1 Kijkkaarten bij spelpresentaties Om kinderen meer te betrekken bij het optreden van hun groepsgenoten, zijn kijkkaarten erg geschikt. Verdeel de kaarten onder de kinderen, individueel, per duo of per drietal. Laat ieder kind, twee- of drietal een opdracht voor haar rekening nemen. Zoek steeds welke kijkkaarten en vragen er speciaal van toepassing zijn en hanteer die. Iedereen kijkt naar het geheel, maar weet op welke vraag zij na afloop een antwoord moet kunnen geven. Natuurlijk maak je een selectie van de vragen waarop ze per spel antwoorden. Het is geen probleem als enkele subgroepjes dezelfde kaart krijgen, ieder kijkt vanuit eigen inzicht en voorkeur. Ze kunnen elkaar aanvullen. Streef ernaar om ieder een keer aan de beurt te laten komen als er vijf of zes subgroepjes presenteren. Print vooraf het totaal voor jezelf, zodat je een overzicht hebt en tijdens het spel enkele vragen kunt aankruisen die voor dat spel relevant zijn. Het bespreken van een spel is een gesprek en geen debat. Het gaat niet om goed of fout, maar om meer en minder gezien hebben, of anders gekeken hebben. Deze kijkopdrachten zijn alleen bedoeld voor lessen die dienen om het spel te verbeteren. Kijkopdrachten over de inhoud van het spel moet je zelf samenstellen. Kijkkaarten voor beginners Wie Wat deed de speler om de rol overtuigend te spelen? Wie Welke stilspelmomenten van een rol kregen waardoor betekenis? Wie Waren er momenten dat je niet meer de rol zag handelen, maar de speler zelf? Wat Wat is er gespeeld en waardoor werd dit duidelijk? Wat Waardoor ontdekte je wat belangrijk was in de scène? 1
Waar is er gespeeld? Waaraan kon je zien waar de spelers waren? Waar is er gespeeld? Vergeten spelers soms waar ze zijn in het spel? Waardoor is het begin niet interessant? Wanneer kun je beter beginnen met deze scène? Waardoor is het einde te laat? Wanneer kun je deze scène beter laten eindigen? Waardoor boeiden bepaalde momenten wel of niet? Wat is het hoogtepunt in deze scène? Benoem de middelen die in het spel gebruikt zijn. Benoem waardoor de middelen toepasselijk gebruikt zijn. Welke houdingen kan een rol nog meer aannemen? Welke acties kan een rol nog meer ondernemen? 2
Hoe kunnen ze de ruimte beter gebruiken? Hoe kunnen ze de voorwerpen beter gebruiken? Hoe kunnen ze het spel spannender maken? Vragen aan de spelers Hoe kwamen jullie aan de ideeën (de verbeelding)? Vragen aan de spelers Hoe groeiden de ideeën uit tot dit spel? Vragen aan de spelers Welke problemen kwamen jullie tegen bij het spelen van het spel? Vragen aan de spelers Wat heb je nodig om meer in het spel te geloven? Waaraan zie je dat de spelers zich het spel kunnen voorstellen? Waaraan zie je dat de spelers in een spelwerkelijkheid handelen? Waaraan zie je dat de spelers echt een rol spelen? 3
je ziet dat spelers meer praten dan spelen. je hoort dat spelers hun stem laten passen bij de rol. je emoties in de stem van de speler hoort die passen bij de rol. spelers goed samenspeelden. Geef aan waaraan je dat ziet. er samenspel is zonder woorden en hoe dit vorm krijgt. sterk zijn. Leg uit waarom. Kijkkaarten voor gevorderden Wat valt er te zeggen over het samenspel? Wanneer werd er goed samengespeeld? Kwamen alle spelers goed tot hun recht? Hoe is er geprobeerd de stille spelers naar voren te halen? 4
Waren er spelers die de rest buitenspel zetten? Hoe kwam het dat sommige spelers anderen buitenspel zetten? Wie speelden veel samen? Tussen wie was er geen contact? Tussen wie zou er meer contact kunnen zijn? Was er ook samenspel zonder worden? Wie kan er wat zeggen over iedere rol? De spelkracht: welk moment was het sterkst van deze rol? De persoon: waaraan is te zien dat deze persoon jong, oud, chic, volks, geleerd, eenvoudig, verlegen, verwaand, enzovoort, is? Denk aan bewegingen, houdingen, handelingen. Hoe speelde zij haar rol als anderen de aandacht hadden? Welke adviezen wil je haar geven als ze dadelijk het spel mag herhalen? 5
Wat valt er te zeggen over de opbouw van het verhaal? Kan het verhaal ook in het echt zo verlopen? Zitten er onlogische stukjes in het verhaal die storen? Heeft het verhaal een duidelijk begin? Heeft het verhaal een duidelijk einde? Gaat het verhaal meteen van start of komt het traag op gang? Komt het einde op het goede moment of had het eerder afgelopen kunnen zijn? Kent het spel saaie momenten of blijft de spanning voelbaar? Welke stukjes zou je eruit laten en waarom? Wat valt er te zeggen over het decor en de attributen? Worden alle mogelijkheden van het decor gebruikt? Is het decor overbodig? 6
Worden de attributen echt gebruikt? Zijn ze overbodig? Versterken de kleren de rol? Of zijn de kostuums overbodig? Als er geen kostuums zijn: hoe had het kind dat deze rol speelt zich kunnen verkleden? Wat valt er te zeggen over het technisch spelen? Zijn de spelers goed zichtbaar en verstaanbaar? Het spel: staan de kinderen vaak stil als ze praten? Of spelen de kinderen tijdens het gesprek door in handelingen en bewegingen? De situatie: is het duidelijk waar het spel zich afspeelt? Waaraan zie je dat? De spanningsopbouw: groeit de spanning gedurende het spel? Hoe wordt bereikt dat de spanning groeit gedurende het spel? Hoe kan de spanning beter opgevoerd worden? 7
Kijkkaarten voor experts Waaraan zag je dat de spelers zich het spel konden voorstellen? Waaraan zag je dat de spelers zich het spel konden voorstellen? Waaraan zag je dat de spelers echt een rol spelen? je ziet dat spelers meer praten dan spelen. je hoort dat spelers hun stem laten passen bij de rol. je emoties in de stem van de speler hoort die passen bij de rol. je ziet dat spelers meer praten dan spelen. je hoort dat spelers hun stem laten passen bij de rol. spelers goed samenspeelden, en geef aan waaraan je dat zag. er samenspel is zonder woorden en hoe dit vorm krijgt. 8
Benoem spelmomenten die sterk zijn en leg uit waarom. 9