, de Nieuwe Waterweg op naar Rotterdam. (NvhN, 27-2-1952, foto: NN/kustvaartforum.com, vanaf de BLANKENBURG). De RADMAR te koop - De Britse vrachtboot Radmar, die in het begin van dit jaar bij het verlaten van de Nieuwe Waterweg aan de grond is gelopen op de Maasvlakte en die geruime tijd later werd geborgen is thans te koop. Het schip ligt in de Wilhelminahaven te Schiedam. (NvhN, 25-3-1952). RADMAR: 3-1925 opgeleverd door Northumberland Shipbuilding Co. Ltd., Newcastle (387) als CAMPUS aan Tempus Shipping Co. Ltd., Cardiff-U.K., in beheer bij W.H. Seager & Co. Ltd., 3.667 BRT, T.E.M., 10 kn. 1946 verkocht aan Radon Navigation Co. Ltd., Cardiff-U.K., in beheer bij Radonicich Ltd., Londen, herdoopt RADMAR. 12-1-1952 tijdens een reis van Rotterdam naar Savona, geladen met kolen, gestrand op de Maasvlakte, 26-2-1952 vlot gebracht, total-loss verklaard, verkocht voor sloop aan J. Bakker, 26-5-1952 vertrokken van Rotterdam met de sleepboot HUMBER, 27-5-1952 gearriveerd te Zeebrugge, gesloopt te Zelzate. De strandingen van de RADMAR en de MARJORY - Te wijten aan slechte navigatie van de kapiteins, meent Inspecteur-Generaal voor de Scheepvaart De Raad voor de Scheepvaart te Amsterdam heeft gisteren de strandingen van het 3667 BRT metende Engelse s.s. Radmar en het 2323 BRT metende Panamese s.s. Marjory op de Maasvlakte bij Hoek van Holland behandeld. Er waren geen getuigen. De Radmar verliet, zoals men zich herinneren zal, in de vooravond van de 12e Januari j.l. Rotterdam. Het weer was slecht. Op uitdrukkelijke wens van de kapitein verliet de loods om 21.21 uur in de Berghaven bij Hoek van Holland het schip. De Radmar voer langzaam naar buiten omdat de timmerman op de bak bezig was de ankers te verzorgen. Nauwelijks tien minuten nadat de loods van boord ging liep de Radmar op de Maasvlakte aan de grond. De reddingboot haalde de bemanning van boord. Het schip moest als verloren worden beschouwd en werd voor de sloop bestemd. De voorzitter van de Raad vroeg zich af waarom de loods niet mee buitengaats was gegaan. In zijn visie over deze stranding zei de Inspecteur-Generaal voor de Scheepvaart, dat hij, alhoewel het een hypothese is, van mening is dat de ramp voorkomen had kunnen worden als de loods mee naar buiten was gegaan. Naar zijn oordeel was de stranding vrijwel uitsluitend te wijten aan de zeer slechte navigatie van de kapitein. Het s.s. Marjory stoomde in de avond van de 10e Februari naar Hoek van Holland op. Er was een kwart mijl zicht, de windkracht was 9. Eerst om half twaalf kreeg de marconist opdracht radiopeilingen van de wal af op te vragen. Juist toen hij deze kort hierop ontvangen peilingen in kaart wilde zetten liep het schip op de Maasvlakte aan de grond. De Inspecteur-Generaal voor de Scheepvaart stelde vast, dat de kapitein verzuimd heeft zelf peilingen te nemen. Hij heeft geen gebruik gemaakt van alle hem aan boord zowel als van de wal af ter beschikking staande middelen voor de navigatie. Naar het oordeel van de Inspecteur-Generaal had ook
deze ramp voorkomen kunnen worden en is het aan de schuld van de kapitein te wijten, dat de Marjory aan de grond liep. De Raad zal later uitspraak doen. (Nieuwsblad van het Noorden, 09-08-1952). Kapitein RADMAR in gebreke gesteld De kapitein van de "Radmar" heeft onvoldoende rekening gehouden met de toestand, die hij buiten de Waterweg zou vinden en heeft bovendien onvoldoende aandacht besteed aan de waarschuwingen, die hem werden geseind. De stranding van 't Engelse stoomschip is, volgens de uitspraak van de Raad voor de Scheepvaart te Amsterdam, aan die tekortkomingen te wijten. De Raad achtte het gewenst, dat de schepen hun loodsen niet aan de Berghaven afzetten, maar zover in zee meenemen, dat zij zonder loodshulp hun reizen kunnen vervolgen. Daarom keurde de Raad het ook af, dat de loods reeds bij de Berghaven de "Radmar" verliet. Naar het oordeel van de Raad is de kapitein van de "Radmar" zich niet bewust geweest van het gevaar waarin zijn schip verkeerde. Zodoende besefte hij met aanstonds, dat het uitgezonden sein "U" voor hem bestemd was. Daardoor liep niet alleen de "Radmar" gevaar, maar ook alle inkomende schepen, die last hadden kunnen ondervinden van de verkeerde navigatie. (HHV, 30-9-1952). WITTE ZEE, foto: Teunissen, Maassluis/uitgave Gebr. Spanjersberg S.11 Rond de wereld in 10 maanden 13-3-1952 De WITTE ZEE van Rotterdam naar Seattle, Washington. 25-3-1952 te Christobal, Panama. 13-4- 1952 te Seattle. 21-4-1952 met 2 p.c. boten op 43.31 Noord en 126.37 West, op 380 mijl van Portland, Oregon. 30-5-1952 met 2 pc-boten 8.08 Noord en 133.10 Oost. 2-6-1952 Seattle-Bangkok op 2.18 Noord en 129.19 Oost. 6-6-1952 met 2 pc-boten op 60 mijl WZW van Bandjermasin. 11-6-1952 op 110 mijl ZO van Singapore. 17-6-1952 de WITTE ZEE van Seattle te Bangkok met 2 PC-boten. 20-6-1952 Bangkok naar Saigon. 23-6-1952 te anker bij de Saigon River. 26-6-1952 van Saigon naar Bangkok met een bak. 30-6-1952 op de rede van Bangkok. 2-7-1952 van Bangkok naar Singapore. 2-7-1952 van Singapore naar Beira. 11-7- 1952 in Straat Soenda. 17-7-1952 op 890 mijl NW van Cocos Eiland. 20-7-1952 op 350 mijl ZZO van Seychellen. 26-7-1952 op 220 mijl NO van Mozambique. 29-7-1952 te Beira. 4-8-1952 met zuiger op 200 mijl Z van Mozambique. 7-8-1952 op 110 mijl NNW van Majunga (Madagaskar). 22-8-1952 op 650 mijl ONO van Seychellen. 28-8-1952 op 355 mijl ZW van Colombo. 31-8-1952 op 300 mijl OZO van Dondra Head, Ceylon. 3-9-1952 van Beira naar Hong Kong op 240 mijl W van Sabang. 6-9-1952 op 80 mijl O van Sabang. 12-9- 1952 van Singapore naar Hong Kong. 15-9-1952 op 240 mijl ZZO van Saigon. 22-9-1952 op 200 mijl ZW van Hong Kong. 23-9-1952 te Hong Kong en de baggermolen afgeleverd. 25-9-1952 van Hong Kong naar Singapore. 28-9-1952 gevaren naar m.s. ELLEN MÆRSK (1950, 3.367 BRT) die omhoog voer op circa 1.00 mijl ten zuiden van Hong Kong, met behulp van een andere sleepboot vlot gebracht. 1-10-1952 te Singapore. 14-10-1952 van Singapore naar Engeland met het stoomschip EMPIRE LONGFORD. 16-10-1952 op 50 mijl O van Belawan. 20-10-1952 op 60 mijl N van Sabang. 23-10-1952 op 70 mijl NW van Sabang. 26-10-1952 op 260 mijl NW van Sabang. 29-10-1952 op 400 mijl W van Sabang. 1-11-1952 op 200 mijl ZW van Colon. 4-11- 1952 op 110 mijl ZW van Pt de Galle, Ceylon. 7-11-1952 op 340 NO van Colombo. 22-11-1952 op 20 mijl ZO van Aden. 25-11-1952 op 240 mijl NNW van Perim. 28-11-1952 op 60 mijl ZZW van Djeddah. 1-12-1952 op
300 mijl ZZO van Suez. 10-12-1952 te Port Said en daar gebunkerd. 14-12-1952 op 100 mijl NW van Alexandrië. 20-12-1952 op 180 mijl ZO van Malta. 25-12-1952 (1e Kerstdag) met stoomschip op 130 mijl OZO van Malta. 28-12-1952 op 60 mijl NO van Kaap Bon, Tunesië. 5-1-1953 samen met RODE ZEE op 70 mijl NNO van Algiers. 7-1-1953 samen met RODE ZEE op 150 mijl O van Gibraltar. 8-1-1953 samen met LOIRE met stoomschip passage Gibraltar. 13-1-1953 samen met LOIRE op 200 mijl ZZW van Ouessant. 15-1-1953 samen met LOIRE passage Wight. 16-1-1953 samen met LOIRE te Dover. 16-1-1953 voor Hoek van Holland, 17-1-1953 te Maassluis. EMPIRE LONGFORD: 3-5-1912 te water, 7-1912 opgeleverd door Swan, Hunter & Wigham Richardson Ltd., Newcastle (876) als DIMBOOLA aan Melbourne SS. Co. Ltd., Melbourne. Vracht- passagiersschip. 3.854 BRT, T4 cyl, de werf, 13 kn. 1935 verkocht aan Ho Hong S.S. Co. (1932), Ltd., Singapore, vlag: U.K., herdoopt HONG SIANG. 1951 verkocht aan Ministry of Transport, Hong Kong, in beheer bij Williamson & Co. Ltd., herdoopt EMPIRE LONGFORD. 16-1-1953 gearriveerd te Dover, gesloopt door Dover Industries Ltd. te Dover in 1953. (Foto DIMBOOLA: tynebuiltships.co.uk). Hollands Glorie van de laatste eeuw NEDERLANDSE SLEPERS ZWERMEN UIT OVER ALLE WERELDZEEËN Mannen van stavast brachten ons land op het gebied van de sleepvaart onbetwistbaar aan de kop (Van onze speciale verslaggever) - Voor het woelige water van is de Maas voor Rotterdam en door de havens van Neerlands grootste handelsstad trekken sterke, kleine boten zwoegend en puffend zware schepen naar de plaats van hun bestemming. Zij schieten linke en rechts tussen de oceaanstomers door, zoekend naar hun "prooi". Met al de andere schepen, die nijdig door het Maaswater ploegen en die hun rookpluimen tot in de verte uitwaaieren, verschaffen zij Rotterdam het typische karakter van een grote en een drukke werkstad. Zij tonen landgenoot en vreemdeling, dat Nederland een zeevarend en een ondernemend land is. Niet alle sleepboten - wier hulp in een grote zeehaven onmisbaar is - blijven zo dicht bij honk. De grotere zwermen uit over alle wereldzeeën; zij varen naar alle uithoeken van de aarde om er reusachtige drijvende objecten te brengen of te halen. Zij zijn er als de kippen bij, als niet te ver van hen verwijderd, waar ter wereld zij zich ook bevinden, zeeschepen hun assistentie nodig hebben. Maar hun voornaamste taak is en blijft toch het slepen. Zij hebben ons land een grote naam bezorgd: zij zijn Hollands glorie! L. Smit & Co's Internationale Sleepdienst, de grootste onderneming op dit gebied, heeft van 1 September 1951 tot 31 Augustus 1952 met zestien zeesleepboten een recordjaar bereikt. In totaal zijn meer dan 250.000 mijlen met vaartuigen van allerlei soort op sleeptouw afgelegd. Hoe het begon De oorsprong van het sleepwerk ligt in het begin van de vorige eeuw. Toen verschenen stoomschepen op de zeeën, die door de in die tijd nog algemeen gebruikte zeilschepen te hulp werden geroepen, als deze tengevolge van windstilte niet konden opschieten. L. Smit begon zich op het slepen toe te leggen in 1842 en zijn bedrijf ontwikkelde zich mee door een min of meer toevallige omstandigheid. Een omstandigheid, die eigenlijk beslissend is geweest voor de roem, die ons land zich in de wereld verworven heeft. Geen land kan Nederland, wat de zeesleepvaart betreft, evenaren, het is op dit gebied onbetwistbaar de eerste. Nederland had talrijke baggerbedrijven, hetgeen op zichzelf begrijpelijk is, aangezien ons land door de eeuwen heen een verwoede strijd tegen het water heeft moeten voeren. Het buitenland deed meermalen een beroep op deze bedrijven en dan trok men met personeel en materieel naar vreemde havens. Van 1880 af is L. Smit zich gaan toeleggen op het slepen van baggermaterieel, dat wil zeggen van molens, zuigers en bakken. Het baggerbedrijf en het sleepbedrijf hebben elkaar niet weinig geholpen.
De WITTE ZEE brengt een reusachtig droogdok naar de plaats van bestemming Omvangrijke vloot Op het ogenblik beschikt dit bedrijf over een vrij omvangrijke vloot, namelijk ongeveer zestig schepen: havensleepboten, bergingsvaartuigen en zeesleepboten voor de lange afstand. In 1933 is men begonnen de sleepboten uit te rusten met motoren in plaats van met stoommachines en sindsdien is de gehele vloot vernieuwd. Men vaart nu uitsluitend met motorboten. Wij kunnen met recht trots zijn op de roemruchte reputatie van onze schepen en hun bemanningen. Toen Engeland en Amerika in de tweede wereldoorlog verwikkeld raakten en zelf sleepboten moesten bouwen, werden de Nederlandse tot voorbeeld genomen. Maar behalve de schepen en machines spreekt ook de menselijke factor. Men moet een bepaalde aanleg hebben, om het sleepwerk te kunnen verrichten. Het bedrijf heeft, niets aan jongens met een mooi pakje aan, die op de brug willen staan. Alle kapiteins zijn begonnen als lichtmatroos; zij hebben slechts een beperkte studie achter de rug, doch een reusachtige ervaring heeft hen aan de top gebracht. L. Smit prefereert practische bruikbaarheid en zin voor een avontuurlijk leven. Mannen van stavast
Als de "Zwarte Zee', de "Thames", de "Oceaan", de "Rode Zee" (Foto: Skyfotos) en hoe de zeesleepboten verder mogen heten, erop uittrekken, moeten er mannen van stavast aan boord zijn. Een luxe leven kunnen zij er niet leiden. De boten meten slechts van 300 tot ruim 600 ton. Die tonnenmaat speelt eigenlijk geen rol, wel het aantal paardekrachten dat zij ontwikkelen. Dat varieert van 1000 tot 4200 pk. De bemanning bestaat uit 16 tot 25 koppen. Voor een reis naar Australië is men wel eens 5½ maand onderweg. Maar het gebeurt ook wel, dat men 1 à 1½ jaar van huis is. Voor het werk op de gesleepte voorwerpen heeft men speciale mensen in dienst: de runners. Een aparte organisatie riep L. Smit & Co's Internationale Sleepdienst in het leven voor schepen, die in nood verkeren. Als er ergens ter wereld een schip "in de knoei" raakt, weet men dat binnen een uur op het kantoor in Rotterdam en van daaruit worden dan eventueel in de buurt zijnde sleepboten gewaarschuwd. Zo kon het eens gebeuren, dat men uit Rotterdam een Amerikaanse reder opbelde, omdat een van diens schepen bij Sicilië in nood was. "En wat wilt u?" vroeg de Amerikaan. "U helpen", luidde het antwoord. "Dat duurt toch veel te lang..." Maar binnen zes uur was een Nederlandse sleper bij het in nood verkerende schip. Een maand later strandde een Amerikaanse boot bij Hongkong. "Jullie kunnen me toch niet helpen", zei de reder triest, toen Smit en Co. hem opbelden... Twaalf uur later was de sleepboothulp aanwezig. Een half jaar later 'strandde een "Amerikaan" bij Bombay. Rotterdam belde weer de reder op. Toen met de mededeling, dat er al een Smit sleper bij was. Dergelijke voorvallen verklaren, waarom Smit en Co. zoveel buitenlandse opdrachten krijgen. Vertrouwen van de klant, dank zij de perfecte organisatie in Rotterdam. (Leeuwarder courant: hoofdblad van Friesland, 16-10-1952). 18-2-1953 van Maassluis. 19-2-1953 samen met de sleepboot BLANKENBURG de tanker SAN SILVESTRE gekonvooieerd vanaf zee naar Pernis boei C, kwam vanaf Curaçao, agent: van Ommeren. SAN SILVESTRE, 1949 opgeleverd door Furness Shipbuilding Co. Ltd., Haverton Hill-on-Tees (414) als SAN SILVESTRE aan Eagle Oil & Shipping Co. Ltd., Londen. 10.953 BRT, 6.164 NRT. Turbine-Elektrisch. General Electric Co. Erith & Witton. 14,5 kn. 17-3-1961 gearriveerd te Temse om gesloopt te worden bij Jos. Boel & Fils., gesloopt in 1961. Foto: severntales.co.uk). 20-2-1953 met de sleepboot BLANKENBURG de Franse sleepboot ABEILLE 26 gekonvooieerd vanaf zee, de ABEILLE 26 ging naar de Parkkade. 21-2-1953 vanaf zee binnen met de Duitse GAZELLE met bestemming Schiehaven, Wambersie, de GAZELLE kwam van Kopenhagen. Schepen in moeilijkheden Een Duits stoomschip had machineschade - Het Duitse stoomschip Gazelle kreeg Vrijdag in de namiddag, toen het zich vijf mijl ten West-Zuidwesten van Scheveningen bevond, machineschade. Het seinde om sleepbootassistentie, waarop de sleepboot Witte Zee uit Hoek van Holland ter hulpverlening is uitgevaren. Zaterdagmiddag omstreeks vijf uur gelukte het de Witte Zee vast te maken, waarna koers werd gezet naar Rotterdam, waar beide schepen in de nacht van Zaterdag op Zondag behouden zijn gearriveerd. M.s. Tamo aan de grond Het Nederlandse motorschip Tamo van de N.V. Maatschappij Vrachtvaart te Rotterdam, dat 5340 BRT meet, is in de nacht van Zaterdag op Zondag, omstreeks half vier, bij het Zuiderhoofd van West-Kapelle aan de grond gevaren. De sleepboot Maas van L. Smit en Co en het bergingsvaartuig Bruinvisch van Van den Taks bergingen, beiden gestationneerd te Vlissingen, voeren ter assistentie uit. Tegen kwart voor zeven Zondagochtend is de Tamo door de Maas en de Bruinvisch vlot gesleept en in diep water gebracht, waarna het motorschip naar Vlissingen gesleept is voor bodemonderzoek in verband met een opgelopen lek. De Tamo was op weg van Antwerpen naar Bremen. (Nieuwsblad van het Noorden, 23-02-1953).
m.s. TAMO, IMO 5422899, aan de Parkkade te Rotterdam, collectie: Mare Liberum Scheepsfotografie. GAZELLE, IMO 5303615, 7-5-1951 te water, 29-8-1951 opgeleverd door Schiffswerft H. Peters, Wewelsfleth (464-43) als GAZELLE aan D.G. Neptun, Bremen (DEAO). 487 BRT, 619 DWT. 500 EPK, M.W.M. 1-1957 te Bremerhaven een nieuwe machine geplaatst: 500 EPK, Deutz, Klöckner-Humboldt-Deutz A.G. 28-12-1957 verkocht aan R.L. Rolanda, Savona-Italië, herdoopt GAZELLA. 1960 verkocht aan Gabriele Zunini, Savona, Italië, herdoopt S. ANTIOCO. 1967 verkocht aan S. Remy S.p.A. di Navigazione, Cagliari-Italië. 1975 verkocht aan G. Capello, Cagliari-Italië. 1978 verkocht aan Geframar S. n. c., Cagliari-Italië. 1991 geschrapt uit Lloyd's Register. (Info: 7seasvessels.com, foto: Hansen & Pedersen, Sjöhistoriska Museet, Stokholm, Zweden). 23-2-1953 de WITTE ZEE vertrokken met een kraan van IJmuiden naar de Waalhaven te Rotterdam. 3-3- 1953 vertrokken met 2 landingsvaartuigen naar Kuwait. 4-3-1953 terug te Maassluis. Aanvaring op Nieuwe Waterweg Tussen Maassluis en Hoek van Holland is gisteravond omstreeks acht uur in de mist een aanvaring ontstaan tussen een door de Witte Zee gesleepte landingsboot en een schip, waarvan de identiteit niet kon worden vastgesteld, doch dat vermoedelijk het Engelse troepenschip WANSBECK was. Even te voren was de Witte Zee met twee landingsvaartuigen van elk 500 ton uit Maassluis vertrokken met als bestemming de Perzische Golf.
Het bij de aanvaring betrokken landingsvaartuig liep een groot gat op, waardoor een der compartimenten water kreeg. Het vaartuig kon evenwel drijvende worden gehouden. Direct is de sleepboot Argus uitgevaren ter assistentie en hoewel aanvankelijk ook om hulp van een reddingboot was verzocht, bleek later dat deze hulp niet meer nodig was. Ook de sleepboot Blankenburg is uitgevaren. De sleep ging in afwachting van het optrekken van de mist voor anker. (NvhN, 4-3-1953). WITTE ZEE in mist gebotst In de dichte mist is gisteravond de sleepboot "Witte Zee", die met twee landingsboten op weg was naar Perzië (Iran) een kilometer buiten de Waterweg in aanvaring gekomen met een onbekend schip. Een der beide landingsvaartuigen dreigde te zinken, maar kon drijvende gehouden worden. De reddingboot "President Jan Leis", de sleepboten "Argus" en de "Blankenburg" schoten meten te hulp, maar de "Witte Zee" had hun assistentie niet meer van node. De sleepboot keerde terug naar Hoek van Holland. Het schip, waarmee de aanvaring geschiedde, is onbekend, daar het in de mist niet mogelijk was de naam te lezen en het zich niet bekendmaakte. Het vermoeden bestaat, dat de sleep van de "Witte Zee" is aangevaren door de Britse "Empire Wansbeck", die Engelse militairen vervoerde van Hoek van Holland naar Harwich. Zekerheid bestaat hieromtrent echter niet. (HVV, 4-3-1953). 6-3-1953 vertrokken van Rotterdam naar IJmuiden. 6-3-1953 te Rotterdam met een baggermolen. 14-3-1953 vertrokken van Rotterdam met 2 landingsvaartuigen. 15-3-1953 passage Beachy Head met 2 bakken (landingsvaartuigen). 21-3-1953 op 50 mijl NW Kaap St. Vincent. 24-3-1953 ten ZW van Kaap Dagata, Andalusië, Spanje. 28-3-1953 te Algiers, daar reparaties uitgevoerd aan een landingsvaartuig. 11-4- 1953 van Algiers. 14-4-1953 op 25 mijl O van Bizerte. 20-4-1953 op 200 mijl WNW van Port Said. 21-4-1953 te Port Said. 25-4-1953 van Port Said. 28-4-1953 op 210 mijl NNW van Djeddah. 4-5-1953 passage Perim (ingang Rode Zee). 16-5-1953 te Kuwait. 19-5-1953 van Kuwait naar Nemours. 24-5-1953 op 50 mijl Z van Ras Madrak, Oman. 29-5-1953 op 170 NNW van Perim. 3-6-1953 te Port Said. 4-6-1953 van Port Said. 9-6- 1953 op 45 mijl WNW van Kaap St. Vincent. 12-6-1953 te Nemours. 13-6-1953 met de baggermolen SCHELDE van Nemours naar Rotterdam. 16-6-1953 op 20 mijl ZO van Kaap St. Vincent. 19-6-1953 met baggermolen op 60 mijl ZtW van Kaap Finisterre. 22-6-1953 op 100 mijl ZWtW van Ouessant. 25-6-1953 passage Dover. 26-6-1953 te Rotterdam. Baggermolen 'De Schelde' (Collectie Baggermuseum Sliedrecht) Ned. sleepdienst in Medan vertegenwoordigd Naar wij vernemen is L. Smit & Co's Internationale Sleepdienst, gevestigd te Rotterdam, thans ook in Medan vertegenwoordigd en wel door de afdeling Scheepszaken van de Internatio. Deze sleepdienst beschikt thans over een vloot van 14 zeesleepboten. De "Zwarte Zee" en de "Thames" zijn de grootste, daarna komen de "Humber" en de "Tyne", en vervolgens de "Noord Zee" de "Pool Zee" en de "Witte Zee". De schepen van Smit & Co's Internationale Sleepdienst opereren veelvuldig in het Oosten, o.a. is de sleepboot "Oostzee" thans te Colombo gestationneerd voor bergingsdoeleinden tijdens de Z.W. moesson. In Augustus zal van Nederland een sleep vertrekken naar Koweit en één naar de Chalna River bij Chittagung. In 1954 komen 2 sleepboten met 2 zuigers voor de Billiton Mij. naar Indonesië.
De afd. Scheepszaken van de Internatio alhier zal niet alleen de behandeling van de sleepboten bij een bezoek aan Belawan waarnemen, doch tevens opdrachten voor sleepobjecten naar waar ter wereld ook uitvoeren, terwijl verzoeken om assistentie bij strandingen of voor in nood verkerende schepen bij dit kantoor kunnen worden voorgebracht (Het nieuwsblad voor Sumatra, 09-07-1953). 18-7-1953 van Rotterdam met baggermolen en een bak. 19-7-1953 passage Dover met baggermolen. 21-7- 1953 WITTE ZEE met baggermolen en bak op 20 mijl ZO van Startpoint. 24-7-1953 op 150 mijl ZW van Ouessant. 8-8-1953 op 95 mijl O van Malta. 14-8-1953 op 150 mijl NW van Alexandrië. 16-8-1953 te Port Said. 17-8-1953 vanaf Port Said met baggermolen met 2 bakken. 18-8-1953 van Suez. 24-8-1953 op 90 mijl OZO van Port Sudan. 29-8-1953 te Aden. 5-9-1953 van Aden naar Singapore met een tanker, 2-10-1953 ETA te Singapore. 8-9-1953 op 70 mijl NO van Kaap Guardaful. 17-9-1953 op 130 mijl WNW van Minicoi Eilanden. 23-9-1953 op 310 mijl 0 van Point de Galle. 26-9-1953 op 170 mijl ZW van Sabang. 29-9-1953 op 50 mijl N van Belatan. 2-10-1953 met tankschip Caltex) te Singapore. 9-10-1953 van Singapore naar Beira, Mozambique. 14-10-1953 op 240 mijl NW Cocoseil. naar Beira. 19-10- 1953 op 550 mijl ZZO Diego Garcia, Brits Indische Oceaanterritorium naar Beira. 24-10-1953 op 180 mijl Z van Mauritius. 29-10-1953 op 225 mijl ZO van Beira. 30-10-1953 te Beira. 31-10-1953 van Beira naar Bombay met bak. 3-11-1953 op 160 mijl ZW Mozambique naar Bombay. 6-11-1953 op 425 mijl ZO van Zanzibar. 9-11-1953 op 510 mijl ZO van Mombasa. 12-11-1953 op 200 mijl N van Seychellen. 15-11-1953 op 630 mijl NNO van Seychellen. 18-11-1953 op 630 mijl ZW van Bombay. 22-11-1953 van Beira te Bombay met bak. 24-11-1953 van Bombay naar Rotterdam. 29-11-1953 op 150 mijl N van Socotra. 7-12-1953 te Suez. 13-12-1953 t.h.v. Cap Bon, Tunesië. 23-12-1953 van Bombay te Maassluis. 25-1-1954 van Rotterdam naar Delfzijl. 26-1-1954 te Delfzijl. 27-1-1954 van Delfzijl met een ponton naar Doha. 4-3-1954 op circa 200 mijl van Doha de sleep over aan de LOIRE (foto: Skyfotos), vertrok daarna naar Mombasa. 15-3-1954 te Mombasa, Kenia om te bunkeren. 16-3-1954 van Mombasa naar Tanga, Tanzania. 16-3-1954 te Tanga. 19-3-1954 van Tanga met een baggermolen en sleepboot voor Lissabon. 19-5-1954 te Lissabon. 20-5-1954 van Lissabon naar Bordeaux. 23-5-1954 te Bordeaux. 29-5-1954 van Bordeaux met een baggermolen naar Fort de France, Martinique. 1-7-1954 de baggermolen afgeleverd te Fort de France, Martinique. 2-7-1954 van Fort de France naar Curaçao. 4-7-1954 te Curaçao. 7-7-1954 van Curaçao met een tanker voor Terneuzen, 12-8-1954 ETA te Terneuzen. 12-8-1954 te Terneuzen, van Terneuzen naar Maassluis en te Maassluis. 22-8-1954 van Maassluis naar Lübeck. 24-8-1954 te Lübeck. 26-8-1954 van Lübeck naar Haifa, sleepte samen met de RODE ZEE een droogdok. 28-8-1954 te Brunsbüttelkoog, de RODE ZEE afgelost door de GELE ZEE en wachten op beter weer. 12-9-1954 te Southampton. 14-9-1954 van Southampton met de losse boot naar de Clyde. 17-9-1954 op de Clyde. 18-9-1954 samen met de ZWARTE ZEE vertrokken van de Clyde met het passagiersschip EMPRESS OF CANADA naar La Spezia, 8-10-1954 ETA te La Spezia. 10-10-1954 de sleep afgeleverd te La Spezia. 12-10-1954 van La Spezia naar Maassluis. 22-10-1954 van Cean met een tankschip met bestemming Rotterdam. 24-10-1954 van Cean te Rotterdam.
EMPRESS OF CANADA, foto: James Crookall/Paul Wille/Shipspotting, Vancouver BC. 3-12-1954 op station te Vlissingen. 8 en 9-12-1954 met het Poolse s.s. PRZYSZLOSC van de Middensleenbank naar Antwerpen. PRZYSZLOSC: 19-10-1942 kiel gelegd als MC#117, 18-12-1942 te water, 31-12-1942 opgeleverd door Houston Shipbuilding Corp., Houston (23) als AMELIA EARHART aan U.S. War Shipping Administration, Houston. Type EC2-S-C1 Liberty. 7.176 BRT. 10-11-1948 tijdens een reis van Nagoya naar Mobile, geladen met bauxite en multiplex, gestrand in positie 02.47 NB. en 108.36 OL., 20-11-1948 vlot gebracht, 24-11- 1948 naar Singapore gesleept, CTL, verkocht voor sloop, doorverkocht en gerepareerd. 1951 verkocht aan Far Eastern & Panama Transport Corp., Panama, in beheer bij Wheelock, Marden & Co. Ltd., herdoopt MODENA. 1951 verkocht aan Polskie Linie Oceaniczne, Gdynia, herdoopt PRZYSZLOSC. 1965 verkocht aan People's Republic of China - China Ocean Shipping Co., China, herdoopt JIADING. 6-1967 de laatste geregistreerde reis. 1993 geschrapt uit te registers (DLR). 21-12-1954 assistentie aan het s.s. MARIANNINA van de rede te Vlissingen naar de haven. MARIANNINA: 8-1920 opgeleverd als MONTFAUCON door Detroit SB. Co., Wyandotte, Mich. (281) aan Independent S.S. Co. Inc., Detroit. Vrachtschip. 2.310 BRT. T3 cyl. 9 kn. 1927 verkocht aan Mid-West Transportation Co. Inc., Detroit, herdoopt E.M. BUNCE. 1940 verkocht aan Cia. Diana de Vapores S.A., Panama, in beheer bij A.G. Pappadakis, herdoopt INTREPIDO. 1947 verkocht aan Cia. Tridante Naviera S.A., Panama, herdoopt VALEROSO. 1949 verkocht aan E. Vintiadis, Piraeus, herdoopt MARIANNINA. 1951 verkocht aan "Flumar" Traffici Marittimi e Fluviale, Rome, herdoopt SILENO. 1955 verkocht aan Gennaro Ievoli fu Domenico, (Napels), Rome, herdoopt ANNA MARIA IEVOLI. 21-11-1957 tijdens reparatie te Napels in explosie in de machinekamer en gezonken, gelicht en verkocht voor sloop aan Antonio Franchini, Napels. 4-1-1955 tevergeefs gevaren naar de kuster SERVUS die in de Sardijngeul aan de grond liep, die kwam op eigen kracht vlot. 8-1-1955 te Vlissingen afgelost door de sleepboot HUMBER en naar Antwerpen. 9-1-1955 van Antwerpen naar Chittagong met 2 sleepboten, te Vlissingen en de sleepboten daar afgemeerd. 17-1-1955 geholpen bij het vlot brengen van s.s. ORADOUR. 12-10-1943 kiel gelegd, 30-10-1943 te water, 7-11-1943 opgeleverd als SARA TEASDALE door Permanente Metals Corp., Shipyard No. 2, Richmond, Calif. (2178) aan U. S. War Shipping Administration, San Francisco. Type EC2-S-C1 Liberty. 7.176 BRT. 1947 verkocht aan French Government - Min. de la Marine Marchande, Rouen, in beheer bij Union Industrielle et
Maritime Soc. Française d'armement, herdoopt ORADOUR. 1959 verkocht aan Lesteri Corp., Beirut, in beheer bij V. Tricoglu, herdoopt LEOTRIC. 1960 verkocht aan Marina Cia. Naviera S.A., Ithaka, in beheer bij Hector C. Dracoulis, herdoopt HERA. 1962 verkocht aan Gamps Marine Financing Ltd., Monrovia, in beheer bij Pacific S.S. Agency, N.Y., herdoopt CALIFORNIA SUN. 1964 verkocht aan Adrian Maritime Co. Ltd., Monrovia, in beheer bij G. Chimples, herdoopt ZANETA. 19-6-1966 tijdens een reis van Mormugao naar Triëst, geladen met mangaanerts, in de Arabische Zee lek geraakt en gezonken in positie 17.50 NB. en 58.42 OL. (Foto: instants-donnes.com). 19-1-1955 van Vlissingen naar Chittagong met 2 sleepboten, terug vanwege slecht weer. 23-1-1955 van Vlissingen naar Chittagong met 2 sleepboten. 13-2-1955 te Port Said. 15-2-1955 van Suez. 29-3-1955 te Chalna bij Chittagong. 1-4-1955 van Chalna naar Singapore om 2 schepen naar Hong Kong te slepen. 8-4- 1955 te Singapore. 12-4-1955 vertrokken met 2 schepen naar Hong Kong. Van Hong Kong naar Aden en daarna koers gewijzigd naar de sleepboot RODE ZEE die de kruiser AUSTRALIA sleepte. 7-5-1955 vast op de kruiser AUSTRALIA, daarna ging het nog niet zo snel, de slepers kregen er niet meer vaart in als 1 kn. 22-5- 1955 ook vast gemaakt door de sleepboot OOSTZEE. 24-5-1955 de WITTE ZEE los van de kruiser AUSTRALIA en naar Aden. 30-5-1955 te Aden. 2-6-1955 van Aden met een ponton naar Assab. 3-6-1955 te Assab en de sleep afgeleverd. 4-6-1955 naar Massawa, Ethiopië met de losse boot. 5-6-1955 te Massawa. 6-6- 1955 van Massawa naar La Spezia met de sleepboot BANSHEE. 14-6-1955 van Port Said. 23-6-1955 de sleep te La Spezia afgeleverd. 23-6-1955 van La Spezia naar Maassluis met de losse boot. 6-7-1955 te Maassluis. BANSHEE, 1934 opgeleverd door Hall & Co. Ltd., Aberdeen (648) als BANSHEE aan Maritime Towing & Salvage Ltd., Halifax. 215 BRT. 900 IPK. T3 cyl, de werf. 1934 BANSHEE, Maritime Towing & Salvage Ltd., Halifax. 1950 BANSHEE, Ministry of Transport, Halifax. 1955 MOLOSSO, Cant. Nav. Santa Maria SpA., La Spezia. 1961 VALOROSO, Impr. Fratelli Barretta Domenico e Giovanni, Brindisi. 1985 gesloopt te Brindisi. (Foto: hazegray.org).
18-7-1955 van Maassluis om de sleepboot TYNE te helpen die de zuiger LOUIS PERRIER sleepte, 27-7-1955 bij Gibraltar los gegooid en koers gezet naar Dakar voor bunkers. 1955 opgeleverd door Scheepswerf Gusto (IHC) (50 CO.278) als LOUIS PERRIER aan Suez Canal Authority, Dredging Department, Egypte. 1960 herdoopt TOHOTMOS. 1970 herdoopt 10TH OF RAMADAN. (Info en foto LOUIS PERRIER: dredgepoint.org). 3-8-1955 te Dakar. 3-8-1955 van Dakar naar Conakry, Guinee. 5-8-1955 te Conakry, Guinee. 6-8-1955 van Conakry naar Douala, Kameroen met de zuiger ADOUR. 18-8-1955 te Douala en de sleep afgeleverd. 20-8- 1955 van Douala naar Abidjan. 24-8-1955 te Abidjan. 26-8-1955 van Abidjan naar Douala met baggermolen en een bak, tijdens de reis is de baggermolen gezonken, de runners zijn overgestapt op de WITTE ZEE. 2-9- 1955 te Douala met de bak CIBOURNE. 4-9-1955 van Douala naar Abidjan. 8-9-1955 te Abidjan. 13-9-1955 van Abidjan naar Casablanca met 2 bakken en een sleepboot. 22-9-1955 te Casablanca. De reis met die sleepboot van Casablanca naar Port Lyauty en de reizen van Southampton naar Liverpool en van Newport naar Southampton, beide met baggermolens, gingen niet door. 9-1955 van Casablanca naar Maassluis. 24-10-1955 gevaren naar de Noorse tanker JASMIN op 8 mijl ten westen van Cape Roca die problemen kreeg met de machine, zelf de machine weten te repareren en de WITTE ZEE zette daarop koers naar Maassluis. WITTE ZEE: collectie R.P. van de Wetering