Overzicht competenties Schrijven Inleiding De insteek bij alle hbo-opleidingen is om in de komende jaren een competentiegerichte aanpak te gaan hanteren. De bedoeling daarbij is om onder andere de student zelf (meer) verantwoordelijk te laten zijn voor zijn eigen ontwikkeling. Een insteek is om de opleiding tot leerkracht basisonderwijs beter te laten aansluiten bij de dagelijkse praktijk. Het is tevens een insteek om leerkrachten op te leiden die blijvend leren, zich bewust zijn van het feit dat leren op alle niveaus gebeurt en dat leren noodzakelijk is voor goed functioneren in de maatschappij. Dat de leerkracht de manier van werken zoals dit in de klassen op school gebeurt steeds op effectiviteit evalueert. Ook moeten toekomstige leerkrachten, dus ook de student, in staat zijn kinderen onderwijsarrangementen en onderwijs op maat aan te bieden. Om dit te kunnen realiseren moeten studenten hun kennis en vaardigheid vergroten. Een effectief verloop van de opleiding van een student is wanneer hij zich bewust wordt over welke kennis en vaardigheden hij dient te beschikken. Dit met het doel om een goed onderwijzer in de groep en een goede collega op een school te worden. De benodigde kennis kan vergaard worden via kennisoverdracht, feedback, begeleiding van de docent, door zelfstudie en zelfreflectie. Dit wordt zowel door student als docent nagestreefd. Kennis kan door de student ook vergaard worden via zelfstudie. Een taak voor de student. Vaardigheden kunnen opgedaan worden via het systematisch en gecontroleerd uitvoeren van opdrachten en het uitproberen van bepaalde opdrachten in de praktijk van alle dag. In de klas en op school dus. Zo leer je kinderen schrijven 1
Groepen 1 en 2 Groepen 3-4 en 5 Groepen 6-7 en 8 Lesgeven: Onderliggende kennis: Theorieën over motivatie, schrijfmotoriek, taalverwervings- en motorische aanleerprocessen Leeromgeving: Lesstof, materialen Afstemming op mogelijkheden van leerlingen Leerlingen en ouders Lesgeven Lesmodellen en oefenstof, omgaan met verschillen De opleiding zou ingedeeld kunnen worden in drie schillen. Schil 1: Werken aan eigen vaardigheden bij schrijven Schil 2: Lesgeven aan leerlingen in de klas Schil 3: Lesgeven in een schoolcontext Zo leer je kinderen schrijven 2
Schil 1 Competentie schrijven van de student Eind propaedeuse Eind hoofdfase Startbekwaam Eigen vaardigheid Eigen vaardigheid Eigen vaardigheid in een lerarenhandschrift op papier en op het bord. Het schrift is rechtshellend, verbonden en heeft lussen. De letters hebben een identieke opbouw als de letters van een methodeschrift. in methodeschrift op papier en op het bord, vanaf een voorbeeld. Hellinghoek is constant, verbindingslijnen zijn strak; letters zijn exact nageschreven. blokschrift op papier en op het bord. in een aangepast handschrift op redelijk tempo op papier en op het bord, in een heldere opmaak. methodeschrift op papier en op het bord vanaf een voorbeeld met een grote precisie. in een aangepast handschrift op redelijk tempo op papier en op het bord in een heldere opmaak. methodeschrift op papier en op het bord vanaf een voorbeeld met een grote precisie. blokschrift op papier en op het bord. blokschrift op papier en op het bord. Onderliggende theorie Onderliggende theorie Onderliggende theorie Criteria voor aangepast schrift zoals aangegeven in handboeken (Baauw van Vledder, Van Engen) Tempo dat handboeken schrijven aangeven voor de bovenbouw (Van Engen). Idem. Voorbeeldcahier methodeschrift naar een gekozen schrijfmethode. Voorbeeld van blokschrift een gekozen praktijkschrift. Idem. Idem. Idem Idem. Zo leer je kinderen schrijven 3
Schil 2 Lesgeven aan leerlingen in de klas Bij het lesgeven in de klas komen de volgende hoofdaspecten aan bod: Leerlijnen: Wat moeten de leerlingen bij het leren schrijven zoal verwerven? Opbouw oefenstof: Opbouw van de oefenstof beoordeeld en opgebouwd vanuit motorisch perspectief Adaptief schrijfles geven in de groep: Werken met een lesmodel zodat men rekening kan houden bij het leren schrijven met leerlingen die voorlopers zijn, met leerlingen die gemiddeld presteren en met leerlingen die moeite met leren schrijven hebben. Het kunnen aanbieden van onderwijsarrangementen. Toetsing: Kunnen hanteren van toetsen zodat men de schrijfontwikkeling van leerlingen systematisch kan volgen. Studentcompetenties verdeeld over vier studiejaren (schrijfles geven) Wat moeten studenten in de verschillende leerjaren onder de knie zien te krijgen? Een mogelijke opzet van competenties voor de vier jaren is in onderstaand schema verwerkt. In onderstaande blokjes staan zowel inzicht- als vaardigheidsaspecten (gearceerd) opgesomd. Opleidingsbekwaam Oriëntatiethema Lesgeef thema s Afstudeer bekwaam Zorgthema s Afstuderen Specialisatie thema s Wat betekent leren schrijven op school voor kinderen? Wat is gemakkelijk versus moeizaam, versus moeilijk presteren bij schrijven? Hoe wordt leren schrijven in de middenbouwgroep (groepen 3 en 4) aangepakt? Hoe krijgen leerlingen met schrijfproblemen in de groep, op school extra hulp? Hoe geef je effectief schrijfles gedurende een langere periode aan een groep (Lio stage)? Wat houdt het leren schrijven in de middenbouw (groepen 3 en 4) in? Wie zijn goede, middelmatige en zwakke presteerders in de groep? Hoe in de onderbouw (groepen 1 en 2)? Hoe in de bovenbouw(groepen 6-7 en 8)? Pm. Ruimte om afstudeeropdracht voor te bereiden Pm. Afstudeeropdracht in een school uitvoeren Zo leer je kinderen schrijven 4
1.1 inzicht in de 3 hoofdaspecten (motivationele, motorische, cognitieve, aanleerprocessen en didactische) bij het leren bij leerlingen schrijven een rol spelen. 2.1 inzicht hoe hij het begrip leesbaar handschrift een objectieve invulling kan geven. Kent toetsen die een schrijfproduct objectief beoordelen. 3.1 staat om vanuit een afgenomen toets behandelingsdoelen voor de groep af te leiden. 4.1 staat schrijfles te geven waarbij hij rekening houdt met zwakke schrijvers in de groep. 1.2 inzicht in de twee hoofdaspecten (aanleerprocessen en middelen) die invloed hebben op het leerproces bij de leerlingen. 2.2 staat bij een klassengroep de schrijfprestaties van leerlingen via het afnemen van een toets in kaart te brengen. 3.2 bij het lesgeven rekening te houden met zwakke presteerders in de groep. Hij kan met twee niveaugroepen werken. Hij is tevens in staat in de les overzicht te houden op de geleverde prestaties. 4.2 staat de schrijfprestaties van leerlingen in een groep via een afgenomen toets en met behulp van een groepsoverzicht in kaart te brengen. 1.3 inzicht in de schrijfdoelen (leerlijnen) die in de drie schrijfniveau s (nog net niet beginnende -, beginnende - en gevorderde schrijvers) moeten worden bereikt. 2.3 staat om met behulp van de schrijfmethode aan groep 3-4 een schrijfles te geven. Bij het voorbereiden en uitvoeren houdt hij rekening met de leeromgeving. 3.3 De student is vaardig om een les voor zwakke presteerders voor te bereiden en uit te voeren en met deze leerlingen na te bespreken. 4.3 staat vanuit een toets behandelingsdoel en voor zowel de hele groep als voor zwakke presteerders op te stellen. 1.4 inzicht in de handschrift ontwikkeling van leerlingen van 4-12 jaar. 1.5 inzicht in welke criteria aan het schrijven van de 2.4 staat om aan groep 6, 7 of 8 een schrijfles te geven. Hij zorgt in de les dat de leerlingen verantwoordelijk worden gemaakt voor hun eigen schrijfprestaties. 2.5 De student kan aan een groepje leerlingen uit groep 2 schrijfactiviteiten 3.4 inzicht in welke extra oefeningen hij aan zwakke schrijvers in de groep moet verstrekken en welke opbouw er in de oefenstof is. 3.5 welke oefeningen er geschikt zijn om het schrijftempo van 4.4 staat zwakke schrijvers tijdens de schrijfles te helpen volgens van te voren opgezet handelingsplan. 4.5 De student kan een informatieve tekst schrijven over een Zo leer je kinderen schrijven 5
letters, letterparen en hoofdletters moeten worden gesteld. 1.6 inzicht hoe een schrijfles is opgebouwd afhankelijk of hij met nog net niet beginnende -, beginnende - of gevorderde schrijvers te maken heeft. (Lesmodel). 1.7 staat een schrijfproduct van een leerling vanuit een aantal vormgevingsaspecte n te beoordelen. 1.8 staat een schrijfles met behulp van een in de school gebruikte schrijfmethode te geven. Daarbij maakt hij onderscheid in inprenten, oefenen en beoordelen van het geschrevene in de schrijfles. 1.9 inzicht in wat een penvatting bij een leerling bij het tot stand komen van een schrijfproduct kan bewerkstelligen. 1.10. inzicht in toetsinstrumenten uitvoeren die ingebed zijn in een ankeronderwerp. 2.6 staat ontwikkelingen in het handschrift van leerlingen na een periode van drie maanden vast te stellen en te interpreteren. 2.7 inzicht in welke schrijfmaterialen bij het schrijven en overige activiteiten het beste kunnen worden ingezet. 2.8 welke regels ten aanzien van het schrijfonderwijs op de school gelden. 2.9 De student kan leerlingen in een groep een schrijfcijfer voor het rapport geven en dit ook verantwoorden. 2.10 kennis van wat er onder een lees- leerlingen in de bovenbouw te verhogen. 3.6 welke oefeningen aan een onderbouw groep (leerlingen die in januari nog niet aan schrijven toe zijn) moeten worden verstrekt. 3.7 De student is vaardig om extra oefenstof voor een groep zwakke presteerders uit te kiezen en deze in een hulp les uit te voeren en met de groep te evalueren (ontwerp van een leerarrangement). 3.8 De student kan verbanden leggen tussen schrijf en lees/ spellingsproblemen. 3.9 inzicht wat zowel internen (remedial teacher - kinderfysiotherapeut) als externen aan schrijfhulp aan een leerling met ernstige schrijfproblemen kunnen bieden. 3.10 welke regels er op een school gelden schrijfonderwerp en deze info in een bouwgroepvergadering toelichten. Zo leer je kinderen schrijven 6
die het handschrift van leerlingen beoordelen. 1.11 staat een handschrift van een leerling volgens bepaalde criteria te beoordelen. schrijfhoek in een onderbouwgroep verstaan wordt. Hij weet welke materialen er in zo n hoek gebruikt worden en welke motieven daarbij een rol spelen. betreffende het geven van beoordelingen in schriften en in rapporten. 3.11 hoe met ouders over schrijfprestaties van leerlingen van gedachten wordt gewisseld. (gespreksmodel). Pro memorie 3 staat om een concept van een afstudeeronderwerp over een schrijfonderwerp samen te stellen. 4 De student doet via een afstudeeronderwe rp onderzoek naar een bepaald aspect van het schrijfonderwijs. Schil 3 Lesgeven in een school-context Wat staat er in de wet? Wat zijn de uitgangspunten van de Wet op het Primair Onderwijs? Wat staat er in de schoolgids over het onderdeel schrijven? Een voorbeeld. Omgaan met verschillen: het werken met lesmodellen bij het vak schrijven in klassengroepen. Werken met twee niveaus in de eigen groep waarbij expliciet hulp wordt gegeven aan zwakke schrijvers. Nut en functie van een instructietafel daarbij. Het afnemen van toetsen en het geven van rapportcijfers aan kinderen Extra hulp in en buiten de klas organiseren. Hoe wordt dit zowel op school- als op klassenniveau aangepakt? Extra hulp buiten de school inschakelen. De plaats van orthopedagoog/ psycholoog. De plaats van kinderfysiotherapeut en kinderergotherapeut Contacten en samenwerking met ouders bij kinderen met schrijfproblemen maart 2010, Alger van Hagen Zo leer je kinderen schrijven 7