d rm Neder wa e landopg



Vergelijkbare documenten
d rm Neder wa e landopg

Vlinders van de Habitatrichtlijn,

Klimaat is een beschrijving van het weer zoals het zich meestal ergens voordoet, maar ben je bijvoorbeeld in Spanje kan het ook best regenen.

BIODIVERSITEIT. RECHTSTREEKSE BEDREIGING DOOR DE MENS VERsnippering, VER. ONRECHTSTREEKSE BEDREIGING DOOR DE MENS Klimaatsverandering

De gevolgen van klimaatverandering voor het natuurbeleid door Bas van Leeuwen (Raad voor het Landelijk Gebied)

Quickscan FF-wet voor ontwikkelingen aan Wedderstraat 18 te Vlagtwedde.

Wat is biodiversiteit? Hoeveel biodiversiteit is er (wereldwijd en

Toets_Hfdst2_WeerEnKlimaat

Een vegetatieopname maken 6 Een flora-inventarisatie uitvoeren 9 Een natuurtoets uitvoeren 11

Quickscan flora en fauna

Biodiversiteit in Vlaanderen: de cijfers

Bureauonderzoek natuurwaarden wijzigingsplan Boekenrode

Klimaatverandering Wat kunnen we verwachten?

Wilde bijen in natuur- en groenbeheer. Ivo Raemakers Menno Reemer

Notitie flora en fauna

Vogels en Vleermuizen

Dossiernummer: Projectnummer:

Les 5: Factoren van weer en klimaat

1. Status. Groenknolorchis (Liparis loeselii) H Kenschets. 3. Ecologische vereisten. 4. Huidig voorkomen

Quickscan natuuronderzoek bouwblok Kolenbranderweg Haaksbergen

A bat friendly colour spectrum? Effecten van klimaatverandering op vleermuizen

Bijlage 6: Oplegnotitie bij bijlage 5 Gevolgen voor beschermde en bedreigde natuurwaarden inrichting Skûlenboarch, Buro Bakker, 2011

Eikenprocessierups en klimaatverandering,

Spanningen en ecologische problemen binnen regio s 11

De meest revolutionaire momenten belicht, de momenten waarin iets gebeurde waardoor nieuwe dingen ontstonden.

nieuws afbeeldingen Alexander en Samuel Cultuur Klimaat Yeti MASALI Inhoud puzzel 4 quiz Einde 6 yeti klimaat 1 cultuur 1 bergen 2 flora fauna visie

1 Kun je aan planten zien wat je aan moet?

Bedreigingen. Broeikaseffect

Ruimtelijke ontwikkelingen en de Flora- en faunawet

Les bij klimaatverandering:

VERANDEREN VAN KLIMAAT?

8.5 Zilvermeeuw (Larus argentatus)

Quickscan Flora- en Faunawet Nieuwbouw Doorninkweg 6. Verkennend onderzoek naar beschermde natuurwaarden ten behoeve van ruimtelijke ontwikkelingen

Natuurbescherming in Nederland

voor vaartoeristen, fietsers en wandelaars Tekst:??????

Onderzoek flora en fauna

PERIODESCHRIFT AARDRIJKSKUNDE EUROPA EN DE WERELD

Inheemse plantensoorten versus exoten. Stellingen. Definities 08/02/2012. Workshop Inheemse plantensoorten versus exoten, Marco Hoffman, PPO

FORUM Monitor Allochtonen op de arbeidsmarkt: effecten van de economische crisis 2 e kwartaal 2009

Soortenonderzoek Julianahof Zeist

Ruimtelijke onderbouwing Flora en fauna De Monarch I, II, III en IV

Dodaars (Tachybaptus ruficollis) (A004) 1. Status: 2. Kenschets. 3. Bijdrage van gebieden

Quickscan. Een. Projectnummer 018. Opdrachtgever. Opdrachtnemer. Scholtenhagenweg 10

Bureaustudie natuurwaarden Nijverheidstraat te Nederhemert

Natuur In Zicht - Biodiversiteit

Klimaateffectschetsboek West-en Oost-Vlaanderen NATHALIE ERBOUT ZWEVEGEM, 5 DECEMBER 2014

BIJLAGE 1. Quickscan ecologie

Natuurtoets omgevingsvergunning bouw woning Horsterweg 217 Ermelo

foto: Vera Siemons Resultaten onderzoek naar klimaatbeleving Uitgevoerd door Gfk i.o.v. Achmea - oktober 2016

Planten in bossen: beheer en biodiversiteit

Onderzoek flora en fauna

Commerciële landbouw in de VS en Noord-Amerika

KNMI 06 klimaatscenario s

Toets_Hfdst2_WeerEnKlimaat

Quickscan natuuronderzoek en aanvullende rapportage verbouwing monumentaalpand Lammerinkweg 102 Enschede

Lesbrief. watersnoodramp. 1 februari Afdeling Communicatie waterschap Hollandse Delta

(Bouw)plannen en de Flora- en faunawet

verwerking : wat is een bos?

3/13/2014. Klimaatverandering vraagt om innovatie. Crises op meerdere fronten

De ramp in 1953 waarbij grote stukken van Zeeland, Noord-Brabant en Zuid- Holland overstroomden.

Het is eind februari en de paddentrek staat weer op beginnen. Wat beweegt al die duizenden padden om massaal de weg op te gaan?

Planeet vol planten richtlijnen voor de animator

LESBRIEF ONDERBOUW VOORTGEZET ONDERWIJS - HAVO - BIOLOGIE OPDRACHTEN OPDRACHT 1 - MAASVLAKTE 2

Voorbeeld toetsen aardrijkskunde

IPCC voorspelt klimaatverandering en verdere zeespiegelstijging. Hoe erg is dat? November 15, Het hangt er vanaf hoe het verder gaat

Hoofdlijnen Natuurrapport 2007

Basisscholen in krimpgebieden in schooljaar 2017/2018

Provincie Zeeland. Zeeuwse bermen steeds bonter

Wat valt er te kiezen?

Quickscan samenvatting natuurtoets Sint Nicolaasdijk 153, Kampen

Klimaat verandert toerisme

Werkstuk Aardrijkskunde Binnenlandse migratie in de VS

: Quickscan Flora en Fauna, Dijkstraat 23 te Gendt

economische mogelijkheden sociale omgeving ecologisch kapitaal verborgen kansen

Bestudeer de bronnen 1 en 2 uit het bronnenboekje die bij deze opgave horen.

Planten. over bloemetjes en bijtjes Knollen en citroenen

Fauna en flora van de Noordzee

hoog staat de zon? De zon in Noord-Europa Wat ga je leren? Begrippen

Concrete begrenzing EHS en GHS in het plangebied Voorste Stroom te Tilburg

Klimaatzones - HV 2 - kopie 1

Ranavirus Ranavirus. Noot 6: Geluidsoverlast opgenomen als ecosysteemdienst bij Ic.

THEMA 5 KLIMAATVERANDERING

Lesbrief. watersnoodramp. 1 februari Afdeling Communicatie waterschap Hollandse Delta

Lesbrief. biologie NATUUR EN MILIEU OPDRACHT 1 - MAASVLAKTE 2

De Oude Weg Elst. Wonen in de Amerongse Bovenpolder. 3 Royale kavels met luxe vrijstaande villa s

De ringslang een bijzondere bewoner van Gouda

Transcriptie:

Opgewarmd Nederland

deel Plant en

dier: blijven, komen, weggaan of... Soorten, verspreiding en klimaat Kleine beestjes: sterk in beweging Libellen: voordeel van een warmer klimaat Dagvlinders: extra onder druk Vogels: de eerste signalen van verschuivingen Amfibieën en reptielen: honkvast Korstmossen: de tropen zijn er al Mossen: verborgen vooruitgang Wilde flora: grote verschuivingen Klimaatverandering en Ecologische Hoofdstructuur Flora en fauna in rep en roer

Soorten, verspreiding en klimaat Saskia Woudenberg & Rolf Roos Eén manier om aan te tonen dat het klimaat invloed heeft op de natuur is het bestuderen van een verspreidingsgebied van een soort. Waar in Europa komt een plant of dier voor, en is dat gebied stabiel van omvang of niet? De afgelopen tientallen jaren blijken vele en zeer uiteenlopende soorten de grenzen van hun leefgebied te hebben verlegd. Elke planten- en diersoort heeft een bepaald gebied waar de omstandigheden zo gunstig zijn dat ze er kan leven: het verspreidingsgebied oftewel areaal. Dit kan enkele tientallen vierkante kilometers omvatten (bijvoorbeeld een zeldzame ondersoort van de grote vuurvlinder in Overijssel), grote gebieden in Europa (de zachte berk) of zelfs enorme delen van de wereld (klein kroos). De grenzen van het verspreidingsgebied hangen onder andere af van klimaatfactoren, zoals temperatuur, neerslag, vochtigheid en sneeuwdek, en hoe een soort daaraan is aangepast. Verdraagt een plant of dier de koude goed, dan ligt zijn verspreidingsgebied vaak noordelijk of hoog in de bergen, zoals bij het korhoen. Ook menselijke activiteit kan het areaal beperken. Noordelijke en zuidelijke soorten Nederland kan centraal in het areaal van een soort liggen, maar het komt ook voor dat Nederland net de noord- of de zuidgrens van een natuurlijk verspreidingsgebied vormt. Wanneer de noordgrens van het verspreidingsgebied door of ten zuiden van Nederland loopt, spreken we in het dagelijks taalgebruik van zuidelijke (warmteminnende) soorten, zoals de kleine zilverreiger, zeevenkel en de zuidelijke oeverlibel. Voor deze soorten wordt Nederland klimatologisch nu geschikter. Als de zuidgrens van het verspreidingsgebied door Nederland loopt, spreken we van noordelijke (koudeverdragende) soorten, zoals de noordse zegge, noordse winterjuffer, IJslands mos en Zweedse kornoelje natuurlijk hebben ze niet allemaal zulke veelzeggende namen. Deze soorten zullen het in Nederland moeilijk krijgen, zoals de Friese bijvlieg en het groot boerenkoolmos, of misschien verdwijnen. Hierbij is belangrijk dat juist soorten aan de rand van hun areaal vaak ecologisch minder flexibel zijn. Soorten zijn aan hun areaalgrens altijd kwetsbaarder dan in het hart van hun verspreidingsgebied. Noordelijke soorten in Nederland zijn dus dubbel kwetsbaar: door klimaatverandering en door hun geringere flexibiliteit. Blijven, komen, weggaan of creperen Dat het klimaat verandert, heeft op elk organisme wel enige invloed. Aan de noordgrens van een verspreidingsgebied worden de omstandigheden over het algemeen gunstiger als de temperatuur stijgt; aan de zuidgrens juist minder gunstig als gevolg van overdadige hitte of vaker voorkomende droogteperiodes. Niet elke soort verkast even soepel naar het noorden. Eigenschappen die dit vergemakkelijken zijn een groot verspreidingsvermogen (bijvoorbeeld vliegen) en een snelle voorplanting. Daarnaast is het landschap van belang: Biedt de potentiële migratieroute geschikte leefomstandigheden? Zijn er barrières tussen het huidige en het potentiële nieuwe leefgebied? Soorten, verspreiding en klimaat 37

Opgewarmd Nederland 38 Hoe ernstig verstoord is het landschap? Tegenwoordig is het moeilijk voor soorten om zich te verbreiden, omdat de hoeveelheid geschikt en schoon leefgebied in Nederland en omstreken sterk verminderd en versnipperd is. In ons land zien we vier mogelijke reacties van soorten (zie figuur 9). Een soort kan allereerst gewoon blijven: bij de meeste soorten zien we geen beweging noord- of zuidwaarts binnen Nederland. Voor veel soorten ligt Nederland centraal in hun verspreidingsgebied en is er simpelweg geen effect op de binnenlandse verspreiding. Dan is er een relatief kleine, maar kwetsbare groep van soorten waarvoor Nederland de zuidgrens vormde: de noordelijke soorten. Van deze groep is te verwachten dat ze uit ons land weggaan, wat in Friesland, Groningen, Drenthe ook al valt waar te nemen (zie de teksten over mossen, korstmossen, wilde planten en kleine beestjes). Wat het meest opvalt en vaak ook de meeste media-aandacht trekt, zijn de nieuwelingen uit doorgaans het zuiden: de soorten die komen. Het gaat om behoorlijk grote aantallen, omdat het zuiden soortenrijker is. Veel soorten die hier binnenkomen, komen niet spontaan, maar zijn door de mens geholpen: exoten. Zuidelijke soorten die op eigen kracht ons land bereiken, zullen hier nooit massaal en hinderlijk voorkomen omdat ze hier voorlopig aan de rand van hun verspreidingsgebied zitten. Exoten daarentegen komen door alle transport over de wereld steeds meer ons land binnen. Daardoor is de kans aanzienlijk dat er af en toe een soort bij zit die hier een gat in de ecologische markt vult en zich razendsnel uitbreidt. Verderop in dit boek zullen zulke soorten geregeld opduiken. Met het oog op het behoud van biologische diversiteit is het meest te doen om soorten die door klimaatverandering noordwaarts of oostwaarts worden gedreven, maar zich niet goed kunnen verbreiden. Het gevolg is dat ze kunnen creperen. Ze kunnen niet weg en sterven lokaal uit. Klimaatverandering is niet de enige oorzaak waardoor deze soorten het loodje leggen. De Nederlandse natuur als geheel staat onder grote druk door verzuring, vermesting, verdroging en versnippering. Daardoor zijn er weinig leefgebieden met voldoende kwaliteit, die bovendien vaak ver uit elkaar liggen. De levensvatbaarheid van nogal wat populaties zou ook zonder versterkt broeikaseffect al op het spel staan. De klimaatverandering lijkt voor veel planten en dieren dan net de druppel die de emmer doet overlopen. Een andere oorzaak kan overigens nog zijn dat ze in ons land te maken krijgen met nieuwkomers die hen letterlijk wegdrukken. Figuur 9. Vier mogelijke reacties van plant en dier: blijven, verschijnen, verdwijnen creperen, opduiken exoten. *

Soorten, verspreiding en klimaat 39 Vier voorbeelden van reacties van plant en dier: blijven; watergentiaan, verschijnen; zilverreiger, noordwaarts wegtrekken; Zweedse kornoelje, verdwijnen; korhoen.