BELEIDSNOTA CONSUMENTENVUURWERK WORMERLAND



Vergelijkbare documenten
Het beleid met betrekking tot de verkoop van vuurwerk op grond van artikel 1:72 van de Algemene Plaatselijke Verordening.

Memorandum. Vuurwerkopslag in Nederland, wet en regelgeving

BELEIDSREGEL BEROEP EN BEDRIJF AAN HUIS GEMEENTE WIERDEN. Vastgesteld door B&W op 4 mei 2010

Vastgesteld door de gemeenteraad op 8 mei Beleid Internetwinkels West Maas en Waal

INTREKKING VERGUNNING

Vuurwerkopslag en -verkoop Hagestraat te Heerde (V.d. Put)

Bestemmingsplan Bedrijven Met Milieuzones (Vuurwerk, Risicovol, Geluid) Status: Vastgesteld

Beleidsregel Bed & Breakfast in Lelystad

Omgevingsvergunning OV

Beleidsnotitie Internetwinkels Gemeente Putten

Paraplubestemmingsplan Parkeren

Mandaatbesluit Omgevingsdienst Midden- en West-Brabant (OMWB)

Ruimtelijke Implementatie Vuurwerkbesluit Gemeente Almere 2004/2005

Beleidsregel omgekeerde werking: woon- en leefklimaat

Op de voordracht van Onze Minister van Infrastructuur en Milieu, van nr. IenM/BSK-2012/ Hoofddirectie Bestuurlijke en Juridische Zaken;

Externe veiligheid. in bestemmingsplannen. Door: Hans Boerhof & André Gijsendorffer Hengelo,

Ruimtelijke onderbouwing

BELEIDSNOTITIE BED AND BREAKFAST 2012

ONTWERP. OMGEVINGSVERGUNNING Dorpsstraat 20 in Lattrop-Breklenkamp

MONUMENTENVERORDENING GEMEENTE HAARLEMMERMEER 2004

Beschikking Wet milieubeheer

Huisvesting arbeidsmigranten

Ontbrandingstoestemming. Onderwerp Aanvraag van XENA VUURWERK B.V. om een ontbrandingstoestemming ingevolge het Vuurwerkbesluit.

Wet algemene bepalingen omgevingsrecht

Vuurwerk en veiligheid

GEMEENTEBLAD VAN UTRECHT 2001 Nr. 25

DIT VOORSTEL IS NIET AAN DE ORDE GEWEEST IN DE RAADSVERGADERING VAN 21 JANUARI 2010, VANWEGE INTREKKEN VAN DE AANVRAAG.

Beheersverordening Krommeniedijk

Beleidsnotitie. Kleine Windturbines in de Gemeente Oude IJsselstreek

Op grond van artikel 2:65 (2.6.2 APVG 2005) van de Algemene Plaatselijke Verordening Groningen

RAADSVOORSTEL EN ONTWERPBESLUIT

Ruimtelijke ordening in Leiden

Onderzoek externe veiligheid bestemmingsplan Rivierenbuurt

Bestemmingsplan. Zuidpolder-Oost. derde partiële herziening 2009

Beleidsnotitie Bed and Breakfast 2010

Beleidsregels binnenplans afwijken van het bestemmingsplan (artikel 2.12, eerste lid, onder a, onder 1 Wabo)

2010/ Burgemeester en Wethouders van de Gemeente Beverwijk,

GEMEENTE HEUMEN. Aan Fleuren tuinartikelen Rijksweg EK MALDEN. Uw brief van: Uw kenmerk: Bijlage(n): Onderwerp:

Beleidsregel beroeps- en bedrijfsmatige. activiteiten in de woonomgeving. 1. Inleiding. 2. Welke activiteiten?

Beleidsregel Lichthinder gemeente Westvoorne

Drachten, Kenmerk Zaaknummer Behandeld door 12 januari /cor Z / René Radersma

Gelet op de projectomschrijving en op artikel 2.4 van de Wabo zijn wij in dit geval het bevoegde gezag om op de aanvraag te beslissen.

Beleidsnotitie "Beroepen en bedrijfsmatige activteiten aan huis"

Beleidsregels Terrassen April 2017

Een goede ruimtelijke ordening. Henry de Roo

Bed and Breakfast 2010

OMGEVINGSVERGUNNING (Nummer: W14/008605)

Aan de raad van de gemeente lingewaard

Datum: 18 december 2015

Toelichting Beleidsnotie voor bedrijvigheid aan huis Pekela 2013

Ontbrandingstoestemming Vuurwerkbesluit Beschikking

Onzelfstandige woonruimte Beleidsuitgangspunt Belangenafweging Toets op leefbaarheid

Ontheffing Tijdelijk en Uitzonderlijk Gebruik (artikel 8a.51)

afdeling ruimtelijke en economische ontwikkeling, I. Feenstra, telefoonnummer (0521) ;

: Aanpassing verordeningen in verband met de Europese Dienstenrichtlijn en de LSP

AGENDAPUNT voor burgemeester en wethouders

Aan de gemeenteraad Gemeente Steenwijkerland Vendelweg XE Steenwijk Steenwijk, 28 augustus 2007 Nummer voorstel: 2007/89

Bestemmingsplan Binnenstad 2009, 1 e partiële herziening

Ontbrandingstoestemming. Onderwerp Aanvraag van Katan Vuurwerk om een ontbrandingstoestemming ingevolge het Vuurwerkbesluit.

mevr. C de Boer De Feart NT DRACHTSTERCOMPAGNIE

Uitspraak /1/R1

BELEIDSNOTITIE PLAATSEN KLEINE WINDTURBINES.

Gemeente. Schijndel. Beleidsnotitie indieningsvereisten. Voor aanvragen omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 2.12, lid 1, onder a.

datum x kenmerk x uw kenmerk/brief van x doorkiesnummer x R41/

OMGEVINGSVERGUNNING OV

Schouwburg Amphion De heer C. Droste. Hofstraat JD DOETINCHEM. Geachte heer Droste,

EERSTE HERZIENING BESTEMMINGSPLAN STEDELIJKE BEDRIJVENTERREINEN VLISSINGEN

Transcriptie:

BELEIDSNOTA CONSUMENTENVUURWERK WORMERLAND September 2011-1 -

Inhoudsopgave 1 Inleiding 2 Doel 3 Verhouding met de APV en het Vuurwerkbesluit 4 Argumentatie 5 Beleidsregels 6 Vaststelling, citeertitel en publicatie 1. Inleiding Op 1 maart 2002 is het naar aanleiding van de vuurwerkramp in Enschede het herziene Vuurwerkbesluit in werking getreden. Voor kleinere bedrijven (opslag tot 10.000 kg) die consumentenvuurwerk aan de man brengen geldt op grond van deze regelgeving een minimale (veiligheids)afstand van acht meter tot (geprojecteerde) kwetsbare objecten (onder kwetsbare objecten worden gebouwen en terreinen verstaan waar zich regelmatig mensen bevinden, dat wil zeggen gebouwen met een woon-, werk-, winkel-, zorg-, onderwijs-, sport- of recreatiefunctie, kerkgebouwen en daarmee gelijk te stellen gebouwen, sport-, kampeer- en recreatieterreinen en daarmee vergelijkbare terreinen. Tot deze objecten worden ook rijkswegen en spoorwegen gerekend). De plaatsen waar vuurwerk wordt opgeslagen en bewerkt vallen onder de Wet milieubeheer. Deze wet behoort tot het beleidsterrein van het ministerie van Infrastructuur en Milieu. Op grond van de Wet milieubeheer moeten vuurwerkbedrijven een milieuvergunning aanvragen, indien er: meer dan 1.000 kilogram consumentenvuurwerk wordt opgeslagen. Bij minder dan 1.000 kilogram consumentenvuurwerk is geen vergunning nodig. Het bedrijf moet de opslag wel melden aan de gemeente; professioneel vuurwerk wordt opgeslagen; vuurwerk wordt bewerkt of vervaardigd. De milieuvergunning bevat voorschriften om de veiligheid te garanderen voor omwonenden. De gemeente is het bevoegd gezag voor vuurwerkopslagplaatsen tot ten hoogste 10.000 kg consumentenvuurwerk. De provincie is het bevoegd gezag, indien er meer dan 10.000 kg consumentenvuurwerk wordt opgeslagen of opslag van professioneel vuurwerk plaatsvindt. De VROM-Inspectie verzorgt de controle 'in de tweede lijn'. Dat betekent dat de VROM-Inspectie toezicht houdt op de gemeenten en de provincies bij de uitvoering van de Wet milieubeheer. Binnen de strengere voorschriften is de opslag van consumentenvuurwerk tot 10.000 kg tussen en onder woningen mogelijk. Voor grotere consumentenvuurwerkbedrijven (opslag boven 10.000 kg), is een veiligheidsafstand van 20 tot 48 meter tot (geprojecteerde) kwetsbare objecten van kracht. Deze veiligheidsafstanden moeten in acht worden genomen bij het verlenen van milieuvergunningen en bij het vaststellen van ruimtelijke ordeningsbesluiten. Na de ramp in Enschede is het toezicht op de naleving van wet- en regelgeving verscherpt. Hoewel bij naleving van de voorschriften van het Vuurwerkbesluit feitelijk een veilige situatie gegarandeerd wordt, zijn er andere argumenten waarom vestiging en uitbreiding van een opslag en verkooppunt niet altijd wenselijk is. Vanuit het - 2 -

oogpunt van algemene gevoelens van onveiligheid bij burgers, verkeersaantrekkende werking en ruimtebeslag bijvoorbeeld. Daarom is het wenselijk om ten aanzien van verzoeken voor nieuwe vestigingen en uitbreidingen van vuurwerkopslag en verkoop beleid vast te stellen, voor zover de gemeente bevoegd gezag is (opslag van consumentenvuurwerk tot ten hoogste 10.000 kg), als aanvulling op het gemeentelijk ontheffingenbeleid in het kader van de Wet ruimtelijke ordening. 2. Doel Bestemmingsplan Dit beleid wordt toegepast bij de beoordeling van het verzoek om ontheffing van het bestemmingsplan voor een nieuw vuurwerkbedrijf. Dit beleid is niet van toepassing in gebieden waar bestemmingsplannen van toepassing zijn die ruimere mogelijkheden bieden dan hetgeen in dit beleid is vastgelegd. Voor de thans geldende bestemmingsplannen binnen de gemeente Wormerland geldt dat er geen beperkingen zijn gesteld aan het opslaan en verkopen van vuurwerk. Daar waar detailhandel is toegestaan valt consumentenvuurwerk daar ook onder. Bij de eerstvolgende herziening van de bestemmingsplannen zal opslag en verkoop van vuurwerk uitsluitend mogelijk zijn middels een binnenplanse ontheffing. Het beleid wordt analoog toegepast op uitbreidingen van bestaande vuurwerkbedrijven, voor zover die strijdig zijn met het ter plaatse geldende bestemmingsplan. Bouwverordening Wormerland Voor zover er in Wormerland nog gebieden zijn waar geen bestemmingsplan of daarmee gelijk te stellen regeling geldt, geldt de bouwverordening Wormerland. Hoewel de bouwverordening geen functies regelt, moeten aanvragen die in dergelijke gebieden vallen, altijd ook voldoen aan de technische eisen in deze verordening, aan de eisen van het Bouwbesluit en van de Wet milieubeheer. 3. Verhouding met de APV en het Vuurwerkbesluit APV Op grond van artikel 2.6.2 van de Algemene Plaatselijke Verordening (APV) is het verboden in de uitoefening van een bedrijf of nevenbedrijf consumentenvuurwerk ter beschikking te stellen dan wel voor het ter beschikking stellen aanwezig te houden, zonder vergunning van het college. Een vergunning kan worden geweigerd in het belang van de openbare orde en in het belang van het voorkomen of beperken van overlast. De APV is naar haar aard niet het geëigende middel om nieuwe vuurwerkopslag en verkooppunten vanuit het oogpunt van gevoelens van onveiligheid, ruimtebeslag en verkeersaantrekkende werking te reguleren. Vuurwerkbesluit Het in acht nemen van veiligheidsafstanden voor de inrichtingen waar vuurwerk wordt opgeslagen, vervaardigd of bewerkt, speelt een belangrijke rol ten opzichte van kwetsbare objecten en geprojecteerde kwetsbare objecten. Degene die de inrichting exploiteert, moet aan deze afstandsvoorwaarden voldoen. Het bevoegd gezag moet de aangevraagde milieuvergunning weigeren, indien niet wordt voldaan aan de voor de betrokken inrichting geldende veiligheidsafstanden. Ook moet het bevoegd gezag in het kader van een goede - 3 -

ruimtelijke ordening de geldende veiligheidsafstanden in acht nemen bij de vaststelling van bestemmingsplannen, wijzigings- en ontheffingsbesluiten etc.. Ontheffing- c.q. vergunningverlening kan derhalve alleen worden verleend als aan de milieutechnische en veiligheidseisen is voldaan. 4. Argumentatie Gevoel van onveiligheid Onveiligheid is in dit geval een gevoel, dat sterker wordt naarmate de opslagcapaciteit groter is. Het is een feit dat het opslaan van consumentenvuurwerk veilig is, mits voldaan aan de wettelijke vereisten. Er is geen verschil in eisen tussen opslag in een woonomgeving of daarbuiten. Een goede communicatie is de manier om burgers te benaderen wanneer er sprake is van een ongerechtvaardigd gevoel van onveiligheid. Er is geen reden om dergelijke bedrijven te weren uit een woonomgeving. Bevolkingsconcentraties Hoewel grote en kleine bedrijven even veilig zijn, is er wel het argument van bevolkingsconcentraties. Mocht er onverhoopt toch iets mis gaan, dan nemen de effecten meer toe, naarmate de opslagcapaciteit groter is. Dit is een argument om grote opslagplaatsen niet in een drukke woon/winkelomgeving te willen. Bij kleine opslagplaatsen is dat geen probleem. De praktijk is dat bij kleinere bedrijven sprake is van één kluis cq bufferbewaarplaats (voor verpakt én onverpakt vuurwerk). Dat komt neer op een opslag van niet meer dan 2.000 kg consumentenvuurwerk. Bij meer dan 2.000 kg zal het vaak om meerdere (buffer)bewaarplaatsen of een scheiding van verpakt en onverpakt vuurwerk gaan en is al snel sprake van een verveelvoudiging van de opslagcapaciteit. Dat is in een woon of winkelomgeving onwenselijk, vanwege de grotere effecten als het toch mis mocht gaan. Dergelijke bedrijven passen beter op de bedrijventerreinen. Verkeersaantrekkende werking Vanuit voornoemd argument (bevolkingsconcentraties) passen grote opslag en verkooppunten beter op bedrijventerreinen dan in een woon/ winkelomgeving. Grote opslag en verkooppunten hebben ook een grotere verkeersaantrekkende werking tot gevolg. Er moet daarom voldoende parkeergelegenheid zijn. Als gevolg van dit argument zouden grote opslag en verkooppunten in beginsel moeten worden toegestaan op bedrijventerreinen. Op de bedrijventerreinen is in principe voldoende parkeerruimte beschikbaar. De verkeersaantrekkende werking en de invloed van een opslag en verkooppunt op de verkeerscirculatie wordt per aanvraag beoordeeld en naar aanleiding van onder meer deze beoordeling al dan niet toegestaan. Verkoop vuurwerk Op grond van het Vuurwerkbesluit is verkoop slechts toegestaan gedurende drie dagen per jaar. De bestemming tot perifere detailhandel sec is niet relevant voor de vraag of gedurende drie dagen per jaar verkoop van vuurwerk wordt toegestaan. Het draait primair om de opslag en de veiligheid daarvan. In combinatie met de verkeersaantrekkende werking is dat een reden om bij grote opslagcapaciteit te kiezen voor bedrijventerreinen. Drie (bepaalde) dagen verkoop per jaar is dusdanig beperkt, dat kan worden gesproken van ondergeschikt gebruik, inherent aan de opslag. Juist omdat dit wettelijk slechts drie (bepaalde) dagen per jaar is toegestaan, is dit niet vergelijkbaar met andere - 4 -

detailhandelsactiviteiten en schept dit geen precedent. Met andere woorden, door ontheffing van het bestemmingsplan te verlenen en op die manier verkoop van vuurwerk toe te staan op de bedrijventerreinen, loopt de gemeente geen risico dat een inbreuk wordt gemaakt op het beleid aangaande detailhandel. Naast het voldoen aan de wettelijke vereisten op het gebied van milieu, bouw- en brandveiligheid en zal de omgeving het verkeer aan moeten kunnen. Dit zijn voorwaarden om voor ontheffing van het bestemmingsplan in aanmerking te komen. Spreiding en/of maximeren van opslag/ verkooppunten Het is volgens vaste jurisprudentie in zijn algemeenheid niet toegestaan branchebeperkende maatregelen (muv seksinrichtingen) in bestemmingsplanvoorschriften op te nemen, zonder dat daaraan ruimtelijk relevante argumenten ten grondslag liggen. Ook de toegestane redenen zijn via jurisprudentie aangegeven. De mogelijkheden zijn zeer beperkt. Aanvaardbare redenen voor branchering zijn: - het voorkomen van een duurzame ontwrichting van de verzorgingsstructuur; - het voorkomen van ongewenste verkeersstructuren; - de verschillen in ruimtelijke impact die de diverse branches met zich mee (kunnen) brengen. De eerste twee argumenten gelden niet. Daarvoor is de omvang van opslag en verkoop van vuurwerk veel te beperkt. Het is de vraag of de ruimtelijke impact van de verkoop van vuurwerk dusdanig anders is dan van overige vormen van detailhandel dat een verbodsbepaling wenselijk en juridisch gezien houdbaar zou zijn. Dit betekent dat van de verkoop van vuurwerk een dusdanige belemmerende werking op de gewenste ontwikkeling van de omgeving moet uitgaan, dat het verbieden ervan om planologische redenen relevant is. Een gevoel van onveiligheid onder omwonenden is in ieder geval geen ruimtelijk relevante of planologische reden. Er zijn immers wettelijke eisen gesteld ten aanzien van de veiligheid, en de toetsing daarvan is reeds in de milieuwetgeving gewaarborgd. In ieder geval moet worden vastgesteld dat het opnemen van een branchebeperking in het bestemmingsplan met betrekking tot de verkoop van vuurwerk slechts kan wanneer de verkoop van vuurwerk ruimtelijk gezien een dusdanige invloed heeft op de omgeving dat het uitsluiten ruimtelijk relevant is. Dit is bijvoorbeeld het geval wanneer er door de verkoop van vuurwerk een belemmering ontstaat voor het in de nabijheid vestigen van andere functies. Oftewel, wanneer de verkoop van vuurwerk knelt met de functies in de omgeving. Dat maakt dat vuurwerk opslag en verkooppunten in bestemmingsplannen kan worden toegestaan met een binnenplanse ontheffing. Per aanvraag kan worden bepaald of er ruimtelijk relevante argumenten zijn om de aanvraag al dan niet te honoreren. Voor zover er geen sprake is van ruimtelijk relevante argumenten zal de markt zelf zorgen voor een natuurlijke spreiding van vuurwerkopslag en verkooppunten. - 5 -

5. Beleidsregels Het voorgaande vertaalt zich ten aanzien van consumentenvuurwerk (aanvullend op de eisen van het Vuurwerkbesluit) in de volgende beleidsuitgangspunten bij de beoordeling van een verzoek om ontheffing van het bestemmingsplan voor een nieuw of uit te breiden vuurwerkopslagplaats en verkooppunt: 1. In nieuwe of herzieningen van bestemmingsplannen waar detailhandel is toegestaan wordt de opslag en verkoop van vuurwerk alleen middels een binnenplanse ontheffing mogelijk gemaakt; 2. De vestiging van nieuwe bedrijven die consumentenvuurwerk opslaan en verkopen is mogelijk, mits er sprake is van minimaal en maximaal één bufferbewaarplaats en/of een opslagcapaciteit van maximaal 2.000 kg; 3. De uitbreiding van bestaande bedrijven die consumentenvuurwerk opslaan en verkopen is mogelijk, mits er sprake is van minimaal en maximaal één bufferbewaarplaats en/of een opslagcapaciteit van maximaal 2.000 kg; 4. Opslag/verkooppunten van consumentenvuurwerk door bedrijven die een opslagcapaciteit hebben tussen de 2.000 en 10.000 kg consumentenvuurwerk, worden alleen toegestaan op bedrijventerreinen, mits de verkeerssituatie is gewaarborgd gedurende de verkoopperiode; 5. Verkoop van vuurwerk gedurende de wettelijke drie dagen per jaar wordt beschouwd als inherent en ondergeschikt aan de opslag. Een detailhandelsbestemming is daarom geen voorwaarde. 6. Vaststelling, citeertitel en publicatie Deze nota is vastgesteld in de vergadering van de gemeenteraad op 20 september 2011 en kan worden aangehaald onder de naam Beleidsnota Consumentenvuurwerk Wormerland. De beleidsnota wordt na vaststelling gepubliceerd in de Zaankanter en op de gemeentelijke website en treedt in werking op de eerste dag na de publicatie. Datum publicatie:xx xx 2011-0 0 0 0 - - 6 -