Tips voor gehoortraining



Vergelijkbare documenten
SOLFEGE GEHOORVORMING

ODM theoretisch toelatingsexamen

ANTWOORDBLAD D-EXAMEN THEORIE 2017

THEORIE D. Begrippen : toonsoort,toonladder,akkoord,drieklank,vierklank,grondtoon,leidtoon,mineur, majeur,modaal.

Toelatingsexamen LUISTERVAARDIGHEDEN

Muziektheorie-examen D

THEORIE B. Begrippen : toonsoort,toonladder,akkoord,drieklank,grondtoon,leidtoon. Een melodie die voorgespeeld wordt opschrijven (melodisch dictee).

THEORIE C. Begrippen : toonsoort,toonladder,akkoord,drieklank,grondtoon,leidtoon

samengesteld bovenste cijfer is 4 of meer

Begintermen Basiscursus 1

EEN SELECTIE UIT: Algemene Muziekleer. Ch.Hendrikx & L.Jakobs

Muziekvakexamens 2015

, 7 traptreden (een septet heeft 7 spelers) Het octaaf is het interval tussen bijvoorbeeld een lage d en een hoge d, of een lage gis en een

Alles over akkoorden en akkoordverbindingen. Klassieke Harmonieleer

De hele noot Deze noot duurt 4 tellen

Toonladders en toonsystemen 5 havo

Hagelandse Academie voor Muziek en Woord OEFENINGENBOEK. Naam:...

Module 3e. Algemene muziekleer, componeren en gehoortraining met Music Ace

Eindexamen muziek vwo 2007-I

1. Het ritme wat ik voor ga spelen bestaat uit twee bouwstenen en extra halve noot. Schrijf de nummers van de goede bouwstenen op de juiste plek.

Intervallen. Een interval is de afstand tussen twee tonen. Dit kan melodisch of harmonisch zijn.

1. Het ritme wat ik voor ga spelen, bestaat uit 2 bouwstenen en een extra halve noot. Schrijf de nummers van de juiste bouwstenen op de goede plek.

Reinier Maliepaard: kerktoonsoorten ofwel modi

KSO STUDIERICHTING MUZIEK

D-examen extra informatie

Een handige link met wat basisinformatie over akkoorden is:

Hagelandse Academie voor Muziek en Woord OEFENINGEN BOEK L2 NAAM:... Hagelandse Academie voor Muziek en woord - AMV L 2 - Oefeningenboek p.

De Notenboom. AMV-methode - Deel 1. Johan Peeters. Leerlingenboek

algemene muziekleer voor het schriftelijke examen ALGEMENE MUZIEKLEER VOOR HET C-EXAMEN

Akkoorden spelen. o1 PIANO

Inleiding in de jazzharmonie op de piano

Onthoud wel dat dit alleen een oefening is. Als je dit examen goed maakt, betekent dat niet dat je genoeg weet voor het echte examen!

Eisen standaardpakket Algemene Theoretische vakken, klassiek

EERSTE KLAS Zie ook:

Register. blue note, 68 blue note-effect, 68, 69 bluesharmoniecontext, 3-7-stam, 60, 65, 108, 109

Solmiseren over methodiek in het theorieonderwijs: Interview met Jaap Zwart

Toonhoogte. Toonaarden Groot of klein

Dit keer ga je aan de slag met het fantastische stuk River flows van Yurima waarin je zult ontdekken;

Nakijkblad. Analyse opdrachten Schumann Wiegenliedchen Beluister het stuk

MUZIEK IN DE LAGERE SCHOOL EERSTE KLAS

Eindexamen havo muziek 2013-I

majeur mineur mineur majeur majeur mineur verminderd

Docentenhandleiding voor The Recorder From Zero, Deel I

sample G = sol Let op volgende zaken:

Eindexamen muziek havo 2005-I

Toonladders en 3-klanken. Toonladders en 3-klanken. Toonladders en 3-klanken. PHCC-G Walk-in. Beginselen van muziek-theo-rie.

ALGEMENE MUZIEKLEER VOOR HET B-EXAMEN

sample L E S 18 â. " % O O O O \ \ % O O O O . =75 Uit het fragment For Children :

1.2 Maatwisseling, polyritmiek, polymetriek en hemiool

Begrippenlijst muziektheorie

Inventaris (wanneer wordt er gezongen, wanneer wordt er instrumentaal gemusiceerd en wat komt aan bod)

Eindexamen Muziek vwo 2003-I

Analyse Door Stan Kuunders

Toelatingsprocedure Opleiding docent muziek

Eindexamen vwo muziek I

Antwoordenboek. Algemene Muziekleer

Diatoniek Cadensen en voicelead Hoofdstuk

Les 1 (van een reeks van 3) aan beginnende orgelleerlingen volgens de in de scriptie beschreven inzichten. (Duur van de les: 30 min.

Over afstanden in een toonladder, majeur en mineur (noodzakelijk voorproefje)

Afdeling I. 1. Zet er zelf een G- of F-sleutel voor (Wat voor instrument speel je?) en benoem dan de volgende noten:

Theorie voor het HAFABRA examen B

Welke zijn de toelatingseisen voor de afstudeerrichting muzikant en hoe worden kandidaten geselecteerd?

3. Tritonus vervanging

Anouk Platenkamp 2015

De afgelopen weken hebben we ons in TIPS & TRUCS vooral gericht op het bewerken

1 Drieklanken. 1.1 Tertsstapeling en cirkelnotatie

Eindexamen Muziek vwo 2002-I

EPTA. Muziektheorie A1-A2-B. MANSARDA - SINTRA muziekuitgaven. Landelijk Graadexamen Systeem. European Piano Teachers Association

Theorie voor het HAFABRA examen A

Boomwhackers. pag. 1. Boomwhackers. Deel I. Ritme

Curriculum Leerorkest groep 5 t/m 8

Les 2. Als je op een piano alleen de witte toetsen gebruikt, kun je meteen de majeur- toonladder van C spelen: C D E F G A B C.

2 punten. 3 punten. 4 punten. 1 punt. 3 punten

EXAMENEISEN voor het diploma KERKMUSICUS III (SGV in het bisdom Roermond)

Optimale ontwikkeling prenatale fase tot en met zes jaar

KERKTOONSOORTEN. M.P. Slootweg

Muziektheorie. Uitgave januari Tekst: DIRK VIAENE

RUDOLF RASCH MIJN WERK OP INTERNET, DEEL TWEE NOOTZAKEN BASISBEGRIPPEN UIT DE THEORIE VAN DE WESTERSE MUZIEK HOOFDSTUK VIER SEPTIEMAKKOORDEN

Eindexamen muziek vwo I

HOOFDSTUK 30 : ARPEGGIO S

INHOUDSOPGAVE. Harmoniseren met I, IV en V in de toonsoort C Pagina 6. Harmoniseren met I, IV en V in de toonsoorten D, F en G Pagina 11

Reflets dans l eau. Schematisch, met tonale centra: A B A B A Des As Des Es Des T D T S T (ook de totaalstructuur is plagaal!)

Antwoordenboek. Algemene Muziekleer

Vragen en opgaven. Algemene Muziekleer

Kempische Steenweg Hasselt Tel. : Basistheorie m.b.t. de toelatingsproeven voor het 4 e en 5 e jaar

Geschreven Harmonie. Annemarijn Verbeeck Page 0

Samenvatting Muziek Muziek theorie B-examen

DIDACTISCH LESMATERIAAL & DIDACTISCH TIPS TOOLBOX

THEORIE EXAMEN A 2019

De frequentieverhouding voor het oktaaf wordt dus 2:1, voor de kwint 3:2, voor de kwart 4:3, voor de grote terts 4:5 en de kleine terts 5:6.

Theorie op de gitaar. Toonladders. Uitleg en opdrachten. Coen Beijer

Een cadens is een harmonische formule om een muzikale (deel)frase the beëindigen. We onderscheiden:

THE LOST CHORD HARMONISEREN OP TOETSINSTRUMENTEN STEPHEN TAYLOR

PIETER BAKKER MUZIEKTHEORIE K U N S T E N W E T E N S C H A P

Transcriptie:

Tips voor gehoortraining Doel Gehoortraining is nooit doel op zich, maar staat in dienst van je ontwikkeling tot musicus. Gehoortraining geeft daarvoor de noodzakelijke en fundamentele ondersteuning. Bij de gehoortraining is nooit het doel: het foutloos benoemen van 10 gespeelde samenklanken of het foutloos noteren van een dictee of het foutloos kunnen zingen van oefeningen. Dat zijn de (door de praktijk nuttig gebleken) middelen. Het werkelijke doel van gehoortraining is het verwerven van klankvoorstelling en het op praktische wijze verkrijgen en vergroten van muzikaal inzicht. Gehoortraining bevordert je muzikale intelligentie. Gehoortraining en praktijk Breng het geleerde onmiddellijk in praktijk. Maak gebruik van de vaardigheden van gehoortraining tijdens de studie van je hoofdvak (of je musiceerinstrument): begin nooit direct te spelen, maar lees eerst de partituur en maak daarvan een klankvoorstelling. Zing eerst, tik een ritme eerst, analyseer eerst een aantal maten, voordat je begint met spelen. Verwerf overzicht, structureer en analyseer sterke en zwakke punten van jezelf Gehoortraining kun je op veel manieren praktiseren. Er zijn vele onderwerpen en oefeningen. Maak je bewust van sterke en zwakke punten bij jezelf. Daarvoor is eerst overzicht nodig. Hoofdonderwerpen gehoortraining: A - Luisteren (ook: muzikaal geheugen) en notatie: samenklanken (herkennen, nazingen en treffen); toonladders en toonreeksen (herkennen, nazingen en treffen); harmonie (twee of drie samenklanken na elkaar; harmonische progressies; cadensen); melodie (eenstemmig en tweestemmig dictee; voor-/naspelen); maat en ritme (ritmisch dictee; voor-/natikken); auditieve analyse (steeds meer bewust luisteren naar muziek en elementen daarvan). B - Uitvoeren: van blad zingen (begeleid en onbegeleid); ritme uitvoeren; Maar ook bij andere vakken werk je aan dezelfde onderwerpen: harmonische patronen spelen (HAP, liedbegeleiden, praktische harmonie) sleutels lezen, transponeren, partituurspel memoriseren ( uit het hoofd spelen ) Tonaliteit geeft houvast Sommige studenten kunnen het meteen, maar anderen hebben moeite met tonicaherkenning. Train dit bewust en zorg dat je deze vaardigheid snel onder de knie hebt. Het geeft veel steun en het is daarom een heel belangrijke basis! Oefeningen: Zing (of hoor innerlijk) een gekende melodie. Hoeveel melodieën staan opgeslagen in je muzikaal geheugen? Maak daar bewust gebruik van! Bijvoorbeeld het eerste thema (deel 1) uit symfonie nr. 40 in g van Mozart, maar een andere melodie ( Daar wordt aan de deur geklopt ) kan ook. Stel jezelf de volgende vragen: ArtEZ Conservatorium Henk de Velde 1

Vraag 1: welke toon is de tonica? Vraag 2: wat is de begintoon? Kies uit een (gekende of beluisterde) melodie een willekeurige toon en zing vanuit deze toon trapsgewijs dalend (of stijgend) tot de tonica is bereikt. Eerst kun je dat intuïtief doen, vervolgens (bewuster!) met gebruikmaking van cijfers, solmisatiesysteem of notennamen, zie hierna. Ontwikkel een systeem voor het snel herkennen van functietonen: met behulp van cijfers (toonladdertonen); het solmisatiesysteem; bewust op notennamen in de betreffende toonladder. Een dergelijk systeem is een handig hulpmiddel voor het bevorderen van het tonale bewustzijn. Bij het werken aan toonladders 1. Zing de bekende toonladders, eerst vanuit dezelfde toon, stijgend en dalend majeur mineur (zuiver, harmonisch, melodisch) kerktoonladders (dorisch, frygisch, lydisch, mixolydisch) zigeuner majeur en zigeuner mineur moll-dur ladder ( harmonisch majeur ) blues toonladder heletoons toonladder chromatisch 2. Zing fragmenten van toonladders (op cijfers of notennamen). De tonen 5 4 3 2 1 (dalend) van gevraagde toonladders geven verschillende resultaten: D majeur: a g fis e d; d mineur: a g f e d ; d frygisch: a g f es d; D lydisch: a gis fis e d; D zigeuner majeur: a g fis es d; d zigeuner mineur: a gis f e d etc. 3. Zing/improviseer melodische cadensen in een vantevoren bepaalde toonsoort, bijvoorbeeld: zing eerst in F, dan in f: 1 3 4 2 5 7 6 7 1 Bij het maken van melodische dictees Begin nooit met noteren voordat je een gehoord fragment kunt nazingen. Ontwikkel je analytisch luisteren. Luister bewust naar: trapsgewijs of sprongsgewijs; bij sprongen: niet op zoek gaan naar het losse interval (dat blokkeert je geheugen), maar richt je op de doeltoon en benoem deze als functietoon in de tonale omgeving; herken direct: toonladderfragment of akkoordbreking; melodische of ritmische motieven (die herhaald worden); sequensen; diatoniek of chromatiek; herken harmonische functies en maak gebruik van de noten die daarbij horen; achterliggende lijnen door top- of dalnotenlijnen ( Sekundgang ); ArtEZ Conservatorium Henk de Velde 2

een chromatische toon geeft richting: begrijp en herken de doeltoon van chromatiek. Bij het noteren van (steeds langere) fragmenten: train je muzikale geheugen; begin nooit met noteren voordat je het fragment kunt nazingen; noteer altijd wat je meteen herkend hebt (beginnoot, laatste noot, topnoot of chromatische noot ergens middenin, een ritme etc.). Bij het maken van ritmische dictees: Begin nooit met noteren voordat je het gehoorde fragment kunt natikken. Leer correct noteren in de verschillende maatsoorten. Herken direct zaken als: eigenschappen van de betreffende maatsoort, antimetriek, syncope, opmaat etc. Werk bij het noteren van ritmes in drie stappen (zorg dat je productief blijft, stagneer niet, ga niet in een zwart gat staan te kijken, niet wetend wat je moet doen, blijf actief): Stap 1: tik het ritme na met potlood op het papier:........... (er staan evenveel punten als er noten moeten komen) Stap 2: sla de maat en zet telstrepen onder de noten:............. l l l l je hebt nu al heel veel staan en ontdekt: opmaat 1 e tel: 3 noten (hoe?) 2 e tel 4 noten (hoe?) etc. bij het 4 e telstreepje is de waarneming tussen 2 punten in geweest, daar was spraken van een overbinding, dus punt (noot) toevoegen en naar links overbinden. Stap 3: vul per tel het ritme met de juiste notenwaarden in en zet vervolgens de maatstrepen. Bij het Bladzingen Zing de solfège nooit direct in zijn geheel, van begin tot eind. Begin met doorlezen, hierbij: Stel de toonsoort vast (stel je de toonsoort voor), door: zing de toonladder, zing functietonen en/of improviseer een melodische cadens; Functietonen en tonica-herkenning; Bepaal de zinstructuur, herken de cadensen (heel-/halfslot, modulatie); Herken melodische en ritmische motieven, sequensen; Herken het harmonisch ritme, analyseer de harmonie en begrijp versieringstonen; Begrijp chromatiek (bij moeilijkheden bij het treffen, altijd eerst chromatiek overslaan en de doeltoon zingen). Zing vervolgens willekeurige losse maten of fragmenten. Zing - als laatste controle - de solfège in zijn geheel. Bij het ritme uitvoeren Ook hier geldt (zie boven): doorlezen, analyseren, losse maten etc. Doe bewust aan tempovoorstelling: de kleinste notenwaarde bepaalt het tempo. Tel hardop zeker in het begin altijd een maat vooruit, controleer daarbij bewust of het tempo van het aftellen overeenkomt met het tempo van de uitvoering van het ritme. ArtEZ Conservatorium Henk de Velde 3

Leer het (ook) op de volgende wijze: één hand takteert (in lichte muziek: met knippen ), de andere hand voert het ritme uit. Dwing jezelf dit te beheersen, het kost in het begin moeite, maar de (tijds)investering verdient zich terug! Bij het werken aan samenklanken Werk aan een verdieping van de beleving van intervallen, drie- en vierklanken. Krijg oor voor het werkelijk onderscheiden: dat gaat verder dan de Wilhelmus-kwart of de BerendBotjesext. Bijvoorbeeld: waarom is een terts iets totaal anders dan een kwint; waarom werkt de stabiele grondligging van een drieklank anders dan de oplossingbehoeftige 2e omkering ervan. 1. Begin indien nodig helemaal vooraan: één toon nazingen. speel een toon ook in een extreem laag of hoog register en zing deze toon vervolgens na in je eigen register. doe het nazingen ook bewust in 2 fasen: 1. nazingen als de toon nog klinkt; 2. nazingen nadat de toon geklonken heeft. 2. Intervallen: speel een interval en zing beide tonen na (vooral de onderste is vaak lastig) 1 toon spelen, 1 toon erbij of erna zingen (2 e toon op of onder zingen) 3. Drieklanken: speel een drieklank en zing de 3 tonen daarvan na 1 toon spelen, 2 tonen na elkaar erbij of erna zingen (=gevraagde drieklank zingen). De gespeelde toon kan zijn: de grondtoon, de terts of de kwint van de gevraagde drieklank. Concreet: speel de toon e en geef jezelf de volgende opdrachten: de gespeelde e is grondtoon van een grote drieklank: zing erop gis + b de gespeelde e is terts van een verminderde drieklank: zing erop g + eronder cis de gespeelde e is kwint van een kleine drieklank: zing eronder a + c de gespeelde e is kwint van een kleine drieklank in 6/4-ligging: zing erop gis + cis Etc. 4. Vierklanken: zie werkwijze drieklanken. 5. Tweeklanken in verband: het tweede interval benoemen of noteren. Luister bewust naar de verschillende bewegingsvormen: parallel; gelijke beweging; tegenbeweging: krimpend of spreidend. Maak onderscheid in, herken: consonant consonant dissonant consonant (+ standaardoplossingen in tonale omgeving) dissonant dissonant Gehoortraining en computer Op de computers in kamer 1.07 staat software voor eartraining. Op internet zijn vele trials beschikbaar, zoek maar eens op bijvoorbeeld: eartraining, aural skills of sight singing en je krijgt vele verwijzingen. Kijk op de website (www.artezmusictools.nl ), daar staan links van downloadable studiemateriaal, mogelijk aan te schaffen software etc., de belangrijkste: http://www.janasoftware.com/pet.php en http://www.teoria.com/ ArtEZ Conservatorium Henk de Velde 4

Nog een paar laatste opmerkingen Gehoortraining, het trainen van je klankvoorstelling, is een werkzaamheid die behoort tot de verantwoordelijkheid van de student zelf. Tijdens de les is niet meer tijd beschikbaar dan voor uitleg, begeleiding en het doen van controles. Zorg dat je minimaal een keer per week samen met iemand werkt aan gehoortraining, daarnaast is individuele gehoortraining dagelijkse kost; Maak voor jezelf een overzicht van de onderwerpen waaraan je alleen kunt werken en voor welke onderwerpen je samen met iemand moet werken; Schrijf zelf materiaal (melodische en ritmische dictees, ritmes om uit te voeren, solfèges), maar maak ook gebruik van bestaand oefenmateriaal in de mediatheek; zie ook de literatuurlijst in deze studiegids; Schrijf uit het hoofd een fragment van een werk waaraan je studeert voor je hoofdvak; Maak gebruik van beschikbaar materiaal in de vorm van de readers (inclusief Cd s) voor het voortraject en voor de propedeuse. ArtEZ Conservatorium Henk de Velde 5