LB 8-70. Trillende lucht > Lees Hoe praten we? > Lees Dat klinkt mooi! Maak de zin af. Geluid is Zet de volgende zinnen in de goede volgorde. Zet er het juiste cijfer voor. Je borstkas versterkt het geluid. Je blaast lucht uit je longen. Je stembanden gaan trillen. Maak de zin af. Een klankkast: is een hard geluid. is een ruimte die geluid versterkt. is trillende lucht. is een trillende snaar. Verbind de woorden met de juiste plaats in de tekening. klankkast longen stembanden Zet een kruisje bij de klankkast van elk muziekinstrument. strottenhoofd adamsappel
> Lees Duidelijk praten. > Lees Beschadigingen. Welke uitspraken zijn juist? Met je tong en lippen vorm je woorden. Je kunt met dichte mond praten. Buiksprekers praten met hun buik. Buiksprekers hebben jaren geoefend. Duidelijker praten is je lippen en tong beter bewegen. > Lees Hoe werkt het oor? 8 Jorgen gaat naar de disco. Welke uitspraken over de disco zijn juist? De muziek kan veel te hard staan. Jorgen kan zijn gehoor beschadigen. Harde muziek kan nooit kwaad. Zijn trommelvlies kan scheuren. Zijn oorschelp kan beschadigd raken door harde dreunen. Zijn gehoor wordt scherper. 7 Trek een lijn van elk woord naar de juiste plaats op de tekening. 9 Zoek vijf dingen in je omgeving die geluid maken of waarmee je geluid kunt maken. Vul het schema in. Doe het als het voorbeeld. oorschelp zenuwen Dit maakt geluid klok aambeeld Hoe maakt het geluid? Hij tikt. hamer trommelvlies slakkenhuis Is het geluid hard of zacht? zacht stijgbeugel
LB 7-7. Dieren en hun oren > Lees Onzichtbare oren. > Lees Draaibare oren. Wat zijn de voordelen van draaibare oren voor een dier? Bij vogels kun je de oren niet zien. Hoe weet je toch dat ze kunnen horen? > Lees Zien met de oren. > Lees Grote en kleine oren. Zet de zinnen in de goede volgorde. Geef ze het juiste nummer. Bekijk de afbeelding. Kleur de oren van de dieren die in een koud klimaat leven blauw. Kleur de oren van de dieren die in een warm klimaat leven rood. Hij vliegt naar zijn prooi. Ze kaatsen tegen insecten. Nu weet hij waar de prooi vliegt. Een vleermuis maakt pieptonen. De vleermuis vangt de echo op. > Lees Onder water. Teken hoe het geluid gaat bij echolocatie van een dolfijn. Een nijlpaard leeft in een warm gebied. Toch heeft hij kleine oren. Bedenk waarom dat zo is. Hij kan er toch niet mee horen. Dat zwemt onder water beter dan met grote oren. Zo heeft hij minder last van vliegen. 7 Zoek een dier in je omgeving. Hoe zien zijn oren eruit? Kunnen ze bewegen? Teken de oren na op een vel papier.
LB 7-7. Van hoog tot laag > Lees Gepiep en gebrom. Dit muziekinstrument heet een panfluit. Zet een kruisje in de pijp die de laagste toon geeft. Zet een rondje in de pijp die de hoogste toon geeft. > Lees Hamertjes en Slaan en Opgerolde buis. Kleur alle snaarinstrumenten rood. Kleur alle slaginstrumenten blauw. Kleur alle blaasinstrumenten geel. Welke uitspraken zijn juist? Muziek heeft hoge en lage tonen. Hoge tonen maak je alleen met snaren. Korte snaren geven een hoge toon. Strakke snaren geven een lage toon. Oudere mensen horen geen hoge tonen. Een krekel maakt hoge tonen. Wanneer is een Dazer handig? 7
> Lees Overal doorheen. > Lees Snelheid. a Leg je hoofd met één oor op tafel. Tik met je pen of potlood zachtjes op dezelfde tafel. Wat valt je op? 7 Paul ziet een bliksemflits en telt tot hij de donder hoort. Hij telt 9 seconden. Hoe ver weg is de bliksem? 8 a Verzamel twee of meer elastiekjes. Span ze rond een doos of kistje. Bijvoorbeeld je tekendoos of broodtrommel. Je hebt nu een gitaar gemaakt. b Haal nu je hoofd van tafel, terwijl je door blijft tikken. Wat valt je op? b Sla de snaren van je elastiekjesgitaar één voor één aan. Welk elastiekje geeft de hoogste toon? Kijk naar afbeelding op bladzijde 7 in je boek. Leg uit waarom indianen vroeger hun oor op de trainrails legden. c Welk elastiekje geeft de laagste toon? 8 d Probeer de tonen te veranderen door de elastiekjes strakker te maken.
LB 77-79 > Lees Luchtdruk.. Lucht > Lees Wat zit er in de lucht? Wat ademen mensen in? Zet daar een blauw rondje omheen. Wat ademen mensen uit? Zet daar een rood rondje omheen. zuurstof koolzuurgas Welke zinnen zijn juist? Lucht weegt niets. Op een boek drukt wel duizend kilo lucht. Luchtdruk is het gewicht van de lucht. Lucht drukt alleen van boven. Lucht drukt van alle kanten. Een auto zakt niet door een tafel. > Lees Sterke lucht. Welke stoffen komen in de lucht door deze acties? Zet een kruisje bij het voedsel dat vacuüm verpakt is. 9 9_WB_WddN.indb 9 8-0-009 :8:
Bedenk een bijschrift bij deze afbeelding. > Lees Opstijgende lucht. 7 Kleur de rondjes voor de zinnen die juist zijn. Warme lucht daalt. In een luchtballon wordt de lucht verwarmd. In een luchtballon zit een ventiel. Uit het ventiel ontsnapt koude lucht. 8 Welke ballon daalt? Zet er een kruisje bij. 9 Hoe lang kun jij je adem inhouden? > Lees Banden vol lucht. Bekijk de afbeelding. In welke band is de luchtdruk het grootst? Zet bij die band een kruisje. Wereldrecord adem inhouden David Blaine heeft op mei 008 zijn adem 7 minuten en seconden ingehouden! Dit deed hij onder water, zodat iedereen zeker zou weten dat hij niet vals speelde. Hij heeft er jaren voor getraind. Probeer je adem zo lang mogelijk in te houden. Meet de tijd met een stopwatch of een horloge met een secondewijzer. De tijd dat ik mijn adem kon inhouden, was seconden. 0 9_WB_WddN.indb 0 8-0-009 :8:
LB 80-8 Geluid samenvatting Trillende lucht Streep de foute woorden door. Geluid wordt versterkt door een trilling/ klankkast. Mensen maken geluid met hun stembanden/lippen. Die zitten in hun borstkast/strottenhoofd. Van hoog tot laag Vul de instrumenten op de juiste plek in het schema in. Kies uit: trompet trom gitaar pauk fluit piano snaarinstrument blaasinstrument slaginstrument Vul in. Geluid gaat van: de oorschelp naar het van hamer naar van stijgbeugel naar Zenuwen geven trillingen door aan de Dieren en hun oren Vul in. Veel dieren hebben Daarmee kunnen ze een horen komen. Vogels hebben oren. aan aan de zijkant van hun kop. Vissen hebben hun oren onder hun trillingen op met hun Vleermuizen en dolfijnen gebruiken Ze vangen om een prooi te vinden. Welke zinnen zijn waar? Lange snaren geven hogere tonen. Lange snaren geven lagere tonen. Korte snaren geven hogere tonen. Korte snaren geven lagere tonen. Lucht Streep de foute woorden door. Lucht bestaat uit zuurstof/gassen. CO is zuurstof/koolzuurgas. Vacuüm is als er ergens geen/veel lucht in zit. In een fietsband is de luchtdruk groter/kleiner dan daarbuiten. Een luchtballon stijgt op door de koude/warme lucht. Luchtdruk is het gewicht van de lucht/zuurstof.