Gezondheidsindicatoren 2008 Vlaams Gewest. GI2008_Oorzaakspecifieke_sterftecijfers.pdf



Vergelijkbare documenten
/ Archief cijfers OORZAKEN VAN STERFTE. Vlaams Gewest 2014 / Oorzaken van sterfte 1/77

STERFTECIJFERS 2015 Cijfers Zorg en Gezondheid 15 December 2017

Gezondheidsindicatoren Vlaams Gewest. Kanker en andere nieuwvormingen

Gezondheidsindicatoren 2005 Vlaams Gewest. Algemene sterftecijfers

STERFTECIJFERS 2012 Cijfers Zorg en Gezondheid 13 november 2014

Cijfers Zorg en Gezondheid. Sterftecijfers 2011

De sterftecijfers voor het jaar 2013 worden vandaag gepubliceerd.

Kanker: klinisch beeld,

EVALUATIE DOELSTELLING ZELFDODING: -20% IN 2020

EVALUATIE DOELSTELLING ZELFDODING: -20% IN 2020

Risico op sterfte door hart- en vaatziekten in 10 jaar tijd met 25 procent gedaald

Europese feestdagen 2019

Europese feestdagen 2018

EVALUATIE DOELSTELLING ZELFDODING: -20% IN 2020

Europese feestdagen 2017

Kindersterfte Doodsoorzaken

ALGEMENE STERFTECIJFERS STERFTE PER SEIZOEN

ALGEMENE STERFTECIJFERS

Mortaliteitsstatistieken in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest


Dierengezondheidszorg Vlaanderen vzw

Bijlage 9. Toelichting op tabel indeling DKG s

Gezondheidsindicatoren 2003 Vlaams Gewest. Algemene Sterftecijfers

Tarieven 2014 Antoni van Leeuwenhoek Ingangsdatum: 1 april 2014

Gezondheidsindicatoren Vlaams Gewest. Sterfteatlas van Vlaanderen

Dierengezondheidszorg Vlaanderen vzw

CBS: Steeds minder mensen overlijden aan een acuut hartinfarct

Levensverwachting en sterfte

Sterfte. Aantal sterfgevallen (per jaar) in Utrecht over de periode , uitgesplitst naar leeftijd, geslacht en wijk (Bron: CBS)

2.2. EUROPESE UNIE Droogte remt groei melkaanvoer af. Melkaanvoer per lidstaat (kalenderjaren) (1.000 ton) % 18/17

DESKRESEARCH EUROPESE VERKIEZINGEN 2009 Onthouding en stemgedrag bij de Europese verkiezingen van 2009

Diagnose van de Vlaamse arbeidsmarkt. Luc Sels

Deel II: Gezondheidstoestand

Prijslijst 2013 : deurprijzen geldig voor behandelingen gestart tussen t/m VOORWAARDEN

Tabel indeling DKG s (ten behoeve van risicovereveningsmodel 2009)

Gezondheidsindicatoren 2006 Vlaams Gewest. Algemene sterftecijfers

UITVOERINGSBESLUIT VAN DE COMMISSIE

67,3% van de jarigen aan het werk

Feiten en cijfers. Beroerte. Aantal nieuwe patiënten met een beroerte. Definitie. Uitgave van de Nederlandse Hartstichting.

DE EUROPESE VISSERIJ IN CIJFERS

Tabel indeling DKG s (ten behoeve van risicovereveningsmodel 2011)

Ommelander Ziekenhuis Groep Delfzijl/Winschoten: Standaard prijslijst DBC-zorgproducten 2013 versie met landelijke (NZA) aanpassingen per 1 juli 2013

cijfers en feiten Hart- en vaatziekten bij vrouwen en mannen Uitgave van de Nederlandse Hartstichting februari 2011

SOCIALE BESCHERMING IN BELGIË ESSOBS DATA 2O15

BESLUIT VAN DE COMMISSIE

ALGEMENE STERFTECIJFERS

Validatie Ziekenhuis gegevens

Werkloosheid in de Europese Unie

Grensoverschrijdende aftrek van fiscale verliezen

Notatie Toelichting Opmerkingen L 8 cijfers en 1 letter Het eerste cijfer is altijd een 0 (nul) voor personen.

SOCIALE BESCHERMING IN BELGIË ESSOBS DATA 2O16

BIJLAGE I LIJST MET NAMEN, FARMACEUTISCHE VORM, STERKTE VAN HET GENEESMIDDEL, TOEDIENINGSWEG, AANVRAGERS IN DE LIDSTATEN

Dit document vormt slechts een documentatiehulpmiddel en verschijnt buiten de verantwoordelijkheid van de instellingen

SOCIALE BESCHERMING IN BELGIË ESSOBS DATA 2O14

Verschuivingen in de doodsoorzakenstatistiek bij de introductie van het automatisch coderen

de heer Jordi AYET PUIGARNAU, directeur, namens de secretarisgeneraal van de Europese Commissie

Rapport ziekte en sterftegegevens regio Dessel,-Mol-Retie. Dr. Vera Nelen Provinciaal Instituut voor Hygiëne, Antwerpen

EDITIE De infranationale overheid in de EU : sleutelcijfers

Nota: Invaliditeit Aantal en verdeling volgens ziektegroep

Pan-Europese. opiniepeiling over beroepsveiligheid en - gezondheid. Representatieve resultaten in de 27 lidstaten van de Europese Unie

Sociale bescherming in belgië

Declaratiecode Zorgproductcode Lekenomschrijving Totaal bedrag 15A Diagnostiek bij Prostaatkanker 1.070,00 15A Behandeling

HOE BETAALT U? HOE ZOU U WILLEN BETALEN?

ALGEMENE DIRECTIE STATISTIEK EN ECONOMISCHE INFORMATIE PERSBERICHT 26 november 2010

De arbeidsmarkt in februari 2015

De arbeidsmarkt in oktober 2013

Code Geboorteland Straatnaam

Declaratiecode Zorgproductcode Lekenomschrijving Totaal bedrag 14C Klinisch neurofysiologisch onderzoek bij Een aandoening van de

BESLUIT VAN DE COMMISSIE

1894 zelfdodingen in 2016

EB71.3 Europese verkiezingen Postelectoraal onderzoek Eerste resultaten: Aandachtpunt: verdeling mannen/vrouwen

Declaratiecode Zorgproductcode Lekenomschrijving Kostentarief Honorarium Totaal 14C Klinisch neurofysiologisch onderzoek bij Een

Pan-Europese opiniepeiling over beroepsveiligheid en - gezondheid

Prijslijst passanten 2016 (voorlopige versie 15 november 2015)

Structurele groei in areaal biologische landbouw in Europa mooie uitdaging voor Nederlandse kweek- en handelsbedrijven

De arbeidsmarkt in augustus 2013

Arbeidsmarkt allochtonen

15A ,00 94,60 478,60. Onderzoek of behandeling op de polikliniek of dagbehandeling bij Diabetes mellitus (suikerziekte)

EUROPESE VERKIEZINGEN Standaard Eurobarometer (EB 69) Voorjaar 2008 Eerste grove resultaten: Europees gemiddelde en grote nationale tendensen

De arbeidsmarkt in juli 2014

Betalingsachterstand bij handelstransacties

PERSONEEL IN VLAAMSE ZIEKENHUIZEN

Passantentarieven Medisch Centrum de Veluwe 2015

Passantentarieven Medisch Centrum de Veluwe Tarieven per 1 januari 2013

De arbeidsmarkt in december 2014

Handelsmerken 0 - DEELNAME

De arbeidsmarkt in april 2015

De arbeidsmarkt in november 2015

Passantenprijslijst VUmc 2013, geldigheid: van t/m

De arbeidsmarkt in juni 2014

De arbeidsmarkt in oktober 2015

Passantentarieven Medisch Centrum de Veluwe 2016 (1 januari 2016 t/m 31 december 2016)

Tarieven Europa: staffel 1

Volume: 0-49 zendingen per jaar Europa 0 2 kg 2-10 kg kg kg

De arbeidsmarkt in oktober 2014

.bedomeinnamen. onder de loep 2011

Passantentarieven Sportgeneeskunde Rotterdam 2016

De arbeidsmarkt in augustus 2015

De arbeidsmarkt in mei 2014

De arbeidsmarkt in maart 2016

Transcriptie:

Vlaams Gewest Gepubliceerd op: http://www.zorg-en-gezondheid.be/cijfers/sterftecijfers/cijfers-over-doodsoorzaken/ - september 2010 Door: Cloots Heidi, De Kind Herwin, Hendrickx Erik, Kongs Anne Afdeling Informatie & Ondersteuning Hoe refereren naar dit document? Team gegevensverwerking en resultaatsopvolging. Oorzaakspecifieke sterftecijfers- 2008 [Online publicatie]. Brussel: Vlaams Agentschap Zorg en Gezondheid, Afd. Informatie en Ondersteuning, 2010 [geraadpleegd op../../..], Beschikbaar op: http://www.zorg-en-gezondheid.be/cijfers/over-dezecijfers/vorige-cijfers/ GI2008_Oorzaakspecifieke_sterftecijfers.pdf

Inhoudsopgave... 1... 2... 3... 4... 5... 5... 6!""#... 7 $%&&% '... 8 ( %...10 ( %...10 ( %!""#...11 )...14 )...14 )...15 )!""#...16 * & %...16 * & %...16 * &!""#...17 * %!""#...18 +...19 +...19 +...19 +...20 #, -&...21 #, -&...21 #, -&!""#...22. /...24. &...24. &...25 Afd. Informatie & Ondersteuning

0...25 " 0 1...27 " "...27...29 " &...29 2 %...32 3!...34 (,%% %...34 ) %%!...35 ) 4...35 ) 0...37 ) %!...37 )...37 )...38 ) 5 %!...38 )( %! 1!""#...39 )( $%&&% %!'...40 )) %%%...42 )* )+ )) 2%%%...42 ))...42 )) %%%...42 ))(...42 )* )* )+ & 607...45 8&...45 0...46 %!...46 9,...46 )+ 9 3 % %...48 )+ 3!%3!%%, %3!...50 )+( /3...51 )# 0 1 %!...53 )# )# %!...54 %%%...54 * %%...57 Afd. Informatie & Ondersteuning

+...58 + -...58 + :%%...58 + -...60 + -!""#...64 +(. &-...65 +) 0 1-...67 +* 5 &-...70 #...71 Afd. Informatie & Ondersteuning

Hart-en vaatziekten waren tot 2004 de meest voorkomende doodsoorzaak bij zowel mannen als vrouwen, gevolgd door nieuwvormingen en ziekten van het ademhalingsstelsel. Sinds 2005 veroorzaakten nieuwvormingen bij mannen juist iets meer overlijdens dan harten vaatziekten. Van de 28.801 mannen die overleden in 2008 stierf 32% aan een nieuwvorming (waarvan kwaadaardige nieuwvormingen of kankers het grootste deel uitmaken), 30% stierf ten gevolge van een cardiovasculaire aandoening, en 12% ten gevolge van ziekten van het ademhalingsstelsel. Van de 28.364 vrouwen die overleden in 2008 stierf 35% aan een cardiovasculaire aandoening, 25% ten gevolge van nieuwvormingen, en 10% ten gevolge van ziekten van het ademhalingsstelsel.!"!#"$!% Doodsoorzaak ICD-10 Mannen Vrouwen Totaal code absoluut ASR absoluut ASR absoluut Totaal - Alle doodsoorzaken 28.801 1.033,06 28.364 649,29 57.165 Algemene infectieziekten A00-B99 504 17,91 639 14,28 1.143 Kanker en andere nieuwvormingen C00-D48 9.312 317,74 6.955 176,85 16.267 Endocriene, voedings- en E00-E99 stofwisselingsstoornissen 497 17,87 730 16,00 1.227 Psychische en neurologische F00-G99 aandoeningen 1.837 67,50 2.750 59,67 4.587 Ziekten van het hart- en vaatstelsel I00-I99 8.749 322,35 10.064 217,64 18.813 Ziekten van het ademhalingsstelsel J00-J99 3.478 131,67 2.846 62,26 6.324 Uitwendige doodsoorzaken V00-Y89 1.950 66,69 1.216 31,85 3.166 Andere doodsoorzaken Overige codes 2.474 91,32 3.164 70,74 5.638 Bron: alle sterftecertificaten, Vlaams Gewest, 2008 Welke overlijdens worden meegeteld en welke niet? De sterftecertificaten opgemaakt in Vlaamse (en Brusselse) gemeenten vormen de basis van al onze analyses over sterfte en doodsoorzaken. Bij elk overlijden moet een arts de dood vaststellen, en op een overlijdenscertificaat invullen wat de oorzaak was van het overlijden. Daarbij kunnen tot 7 verschillende aandoeningen of trauma's worden ingevuld. Alle doodsoorzaken worden dan volgens internationale regels omgezet in codes. In de figuren en tabellen op deze site wordt enkel de onderliggende (eigenlijke, oorspronkelijke) doodsoorzaak geanalyseerd, tenzij anders vermeld. Die onderliggende doodsoorzaken worden opgedeeld in 2 grote groepen: natuurlijke doodsoorzaken (ziekten) en uitwendige doodsoorzaken (ongevallen, suïcide, homicide). Afd. Informatie & Ondersteuning - 1 -

"!"!#"$!% Doodsoorzaak ICD-10 Mannen Vrouwen Totaal code absoluut ASR absoluut ASR absoluut Totaal - Alle doodsoorzaken 28.801 1.033,06 28.364 649,29 57.165 Algemene infectieziekten A00-B99 504 17,91 639 14,28 1.143 Intestinale infecties A00-A09 49 1,83 87 1,83 136 Tuberculose (laattijdige gevolgen A15-A19, inbegrepen) B90 21 0,79 14 0,35 35 Meningokokken infectie A39 1 -- 3 -- 4 Sepsis: streptokokken en overige A40-A41 285 9,87 329 7,43 614 waarvan: sepsis door A40 streptokokken 4 -- 7 -- 11 waarvan: sepsis door stafylokokken A41.0-2 16 0,52 17 0,37 33 waarvan: sepsis door bepaalde A41.3-8 andere gespecificeerde bacteriën 15 0,51 21 0,51 36 waarvan: sepsis, niet A41.9 gespecificeerd 250 8,69 284 6,38 534 Virale hepatitis B15-B19 16 0,54 35 0,84 51 AIDS (HIV-ziekte) B20-B24 19 0,62 4 -- 23 Andere algemene infectieziekten Overige 113 4,23 167 3,58 280 A-B Bron: alle sterftecertificaten, Vlaams Gewest, 2008 Afd. Informatie & Ondersteuning - 2 -

% " In 2008 stierven in totaal 15.719 inwoners van het Vlaamse Gewest aan kanker (kwaadaardige nieuwvorming - C00-C97). Kankers zijn hiermee de tweede belangrijkste groep doodsoorzaken. Sinds 2006 stierven er jaarlijks meer mannen aan kankers dan aan hart- en vaataandoeningen. Toch blijven, na standaardisatie om rekening te houden met de leeftijdsverdeling van de overleden mannen, hart- en vaataandoeningen de belangrijkste doodsoorzaken. Kankers zijn verantwoordelijk voor 96,6% van alle sterfgevallen door nieuwvormingen (C00- D48). Zowel uit de absolute als uit de naar leeftijd gestandaardiseerde cijfers blijkt dat er meer mannen dan vrouwen sterven ten gevolge van kanker. Dit verschil wordt vooral veroorzaakt door longkanker. Welke kankers veroorzaken de meeste sterfgevallen? Bij mannen is het grootste aantal sterfgevallen door kanker te wijten aan longkanker met 2.995 dodelijke slachtoffers (33% van alle kankerdoden). Bij vrouwen is borstkanker de belangrijkste kanker met 1.361 sterfgevallen (20% van alle kankerdoden). Zowel bij mannen als bij vrouwen wordt de tweede groep dodelijke kankers - met een duidelijke kloof in aantal t.o.v. de eerste groep kankers - gevormd door colorectale kanker met respectievelijk 917 en 813 sterfgevallen. Het risico op bepaalde dodelijke kankers verschilt echter met de leeftijd. "!"!#"$!% Doodsoorzaak ICD-10 Mannen Vrouwen Totaal code Absoluut ASR Absoluut ASR Absoluut Totaal - Alle doodsoorzaken 28.801 1.033,06 28.364 649,29 57.165 Nieuwvormingen C00-D48 9.312 317,74 6.955 176,85 16.267 Nieuwvormingen in situ D00-D09 0 -- 0 -- 0 Goedaardige Nieuwvormingen D10-D36 17 0,60 30 0,72 47 Nieuwvormingen met onzeker of onbekend gedrag D37-D48 256 9,50 245 5,20 501 Kwaadaardige Nieuwvormingen (kankers) C00-C97 9.039 307,65 6.680 170,92 15.719 Colorectale kanker C18-C21 917 32,19 813 19,59 1.730 Kanker van lever, galblaas of pancreas C22-C25 718 24,21 637 15,80 1.355 Kanker van trachea, long of bronchus C33-C34 2.995 99,71 821 22,43 3.816 Borstkanker C50 19 0,70 1.361 36,48 1.380 Baarmoeder(hals)kanker C53-C55 -- -- 331 8,68 331 Prostaatkanker C61 831 30,96 -- -- 831 Kanker van lymfoïd, bloedvormend en verwant weefsel C81-C96 710 24,31 607 14,79 1.317 Andere kankers Overige C 2.849 95,57 2.110 53,15 4.959 Bron: alle sterftecertificaten, Vlaams Gewest, 2008 Afd. Informatie & Ondersteuning - 3 -

& "!"!#"$!% Bron: alle sterftecertificaten, Vlaams Gewest, 2008 % " Op het sterftecertificaat wordt buiten de onderliggende doodsoorzaak ook zes andere condities gerapporteerd die een rol spelen in of die bijdragen tot het overlijden. Gewoonlijk rapporteren we enkel de onderliggende doodsoorzaak, omdat ze de meest beleidsrelevante informatie geeft. Wanneer we dan kijken naar alle vermeldingen van kanker (kwaadaardige nieuwvormingen) op de certificaten, waren er in 2008 nog eens 1.097 overlijdens waar kanker een rol speelde, zonder de echt onderliggende doodsoorzaak te zijn. In 2007 waren er zo nog 1.176 extra overlijdens waarbij kanker een rol speelde. Afd. Informatie & Ondersteuning - 4 -

' """ "!!"!#"$!%()% Bron: alle sterftecertificaten, Vlaams Gewest, 2007-2008 %% 2.2.1 Kankers per leeftijdsgroep Op jonge leeftijd komt zowel bij jongens als bij meisjes de sterfte door kanker van het lymfoïd en bloedvormend weefsel naar voor. Onder deze groep vallen zowel Hodgkin als non-hodgkin lymfomen en leukemie. Ook kankers van het centrale zenuwstelsel vormen een belangrijke groep bij mensen jonger dan 40 jaar. Vanaf 30 jaar wordt bij vrouwen borstkanker de belangrijkste dodelijke kanker, gevolgd door colorectale kanker vanaf 85 jaar. Bij mannen tussen 45 en 89 jaar is longkanker de belangrijkste dodelijke kanker. Vanaf 90 jaar wordt prostaatkanker belangrijker. *!"!#"$!% Leeftijd Mannen Vrouwen 0-9 jaar Lymfoïd, bloedvormend en verwant weefsel (5) Centraal zenuwstelsel (4) 10-19 jaar Lymfoïd, bloedvormend en verwant weefsel (5) Lymfoïd, bloedvormend en verwant weefsel (8) 20-29 jaar Lymfoïd, bloedvormend en verwant weefsel (6) (en andere*) Lymfoïd, bloedvormend en verwant weefsel (6) 30-34 jaar Centraal zenuwstelsel (7) Borstkanker (9) Afd. Informatie & Ondersteuning - 5 -

Leeftijd Mannen Vrouwen 35-39 jaar Centraal zenuwstelsel (10) Borstkanker (18) 40-44 jaar Andere kankers* (16) Borstkanker (39) 45-49 jaar Kanker aan trachea, bronchus of long (60) Borstkanker (70) 50-54 jaar Kanker aan trachea, bronchus of long (133) Borstkanker (103) 55-59 jaar Kanker aan trachea, bronchus of long (240) Borstkanker (113) 60-64 jaar Kanker aan trachea, bronchus of long (359) Borstkanker (153) 65-69 jaar Kanker aan trachea, bronchus of long (424) Borstkanker (125) 70-74 jaar Kanker aan trachea, bronchus of long (487) Borstkanker (167) 75-79 jaar Kanker aan trachea, bronchus of long (593) Borstkanker (186) 80-84 jaar Kanker aan trachea, bronchus of long (441) Borstkanker (169) 85-89 jaar Kanker aan trachea, bronchus of long (187) Colorectale kanker (145) 90-94 jaar Prostaatkanker (66) Colorectale kanker (65) 95 jaar + Prostaatkanker (21) Andere kankers* (32) Bron:, Vlaams Gewest, 2008 Voetnoot *: andere kankers: ICD-10-code C, uitgezonderd colorectale kanker (C18-C21); kanker lever galblaas of pancreas (C22-C25); kanker van trachea, long of bronchus (C33-C34); borstkanker (C50); prostaatkanker (C61); kanker centraal zenuwstelsel (C69-C72); en kanker van lymfoïd, bloedvormend of verwant weefsel (C81-C96). 2.2.2 Sterfterisico per leeftijd Kanker is de belangrijkste doodsoorzaak tussen de 45 en 79 jaar bij mannen. Bij vrouwen zijn kankers de belangrijkste doodsoorzaak van 35 tot 74 jaar. De kankersterfte stijgt exponentieel vanaf de leeftijd van 20 jaar. Vooral in de leeftijdsgroep 45 tot 79 jaar sterven veel mannen en vrouwen aan kanker. Tot 54 jaar hebben mannen en vrouwen hetzelfde risico om van kanker te sterven. Vanaf 55 jaar is dat risico voor mannen hoger dan voor vrouwen van dezelfde leeftijd. De leeftijdsspecifieke sterftecijfers voor alle nieuwvormingen en voor kwaadaardige nieuwvormingen lopen bijna parallel. De sterfte door goedaardige tumoren (D00-D36) en tumoren met onbekend gedrag (D37-D48) wordt hier niet verder besproken. Afd. Informatie & Ondersteuning - 6 -

+ "!!"!#" $!% Let op: logaritmische schaal! Bron: alle sterftecertificaten, Vlaams Gewest, 2008 %, -...)% De kankersterfte daalde in de periode 1999-2008. In 2008 stierven 3,1 per 1.000 mannen aan kanker. Dat cijfer is bijna het dubbele van dat voor vrouwen (1,7 per 1.000 vrouwen) als we rekening houden met de verschillende leeftijdsverdeling van de mannelijke en vrouwelijke populatie (directe standaardisatie). Daarbij daalde de kankersterfte bij mannen in de laatste 10 jaar wel bijna 4 keer sterker dan bij vrouwen. Bij vrouwen is er sinds 2004 zelfs eerder een stagnatie te zien. Bij mannen was het sterftecijfer in 2008 met 17% gedaald ten opzichte van 1999 en met 25% ten opzichte van 1994. Gemiddeld stierven er in de laatste 10 jaar elk jaar 7,1 mannen per 100.000 minder aan kanker dan het jaar voordien. Dat is vooral te danken aan een sterke daling van de longkankersterfte. Bij vrouwen was het sterftecijfers in 2008 met 10% gedaald ten opzichte van 1999, en met 16% ten opzichte van 1994. Gemiddeld stierven er in de laatste 10 jaar elk jaar 1,9 vrouwen per 100.000 minder aan kanker dan het jaar voordien. De daling vond echter vooral plaats in de periode voor 2004 en is vooral te danken aan de daling van de sterfte door borstkanker. Afd. Informatie & Ondersteuning - 7 -

/ "0!"!#"$!...)% Let op: verschillende schalen! Bron: alle sterftecertificaten, Vlaams Gewest, 1999-2008 2.3.1 Welke kankers hebben het grootste aandeel in deze daling van de algemene kankersterfte? 2.3.1.1 Bij mannen Longkankersterfte levert bij mannen de grootste bijdrage aan de daling van de totale kankersterfte. De sterkste daling doet zich voor bij prostaatkanker, kanker aan colon, rectum en anus en longkanker. Prostaatkankersterfte daalde sterk, vooral in de periodes 2002-2005 en 2005-2008. Sterfte door kanker aan lever, gal of pancreas varieerde over de jaren maar lag in 2008 toch 3% lager dan in 1999. Sterfte door kanker van lymfoïde en bloedvormende weefsels vertoont eveneens een variabel verloop met als resultaat een toename van 1% in 2008 tegenover 1999. Afd. Informatie & Ondersteuning - 8 -

*1!"!#"$!...!%%!%2!% Bron: alle sterftecertificaten, Vlaams Gewest, 1999, 2002, 2005, 2008 2.3.1.2 Bij vrouwen Bij vrouwen leverde de daling in de sterfte door borstkanker de grootste bijdrage aan de daling van de totale kankersterfte, kort gevolgd door colorectale kanker (kanker aan colon, rectum en anus). De sterfte door kanker aan slokdarm, maag en dunne darm vertoont de sterkste daling, kort gevolgd door de daling in sterfte door colorectale kanker. De sterfte door longkanker bij vrouwen evolueert echter ongunstig: deze nam toe met 39% in de periode 1999-2008. De sterkste stijging trad op tijdens de jaren 2002-2005. Afd. Informatie & Ondersteuning - 9 -

*1!!#" $!...!%%!%2!% Bron: alle sterftecertificaten, Vlaams Gewest, 1999, 2002, 2005, 2008 %3 1 Over welke kankers gaat het? Onder kankers van het spijsverteringsstelsel of de spijsverteringsorganen (C15-C26) groepeert de ICD-10-classificatie kwaadaardige nieuwvormingen of kankers van o.a. slokdarm (C15), maag (C16), dunne darm (C17), dikke darm (colon), rectum en aars (C18-C21), lever, galblaas en alvleesklier (pancreas) (C22-C25). Een eigenaardigheid is dat ook kankers van de milt, met uitzondering van Hodgkin en non- Hodgkin lymfomen, hieronder vallen (C26.1). Dat zijn echter zeldzame kankers (6 sterfgevallen in de jaren 2004-2008). 2.4.1 Sterfte door kankers van het spijsverteringsstelsel per leeftijd De sterfte door kankers van het spijsverteringsstelsel vertoont hetzelfde leeftijdspatroon als de globale sterfte door kwaadaardige nieuwvormingen (kankers): de sterftekansen zijn zeer laag bij jongeren en jonge volwassenen; ze beginnen exponentieel te stijgen vanaf de leeftijd van 20 jaar bij mannen en vanaf 30 jaar bij vrouwen; De sterftekans neemt vervolgens wat minder snel toe vanaf de leeftijd van 85 jaar. Afd. Informatie & Ondersteuning - 10 -

/ 0!"!#"$!% Let op: logaritmische schaal! Bron: alle sterftecertificaten, Vlaams Gewest, 2008 2.4.2 Evolutie van sterfte door kankers van het spijsverteringsstelsel 1999-2008 De sterfte door kanker van het spijsverteringsstelsel is in de periode 1999-2008 gedaald, zowel bij mannen als bij vrouwen. De grootste winst werd behaald in de daling van de sterfte door colorectale kankers. Mannen kampen evenwel steeds met hogere sterftecijfers dan vrouwen voor alle kankers van het spijsverteringsstelsel. 2.4.2.1 Colorectale kanker In de periode 1999-2008 daalde de sterfte door kanker aan colon, rectum en aars zowel bij mannen als bij vrouwen met bijna een kwart (23% bij mannen, 24% bij vrouwen). De sterfte door colorectale kanker bij mannen daalde gemiddeld met 1 per 100.000 per jaar. De sterfte door colorectale kanker bij vrouwen daalde gemiddeld met 0,5 per 100.000 per jaar. Er stierven gedurende deze periode elk jaar meer mannen dan vrouwen aan colorectale kanker. Dat verschil was steeds statistisch significant. Voor elke 2 vrouwen die stierven aan colorectale kanker, stierven er 3 mannen aan deze aandoening. Afd. Informatie & Ondersteuning - 11 -

)%0!"!#"$!...)% Bron: alle sterftecertificaten, Vlaams Gewest, 1999-2008 2.4.2.2 Kanker aan de lever, galblaas en pancreas Mannen stierven ook significant meer dan vrouwen aan leverkanker, pancreaskanker en kanker van de galblaas. Maar er is geen duidelijke trend vast te stellen in de periode 1999-2008. Afd. Informatie & Ondersteuning - 12 -

/!%%)%20!"!#"$!...)% Bron: alle sterftecertificaten, Vlaams Gewest, 1999-2008 2.4.2.3 Kanker aan de slokdarm, maag, dunne darm en slecht omschreven delen van het spijsverteringsstelsel Ook sterfte door kanker aan slokdarm (C15), maag (C16), dunne darm (C17) en slecht omschreven delen van het spijsverteringsstelsel (C26) kwam bij mannen 2,4 keer meer voor dan bij vrouwen. In de periode 1999-2008 was er een statistisch significante daling van deze sterfte zowel bij mannen als bij vrouwen: Gemiddeld stierven er jaarlijks 6 per 1.000.000 mannen minder aan kankers van deze delen van het spijsverteringsstelsel. Gemiddeld stierven er jaarlijks 3 per 1.000.000 vrouwen minder aan kankers van deze delen van het spijsverteringsstelsel. Afd. Informatie & Ondersteuning - 13 -

/ "!"!"1 "11 2)(4%50!"!#"$!...)% Bron: alle sterftecertificaten, Vlaams Gewest, 1999-2008 %2 In de periode 1999-2008 daalde de longkankersterfte bij mannen terwijl ze bij vrouwen steeg. Toch blijven de sterftecijfers voor mannen in 2008 ongeveer 4 keer hoger dan die voor vrouwen. Dit verschil tussen mannen en vrouwen is statistisch significant. 2.5.1 Sterfte door longkanker per leeftijd In vergelijking met andere kankers, sterven mannen en vrouwen op jongere leeftijd aan longkanker, nl. al vanaf 35 jaar. Uit de leeftijdsspecifieke cijfers blijkt dat de longkankersterfte bij mannen veel hoger ligt dan bij vrouwen, op bijna elke leeftijd. Het verschil is zelfs significant vanaf 45 jaar. De sterftecijfers van vrouwen komen wel steeds dichter bij die van mannen te liggen. In 1998 was het verschil tussen mannen en vrouwen al significant vanaf 40 jaar. Afd. Informatie & Ondersteuning - 14 -

+,,),30!"! #"$!% Let op: logaritmische schaal! Bron: alle sterftecertificaten, Vlaams Gewest, 2008 2.5.2 Evolutie van sterfte door longkanker per leeftijd Dat de mannelijke sterfte daalt, en de vrouwelijke stijgt valt op in bijna elke leeftijdscategorie (vanaf 45 jaar): Enkel bij vrouwen van 85 jaar en ouder is er geen stijgende trend in longkankersterfte vast te stellen. Enkel bij mannen van 90 jaar en ouder is er geen dalende trend in longkankersterfte vast te stellen. Het verschil tussen mannen en vrouwen verkleinde in 10 jaar (1999-2008) significant bij alle leeftijdsgroepen tussen 55 en 79 jaar. Deze vaststelling vertaalt zich dan ook in gestandaardiseerde sterftecijfers van mannen en vrouwen die steeds dichter naar elkaar komen. -!!!"!,2!#"$!...)% Mannen Vrouwen Let op: verschillende schalen mannen en vrouwen! bron: alle sterftecertificaten, Vlaams Gewest, 1999, 2002, 2005, 2008 Afd. Informatie & Ondersteuning - 15 -

2.5.3 Evolutie van sterfte door longkanker 1999-2008 De gestandaardiseerde sterftecijfers voor mannen en vrouwen geven een globaal beeld dat rekening houdt met de veranderende leeftijdsverdeling van de bevolking. De sterfte door longkanker (trachea, bronchi en longen) in de periode 1999-2008 kende voor mannen en vrouwen niet hetzelfde verloop: De longkankersterfte bij mannen daalde jaarlijks gemiddeld met 2,5 per 100.000 inwoners. Bij vrouwen steeg de longkankersterfte gemiddeld met 0,7 per 100.000 inwoners per jaar. Toch blijven de sterftecijfers voor mannen ongeveer 5 keer hoger dan die voor vrouwen. Dit verschil tussen mannen en vrouwen is statistisch significant. +,,),30-!"! #"$!...)% Let op: verschillende schalen! Bron: alle sterftecertificaten, Vlaams Gewest, 1999-2008 %5 1 2.6.1 Sterfte door borstkanker en kanker aan de vrouwelijke geslachtsorganen per leeftijd Borstkanker blijft de belangrijkste dodelijke kanker bij vrouwen, hoewel de gestandaardiseerde sterfte in de laatste 10 jaar gedaald is met ongeveer 15%. De ziekte komt echter weinig voor bij zeer jonge vrouwen. De sterftecijfers stijgen vanaf de leeftijd van 35 jaar. Vanaf de leeftijd van 70 jaar sterft minstens 1 op de 1.000 vrouwen aan borstkanker. Afd. Informatie & Ondersteuning - 16 -

Kanker aan vrouwelijke geslachtsorganen komt minder voor dan borstkanker. Baarmoeder(hals)kanker treft in verhouding wel meer vrouwen jonger dan 50 dan kanker aan de andere vrouwelijke geslachtsorganen (vooral eierstokken). * 2 1 2)2 0!!!#"$!% Let op: logaritmische schaal! Bron: alle sterftecertificaten, Vlaams Gewest, 2008 2.6.2 Evolutie van sterfte door borstkanker 1999-2008 De borstkankersterfte daalde in de afgelopen 10 jaar waarbij deze daling meer uitgesproken was tijdens de jaren 1999-2002 dan daarna. Gemiddeld daalde de sterfte jaarlijks met 7 per 1.000.000 vrouwen. De totale borstkankersterfte was daardoor in 2008 gedaald met 15% ten opzichte van 1999. Deze daling situeert zich in alle leeftijdsgroepen. Afd. Informatie & Ondersteuning - 17 -

* 20!! #"$!...)% Bron: alle sterftecertificaten, Vlaams Gewest, 1999-2008 2.6.3 Evolutie van sterfte door kanker aan de vrouwelijke geslachtsorganen 1999-2008 Kanker aan de geslachtsorganen is bij vrouwen de vierde belangrijkste groep van dodelijke kankers. Binnen deze groep is kanker van de ovaria (eierstokken) de belangrijkste doodsoorzaak, en niet baarmoederhalskanker. De sterfte door kanker van vrouwelijke geslachtsorganen is de laatste 10 jaar gedaald met ongeveer 12%. De sterfte door kanker van baarmoeder en baarmoederhals daalde met 7% tussen 1999 en 2008. De sterfte door kanker van andere vrouwelijke geslachtsorganen was in 2008 16% lager dan in 1999. Dit vertaalt zich in een jaarlijkse gemiddelde daling van 2 per 1.000.000 vrouwen. Het gaat hier vooral over ovariumkanker (C56). Afd. Informatie & Ondersteuning - 18 -

*" 12,)22) 1 2)2%!25)2 ) 0!!#"$!...) % Bron: alle sterftecertificaten, Vlaams Gewest, 1999-2008 %( 2.7.1 Sterfte door prostaatkanker per leeftijd Net als in andere Europese regio's is prostaatkanker in het Vlaams Gewest een doodsoorzaak van oudere mannen. Bij 9 op de 10 (93%) van de overlijdens door prostaatkanker in 2008 gaat het om mannen ouder dan 64 jaar. 29% van de sterfgevallen door prostaatkanker betreft mannen van 85 jaar of ouder. Ter vergelijking, 75% van de sterfte door alle kwaadaardige nieuwvormingen betreft mannen ouder dan 64 jaar, en slechts 13% betreft mannen ouder dan 84 jaar. 2.7.2 Evolutie van sterfte door prostaatkanker per leeftijd Bij mannen tot 89 jaar daalde de sterfte toegeschreven aan prostaatkanker tussen 1999 en 2008 over de hele periode. Maar in de hoogste leeftijdsgroepen, bij mannen van 90 jaar en ouder, steeg de sterfte toegeschreven aan prostaatkanker tot en met 2002. Van 2003 tot 2008 daalde de prostaatkankersterfte ook op zeer hoge leeftijd. De cijfers voor het jaar 2005 liggen voor alle leeftijdsgroepen wel steeds wat hoger dan verwacht. Afd. Informatie & Ondersteuning - 19 -

& 50!!!"!52!#"$!...)% Bron: alle sterftecertificaten, Vlaams Gewest, 1999-2008 2.7.3 Evolutie van sterfte door prostaatkanker De prostaatkankersterfte daalde in de periode 1999-2008 met gemiddeld 14 per 1.000.000 mannen per jaar, maar deze daling was niet rechtlijnig. In de periode 1999-2002 bleef de gestandaardiseerde sterfte stabiel. In 2003 daalde de direct gestandaardiseerde sterfte sterk. Het is niet duidelijk waarom. Er was alleszins geen verschuiving van de onderliggende naar bijkomende doodsoorzaken. Het aantal sterfgevallen waarbij prostaatkanker vermeld werd als onderliggende of als bijkomende doodsoorzaak daalde immers even sterk. De sterfte rechtstreeks toegeschreven aan prostaatkanker in de hoogste leeftijdsgroepen (90 jaar en meer) steeg tot in 2002, maar daalde daarna (zie hoger). Een mogelijke verklaring kan misschien gezocht worden in een evolutie in het oordeel van de certificerende artsen. Meer en meer is de medische wereld er immers van overtuigd dat oudere mannen bijna allemaal sterven met prostaatkanker, maar dat deze kanker daarom geen doodsoorzaak hoeft te zijn. De sterfte door prostaatkanker schommelde tussen 2003 en 2005, maar bleef duidelijk lager dan in de periode voor 2003. Vanaf 2006 is er weer een duidelijke jaarlijkse daling te zien, zowel bij onderliggende als bijkomende doodsoorzaken. Afd. Informatie & Ondersteuning - 20 -

& 0! "!"!#"$!...)% Bron: alle sterftecertificaten, Vlaams Gewest, 1999-2008 % 6" 7 " 2.8.1 Sterfte door kanker van lymfoïde en bloedvormende weefsels per leeftijd Kanker van lymfoïde, bloedvormende en verwante weefsels omvat onder meer leukemie, Hodgkin en non-hodgkin lymfomen. In vergelijking met andere kankers treffen kankers van lymfoïde en bloedvormende weefsels relatief veel jonge mensen. 3% van de sterfte door kankers van lymfoïde en bloedvormende weefsels betreft mannen en vrouwen jonger dan 35 jaar. In de totale kankersterfte maakt deze leeftijdsgroep maar 1% uit. Toch blijven 65-plussers vier vijfde van de sterfgevallen door kankers van lymfoïde en bloedvormende weefsels uitmaken, iets hoger dus dan bij de meeste andere kankers (75%). Afd. Informatie & Ondersteuning - 21 -

/6" 7! " ).50!!"!#"$!% Let op: logaritmische schaal! Bron: alle sterftecertificaten, Vlaams Gewest, 2008 2.8.2 Evolutie van sterfte door kanker van lymfoïde en bloedvormende weefsels 1999-2008 In de periode 1999-2008 is geen trend te bespeuren in de sterfte door kanker van lymfoïde en bloedvormende weefsels. Wanneer we kijken naar de sterftecijfers van de verschillende leeftijdsgroepen afzonderlijk, zijn er wel trends te onderscheiden, die dezelfde zijn bij mannen en vrouwen. Tot 40 jaar is er geen eenvormige trend bij mannen, bij vrouwen is dit tot 45 jaar. Tussen 40-45 en 79 jaar dalen de leeftijdspecifieke sterftecijfers. Bij 80+ ers stijgt de sterfte door deze kankers. Afd. Informatie & Ondersteuning - 22 -

/6" 7! " ).50 8!"!#"$!...)% Bron: alle sterftecertificaten, Vlaams Gewest, 1999-2008 /6" 7! " ).50!!"!#"$!...)% Leeftijdsgroep 0-54 jaar Mannen Vrouwen 55 jaar en ouder bron:, Vlaams Gewest, 1999-2008 Afd. Informatie & Ondersteuning - 23 -

%. & 9 Kankerpatiënten overlijden meestal in het ziekenhuis. In 2008 vond bij mannen 58% van de kankersterfte plaats in het ziekenhuis, bij vrouwen was dit 56%. Mannen sterven vaker thuis dan vrouwen (31% van alle kankeroverlijdens bij mannen tegenover 25% bij vrouwen). Vrouwen met kanker sterven vaker in een bejaardentehuis dan mannen met kanker (15% bij vrouwen tegenover 7% bij mannen). 2.9.1 Plaats van overlijden bij mannen Thuis Van de mannen die sterven aan kanker, sterven die met een kanker van het spijsverteringsstelsel, van het centrale zenuwstelsel, van de bovenste luchtwegen en van nier, urinewegen en blaas het vaakst thuis (33% tot 37%). In het ziekenhuis Wanneer mannen echter sterven door een kanker van lymfoïde of bloedvormende weefsels, sterven zij relatief weinig thuis (21%) en heel vaak in het ziekenhuis (71%). In het bejaardentehuis Mannen die sterven aan kanker overlijden eerder zelden in een bejaardentehuis (7% van totale kankersterfte). Als dit toch gebeurt, is de doodsoorzaak in 1 op 6 gevallen prostaatkanker: 17% van de mannen die stierven door prostaatkanker, stierven in een bejaardentehuis. &!"!#"$!% Kanker van colon, rectum, anus lever, galblaas en pancreas andere spijsverteringsorganen trachea, bronchus en long ICD-10 code C18- C21 C22- C25 C15- C17; C26 C33- C34 Andere Totaal Thuis Ziekenhuis Bejaardentehuis plaats Aantal % Aantal % Aantal % Aantal % Aantal % 917 100% 303 33% 522 57% 66 7% 26 3% 718 100% 258 36% 408 57% 30 4% 22 3% 763 100% 280 37% 416 55% 47 6% 20 3% 2.995 100% 886 30% 1.858 62% 153 5% 98 3% andere luchtwegen en C30- C32; 97 100% 33 34% 53 55% 7 7% 4 4% intra-thoracale organen C35- C39 prostaatkanker C61 831 100% 267 32% 398 48% 144 17% 22 3% nier, urinewegen en blaas centraal zenuwstelsel lymfoïd, bloedvormend en verwant weefsel C64- C68 C69- C72 C81- C96 593 100% 199 34% 323 54% 49 8% 22 4% 247 100% 87 35% 131 53% 11 4% 18 7% 709 100% 150 21% 502 71% 42 6% 15 2% overige overige localisaties C 690 100% 258 37% 378 55% 33 5% 21 3% slecht omschreven of C76-477 100% 136 29% 289 61% 38 8% 14 3% secundaire localisaties C80 Totaal 9.309 100% 2.906 31% 5.440 58% 673 7% 290 3% Bron: sterftecertificaten personen ouder dan 1 jaar, Vlaams Gewest, 2008 Afd. Informatie & Ondersteuning - 24 -

2.9.2 Plaats van overlijden bij vrouwen Thuis In tegenstelling tot mannen sterven vrouwen met kanker minder vaak thuis: 25% bij vrouwen versus 31% bij mannen. Vrouwen met een kanker van het centrale zenuwstel sterven het vaakst thuis (32%). Vrouwen sterven het minst thuis in het geval van kankers van lymfoïde en bloedvormende weefsels (16%). In het ziekenhuis Vrouwen sterven ook iets minder vaak in het ziekenhuis dan mannen: 56% bij vrouwen versus 58% bij mannen. In 2 op de 3 gevallen van kankers van lymfoïde en bloedvormende weefsels vindt het overlijden plaats in het ziekenhuis (66%). Ook vrouwen die sterven door longkanker overlijden meestal in het ziekenhuis (63%). In het bejaardentehuis Vrouwen overlijden relatief vaker in een bejaardentehuis: 15% bij vrouwen versus 7% bij mannen. &!!#"$!% Kanker van... colon, rectum, anus lever, galblaas en pancreas andere spijsverteringsorganen Totaal Thuis Ziekenhuis Bejaardentehuis Andere ICD-10 plaats code Aantal % Aantal % Aantal % Aantal % Aantal % C18- C21 813 100% 214 26% 422 52% 144 18% 33 4% C22-637 100% 184 29% 342 54% 85 13% 26 4% C25 C15- C17; 414 100% 113 27% 181 44% 102 25% 18 4% C26 trachea, bronchus en C33-821 100% 211 26% 520 63% 57 7% 33 4% long C34 borstkanker C50 1.361 100% 379 28% 725 53% 202 15% 55 4% baarmoeder(hals)- kanker C53- C55 331 100% 88 27% 184 56% 46 14% 13 4% andere genitale organen nier, urinewegen en blaas centraal zenuwstelsel lymfoïd, bloedvormend en verwant weefsel C51- C52; C56- C58 C64- C68 C69- C72 C81- C96 449 100% 112 25% 273 61% 42 9% 22 5% 292 100% 65 22% 165 57% 51 17% 11 4% 165 100% 52 32% 85 52% 16 10% 12 7% 606 100% 94 16% 400 66% 98 16% 14 2% Overige overige localisaties C 385 100% 95 25% 225 58% 47 12% 18 5% slecht omschreven of C76-404 100% 72 18% 229 57% 85 21% 18 4% secundaire localisaties C80 Totaal 6.952 100% 1.717 25% 3.893 56% 1.065 15% 277 4% Bron: sterftecertificaten personen ouder dan 1 jaar, Vlaams Gewest, 2008 2.9.3 Vergelijking met andere natuurlijke doodsoorzaken Uit een multivariate log-lineaire analyse van de natuurlijke overlijdens bij 45-84 jarigen in de periode 1998-2006 blijkt dat overlijden door een aantal kankers vaker thuis gebeurt dan overlijden door andere natuurlijke oorzaken, en dit voor iedere leeftijd, geslacht en burgerlijke staat. Afd. Informatie & Ondersteuning - 25 -

Enkel overlijden door kanker van lymfoïde en bloedvormende weefsels vormt daar een uitzondering op: 45-84-jarigen die overlijden door deze kanker sterven dubbel zo vaak in het ziekenhuis (in plaats van thuis) ten opzichte van andere natuurlijke oorzaken (OR: 1,98; BI: 1,87-2,11). Voor longkanker en borstkanker is deze kansverhouding niet significant verschillend van 1. /1 : 11!32) 3)! #"$!.. )%5 Doodsoorzaak ICD-10 code OG OR BG Colorectale kanker C18-C21 0,843 0,88 0,914 Lever, galblaas en pancreas C22-C25 0,724 0,76 0,795 Trachea, bronchus en long C33-C34 0,966 0,99 1,021 Borstkanker C50 0,917 0,96 1,010 C61/ Prostaat-/Baarmoeder(hals)kanker C53-C54 0,773 0,81 0,855 Urinewegen en blaas C64-C68 0,891 0,94 0,998 Centraal zenuwstelsel C69-C72 0,768 0,84 0,908 Lymfoïd, bloedvormend en verwant weefsel Overige kankers/nieuwvormingen Overige natuurlijke doodsoorzaken C81-C96 1,868 1,98 2,106 Overige C; D00- D48 0,908 0,93 0,961 A00-B99; D50-R99 1 Bron: sterftecertificaten personen ouder dan 1 jaar, Vlaams Gewest, 1998-2006 /1 : 11!32) 3)! #"$!.. )%5 Doodsoorzaak ICD-10 code OG OR BG Colorectale kanker C18-C21 0,408 0,44 0,480 Lever, galblaas en pancreas C22-C25 0,258 0,29 0,320 Trachea, bronchus en long C33-C34 0,379 0,41 0,433 Borstkanker C50 0,570 0,62 0,681 C61/ Prostaat-/Baarmoeder(hals)kanker C53-C54 0,599 0,65 0,714 Urinewegen en blaas C64-C68 0,453 0,51 0,569 Centraal zenuwstelsel C69-C72 0,640 0,76 0,906 Lymfoïd, bloedvormend en verwant C81-C96 weefsel 0,639 0,72 0,799 Overige C; D00- Overige kankers/nieuwvormingen D48 0,476 0,50 0,532 A00-B99; Overige natuurlijke doodsoorzaken D50-R99 1 Bron: sterftecertificaten personen ouder dan 1 jaar, Vlaams Gewest, 1998-2006 Uit deze analyse kwamen nog andere conclusies: Onafhankelijk van de doodsoorzaak, leeftijd of burgerlijke staat, hebben mannen meer kans dan vrouwen om thuis te sterven dan in het ziekenhuis (OR: 1,13; BI: 1,11-1,15) of het bejaardentehuis (OR: 1,52; BI: 1,47-1,56). De sterfte in het ziekenhuis, maar vooral in het bejaardentehuis nam toe met de leeftijd. In de periode 1998-2006 nam de ziekenhuissterfte af, maar de sterfte in het bejaardentehuis nam toe, onafhankelijk van geslacht, leeftijd, doodsoorzaak en burgerlijke staat. Gehuwde vrouwen sterven vaker thuis dan ongehuwde of ooit gehuwde vrouwen (weduwen of gescheiden vrouwen). Een partner hebben lijkt hier dus een rol te spelen. Afd. Informatie & Ondersteuning - 26 -

% #- 0 De sterfte in het Vlaams Gewest ten gevolge van kwaadaardige nieuwvormingen is iets lager dan het Europese gemiddelde. In een vergelijking met 25 EU-lidstaten situeert Vlaanderen zich in de buurt van Bulgarije, Duitsland en Frankrijk. Hoe vergelijken? De sterfte in verschillende landen vergelijken, moet met enige voorzichtigheid gebeuren. U moet altijd in het achterhoofd houden dat in elk land andere praktijken gelden inzake het certificeren van doodsoorzaken, de registratie van sterfgevallen, autopsie Ook zijn er jaarlijkse schommelingen die de positie van een land ten opzichte van de andere landen kunnen beïnvloeden. Om alvast dat laatste probleem uit te sluiten, vergelijken we niet het cijfer van het laatste beschikbare jaar, maar het gemiddelde van de periode 2005-2007 voor zover beschikbaar. De cijfers voor België en Portugal waren nog niet beschikbaar voor deze periode. Opmerking In deze Vlaamse cijfers ontbreken overlijdens in Wallonië en in het buitenland. Daardoor is er een lichte onderschatting van de sterfte met ongeveer 1%. Ook in de cijfers van andere landen ontbreken vaak de overlijdens in het buitenland, maar niet bij Nederland. Afkortingen EU-lidstaten AT :Oostenrijk BG :Bulgarije BE :België CY :Cyprus CZ :Tsjechië DE :Duitsland DK:Denemarken EE :Estland ES :Spanje FI :Finland FR :Frankrijk GR :Griekenland HU :Hongarije IT :Italië IE :Ierland LT :Litouwen LU :Luxemburg LV :Letland MT:Malta NL :Nederland PL :Polen PT :Portugal RO :Roemenië SE :Zweden SI :Slovenië SK :Slovakije UK :Verenigd Koninkrijk VL :Vlaanderen (Vlaams Gewest) 2.10.1 Sterfte door alle kwaadaardige nieuwvormingen De Vlaamse sterftecijfers voor kanker situeren zich iets lager dan het Europese gemiddelde: 10 lidstaten doen beter, 15 doen het slechter. Cyprus, Finland en Malta hebben de laagste kankersterfte. Polen, Tsjechië en Hongarije hebben de hoogste sterftecijfers door kwaadaardige nieuwvormingen. Het gemiddelde kankersterftecijfer in de EU voor mannen en voor vrouwen is slechts 5% respectievelijk 4% hoger dan het Vlaamse cijfer. Afd. Informatie & Ondersteuning - 27 -

1- ").(#"$!"%2)%( 1) - Bron: WHO-HFA-mortalitydatabase, versie mei 2010 & alle sterftecertificaten, Vlaams Gewest, 2005-2007 Afd. Informatie & Ondersteuning - 28 -

2.10.2 Sterfte door longkanker In een vergelijking met 25 EU-lidstaten situeert Vlaanderen zich bij de 6 lidstaten met de hoogste longkankersterfte. De sterfte van Vlaamse mannen door longkanker is hoger dan het Europese gemiddelde. De sterfte door longkanker bij Vlaamse vrouwen is lager dan het Europese gemiddelde. In 19 lidstaten sterven (relatief) minder mannen dan in Vlaanderen, in 6 sterven er (relatief) meer. In 13 lidstaten sterven (relatief) minder vrouwen dan in Vlaanderen, in 12 sterven er (relatief) meer. Het gemiddelde sterftecijfer in de EU voor mannen is 15% lager en voor vrouwen 7% hoger dan het Vlaamse cijfer. Ook in Europa is er een groot verschil tussen mannen en vrouwen voor sterfte door longkanker. Enkel in Zweden, Denemarken, Ierland en het Verenigd Koninkrijk zijn de sterftecijfers voor mannen niet minstens dubbel zo hoog als die voor vrouwen. In al deze landen vertonen mannen relatief lage sterfte door longkanker (onder EU-gemiddelde) en vrouwen relatief hoge sterfte (boven EU-gemiddelde). Zweedse mannen hebben het laagste sterftecijfer voor longkanker (gevolgd door Cypriotische en Finse mannen). Hongaarse, Poolse en Estse mannen vertonen de hoogste longkankersterfte in de EU. Deense vrouwen hebben het hoogste sterftecijfer voor longkanker (gevolgd door Hongaarse, Britse en Nederlandse vrouwen). Maltese, Spaanse en Litouwse vrouwen vertonen de laagste longkankersterfte in de EU. 2.10.3 Sterfte door borstkanker De Vlaamse sterftecijfers voor borstkanker zijn bij de hoogste in Europa: slechts 1 lidstaat doet slechter (nl. Denemarken). Ierland en Nederland vervolledigen de top 3. Spanje, Cyprus en Zweden hebben de laagste borstkankersterfte. Het Vlaamse sterftecijfer voor vrouwen is 24% hoger dan het gemiddelde sterftecijfer in de EU. Afd. Informatie & Ondersteuning - 29 -

1-,,),3#"$!"%2)%( 1) - Bron: WHO-HFA-mortalitydatabase, versie mei 2010 & Alle sterftecertificaten, Vlaams Gewest, 2005-2007 Afd. Informatie & Ondersteuning - 30 -

1-2 #"$!"%2)%( 1) - Bron: WHO-HFA-mortalitydatabase, versie mei 2010 & alle sterftecertificaten, Vlaams Gewest, 2005-2007 Afd. Informatie & Ondersteuning - 31 -

% ; 1 Hieronder vindt u een tabel met een gedetailleerd overzicht van alle kwaadaardige nieuwvormingen (kankers).!"!#"$!% Doodsoorzaak Detail <;) Mannen Vrouwen Totaal Absoluut ASR* Absoluut ASR* Absoluut Totaal - Alle doodsoorzaken 28.801 1.033,06 28.364 649,29 57.165 Kwaadaardige Nieuwvormingen C00- (Kankers) C97 9.039 307,65 6.680 170,92 15.719 Kanker van lip, mond- en C00- keelholte C14 220 6,94 72 1,92 292 Lip C00 0 -- 1 -- 1 Tong C01- C02 24 0,75 13 0,34 37 Mondholte C03- C06 51 1,61 18 0,48 69 Speekselklieren C07- C08 9 -- 5 -- 14 Tonsil en orofarynx C09- C10 44 1,37 14 0,40 58 Nasofarynx C11 9 -- 4 -- 13 Hypofarynx C12- C13 29 0,87 4 -- 33 Farynx e.a. C14 54 1,71 13 0,34 67 Kanker van C15- spijsverteringsorganen C26 2.398 81,65 1.864 45,32 4.262 Slokdarm C15 322 10,45 86 2,21 408 Maag C16 311 10,40 188 4,58 499 Dunne darm C17 8 0,27 16 0,34 24 Colon-rectosigmoïd-rectum C18- C20 913 32,05 804 19,37 1.717 Anus en anaal kanaal C21 4 -- 9 -- 13 Lever en intrahepatische galwegen C22 229 7,67 161 3,96 390 Andere galwegen en galblaas C23- C24 43 1,54 44 1,08 87 Pancreas C25 446 15,00 432 10,76 878 Overige delen spijsverteringsstelsel en milt C26 122 4,13 124 2,80 246 Kanker van ademhalings- en C30- intrathoracale organen C39 3.114 103,62 862 23,54 3.976 Neusholte-sinus-middenoor C30- C31 14 -- 0 -- 14 Larynx C32 83 2,71 15 0,38 98 Trachea-bronchus-long C33- C34 2.995 99,71 821 22,43 3.816 Thymus C37 6 -- 7 -- 13 Hart, mediastinum en pleura C38 12 0,41 17 0,48 29 Overige delen ademhalingsstelsel C39 4 -- 2 -- 6 Kanker van bot of C40- C41 31 1,04 28 0,76 59 gewrichtskraakbeen Melanoma en andere C43- huidkankers C44 153 5,17 119 3,03 272 Maligne melanoma C43 112 3,75 95 2,49 207 Non-melanoma huidkanker C44 41 1,70 24 0,53 65 Kanker van mesotheel en weke delen C45- C49 181 6,05 83 2,24 264 Mesothelioom C45 126 4,21 29 0,78 155 Kaposi-sarcoom C46 2 -- 0 -- 2 Perifere en autonome zenuwen C47 2 -- 0 -- 2 Retroperitoneale ruimte en peritoneum C48 4 -- 8 -- 12 Afd. Informatie & Ondersteuning - 32 -

Doodsoorzaak Detail <;) Mannen Vrouwen Totaal Absoluut ASR* Absoluut ASR* Absoluut Ander bindweefsel en weke delen C49 47 1,57 46 1,25 93 Borstkanker C50 19 0,70 1.361 36,48 1.380 Kanker van vrouwelijke C51- geslachtsorganen C58 -- -- 780 20,12 780 Vulva C51 24 0,53 24 Vagina C52 9 -- 9 Cervix uteri C53 129 3,58 129 Corpus uteri C54 154 3,81 154 Uterus niet-gespecificeerd C55 48 1,28 48 Ovarium C56 397 10,22 397 Andere vrouwelijke C57- geslachtsorganen en placenta C58 19 -- 19 Kanker van mannelijke C60- geslachtsorganen C63 854 31,76 -- -- 854 Penis C60 14 -- 14 Prostaat C61 831 30,96 831 Testis C62 9 -- 9 Andere mannelijke geslachtsorganen C63 0 -- 0 C64- Kanker van nier en urinewegen C68 593 20,49 293 7,16 886 Nier C64 217 7,35 135 3,42 352 Urinewegen C65- C66; 46 1,56 26 0,66 72 C68 Blaas C67 330 11,58 132 3,09 462 Kanker van ogen, hersenen en C69- andere delen van het centraal C72 zenuwstelsel 247 7,97 165 4,65 412 Oog en adnexen C69 2 -- 2 -- 4 Hersenvliezen en centraal C70- zenuwstelsel C72 245 7,90 163 4,61 408 C73- Kanker van endocriene klieren C75 41 1,33 42 1,05 83 Schildklier C73 20 0,65 34 0,83 54 Bijnier C74 5 -- 4 -- 9 Andere endocriene klieren C75 16 0,53 4 -- 20 Kanker op slecht omschreven, C76- secundaire en ongespecificeerde C80 plaatsen 313 10,73 330 7,96 643 Kanker van lymphoïd, bloedvormend en verwant weefsel C81- C96 710 24,31 607 14,79 1.317 Leukemie Andere kankers van lymfoïd, bloedvormend en verwant weefsel Kanker op meerdere onafhankelijke (primaire) plaatsen Ziekte van Hodgkin C81 17 0,59 12 0,34 29 Non-Hodgkin lymfomen C82- C85 211 7,18 191 4,72 402 Immunoproliferatieve aandoeningen C88 7 -- 2 -- 9 Multipel myeloom en kanker van plasmacellen C90 152 5,18 137 3,41 289 C91- C95 320 11,01 258 6,12 578 C96 3 -- 7 -- 10 C97 165 5,88 74 1,90 239 Voetnoot * de ASR wordt enkel berekend als het totale aantal sterfgevallen 20 of meer is en als het aantal voor mannen of vrouwen meer dan 5 is. Bron:, Vlaams Gewest, 2008 Afd. Informatie & Ondersteuning - 33 -

,! ) )!"!#"$!% <;) Mannen Vrouwen Totaal Doodsoorzaak Absoluut ASR Absoluut ASR Absoluut Totaal - Alle doodsoorzaken 28.801 1.033,00 28.364 649,29 57.165 Endocriene, voedings- en 1.227 E00-E99 497 17,87 730 16,0 stofwisselingsstoornissen Diabetes mellitus E10-E14 392 14,03 530 11,40 922 Bron:, Vlaams Gewest, 2008 3 611 1 611 1!"!#" $!% Doodsoorzaak <;) Mannen Vrouwen Totaal Absoluut ASR Absoluut ASR Absoluut Totaal - Alle doodsoorzaken 28.801 1.033,06 28.364 649,29 57.165 Psychische stoornissen F00-F99 886 33,92 1.584 33,07 2.470 Dementie F00-F03 720 28,45 1.475 30,45 2.195 Middelengebruik F10-F16, F18-F19 125 3,92 32 0,90 157 Andere psychische aandoeningen overige F 41 1,54 77 1,72 118 Neurologische aandoeningen G00-G99 951 33,59 1.166 26,60 2.117 Ziekte van Parkinson G20 267 9,21 221 4,80 488 Ziekte van Alzheimer G30 308 11,56 590 12,39 898 Multipele sclerose G35 34 1,10 55 1,54 89 Andere neurologische aandoeningen overige G 342 11,72 296 7,87 638 Andere oorzaken gerelateerd aan psychische problemen Suïcide X60-X84 728 23,96 299 9,26 1.027 Alcoholische leverziekte K70 216 6,69 95 2,82 311 Alcoholvergiftiging X45 of Y15 + T51.0-1, T51.9* 9 -- 3 -- 12 Vergiftiging met roesmiddelen X42 of Y12 + T40* 45 1,56 7 -- 52 Vergiftiging met X41 of Y11 2 -- 3 -- 5 + T42.3-4, T42.6-7, geneesmiddelen T43.6-9* Bron:, Vlaams Gewest, 2008 Voetnoot *: te selecteren codes in onderliggende letselcodes Afd. Informatie & Ondersteuning - 34 -

2 11) In 2008 stierven in totaal 18.813 inwoners van het Vlaamse Gewest door hart- en vaataandoeningen. Mannen stierven vooral door ischemische hartziekten (IHZ). Vrouwen stierven door minder goed omschreven hartaandoeningen (hartdecompensatie, complicaties en onduidelijk omschreven hartaandoeningen), cerebrovasculaire accidenten en ischemische hartziekten. 1)!"!#"$!% Doodsoorzaak ICD-10 Mannen Vrouwen Totaal code absoluut ASR absoluut ASR absoluut Totaal - Alle doodsoorzaken 28.801 1.033,06 28.364 649,29 57.165 Ziekten van het hart- en vaatstelsel I00-I99 8.749 322,35 10.064 217,64 18.813 Hypertensieve ziekten I10-I15 107 4,07 193 4,08 300 Ischemische hartziekten (IHZ) I20-I25 3.158 112,37 2.386 53,15 5.544 Carditis, niet-reumatisch kleplijden, niet-ischemische cardiomyopathie, ritme-en geleidingsstoornissenen Hartdecompensatie, complicaties en onduidelijk omschreven hartaandoeningen I30-I45, I47-I49 856 32,04 1.123 24,01 1.979 I46, I50- I51 2.081 80,39 2.999 63,00 5.080 Cerebrovasculaire aandoeningen (CVA) I60-I69 1.830 67,61 2.639 57,51 4.469 Andere ziekten van arteriën, arteriolen en capillairen (o.a. aneurysmata) I70-I79 494 17,86 342 7,22 836 Andere hart- en vaataandoeningen Overige I 223 8,02 382 8,67 605 Bron: alle sterftecertificaten, Vlaams Gewest, 2008 2 = 36% van alle mannen die stierven door hart-en vaatziekten in 2008 stierf door een ischemische hartziekte (IHZ). Die overlijdens vertegenwoordigen 11% van alle overlijdens bij mannen. Meer bepaald stierf 22% door een acuut myocardinfarct, 1,4% door andere (sub) acute IHZ, 13% na een chronische ischemische hartziekte. Daarnaast stierven mannen aan: hartdecompensatie, complicaties en onduidelijk omschreven hartaandoeningen (23% van alle hart- en vaatdoden, 7% van totale sterfte); en cerebrovasculaire aandoeningen (21% van alle hart- en vaatdoden, 6% van totale sterfte). Afd. Informatie & Ondersteuning - 35 -

& 11)!"!#"$! % Bron: alle sterftecertificaten, Vlaams Gewest, 2008 * kleplijden=niet-reumatisch kleplijden cardiomyopathie=niet-ischemische cardiomyopathie ritmestoornissen= ritme- en geleidingsstoornissen & 11)!!#"$! % Bron: alle sterftecertificaten, Vlaams Gewest, 2008 * kleplijden=niet-reumatisch kleplijden cardiomyopathie=niet-ischemische cardiomyopathie ritmestoornissen= ritme- en geleidingsstoornissen Afd. Informatie & Ondersteuning - 36 -

2% # Bij vrouwen is het aandeel van ischemische hartziekten (IHZ) in het totale aantal overlijdens door hart- en vaataandoeningen (24% of 8% van de totale sterfte) beduidend kleiner dan bij mannen. Bij vrouwen zijn ischemische hartziekten ook niet de grootste groep van de hart- en vaatziekten. 14% stierf door een acuut myocardinfarct, 1,2% stierf door andere (sub) acute IHZ, 8% stierf na een chronische ischemische hartziekte. Het grootste aantal vrouwen overleed echter door hartdecompensatie, complicaties en onduidelijk omschreven hartaandoeningen (31% van alle hart- en vaat overlijdens, 11% van de totale sterfte). Bijna evenveel vrouwen stierven na een cerebrovasculaire aandoening (CVA) (26% van alle hart- en vaatdoden, 9% van alle sterfgevallen). 2, 1) Hart- en vaataandoeningen zijn de belangrijkste doodsoorzaak bij mannen vanaf 70 en bij vrouwen vanaf 80 jaar. In tegenstelling tot het sterfterisico door kankers en andere nieuwvormingen blijft het sterfterisico door hart- en vaatziekten ook op hoge leeftijd nog exponentieel stijgen. De gemiddelde leeftijd van overlijden door hart- en vaataandoeningen is 80,6 jaar (77,3 voor mannen en 83,6 voor vrouwen). Dat is een hoger gemiddelde dan voor de totale sterfte (77,0 jaar). Onder de 30 jaar sterven mensen zelden door een hart- of vaataandoening. Jaarlijks zijn er gemiddeld minder dan 40 overlijdens van jonge mannen of vrouwen met als onderliggende doodsoorzaak een hart- of vaataandoening. Meestal gaat het dan om cardiomyopathie, ritme- en geleidingsstoornissen of CVA. 5.3.1 Sterfterisico per leeftijd Vanaf de leeftijdsgroep 35-39 jaar stijgt het risico voor sterfte door hart- en vaatziekten bij mannen en vrouwen exponentieel. Mannen hebben op elke leeftijd een hoger sterfterisico dan vrouwen. 1 op 12.200 mannen (8,2 op 100.000 mannelijke inwoners) en 1 op 19.500 vrouwen (5,1 op 100.000 vrouwelijke inwoners) tussen 35 en 39 jaar stierf in 2008 door hart- of vaatlijden. Ook in deze leeftijdsgroep sterven dus minder vrouwen dan mannen aan hartof vaatlijden. In de leeftijdscategorie 50-54 jaar stierf al 1 op 1.100 mannen (89 op 100.000 inwoners) aan een hart-of vaataandoening. Een sterfterisico van 1 op 1.000 is bij vrouwen pas waar te nemen in de leeftijdscategorie 60-64 jaar (100 op 100.000 inwoners). Van alle 70- tot 74-jarige mannelijke inwoners stierf bijna 1% in 2008 door hart- en vaataandoeningen (769 op 100.000 inwoners). Bij vrouwen stierf in 2008 bijna 1% van alle 75- tot 79-jarigen door een hart- of vaataandoening (868 op 100.000 inwoners). Bij personen van 90 jaar of ouder stierf in 2008 1 op 11 door hart- of vaatlijden (9.558 mannen en 8.466 vrouwen op 100.000 van 90-94 jaar). Afd. Informatie & Ondersteuning - 37 -

+1)!!"!#"$!% Let op: logaritmische schaal! Bron: alle sterftecertificaten, Vlaams Gewest, 2008 5.3.2 Evolutie sterfterisico Ten opzichte van 1999 daalde de leeftijdsspecifieke sterfte in alle leeftijdsgroepen vanaf 40 jaar. Voor mannen daalde het sterfterisico in de leeftijdsgroepen 45-89 jaar jaarlijks significant met 2 tot 4,8%. Ook voor vrouwen daalde het sterfterisico in de leeftijdsgroepen 55-94 jaar jaarlijks significant met 2 tot 5%. Deze daling was het sterkst bij mannelijke veertigers en vrouwelijke zeventigers. 5.3.3 Belangrijkste dodelijke hart- en vaataandoening per leeftijdsgroep Jonge mannen en vrouwen (jonger dan 30 jaar) die sterven aan een hart- en vaataandoening sterven het vaakst door een cerebrovasculair incident. Ook 80-89-jarigen sterven het vaakst door een cerebrovasculair incident. Bij 90-plussers die sterven door een hart- en vaataandoening wordt de dood het vaakst toegeschreven aan hartdecompensatie. In de groep 30-79-jarigen is er een verschil tussen mannen en vrouwen wat betreft de harten vaatsterfte. Mannen sterven het vaakst door een acuut myocardinfarct. Vrouwen sterven het vaakst door een cerebrovasculair incident. Afd. Informatie & Ondersteuning - 38 -

* 1)!"!#" $!% 8 Leeftijdsgroep Mannen Vrouwen 0-29 jaar Cerebrovasculaire aandoeningen (I60-I69) Cerebrovasculaire aandoeningen (I60-I69) (7 / 1%) (5 / 2%) 30-39 jaar Acuut myocardinfarct (I21-I22) Cerebrovasculaire aandoeningen (I60-I69) (8 / 2%) (8 / 4%) 40-44 jaar Acuut myocardinfarct (I21-I22) Cerebrovasculaire aandoeningen (I60-I69) (23 / 7%) (11 / 5%) 45-49 jaar Acuut myocardinfarct (I21-I22) Acuut myocardinfarct (I21-I22) (44 / 7%) (13 / 3%) 50-54 jaar Acuut myocardinfarct (I21-I22) Cerebrovasculaire aandoeningen (I60-I69) (64 / 7%) (23 / 4%) 55-59 jaar Acuut myocardinfarct (I21-I22) Acuut myocardinfarct (I21-I22) (105 / 8%) (36 / 4%) 60-64 jaar Acuut myocardinfarct (I21-I22) Cerebrovasculaire aandoeningen (I60-I69) (197 / 10%) (50 / 5%) 65-69 jaar Acuut myocardinfarct (I21-I22) Cerebrovasculaire aandoeningen (I60-I69) (163 / 7%) (78 / 6%) 70-74 jaar Acuut myocardinfarct (I21-I22) Cerebrovasculaire aandoeningen (I60-I69) (240 / 7%) (155 / 7%) 75-79 jaar Acuut myocardinfarct (I21-I22) Cerebrovasculaire aandoeningen (I60-I69) (348 / 7%) (348 / 10%) 80-84 jaar Cerebrovasculaire aandoeningen (I60-I69) Cerebrovasculaire aandoeningen (I60-I69) (448 / 8%) (616 / 11%) 85-89 jaar Cerebrovasculaire aandoeningen (I60-I69) Cerebrovasculaire aandoeningen (I60-I69) (386 / 9%) (745 / 12%) 90-94 jaar Hartdecompensatie (I50) Hartdecompensatie (I50) (137 / 8%) (401 / 11%) 95 jaar + Hartdecompensatie (I50) Hartdecompensatie (I50) (72 / 13%) (292 / 13%) bron:alle sterftecertificaten, Vlaams Gewest, 2008 23 1) 0...)% Zoals de totale sterfte, daalt de sterfte door hart- en vaataandoeningen jaar na jaar. Rekening houdend met de verschillende leeftijdssamenstelling van onze mannelijke en vrouwelijke bevolking, blijkt dat er significant minder vrouwen sterven door hart- en vaatziekten dan mannen. De sterftecijfers van de mannen dalen wel sneller dan die van de vrouwen. De hart- en vaatsterfte bij mannen daalde jaarlijks gemiddeld met 15 per 100.000 inwoners in de periode 1999-2008. De hart- en vaatsterfte bij vrouwen daalde jaarlijks gemiddeld met 10 per 100.000 inwoners in de periode 1999-2008. Afd. Informatie & Ondersteuning - 39 -