Spellingsregels groep 7



Vergelijkbare documenten
Ezel- en kikkerwoorden Groep 7 Week 1

1. poes Luisterweg Ik luister goed naar het woord, Dan schrijf ik het zoals het hoort.

Afspraak 31 weetwoord. Afspraak 30 regelwoord. liniaal, actueel. thermometer. Afspraak 32a weetwoord. Afspraak 32b weetwoord. team.

Visuele Leerlijn Spelling

haas poes beer slak wesp staart worst struik schaap geit slang Korte klank lange klank Zeg het woord hardop. Schrijf wat je hoort.

Spellingchecker .?. Voor de juiste spelling. Nicole Neels. hoorwoorden. net als woorden. weetwoorden. regelwoorden

Inleiding 7. Deel 1 BASISVAARDIGHEDEN SPELLING 9

BLOK 2: les 1 en 2. groep 4) en leren de woorden correct te schrijven (cat. 14) REGEL: 14: Lange klanken aan het eind van een klankgroep:

Woorden die eindigen op ig en lijk

Categorie 9a Woorden met ng Thema 1 groep 8. Ik hoor n. Ik schrijf ng. tong. Taal actief Groep 8 Categoriekaarten Malmberg s-hertogenbosch

schrijf je meestal ch, behalve bij ik lig, ik leg en ik zeg. Dan schrijf je ij. Dan schrijf je ij.

IN DRIE STAPPEN NAAR EEN FOUTLOZE WERKWOORDSPELLING. werkwoordspelling.com M.Kiewit

schrijf je meestal ch, behalve bij hij ligt, hij legt en hij zegt dan schrijf je ij dan schrijf je ij

Jaarplanning spelling

Overzicht categorieën Taal actief groep 7

Woordpakket 31 Groep 6. Onthoud woorden

schrijf je meestal ch, behalve bij hij ligt, hij legt en hij zegt. Hoor je /ie/ aan het eind van een klankgroep, dan schrijf je i. Dan schrijf je ij.

Indien je de regels uit dit bestand kunt toepassen en je kent de stappen die je in het schema moet maken, dan beheers je de werkwoordspelling goed.

oefenen met spelling A

Onthoudschrift spelling groep 8:

woorden met eer (heer) De /r/ is een plaagletter bij /eer/. volgwoord woorden met oor (oor) De /r/ is een plaagletter bij /oor/.

De leerlijn spelling CED-Groep

instapkaarten spelling

Lees U laat uw kind de eerste set woorden van de week voorlezen. Deze woorden staan rechtsboven op iedere uitlegkaart.

Dyslexiebehandeling. Informatiepakket leerkracht:

@dvd Groep 7 blok 1. Spelling. Week 1. Week 3. Week 2

Week 1 Categorie 22, 24 Ezel- en kikker-woorden

Gevarieerde Spelling is een programma voor het leren van de belangrijkste spellingregels van het Nederlands.

instapkaarten spelling

Na de uitslag moest Rob onmiddellijk een Europese bestemming noemen. Razendsnel dacht hij na.

Overzicht AmbraSoft: De Taalbende, Taal en Rekenen

Estafette Nieuw Leerlijn Technisch Lezen jaargroep 4

namen steden landen Namen steden. werelddelen 61 Namen landen hoofdletter werelddelen. namen, N Namen inwoners van inwoners van landen

apen gratis rekening beloning helaas ruzie boten koning scholen daken leraar zaterdag enorm noten zowel

estafette Vloeiend & vlot Snel aan de slag! Achtergrondinformatie

instapkaarten spelling

woorden met drie medeklinkers

Overzicht AmbraSoft: Taalbende, Taal en Rekenen

WOORDPAKKET 6.2 i in een tweeklank hoofdletter

Leerdoelen groep 8. Pluspunt rekenen

instapkaarten spelling

Programma van Inhoud en Toetsing (PIT)

Leerlijn Spelling in Veilig Leren Lezen en Taalactief-3 voor de groepen 3 t/m 8 (G.vd.B. Linnaeusschool, feb. 2012)

Nieuws vanuit groep 4

Klankgroep en lettergreep

Basisspelling is onderdeel van de Bundel Basisprogramma's. Deze bundel bevat ook Basis Werkwoordspelling en Basisgrammatica.

De leerlijn spelling CED-Groep (Voor po- sbo- so)

2 leerde ze op school. 3 haar met haar. 4 leest boeken uit de. van de stad en gaat graag. 5 zich bij opa en oma. in de, dat is in. 6 Met hun dan over

Lesbrief groep 5/6. Beste ouders,

Woordpakket 31 Groep 5. Woordpakket 32 Groep 5

Kernwoord Uitleg Voorbeeld

Overzicht toetsen en oefeningen Grammatica I. Grammatica I

Spelling. A. Kijk voor de vormen van de tegenwoordige tijd naar het volgende schema:

Hoe spel ik een werkwoord?

Dit programma is gemaakt voor leerlingen van groep 7 en 8 van de basisschool, alle niveaus van het vmbo en mbo 1 en 2.

Taal op maat - spelling

Leerstofaanbod groep 4

Categorie 9a Woorden met ng Thema 1 groep 7. Ik hoor n. Ik schrijf ng. tong. Taal actief Groep 7 Categoriekaarten Malmberg s-hertogenbosch

instapkaarten taal verkennen

Andere werkwoordsvorm (infinitief, voltooid of onvoltooid deelwoord) schrijf je zo simpel mogelijk. Op t- klank = verlengen, d-klank = verlengen.

zelfstandig naamwoord

instapkaarten spelling

Woordpakket 1 Groep 7

(ZAKELIJKE) TAALVERZORGING 1 NEDERLANDS

Niveau 1 mkm-woorden; medeklinkers, korte en lange klanken, tweetekenklanken. Niveau 2 Medeklinkercombinaties; mkmm- eenvoudig, mmkm

qwertyuiopasdfghjklzxcvbnmq wertyuiopasdfghjklzxcvbnmqw ertyuiopasdfghjklzxcvbnmqwer tyuiopasdfghjklzxcvbnmqwerty

Samenvatting Nederlands Over lezen

De leerlijn spelling CED-Groep (Voor po- sbo- so)

Leerlijn Spelling voor leerlingen die uitstromen naar Praktijkonderwijs GROEP 3

Basisspelling. Doelgroepen Basisspelling. Omschrijving Basisspelling

Leerdoelen groep 7. Pluspunt rekenen

Thema 4. Straatmuzikanten

Zichtzending Leerkracht

De leerlijn spelling CED-Groep (Voor po- sbo- so)

Taal op maat - spelling

WOORDPAKKET 5.1. Ik schrijf de vrije klinker a/e/o/u in een open lettergreep, verenkeling: woorden net als apen zweven over muren.

je schrijft het woord zoals je het hoort je schrijft het woord zoals je het hoort je schrijft het woord zoals je het hoort

Programma van Inhoud en Toetsing (PIT)

Toelichting bij de kaartjes die in het opzoekboekje spelling en werkwoordspelling zijn opgenomen

Taal We kunnen nu al echte verhalen schrijven. Daar zien we dan ook echte leuke verhalen van de kinderen.

Hieronder volgt een gedeelte uit mijn boek voor een eerste indruk. Het leerboek telt 64 pagina s, het antwoordenboek 47 pagina s

Thema 10. We ruilen van plek

Spelling & Formuleren. Week 2-7

net-als-woord: ezel, kikker 1 Woordpakket spelling groep 7

Deel I De spelling van werkwoordsvormen Les 1 De persoonsvorm

I) REGELWOORDEN Er zijn woorden waarbij je de regel moet toepassen. Let op! Pas de regel toe. 1) Wanneer d of t en p=b

De hele m i c k van taal

Taal actief spelling en de nieuwe Cito-toets spelling. Taal actief

Dit programma is gemaakt voor leerlingen van groep 7 en 8 van de basisschool, alle niveaus van het vmbo en mbo 1 en 2.

DPS. Communicatie. Werkblad: werkwoordspelling

WP 1. Naam:. Dictee op: WP 2

Spelling 2F. Doelgroepen Spelling 2F. Omschrijving Spelling 2F

Woordpakket 1 Groep 7. Woorden: Regel:

Benodigde voorkennis taal verkennen groep 5

slee Ik hoor aan het eind van het woord ee. Ik schrijf ee. Categorie 42 Woorden met een ee aan het eind Thema 7 groep 4

Thema 2. Rennen voor geld

Onderdeel: LEZEN Docent: RKW Algemene informatie: Wat moet je kennen: Wat moet je kunnen: Toetsing:

Woorden met v en z. Meer uitleg vind je bij woordpakket 2 op bladzijde 8 van het leerlingenboek. Woorden met ei en ij

links 67 links 69 rechts 71 rechts 73 links - rechts visuele discriminatie - grote verschillen (tekening)

DE REFERENTIENIVEAUS. en Taal actief 4

Transcriptie:

Spellingsregels groep 7 -Als ik aan het eind van een klankstuk een lange klank hoor, dan schrijf ik daar maar één voor. Ezel -Als ik aan het eind van een klankstuk een korte klank hoor, dan ga ik daarna met twee medeklinkers door. Kikker -Schrijf aan het eind van een woord of klankgroep nooit een v of z Schrijf nooit vv of zz -Voor de e, i, ij klinkt de c als een s Cent -Hoor je een t aan het eind van een woord? Maak het woord dan langer, zodat je een d of t hoort. Paard(en) Student(en) -Hoor je ies aan het eind van een woord? Maak het woord langer, hoor je iesu, schrijf dan isch. Fantastisch(e) -Als je tijt hoort aan het eind van een woord, schrijf je teit. Elektriciteit Behalve bij een samenstelling met het woord tijd. Etenstijd -Zit de laatste letter van de ik- Dan schrijf je te/ten Ik bof- Ik bofte Maar let op bij werkwoorden op ven en zen, die krijgen de/den Wij durven Wij durfden -Schrijf na een klinker een trema op die plaats in het woord, waar je het begin van een nieuwe klankgroep hoort. Italië -Je hoort ug en uk, maar je schrijft ig en lijk. Aanwezig, Belachelijk -Als ik aan het eind van een klankstuk een lange klank hoor, dan schrijf ik daar maar één voor. De nederlaag -Als ik aan het eind van een klankstuk een korte klank hoor, dan ga ik daarna met twee medeklinkers door. De ellende -Let op bij de tweelingvormen. Ze klinken hetzelfde in de tijd van nu en de tijd van toen, maar je schrijft ze verschillend. Daarom moet je uit de zin afleiden om welke tijd het gaat: Gisteren feestten we, morgen feesten we.

-Voor de e, i, ij klinkt de c als een s. Cent Anders klinkt de c als een k. Concreet -Bij je, -pje, -tje, -kje, etje, hoor je een u maar je schrijft een e. Toneelstukje -Als ik aan het eind van een klankstuk een lange klank hoor, dan gebruik ik daar maar één letter voor. Behalve als ik het woord verklein, dan moeten het er twee zijn! Opaatje -Hoor je bij een voltooid deelwoord een t achteraan? Maak het langer om, te weten of er d of t moet staan. Gespaard(e) -Alle namen (van personen, plaatsen, landen, zeeën, straten, volken, talen en feesten) schrijf je met een hoofdletter. -Als je tsie hoort aan het eind van een woord, dan schrijf je meestal tie. Administratie - Schrijf bij woorden op 'ee' en 'ie' in het meervoud 'ën'.valt de klemtoon niet op ie, schrijf 'n' plus een trema.kijk hieronder voor een woordenlijst. de knieën de ideeën de koloniën de poriën tweeën de industrieën de harmonieën de bacteriën de zeeën de reeën de melodieën de moskeeën de kopieën de trofeeën De verleden tijd van de sterke werkwoorden. Deze werkwoorden veranderen in de verleden tijd van klank, zoals: glijden-gleden,hebben-hadden,schrijven-schreven, dragen-droegen,stelen-stalen, blazen-bliezen, staan-stonden, zingen-zongen, treden-traden,dragen-droegen,glimmen-glommen, sluipen-slopen, liggen-lagen, varen-voeren,zwemmen-zwommen, schenken-schonken, duiken-doken, gaan-gingen,springen-sprongen, weten-wisten,geven-gaven, doen-deden, onthouden-onthielden,bieden-boden, graven-groeven, ontwerpen-ontwierpen, rijgen-regen. Het valt me op dat veel kinderen dit nog niet zo makkelijk vinden, dus oefening thuis is gewenst. Woorden die eindigen op -isch, zoals: telefonisch, praktisch,theoretisch, logisch, fantastisch, technisch, kritisch,optimistisch, chaotisch, magisch, gigantisch, alfabetisch, academisch toeristisch, tactisch, optimistisch, realistisch, pessimistisch, tropisch,belgisch, romantisch, komisch, allergisch, telefonisch, technisch,

biologisch. Regel: In sommige woorden hoor je 'ies' maar schrijf je '-isch'. Je schrijft -isch als je er een 'e' achter kunt zetten, zoals:fantastisch en dus niet vakanties. n de week van 10 februari gaan we oefenen met het vinden van het onderwerp (wie of wat?) en de persoonsvorm (wanneer je de zin vragend maakt, staat de persoonsvorm vooraan, let op bij vraagzinnen waarin vooraan de woorden: Wat, wie, waar, wanneer, hoe etc. staat) Om dan de persoonsvorm te vinden, kun je de zin in een andere tijd zetten. De kinderen leren de zwakke en sterke persoonsvormen te schrijven door middel van het werkwoordschema. Ook zullen we aantal 'th' woorden herhalen, zoals: apotheken, thermometer, thema's, therapeuten, theorie, bibliotheek, kathedralen, thee. In de week van 3 maart gaan we herhalen hoe we de persoonsvorm in de tegenwoordige tijd en verleden tijd schrijven. We oefenen met zwakke werkwoorden, hierbij kunnen we het werkwoordschema gebruiken. En we oefenen met de sterke werkwoorden, hierbij kunnen we het werkwoordschema niet gebruiken. Er worden ook nog meervoudsvormen -ën herhaald. Zoals: de ideeën de koloniën de poriën meer tweeën de industrieën de harmonieën de bacteriën de zeeën de reeën de melodieën de moskeeën de kopieën En - 's, zoals: auto's, kiwi's, piano's, diploma's, camera's, collega's, radio's. Leenwoorden uit het Frans. Deze moeten de kinderen gewoon onthouden. het café de peignoir paté de ordinair premier de bouillon miljonair de biscuit portefeuille het toilet comité populair de cabaretier het de brancard restaurant het diner de loge de saté culinair plateau journaal cadeau

de taugé het repertoire coureur coupé de polonaise de patrouille de soufflé In de week van 24 maart: leenwoorden uit het Engels. Deze moeten de kinderen gewoon onthouden. de teamsport goalball interview de handicap de blocnote de club, de tandems racen de band de teamgenoten scoort de computer de camper de manager de cape leasen checken het racket de bungalow de snack fulltime de trainer joggen de sticker de keeper het weekend de jeep het skateboard de jeans de cake In de week van 31 maart oefenen we het voltooid deelwoord. Veel voltooid deelwoorden beginnen met ge- (geslaagd), maar ook met be- (betaald) en ver- (verkocht). Voltooid deelwoorden staan altijd bij een persoonsvorm van de werkwoorden zijn, hebben en worden. Hoor je een /t/ aan het eind van een voltooid deelwoord, dan pas je de verlengingsregel toe: als je het woord langer maakt, hoor je of het een /d/ of een /t/ is. Woorden van de week: geslapen gegeten

gesmuld gespeeld gegriezeld verstopt gepakt, gevonden opgetreden gedanst gezongen meegemaakt knijpen besteden drijven lokken boeien glimmen schokken dreunen uiten profiteren wekken stempelen De rest van het schooljaar blijven we oefenen met het voltooid deelwoord en het verschil tussen persoonsvorm (v.t. en t.t.) en voltooid deelwoord. Bijv.: Piet verkleedt/verkleedde/heeft zich verkleed als clown. NB: bij twijfel over de een t. Bijv.: pakken-gepakt, lossen-gelost, kaften-gekaft etc., behalve bij werkwoorden die eindigen op ven en zen, zoals verven (het is geverfd) en verhuizen (hij is verhuisd). Hieronder de woorden die geoefend kunnen worden: geloofd gebeurd veranderd beklad beloofd verschoond zich verkleed herkend beantwoorden ontwikkelen onthullen overtuigen bepalen verminderen erkennen verouderen getuigen verzorgen onderhandelen voltooien

Daarnaast werken we met woorden met x als in taxi en woorden met q als in aquarium. Dit zijn woordsoorten waarvan je de spelling moet onthouden. de taxi het aquarium exclusieve de expositie de aquarellen luxe, de maximumsnelheid quasi extreem de saxofoon de boxen expres adequaat de expressie de attaque de claxon de quiche exporteren de antiquair de taxicentrale de quad taxeren qua relaxen Ten slotte is het handig om de verkleinwoorden nog eens te oefenen: het kettinkje het laatje het omaatje het glaasje het chocolaatje het dienblaadje het sluitinkje het ballerinaatje de gaatjes het fotootje het parapluutje het scheidinkje het colaatje het dagmenuutje het kladblaadje het zoutvaatje het kneuzinkje het verfrissinkje het radiootje het campinkje het villaatje het leuninkje het bospaadje het kimonootje