Beste lezer, Voor u ligt de eerste nieuwsbrief van de HIV polikliniek van het AMC. Op deze wijze willen wij u 2 keer per jaar op de hoogte houden van de laatste ontwikkelingen op onze polikliniek. U kunt nieuws verwachten over de laatste studies die op de polikliniek lopen, opvallende nieuwe ontwikkelingen in het HIV veld en personele wijzigingen. Wij hopen dat u dit waardeert. Mocht u iets missen, graag willen lezen of bijdragen dan houden we ons aanbevolen voor opmerkingen en advies. U kunt deze richten aan poli infectieziekten@amc.uva.nl. Met vriendelijke groet, mede namens het HIV behandelteam, Hans Erik Nobel, Marc van der Valk en Jeannine Nellen 1
Stafartsen Team overzicht 2016 Prof.dr. Jan Prins Prof.dr. Tom v.d. Poll Dr. Marc v.d. Valk Prof.dr. Suzanne Geerlings Dr. Jeannine Nellen Dr. Joppe Hovius Dr. Mieke Godfried Dr. Michelle van Vugt Dr. Godelieve de Bree Dr. Jan van der Meer Dr. Joost Wiersinga Prof.dr. Peter Reiss Dr. Bram Goorhuis 2
Arts in opleiding tot internist Team overzicht 2016 Arts epidemioloog Michelle Mutschelknauss (Nurse Practitioner) Bregtje Lemkes Ferdinand de Wit Astrid van Hes HIV consulenten Lycke Woittiez Hans Erik Nobel Annouska Weijssenfeld Olivier Richel Hans van Eden Marjolein Bijsterveld Raph Hamers Frank Pijnappel Sandra Smalhout 3
AGE h IV cohort studie Update Al bijna 5 jaar loopt op de hiv poli van het AMC de AGE h IV cohort studie. Deze studie vergelijkt het voorkomen van ouderdomsgerelateerde ziekten tussen hiv geïnfecteerde en hiv ongeïnfecteerde mensen van 45 jaar en ouder. Hivgeïnfecteerde studiedeelnemers bezoeken elke 2 jaar de hiv poli voor een studiebezoek. Tijdens dit bezoek wordt lichamelijk onderzoek gedaan en bloed afgenomen en wordt onder andere een longfunctiemeting, een hartfilmpje en een vaatstijfheidmeting verricht. Ook vullen deelnemers een uitgebreide vragenlijst in. Hiv ongeïnfecteerde studiedeelnemers ondergaan dezelfde onderzoeken op de SOA poli in Amsterdam. Het AGE h IV studie team bestaat onder meer uit onderzoeksartsen Judith Schouten, Katherine Kooij en Rosan van Zoest, onderzoeksassistente Barbara Elsenga en hiv behandelaars Ferdinand Wit en Marc van der Valk. Aan het hoofd van de studie staat professor Peter Reiss. Aanvankelijk werd de studie opgezet voor twee meetronden, maar enige tijd geleden is besloten om de studie voort te zetten als een langlopende cohort studie. Dit is een erg belangrijk besluit, omdat het juist voor onderzoek naar ouderdomsziekten van belang is om mensen langdurig te vervolgen. Op dit moment worden deelnemers uitgenodigd en komen zij langs voor het derde tweejaarlijkse studiebezoek; van alle 550 hiv ongeïnfecteerde en 598 hiv geïnfecteerde deelnemers heeft 24% op dit moment voor de derde keer het studiespreekuur bezocht. De AGE h IV onderzoekers zijn momenteel bezig met het analyseren van de meetresultaten van de eerste twee metingen. Resultaten: Hart en vaatziekten: Uit verschillende onderzoeken is gebleken dat hart en vaatziekten veel voorkomen onder hiv geïnfecteerde mensen. In de AGEhIV cohort studie wordt hier ook uitgebreid onderzoek naar gedaan. Alle studiedeelnemers hebben in de vragenlijst aangegeven of zij een hartinfarct, herseninfarct, vernauwde bloedvaten in de benen of de buik, of pijn op de borst bij inspanning hebben (gehad). In de medische status, of door contact met de huisarts (hiv negatieve deelnemers), is nagegaan van welke ziekten precies sprake is geweest. Uit de resultaten blijkt dat hiv positieve deelnemers vaker één of meer van deze ziekten hebben doorgemaakt (10.3%) dan hiv ongeïnfecteerde deelnemers (5.4%). Er zijn sterke aanwijzingen dat hiv positief zijn een onafhankelijke voorspeller is voor het (doorgemaakt) hebben van hart en vaatziekten, los van bekende risicofactoren zoals roken. Langdurige immuundeficiëntie (een CD4 getal onder 350) is gerelateerd aan het hebben van hart en vaatziekten. Daarnaast lijkt het langdurig gebruik van ritonavir in een (tegenwoordig niet meer voorgeschreven) hoge dosering (400 mg/dag) gerelateerd aan hart en vaatziekten. IndeanalyseisderolvanAGEsinhetontstaanvanhart en vaatziekten onderzocht. AGEs (advanced glycation endproducts) zijn versuikerde eiwitten, die zich op kunnen hopen in weefsels. Hogere leeftijd, roken en ontstekingsgerelateerde ziekten leiden tot een toename van de hoeveelheid AGEs. Hiv positieve studiedeelnemers hebben gemiddeld een hogere AGE waarde (2.4) dan hivnegatieve studiedeelnemers (2.1). Uit de analyse blijkt dat de verhoogde AGE waarde een deel van het vaker voorkomen van hart en vaatziekten in de hiv positieve groep lijkt te verklaren. Dit zou er op kunnen wijzen dat AGEs mogelijk een rol spelen in het ontstaan van hart en vaatziekten in mensen met hiv. 4
Vervolg AGE h IV cohort studie April 2016 Hoge bloeddruk is een belangrijke risicofactor voor het ontwikkelen van hart en vaatziekten. Tijdens ieder studiebezoek wordt bij alle deelnemers driemaal de bloeddruk gemeten en vragen we in de vragenlijst naar het gebruik van bloeddrukverlagende medicijnen. Op basis van deze informatie hebben we in kaart gebracht hoe vaak hoge bloeddruk vóórkomt, of het vóórkomen van hoge bloeddruk verschilt onder hiv positieve en hiv negatieve deelnemers en welke factoren samen hangen met het vóórkomen van een hoge bloeddruk. Uit de analyse van de gegevens van het eerste studiebezoek blijkt dat een hoge bloeddruk vaker vóórkomt onder hivpositieve deelnemers in het AGE h IV cohort (zie figuur). Er zijn verschillende factoren die een rol spelen in het ontstaan van een hoge bloeddruk, waaronder roken, overmatig alcoholgebruik, familiaire aanleg, onvoldoende lichamelijke beweging, en overgewicht. Het vaker vóórkomen van hoge bloeddruk in de AGE h IV studie lijkt met name samen te hangen met een grotere middel heup ratio bij hivpositieve deelnemers. Dit zou gedeeltelijk het gevolg kunnen zijn van gebruik van anti hiv medicatie in het verleden. We zijn benieuwd of dit verschil in het voorkomen van hoge bloeddruk tussen hiv positieve en hiv negatieve deelnemers blijft bestaan bij analyse van de gegevens van vervolgstudiebezoeken. 1 5
AIN controle en HPV vaccinatie studies Vanaf 2008 kunnen HIV positieve mannen die seks hebben met mannen (MSM) gecontroleerd worden op voorstadia van anuskanker (AIN; Anale Intraepitheliale Neoplasie). Anuskanker komt in deze specifieke groep veel vaker voor dan bij de algemene bevolking. De AIN controle gebeurt in samenwerking met de polikliniek dermatologie door een team van artsen en verpleegkundigen gespecialiseerd in Hoge Resolutie Anoscopie. Hierbij wordt met behulp van een microscoop het anale slijmvlies tot in detail beoordeeld. Dit betreft een dubbelblinde studie met ook een placebogroep. Inmiddels nemen 53 patiënten deel aan deze studie en mogen er nog 72 patiënten deelnemen. Deze studie loopt ook in het OLVG en de DC Klinieken Oud Zuid. Meer informatie over AIN of HPV vaccinatie studies kunt u vinden op: https://www.amc.nl/web/zorg/patient/zoek opspecialisme/hivaids.htm In het AMC zijn ongeveer 1400 MSM onder controle voor de HIV. Inmiddels worden ongeveer 700 mannen gecontroleerd of behandeld voor AIN. Daarnaast hebben ongeveer 120 mannen besloten niet op AIN gecontroleerd te worden. De overige mannen worden bij de HIV controles door de internist of HIV consulent benaderd voor AIN controle. U kunt dit ook altijd zelf aankaarten bij uw internist of HIV consulent. HPV vaccinatie studies AIN of anuskanker wordt veroorzaakt door het Humaan Papilloma Virus (HPV). Een behandeling die momenteel onderzocht wordt, is een behandel vaccinatie tegen AIN veroorzaakt door HPV type 16, de VACCAIN T studie. Inmiddels nemen 36 patiënten deel aan deze studie en blijkt dat dit studie vaccin goed verdragen wordt door de tot nu toe gevaccineerde patiënten. Er mogen nog minstens 4 patiënten deelnemen aan deze studie. Daarnaast loopt er een tweede studie naar HPV vaccinatie ter voorkóming van nieuwe AIN nadat deze succesvol behandeld werd, de VACCAIN P studie. Het geregistreerde vaccin Gardasil, werkzaam tegen HPV type 6, 11, 16 en 18, wordt hierin onderzocht. 6
Bereikbaarheid polikliniek HIV/AIDS: Voor afspraken (maken, wijzigen of annuleren) Van maandag t/m vrijdag van 08.30 tot 16.30 uur op nummer 020 56 62649. Voor alle overige vragen (telefonisch spreekuur) Van maandag t/m vrijdag van 09.00 tot 11.00 uur op nummer 020 56 62407. Voor acute klachten Op werkdagen van 08.30 tot 17.00 uur op nummer 020 56 69111 vragen naar sein 59560. Buiten deze tijd en in het weekend belt u 020 56 69111 en vraagt u naar de dienstdoende internist. 1 7