EEN RAAMPLAN VOOR DOCENTCOMPETENTIES BINNEN HET MEDISCH OPLEIDINGSCONTINUÜM Taakgroep OnderwijsCommissie Disciplineoverleg Geneeskunde/ Werkgroep Docentprofessionalisering Nederlandse Vereniging voor Medisch Onderwijs 3. Samenstelling van de competentie kennis vaardigheden attitude W.M.Molenaar A.Zanting P.van Beukelen W.de Grave J.A.Baane J.A.Bustraan R.Engbers Th.E.Fick J.C.G. Jacobs J.M.Vervoorn 2. Organisatieniveau 1. Taakgebieden 5. toe ts ing 6. e valuatie 4. be ge le iding Macro (leidend) Meso (coördinerend) Micro (uitvoerend) 3. uitvoe ring 1. ontw ik ke ling 2. or ganisatie Gedrag in specifieke context
1. Nadere toelichting op de uitwerking van de competenties 1.1. Overzicht van taakgebieden en deeltaken 1.2. Toelichting bij indeling in organisatieniveaus 1.3. Toelichting bij opbouw competenties 2. Uitwerking competenties per deeltaak 2.1. 2.2. Organisatie 2.3. Uitvoering 2.4. Begeleiding 2.5. Toetsing 2.6. Evaluatie UITWERKING VAN DE COMPETENTIES
1.1 Overzicht van taakgebieden en deeltaken. DEELTAKEN 1. Exploratie & oriëntatie 2. Leerdoelen, middelen en toetsing 3. Implementatie Facilitering en bewaking van de implementatie 4. Reflectie/ conclusie TAAKGEBIEDEN Organisatie Uitvoering Begeleiding Toetsing Evaluatie Onderwijskundige Context binnen de Actuele stand van Analyse van de Relevante regels en Voorgaande evaluaties principes, context organisatie zaken binnen het begeleidingsbehoefte richtlijnen en onderwijskundige en inhoud vakgebied en de context en context Formele en informele evaluatie Voorbereiden en organiseren van het onderwijs Keuze uit beschikbare middelen in de organisatie Communicatie en conclusies m.b.t. de organisatie 5. Leiderschap Samenwerking binnen de organisatie onderwijsomgeving Aanpassen van de inhoud en verdelen van de studielast Begeleiden van het leerproces; rolmodel zijn Reflectie op het gegeven onderwijs en de eigen rol als docent Ondersteuning bij het (her)definiëren van de begeleidingsbehoefte Observatie en feedback Afronden van en reflectie op de begeleiding Samenstellen van de toets Uitvoering geven aan de toets (criteria; omgevingsfactoren) Analyse en interpretatie van de resultaten binnen de organisatie Voorbereiding van de evaluatie Uitvoeren van de evaluatie en rapportage van de uitkomsten Bijdrage aan kwaliteitszorg en onderzoek
1.2 Organisatieniveaus Niveaus Micro (uitvoerend) Meso (coördinerend) Macro (leidend) vooral uitvoerend, gericht op een onderwijseenheid, zoals college, werkgroepbijeenkomst, begeleiding student/aios, casusbespreking, bedside teaching coördinerend en ontwikkelend gericht op een samenhangend onderdeel van een (vervolg)opleiding, zoals modulen, blokken, lijnen, coschap, disciplineoverstijgend onderwijs, of stage binnen een vervolgopleiding beleidsbepalend, gericht op (vervolg)opleidingsniveau, grote of meerdere onderdelen van een (vervolg)opleiding of opleidingscluster 1.3 Opbouw van competenties Beschrijvingen de docent Competentie (gedrag in specifieke context) doet, laat zien 1. kennis kent, weet 2. vaardigheid kan 3. attitude is bereid, vindt In de navolgende uitwerkingen per taakgebied zijn kennis, vaardigheden en attitude niet nader uitgewerkt
2.1 Taakgebied (OW): Dit kan zowel het ontwikkelen van geheel nieuw onderwijs betreffen als het verder ontwikkelen van bestaand onderwijs. OW 1 Exploratie & oriëntatie OW.1.-mi Oriënteert zich, inhoudelijk en didactisch, op het eigen onderwijs en brengt dit in relatie met doelen/principes/randvoorwaarden van het onderdeel van de (vervolg)opleiding waarvan het eigen onderwijs deel uitmaakt. Gebruikt daarbij eventueel voorgaande evaluaties. OW.1.-me Oriënteert zich, inhoudelijk en didactisch, op het onderdeel, waarvoor verantwoording wordt gedragen en brengt dit in relatie met doelen/principes/randvoorwaarden van de (vervolg)opleiding waarvan het deel uitmaakt. Gebruikt daarbij eventueel voorgaande evaluaties en onderwijskundige literatuur. OW.1.-ma Oriënteert zich, inhoudelijk en didactisch, op (delen van) een (vervolg)opleiding en brengt dit (deze) in relatie met facultaire, disciplinaire, landelijke en/of internationale kaders. Analyseert en beoordeelt beleidsrapporten en onderwijskundige literatuur op dit gebied kritisch. OW 2 OW 3 Implementatie OW.2.-mi Ontwerpt effectief en consistent eigen onderwijs (doelen, werkvormen, toetsing) en stemt dit onderwijs af op dat van anderen. OW.3.-mi Zorgt ervoor dat het eigen onderwijs op bedoelde wijze geïmplementeerd wordt en regelt daarbij randvoorwaarden en organisatie. OW.2.-me Ontwerpt en coördineert de ontwikkeling van effectief en consistent onderwijs (doelen, werkvormen, toetsing) van een onderdeel van een (vervolg)opleiding passend binnen het geheel van de (vervolg)opleiding. OW.3.-me Zorgt ervoor dat een onderdeel van een (vervolg)opleiding op bedoelde wijze geïmplementeerd wordt en regelt daarbij randvoorwaarden en organisatie. OW.2.-ma Initieert en ontwikkelt beleid gericht op bijstelling/vernieuwing van (onderdelen van) de (vervolg)opleiding of op een nieuw te ontwikkelen de (vervolg)opleiding. OW.3.-ma Zorgt ervoor dat een (vervolg)opleiding op bedoelde wijze geïmplementeerd wordt en regelt daarbij randvoorwaarden en organisatie. OW 4 Reflectie/conclusie OW.4.-mi Verzamelt en interpreteert (formele en informele) informatie over ontwerp en implementatie van het eigen onderwijs en trekt hieruit conclusies. OW.4.-me Verzamelt en interpreteert (formele en informele) informatie over ontwerp en implementatie van een onderdeel van een (vervolg)opleiding en trekt hieruit conclusies. OW.4.-ma Verzamelt en interpreteert (formele en informele) informatie over het ontwerp en de implementatie van (delen van) een (vervolg)opleiding en trekt hieruit conclusies.
2.2 Taakgebied Organisatie (OR): Dit betreft het geheel van logistiek rondom het verzorgen van onderwijs. OR 1 Exploratie & oriëntatie OR 2 OR 3 Implementatie OR.1.-mi Oriënteert zich op de wijze waarop onderwijs binnen de eigen eenheid (discipline groep, vakgroep of afdeling) of het betreffende deel van de (vervolg)opleiding is georganiseerd (planning, logistiek, materialen, financiën, etc.) en relateert de organisatie van het eigen onderwijs hieraan. OR.2.-mi Plant en organiseert het eigen onderwijs wat betreft voorbereiding, uitvoering, toetsing en evaluatie. OR.3.-mi Maakt efficiënt gebruik van beschikbare / noodzakelijke middelen voor het eigen onderwijs. OR.1.a-me Oriënteert zich op de organisatie van onderwijs binnen de gehele (vervolg)opleiding en brengt de organisatie van het deel van de (vervolg)opleiding hiermee in onvereenstemming. OR.2.a-me Plant en organiseert een onderdeel van een (vervolg)opleiding wat betreft voorbereiding, uitvoering, toetsing en evaluatie. OR.2.b-me Plant en stuurt de inzet van docenten of opleiders die onderwijs geven (microniveau) binnen het onderdeel van een (vervolg)opleiding waarvoor verantwoordelijkheid wordt gedragen, rekening houdend met specifieke kwaliteiten en expertise. OR.3-me Zorgt voor de juiste randvoorwaarden, middelen en materialen, zodat de uitvoerende docenten (microniveau) hun onderwijstaken naar behoren kunnen uitvoeren. OR.1.-ma Oriënteert zich op de organisatie van onderwijs binnen de universiteit of vervolgopleiding(en) en brengt dit in relatie met de organisatie van (de onderdelen van)de (vervolg)opleiding waarvoor verantwoordelijkheid wordt gedragen. OR.2.a-ma Plant en organiseert, (onderdelen van) de (vervolg)opleiding wat betreft voorbereiding, uitvoering, toetsing en evaluatie. OR.2.b-ma Plant en stuurt de inzet van docenten of opleiders die verantwoordelijkheid dragen voor (onderdelen van) de (vervolg)opleiding of de opleiding (mesoniveau), rekening houdend met specifieke kwaliteiten en expertise. Draagt er zorg voor dat binnen de organisatie tijd beschikbaar is voor onderwijs en opleiding. OR.3-ma Zorgt voor de juiste randvoorwaarden, middelen en materialen, zodat de docenten op mesoniveau hun onderwijstaken naar behoren kunnen inrichten.
2.2 vervolg OR 4 Reflectie/ conclusie OR 5 Leiderschap OR.4.-mi Communiceert helder over de organisatie van het eigen onderwijs en werkt effectief samen met andere betrokkenen zoals studenten/aios, mededocenten, ondersteunend personeel en de coördinator/opleider (mesoniveau). OR.5.-mi Geeft open en constructief leiding aan medewerkers (b.v. student-assistenten, aios en ondersteunend personeel) binnen het eigen onderwijs. OR.4-me Communiceert helder over de organisatie van het onderdeel van de (vervolg)opleiding waarvoor verantwoordelijkheid wordt gedragen, en werkt effectief samen met docenten/ opleiders (microniveau), andere coördinatoren (mesoniveau) en de leiding van de (vervolg)opleiding (macroniveau). OR.5-me Geeft open en constructief leiding aan alle docenten en andere betrokkenen die binnen het betreffende onderdeel van de (vervolg)opleiding werkzaam zijn op microniveau. OR.4.-ma Communiceert helder over de organisatie van (onderdelen van) curriculum of de opleiding en werkt effectief samen met bestuurders en beleidsmakers van de betreffende organisatie, zoals faculteit, universiteit of wetenschappelijke vereniging, en met het beroepsveld. OR.5.-ma Geeft open en constructief leiding aan alle docenten en andere betrokkenen die binnen de betreffende (onderdelen van) de (vervolg)opleiding werkzaam zijn op mesoniveau.
2.3 Taakgebied Uitvoering (UI): Dit betreft het daadwerkelijk geven van onderwijs (het ontwikkelen is in een eerdere fase al gebeurd, toetsing en evaluatie volgen later). UI 1 Exploratie & oriëntatie UI.1.-mi Orienteert zich op de actuele stand van zaken binnen het eigen vakgebied en op de context waarin het eigen onderwijs gegeven wordt (b.v. klinisch versus nietklinisch; filosofie van het lokale curriculum; uitgangspunten van de medische vervolgopleidingen; etc.). Oriënteert zich op de onderwijskundige principes die ten grondslag liggen aan het te geven eigen onderwijs. UI 2 UI 3 Implementatie UI 4 Reflectie/conclusie UI.2.-mi Brengt de inhoud van het eigen onderwijs up to date en verdeelt de onderwijslast voor de student/aios over de beschikbare tijd; houdt een goede agenda bij van de onderwijstaken en ruimt er voldoende (voorbereidings)tijd voor in. UI.3.-mi Begeleidt het leerproces van de student/aios bij het leren, is een rolmodel voor de student/aios en enthousiasmeert; is duidelijk in wat er van de student/aios verwacht wordt en over de eigen rol als docent/ opleider. UI.4.-mi Reflecteert op het gegeven onderwijs en de eigen rol daarin, bestudeert de onderwijsevaluatie en stelt op basis daarvan, zonodig, het gegeven onderwijs bij. In de visie van de werkgroep vindt de daadwerkelijke uitvoering van onderwijs vrijwel steeds plaats op het microniveau van de organisatie. Verwante activiteiten die op meso- (en macro)niveau plaatsvinden zijn a) de onderwijskundige scholing van docenten en b) de vakinhoudelijke nascholing van stafleden. Deze activiteiten zijn in dit kader niet verder uitgewerkt.
2.4 Taakgebied Begeleiding (BG ): Dit betreft de begeleiding van het leerproces (cognitief, metacognitief en affectief) van studenten en aios (microniveau) en de begeleiding bij de werkuitvoering van docenten (meso- en macroniveau). BG 1 Exploratie & oriëntatie BG.1.-mi Analyseert de begeleidingsvraag van de student/aios en komt met een passend voorstel voor begeleiding. De docent/opleider neemt geregeld initiatief tot afstemming van begeleidingsvraag en -aanbod. Verwijst zo nodig. BG.1.-me Analyseert de begeleidingsvraag van minder ervaren docenten/opleiders (microniveau) en komt met een passend voorstel voor begeleiding. n.v.t. BG 2 BG.2.-mi Ondersteunt de student/aios bij het (bij)stellen van diens leerdoelen en het kiezen uit alternatieve mogelijkheden om die doelen te realiseren. Stimuleert de student/aios kritisch en opbouwend te reflecteren op eigen doelen, aanpak en resultaten. Bouwt de sturing in de begeleiding gedoseerd af richting zelfsturing door de student/ aios. BG.2.-me Ondersteunt de minder ervaren docenten/opleiders (microniveau) bij het (bij)stellen van hun doelen en hierbij passende werkwijze voor hun onderwijsactiviteiten. n.v.t. BG 3 Implementatie BG.3.-mi Vormt zich voorafgaand aan en tijdens de begeleidingsgesprekken op basis van observaties (aangevuld met gegevens uit andere informatiebronnen) een onderbouwd beeld van de student/aios, diens leerproces en de mate waarin hij in staat is tot reflectie daarop. Geeft de student /aios regelmatig feedback. BG.3.-me Vormt zich op basis van observaties en begeleidingsgesprekken een onderbouwd beeld van het functioneren van de minder ervaren docent/opleider (microniveau), en de mate waarin hij in staat is tot reflectie daarop. Geeft deze regelmatig feedback. n.v.t. BG 4 Reflectie/conclusie BG.4-mi Rondt de begeleiding duidelijk af, inclusief reflectie op de gegeven begeleiding aan student/aios. Betrekt hierbij de feedback van student/aios. Staat open voor intervisie met collegae. BG.4.-me Rondt de begeleiding duidelijk af, inclusief reflectie op de gegeven begeleiding. Betrekt hierbij de feedback van de docent/opleider die werd begeleid. Staat open voor intervisie met collegae. n.v.t.
2.5 Taakgebied: Toetsing (TO): Dit betreft zowel formatieve (feedback) als summatieve (beslissende) toetsing. Alle vormen van toetsing, zoals schriftelijk, mondeling, observaties, praktijkbeoordelingen, verslagen en portfolio kunnen hierbij worden betrokken. TO 1 Exploratie & oriëntatie TO 2 TO.1.-mi Stelt zich op de hoogte van de voor het eigen onderwijs relevante regelingen, zoals de OER 1 van een curriculum of de richtlijnen voor het opleiden en toetsen van een aios voor de diverse vervolgopleidingen, zoals de discipline overstijgende eindtermen. Past deze toe op het eigen onderwijs. TO.2.a-mi Maakt voor het eigen onderwijs een onderbouwde keuze uit (een combinatie van) diverse mogelijke toetsvormen, die helder valide en betrouwbaar zijn; houdt rekening met te toetsen leerdoelen en leeractiviteiten; maakt onderscheid tussen formatieve toetsing (feedback) en summatieve (beslissende) toetsing. TO.1.-me Stelt zich op de hoogte van de relevante regelgeving voor het onderdeel van de (vervolg)opleidingl waarvoor verantwoordelijkheid wordt gedragen. Formuleert de regelgeving rondom de toetsing van dit onderdeel op een voor docent/opleider en student/aios duidelijke manier en maakt deze tijdig bekend. TO.2.a-me Maakt voor het onderdeel van een (vervolg)opleiding waarvoor verantwoordelijkheid wordt gedragen een onderbouwde keuze uit (een combinatie van) toetsvormen die helder valide en betrouwbaar zijn; houdt rekening met te toetsen leerdoelen en leeractiviteiten; maakt onderscheid tussen formatieve toetsing (feedback) en summatieve (beslissende) toetsing. TO.1.-ma Levert een inhoudelijke bijdrage aan het opstellen van de voor de (vervolg)opleiding relevante regelingen. Levert op grond van evaluatiegegevens, onderzoek van onderwijs en literatuur een bijdrage aan de verdere ontwikkeling van het toetsbeleid van de (vervolg)opleiding. TO.2.a-ma Maakt voor (onderdelen van) de (vervolg)opleiding een onderbouwde keuze uit (een combinatie van) toetsvormen die helder valide en betrouwbaar zijn; houdt rekening met te toetsen leerdoelen en leeractiviteiten; maakt onderscheid tussen formatieve toetsing (feedback) en summatieve (beslissende) toetsing. 1 Onderwijs- en Examenregeling
2.5 vervolg TO 2 TO.2.b-mi Levert een bijdrage aan het maken van een toets. TO 3 Implementatie TO 4 Reflectie/conclusie TO.3.-mi Formuleert duidelijk wat er van de student/aios tijdens de toets verwacht wordt (criteria). Draagt zorg voor een eerlijke toetsafname en toetssituatie. Past de geformuleerde criteria toe bij de beoordeling. TO.4.a-mi Trekt conclusies uit de resultaten van een toets wat betreft de prestaties van de student/aios (alsook wat betreft het eigen onderwijs). TO.4.b-mi Geeft op basis van evaluatiegegevens verbeterpunten in de eigen bijdragen aan de toets aan en implementeert deze. TO.2.b-me Stelt een gehele toets samen voor het onderdeel van de (vervolg)opleiding waarvoor verantwoordelijkheid wordt gedragen. TO.2.c-me Stuurt een toetsteam aan en fungeert als vraagbaak voor anderen. Adviseert, coacht en/of geeft leiding aan een docententeam in de ontwikkeling van een toets. TO.3.-me Draagt de organisatorische verantwoordelijkheid voor de toetsing binnen het onderdeel van een (vervolg)opleiding, waarvoor verantwoordelijkheid wordt gedragen. TO.4.a-me Interpreteert de betrouwbaarheid, validiteit, acceptatie, het leereffect en de (personele) kosten van een toets en verbindt hieraan conclusies. TO.4.b-me Geeft op basis van evaluatiegegevens verbeterpunten in de toets aan en implementeert deze. TO.2.b-ma Ontwerpt en is inhoudelijk verantwoordelijk voor een samenhangend toetsplan voor (onderdelen van) een (vervolg)opleiding. TO.2.c-ma Stuurt een volledig toetsprogramma aan en fungeert als vraagbaak voor anderen. Adviseert, coacht en/of geeft leiding aan een docententeam tijdens de ontwikkeling van een toetsprogramma van een (vervolg)opleiding. TO.3.-ma Draagt de organisatorische verantwoordelijkheid voor de toetsing in (onderdelen van) een (vervolg)opleiding. TO.4.a-ma me Interpreteert de betrouwbaarheid, validiteit, acceptatie, het leereffect en de (personele) kosten van een toetsprogramma voor een (vervolg)opleiding en verbindt hieraan conclusies. TO.4.b-ma Geeft op basis van evaluatiegegevens verbeterpunten in het toetsprogramma aan en monitort deze.
2.6 Taakgebied: Evaluatie (EV): Dit betreft alle aspecten van het gehele onderwijsproces inclusief kwaliteitszorg. EV 1 Exploratie & oriëntatie EV 2. EV 3 Implementatie EV.1.-mi Orienteert zich op de didactische en organisatorische context van het eigen onderwijs en bestudeert eventuele eerdere evaluaties EV.2.-mi Draagt bij aan kwaliteitsbeleid van het eigen onderwijsonderdeel d.m.v. het voorbereiden van evaluaties, daarbij gebruik makend van eventuele eerdere evaluaties. EV.3.-mi Evalueert op informele en formele wijze het eigen onderwijs (zelfevaluatie, evaluatie door student/aios, peer-evaluatie). Rapporteert op inzichtelijke wijze over de evaluatiebevindingen aan studenten/aios, collega s en leidinggevende m.b.t. het eigen onderwijs, en doet gefundeerde suggesties voor verbeteringen van het eigen onderwijs en het onderdeel onderwijs waarvan het eigen onderwijs deel uitmaakt. EV.1.-me Orienteert zich op de didactische en organisatorische context van een onderdeel van een (vervolg)opleiding en bestudeert eventuele eerdere evaluaties EV.2.-me Draagt bij aan kwaliteitsbeleid van een onderdeel van een (vervolg)opleiding d.m.v. onderwijs- en organisatorische maatregelen vooraf, gebruik makend van eventuele eerdere evaluaties EV.3.-me Voert evaluatiebeleid zoals vastgesteld uit (of laat dit uitvoeren) en levert daarbij een bijdrage aan de monitoring van de kwaliteit van een onderdeel van een (vervolg)opleiding. Rapporteert op inzichtelijke wijze over de evaluatiebevindingen van een onderdeel van een (vervolg)opleiding en bespreekt deze met docenten, studenten/aios, staf en management. Legt verantwoording af over het rendement van de kwaliteitsbewaking aan het hoger management (bewaking). Doet praktische en beleidsmatige suggesties voor de verbetering van het evaluatiebeleid. EV.1/2.-ma Orienteert zich op (internationale) richtlijnen voor kwaliteitszorg op het niveau van een (vervolg)opleiding en bestudeert eventuele eerdere evaluaties Bereidt voor en verricht werkzaamheden voor de accreditatie (visitatie), als concreet extern verantwoordingsproces voor de zorg voor kwaliteit van (onderdelen van) een (vervolg)opleiding. EV.3.-ma Stelt een zelfevaluatie op over een (vervolg)opleiding en rapporteert n.a.v. de accreditatie of visitatie aan het bestuur van de instelling. Gebruikt daarbij geobjectiveerde gegevens en resultaten van diverse kwaliteitszorgprocessen. Is betrokken bij de kwaliteitszorg van andere opleidingen.
2.6 vervolg EV 4 Reflectie/conclusie EV.4.-mi Draagt door middel van de evaluaties bij aan het kwaliteitsbeleid (o.a. eigen en andermans deskundigheid) en doet daartoe op methodische wijze onderzoek naar het effect van eigen gedrag in de onderwijssituatie en/of het rendement van het eigen gegeven onderwijs. EV.4.-me Levert een bijdrage aan de toetsing en ontwikkeling van de kwaliteitszorg in brede zin en participeert daartoe in onderwijsonderzoek EV.4.-ma Voert kwaliteitszorgbeleid uit voor (onderdelen van) de eigen of een andere (vervolg)opleiding (visitatie), stuurt de diverse processen aan, houdt toezicht en innoveert op basis van signalen het beleid (evaluatiebeleid, deskundigheidsbevordering, onderzoek, randvoorwaarden en middelen). Initieert en ontwikkelt onderzoeksbeleid en stimuleert medewerkers tot het doen van onderzoek.