De namen van de koning Daniel Soliman Als liefhebber van het Oude Egypte bent u vast bekend met een groot aantal koningsnamen. Ramses II, Toetanchamon, Sesostris III, u heeft zeker weten van deze koningen gehoord. Hun namen klonken in het Egyptisch waarschijnlijk heel anders. Dat komt ondermeer doordat wij vandaag de dag vaak vormen van deze namen gebruiken die door Griekse geschiedschrijvers werden gehanteerd. Zo schrijft men vaak Sesostris en Cheops voor koningsnamen die in het Egyptisch geschreven werden als Senwosret en Choefoe. Daarnaast telden de Egyptenaren hun koningen niet met Latijnse getallen zoals wij dat doen om bijvoorbeeld Amenemhat I en Amenemhat II uit elkaar te houden. In Egypte werden deze koningen onderscheiden met behulp van andere namen. Vanaf de vijfde dynastie kende de koning er vijf. Ze worden hier kort besproken. De Horus-naam Met de Horus-naam identificeert de levende koning zich met de valkengod Horus, ondermeer de god van het koningschap, en opvolger van zijn vader Osiris. Deze naam komt al voor vanaf de eerste dynastie. De naam wordt ingeluid door de Horus-valk, terwijl de naam zelf vaak geschreven is in een rechthoek waarvan de onderkant een schematische voorstelling is van een Egyptische paleisfaçade met haar typische inhammen, de serech in het Egyptisch, en dus opnieuw een verwijzing naar het koningschap.
Ivoren label met midden-boven de Horus-naam van Den, eerste dynastie (BM EA 55586). De serech-façade van het Djoser-complex in Sakkara
De Beide Meesteressen-naam De tweede naam van de koning wordt altijd voorafgegaan door deze groep hiërogliefen:. Hierin zijn twee beschermgodinnen afgebeeld. De gier is de godin Nechbet, de cobra is de godin Wadjet, en zij vertegenwoordigen respectievelijk Opper- en Neder-Egypte. Samen stellen zij de vereniging van het land Egypte voor, en het paar wordt ook wel afgebeeld op de hoofdband van de kroon van de koning zoals in het dodenmasker van Toetanchamon. In de eerder genoemde hiërogliefengroep zijn de gier en de cobra bovenop het teken geschreven dat hier een afkorting is voor het woord nb.t, meesteres. Daarom wordt dit ookwel de Beide-Meesteressennaam genoemd. De titulatuur van koning Sesostris I met in de bovenste regel de Horus-naam (zonder serech-kader) en de kroningsnaam, en in de onderste regel de Beide Meesteressen-naam en de Zoon van Re-naam. De Horus van Goud-naam De derde naam van de koning wordt altijd vooraf gegaan door de hiërogliefen. De groep stelt de Horus-valk voor, gezeten op het teken, dat staat voor het woord nbw goud. We lezen dit als Horus van Goud. Deze naam is voor het eerst geattesteerd in de vierde dynastie. Met deze naam associeert de koning zich opnieuw met Horus. Het goud verwijst waarschijnlijk naar de goddelijkheid van de koning, omdat de Egyptenaren hun goden beschreven als wezens met lichamen van goud. De Kroningsnaam De vierde naam van de koning groeide uiteindelijk uit tot de belangrijkste van alle vijf namen. De naam wordt doorgaans voorafgegaan door de titel n(y)-sw.t bi.ty, hij die behoort tot de bies en tot de bij. Deze titel is een andere verwijzing naar de koning als heerser over het gehele land Egypte, omdat de bies het embleem van Opper-Egypte is en de bij dat van Neder-Egypte. Bijna iedere koning had een kroningsnaam met daarin het element ra, de naam van de zonnegod Re. Zo
luidt de kroningsnaam van Toetanchamon nb-xpr.w-ra, Heer-van-alle-vormen-van-Re. De naam wordt altijd in een omkadering,, geschreven die egyptologen een cartouche noemen en een samengeknoopt touw voorstelt. De Egyptenaren verwezen naar de cartouche met een woord dat ook cirkel betekent. Dit woord is waarschijnlijk verbonden met een Egyptische voorstelling van de wereld als datgene dat door de zon wordt omcirkeld. Door de naam van de koning in deze cirkel te plaatsen wordt de majesiteit gepresenteerd als heerser van de wereld. De titulatuur van koning Amenhotep I met in de bovenste regel de Horus-naam (zonder serechkader), en in de onderste regel de Beide Meesteressen-naam en de Horus van Goud-naam. De Zoon van Re-naam De vijfde naam is de naam die aan de koning werd geschonken bij zijn geboorte, en dus op een moment waarop het nog helemaal niet zeker was of de koningszoon zijn vader zou opvolgen. Dit was toch vaak het geval. Het was een Egyptische traditie om een zoon te vernoemen naar zijn grootvader of zijn vader, en dit gebruik kwam ook in de koninklijke familie voor. Zo kende de elfde dynastie drie koningen met de naam Intef en vier met de naam Montoehotep, terwijl er in de twaalfde dynastie drie koningen met de naam Sesostris en vier met de naam Amenemhat waren. De twintigste dynastie wordt bijna geheel gevormd door koningen met de naam Ramses. De vijfde naam is de naam die tegenwoordig door Egyptologen doorgaans gebruikt wordt om naar een bepaalde koning te verwijzen. De naam wordt ingeleid door de titel werd deze naam geschreven in een cartouche. sa ra zoon van Re. Net als de kroningsnaam
De kroningsnaam en de Zoon van Re-naam van Thoetmozes II 2016