Natuurkunde in het veld



Vergelijkbare documenten
aan het water koeler is dan op het land langzamer afkoelt dan aarde

Havo 4 - Practicumwedstrijd Versnelling van een karretje

Debietmeting maken. Aan de hand van metingen aan de sloten en werken met natuurkundige formules een debietmeting leren maken.

Landschapsgenese. Aan de hand van grondboringen achterhalen hoe het land zich door de eeuwen heen gevormd heeft.

Meten is weten, dat geldt ook voor het vakgebied natuurkunde. Om te meten gebruik je hulpmiddelen, zoals timers, thermometers, linialen en sensoren.

De eenparige rechtlijnige beweging

Module D: Wie was waar op het moment van de moord?

Meander. Aardrijkskunde BAKKAARTEN THEMA 4

Het soort weer dat een land tijdens een lange periode heeft. Gebied in de wereld waar het klimaat overal hetzelfde is.

Practicum: Snel, sneller, snelst!

oppervlakte grondvlak hoogte

Foutenberekeningen. Inhoudsopgave

Examen VMBO-KB. wiskunde CSE KB. tijdvak 2 dinsdag 19 juni uur. Bij dit examen hoort een uitwerkbijlage.

Practicum hoogtemeting 3 e klas havo/vwo

Maken van een practicumverslag

Eindexamen wiskunde B1 vwo 2002-I

Werkstuk Natuurkunde Schakeling

Phydrostatisch = gh (6)

Voorbereidend Wetenschappelijk Onderwijs Tijdvak 2 Woensdag 22 juni uur

Aanvulling hoofdstuk 1 uitwerkingen

Spanning in het water natuurkunde onderzoek:

Lesbrief. Dijken. Kijken naar dijken. Afdeling Communicatie waterschap Hollandse Delta

a. De hoogte van een toren bepalen met behulp van een stok

Tabel 1: Watertemperaturen van geselecteerde rivieren Lokatie Seizoen Temperatuur ( C)

MENS & NATUUR. Inleiding

Examen Rekenen en Wiskunde

Toelichting en lesplanning bij groepswerk gelijkvormigheid voor klas 9B (havogroep)

BZL WISKUNDE Naam: Klas:

Taxibedrijf RIJKLAAR berekent voor elke taxirit een begintarief van 2,50 en per gereden kilometer 0,90.

Zon, aarde en maan. Expertgroep 3: De seizoenen. Naam leerling:... Leden expertgroep:...

Duurzaam Golfbaan Beheer. Protocol for Tests and Data Collection

Tijd. 10 min. 55 minuten

Mooie samenvatting: Stencil%20V4%20samenvatting.doc.

Inleiding tot de natuurkunde

PRACTICUM SPIERKRACHT EN TEMPERATUUR

Eindexamen wiskunde B1-2 vwo 2002-I

wiskunde CSE GL en TL

Examen VMBO-KB. wiskunde CSE KB. tijdvak 1 dinsdag 19 mei uur. Bij dit examen hoort een uitwerkbijlage.

1 oppervlakte grondvlak hoogte

LESBRIEF LOPEN ALS EEN MENS

Examen HAVO. wiskunde A1,2. tijdvak 2 woensdag 20 juni uur. Bij dit examen hoort een uitwerkbijlage.

Als l groter wordt zal T. Als A groter wordt zal T

Examen HAVO. wiskunde B1,2. tijdvak 2 woensdag 18 juni Bij dit examen hoort een uitwerkbijlage.

Een kogel die van een helling afrolt, ondervindt een constante versnelling. Deze versnelling kan berekend worden met de formule:

Eindexamen wiskunde B1 vwo 2004-II

Benodigdheden bekerglas, dompelaar (aan te sluiten op lichtnet), thermometer, stopwatch

Nederland 1% 1% 20% 62% 11% 2% 3% Europa 1% 4% 44% 36% 12% 2% 1%

CRUESLI. Een pak Cruesli heeft een massa van 375 gram. De bodem van het pak is 4,5 cm breed en 14 cm lang. 1. Bereken de oppervlakte van de bodem.

Eindexamen wiskunde B1 vwo 2005-II

Examen VWO. Wiskunde B1,2 (nieuwe stijl)

Om nu te berekenen hoeveel koelwater er per uur door een leiding stroomt, heb je een vergelijking of formule nodig. Je gebruikt de volgende formule:

Examen VWO. Wiskunde B1 (nieuwe stijl)

Examen VMBO-GL en TL. wiskunde CSE GL en TL. tijdvak 1 dinsdag 19 mei uur. Bij dit examen hoort een uitwerkbijlage.

Biotoopstudie THEMA 7

WATERKWALITEIT IN HET BEATRIXPARK

2 Landschapszones op aarde SO 1

Hoofdstuk 1 Beweging in beeld. Gemaakt als toevoeging op methode Natuurkunde Overal

Inleiding tot de natuurkunde

Examen VWO. wiskunde B1,2

Inhoud. Eenheden... 2 Omrekenen van eenheden I... 4 Omrekenen van eenheden II... 9 Omrekenen van eenheden III... 10

Kernvraag: Hoe maken we dingen warmer?

Examen HAVO. wiskunde B1. tijdvak 2 woensdag 18 juni Bij dit examen hoort een uitwerkbijlage.

Theorie: Snelheid (Herhaling klas 2)

Veranderend weer en klimaatverandering

Het weer: docentenblad

Rekenvaardigheden voor het vak natuurkunde

snelheid in m/s Fig. 2

vwo: Het maken van een natuurkunde-verslag vs

Rekenvaardigheden voor het vak natuurkunde

Eindexamen wiskunde B1 havo 2008-II

(Eerlijk) verdelen, breuken (taal), meetkunde, meten

Oefenopgaven versnelling, kracht, arbeid. Werk netjes en nauwkeurig. Geef altijd berekeningen met Gegeven Gevraagd Formule Berekening Antwoord

BEWEGING HAVO. Raaklijnmethode Hokjesmethode

10 Materie en warmte. Onderwerpen. 3.2 Temperatuur en warmte.

Examen HAVO. wiskunde B (pilot) tijdvak 2 woensdag 19 juni uur

Stoeien met Statistiek

Temperatuur. Verklaring voor het verschijnsel. Bij de verbranding van het aardgas ontstaat waterdamp. Deze condenseert bij het koude glas.

Verslag Natuurkunde Caloriemeter

Examen VMBO-BB. wiskunde CSE BB. tijdvak 1 vrijdag 24 mei uur

voorbeeld Zonnewagen Aantekeningen voor de leerkracht

Proefopstelling Tekening van je opstelling en beschrijving van de uitvoering van de proef.

Practicum bodemonderzoek

OP GROND VAN ISOLATIE

Natuurkunde - MBO Niveau 4. Beweging

Examen VWO. wiskunde B1 (nieuwe stijl)

Voorbeeldexamen Wiskunde B Havo

CRUESLI. Een pak Cruesli heeft een massa van 375 gram. De bodem van het pak is 4,5 cm breed en 14 cm lang. 1. Bereken de oppervlakte van de bodem.

Naam: Klas: Practicum: de maximale snelheid bij rennen en de maximale versnelling bij fietsen

Practicum algemeen. 1 Diagrammen maken 2 Lineair verband en evenredig verband 3 Het schrijven van een verslag

TUINCENTRUM VIJVERPOMP

Van slinger. tot seismograaf

LAGE WATERSTAND IN DE RIJN

Eindexamen wiskunde B1-2 havo 2005-I

Eindexamen wiskunde A1-2 havo 2007-II

Werk het Practicum Functies en de [GR] door tot aan Families van functies. Onthoud alvast de uitdrukking karakteristieken van een functie.

Teken: pak ze voor ze jou pakken

7,5. Samenvatting door Anne 867 woorden 12 april keer beoordeeld. Aardrijkskunde. paragraaf 2. klimaten wereldwijd.

Transcriptie:

Natuurkunde in het veld Voorwoord: Het natuurkundige deel van het vakoverstijgend project Dinkel heeft als titel Natuurkunde in het veld. Hierin gaan jullie een aantal natuurkundige zaken in en aan de Dinkel onderzoeken. De flora en fauna van de Dinkel is gerelateerd aan de natuurkundige omstandigheden van de Dinkel. Immers je kunt je voorstellen dat de natuurkundige omstandigheden in Noorwegen anders zijn als die van Nederland. Het is daarom de bedoeling dat je de flora en fauna van de Dinkel koppelt aan de natuurkundige omstandigheden. Het natuurkunde deel van dit project heet Natuurkunde in het veld. In dit thema gaan jullie een aantal natuurkundige verschijnselen in en aan de Dinkel meten. Om het een en ander te berekenen heb je natuurlijk ook de wiskunde nodig. We hebben het thema verdeeld in 3 onderdelen, het is de bedoeling dat je in een groep van 4 personen de metingen doet. A. de stroomsnelheid van het water B. watertemperatuur C. profiel van de Dinkel De metingen van de proeven watertemperatuur en profiel van de Dinkel worden tegelijkertijd gemeten.

A. De stroomsnelheid van het water. Inleiding: Wanneer je wilt weten of een rivier voldoende hemelwater/afvalwater kan afvoeren, zul je onder andere de stroomsnelheid van het water en het profiel van de rivier moeten onderzoeken. Zoals je wellicht zult weten zoekt water zich een weg van een hoog niveau naar een laag niveau, daardoor zal de loop van het water vrijwel nooit via een rechte lijn verlopen, de rivier kronkelt (met een mooi woord noemen ze dit meanderen). De stroomsnelheid zal daardoor aan het wateroppervlak niet overal gelijk zijn. Een aantal factoren die invloed hebben op de stroomsnelheid zijn: a. het meanderen van de rivier b. breedte van de rivier c. diepte van de rivier d. bodemgesteldheid in de rivier (klei, zand, leem, stenen, etc) e. obstakels (rotsen, bebossing) f. hoogteverloop g. klimatologische omstandigheden. Met de stroomsnelheid en het profiel van de rivier kun je dan bepalen hoeveel water per dag door de rivier stroomt. Je zult in de praktijk ervaren dat de stroomsnelheid van het water in de Dinkel niet overal gelijk is. Benodigdheden: 1 wit pingpong balletje 5 piketpaaltjes 1 gekleurd pingpong balletje 1 hamer 1 meetlint 2 netjes aan een stok 1 grondboor Zelf meenemen: Handdoek evt. waterlaarzen voorschriften droge sokken / kleding schrijfgerij

Werkwijze: Wij wijzen jullie een stukje van de Dinkel toe, waar jullie de metingen gaan verrichten. Zet het eerste piketpaaltje aan het begin (stroomopwaarts) van het stukje Dinkel waar jullie gaan meten in de grond (niet in het water!). Dit is de startplaats voor het pingpong balletje. Zet vervolgens, (stroomafwaarts) 10 meter verder, het volgende piketpaaltje in de grond. Voor het afpassen van de afstand moet je met het meanderen van de Dinkel meegaan. Wanneer jullie het goed hebben gedaan, dan hebben jullie uiteindelijk 4 piketpaaltjes met een onderlinge afstand van 10 meter in de grond gezet. Zie de tekening hieronder. Start (balletje) 10 m 10 m 1 e meetpunt (10 meter) A B C 2 e meetpunt (20 meter) 10 m Laatste meetpunt (30 meter) Het is de bedoeling dat jullie op 3 plaatsen de snelheid van het water bepalen. A. 1 meter van de kant af (overzijde) B. in het midden C. 1 meter van de kant af (van de zijde waar jullie staan, de meetzijde) Bij het eerste staat een leerling met het pingpongballetje en bij elk volgend piketpaaltje staat een leerling met een stopwatch. Op het moment dat het pingpongballetje door de eerste leerling in het water wordt gelegd (dus niet gooien! Dit heeft nl. invloed op de meetresultaten!) worden alle stopwatches gestart. De eerste leerling met een stopwatch, stopt de stopwatch wanneer het pingpongballetje het 10 meter piketpaaltje passeert, de tweede leerling doet ditzelfde bij 20 meter en de derde doet dit bij 30 meter. Haal vervolgens het pingpongballetje met het netje uit het water en vervolg jullie metingen. Noteer de tijden in de tabel. Herhaal de alle metingen 3 keer.

Meetresultaten: Kavel no.: 1e meting 2e meting A (overzijde) 3e meting gemiddeld 10 meter 20 meter 30 meter Kavel no.: 1e meting 2e meting B (midden) 3e meting gemiddeld 10 meter 20 meter 30 meter Kavel no.: 1e meting 2e meting C (meetzijde) 3e meting gemiddeld 10 meter 20 meter 30 meter

Theorie: De natuurkundige betekenis van snelheid is: de afstand in meters die per seconde wordt afgelegd. Stel dat een fietser een afstand van 30 meter in 2 seconden aflegt dan zal de snelheid van de fietser 15 meter per seconde bedragen, je schrijft dan 15 m/s. Om de snelheid uit te rekenen dien je de afstand (in meters) door de tijd (in seconden) te delen. Immers 30 meter/ 2 seconden = 15 meter /seconde. Bereken op deze wijze de snelheid van het water op de plaatsen A, B en C uit, gebruik voor het uitrekenen de gemiddelde tijd van de meetwaarden (laatste kolommen uit de tabellen).en noteer de berekende waarden in de onderstaande tabel. Kavel no.: A (overzijde) Snelheid (m/s) B (midden) Snelheid (m/s) C (meetzijde) Snelheid (m/s) Gem.snelheid van A,B en C (m/s) Afstand 0-10 meter 10-20 meter 20-30 meter Bewaar deze gegevens zorgvuldig, je hebt dit bij de andere onderdelen nodig!

B en C Watertemperatuur en profiel bepaling Inleiding: De watertemperatuur is één van de factoren die bepalend is voor de flora en fauna in en om het water. Water is een zeer goede buffer voor warmte. Naast de plaats waar je ten opzichte van de evenaar op aarde bevindt, word het klimaat niet ten geringste bepaald door het al dan niet aanwezig zijn van een groot water zoals een meer of zee. Een zeeklimaat is over het algemeen een gematigd klimaat. Naast de hoeveelheid zonnewarmte die het land ontvangt zorgt de zee ook voor de temperatuur op land. Wanneer je naar het weersbericht kijkt dan zie je dat de temperatuur aan zee s zomers een aantal graden lager en winters een aantal graden hoger ligt ten opzichte van het binnenland. Water is daarnaast ook een slechte warmte geleider. Dit is dan ook de reden waarom de temperatuur op verschillende diepten verschillend is. In dit onderdeel meet je eerst de diepte en vervolgens op dezelfde plek de oppervlaktemperatuur en de bodemtemperatuur. Rivier breedte A B C D E Benodigdheden: 4 piketpaaltjes 2 stukken ankertouwen 1 rubberen hamer 1 bootje 1 grondboor 1 pijlstok met maatverdeling 1 pijlstok met maatcilinder en kurk 1 thermometer 10 C 50 C 1 meetlint 1 pomp (voor het bootje) Zelf meenemen: Handdoek evt. waterlaarzen voorschriften droge sokken / kleding schrijfgerij

Werkwijze: Je meet aan hetzelfde stuk van de Dinkel dat je bij een eerdere opdracht hebt gebruikt. Het stuk dat jou is toegewezen heeft een totale rivierlengte van 30 meter. Je moet om de 10 meter de temperatuur van het water op verschillende diepten en profiel van de Dinkel bepalen. In totaal worden de metingen op 4 rivierlengtes gedaan te weten: 0 meter, 10 meter, 20 meter en 30 meter. Voorbeeld: Bij de dieptemeting ga je als volgt te werk: je meet eerst bij een markeerpunt de breedte van de Dinkel. Je meet vervolgens de diepte op 0,5 meter van beide kanten af. De tussenliggende ruimte verdeel je in 4 gelijke stukken, dit levert nogmaals 3 meetpunten op. Zie de tekening hieronder. Noteer de gemeten waarden in de tabel. 7,40 m 0,50 m 1,60 m 1,60 m 1,60 m 1,60 m 0,50 m A B C D E Aan de Dinkel krijgen jullie de instructies hoe je de watertemperatuur moet bepalen.

0 meter ( 1e markeerpunt) Kavel no.: Maximale breedte : meter Diepte (m) Opp. Temp Bodem Temp A B C D E 10 meter ( 2e markeerpunt) Kavel no.: Maximale breedte : meter Diepte (m) Opp. Temp Bodem Temp A B C D E

20 meter ( 3e markeerpunt) Kavel no.: Maximale breedte : meter Diepte (m) Opp. Temp Bodem Temp A B C D E 30 meter ( 4e markeerpunt) Kavel no.: Maximale breedte : meter Diepte (m) Opp. Temp Bodem Temp A B C D E

Opdrachten: 1. Maak van elke markeerpunt een dwarsdoorsnede met de dieptes en de bijbehorende temperaturen. 2. Bepaal bij elk markeerpunt het oppervlak van de dwarsdoorsnede in m 2. Gebruik hiervoor een wiskundig model, zoals hieronder als voorbeeld staat. 3. Bepaal met de gegevens van opdracht A en de oppervlakte van de dwarsdoorsnede, de hoeveelheid water dat per seconde langs de markeerpunten stroomt. Rekenvoorbeeld: De Dinkel is bij een markeerpunt 3 m breed. We laten de meetpunten die een 0,5 m van de kant af zijn in deze berekening achterwege. We gebruken in dit voorbeeld alleen de meetpunten op 1 en 2 meter. Op 1 m is de diepte 1,20m Op 2 m is de diepte 1,50m Opp. 1 = 1 x 1,20 x 0,50 = 0,60 m 2 Opp. 2 = 1 x 1,20 + 1 x 0,30 x 0,50 = 1,35 m 2 Opp. 3 = 1 x 1,20 x 0,50 = 0,60 m 2 Totaal oppervlakte dwarsdoorsnede = 2,55 m 2 + 1 m 2m Opp. 1 1,20 m 1,50 m Opp. 3 Opp. 2

Wat is het eindproduct? 1. De tabellen met alle meetresultaten en bekende waardes. 2. Van alle markeerpunten (0, 10, 20 en 30 m) een op school getekende dwarsdoorsnede met hierin de water dieptes en oppervlakte en bodem temperatuur. 3. Een waterkaart van dat stuk Dinkel waar jullie aan gemeten hebben. Geef hierin de markeerpunten aan en noteer hierbij de hoeveelheid water dat per seconde dit markeerpunt passeert. Maandag 4 september 2006 9.48