De cognitieve capaciteitentest is een test op de computer. De test bestaat uit 3 onderdelen: - letterpatronen - woordrelaties - cijferpatronen Elk onderdeel start met voorbeeldvragen. Hierin wordt duidelijk wat de bedoeling is. Na de voorbeeldvragen krijg je oefenvragen om je voor te bereiden. Als je de oefenvragen hebt gemaakt, dan krijg je de testvragen. De antwoorden op de voorbeeldvragen en oefenvragen tellen niet mee voor het resultaat. De vragen zijn moeilijk. Schrik hier niet van. Probeer zo precies mogelijk te werken en ook de moeilijkere vragen op te lossen. Maar let op de tijd: deze is voor iedere vraag beperkt. Als je een vraag niet beantwoordt, wordt dit als fout meegeteld. Oefenvragen Om je een indruk te geven van het soort vragen dat je kunt krijgen, vind je hieronder een aantal oefenvragen. De antwoorden op de oefenopgaven kan je vinden op bladzijde 4, 5 en 6. Letterpatronen Dit onderdeel bestaat uit letters die een patroon vormen. Het is de bedoeling dat je dit patroon ontdekt. Onderin staat het alfabet als hulpmiddel. Je ziet steeds letters in vakjes. Twee vakjes zijn leeg. Vul de ontbrekende letters in. Oefenopgave 1 Oefenopgave 2 c d e b b b b e g j l o Oefenopgave 3 l h x q w f u m z s e w y k p d s q g d c p z x t b d k a t g y u l a b c d e f g h i j k l m n o p q r s t u v w x y z
Woordrelaties Dit onderdeel bestaat steeds uit twee woordparen. Een woordpaar bestaat uit twee woorden die onder elkaar staan. Per woordpaar is er een relatie tussen het bovenste en onderste woord. Het is de bedoeling dat je deze relatie ontdekt. Uit de vijf antwoorden kies je het woord dat volgens jou op de plaats van het vraagteken moet komen. Oefenopgave 4 Woordpaar 1 Woordpaar 2 Hand Voet Arm? Oefenopgave 5 Woordpaar 1 Woordpaar 2 Vogel Vis Vliegen? Oefenopgave 6 Woordpaar 1 Woordpaar 2 Wielrennen Zeiler Racefiets? Teen Enkel Vinger Lichaam Been Bewegen Zwemmen Liggen Water Lucht Wind Zeil Zeilboot Water Roer
Cijferpatronen Dit onderdeel bestaat uit cijfers die een patroon vormen. Het is de bedoeling dat je dit patroon ontdekt. Je ziet steeds cijfers in vakjes. Eén vakje is leeg. Vul het ontbrekende cijfer in. Oefenopgave Oefenopgave 3 2 5 3 1 2 5 9 6 Oefenopgave 9 2 2 4 1 3 5 20
Antwoorden oefenvragen Cognitieve capaciteiten test Oefenopgave 1 Het goede antwoord is: c d e b b b f b De letters bovenin staan in de volgorde van het alfabet. In het alfabet komt na de letter e, de letter f. De letters onderin blijven steeds hetzelfde De volgende letter is daarom een b. Oefenopgave 2 Het goede antwoord is: b e g j l o q t 2 letters 1letter 2 letters 1letter 2 letters 1letter 2 letters Het patroon is dat de letters afwisselend één of twee stappen verder zitten in het alfabet. Oefenopgave 3 Het goede antwoord is: l h x q w f u m z s e w y k p d s q g d c p z x t b d k m h a t g y u l De letters rechtsonder de lijn zijn een spiegeling van de letters linksboven.
Antwoorden oefenvragen Cognitieve capaciteiten test Oefenopgave 4 Het goede antwoord is: been Een hand is een deel van een arm, een voet is een deel van een been. Oefenopgave 5 Het goede antwoord is: zwemmen Een vogel vliegt, een vis zwemt. Bewegen is te algemeen. Oefenopgave 6 Het goede antwoord is: zeilboot Een wielrenner gebruikt een racefiets om aan een wedstrijd deel te nemen. Een zeiler gebruikt hiervoor een zeilboot. Een zeil is niet voldoende. Oefenopgave Het goede antwoord is Het cijfer en het cijfer wisselen van plaats.
Antwoorden oefenvragen Cognitieve capaciteiten test Oefenopgave Het goede antwoord is 3 2 5 3 1 2 5 3 9 6 Het onderste getal is het bovenste getal min het middelste getal. 3 2 = 1 5 = 2 3 = 5 9 6 = 3 Oefenopgave 9 Het goede antwoord is 2 2 4 1 3 5 20 35 Het linkergetal wordt steeds met één meer vermenigvuldigd. 2 = 1 x 2 = 2 x 4 3 = 3 x 1 20 = 4 x 5 35 = 5 x