Regionaal soa-centrum Den Haag Epidemiologisch jaarverslag 212 D. Spitaels, arts infectieziektebestrijding GGD Den Haag J.M. Brand, soa-arts GGD Den Haag M. Keetman, epidemiologisch onderzoeker GGD Den Haag A. van Camerijk, hoofd Regionaal soa-centrum Den Haag 1
Inhoudsopgave 1. Trends in 212 3 2. Demografie van de soa-consulten 4 2.1 Aantal consulten en geslacht bezoekers 4 2.2 Seksuele geaardheid 5 2.3 leeftijd 5 2.4 Woonplaats 6 2.5 Locatie consulten 6 2.6 Etnische afkomst van bezoekers 7 2.7 Seksueel gedrag en risicogedrag 9 3. Algemene epidemiologie van soa 1 3.1 Totaal gevonden soa 1 3.2 Chlamydia 11 3.3 Gonorroe 14 3.4 Syfilis 16 3.5 Hepatitis B 17 3.6 HIV 18 4. Doelgroep soa-centrum 2 4.1 Jongeren tot en met 24 jaar 21 4.2 Mannen die seks hebben met mannen (msm) 23 4.3 Prostituees 26 4.4 Migranten 28 5. Aanvullende seksuele hulpverlening 34 6. Bijlagen 36 2
1. Trends in 212 Het Regionaal soa-centrum Den Haag, verder soa-centrum genoemd, werd opgericht eind 26 ter vervanging van twee drempelvrije soa-poliklinieken in het MCH Westeinde en het HagaZiekenhuis. Elk jaar steeg het aantal soa-consulten. In 212 werden 1.675 soa-consulten geregistreerd (+ 4% in vergelijking met 211). Elk consult bestaat uit een gesprek over risicogedrag en een soatestpakket. Afhankelijk van de testuitslagen zal ook behandeling en partnerwaarschuwing besproken worden. Het percentage bezoekers met één of meerdere soa (chlamydia, gonorroe, hiv, besmettelijke syfilis of hepatitis B) stijgt naar 15,1% in 212. De striktere selectie bij aanmelding op het soacentrum speelt mogelijks een rol bij de stijging tegenover 211 (+.8%). De stijging ligt in lijn met het landelijke vindpercentage van 15% 1. Bepaalde risicogroepen vertonen echter een hoger vindpercentage: bezoekers met een hiv-infectie (51%), cliënten die gewaarschuwd zijn voor een soa (32%) en MSM (21%). Het absolute aantal opgespoorde soa bedraagt 1775. Chlamydia blijft de meest gevonden soa (1215 diagnoses), maar stijgt niet in percentage. We zien dit jaar een stijging van gonorroe en syfilis (zowel in aantal diagnoses als in percentage). Met 34 nieuwe hiv-diagnoses lijkt het aantal nieuwe hiv-diagnoses te stabiliseren. We zien wel dat bezoekers met een nieuwe hiv-diagnose jonger worden. De gemiddelde leeftijd van deze bezoekers is 32 jaar (in 21 nog 4 jaar). Voor het eerste jaar werd een beperkter soa-testpakket (alleen chlamydia- en gonorroetest) aangeboden aan jongeren onder de 25 jaar met laag risicogedrag. 827 bezoekers kregen dit beperkter testpakket aangeboden. 7.3% van deze bezoekers werd positief getest. Veel voorlichtingsactiviteiten waren in 212 toegespitst om meer jongeren op het spreekuur te zien. Hierdoor bereiken we steeds meer jongeren, in het bijzonder mannen, in de leeftijdscategorie 2 tot 24 jaar. Naast de soa-consulten werden ook nog eens 183 gespreken over seksualiteit bij jongeren geregistreerd (1641 gesprekken in 211). Daarnaast steeg ook het aantal MSM bezoekers naar 1982 of 19% van het totale aantal bezoekers. Het condoomgebruik bij bezoekers van het soa-centrum blijft laag. Zo heeft 55% geen condoom gebruikt bij het laatste sekscontact met een losse sekspartner. 1 RIVM: Thermometer seksuele gezondheid, april 213. 3
2. Demografie van de soa-consulten 2.1 Aantal consulten en geslacht bezoekers In 212 werden in de regio Den Haag 1.675 bezoekers gezien voor een soa-consult. Dit is een stijging van 4% ten opzichte van 211 (zie figuur 1). De stijging van het aantal consulten is lager dan landelijk. Voor alle soa-centra samen werd een landelijke stijging van 7% opgetekend. In 211 was de stijging van het aantal consulten bij het soa-centrum nog hoger dan landelijk (11% bij het soa-centrum tegenover 8% landelijk). Figuur 1: Aantal consulten naar geslacht in soa-centrum Den Haag. Den Haag 28-212. Aantal 12 11 1 9 8 7 6 5 4 3 2 1 28 29 21 211 212 Jaar mannen vrouwen totaal Iets meer dan de helft van de consulten (55%) betrof mannen, het aandeel mannen is daarmee vergelijkbaar met 211 (zie ook tabel A1 in de bijlage). Ongeveer 45% van de consulten vond bij vrouwen plaats, daarnaast rapporteerden 18 bezoekers transgender te zijn (13 bezoekers in 211). 4
2.2 Seksuele geaardheid Van het aantal bezoekers was 36% een heteroman, dit is iets minder dan in 211 (39%). Het percentage homo- of biseksuele mannen (MSM: mannen die seks hebben met mannen) bedroeg in 212 19% van het totale aantal bezoekers (+3% in vgl. met 211). Van de vrouwen gaf in 212 95% aan heteroseksueel te zijn. Deze percentages zijn nauwelijks veranderd over de jaren 28 212 (tabel A2 in bijlage). De stijging van 4% in het totale aantal consulten tussen 211 en 212 is toe te schrijven aan een stijging van het aantal consulten bij MSM (2%) en bij vrouwen (5%). Het aantal consulten bij heteroseksuele mannen daalde met 4%. Landelijk was de toename in consulten bij MSM ook het hoogst, 13%. Bij heteroseksuele mannen en bij vrouwen werd landelijk een grotere stijging gezien, respectievelijk 3% en 8%. Opvallend ten opzichte van landelijk is de grotere stijging in het aantal consulten bij MSM en de daling in het aantal consulten bij heteroseksuele mannen. 2.3 leeftijd De leeftijd van de bezoekers varieerde in 212 tussen de 13 en 81 jaar. De gemiddelde leeftijd was in 212 29,5 jaar en vergelijkbaar met 211. De vrouwen waren significant jonger dan mannen; in 212 25,9 jaar versus 32,5 jaar (zie bijlage tabel A3). Het aantal jonge bezoekers ( < 25 jaar) bedroeg 44% in 212, iets meer dan in 211 (toen 43%), maar wel minder dan landelijk (49%, zie figuur 2). Van de vrouwen was 6% en van de mannen 31% jonger dan 25 jaar. Van de MSM was in 212 16% jonger dan 25 jaar, meer dan de helft (53%, in 211 51%) was ouder dan 35 jaar. Bij 9 consulten (8 meisjes en 1 jongen) was de bezoeker jonger dan 15 jaar (tabel A4 in bijlage). Figuur 2: Percentage consulten naar leeftijd, geslacht en seksuele voorkeur. Den Haag 212. 7 6 5 4 % 3 2 1 <=24 25-34 35-44 >=45 leeftijdscategorie Vrouw en Heteroseksuele mannen MSM totaal 5
2.4 Woonplaats Van alle bezoekers aan het soa-centrum van wie de woonplaats geregistreerd was, kwam in 212 59% uit Den Haag, vergelijkbaar met voorgaande jaren. Daarnaast was 28% afkomstig uit het verzorgingsgebied van GGD Zuid-Holland West (tabel 1). De rest van de bezoekers kwamen verspreid uit het hele land. In voorgaande jaren liet het percentage bezoekers waarvan de woonplaats onbekend was (omdat men anoniem wil blijven, men geen vast woonadres heeft of het woonadres niet is geregistreerd) een stijging zien van 9% in 29 naar 2% in 211. In 212 is het aantal bezoekers waarvan de woonplaats onbekend is weer gedaald naar 1%. Tabel 1: Aantal en percentage bezoekers soa-centrum Den Haag naar woonplaats. Den Haag 211-212. Woonplaats/regio 211 212 n % n % Den Haag 4.686 57,3 5.59 58,5 Verzorgingsgebied GGD Zuid-Holland West1 2.288 28, 2.67 27,9 Leiden 43 4,9 49 4,3 Rotterdam, Amsterdam, Utrecht 28 3,4 312 3,3 Rest Nederland 516 6,3 564 5,9 Buitenland 1, 17,2 Subtotaal bekende woonadres 8.174 1 9.562 1 Onbekend2 2.79 2,3 1.113 1,4 Totaal 1.253 1.675 1 Delft, Zoetermeer, Leidschendam-Voorburg, Rijswijk, Pijnacker-Nootdorp, Midden-Delfland, Wassenaar, Westland 2 Anoniem, geen vast woonadres of woonadres onbekend: % berekend over totaal aantal consulten 2.5 Locatie consulten Het overgrote deel van de consulten werd gehouden op het soa-centrum zelf, 92,7%. Daarnaast heeft het soa-centrum ook een outreach-projecten voor prostituees, de gezondheidsbus en testlab voor jonge mannen. Deze locaties waren goed voor 4,4% van de consulten. Ook bij JIP in Den Haag, Zoetermeer en Delft en bij Brijder werden soa-consulten gehouden. Tabel 2: Aantal en percentage soa-consulten naar locatie van consult. Den Haag 212. Locatie n % Soa centrum 9.892 92,7 GGD Den Haag Outreach-project 249 2,3 GGD Den Haag Gezondheidsbus 89,8 Testlab jonge mannen 139 1,3 JIP: Den Haag Zoetermeer Delft 117 11 73 1,1 1,,7 Brijder 6,1 Totaal 1.675 1, 6
2.6 Etnische afkomst van bezoekers De etniciteit van de bezoekers is vastgesteld aan de hand van CBS-criteria die gebaseerd zijn op het geboorteland van de bezoeker en dat van diens ouders. Indien de geboortelanden niet bekend waren (in 212 en 211 bij,5% en in 21 bij 5% van de bezoekers) is de zelfbenoemde etniciteit aangehouden, de etniciteit die de bezoeker zelf opgeeft. In 212 was 56% van de bezoekers van Nederlandse herkomst, iets minder dan in 211 en 21 en minder dan landelijk (65%), maar meer dan het aandeel van Nederlanders in de Haagse bevolking: 52% in 211 (tabel 3). Tabel 3: Aantal en percentage consulten naar etnische herkomst van bezoekers aan het soa-centrum 21-212 in vergelijking met percentage etnische groepen in Haagse bevolking in 211. Den Haag 21-212. Soa-centrum Haagse bevolking 1 21 211 212 211 Landgroep n % n % n % % Nederland 5.51 59,4 6.75 59,3 5925 55,5 51,5 Suriname2 641 6,9 741 7,2 858 8, 9,9 Ned. Antillen/Aruba2 445 4,8 54 5,3 62 5,8 2,4 Turkije 21 2,2 224 2,2 257 2,4 6,9 Marokko 243 2,6 226 2,2 284 2,7 4,9 Sub-Sahara Afrika2 233 2,5 245 2,4 25 2,3 2,1 MOE (Polen/ Bulgarije/ 2 2,2 172 1,7 218 2, 2,5 Roemenië Rest 1.798 19,4 2.23 19,7 2.239 21, 19,7 Onbekend 4, 7,1 24,2, Totaal 9.266 1, 1.253 1, 1.675 1. 1, 1 In de leeftijd van 13 tot en met 81 jaar, vergelijkbaar met leeftijd bezoekers soa-centrum 2 Roze vakken= Hiv-endemische gebieden Het soa-centrum richt zich op cliënten afkomstig uit gebieden waar hiv vaker voorkomt dan in Nederland (hiv-endemische gebieden) zoals Suriname, Nederlandse Antillen/Aruba en Sub- Sahara Afrika en heeft als doelstelling meer cliënten uit deze doelgroep te zien. Tussen 21 en 212 is het aandeel van Surinamers en Antillianen/Arubanen in het bezoekerstotaal met 1% gestegen. Het aandeel van Sub-Sahara Afrikanen is tussen 21 en 212 vrijwel gelijk gebleven. In vergelijking met de Haagse bevolking komen er relatief veel Antillianen/Arubanen naar het soa-centrum, maar relatief weinig Surinamers. Het aandeel van Sub-Sahara Afrikanen in het bezoekerstotaal van het soa-centrum en in de totale Haagse bevolking is vrijwel gelijk. Het aandeel van Turken, Marokkanen en MOE-landers (Polen, Bulgarije en Roemenië) is over de periode 21-212 vrijwel gelijk gebleven. Tussen 21 en 211 daalde het aandeel van Marokkanen en MOE-landers nog licht, maar deze daling is teniet gedaan tussen 211 en 212. Ten opzichte van het aandeel in de Haagse bevolking is het aandeel van de Turken en Marokkanen in het bezoekerstotaal van het soa-centrum relatief laag. 7
Onder de bezoekers uit de MOE-landen komen relatief veel vrouwen voor, onder bezoekers uit Turkije en Marokko komen juist relatief weinig vrouwen (tabel 4). Tabel 4: Percentage mannen en vrouwen bij bezoekers van soa-centrum Den Haag naar etnische herkomst. Den Haag 21-212. 21 211 212 Landgroep Mannen Vrouwen Mannen Vrouwen Mannen Vrouwen Nederland 54,4 45,6 54,9 45,1 54,8 45,2 Suriname1 5,4 49,6 54,9 45,1 55,9 44,1 Ned. Antillen/Aruba1 56, 44, 59,1 4,7 58,2 41,8 Turkije 73,1 26,9 73,2 26,8 74,7 25,3 Marokko 72, 28, 71,7 28,3 69,7 3,3 Sub-Sahara Afrika1 51,5 48,1 61,2 38,4 57,2 42,8 MOE (Polen/ Bulgarije/ Roemenië) 28, 72, 45,3 54,7 41,7 58,3 Rest 51,1 48,4 52,2 47,4 5,5 49,5 Totaal 53,8 46,1 55,3 44,6 54,9 45,1 *Roze vakken= Hiv-endemische gebieden 8
2.7 Seksueel gedrag en risicogedrag Van alle bezoekers had 43,6% seksueel contact gehad met één of twee partners en 48,3% had met drie of meer partners seksueel contact. Bij 7.2% (772 bezoekers) waren geen gegevens bekend over het aantal sekspartners en,9% had geen seksueel contact gehad in de laatste zes maanden. MSM hadden relatief vaker met drie of meer partners seksueel contact gehad (75,%), bij heteromannen had 55,7% seksueel contact gehad met 3 of meer partners en bij vrouwen was dit 39,9%. Van de bezoekers, waarvan het laatste seksuele contact met een losse partner was, gaf ruim de helft (54,4%) aan geen condoom te hebben gebruikt. Bij heteromannen werd het minst vaak een condoom gebruikt bij seks met een losse partner (6,3%). Bij vrouwen gebruikte 58,1% geen condoom en bij MSM 36,9%. Figuur 3: Percentage bezoekers dat géén condoom gebruikte bij het laatste seksuele contact met een losse sekspartner naar seksuele voorkeur en geslacht. Den Haag 212. 7 6 5 4 % 3 2 1 Vrouwen Heteromannen MSM Totaal 9
3. Algemene epidemiologie van soa 3.1 Totaal gevonden soa In 212 werd bij 1.611 consulten (15,1%) één of meer soa gediagnosticeerd van de Big-5 (chlamydia, gonorroe, infectieuze syfilis, hepatitis B en hiv). Het ging in totaal om 1.77 positieve diagnoses. Dit is een stijging van.8% in vergelijking met 211 (toe 14.3% vindpercentage). Bij MSM werd in 21% van de consulten één of meer soa van de Big-5 gediagnosticeerd, meer dan bij vrouwen (14%) en heteroseksuele mannen (13%). Landelijk werd bij heteroseksuele mannen iets vaker een soa gevonden (15%). Het testpakket in Den Haag voorziet in een gecombineerde test 2 voor chlamydia en gonorroe op de verschillende lichaamslocaties. Tabel 5: Aantal en percentage soa-diagnoses bij consulten soa-centrum. Den Haag 21-212. 21 (n=9.266) 211 (n=1.253) 212 (n=1.675) Diagnoses n %1 n %1 n %1 Big-5 Chlamydia 996 1,8 1.167 11,4 1.215 11,4 Gonorroe 289 3,1 353 3,4 458 4,3 Infectieuze syfilis 32,3 21,2 42,4 Hepatitis B 24,4 2,3 21,3 HIV infectie 3,3 36,4 34,5 Totaal Big-5 2 1.371-1.597-1.77 - Aantal consulten met 1.259 13,6 1.462 14,3 1.611 15,1 één of meer soa Big-5 Overige soa-diagnoses Genitale wratten 227 2,4 164 1,6 181 1,7 Herpes simplex 84,9 87,8 81,8 Trichomonas 2, 2,, 1 Percentages voor de afzonderlijke Big-5 zijn berekend over het aantal bezoekers wat op de desbetreffende diagnose is getest. Percentages voor genitale wratten, herpes en trichomoniasis zijn berekend over totaal aantal bezoekers. 2 Geen percentage van totaal aantal diagnoses op het aantal consulten omdat in één consult meerdere diagnoses kunnen worden gesteld. Net zoals in voorgaande jaren is chlamydia de meest gediagnosticeerde soa in het soa-centrum. In 11,4% van de consulten is chlamydia gediagnosticeerd. Gonorroe staat op de tweede plaats wat betreft meest diagnosticeerde soa. De afgelopen jaren is het aantal gonorroe diagnoses gestegen, in 21 was het vindpercentage nog 3,1% in 212 is dit gestegen naar 4,3%. Ook het percentage positieve testen (vindpercentage) van infectieuze syfilis en hiv zijn in 212 iets toegenomen. 2 Aptima Combo 2 Assay 1
3.2 Chlamydia In 212 is chlamydia 1.215 keer gediagnosticeerd, het vindpercentage was 11,4%. Het is de meest gediagnosticeerde soa, ook bij de losse groepen heteroseksuele mannen en vrouwen. Bij MSM is er in 212 net iets meer gonorroe gediagnosticeerd dan chlamydia (1,7% versus 1,5%). Bij MSM en vrouwen daalde het vindpercentage chlamydia tussen 211 en 212 respectievelijk van 12,4% naar 11,8% en van 12,% naar 1,5%. Bij heteromannen steeg het vindpercentage chlamydia tussen 211 en 212 van 1,3% naar 11,4% (figuur 5a). Landelijk werden er hogere vindpercentages chlamydia voor vrouwen en heteroseksuele mannen gevonden. Bij vrouwen was er sprake van een stijging van 11,4% naar 12,2%. Bij heteroseksuele mannen werd ook een stijging waargenomen van 12,1% naar 13,3%. Bij MSM bleef het vindpercentage stabiel tussen 211 en 212, namelijk 1,5%. Figuur 4: Het vindpercentage chlamydia naar geslacht en seksuele voorkeur. Den Haag 28-212. 13 12 11 % 1 9 8 28 29 21 211 212 Jaar Vrouwen Heteroseksuele mannen MSM Totaal Chlamydia komt vooral voor bij jonge mensen, ongeacht de seksuele voorkeur en geslacht (figuur 6). Van de bezoekers jonger dan 25 jaar had 14,3% (landelijk 15,2%) chlamydia. Bij vrouwen en heteroseksuele mannen ouder dan 25 jaar, neemt het percentage positieve testen af, bij MSM blijft het vindpercentage echter relatief hoog. 11
Figuur 5a: Het vindpercentage chlamydia naar leeftijd, geslacht en seksuele voorkeur. Den Haag 212. 16 14 12 1 % 8 6 4 2 <=24 25-34 35-44 >=45 Leeftijdscategorie Vrouwen Heteroseksuele mannen MSM Totaal 3.2.1 Lichaamslokalisatie chlamydia In het soa-centrum wordt gewerkt volgen de landelijke kwaliteitsrichtlijnen. Diagnostisch materiaal wordt afgenomen van alle lichaamslokalisaties met infectierisico. Heteroseksuele mannen worden alleen urethraal getest, maar MSM en vrouwen worden op diverse lichaamslocaties getest (tabel 6). Vrouwen krijgen standaard een vaginale test. Alle vrouwen, die aangeven orale seks gehad te hebben de voorbije 6 maanden, worden ook oraal getest (dit is 89,3% van het totale aantal vrouwen in 212). Een anectorale test komt bij vrouwen minder vaak voor, (een vijfde van het totale aantal geteste vrouwen). Het vindpercentage is bij vaginale testen en anectorale testen vergelijkbaar, respectievelijk 1,5% en 1,1%. Tabel 6: Lokalisatie Chlamydia trachomatis infectie naar geslacht en seksuele voorkeur. Den Haag 212. Locatie N locaties MSM Vrouwen N testen N diagnoses N testen N diagnoses n % n % n % n % Vaginaal Enkel 383 8, Multipele 122 2,5 Totaal 4799 99,9 55 1,5 Urethraal Enkel 49 2,5 Multipele 13,6 Totaal 1971 99,7 62 3,1 Anorectaal Enkel 116 6,4 26 2,5 Multipele 28 1,6 78 7,6 Totaal 186 91,4 144 8, 131 21,5 14 1,1 Oraal Enkel 15,8 32,7 Multipele 15,8 6 1,4 Totaal 1897 96, 3 1,6 4292 89,3 92 2,1 12
Het soa-centrum streeft ernaar om elke MSM, ongeacht de aard van het seksuele risicogedrag, standaard op 3 lichaamslocaties te testen voor CT en GO (urethraal, anorectaal en oraal), De meeste chlamydia wordt gevonden bij anectorale testen (zowel in absolute getallen als in procenten)! Bij MSM werd 15 keer de diagnose van anorectale CT gesteld. Het soa-centrum Den Haag hanteert sinds 212 in overleg met de medisch microbiologen 3 criteria om door te testen op LGV; proctitis klachten, gewaarschuwd voor LGV en hiv-positieve status van cliënt of partner. Op basis hiervan werden 56 anorectale CT doorgetest op LGV. In 212 werd 14 keer de diagnose LGV gesteld (allen bij hiv-positieve MSM), in 211 werd deze diagnose 6 keer gesteld. De gemiddelde leeftijd van bezoekers met positieve LGV test bedroeg 35 jaar (figuur 5b-5c). Figuur 5b: gevonden LGV op soa-centrum de voorbije jaren LGV diagnoses soa-centrum Den Haag 29-212 14 aantal 14 12 1 8 6 4 2 6 4 1 29 21 211 212 jaar Figuur 5c: Leeftijd van de bezoekers bij wie LGV test werd aangevraagd LGV aanvragen 14 12 1 Aantal 8 6 4 2 19 2-24 25-29 3-34 35-39 4-44 45-49 5-54 55 Leeftijd in jaren De gemiddelde leeftijd de bezoekers, bij wie een test werd aangevraagd, bedroeg 36 jaar. 13
3.3 Gonorroe In 212 werd 458 keer de diagnose gonorroe gesteld, het vindpercentage was 4,3%. Dit is een stijging van 1,1% ten opzichte van 211. Bij alle groepen is het vindpercentage gonorroe in gelijke mate gestegen. Het vindpercentage bij MSM is nog altijd hoger dan bij heteroseksuele mannen en vrouwen (figuur 7), respectievelijk 1,7%, 2,6% en 3,%. Landelijk lagen de vindpercentages voor MSM, heteroseksuele mannen en vrouwen iets lager, respectievelijk 9,3%, 1,9% en 2,1%. Figuur 6: Het vindpercentage gonorroe naar geslacht en seksuele voorkeur. Den Haag 28-212. 12 1 8 % 6 4 2 28 29 21 211 212 Jaar Vrouwen Heteroseksuele mannen MSM Totaal Gonorroe komt onder alle leeftijdscategorieën voor, maar bij 35-44 jarigen is het vindpercentage het hoogst. Dit komt voornamelijk door het hoge vindpercentage gonorroe bij MSM in deze leeftijdscategorie (13,9%). Ook bij jonge MSM (leeftijd <25 jaar) wordt een hoog vindpercentage gevonden (13,8%, figuur 8). Figuur 7: Het vindpercentage gonorroe naar leeftijd, geslacht en seksuele voorkeur. Den Haag 28-212. 16 14 12 1 % 8 6 4 2 <=24 25-34 35-44 >=45 Leeftijdscategorieën Vrouwen Heteroseksuele mannen MSM Totaal 14
3.3.1 Lichaamslokalisatie gonorroe Ook gonorroe wordt op verschillende lichaamslocaties getest (tabel 7). Vrouwen krijgen standaard een vaginale test. Alle vrouwen, die aangeven orale seks gehad te hebben de voorbije 6 maanden, worden ook oraal getest (dit is 89,3% van het totale aantal vrouwen in 212) Een anectorale test komt bij vrouwen minder vaak voor, (een vijfde van het totale aantal geteste vrouwen) Het vindpercentage van gonorroe verschilt niet veel per lichaamslocatie, deze ligt rond de 2%. Bij de MSM zijn vrijwel alle mannen urethraal en oraal getest (96,%). De anectorale testen komen iets minder vaak voor: 91,4% van de MSM zijn op die lichaamslocatie getest. Sommige MSM weigeren de anale test, want het soa-centrum Den Haag heeft immers het beleid om MSM standaard op 3 lichaamslocaties te testen. De meeste gonorroe wordt anectoraal (8,1%) en oraal (6,5%) aangetroffen. Tabel 7: Lokalisatie gonorroe infectie naar geslacht en seksuele voorkeur. Den Haag 212. Locatie N locaties MSM Vrouwen N testen N diagnoses N testen N diagnoses n % n % n % n % Vaginaal Enkel 4798 99,9 5 1, Multipele 48 1, Totaal 98 2, Urethraal Enkel 8,4 Multipele 6 3, Totaal 1977 1 68 3,4 Anectoraal Enkel 46 2,5 3,3 Multipele 1 5,5 16 1,5 Totaal 186 91,4 146 8,1 131 21,5 19 1,8 Oraal Enkel 54 2,8 38,9 Multipele 7 3,7 41 1, Totaal 1898 96, 124 6,5 4289 89,3 79 1,8 15
3.4 Syfilis Besmettelijke syfilis (lues I, II en lues latens recens) is een soa die relatief weinig voorkomt (42 infecties in 212). Tussen 28 en 212 heeft het percentage positieve syfilis testen altijd onder de,5% gelegen. Tussen 28 en 211 was een kleine daling waarneembaar van,4% naar,2%, in 212 steeg het vindpercentage weer naar,4%. Ook landelijk werd na een daling in de afgelopen jaren, in 212 weer een lichte stijging in het vindpercentage syfilis waargenomen (figuur 8). Syfilis wordt voornamelijk bij MSM gediagnosticeerd. Bij heteroseksuele mannen en bij vrouwen wordt vrijwel geen syfilis gevonden, bij deze groepen ligt het vindpercentage al jaren rond de,1%. Dit is vergelijkbaar met de landelijke cijfers. Bij MSM steeg het vindpercentage in 212 van 1.% naar 1.8%. Dit is net als voorgaande jaren iets lager dan bij de landelijke cijfers (2,1%). Figuur 8: % 4,5 4 3,5 3 2,5 2 1,5 1,5 Het vindpercentage syfilis naar geslacht en seksuele voorkeur. Den Haag 28-212. 28 29 21 211 212 Jaar Vrouwen Heteroseksuele mannen MSM MSM landelijk Totaal Syfilis wordt dus voornamelijk bij MSM gediagnosticeerd. In 211 werd er nog waargenomen dat het percentage positieve syfilis testen met de leeftijd toenam. In 212 is deze trend ook waargenomen, maar bij bezoekers vanaf 25 jaar. In 212 werd er relatief veel syfilis gediagnosticeerd bij jonge MSM (<25 jaar). Het vindpercentage in deze leeftijdscategorie steeg van,4% in 211 naar 2,2% in 212 (figuur 9). Van 28 tot 211 was er een stijging te zien in de gemiddelde leeftijd waarop syfilis werd gediagnosticeerd bij MSM, de gemiddelde leeftijd steeg van 3 jaar naar 46 jaar. In 212 daalde de gemiddelde leeftijd waarop syfilis werd gediagnosticeerd bij MSM naar 4 jaar. 16
Figuur 9: Het vindpercentage syfilis naar leeftijd, geslacht en seksuele voorkeur. Den Haag 28-212. 3 2,5 2 % 1,5 1,5 <=24 25-34 35-44 >=45 Leeftijdscategorie Vrouwen Heteroseksuele mannen MSM Totaal 3.5 Hepatitis B In 212 werd 64% van de bezoekers op hepatitis B getest. Bezoekers, die bewezen gevaccineerd zijn of deze infectie hebben doorgemaakt, worden niet getest. In 212 werd 21 keer de diagnose besmettelijke hepatitis B gesteld, waarvan 19 keer de chronische vorm en 2 keer de acute vorm. Drie procent van de geteste bezoekers bleek al een hepatitis B infectie te hebben doorgemaakt, dit is vergelijkbaar met 211. Bij MSM werd in 212 procentueel de meeste hepatitis B infecties gediagnosticeerd (,7%). Bijna alle hepatitis B diagnoses (19 van de 21) werden gedaan bij bezoekers van niet-nederlandse herkomst. Figuur 1: Het vindpercentage hepatitis B naar geslacht en seksuele voorkeur. Den Haag 28-212. 1,4 1,2 1,8 %,6,4,2 28 29 21 211 212 Jaar Vrouwen Heteroseksuele mannen MSM Totaal 17
3.6 HIV In 212 werd 34 keer de diagnose hiv gesteld. Van de 34 hiv diagnoses werd 91% bij MSM gesteld (31 diagnoses), 2 diagnoses bij vrouwen en 1 diagnose bij een transgender. Het percentage positieve testen was in 212,3%. Bij MSM wordt de meeste hiv gediagnosticeerd, tussen 28 en 212 daalde het vindpercentage hiv bij MSM van 4,1% naar 1,8% (figuur 11). Landelijk lag het vindpercentage hiv bij MSM iets lager, namelijk 1,5%. Figuur 11: Het vindpercentage hiv naar geslacht en seksuele voorkeur. Den Haag 28-212. 3,5 3 2,5 2 % 1,5 1,5 28 29 21 211 212 Jaar Vrouwen Heteroseksuele mannen MSM MSM landelijk Totaal De meeste hiv wordt bij jonge MSM gediagnosticeerd, het aantal diagnoses neemt af met de leeftijd. In 211 werd de meeste hiv nog bij 25-34 jarigen gediagnosticeerd. De gemiddelde leeftijd waarop hiv wordt gediagnosticeerd lijkt dan ook af te nemen. In 28 was de gemiddelde leeftijd waarop hiv werd vastgesteld nog 38 jaar, in 212 is dat gedaald naar 32 jaar (figuur 13). Bij hiv zien we dus een trend dat de voorbije jaren de gemiddelde leeftijd op het ogenblik van diagnose afneemt. 18
Figuur 12: Het aantal en vindpercentage hiv naar leeftijd, geslacht en seksuele voorkeur. Den Haag 28-212. 3 2,5 2 % 1,5 1,5 <=24 25-34 35-44 >=45 Leeftijdscategorie Vrouwen Heteroseksuele mannen MSM Totaal <=24 25-34 35-44 >=45 Vrouwen 2 Heteroseksuele mannen MSM 8 13 6 4 Totaal 8 15 6 4 Figuur 13: De gemiddelde leeftijd waarop hiv wordt vastgesteld. Den Haag 28-212. 45 4 35 3 Leeftijd 25 2 15 1 5 28 29 21 211 212 Jaar Bij hiv-positieve bezoekers worden vaker soa gevonden dan bij andere bezoekers. In 212 werd bij 51% van de consulten bij hiv-positieve bezoekers een soa vastgesteld (tabel 8). Dit is veel hoger dan landelijk (3%), maar minder dan in 211 (63%). Bij consulten met hiv-negatieve bezoekers werd bij 15% een soa gediagnosticeerd. 19
In 211 steeg het vindpercentage chlamydia nog bij hiv-positieve bezoekers, in 212 daalde dit percentage weer naar 2,5%. Wel werden alle 14 LGV diagnoses bij hiv-positieve bezoekers gesteld. Gonorroe is de meest gestelde diagnose bij bekende hiv-positieve bezoekers (28%). Tabel 8: Aantal en percentage soa-diagnoses Big-5 bij hiv-positieve bezoekers soacentrum. Den Haag 21-212 21 (n=175) 211 (n=174) 212 (n=21) Diagnoses n % n % n % Chlamydia 36 2,6 62 35,6 43 2,5 Gonorroe 35 2, 47 27, 58 27,6 Infectieuze syfilis 8 4,6 5 2,9 13 6,2 Hepatitis B infectieus - - - - 1 2,1 Totaal diagnoses1 79 114 216 Aantal consulten met 64 36,6 19 62,6 18 51,4 één of meer soa Big-5 Aantal consulten met twee of meer soa Big-5 14 8, 23 13,2 36 17,1 4. Doelgroep soa-centrum Het soa-centrum levert aanvullende zorg voor jongeren tot 25 jaar en voor specifieke doelgroepen met verhoogd seksueel risicogedrag. Deze groepen zijn vastgesteld door het ministerie van VWS (tabel 9). Van deze doelgroepen hebben vooral mensen die gewaarschuwd zijn door iemand met een soa, mensen met klachten die op een soa wijzen, mensen afkomstig uit gebieden waar veel soa voorkomen en MSM een hoog vindpercentage soa. Tabel 9: Aantal bezoekers en vindpercentage soa per doelgroep. Den Haag 212 Doelgroep n % Jongeren tot en met 24 jaar 4.71 16,9 Mannen die seks hebben met mannen (MSM) 1.977 2,9 Prostituees 642 14,6 Mensen met veel wisselende seksuele contacten 849 16,5 Mensen die zijn gewaarschuwd door iemand met een soa 1.236 32,2 Mensen met klachten die op een soa wijzen 3.292 22,3 Mensen afkomstig uit gebieden waar veel soa voorkomen 1.728 21,5 Mensen met een partner uit één van bovenstaande groepen. 6.284 16,9 1 Bezoekers kunnen in meer dan 1 doelgroep vallen Hieronder zullen de doelgroepen jongeren, MSM, prostituees en migranten uitgebreider worden besproken. 2
4.1 Jongeren tot en met 24 jaar In 212 vond 44% van alle consulten plaats bij bezoekers jonger dan 25 jaar, dit is vergelijkbaar met 211 (43%). Landelijk vond 49% van de consulten plaats bij bezoekers onder de 25 jaar. Bij de vrouwen was 6% jonger dan 25 jaar, bij de heteroseksuele mannen was dat 39% en bij MSM 16%. Bij 9 consulten was de bezoeker zelfs jonger dan 15 jaar (tabel A3 in de bijlage). Iets meer dan de helft van de jongeren (53%) waarvan de woonplaats bekend was, kwam uit Den Haag, dit is minder dan bij bezoekers van 25 jaar en ouder; daarvan kwam 63% uit Den Haag. Uit Delft en uit Leiden kwamen net als voorgaande jaren relatief veel jongere bezoekers, van degenen met bekende woonplaats kwam in 212 14% uit Delft (versus 8% bij de ouderen) en 6% uit Leiden (versus 2% bij de ouderen). Bij 9% van de jongeren was de woonplaats onbekend. De verschillen tussen de geteste jongeren en ouderen met betrekking tot etnische herkomst waren klein. Vergeleken met de ouderen waren jongeren vaker van Nederlandse afkomst (59% versus 53%) en van Antilliaanse/Arubaanse afkomst (6,3% versus 5,4%). Van de jongeren, met een geregistreerd aantal sekspartners in de voorbije zes maanden, had 43% drie of meer partners gehad (56% van de jonge mannen en 34% van de jonge vrouwen). Bij de cliënten met een leeftijd > 25 jaar bedroeg dit percentage 6%. MSM hebben het vaakst een condoom gebruikt bij het laatste sekscontact met een losse partner. Door jongeren werd vaker geen condoom gebruikt bij het laatste seksueel contact met een losse partner dan door ouderen (65% versus 47%). Voornamelijk jonge vrouwen en jonge heteroseksuele mannen gebruikten geen condoom, ongeveer twee derde gaf aan geen condoom te hebben gebruikt. Bij jonge MSM is dit percentage lager, namelijk 35% (figuur 14). Figuur 14: Percentage bezoekers dat géén condoom gebruikte bij het laatste seksuele contact met een losse partner, naar leeftijd, seksuele voorkeur en geslacht. Den Haag 212. 8 7 6 5 % 4 3 2 1 Vrouwen Heteroseksuele mannen MSM Totaal Jongeren Ouderen 21
In 212 had 12% van de jongeren al eens een infectie met chlamydia, gonorroe of syfilis doorgemaakt, iets meer dan bij ouderen (1%) en vergelijkbaar met 211. Bij de jonge MSM was het percentage 19%, bij vrouwen 13% en bij heteroseksuele mannen 8%. In 212 werd bij 17% van de jongeren minstens 1 soa gediagnosticeerd. Sinds 21 is het vindpercentage met 1,4% gestegen. Bij jongeren is chlamydia de meest gediagnosticeerde soa, het vindpercentage van 14,3% in 212 is vergelijkbaar met 211. Bij gonorroe wordt ook bij de jongeren een stijging in het vindpercentage waargenomen, het vindpercentage steeg van 2,5% in 211 naar 3,7% in 212. Infectieuze syfilis, hepatitis B en hiv worden slechts bij een zeer klein aantal jongeren gediagnosticeerd (tabel 1). Voor het eerste jaar werd een beperkter soa-testpakket alleen chlamydia- en gonorroetest) aangeboden aan jongeren onder de 25 jaar met laag risicogedrag. Dit beperkter testpakket wordt landelijk het CT-only pakket genoemd. In Den Haag wordt echter ook standaard gonorroe meegetest in dit pakket. In 212 kregen 827 bezoekers dit beperkter testpakket aangeboden. 7.3% van deze bezoekers werd positief getest. Van de jongeren had in 212 46% al eens een hiv-test gedaan, vergelijkbaar met 211 (47%). Op basis van die eerdere test waren 15 jongeren hiv-positief (,3%), dit is meer dan de 8 jongeren (,2%) in 211. Tijdens het consult op het soa-centrum werden in 212 bij 8 jongeren (,2%) de diagnose hiv gesteld, dit is vergelijkbaar met 211. Tabel 1: Aantal en percentage soa-diagnoses Big-5 bij jongeren. Den Haag 21-212. 21 (n=3.897) 211 (n=4.436) 212 (n=4.71) Diagnoses n %1 n %1 n %1 Chlamydia 526 13,5 636 14,3 671 14,3 Gonorroe 111 2,8 113 2,5 172 3,7 Infectieuze syfilis 3,1 1, 1,3 Hepatitis B infectieus 2,1 6,2 4,1 HIV infectie 4,1 5,1 8,2 Totaal Big-5 2 646-761 - 865 - Aantal consulten met 64 15,5 715 16,1 796 16,9 één of meer soa Big-5 1 Percentages voor de afzonderlijke Big-5 zijn berekend over het aantal bezoekers wat op de desbetreffende soa is getest. 2 Geen percentage mogelijk van het totale aantal diagnoses op het aantal consulten omdat in één consult meerdere diagnoses kunnen worden gesteld. 22
4.2 Mannen die seks hebben met mannen (msm) In 212 gaf 34% van de mannelijke bezoekers aan seksuele contacten met mannen te hebben gehad, in vergelijking met 211 is dit een stijging van 5%. Van alle mannen had 27% homoseksuele en 6% biseksuele contacten; van het totale aantal consulten was 18% bij MSM. Dit is iets meer dan in de voorgaande jaren. Zie verder paragraaf 1.2. en tabel A2. De MSM waren gemiddeld 8 jaar ouder dan heteroseksuele mannen en 12 jaar ouder dan vrouwen, vergelijkbaar met voorgaande jaren (tabel A3 in bijlage). Van de MSM was in 212 16% jonger dan 25 jaar, meer dan de helft (53%) was 35 jaar of ouder (zie paragraaf 2.2. en figuur 2). Van de MSM waren, vergeleken met heteroseksuele mannen, relatief meer mannen afkomstig uit Nederland, de MOE-landen (Polen, Roemenië en Bulgarije) en uit overige landen (figuur 15 en in bijlage tabellen A9-1-11). Het aandeel MSM onder de Turkse, Surinaamse, Antilliaanse/Arubaanse en Afrikaanse mannen was laag en onder Marokkaanse mannen bijzonder laag. Mogelijk speelt onderrapportage door taboe op homoseksualiteit in deze laatste groepen een rol. 23
Figuur 15: Percentage MSM (op het totaal aan mannen) naar etnische herkomst. Den Haag 21-212. 6 5 4 % 3 2 1 Nederland Suriname Nederlandse Antillen/ Aruba 21 211 212 Turkije Marokko MOE (Polen, Bulgarije,Roemenië) Sub Sahara Afrika Overig Driekwart van de MSM (75%) waarvan het aantal sekspartners genoteerd werd, had drie of meer partners gehad. Dit is meer dan bij heteroseksuele mannen (56%) en bij vrouwen (4%). Meer MSM (in vgl. met vrouwen en heteroseksuele mannen) gebruikten een condoom bij het laatste seksuele contact met een losse partner, namelijk 63%. (zie verder paragraaf 2.7 en figuur 3). Van alle MSM had 14% in de laatste twee jaren al eens chlamydia, gonorroe of syfilis gehad; meer dan bij vrouwen (12%) en bij heteroseksuele mannen (8%). Het percentage MSM dat zich nooit eerder op hiv heeft laten testen was in 212 12% en daarmee gelijk aan 211 en 21, in de jaren daarvoor was er nog een daling te zien van 23% in 27 naar 16% in 29 (figuur 22). Bij de heteroseksuele mannen en vrouwen werd een groter deel nooit eerder op hiv getest: heteroseksuele mannen 46% en vrouwen 42% (figuur 13 in paragraaf 2.5). Het aandeel consulten bij bekend hiv-positieve MSM op de totale groep MSM was in 211 iets afgenomen naar 8%, maar in 212 steeg dit weer naar 1%. In 212 werd bij 21% van de consulten bij MSM minstens één soa gediagnosticeerd, gelijk aan 211 maar beduidend meer dan bij heteroseksuele mannen (13%) en vrouwen (14%), zie tabel 11, figuur 16 en in bijlage tabel A12. 24
Figuur 16: Percentage consulten waarbij minstens één soa is gediagnosticeerd, naar seksuele voorkeur en geslacht. Den Haag 28-212. 25 2 15 % 1 5 28 29 21 211 212 Vrouwen Heteroseksuele mannen MSM Totaal In 212 zijn chlamydia (1,5%) en gonorroe (1,7%) de meest gediagnosticeerde soa bij MSM in Den Haag. Opmerkelijk is de daling in vindpercentage bij chlamydia. Bij het totale aantal bezoekers werd een stabilisatie van het vindpercentage chlamydia waargenomen. Voorheen was chlamydia altijd de meest gediagnosticeerde soa bij MSM, maar de daling in het vindpercentage chlamydia en een stijging in het vindpercentage gonorroe zorgt ervoor dat beide soa in 212 even vaak werden gediagnosticeerd (tabel 11 en figuur 17). Vergeleken met landelijke cijfers werd bij MSM vaker de diagnose gonorroe gesteld (9,3% landelijk versus 1,7% in Den Haag), chlamydia werd even vaak gevonden. Tabel 11: Aantal en percentage soa-diagnoses Big-5 bij MSM. Den Haag 21-212. 21 (n=1.44) 211 (n=1.642) 212 (n=1.977) Diagnoses n %1 n %1 n %1 Big-5 Chlamydia 172 12,3 23 12,4 28 1,5 Gonorroe 122 8,7 165 1, 212 1,7 Infectieuze syfilis 27 1,9 16 1, 36 1,8 Hepatitis B infectieus 4 1,2 1,2 4,7 HIV infectie 23 1,9 29 2, 31 1,8 Totaal Big-5 2 348-414 - 491 Aantal consulten met 297 21,2 345 21, 413 2,9 één of meer soa Big-5 1 Percentages voor de afzonderlijke Big-5 zijn berekend over het aantal bezoekers wat op de desbetreffende soa is getest. 2 Geen percentage van totaal aantal diagnoses op het aantal consulten omdat in één consult meerdere diagnoses kunnen worden gesteld. 25
Figuur 17: Percentage positieve testen chlamydia, gonorroe, infectieuze syfilis, hiv en infectieuze hepatitis B bij MSM. Den Haag 28-212. 14 12 1 8 % 6 4 2 28 29 21 211 212 Chlamydia Gonorroe Infectieuze syfilis Hiv-infectie Hepatitis B infectieus 4.3 Prostituees In 212 waren er 694 consulten (6,5%) bij prostituees, een stijging van 1,5% vergeleken met 211. Van alle vrouwelijke bezoekers gaf 13% aan in de laatste zes maanden als prostituee te hebben gewerkt. Tussen 28 en 212 is het percentage vrouwen dat aangaf in de laatste zes maanden als prostituee te hebben gewerkt met 5% toegenomen (figuur 18). Figuur 18: Percentage prostituees onder vrouwen. Den Haag 28-212. 16 14 12 1 % 8 6 4 2 28 29 21 211 212 Jaar 26
Vrouwen werkzaam in de prostitutie waren in 212 gemiddeld 32 jaar oud, vergelijkbaar met 211. Ze zijn daarmee ouder dan de gemiddelde vrouwelijke bezoeker (25 jaar); drie op de tien prostituees was jonger dan 25 jaar. Van de vrouwelijke prostituees met een bekende woonplaats (van 36% is de woonplaats onbekend) woonde 68% in Den Haag, in 211 was dit 72%. Drie kwart van de prostituees was van niet-nederlandse afkomst (+5% in vgl. met 211). In 212 is het percentage prostituees uit Colombia, Suriname, Roemenië en Ecuador verdubbeld. Het percentage prostituees uit Hongarije en Bulgarije is in 212 afgenomen (tabel 12). Tabel 12: Aantal en percentage vrouwelijke prostituees naar etnische herkomst. Den Haag 21-212. 21 211 212 Land n % n % n % Nederland 159 3,8 157 3,6 163 25,5 Hongarije 65 12,6 82 16, 88 13,8 Dominicaanse Republiek 49 9,5 56 1,9 64 1, Colombia 28 5,4 21 4,1 53 8,3 Thailand 35 6,8 39 7,6 49 7,7 Bulgarije 59 11,4 29 5,6 23 3,6 Spanje 5 1, 12 2,3 22 3,4 Litouwen 19 3,7 22 4,3 2 3,1 Roemenië 9 1,7 5 1, 18 2,8 Suriname <5-6 1,2 16 2,5 Ecuador 5 1, <5-14 2,2 Polen 16 3,1 1 1,9 13 2, Marokko <5-1 1,9 12 1,9 Indonesië 5 1, 7 1,4 9 1,4 Nederlandse Antillen <5-6 1,2 6,9 Brazilië 9 1,7 <5-5,8 Slowakije <5-5 1, <5 - Letland 8 1,5 <5 - <5 - Nigeria 5 1, <5 - <5 - Totaal1 517 1, 513 1, 638 1, 1 alleen landen met minstens 5 prostituees genoemd, daarom telt het niet op tot 1% De meeste vrouwelijke prostituees gaven aan een condoom te hebben gebruikt bij het laatste seksuele contact met een losse partner, namelijk 92%. Bij vrouwen die niet werkzaam waren als prostituee is dit percentage veel lager, slechts 3% gaf aan een condoom te hebben gebruikt bij het laatste seksuele contact met een losse partner. Bij 15% van de prostituees was ooit al eens gonorroe, syfilis of chlamydia gediagnosticeerd, meer dan bij niet-prostituees (11%), maar minder ten opzichte van 211 (18%). In 212 had 86% van de prostituees al eens een hiv-test gehad, vergelijkbaar met 211 en 212. 27
In 15% van de consulten bij de vrouwelijke prostituees, werd minstens één soa gevonden. Dit is vergelijkbaar met 211 en 21 en is niet veel meer dan bij de vrouwelijke niet-prostituees (tabel 13). Opmerkelijk is de daling in het vindpercentage chlamydia. Door de daling in het aantal chlamydia diagnoses en de stijging in het aantal gonorroe diagnoses, is gonorroe bij vrouwelijke prostituees in 212 de meest gediagnosticeerd soa. Tabel 13: Aantal en percentage soa-diagnoses Big-5 bij vrouwelijke prostituees. Den Haag 21-212. 21 (n=519) 211 (n=513) 212 (n=642) Diagnoses n %1 n %1 n %1 Chlamydia 44 8,5 56 1,9 45 7, Gonorroe 4 7,7 29 5,7 51 7,9 Infectieuze syfilis 3,6 - - 4,6 Hepatitis B infectieus 4 2, 1,6 4 1,7 HIV infectie 2,4 - - 1,2 Totaal Big-5 2 93-86 15 Aantal consulten met 79 15,3 75 14,6 94 14,6 één of meer soa Big-5 1 Percentages voor de afzonderlijke Big-5 zijn berekend over het aantal bezoekers wat op de desbetreffende soa is getest. 2 Geen percentage mogelijk van het totale aantal diagnoses op het aantal consulten omdat in één consult meerdere diagnoses kunnen worden gesteld. 4.4 Migranten Een aantal algemene kenmerken met betrekking tot de etnische herkomst van bezoekers is al aan de orde geweest in paragraaf 2.6: Etnische herkomst bezoekers. De gemiddelde leeftijd van bezoekers varieert naar etnische herkomst. Bij de vrouwen waren in 212 geen grote verschillen te zien tussen de verschillende etnische groepen. Nederlandse mannen waren gemiddeld 4 jaar ouder dan de niet-nederlandse mannen (tabel 14). Er zijn weinig verschillen in gemiddelde leeftijd met voorgaande jaren te zien (tabel A13 in de bijlage). Tabel 14: Gemiddelde leeftijd naar etnische herkomst en naar geslacht. Den Haag 212. 212 Landgroep Man Vrouw Nederland 34,2 25,4 Niet-Nederland* 3,2 26,5 Suriname 3,1 25,5 Nederlandse Antillen/Aruba 27,7 24,3 Turkije 28,7 25,9 Marokko 28,4 24,6 MOE (Polen, Bulgarije, 28,9 27,9 Roemenië) Sub-Sahara Afrika 3,2 24, 28
Er waren weinig verschillen in het aandeel jongeren onder de 25 jaar tussen de etnische groepen (figuur 19). Onder vrouwelijke MOE-landers waren relatief weinig jongeren, onder vrouwen uit Sub-Sahara Afrika waren relatief meer jongeren. In het totaal zijn er relatief iets meer jongeren van Antilliaanse/Arubaanse herkomst. De leeftijdsverschillen bij mannen hangen onder andere samen met het aandeel MSM in de diverse bevolkingsgroepen, MSM zijn gemiddeld ouder dan heteroseksuele mannen. Het percentage MSM is lager onder bezoekers van niet-nederlandse afkomst, maar de verschillen tussen de diverse bevolkingsgroepen zijn groot (figuur 2 en in bijlage tabellen A9-1-11), zie verder paragraaf 4.2. Figuur 19: Percentage jongeren (jonger dan 25 jaar) naar etnische herkomst en geslacht. Den Haag 212. % 8, 7, 6, 5, 4, 3, 2, 1,, Nederland Suriname Ned.Antillen/Aruba Vrouwen Heteroseksuele mannen MSM Totaal Turkije Marokko MOE (Polen/Bulgarije/Roemenië) Sub-Sahara Afrika Figuur 2: Aandeel MSM, vrouwen en heteroseksuele mannen naar etnische herkomst. Den Haag 212. % 7, 6, 5, 4, 3, 2, 1,, Nederland Suriname Ned.Antillen/Aruba Vrouwen Heteroseksuele mannen MSM Turkije Marokko MOE (Polen/Bulgarije/Roemenië) Sub-Sahara Afrika 29
Van de bezoekers waarvan de woonplaats bekend was, kwamen de bezoekers van niet- Nederlandse herkomst vaker uit Den Haag (69%), dan de Nederlandse bezoekers (5%). Ook woonden er relatief veel bezoekers van niet-nederlandse herkomst in Delft en Zoetermeer. Bezoekers van niet-nederlands herkomst gaven minder vaak aan in de laatste 6 maanden met drie of meer personen seksueel contact te hebben gehad dan bezoekers van Nederlandse herkomst (47% versus 56%). Bij MSM was er geen verschil te zien in het aantal partners, bij heteroseksuele mannen en vrouwen wel. Vooral bezoekers van Nederlandse en Turkse afkomst (behalve de Turkse vrouwen) gaven vaak (>5%) aan met 3 of meer partners seksueel contact te hebben gehad. Bezoekers uit Suriname, Sub-Sahara Afrika en Moelanders gaven minder vaak (<4%) aan seksueel contact met 3 of meer partner te hebben gehad. Ook bij het condoomgebruik scoren de bezoekers van Turkse herkomst slecht. Turkse vrouwen, heteroseksuele mannen en MSM gaven het vaakst aan geen condoom te hebben gebruikt bij het laatste seksuele contact met een losse sekspartner. Bezoekers met een herkomst uit de Moelanden scoorden het best, vooral de vrouwen en MSM gebruikten relatief vaak een condoom (figuur 21). Figuur 21: Aantal en percentage bezoekers dat géén condoom gebruikte bij het laatste seksueel contact met een losse sekspartner, naar geslacht, seksuele voorkeur en etnische herkomst. Den Haag 212. % 9, 8, 7, 6, 5, 4, 3, 2, 1,, Nederland Suriname Ned.Antillen/Aruba Vrouwen Heteroseksuele mannen MSM Turkije Marokko MOE (Polen/Bulgarije/Roemenië) Sub-Sahara Afrika Vrouwen Heteroseksuele mannen MSM Nederland 876 663 283 Suriname 79 19 22 Ned.Antillen/Aruba 54 74 18 Turkije 2 7 13 Marokko 17 56 6 MOE (Polen/Bulgarije/Roemenië) 18 13 6 Sub-Sahara Afrika 28 38 7 3
In 212 had 12% van de bezoekers van niet-nederlandse herkomst in de laatste twee jaren gonorroe, syfilis of chlamydia gehad, meer dan bij de bezoekers van Nederlandse herkomst (9%). Dit is vergelijkbaar met 211. Bezoekers uit de Nederlandse Antillen/Aruba en Suriname hadden relatief vaak eerder gonorroe, syfilis of chlamydia gehad. Ook hebben bezoekers van niet- Nederlandse herkomst vaker eerder al een hiv-test gehad (65% versus 6%; zie figuur A1 in de bijlage). In 212 werd bij 18% van de niet-nederlandse bezoekers minstens één soa gevonden. Dat is meer dan in 211 (16%) en meer dan bij Nederlandse bezoekers (13%). (tabel 15) Tabel 15: Aantal en percentage consulten met één of meer soa-diagnoses Big-5 naar etnische herkomst. Den Haag 21-212. 21 211 212 Landgroep n % n % n % Nederland 612 11,1 778 12,8 766 12,9 Niet-Nederland1 646 17,2 681 16,3 839 17,8 Suriname 13 2,3 146 19,7 158 18,4 Nederlandse Antillen/ Aruba 94 21,1 135 25, 166 26,8 Turkije 34 16,9 26 11,6 47 18,3 Marokko 28 11,5 4 17,7 53 18,7 MOE (Polen, Bulgarije, 46 23, 35 2,3 45 2,6 Roemenië) Sub Sahara Afrika 4 17,2 33 13,5 47 18,8 Overig 274 15,2 266 13,1 323 14,4 Totaal2 1.258 13,6 1.462 14,3 1.65 15,1 Zowel bij de mannen als vrouwen werd in vrijwel alle niet-nederlandse groepen een hoger percentage consulten met minstens één soa gevonden (figuur 22). Vooral bij bezoekers van de Nederlandse Antillen/Aruba, mannen en vrouwen werd relatief vaak een soa gediagnosticeerd. Ook bij mannen uit de MOE-landen en vrouwen uit Turkije werd relatief vaak een soa vastgesteld. Bij vrouwen uit Turkije en uit Sub-Sahara steeg het vindpercentage soa in 212, respectievelijk van 13,3% naar 23,1% en van 11,7% naar 19,6% (tabel A in de bijlage). 31
Figuur 22: Percentage consulten met één of meer soa-diagnoses Big-5 naar etnische herkomst en geslacht. Den Haag 212. 3 25 2 % 15 1 5 Nederland Suriname Nederlandse Antillen/ Aruba mannen vrouwen Turkije Marokko MOE (Polen, Bulgarije, Roemenië) Sub Sahara Afrika Overig Totaal Chlamydia en gonorroe zijn de twee meest gediagnosticeerde soa. Bij bezoekers van niet- Nederlandse herkomst werden deze soa relatief vaker gediagnosticeerd dan bij bezoekers van Nederlandse herkomt (tabellen 16 en 17). Vooral gonorroe werd relatief vaak vastgesteld bij MSM uit Suriname, Nederlandse Antillen/Aruba, Turkije en Marokko. Chlamydia werd relatief vaak gediagnosticeerd bij bezoekers uit de Nederlandse Antillen/Aruba. Tabel 16: Aantal en percentage consulten met diagnose chlamydia naar seksuele voorkeur, geslacht en etnische herkomst. Den Haag 212. MSM Heteroman Vrouwen Totaal Landgroep n % n % n % n % Nederland 116 9,1 176 8,9 294 11, 586 9,9 Niet-Nederland1 9 13, 264 13,9 271 12,8 626 13,2 Suriname 15 15,5 56 14,7 54 14,3 125 14,6 Nederlandse Antillen/ Aruba 14 17,7 62 22,1 6 23,2 136 21,9 Turkije 2 5, 19 12,5 12 18,5 33 12,8 Marokko 4 18,2 27 15,3 11 12,8 42 14,8 MOE (Polen, Bulgarije, 3 9,4 12 2,3 11 8,7 26 11,9 Roemenië) Sub-Sahara Afrika 4 17,4 17 14,2 15 14, 36 14,4 Overig 48 12,1 71 9,8 18 9,8 228 1,2 Totaal2 26 1,5 44 11,4 565 11,8 1212 11,4 1 Hieronder vallen alle bezoekers van niet-nederlandse herkomst 2 Inclusief de consulten bij bezoekers met onbekende etnische herkomst 32
Tabel 17: Aantal en percentage consulten met diagnose gonorroe naar seksuele voorkeur, geslacht en etnische herkomst. Den Haag 212. MSM Heteroman Vrouwen Totaal Landgroep n % n % n % n % Nederland 125 9,9 25 1,3 46 1,7 196 3,3 Niet-Nederland1 85 12,3 76 4, 96 4,5 258 5,5 Suriname 14 14,4 15 3,9 12 3,2 41 4,8 Nederlandse Antillen/ Aruba 15 19, 19 6,8 15 5,8 49 7,9 Turkije 7 17,5 7 4,6 3 4,6 17 6,6 Marokko 5 22,7 9 5,1 5 5,8 19 6,7 MOE (Polen, Bulgarije, 2 6,3 2 3,4 9 7,1 13 6, Roemenië) Sub-Sahara Afrika 1 4,3 5 4,2 4 3,9 1 4, Overig 41 1,3 19 2,6 48 4,4 19 4,9 Totaal2 21 1,7 11 2,6 142 3, 454 4,3 1 Hieronder vallen alle bezoekers van niet-nederlandse herkomst 2 Inclusief de consulten bij bezoekers met onbekende etnische herkomst Syfilis werd in 212 even vaak bij bezoekers van Nederlandse herkomst als bij bezoekers van niet Nederlandse herkomst gediagnosticeerd. Hiv werd vaker bij bezoekers van niet-nederlandse herkomst gediagnosticeerd (,6% versus,2%) en bijna alle hepatitis B diagnoses (19 van de 21) zijn bij bezoekers van niet-nederlandse herkomst gesteld. 33
5. Aanvullende seksuele hulpverlening Het soa-centrum verzorgt de regionale coördinatie van de seksualiteitsspreekuren in de regio Noordelijk Zuid-Holland. Deze SENSE-spreekuren zijn gericht op jongeren van 12 tot 25 jaar. Er zijn 3 belangrijke partners in het uitvoeren van deze SENSE consulten: GGD Den Haag, CASA, en GGD Zuid Holland West (tabel 18). Meer dan de helft van de SENSE-consulten in 212 vond plaats bij het soa-centrum. Het soa-centrum heeft ervoor gekozen om ook SENSE-spreekuren aan te bieden op 3 JIP locaties in de regio, met name in Delft, Den Haag en Zoetermeer. Tabel 18: Aantal en percentage SENSE consulten op verschillende locaties in de regio. 21 211 212 Locatie Sublocatie n % n % n % GGD Den Haag Regionaal soa-centrum 499 46,4 883 53,8 965 53,5 ROC Mondriaan 4,4 2,1 - SPOT 46 4,2 CASA CASA Den Haag 221 2,6 365 22,2 423 23,5 JIP locaties JIP Delft 53 4,9 54 3,3 66 3,7 JIP Den Haag 143 13,3 179 1,9 184 1,2 JIP Zoetermeer 84 7,8 93 5,7 151 8,4 GGD Zuid Holland West GGD ZHW 71 6,6 65 4, 5,3 ROC Idee College - - 1,1 ROC Mondriaan - - 4,2 Totaal 1.75 1, 1.641 1, 1.83 1, Regio Haaglanden 21-212. Het SENSE-spreekuur wordt voornamelijk door vrouwen bezocht. In 212 was 81% van de bezoekers van het vrouwelijke geslacht. Dit is vergelijkbaar met voorgaande jaren. Op de JIPlokatie Delft en bij het soa-centrum werden relatief de meeste mannen gezien, respectievelijk 37,9% en 27,5% (zie ook tabel A16 in de bijlage). De bezoekers van de SENSE-consulten op het soa-centrum zijn gemiddeld ouder dan de bezoekers op de JIP-lokaties (figuur 23). Op het soa-centrum zijn de meeste bezoekers tussen de 2 en 25 jaar oud, bij de vrouwen 63 % en bij de mannen 83%. Dit is een stijging ten opzichte van 211. Op de JIP-lokaties was 71% van de vrouwelijke bezoekers en 39% van de mannelijke bezoekers tussen de 15 en 19 jaar. Van alle bezoekers aan het soa-centrum en JIP-lokaties was 2% jonger dan 15 jaar, in 211 was dit nog 4%. 34
Figuur 23: Aantal en percentage SENSE-consulten naar leeftijd, geslacht en locatie van SENSE-consult. Regio Haaglanden 212. % 9 8 7 6 5 4 3 2 1 <15 jaar 15-19 jaar 2-24 jaar soa-centrum:vrouw soa-centrum: man JIP-locaties: vrouw JIP-locaties: man Jongeren komen op de SENSE-consulten met vragen over anticonceptie, zwangerschap, seksualiteit, seksueel geweld, soa en overige vragen. In 212 ging het merendeel van de vragen bij het soa-centrum over soa (4%) en seksualiteit (26%). Bij CASA kwamen de jongeren voornamelijk voor vragen over (onbedoelde) zwangerschappen (61%) en anticonceptie (29%). Bij de JIP-lokaties stelden de jongeren voornamelijk vragen over soa (44%) en (onbedoelde) zwangerschappen (26%) (tabel 19). Tabel 19: Het aantal en percentage hulpvragen bij de SENSE-consulten bij het soa-centrum, CASA en op de JIP locaties. Regio Haaglanden 212. Regionaal soacentrum CASA JIP n % n % n % Anticonceptie 16 16,6 121 28,6 59 14,7 (onbedoelde) Zwangerschap 27 2,8 258 61, 16 26,4 Seksualiteit 247 25,6 29 6,9 31 7,7 Seksueel geweld 27 2,8 9 2,1 9 2,2 SOA 39 4,4 5 1,2 178 44,4 Overige vragen 114 11,8 1,2 18 4,5 35
6. Bijlagen Tabel A1: Aantal en percentage consulten naar geslacht. Den Haag 23-212 Mannen Vrouwen Transgenders Totaal Jaar n % n % n % n 212 5.853 54,8 484 45, 18,2 1.675 211 5.672 55,3 4.568 44,6 13,1 1.253 21 4.983 53,8 4.273 46,1 1,1 9.266 29 4.32 52,6 3.872 47,3 9,1 8.183 28 3.848 51,8 3.573 48,1 4,1 7.425 27 3.372 52, 3.114 48, 2, 6.488 26 3.83 54,1 2.615 45,9 2, 5.7 25 3.17 54,5 2.519 45,5 1, 5.537 24 3.358 56,4 2.592 43,5 2, 5.952 23 3.19 56,4 2.329 43,5 1, 5.349 1 In 27 eerste volledig jaar van het regionale soa-centrum Tabel A2: Aantal en percentage consulten naar seksuele voorkeur en geslacht. Den Haag 212. Mannen Vrouwen Transgender Totaal Seksuele voorkeur n % n % n % n % Heteroseksueel 3874 66,2 4544 94,6 3 16,7 8421 78,9 Homoseksueel 166 27,4 17,4 11 61,1 1634 15,3 Biseksueel 371 6,3 215 4,5 4 22,2 59 5,5 Onbekend 2, 28,6, 3,3 Totaal 5853 1 484 1 18 1 1675 1 Tabel A3: Gemiddelde leeftijd naar geslacht en seksuele voorkeur. Den Haag 29-212. Gemiddelde leeftijd (jaren) 29 21 211 212 Totaal 29,4 29,4 29,4 29,5 Mannen 32,4 32,4 32,1 32,5 MSM 37,5 37,5 37, 37,5 Heteroseksuele 3,6 3,3 3, 29,8 mannen Vrouwen 26,1 26, 26, 25,9 Transgenders 36,7 34,9 35,9 38,4 36
Tabel A4: Aantal en percentage consulten naar leeftijd en geslacht. Den Haag 212. Mannen Vrouwen Totaal1 Leeftijdscategorie n % n % n % =< 14 jaar 1, 8,2 9,1 15-19 254 4,3 697 14,5 951 8,9 2-24 1574 26,9 2176 45,3 375 35,1 25-29 1253 21,4 917 19,1 2173 2,4 3-34 785 13,4 38 7,9 1167 1,9 35-39 545 9,3 197 4,1 744 7, 4-44 448 7,7 177 3,7 632 5,9 45-49 372 6,4 119 2,5 495 4,6 5-54 34 5,2 87 1,8 391 3,7 55-59 138 2,4 3,6 168 1,6 >= 6 179 3,1 16,3 195 1,8 Totaal 5853 1 484 1 1675 1 1 inclusief de 18 transgenders: 3 waren tussen de 25-29 jaar, 2 tussen de 3-34 jaar, 2 tussen de 35-39 jaar, 7 tussen 4-44 jaar en 4 tussen de 45-49 jaar. Tabel A5: Aantal consulten per locatie. Den Haag 28-212. Locatie 28 29 21 211 212 n % n % n % n % n % Soa-centrum 6.92 93, 7.724 94,4 8.871 95,7 1.83 98.3 9.892 92,7 GGD Den Haag 25,2 249 2,3 Outreach-project Brijder - - - - - - 7,1 6,1 Totaal 7.425 1 8.183 1 9.266 1 1.253 1 1.67 5 1 37
Tabel A6: Aantallen van de belangrijkste diagnoses naar geslacht1. Den Haag 28-212. 28 29 21 211 212 Gonorroe n n n n n Mannen 96 138 189 255 314 Vrouwen 46 56 1 98 143 Totaal 142 194 289 353 457 Chlamydia Mannen 419 445 511 618 649 Vrouwen 378 454 485 548 565 Totaal 797 899 996 1166 1214 Vroege syfilis Mannen 3 23 29 19 38 Vrouwen 2 3 1 4 Totaal 32 23 32 2 42 HIV infectie Mannen 37 3 27 32 31 Vrouwen 6 1 3 4 2 Totaal 43 31 3 36 33 Genitale wratten Mannen 13 149 139 16 119 Vrouwen 68 94 88 58 62 Totaal 171 243 227 164 181 Herpes genitalis Mannen 55 26 42 43 51 Vrouwen 35 23 42 44 29 Totaal 9 49 84 87 8 Hepatitis B acuut Mannen 2 1 - - 2 Vrouwen - 1 - - - Totaal 2 2 - - 2 Hepatitis B chronisch Mannen 13 13 16 15 14 Vrouwen 4 9 8 5 7 Totaal 17 22 24 2 21 1 Diagnoses bij transgenders niet meegenomen 38
Tabel A7: Aantal en percentage diagnoses naar geslacht1. Den Haag 212. Mannen Vrouwen Totaal1 Diagnose n % n % n % Aantal bezoekers1 5.853 54,9 4.84 45,1 1.657 1, Minstens 1 soa ( Big-5 ) 927 57,6 682 42,4 1.69 1, Minstens 2 soa ( Big-5 ) 111 74,5 38 25,5 149 1, Gonorroe 314 68,7 143 31,3 457 1, Chlamydia 649 53,5 565 46,5 1.214 1, Lues I 1 9,9 1 9,1 11 1, Lues II 6 1, - - 6 1, Lues latens recens 22 88, 3 12, 25 1, Lues latens tarda 19 95, 1 5, 2 1, Lues onbekend 1 83,3 2 16,7 12 1, HIV infectie 31 93,9 2 6,1 33 1, Genitale wratten 119 65,7 62 34,3 181 1, HSV type 1 23 67,6 11 32,4 34 1, HSV type 2 2 64,5 11 35,5 31 1, HSV type onbekend 2 28,6 5 71,4 7 1, Herpes recidief - - 1 1, 1 1, Ulcus molle - Hepatitis B acuut 2 1, - - 2 1, Hepatitis B chronisch 14 66,7 7 33,3 19 1, Hepatitis B onbekend - - - - - - Hepatitis B doorgemaakt 133 6,2 88 39,8 221 1, Niet-specifieke urethritis 118 99,2 1,8 119 1, Candidiasis/balanitis 64 68,8 28 31,2 93 1, Bacteriële vaginose - - 17 1, 17 1, Trichomonas - - - - - - Scabiës 3 1, - - 3 1, Schaamluis - - - - - - Ulcus e.c.i. - - - - - - Proctitis 6 1, - - 6 1, Lymphogranuloma 14 1, - - 14 1, venereum Mollusca contagiosa 4 1, - - 4 1, Totaal aantal diagnoses* 1.583 62,5 948 37,5 2.531 1, 1 18 transgenders niet meegenomen 39
Tabel A8: Aantal en percentage soa-diagnoses Big-5 bij hiv-positieve bezoekers soa-centrum. Den Haag 28-212. 28 (n=132) 29 (n=138) 21 (n=175) 211 (n=174) 212 (n=21) n % n % n n n % n % Chlamydia 27 21 24 17,4 43 2,6 62 35,6 43 2,5 Gonorroe 17 13 29 21, 58 2, 47 27, 58 27,6 Infectieuze syfilis 11 8 6 4,4 13 4,6 5 2,9 13 6,2 Hepatitis B - - - - - - - - 1 2,1 infectieus Totaal 55 59 216 114 216 diagnoses1 Aantal consulten 45 34,1 48 34,8 18 36,6 19 62,6 18 51,4 met 1 of meer andere diagnoses Aantal consulten met 2 of meer 1 7,6 11 8, 36 8, 23 13,2 36 17,1 andere diagnoses 1 De som van het aantal afzonderlijke soa s is meer dan het aantal bezoekers met minstens één soa omdat bij een aantal bezoekers sprake is van dubbeldiagnoses, om die reden ook geen percentage van totaal aantal diagnoses op het aantal consulten. Tabel A9: Aantal en percentage consulten naar seksuele voorkeur, geslacht en etnische herkomst. Den Haag 212. MSM Heteromannen Vrouwen Totaal3 Landgroep n % n % n % n Nederland 1.268 64,7 1.979 51,1 2.676 55,8 5.923 55,7 Niet-Nederland1 691 35,3 1.894 48,9 2.123 44,2 4.78 44,3 Suriname 97 5, 383 9,9 378 7,9 858 8,1 Nederlandse 79 4, 281 7,3 259 5,4 619 5,8 Antillen/ Aruba Turkije 4 2, 152 3,9 65 1,4 257 2,4 Marokko 22 1,1 176 4,5 86 1,8 284 2,7 MOE (Polen, 32 1,6 59 1,5 127 2,6 218 2,1 Bulgarije, Roemenië) Sub Sahara Afrika 23 1,2 12 3,1 17 2,2 25 2,4 Overig2 398 2,3 723 18,7 1.11 22,9 2.222 2,9 Totaal 1.959 1, 3.873 1, 4.799 1, 1.631 1, 1 Hieronder vallen alle bezoekers van niet-nederlandse herkomst 2 Landen met 15 of meer MSM: Indonesië (47), Groot-Brittannië (34), Duitsland (27), VS (19), Italië (19), Spanje (18), Columbia (18), China (18), Rusland (17), Brazilië (15) 3 Van enkele personen is de seksuele voorkeur onbekend 4
Tabel A1: Percentage consulten naar seksuele voorkeur, geslacht en etnische herkomst. Den Haag 21-212. MSM Heteromannen Vrouwen 21 211 212 21 211 212 21 211 212 Landgroep % % % % % % % % % Nederland 16,7 17,7 21,4 37,6 37,1 33,4 45,6 45,1 45,2 Niet-Nederland1 12,9 13,5 14,7 4, 42,6 4,2 47, 43,9 45,1 Suriname 9,8 7,7 11,3 4,5 47,2 44,6 49,7 45,1 44,1 Nederlandse Antillen/ 12,8 1,6 12,8 43,1 48,5 45,4 44, 4,7 41,8 Aruba Turkije 12,9 12,1 15,6 6,2 61,2 59,1 26,9 26,8 25,3 Marokko 3,3 4,9 7,7 68,7 66,8 62, 28, 28,3 3,3 MOE (Polen, Bulgarije, 13,5 19,8 14,7 14,5 25,6 27,1 72, 54,7 58,3 Roemenië) Sub Sahara Afrika 8,2 7,3 9,2 43,5 53,9 48, 48,3 38,4 42,8 Overig 15,9 17,8 17,9 35,3 34,3 32,5 48,7 47,5 49,5 Totaal 15,2 16, 18,4 38,6 39,3 36,4 46,2 44,6 45,1 1 Hieronder vallen alle bezoekers van niet-nederlandse herkomst Tabel A11:. Percentage MSM en heteroseksuele mannen bij de consulten bij mannen, naar etnische herkomst. Den Haag 21-212. MSM Heteromannen 21 211 212 21 211 212 n % n % n % n % n % n % Landgroep Nederland 844 3,7 1.63 32,3 1.268 39,1 1.976 69,3 2.246 67,7 1.979 6,9 Niet-Nederland 1 46 24,4 557 24,1 69 26,7 1.454 75,6 1.765 75,9 1.893 73,3 Suriname 63 19,6 57 14, 97 2,2 259 8,4 35 86, 383 79,8 Nederlandse 57 22,9 57 17,9 79 21,9 192 77,1 262 82,1 281 78,1 Antillen/ Aruba Turkije 26 17,7 27 16,5 4 2,8 121 82,3 137 83,5 152 79,2 Marokko 8 4,6 11 6,8 22 11,1 167 95,4 151 93,2 176 88,9 MOE (Polen, Bulgarije, Roemenië) 27 48,2 34 43,6 32 35,2 29 51,8 44 56,4 59 64,8 Sub Sahara Afrika 19 15,8 18 12, 23 16,1 11 84,2 132 88, 12 83,9 Overig 285 31, 359 34,1 398 35,5 632 68,9 694 65,9 723 64,5 Totaal 1.43 28,2 1.641 29, 1.959 33,6 3.569 71,8 4.25 71, 3.879 66,4 1 Hieronder vallen alle bezoekers van niet-nederlandse herkomst 41
Tabel A12: Aantal en percentage soa-diagnoses Big-5 bij MSM. Den Haag 28-212. Diagnoses 28 (n=1.27) 29 (n=1.156) 21 (n=1.44) 211 (n=1.642) 212 (n=1.977) Big-5 n % n %1 n %1 n %1 n %1 Chlamydia 121 11,8 119 1,3 172 12,3 23 12,4 28 1,5 Gonorroe 67 6,5 98 8,5 122 8,7 165 1, 212 1,7 Infectieuze syfilis 25 2,4 21 1,8 27 1,9 16 1, 36 1,8 Hepatitis B infectieus 1,1 1,3 4 1,2 1,2 4,7 HIV infectie 34 4,2 26 2,7 23 1,9 29 2, 31 1,8 Totaal Big-5 2 248-265 - 348-414 - 491 Aantal consulten met één of meer soa Big- 5 25 2, 224 19,4 297 21,2 345 21, 413 2,9 1 Percentages voor de afzonderlijke Big-5 zijn berekend over het aantal bezoekers wat op de desbetreffende soa is getest. 2 Geen percentage van totaal aantal diagnoses op het aantal consulten omdat in één consult meerdere diagnoses kunnen worden gesteld. Tabel A13: Gemiddelde leeftijd naar etnische herkomst en naar geslacht. Den Haag 21-212. 21 211 212 Landgroep Man Vrouw Man Vrouw Man Vrouw Nederland 34.1 25,7 33,9 25,8 34,2 25,4 Niet-Nederland1 29,8 26,5 29,5 26,3 3,2 26,5 Suriname 28,6 25,2 28,9 25,3 3,1 25,5 Nederlandse 29,2 24,4 27,5 24,2 27,7 24,3 Antillen/Aruba Turkije 28,3 23,7 27,7 25,2 28,7 25,9 Marokko 26,9 26,2 26,5 25,2 28,4 24,6 MOE (Polen, Bulgarije, 27,9 26,3 28,7 26,2 28,9 27,9 Roemenië) Sub Sahara Afrika 29,6 25,6 3,8 26,4 3,2 24, 1 Hieronder vallen alle bezoekers van niet-nederlandse herkomst, ook van landen die niet in deze tabel zijn opgenomen. 42
Tabel A14: Aantal en percentage consulten met één of meer soa-diagnoses Big-5 naar etnische herkomst bij mannen. Den Haag 21-212. 21 211 212 Landgroep n % n % n % Nederland 349 11,7 445 13,4 438 13,5 Niet-Nederland1 346 17,4 392 16,8 484 18,7 Suriname 7 21,7 83 2,4 96 2, Nederlandse Antillen/ Aruba 59 23,7 77 24,1 97 26,9 Turkije 27 18,4 18 11, 32 16,7 Marokko 2 11,4 3 18,5 39 19,7 MOE (Polen, Bulgarije, 19 33,9 21 26,9 22 24,2 Roemenië) Sub Sahara Afrika 17 14,2 22 14,7 26 18,2 Overig 134 14,6 141 13,4 172 15,3 Totaal2 695 14, 837 14,8 922 15,8 1 Hieronder vallen alle bezoekers van niet-nederlandse herkomst 2 Inclusief de consulten bij bezoekers met onbekende etnische herkomst 43
Tabel A15: Aantal en percentage consulten met één of meer soa-diagnoses Big-5 naar etnische herkomst bij vrouwen. Den Haag 21-212. 21 211 212 Landgroep n % n % n % Nederland 263 1,5 333 12,2 328 12,3 Niet-Nederland1 3 17, 287 15,7 353 16,6 Suriname 6 18,9 63 18,9 62 16,4 Nederlandse Antillen/ Aruba 35 17,9 57 25,9 69 26,6 Turkije 7 13, 8 13,3 15 23,1 Marokko 8 11,8 1 15,6 14 16,3 MOE (Polen, Bulgarije, 27 18,8 14 14,9 23 18,1 Roemenië) Sub Sahara Afrika 23 2,5 11 11,7 21 19,6 Overig 14 16,1 124 12,9 149 13,5 Totaal2 563 13,2 62 13,6 681 14,2 1 Hieronder vallen alle bezoekers van niet-nederlandse herkomst 2 Inclusief de consulten bij bezoekers met onbekende etnische herkomst Tabel A16: Aantal SENSE consulten op verschillende locaties in de regio, naar geslacht. Regio Haaglanden 21-212. 21 211 212 Locatie Sublocatie GGD Den Haag Regionaal soa-centrum 125 374 246 637 265 7 ROC Mondriaan 4 1 1 SPOT 46 4 CASA CASA Den Haag 221 365 1 422 JIP locaties JIP Delft 4 49 11 43 25 41 JIP Den Haag 1 142 17 162 23 161 JIP Zoetermeer 84 4 89 27 124 GGD Zuid Holland West GGD ZHW 28 43 5 6 1 4 ROC Idee College 1 ROC Mondriaan 4 Totaal 158 917 284 1.357 342 1.461 44