Documentatie DVD-ROM Documentatie van de DVD-ROM R.V. Roskam & C. Lauricella; Januari, 2010



Vergelijkbare documenten
Vroegsignalering alcoholgebruik op de Spoedeisende hulp

Monitor jongeren 12 tot 24 jaar

Ouderenpsychiatrie Maarsheerd

Hoe denken Zeeuwse jongeren en ouders over alcoholgebruik door jongeren? Onderzoek GGD Zeeland maart 2011

Monitor jongeren 12 tot 24 jaar

tot 24 jaar Monitor jongeren 12

Monitor jongeren 12 tot 24 jaar

Doelgroepen kasteelplus. Kerngedachten bij de visie. Ontwennen meer dan stoppen. Visie : controleverlies betekent totale abstinentie

Schizofrenie en comorbide verslaving

Alcoholpoli voor jongeren

Wernicke-Korsakov syndroom

namens Jellinek dank voor uw uitnodiging

Gevolgen van alcoholgebruik

Cognitieve gedragstherapie bij problematisch alcoholgebruik

Opzet alcoholbeleid voor werknemers binnen een instelling of bedrijf in de gemeente Raalte Alcoholpreventie volwassenen

Zorgpad alcohol en ouderen t.b.v. Huisarts

SAMEN STA JE STERK S U P P O R T F R Y S L Â N B E L E I D S P L A N

ALCOHOLGEBRUIK VAN JONGEREN IN DE REGIO IJSSEL-VECHT. Gezondheidsmonitor jongeren jaar

Verslaving. Deze folder is voor doven en slechthorenden die meer willen weten over verslaving. Als iemand niet meer zonder... kan

Neurocognitive Processes and the Prediction of Addictive Behaviors in Late Adolescence O. Korucuoğlu

Kennisquiz 1 Alcohol

Je vader en/of moeder verslaafd? Transgenerationele overdracht van verslaving

Monitor jongeren 12 tot 24 jaar

Wat doen zelfhulp en vroeghulp aan verslaving?

Factsheet alcohol. Think Before You Drink

Oorzaken verslaving - afhankelijkheid

Inleiding. Bron: Nationale Drugsmonitor Jaarbericht Uitgave van Trimbosinstituut

Disclosure belangen Janneke Valk, bedrijfsarts

Mentrum SAMEN WERKEN AAN HERSTEL EN EEN WAARDEVOL LEVEN. Onderdeel van Arkin

Verslavingskunde in de huisartsenpraktijk door Tactus Verslavingszorg

Eetstoornissen. Mellisa van der Linden

Alcohol FACT. Twee op de drie jongeren heeft weleens gedronken. Helft 4 e -klassers heeft recent gedronken SHEET. Gelderland-Zuid E-MOVO

Brijder Verslavingszorg Hoofddorp

MIDDELENGERELATEERDE en VERSLAVINGSSTOORNISSEN. Dr. Marie-Catherine Monté en Dr. Marieke Waignein

Korsakov. Kliniek. Centrum voor cognitieve stoornissen bij alcohol

Commissienotitie Reg. nr : Comm. : MZ Datum :

Adl. MZ Noorderpoort. CC Naamsvermelding 3.0 Nederland licentie.

Alcoholgebruik: omvang in de regio

Casus: Alcoholverkoop aan jongeren Lesbrief en vragen

1 Wat is er met me aan de hand? 11

Onderzoeksrapport. Hou vol! Geen alcohol. Een alcohol preventieprogramma gericht op basisschool leerlingen en hun moeders.

De rol van de gedragskundige. LVB en Verslaving Workshopronde 1 Slotbijeenkomst Trimbos

Nederlandse samenvatting

Bert Vinken. Vincent van Gogh Voor geestelijke gezondheidszorg. Presentatie alcohol en opvoeding Trimbos-instituut

speciaal onderwijs lesbrief alcohol UITGAVE: STICHTING VOORKOM! T (030) STICHTING@VOORKOM.NL

STICHTING ADDICTS FOR ADDICTS (A4A) voor het bieden van hulp en ondersteuning aan mensen met verslavingsproblemen BELEIDSPLAN 2014

Van verslaving naar herstel!

Gedwongen opname en verslaving Dr Anne Van Duyse - De Sleutel en PC Sint Jan Baptist

De trekthermometer. Carin Wiering. Verpleegkundig Specialist GGZ GGZ Drenthe Carin Wiering. Verpleegkundig Specialist GGZ

Casus 1 Alcohol en uitval. Casus bibliotheek

Organogram Werkgebied

Inzicht in psychische kwetsbaarheid. informatieblad. 1 augustus Vooruitgang door vernieuwend werkgeven

Topklinisch Centrum voor Korsakov. en alcoholgerelateerde cognitieve stoornissen. Informatie voor verwijzers

Syndroom van Korsakov

Alcohol en ouderen in de verslavingszorg in Nederland ( )

34300 VIII Vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie. van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (XVI) voor het jaar 2016

* *

WHITEPAPER. Ouder worden en alcohol drinken: kan het kwaad? Het herkennen van problemen en voorkomen van erger

Alcohol en hersenontwikkeling bij jongeren. Nr. 2018/23, Den Haag, 17 december Samenvatting

Een stap verder in forensische en intensieve zorg

Aandacht voor alcohol

Kliniek Ouder & Kind

Ouderen en verslaving Dick van Etten Verpleegkundig Specialist GGZ Centrum Maliebaan

Kindergeneeskunde Alcoholintoxicatie/-vergiftiging

Zelfhulpgroepen en verslavingen

Op weg naar de speerpuntennotitie lokaal gezondheidsbeleid Boxmeer : Speerpunten voor Boxmeer?? Esther Hendriks 24 september 2009

Onderzoek Inwonerspanel Jongerenonderzoek: alcohol

Tips voor Ouders van niet-drinkende pubers

Leeftijd eerste ervaring met alcohol < 11 jaar

vroegsignalering alcoholgebruik medicatie & verslaving Ouderen Anton Selman

Bijlage 1. Criteria ondersteuning, dagactiviteiten, kortdurend verblijf

Keuzevak Effectieve Verslavingspreventie. Welkom. iri Kruit Voorlichting en training

Dementiepoli. Mondriaan. Informatie voor cliënten, familie en betrokkenen. Ouderen. voor geestelijke gezondheid

Functionele diagnostiek bij langdurige eetstoornissen

Titel van deze presentatie

Verslaving apart? Dubbele diagnostiek als standaardbehandeling. dr. C.A. Loth

Bianca Wagenaar-Swart Preventiewerker

Monitor. alcohol en middelen

Overmatig alcoholgebruik aanpakken RODER. met hulp in uw eigen huisartsenpraktijk. Januari 2014 ONDERDEEL VAN DE NOVADIC-KENTRON GROEP

Zelfsturend leren met een puberbrein

GHB hulpvraag in Nederland

Voor mantelzorgers en vrijwilligers

Genotmiddelen. Genotmiddelen. Bron: 1

Aandacht voor alcohol

Alcohol en drugs. Wat zien we binnen de huisartsenvoorziening? Hersenschade Verbinding maken. met datgene wat onbesproken blijft

HERSENZIEKTEN, AUTONOMIE EN GEDRAG. Werkbezoek OM Dordrecht

Alcoholintoxicatie 1

WAAR KAN IK HULP VINDEN? Informatie over geestelijke gezondheidsproblemen

Kliniek Nijmegen. Informatie voor patiënten

Algemene informatie over Centrum Maliebaan

Monitor jongeren 12 tot 24 jaar

DESKUNDIG AAN HET WERK OUDEREN. Trainingen op het gebied van psychische problemen of psychiatrische stoornissen

Polikliniek voor Jeugd & Alcohol

Achtergronden. De verslaving. Controleverlies

80% VAN DE NEDERLANDERS TYPEERT ZICH ALS GOEDE-DOELENGEVER,

Dat scheelt een slok op een borrel?

Alcoholintoxicatie bij jongeren

Mijn hersenletsel. Toelichting: Toelichting: Toelichting: Toelichting: Toelichting: Toelichting: Toelichting: Toelichting: Toelichting:

Alcohol. Als een vriend een vijand wordt. Uw gezondheid Onze grootste zorg

Zal het verhogen van de leeftijdsgrens van alcohol wel het gewenste effect geven?

Transcriptie:

Documentatie DVD-ROM Documentatie van de DVD-ROM R.V. Roskam & C. Lauricella; Januari, 2010 Een cliënt met verslavings- problemen is meer dan zijn verslaving, zijn somatische, psychische (en/of psychiatrische), sociale, relationele, arbeidsgerelateerde en of justitiële problematiek. Een cliënt met verslavingsproblemen is zelfs meer dan een optelsom van dit alles. Een cliënt is in de eerste én op de laatste plaats... mens

Documentatie DVD-Rom Student: Naam: Studentnummer: Opleiding: Naam: Studentnummer: Opleiding: Ronald Roskam S1000847 Verpleegkunde (HBO-V) & HBO-Verslavingskunde Carlo Lauricella S1008623 Maatschappelijk Werk en Dienstverlening (MWD) & HBO- Verslavingskunde Studiestartjaar: 2006/2007 Verschijningsdatum 2 e editie Verslag: 13-01-2010 Verschijningsdatum 2 e editie DVD-Rom: 13-01-2010 Stichting: Organisatie: Stichting VerslavingsInformatiePunt (VIP) Adres: Stationsstraat 47A Postcode/Plaats: 7311 NN Apeldoorn Telefoonnummer: 06 17 11 5 198 Contactpersoon: Emailadres: G. Zwart g.zwart@tactus.nl School: Organisatie: Christelijke Hogeschool Windesheim Adres: Campus 2-6 Postcode/Plaats: 8017 CA Zwolle Telefoonnummer: 038-469 99 11-2 -

Stichting VIP Documentatie DVD-ROM Documentatie van de DVD-ROM t.b.v. voorlichtingspraktijken een product van: Met medewerking in enige vorm van: R. Roskam, C. Lauricella, Stichting VIP 2010 Alle rechten behouden. Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand of openbaar gemaakt, in enige vorm of op enige wijze, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van R.Roskam, C. Lauricella of Stichting VIP. Getracht is zo betrouwbaar mogelijk uitgave te verzorgen. Evenwel kan geen aansprakelijkheid aanvaard worden voor eventuele onjuistheden die in de tekst voorkomen. Slechts de tekst van de formele wet en de interpretatie daarvan in jurisprudentie zijn geldend. -3-

Voorwoord Het document dat voor u ligt is geschreven voor het project Help! Mijn buurman (ver)zuipt van Stichting VIP, Gelderland. Dit document dient als ondersteuning bij de dvd-rom: Het project in Gelderland: Help! Mijn buurman (ver)zuipt!. Dit document bevat dezelfde tekst die tevens weer te vinden is op de dvd-rom. In dit verslag zal het benaming afgekort worden als Hmbv. Reden hiervoor is dat deze benaming veelvuldig voorkomt en het anders het lezen bemoeilijkt. Wij willen hierbij een dankwoord uitspreken voor de volgende personen. - Gerrit Zwart. Gerrit is de persoon die het voor ons mogelijk heeft gemaakt om een opdracht voor de opleiding Verslavingskunde 2 te kunnen vervullen. Ook heeft hij ons veelvuldig van feedback voorzien op allerlei aspecten omtrent de opdracht. - Mirjam Bartels. Mirjam is de verantwoordelijke persoon vanuit CHS Windesheim, Zwolle. Zij heeft gediend als binnenschoolse begeleiding en gaf ondersteuning bij de betreffende lessen. - Jos Oude Bos. Jos heeft in 2007 het project Help! Mijn buurman (ver)zuipt opgezet in regio Drenthe. Jos is de oorspronkelijke bedenker van het project. Wij willen hem bedanken voor de informatie en het videomateriaal dat wij van hem hebben mogen ontvangen. Daarnaast willen wij hem bedanken voor alle feedback. - Een dankwoord namens Stichting VIP aan alle subsidiegevers die het project ondersteunen. Dit zijn het Oranje Fons, Atlant, Tactus Verslavingszorg, de provincie Gelderland en de gemeenten Apeldoorn en Deventer. Wij hebben prettig samengewerkt met u allen, Met vriendelijke groeten, Ronald Roskam, Carlo Lauricella. - 4 -

Inhoudsopgave Voorwoord...- 4 - Inhoudsopgave...- 5 - Inleiding...- 6 - Hoofdstuk 1 De Doelgroep...- 7-1.1 - Alcoholgebruik in Nederland...- 7-1.2 - Chronisch alcoholisme of alcoholafhankelijkheid...- 8-1.2.1 - De ICD-10 en de DSM-IV...- 8-1.2.2 - Het ontstaan van alcoholafhankelijkheid?...- 9-1.2.3 - Hoeveel komt alcoholafhankelijkheid voor?...- 9-1.3 - Het syndroom van Korsakov...- 9-1.3.1 - Geschiedenis...- 9-1.3.2 - Etiologie: Hoe ontstaat het syndroom van Korsakov?...- 10-1.3.3 - Wat zijn de kenmerken van het syndroom van Korsakov?...- 10-1.3.4 - Hoeveel komt het syndroom van Korsakov voor?...- 11-1.4 Jongeren en Alcohol...- 12 - Hoofdstuk 2 De achtergrond van het project...- 14-2.1 Hoe en waarom is het project ontstaan?...- 14-2.2 - Het Zwarte Gat...- 14-2.3 Stichting VerslavingsInformatiePunt (VIP)...- 14-3.1 De visie van Help! Mijn buurman (ver)zuipt...- 15-3.2 Missie...- 15-3.3 Verklaringsmodellen voor verslaving...- 16-3.4 De Herstelbenadering...- 17-3.5 De drie kennisbronnen en ervaringsdeskundigheid...- 17-3.6 De presentiebenadering...- 18-3.7 Het stigma op alcoholafhankelijkheid...- 18 - Hoofdstuk 4 - Het Project in de praktijk...- 19-4.1 Organisatie van het project...- 19-4.2 De praktische uitvoering van het project...- 19-4.3 De uitgangspunten...- 19-4.4 Voeding en vitaminesupplementen...- 20-4.5 Werken aan zelfredzaamheid...- 20-4.6 Inzet van studenten...- 20-4.7 Verwachtingen en de effectiviteit van het project...- 20 - Hoofdstuk 5 - Financiering...- 22 - Hoofdstuk 6 - Overig documentatie...- 23-6.1 Colofon...- 23-6.2 Sitemap...- 23-6.3 Disclaimer...- 23-6.4 Literatuurlijst...- 24 - - 5 -

Inleiding Stichting VIP is in 2008 gestart met het project Help! Mijn buurman (ver)zuipt. Een project dat gericht is op preventie van het syndroom van Korsakov. In dit document geven wij een overzicht weer van alle informatie omtrent het project die op dit moment beschikbaar is. Het bestand is systematisch opgezet en is inhoudelijk gelijk aan de informatie op de dvd-rom In hoofdstuk 1 wordt de doelgroep toegelicht. In dit hoofdstuk komt aan bod wat verslaving en afhankelijkheid betekent. Dit wordt uitgelegd aan de hand van de criteria die door twee classificatiesystemen. Er wordt ingegaan op hoe alcoholafhankelijkheid ontstaat en hoeveel het voorkomt in Nederland. Vervolgens wordt het syndroom van Korsakov uitgelegd. Tot slot wordt er een paragraaf gewijd aan jongeren en alcohol, omdat Hmbv vindt dat hier één van de speerpunten ligt met betrekking tot preventie van het syndroom van Korsakov. Hoofdstuk 2 geeft de achtergrond van het project weer. Tevens hoe en waarom het project ontstaan is vanuit het Zwarte Gat en stichting VIP. Hoofdstuk 3 behandelt de visie en de missie van Hmbv. Daarnaast wordt er op verklaringsmodellen die aangeven hoe er tegen verslaving aangekeken kan worden. Hierna gaan wij in op de presentiebenadering van Baart die nauw verwant is aan de herstel- en maatjesvisie van Hmbv. Ook komt het verschil tussen ervaringsdeskundigheid en ervaringskennis aan bod. Tot slot gaan wij in dit hoofdstuk in op het stigma rondom alcoholafhankelijkheid. Hoofdstuk 4 gaat in op de praktijkkant van het project. In dit hoofdstuk wordt beschreven hoe de organisatie achter het project eruit ziet. Vervolgens wordt het traject van het project toegelicht. Hierbij worden de uitgangspunten van het project toegelicht Tot slot behandelt dit hoofdstuk de voedings- en informatievoorziening, de inzet van studenten en de verwachtingen en de effectiviteit van het project. In hoofdstuk 5 is een overzicht weer te vinden van welke partijen en in welke hoeveelheid subsidie toegekend hebben. In hoofdstuk 6 komen onder andere de literatuurlijst, de disclaimer en de colofon aan bod. - 6 -

Hoofdstuk 1 De Doelgroep De doelgroep van Help! Mijn buurman (ver)zuipt (Hmbv) zijn mensen die een kans hebben om het syndroom van Korsakov te krijgen, of deze aan het ontwikkelen zijn. Het syndroom van Korsakov komt veel voor bij mensen met een fors alcoholgebruik. Het is dan ook logisch dat hiertussen een verband aanwezig is. Dit hoofdstuk behandelt systematisch het alcoholgebruik in Nederland, alcoholafhankelijkheid en het syndroom van Korsakov. Ten slotte wijden wij in dit hoofdstuk een paragraaf aan alcoholgebruik onder jongeren. Dit omdat stichting VIP van mening is het alcoholgebruik onder jongeren een probleem vormt dat relevant is voor het project Help! Mijn buurman (ver)zuipt. 1.1 - Alcoholgebruik in Nederland In de onderstaande tabel geeft Kuunders (2009) van het Trimbos instituut in Utrecht een overzicht van hoe het alcoholgebruik er in Nederland uitziet. Dit overzicht is gebaseerd op meerdere onderzoeken. Voor deze onderzoeken wordt u verwezen naar het artikel vanwaar deze tabel is overgenomen. Het alcoholgebruik in Nederland ziet er als volgt uit: Definitie Maat Bij hoeveel mensen komt het voor? Overmatig alcoholgebruik Zwaar alcoholgebruik Geregeld drinken Zwaar drinken Probleemdrinken Binge drinken 3 of meer glazen alcohol per dag voor mannen en 2 of meer glazen per dag voor vrouwen minstens 1 dag per week 6 glazen of meer meer dan 21 glazen per week drinken door mannen en meer dan 14 door vrouwen gemiddeld meer dan 35 glazen voor vrouwen en meer dan 50 glazen voor mannen per week combinatie van drinken boven een bepaalde drempelwaarde en problemen ondervinden van gebruik drinken van een bepaald aantal glazen in korte tijd (vaak ook gedefinieerd als 'op een dag') NB: voor dit begrip bestaat geen eenduidige maat: soms wordt minimaal 10 glazen op 1 avond aangehouden, maar minimaal 6 glazen wordt ook vaak als maat gebruikt 14,0% van de mannen en 10,5% van de vrouwen (in 2007) 10,7% van de bevolking van 12 jaar en ouder - bij mannen meer (17,8%) dan bij vrouwen (4,0%) - bij de leeftijdscategorie 15-24 jaar komt zwaar alcoholgebruik, zowel bij mannen als vrouwen, het meeste voor (peiljaar 2007) 10,2% van de Nederlanders van 18-65 jaar - bij mannen meer (14,3%) dan bij vrouwen (6%) - bij mannen komt het meer voor tot 25 jaar, bij vrouwen tussen de 45-55 jaar (peiljaar 1996) 1,6% van de Nederlanders van 18-65 jaar - bij mannen meer (2,4%) dan bij vrouwen (0,8%) - er is geen duidelijke relatie met leeftijd (peiljaar 1996) 10,3% van de Nederlandse bevolking van 16 t/m 69 jaar - onder mannen meer (16,8%) dan onder vrouwen (4,2%) - onder jongeren komt het, het meest voor (peiljaar 2004) 68% van de VO scholieren (12 t/m 18 jaar) die de afgelopen maand hebben gedronken dronk de laatste maand wel eens vijf of meer glazen bij één gelegenheid: dit is 36% van alle scholieren (peiljaar 2007) - 40% van de 15-24 jarigen in de algemene bevolking dronk in het afgelopen half jaar wel eens zes of meer glazen alcohol op één dag (peiljaar 2005) Tabel overgenomen uit: Vormen van schadelijk alcoholgebruik en hoeveel het voorkomt door M.M.A.P Kuunders 15 Jongeren zijn een speciale doelgroep onder het alcoholgebruik. Zeker omdat ze op dit moment een belangrijke rol spelen in het ontstaan van hersenschade ten gevolge van alcohol en ook in de doelgroep van Help! Mijn buurman (ver)zuipt! Hierover meer in paragraaf 2.4. Verdurmen e.a. (2008) zeggen er het volgende over: 23 Hoewel de alarmerende trend in de jongste leeftijdsgroepen deels lijkt gekeerd, drinken de jongeren die alcohol nemen nog steeds vaak en veel. Een kwart van de zestienjarige drinkende jongens had de laatste maand voor de peiling in 2007 bij meer dan tien gelegenheden gedronken. Eén op de zeven van hen dronk gemiddeld 21 glazen alcohol of meer per weekend en een derde meer dan tien glazen. Drie kwart van de drinkers in deze leeftijdsgroep had de laatste maand voor de peiling aan binge -drinken gedaan: vijf of meer glazen per gelegenheid, 17 evenveel als in 2003. - 7 -

De verschillen tussen meisjes en jongens zijn beperkt. Ze blijken vooral uit de hoeveelheid alcohol die gedronken wordt. Van de zestienjarigen drinken jongens even vaak als meisjes, maar meer per keer. De Alcoholmonitor hanteert als maat excessief alcoholgebruik 16, welke verschillend gedefinieerd is voor jongens en voor meisjes. Voor jongens minstens 21 glazen per week, voor meisjes minstens veertien glazen. Zo bekeken was in 2006 van de twaalf- tot en met zeventienjarigen 8% een excessieve drinker. 23 De reden dat wij het onderdeel jongeren belangrijk vinden is het volgende: Vroeg beginnen met drinken verhoogt de kans op het ontstaan van alcoholproblematiek op volwassen leeftijd ( ) Onderzocht is of ander probleemgedrag het verband tussen vroege beginleeftijd en latere alcoholproblematiek kan verklaren, zoals agressie en criminaliteit of erfelijkheid. Voor een deel waarschijnlijk wel, maar niet helemaal. Jong beginnen met drinken lijkt toch een eigen factor te zijn in het later ontstaan van aan alcohol gerelateerde problemen. Het is ook een kwestie van gewoonte: jong geleerd valt moeilijk af te leren op oudere leeftijd (Verdurmen e.a., 2008) Kortom, hoe eerder een persoon begint te drinken, hoe hoger de kans op het ontstaan van alcoholproblematiek en/of hersenschade. 1.2 - Chronisch alcoholisme of alcoholafhankelijkheid De alcoholverslaving is één van de bekendste en meest voorkomende verslavingen in Nederland. 1 Een verslaving wordt in de medische wereld ook wel afhankelijkheid genoemd. Verslaving, afhankelijkheid en chronisch alcoholisme zijn termen die allemaal duiden op dezelfde problematiek. Om deze termen uit te kunnen leggen is het eerst belangrijk om te kijken naar de criteria van wat verslaving, afhankelijkheid en chronisch alcoholisme inhoud. Er zijn twee classificatiesystemen die criteria gemaakt hebben voor de verslavingszorg: De ICD-10 en de DSM-IV. 8,13 Beiden classificatiesystemen spreken over afhankelijkheid en misbruik. Zij leggen beiden uit wanneer je nu eigenlijk afhankelijk bent van een middel. Welke criteria geven aan dat je afhankelijk bent? Wij zullen de termen afhankelijkheid en misbruik dan ook verder hanteren in dit verslag. 1.2.1 - De ICD-10 en de DSM-IV De World Health Organisation (WHO) geeft een boekwerk uit waarin de diagnostische criteria van alle ziekten beschreven worden, genaamd: International Classification System of Diseases (ICD-10). De ICD-10 maakt met betrekking tot middelengebruik het onderscheid tussen schadelijk gebruik en afhankelijkheid van alcohol of drugs. 13 - Schadelijk gebruik: De gebruiker krijgt lichamelijke en geestelijke schade ten gevolge van middelengebruik - Van Middelenafhankelijkheid is sprake als één van de drie onderstaande symptomen zich het afgelopen jaar hebben voorgedaan o Een sterk verlangen om te gebruiken (craving) o Moeite met het uitoefenen van controle op het gebruik. o De aanwezigheid van tolerantie, dat betekent dat er een steeds grotere dosis van het middel nodig is om het oorspronkelijke effect nog te voelen. o Aanwezigheid van onthoudingverschijnselen bij het minderen of het stoppen van het gebruik o Een toenemende verwaarlozing van hobby s o Doorgaan met het gebruik, zelfs in de wetenschap dat het gebruik de gebruiker schade oplevert Naast de bovenstaande criteria van de WHO heeft de Amerikaanse vereniging van de psychiatrie (APA) een boekwerk uitgegeven waarin alle diagnostische criteria voor psychische stoornissen beschreven worden: de 8,13 Diagnostic Statistic Manual: Fourth Edition (DSM-IV). De DSM-IV maakt het onderscheid tussen middelenmisbruik en middelenafhankelijkheid. Van misbruik is sprake als zich in de afgelopen twaalf maanden ten minste één van de onstaande situaties heeft voorgedaan (Kerssemakers e.a., 2009). - Herhaaldelijk gebruik van alcohol of drugs waardoor problemen ontstaan op het werk, school of thuis. (bijvoorbeeld, laat komen op je werk, afspraken niet nakomen) - Herhaaldelijk gebruik van alcohol of drugs in situaties waarin dat gevaarlijk is voor de gebruiker zelf of anderen. (bijvoorbeeld autorijden) - Het herhaaldelijk in aanraking komen met politie of justitie (bijvoorbeeld door vechtpartijen of verstoring van de openbare orde) - Doorgaan met het gebruik ondanks dat er iedere keer problemen ontstaan op sociaal en relationeel vlak De DSM-IV spreekt van middelenafhankelijkheid als er in het afgelopen jaar drie van de zeven onderstaande symptomen hebben plaatsgevonden (Kerssemakers e.a., 2009): - Ontwikkeling van tolerantie - Last hebben van onthoudingsverschijnselen bij het minderen of stoppen - Meer en gedurende langere tijd gebruiken dan het plan is - Aanhoudende wens of mislukte pogingen om te minderen of te stoppen - 8 -

- Veel tijd gaat verloren aan het verkrijgen van het middel, het gebruik zelf en het herstellen ervan - Het minder aandacht besteden of opgeven van sociale contacten, hobby s en werk - Doorgaan met gebruik ondanks de wetenschap dat er problemen zijn die door het gebruik veroorzaakt zijn of verergeren 8,13 De vraag rijst nu, wat is chronisch alcoholisme. Chronisch alcoholisme kan omschreven worden als verslaving of middelenafhankelijkheid, welke aan de criteria van de DSM-IV en/of ICD-10 voldoet voor middelenafhankelijkheid. Dit betekent dat de bovenstaande criteria van toepassing zijn op de alcoholgebruiker. Wanneer er in een situatie met betrekking tot alcohol door één van de classificatiesystemen gesproken kan worden over afhankelijkheid kan er gesteld worden dat er een chronische alcoholist in het spel is. In dit verslag zullen we de term alcoholafhankelijkheid gebruiken. Je bent immers niet je hele leven een alcoholist (je kunt stoppen), maar zult altijd afhankelijk blijven (één keer gebruiken en je bent weer een alcoholist) 1,13 1.2.2 - Het ontstaan van alcoholafhankelijkheid? Er kan een onderscheid gemaakt worden tussen geestelijke en lichamelijke afhankelijkheid. 8,9,13 Het ontstaan van geestelijke alcoholafhankelijkheid heeft te maken met tolerantie. Tolerantie betekent dat de gebruiker van alcohol meer moet gaan drinken om hetzelfde effect te krijgen. Tolerantie ontstaat onder andere doordat de lever meer enzymen aanmaakt die alcohol afbreken. Daarnaast ontstaat het omdat het zenuwstelsel en de hersenen zich zo aanpassen, waardoor je meer alcohol nodig bent voor hetzelfde effect. Als je stopt met het nuttigen van alcohol voel je je rot, omdat de hersenen niet voldoende verzadigd worden, ze hebben zich immers tijdens het vele gebruik ingesteld op veel alcohol. 1.2.3 - Hoeveel komt alcoholafhankelijkheid voor? Volgens Kuunders en Van Laar (2009) 14 : Ongeveer een vijfde (19%) van de bevolking drinkt geen alcohol. Dat betekent dat 81% van de bevolking wel alcohol drinkt. Onder vrouwen komen meer niet-drinkers voor: 23% van de vrouwen geeft aan nooit te drinken versus 14% van de mannen. Ongeveer één op de tien Nederlanders (10,3%) tussen 16-69 jaar voldeed in 2004 aan de criteria voor probleemdrinker. Bij mannen komt dit wel meer voor dan bij vrouwen. Van de mannen is 17% probleemdrinker, van de vrouwen 4%. De onderstaande tabel laat zien hoeveel alcoholmisbruik- en afhankelijkheid voorkomt in Nederland. Definitie Maat Bij hoeveel mensen komt het voor? Alcoholmisbruik drinkgedrag dat risico s en/of 4,6% van de Nederlanders van 18-65 problemen veroorzaakt en enkele maanden aanhoudt jaar - bij mannen meer (7,3%) dan vrouwen (1,8%) - bij mensen van jongere leeftijd komt dit meer voor (peiljaar 1996) Alcoholafhankelijkheid drinkgedrag, waarvan de drinker zelf 3,7% van de Nederlanders van 18-65 (ook wel: problemen ondervindt en waarbij jaar - bij mannen meer (6,2%) dan bij alcoholverslaving) alcoholgebruik een hogere prioriteit krijgt van de drinker dan andere vrouwen (1,1%) - bij vrouwen is minder samenhang met leeftijd - bij activiteiten (controleverlies en mannen komt het bij de jongere tolerantie zijn kenmerkend) mannen meer voor (peiljaar 1996). Tabel overgenomen uit: Vormen van schadelijk alcoholgebruik en hoeveel het voorkomt door M.M.A.P Kuunders 15 1.3 - Het syndroom van Korsakov Het syndroom van Korsakov, een niet-aangeboren hersenaandoening welke in veel gevallen indirect veroorzaakt wordt door langdurig en overmatig alcoholgebruik. 13 In een aantal gevallen kan het ontstaan bij ernstige ondervoeding door bijvoorbeeld anorexia nervosa, aids en chronisch gebruik van harddrugs. 27 Het syndroom van Korsakov kenmerkt zich door een sterkte geheugendisfunctie in het korte termijn geheugen, die veroorzaakt wordt door een thiamine tekort (vitamine B1). Ook wordt dit omschreven als problemen in het aanleren van nieuwe informatie. Daarnaast zijn patiënten met het syndroom van Korsakov niet meer in staat om gebeurtenissen en herinneringen in chronologische volgorde plaatsen. 27 1.3.1 - Geschiedenis De klinische gevolgen van ernstig thiaminegebrek zijn waarschijnlijk voor het eerst in 1875 beschreven door de Franse oogarts Charles Gayet. (Arts, 2009). Voordat dit opgemerkt werd was er de duitse neuropsychiater Karl Wernicke die met de eer streek. Wernicke beschreef drie patiënten: twee mannen met chronisch alcoholmisbruik en een jonge vrouw met onophoudelijk braken na een pylorusstenose (vernauwing van de maaguitgang), die ontstond na het drinken van zwavelzuur. Bij alle drie werd een combinatie gezien van - 9 -

oogbewegingsstoornissen, mentale veranderingen (bewustzijnsveranderingen en cognitieve stoornissen) en loopstoornissen (ataxie bij staan en lopen). Alle drie overleden zij binnen twee weken na het begin van deze neurologische verschijnselen (Arts, 2009). De Russische psychiater Sergei Korsakov was niet de eerste die het syndroom van Korsakov beschreef. Hij was de achtste psychiater die het syndroom beschreef. Door zijn vooraanstaande positie in de Europese Psychiatrie en door zijn exacte omschrijving van het syndroom werd het naar hem vernoemd. 4 Sindsdien heet het syndroom dan ook het syndroom van Korsakov. Het syndroom kan op verschillende wijzen geschreven worden. De één spreekt van Korsakoff, terwijl de ander het over Corcakov heeft. Al deze termen duiden op dezelfde stoornis. Ze zijn ontstaan bij verschillende vertalingen van de naam uit het Russisch. De in de literatuur gehanteerde benaming is veelal Korsakov. 1.3.2 - Etiologie: Hoe ontstaat het syndroom van Korsakov? Het syndroom van Korsakov ontstaat ten gevolge van een gebrek aan het vitamine B1 (thiamine) dat ontstaat bij ondervoeding. 13 Thiamine is een co-enzym bij verschillende processen bij de energiehuishouding. 3,4,27 Thiamine is aanwezig in verscheidene voedingsmiddelen zoals bonen, pinda s, aardappelen, volkorenbrood en varkensvlees. 4 Het lichaam van de mens maakt thiamine niet zelf aan, daarom is het belangrijk dat men deze via eten voldoende binnenkrijgt. Een tekort aan thiamine ontstaat bij ernstige stoornissen van voedselopname in het spijsverteringsstelsel zoals de ziekte van Crohn, of bij eten van te weinig voedsel zoals bij alcoholafhankelijkheid en anorexia nervosa. 4,13 Bij excessief gebruik van alcohol kan het syndroom van Korsakov ontstaan door de volgende punten: 13 - Excessieve gebruikers (ook wel chronische alcoholisten) krijgen te weinig thiamine binnen omdat ze slecht eten. - Excessieve gebruikers nemen thiamine minder goed op in het lichaam. Door de alcohol zijn slijmvliezen van spijsverteringsorganen ontstoken en/of beschadigd - Excessieve gebruikers slaan minder thiamine op en ze zijn sneller door hun voorraad heen als de lever door alcohol beschadigd is (bijvoorbeeld: levercirrose) - Excessieve gebruikers hebben veel thiamine nodig voor de verbranding van de aanwezige alcohol, zodat er maar weinig tot geen thiamine overblijft voor andere processen. Het ontbreken van thiamine zorgt er voor dat de stofwisselingsprocessen (metabolisme) in het lichaam anders gaat lopen en er verzuring optreedt. 4,13 Hierdoor komen er grotere hoeveelheden van de neurotransmitter glutamaat vrij wat leidt tot een grotere instroom van calciumionen in de zenuwcellen. Deze zenuwcellen kunnen ernstig beschadigd raken of afsterven door deze calciumionen. 3,4,27 Bij het tijdig innemen van voldoende thiamine is dit proces omkeerbaar en is herstel mogelijk. Door voldoende thiamine daalt de hoeveelheid calciumionen in het lichaam en beschadigen de zenuwen niet tot weinig. De zenuwen krijgen de kans zich te herstellen. Dit behoort snel te gebeuren want binnen enkele dagen is de beschadiging van de zenuwcellen zo groot, dat deze niet meer te herstellen is. 1 In opengesneden hersenen is deze schade ook met het blote oog zichtbaar, als puntbloedinkjes en ontstekingsverschijnselen (Arts, 2009) Wat er feitelijk gebeurt door het te weinig binnenkrijgen van thiamine is dat de zenuwen in de hersenen ook beschadigingen oplopen. Het is nog onbekend waarop de schade zich in de hersenen vooral richt op specifieke hersenonderdelen als de thalamus, de grijze stof rond de derde en vierde verntrikel en de borstvormige lichaampjes (corpora mamillaria). 4 Waarschijnlijk is vooral de onherstelbare schade in de thalamus verantwoordelijk voor de geheugenstoornissen en de stoornissen van planning en organisatie die zo kenmerkend zijn voor het syndroom van Korsakov (Arts, 2009) Belangrijk om te noemen dat het syndroom van Korsakov gedefinieerd wordt als reststoornis, welke overblijft na een acuut en volledig thiamine tekort. De hersenen ondergaan in die acute fase (ook wel het Wernicke- Syndroom, zie 1.3.4) een dermate grote hoeveelheid schade aan de hersenen zodat deze onherstelbaar is. 1.3.3 - Wat zijn de kenmerken van het syndroom van Korsakov? Algemene criteria voor het diagnosticeren van het syndroom van Korsakov zijn er in Nederland nog niet. Logischerwijs is er wel een reeks kenmerken te noemen die voldoen aan het gestelde beeld van het syndroom van Korsakov. Zwart en Goossensen (2009) hebben de volgende kenmerken van het syndroom van Korsakov gedefinieerd - Cognitieve (hersenfunctie-) stoornissen veroorzaakt door een tekort aan thiamine (vitamine B1). - Geheugenstoornissen zoals confabulatie - Stoornissen in het korte termijn geheugen. - Problemen met de oriëntatie in tijd, soms ook met de oriëntatie in plaats. - 10 -

- Problemen in de executieve functies, dat wil zeggen in de planning van het gedrag. - De intellectuele vaardigheden zijn niet of nauwelijks veranderd. - Aandacht en concentratie zijn ongeveer gelijk gebleven. Wat is confabuleren? Patiënten met het syndroom van Korsakov zijn niet meer in staat gebeurtenissen in een chronologische volgorde te plaatsen. Dit kan tot gevolg hebben dat zij voorvallen door elkaar halen. Verder zijn er gebeurtenissen uit het verleden uit het geheugen verdwenen. Dit hoeven echter geen aaneengesloten perioden te zijn, zodat het mogelijk is dat mensen sommige dingen uit een bepaalde tijd nog wel weten en andere niet: men heeft dan gaten in het geheugen. Om deze gaten op te vullen, kunnen patiënten dingen gaan verzinnen. (Zwart en Goossensen, 2009). Dit opvullen van deze gaten heet confabuleren. Confabuleren is een onbewust proces. Wat betekent het dat een Korsakovpatiënt een stoornis heeft in het plannen van gedrag? Dit betekent dat een Korsakovpatiënt moeite heeft met het starten, reguleren en stoppen van gedrag. De stoornis in het starten van gedrag uit zich in het weinig of geen initiatief nemen tot het uitvoeren van gedrag. Een Korsakovpatiënt heeft vaak grote plannen, maar brengen deze niet tot uitvoering in de praktijk. Daarnaast is het sterk merkbaar dat een Korsakovpatiënt moeilijk te motiveren is om uit te bed te komen of een activiteit te verrichten. Het reguleren van gedrag betekent dat het lastig is voor een Korsakovpatiënt om een logische volgorde aan te brengen in hun handelingen. Voor hen is het bijvoorbeeld niet logisch om bij het koken van groente deze eerst schoon te maken en vervolgens in een pan met water te doen. (Zwart en Goossensen, 2009). Het stoppen van gedrag is voor een Korsakovpatiënt ook erg lastig. Ze zijn erg ongeremd in hun gedrag. Bijvoorbeeld in hun eetgedrag: wanneer zij eenmaal met eten beginnen, kunnen zij moeilijk ophouden. Patiënten die langere tijd in een instelling zijn opgenomen, komen dan ook vaak veel aan. Ongeremdheid is ook te bemerken bij het uiten van emoties. Korsakovpatiënten kunnen heel boos of juist heel blij worden, terwijl men als buitenstaander zo'n intense reactie niet verwacht. ( ). De stoornissen in de executieve functies hebben ook hun weerslag op het ziekte-inzicht van Korsakovpatiënten. Zij hebben niet of nauwelijks inzicht in hun situatie en kunnen niet goed inschatten waar hun sterke en zwakke punten liggen en wat hiervan de gevolgen zijn. (Zwart en Goossensen, 2009) 1.3.4 - Hoeveel komt het syndroom van Korsakov voor? Wat betreft cijfers is er weinig bekend over het syndroom van Korsakov. Het kennisplatform Korsakov 12 is de enige instelling die cijfers hierover publiceert. Het volgende kan gesteld worden uit deze cijfers 6,9 : In Nederland hadden in 2004 ruim 800.000 mensen een alcoholprobleem, in de zin dat er sprake was van alcoholmisbruik of alcoholafhankelijkheid. Daaronder zaten 260.000 zware drinkers: 200.000 mannen die meer dan 50 glazen per week drinken en 60.000 vrouwen die meer dan 35 glazen per week drinken. Van deze zware drinkers ontwikkelt ongeveer 3% uiteindelijk een syndroom van Korsakov. Nederland telde in 2004 ongeveer 8.000 patiënten met dit syndroom. Dit aantal lijkt de laatste jaren toe te nemen. (BTSG, 2000). Na deze meting in 2004 zijn er nog geen actuelere cijfers opgedoken in Nederland. De reden waarom er een toename verwacht is zit hem in de algemene toename van drankgebruik, welke voornamelijk te vinden is onder jongeren. Jongeren beginnen eerder te drinken. 7 Zie hievoor ook 1.1 en 1.2.4. Omdat de hersenen bij jongeren tot 24 jaar oud nog in de groei zijn levert alcohol een grotere schade. De alcoholist die chronisch drinkt en vroeg begint zal eerder Korsakov kunnen krijgen. Hoe eerder je begint, hoe groter de schade. Ook is er bewezen dat jongeren die voor het eerst een slok alcohol proberen, binnen zes maanden minstens één keer dronken zijn geweest. 1 Aan het gebruik van jongeren zijn verschillende oorzaken en redenen te verbinden die hier niet op zijn plaats zijn. 1.3.4 - Het Wernicke syndroom Een stoornis die nog niet genoemd is, maar waarvan vermelding zeker waard is: de Wernicke encefalopathie of simpelweg, het Wernicke syndroom. Klaas Arts zegt er het volgende over: Een Wernicke-syndroom is een acuut neuropsychiatrisch ziektebeeld dat ontstaat als gevolg van een ernstig gebrek aan thiamine (vitamine B1). In Nederland treedt het bijna alleen nog op bij alcoholisten. Volgens de leerboeken is het te herkennen aan de klassieke trias: loopstoornissen, oogbewegingsstoornissen en psychische stoornissen. In werkelijkheid treedt dit klassieke beeld echter in slechts 10-20% van de gevallen op. Meestal presenteert een Wernicke-syndroom zich als een atypische stoornis, met onduidelijke psychische veranderingen die gemakkelijk worden verward met alcoholonttrekkingsverschijnselen of metabole (stofwisseling) ontregeling door een te laag natrium 6 Het syndroom van Korsakov wordt veel gezien als een reststoornis die overblijft nadat met getroffen is door het syndroom van Wernicke. Wernicke - 11 -

1.4 Jongeren en Alcohol In deze paragraaf wordt het alcoholgebruik onder jongeren toegelicht. De reden hiervoor is in de visie van Help! Mijn buurman (ver)zuipt opgenomen. Er schuilt een gevaar in dit alcoholgebruik, welke toegelicht wordt in de onderstaande subparagrafen. 1.4.1 De omvang van het gebruik Deze paragraaf gaat in op alcoholgebruik onder jongeren. De reden hiervoor is te vinden in het volgende citaat 7 : Hoe jonger kinderen en jongvolwassenen beginnen met alcohol drinken, hoe groter het risico op het ontwikkelen van probleemgebruik en alcoholafhankelijkheid op latere leeftijd (Carpenter-Hyland & Chandler, 2007). Dit grotere risico tot probleemdrinken betekent dat er een grotere kans is om niet-aangeboren hersenletsel te ontwikkelen welke alcohol als oorzaak heeft. Volgens Kuunders en Van Laar (2009) 14 : Nederlandse jongeren beginnen op lage leeftijd met alcohol drinken. Van de twaalfjarigen heeft 56% ooit alcohol gedronken en onder zestienjarigen is dit 93%. Regelmatig drinken komt voor bij 16% van de twaalfjarigen en 78% van de zestienjarigen (drinken in de laatste maand). ( ) Voor jongeren (Voortgezet Onderwijs scholieren van 12 tot 18 jaar) geldt dat ongeveer de helft de laatste maand alcohol heeft gedronken: 51% in 2007. 17 Rond een leeftijd van 14 jaar zit een omslagpunt. Op een leeftijd van 12 en 13 jaar heeft de meerderheid de laatste maand niet gedronken. Vanaf een leeftijd van 15 jaar geldt dit voor een minderheid. 11 Volgens Kuunders en Van Laar (2009) 14 : Van de basisschoolscholieren (groep 7 en 8) die de laatste maand hebben gedronken, deed 77% van de jongens en 88% van de meisjes dat 1-2 keer, de rest vaker. Bij de drinkende scholieren uit het voortgezet onderwijs (t/m 18 jaar) geldt dat maar 37% van de jongens en 44% van de meisjes dit de laatste maand 1-2 keer deed en de rest vaker. Naast het regelmatig, is ook grote hoeveelheden drinken gangbaar onder VO scholieren. Van degenen die de laatste maand dronken, heeft 68% minstens eenmaal vijf of meer glazen bij één gelegenheid gedronken (binge drinken). 17 De Nederlandse scholieren drinken ook vaak en veel ten opzichte van andere jongeren in Europa Volgens Kuunders en Van Laar (2009) 16 : Nederlandse scholieren drinken ook veel in vergelijking met jongeren uit andere Europese landen. Het percentage Nederlandse scholieren dat de laatste maand aan 'binge drinken' deed (28%) was in 2003 het hoogste na Ierland (32%). Scholieren uit het Verenigd Koninkrijk (27%) volgden net daarna. Franse scholieren daarentegen, hadden met 9% het laagste percentage binge drinkers. Binge drinken houdt in dit geval in dat tijdens één gelegenheid vijf of meer alcoholische dranken worden gedronken 1.3.2 Waarom vormt alcoholgebruik onder jongeren een probleem? Hieronder een aantal citaten die weergeven waarom alcoholgebruik onder jongeren een probleem is. In 2007 naar schatting 300 jongeren bewusteloos door drank naar het ziekenhuis gebracht. 1 Zeven jaar eerder, in 2000, werden hooguit 50 jongeren geteld. 24 Naast de acute problematiek, de bewusteloosheid en de bijkomende verwondingen, vormt vooral de schade die alcoholvergiftiging aan de hersenen van jongeren toebrengt, het meest aansprekende nieuwe element in de maatschappelijke discussie 24 De hersenen van een jongere met een alcoholstoornis zien er anders uit dan bij een jongere zonder zo n stoornis. Ook scoren de eerstgenoemden lager op tests van cognitieve functies als aandacht, concentratie en geheugen. 23 Vroeg beginnen met drinken verhoogt de kans op het ontstaan van alcoholproblematiek op volwassen leeftijd. Of het hier gaat om oorzaak en gevolg valt moeilijk te zeggen. Drinken op jonge leeftijd staat waarschijnlijk niet op zich, maar is onderdeel van een samenspel van factoren dat leidt tot alcohol problematiek op latere leeftijd: opvoeding, familiegeschiedenis, vrienden en erfelijkheid. 23 Ook het deel van de hersenen, dat verantwoordelijk is voor redeneren en plannen en zelfbeheersing, is in de pubertijd nog volop in ontwikkeling. Een belangrijk hersengebied voor leren en geheugen is de hippocampus. Ook dit deel van de hersenen is tijdens de pubertijd nog volop in ontwikkeling. 11 Hersenen ontwikkelen zich tot het 24 e levensjaar. Het deel van hersenen dat verantwoordelijk is voor redeneren, plannen en zelfbeheersing, is in de pubertijd nog in de ontwikkeling. Een belangrijk - 12 -

onderdeel voor het geheugen is de hippocampus. Ook dit deel is in de pubertijd nog in ontwikkeling. Verschillende onderzoeken wijzen in de richting van schade als gevolg van alcoholgebruik 13 Jongeren die afhankelijk zijn van alcohol of alcohol misbruiken, blijken een kleinere hippocampus te hebben dan jongeren die niet afhankelijk zijn. 1 Verder blijkt dat jongeren met alcoholproblemen bij bepaalde geheugentesten lagere zuurstofconcentraties in bepaalde hersengebieden hebben. Dat betekent dat hun hersenactiviteit lager is 13 In zijn algemeenheid kan je stellen dat een gemiddelde leerling tussen de 15 en 18 jaar oud hersentechnisch niet in staat is om in alle vrijheid en met overzicht te kiezen en daarmee te leren zoals de bedenkers van het Studiehuis dat voor ogen hebben gehad. De hersenstructuren die betrokken zijn bij het zelfstandig opnemen van lesstof, het maken van keuzes bij het leren en het plannen en evalueren van eigen gedrag zijn nog niet af. 18 De bovenstaande citaten geven aan dat alcoholgebruik onder jongeren een probleem vormt. Er is een toename in het bewusteloos drinken (comazuipen) onder jongeren. 15 Daarnaast heeft alcohol een schadelijk effect op de hersenen. Dit effect is des te groter wanneer de hersenen nog in ontwikkeling zijn. 11,13,23,24,26 Ook bestaat er een hogere kans voor jongeren om verslaafd te raken aan alcohol. 13,23 Zoals eerder beschreven neemt de kans op alcoholproblematiek toe, hoe eerder men leert met drinken. Het is vrij logisch om dan te stellen dat de Korsakovproblematiek in Nederland toeneemt door onder andere het alcoholgebruik onder jongeren. Hiervoor zijn de volgende redenen te noemen - Op vroege leeftijd alcohol drinken vergroot de kans op alcoholproblematiek - Een hoge kans op alcoholproblematiek verhoogt de kans op het verkrijgen van het syndroom van Korsakov. - Van jongeren met de leeftijd 12-18 jaar zijn de hersenen nog in ontwikkeling. Vooral de functies van plannen, redeneren en zelfbeheersing zijn nog vol in ontwikkeling. Iemand met het syndroom van Korsakov heeft grote moeite met plannen. Door het drinken op vroege leeftijd wordt de ontwikkeling van deze functies benadeeld waardoor de bovenstaande hersenfuncties direct als problemen kunnen opleveren. - Eerder beginnen met alcohol drinken is het eerder verkrijgen van alcoholproblematiek waardoor men eerder kan starten met het ontwikkelen van het syndroom van Korsakov. Het eerder starten betekent dat mensen dit syndroom eerder zullen oplopen. Dit is één van de redenen waarom de gemiddelde leeftijd van de Korsakovpopulatie de afgelopen jaren flink gedaald is. 27 Met nadruk willen wij benoemen dat voor de bovenstaande stellingen of deels of weinig tot geen onderzoek beschikbaar is welke deze theorie ondersteund. 1.4 Korsakov een probleem? Tot slot. Wat maakt het syndroom van Korsakov nu eigenlijk een probleem? Waarom kunnen we het niet laten zoals het nu is. Mensen met het syndroom van Korsakov zijn net zoals iedereen ook mensen. Het syndroom van Korsakov kan een probleem genoemd worden, maar het is te meer een probleem geworden sinds de invoering van de wet maatschappelijke ondersteuning (WMO) op 1 januari 2007. Hierin wordt beoogt dat mensen met een beperking zolang mogelijk zelfredzaam moeten kunnen blijven. 29 Ook alcoholisten en mensen met het syndroom van Korsakov vallen onder deze doelgroep. De WMO heeft als doel mensen met ene beperking de kans te bieden om maatschappelijk deel te nemen aan activiteiten en vereenzaming tegen te gaan. Echter, er zijn maar weinig projecten die hierop inspringen. Hoe worden de deze mensen bereikt die zo lang mogelijk thuis blijven? Hoe worden zij gestimuleerd tot deelname van activiteiten? Hoe word vereenzaming voorkomen bij alcoholafhankelijke mensen met evt. het syndroom van Korsakov? Veelal is er volledig gebroken met het netwerk dat deze mensen voorheen hadden, wie voorkomt dan dat ze vereenzamen? Zoals te lezen in hoofdstuk 3 vangt het project Hmbv dit op. Door de presentietheorie (zie 3.6) te hanteren en gebruik te maken van ervaringsdeskundigheid (zie 3.5) wordt vereenzaming tegengegaan en worden cliënten gestimuleerd tot het deelnemen aan activiteiten. - 13 -

Hoofdstuk 2 De achtergrond van het project Dit hoofdstuk vertelt in het kort de achtergrond van het project Help! De buurman Verzuipt! (Hmbv). In dit hoofdstuk wordt aandacht besteed aan Stichting Het Zwarte Gat en Stichting VIP welke zowel indirect als direct een basis vormen voor het project Hmbv. 2.1 Hoe en waarom is het project ontstaan? Hmbv is een project dat uitgevoerd wordt door stichting VIP. Stichting VIP is een stichting die veel aandacht besteedt aan alcoholverslavingen. Het project Hmbv wordt sinds 2006 ook uitgevoerd in Hoogeveen en Assen door Verslavingszorg Noord-Nederland (VNN). Stichting VIP zet vanaf 2009 het project ook op in de twee steden Deventer en Apeldoorn. Dit betekent dat deze stedendriehoek de tweede plaats wordt waar het project opgestart wordt. Het project loopt individueel van het project in Hoogeveen en Assen. De reden dat het project opgestart wordt is dat Stichting VIP van mening is dat er veel mensen met het syndroom van Korsakov in Nederland zijn (zie 1.3) en dat hier te weinig preventie op toegepast wordt. De mensen die het syndroom van Korsakov aan het ontwikkelen worden niet bereikt. Het project Hmbv geeft invulling aan het cliëntenperspectief. Het cliëntenperspectief en ervaringsdeskundigheid (zie 3.5) worden volgens stichting VIP nog sterk onderbelicht. Uit onderzoek is gebleken dat er in Gelderland, met name in de grotere gemeenten (Apeldoorn en Deventer), draagvlak is voor ondersteunende projecten voor mensen met het syndroom van Korsakov en alcoholisme. (Zwart, 2008). Het gaat hierbij om een vorm van zorg waarbij de mensen met een afhankelijkheid opgezocht worden: bemoeizorg. Deze bemoeizorg combineert psychiatrische zorg, verslavingszorg, praktische hulp, woonondersteuning en maatschappelijke hulp met elkaar op plaatsen waar de cliënt zich bevindt. Belangrijk om te noemen is dat Hmbv slecht een opstap is naar deze combinatie. Hmbv zoekt de betreffende mensen op vormt zo een start voor een mogelijk professioneel traject binnen de verslavingszorg. Apeldoorn en Deventer hebben te kennen gegeven het project te subsidiëren (zie hoofdstuk 5) Een aantal leden van Hmbv hebben met een verslaving te kampen gehad. Zij hebben hun ervaringen met verslaving omgezet naar ervarings(des)kundigheid en hebben deel uitgemaakt van verscheidene cliëntenraden in de verslavingszorg. Een belangrijk aspect is dat sommige vrijwilligers van Hmbv ervaringsdeskundig zijn of vrijwillig zijn. Ervaringsdeskundig betekent dat mensen die zelf afhankelijk zijn of zijn geweest hun ervaring aangevuld hebben met een gerelateerde studie. Gesteld kan worden dat Hmbv een project is dat gemaakt is door verslaafden, voor verslaafden. Dit alles om de kwaliteit van zorg te vergroten. Voor meer informatie over de visie en missie van Hmbv zie hoofdstuk 3. 2.2 - Het Zwarte Gat. Het Zwarte Gat is een kennisnetwerk dat verrezen is uit het moedernetwerk van de gezamenlijke cliëntenraden uit de verslavingszorg. Het Zwarte Gat is ontstaan in 1999 toen cliëntenraden uit de verslavingszorg voor het eerst een kennisweekend verslavingszorg hebben georganiseerd. Innertijd heette het nog niet het Zwarte Gat. Het Zwarte Gat is officieel pas een stichting geworden in 2008. Hierbij waren wethouders, burgemeesters en GGZ Nederland uitgenodigd. Bij dit eerste kennisweekend werd er slechts gesproken over een project dat gestuurd werd door cliënten. Inmiddels bestaat het Zwarte Gat tien jaar en is het een kennisnetwerk dat als basis dient voor meerdere projecten waaronder Hmbv. Het netwerk het Zwarte Gat is een samenwerkingsverband dat het initiatief neemt om het perspectief op maatschappelijk herstel voor cliënten in de verslavingszorg te vergroten 21 2.3 Stichting VerslavingsInformatiePunt (VIP). Het nieuwe project Verslavingsinformatiepunt (VIP) wil alcoholisten over de drempel van de hulpverlening helpen. Het Oranjefonds ondersteunt het project. Initiatiefnemer en ex-alcoholist Gerrit Zwart: We maken gebruik van ervaringsdeskundigen. (Stichting VIP, 2009). Stichting VIP is een stichting die alcoholverslavingen onder de aandacht brengt door middel van voorlichting op onder andere scholen, buurthuizen,en gemeentes Stichting VIP zet zich in om de schadelijke kenmerken en gevolgen duidelijk te maken van alcohol en het fenomeen verslaving. Tevens is Stichting VIP een voorstander van ervaringsdeskundigheid in de verslavingszorg. In die zin deelt stichting VIP deels de visie van stichting het Zwarte Gat. Hmbv is een project dat in Zutphen en Apeldoorn uitgevoerd wordt door stichting VIP onder leiding van Gerrit Zwart. Het motto van stichting VIP: Een cliënt met verslavings- problemen is meer dan zijn verslaving, zijn somatische, psychische (en/of psychiatrische), sociale, relationele, arbeidsgerelateerde en of justitiële problematiek. Een cliënt met verslavingsproblemen is zelfs meer dan een optelsom van dit alles. Een cliënt is in de eerste én op de laatste plaats... mens - 14 -

Hoofdstuk 3 - Visie In dit hoofdstuk wordt de missie en de visie van het project (Hmbv) beschreven. De visie wordt in het kort beschreven in de eerste paragraaf. In de tweede paragraaf wordt er aandacht besteedt aan de doelstellingen van het project. In de daaropvolgende paragrafen worden enkele delen van de visie van Hmbv nader omschreven. Zo worden de presentiebenadering, de herstelvisie, ervaringsdeskundigheid en de verklaringsmodellen voor verslaving uitgewerkt. 3.1 De visie van Help! Mijn buurman (ver)zuipt Een mens met verslavingsproblemen is meer dan zijn verslaving, zijn somatische, psychische (en/of psychiatrische), sociale, relationele, arbeidsgerelateerde en of justitiële problematiek. Een cliënt met verslavingsproblemen is zelfs meer dan een optelsom van dit alles. Hmbv vindt dat een cliënt in de eerste én op de laatste plaats mens is! - Wij vinden dat de inzet van ervarings(des)kundigheid een noodzakelijke voorwaarde is om werkelijk op herstel georiënteerde systemen te ontwikkelen. - Wij vinden dat de verslavingszorg, samen met haar cliënten, haar koers moet verleggen naar een meer cliëntgerichte benadering van verslavingsproblematiek. - Wij vinden dat het vergroten van perspectief op maatschappelijk herstel het uitgangspunt moet zijn bij het vormgeven van Zorg voor Verslaafden. - Wij vinden dat voor, tijdens en na de behandeling de individuele kracht van de verslaafde de basis vormt van zijn herstel. Hmbv wil mensen met een alcoholverslaving over de drempel van de hulpverlening helpen. Hiernaast willen zij een preventieve factor zijn om het syndroom van Korsakov te voorkomen of te stabiliseren. Hmbv beoogt dat de preventie op een zo vroeg mogelijk leeftijd start. Hmbv werkt met ervaringsdeskundigen. Ervaringsdeskundigen zijn mensen die zelf een verslaving hebben en het proces onder andere kennen uit eigen ervaring (zie 3.5). Een groot deel van mensen met alcoholproblemen, maar ook jongeren zijn zich niet altijd even bewust van de verhoogde risico s op alcoholafhankelijkheid en gezondheidsproblemen 1 Veel alcoholverslaafden ontkennen hun alcoholprobleem en schamen zich ervoor 1. Alcoholgebruik op zich is maatschappelijk geaccepteerd, maar wanneer het alcoholgebruik problematisch wordt krijgt het de maatschappelijk stempel van onacceptabel. De omgeving signaleert veelal het probleem eerder dan de persoon zelf. 26 Om die reden wil Hmbv een factor zijn om samen met de omgeving contact te leggen met de alcoholafhankelijke persoon. Samen wordt er een weg gezocht om de proberen op te lossen. Hierbij gaat Hmbv uit van de herstelbenadering (zie 3.4). 3.2 Missie De missie van Hmbv is 28 : - Preventief aanbod creëren t.b.v. mensen met een alcoholprobleem en kans op het Korsakovsyndroom, in een thuiswonende, maar in een geïsoleerde situatie; Dit op basis van ervarings(des)kundigen, vrijwilligers en studenten. - Stimuleren van maatschappelijke participatie van mensen met bovengenoemde problematiek, door het op gang brengen van de lichamelijke motor d.m.v. een maaltijdvoorziening met toegevoegde vitaminesupplementen (zie 1.3.2); - Laagdrempelige aanpak van het cliëntencontact, voor in het bijzonder problematische zorgmijders met ernstig alcohol misbruik, in een thuiswonende situatie, uitbreiden; - Praktisch hulpverleningsaanbod voor maatschappelijk herstel, dat buiten de reguliere zorg en mantelzorg- instellingen valt; - Effectievere inzet van geld, voor mensen met bovengenoemde problematiek; - Samenwerkingsovereenkomsten met zorginstellingen, waaronder TACTUS, Atlant zorggroep, gemeenten en zorgverzekeraars opstellen. Dit is o.a. nodig om de kwaliteit van het project te kunnen waarborgen; - Aanbieden van werkervaring met alcoholverslaafden aan MBO/HBO- studenten, met studierichting verslavingszorg. Dit wil Hmbv bereiken door: - In contact te komen met mensen met een alcoholprobleem. Dit hoeft niet direct diegene te zijn die alcoholafhankelijk is of diegene is die de problemen heeft. Dit kan ook zijn als je iemand kent die problemen met alcohol heeft - Het verder invullen en ontwikkelen van volledige waardering van ervaringsdeskundigheid als derde kennisbron in de verslavingszorg naast de professionele kennis en evidence based medicine als eerste en tweede. - Ten eerste willen wij ons richten op mensen die zodanig met alcohol omgaan dat ze in de categorie zwaar of problematisch gebruik vallen (zie 1.1). Alcohol is dan zo schadelijk voor het lichaam en de - 15 -

hersenen dat het in combinatie met te weinig inname van Thiamine het syndroom van Korsakov kan ontstaan (zie 1.3). Dit syndroom willen wij voorkomen of stabiliseren - In samenwerking met de omgeving in gesprek te gaan met de alcoholafhankelijke persoon. Dit zal niet altijd de eerste keer lukken (weten we uit ervaring). Dit geeft niet, we zullen het blijven proberen, proberen en nog eens proberen. - Het winnen van vertrouwen staat voorop. Hmbv kijkt pas naar eventuele hulpverlening als er een vertrouwensband is ontstaan. De keuze van hulpverlening is altijd een eigen keuze van de alcoholafhankelijke zelf. - Hmbv kijkt samen met de alcoholafhankelijke wat de beste keuze kan zijn (internet, AA, Intact zelfhulp, Atlant zorggroep voor dagbesteding professionele behandeling waaronder opname in een kliniek of deeltijd etc etc). - Vrijwilligers als maatjes in te zetten om resocialisatie te bereiken. Samen kijkt dit maatje en de alcoholafhankelijke naar verschillende gebieden zoals wonen, werken en welzijn. (zie ook de presentiebenadering in 3.5) - Terugvallen of het ontstaan van een crisis worden opgevangen door de professionele instelling De Wending, Tactus en/of Atlant Zorggroep. Welke een afdeling heeft waarin ze verpleegafdeling hebben, waar mensen die in slechte psychische en/of lichamelijk en/of sociale toestand verkeren waarin ze ondersteuning krijgen bij de primaire zorgbehoeften, o.a. medicatie, wondverzorging, structuur in de voeding en psychische ondersteuning. - Een eerste stap naar de hulpverlening kan eng zijn daarom willen wij helpen om de stappen samen te maken. We gaan samen op pad als een soort maatjes om een juiste plek te vinden, waar men zich het meest thuis voelt. - Hmbv geeft antwoord op alle vragen met betrekking tot alcoholafhankelijkheid. Ook als Hmbv het antwoord niet weet zullen de vrijwilligers gebruik maken van hun netwerk en kennis om het antwoord te achterhalen. - Door voorlichtingen te geven op allerlei terreinen waarin interesse is voor cliëntgestuurde projecten. - We willen graag met u samen werken. Hiervoor hoeft u geen ervaringsdeskundige te zijn. We verwachten wel enthousiasme en beschikbaarheid. We kijken samen welke taken het beste aansluiten afhankelijk van kennis, vaardigheden, beschikbaarheid en wensen. - Alhoewel je als vrijwilliger niet wordt betaald krijg je er wel zeer veel voor terug. Dit is dat je voor anderen zeer veel kan betekenen. Dit geeft voldoening en je krijgt de kans jezelf te ontplooien en iets te leren. Natuurlijk levert het waardering op. - Zich ook te richten op de groeiende groep jongeren die met een alcoholprobleem kampt. Hmbv richt zich op de jongeren door voorlichting te geven aan onder andere scholen, buurthuizen en gemeenten. 3.3 Verklaringsmodellen voor verslaving Er zijn verschillende manieren hoe er naar verslaving gekeken kan worden. Er zijn enkele verklaringsmodellen in het leven geroepen die aangeven hoe men naar verslaving kan kijken. Deze modellen geven antwoord op vragen zoals: wat is een verslaving? Hoe ontstaat een verslaving? Waarom is men verslaafd?. Deze modellen worden veelal binnen de verslavingszorg gehanteerd, maar zijn ook daarbuiten te gebruiken. Hieronder staan de verklaringsmodellen zoals Kerssemakers e.a. (2009) deze beschrijven. Stichting VIP hanteert het biopsychosociale model. - Het morele model gaat ervan uit dat verslaving is ontstaan door morele zwakte of een zwakke wil van de verslaafde. De verslaving is de schuld van de persoon zelf en hij is zondig. De beste remedie volgens het morele model is opsluiten in de gevangenis, ofwel een strafrechtelijke vervolging. De verslaving is de misdaad. - Het farmacologisch model gaat uit van het middel of de stof. De verslaving is veroorzaakt door het middel. Het middel is de schuldige. Het beste remedie voor de verslaving is dan ook het wegnemen van het middel. Immers, als het middel er niet meer is, kan er ook geen verslaving meer veroorzaakt worden. Een voorbeeld hiervan is de drooglegging van in de Verenigde Staten - Het psychiatrisch model ziet de verslaving als een teken van een onderliggende stoornis. Dit model wordt ook wel het symptomatische model genoemd. De verslaving is een symptoom van iets anders. Als iemand verslaafd is dan betekent het dat er bijvoorbeeld een psychiatrische stoornis aanwezig is. Het beste remedie tegen verslaving volgens dit model is dat de onderliggende stoornis opgelost moet worden. Los je deze stoornis op, dan verdwijnt de verslaving vanzelf. Immers, als je een glassplinter uit je hand wegneemt (middel), dan verdwijnen vanzelf de pijnklachten (symptomen. - Het medisch model ziet verslaving als een puur lichamelijke aandoening. Verslaving is een chronische ziekte welke is ontstaan ten gevolgen van een lichamelijke overgevoeligheid. De gebruiker ervaart vanaf het eerste gebruik een drang om weer te gebruiken. Het beste remedie volgens dit model is - 16 -

abstinentie. Abstinentie betekent dat de persoon verder leeft zonder het middel ooit nog weer te gebruiken. - Het gedragstherapeutisch model vertelt dat de verslaving aangeleerd gedrag is. De positieve effecten van alcohol werkend belonend en stimuleren het gedrag. Gedrag wordt aangeleerd en kan dus ook weer afgeleerd worden. De beste remedie voor verslaving volgens dit model is het aangeleerde gedrag afleren in bijvoorbeeld therapieën. - Het biopsychosociaalmodel ziet verslaving als een combinatiestoornis. De verslaving is het resultaat van aangeboren vatbaarheid, van persoonlijke ontwikkeling en van sociale omstandigheden. Een verslaving kan genetisch bepaald zijn waardoor de kans groter is dat iemand het krijgt. Een nietoptimale persoonlijke ontwikkeling kan ervoor zorgen dat iemand onhandig is in communicatie en gevoelens. Negatieve sociale omstandigheden kunnen een rol spelen bij het ontstaan van een verslaving. Dit kunnen redenen zijn om een verslaving te ontwikkelen. De beste remedie volgens het biopsychosociale model is een integrale behandeling waarin onderdelen als psychotherapie, medicatie en verbetering van de sociale omstandigheden als troef ingezet worden om de verslaving te overwinnen. - Het hersenziektemodel gaat er van uit dat de verslaving een hersenziekte is. Middelen werken in op de beloningscentra van de hersenen. Door herhaald en veelvuldig gebruik kan het aantal dopaminereceptoren in de neurotransmitters afnemen. Dopamine is een stof die bepalend is bij het hebben van stemmingen zoals blijdschap en verdriet. Bij verslaving is er sprake van een aantal afwijkingen in de hersenen. De beste remedie is nog in ontwikkeling. Men hoopt medicatie te kunnen maken welke inspelen op de neurotransmitters. - Het aanvaardingsmodel accepteert dat een persoon verslaafd is. Het heeft geen zin om iets aan de verslaving te doen. Het is beter om iets met de gevolgen en de potentiële gevolgen te doen. De beste remedie volgens dit model is het beperken van de schadelijke aspecten welke met het gebruik meekomen. 3.4 De Herstelbenadering Herstel is een psychisch proces terwijl genezing een lichamelijk proces is (Anthony, 1993). Anthony (1993) maakt duidelijk onderscheid tussen herstellen en genezing. Genezing treedt op na een periode van ziekte te hebben doorstaan. Herstel kan altijd plaats vinden. Een ongeneselijke ziekte kan niet genezen, maar de cliënt met de ziekte kan wel herstellen. 2. Herstel betekent niet dat het lijden en de symptomen van de ziekte zijn verdwenen of dat iemand terugkeert op het niveau waarop met voor de ziekte functioneerde, zoals waar men bij genezing van uit gaat. De herstelbenadering gaat er van uit dat de cliënt tijdens zijn herstelproces opnieuw betekenis en zin aan zijn leven geeft. 10 De ziekte, die mogelijk catastrofaal voor het leven kan zijn, wordt door de cliënt ingepast in zijn leven. De cliënt geeft de gebeurtenis een plek. Herstel is daarmee een diep ingrijpend, persoonlijk en uniek proces van verandering van houding, waarden, gevoelens, doelen, vaardigheden en/of rollen, dat leidt tot een bevredigend hoopvol en nuttig leven ondanks de beperkingen die de ziekte met zich meebrengt. (Van der Gaag & Van der Plas, 1997). 3.5 De drie kennisbronnen en ervaringsdeskundigheid Hmbv streeft na om hulp te bieden vanuit de drie kennisbronnen. Hmbv is van mening dat deze drie kennisbronnen onlosmakelijk met elkaar verbonden zijn om efficiënte hulp te kunnen bieden. De drie kennisbronnen zijn: - Evidence Based. Hieronder vallen alle onderzoeken en resultaten. Feitelijk zijn dit alle stukken waarin een aspect van zorg wetenschappelijk bewezen wordt - Best Practice. Best practive is ervaring en expertise van professionals die dit door jarenlange ervaring hebben opgedaan - Ervaringskennis. Dit is kennis die is opgedaan door patiënten/consumenten die een ziekte of product - mee- en of doorgemaakt Hmbv en Stichting VIP willen deze drie kennisbronnen als standaard gebruiken en de nadruk leggen op ervaringskennis. Het is belangrijk om het verschil tussen ervaringskennis en ervaringsdeskundigheid te benoemen. Iemand met ervaringskennis wordt ook wel ervaringskundig genoemd. Ervaringskennis is de kennis die men heeft opgedaan door het mee- of doormaken van een ziekte. Ervaringsdeskundigen hebben veelal veel van deze kennis. Het verschil is dat een ervaringsdeskundige zijn ervaringskennis aangevuld heeft met een studie. In deze studie heeft hij de derde kennisbron (ervaringskennis) geïntegreerd met de eerste twee (evidence based en best practice). Een ervaringsdeskundige is dan ook iemand die niet alleen ervaren is doordat hij bijvoorbeeld alcohol- of heroïneverslaafd is of is geweest, maar die zijn ervaring aangevuld een heeft met een theoretische en praktische onderbouwing. - 17 -

3.6 De presentiebenadering De oprichter Gerrit Zwart (2009) is van mening dat ervaringsdeskundigen onmisbaar zijn om deze doelgroep goed te kunnen helpen. Naar zijn mening moeten we weer meer naast de mens gaan staan. Dit heeft veel raakvlakken met de presentiebenadering van Andries Baart (2001). Er is wel een duidelijk verschil tussen hulpverleners die de presentiebenadering gebruiken (wat volgens de thoerie van Baart (2001) alleen professionals kunnen zijn) en de mensen die zich inzetten voor Hmbv die alleen bestaan uit ervaringsdeskundigen, vrijwilligers en studenten. De overeenkomsten zijn dat we als onder andere ervaringsdeskundigen meer aanwezig zijn in het milieu van de cliënten en aandacht bieden, niet over de cliënten denken maar echt aan de cliënten denken. Dit houdt in dat diegene die hulp biedt echt optrekt en tijd besteedt met de cliënten in het milieu. Dit vindt plaats zonder vast te zitten aan een druk tijdschema. Daarnaast biedt hij een luisterend oor en probeert zich te verplaatsen in de situatie van de cliënten. De hulpverlener is altijd en overal bereikbaar voor de cliënt. In die zin vergt het veel inzet van de hulpverlener. De cliënten ervaren bij de presentiebenadering meer begrepen te worden omdat de hulpverlening dicht bij hun leefwereld staat. De cliënt heeft ook meer de ervaring dat zij het minder snel kunnen verknallen omdat de hulpverlener terug komt. Deze vorm van presentie kan wel enkel en alleen uitgevoerd worden door professionals omdat het verder gaat dan er alleen maar aanwezig zijn. Men moet geschoold zijn en onder andere goed kunnen reflecteren en kunnen handelen met emoties zowel met die van de cliënt als met de eigen emoties. Omdat dit het verschil maakt tussen professionele hulp en gewoonweg iemand er laten zijn zoals een buurman. De hulpverlener moet zich bewust zijn van interne processen zoals vooroordelen, weerstand en ontvankelijkheid om daadwerkelijke hulp te bieden die verandering teweeg brengt in plaats van het er alleen maar zijn. De beroepsbeoefenaar zet zijn aanwezigheid en handelen functioneel in. Hier onderscheid zich de professionele hulp. Andries Baart, de geestelijke vader van de presentietheorie, omschrijft deze als volgt: Een praktijk waarbij de zorggever zich aandachtig en toegewijd op de ander betrekt, zo leert zien wat er bij die ander op het spel staat van verlangens tot angst en die in aansluiting daarbij gaat begrijpen wat er in de desbetreffende situatie gedaan zou kunnen worden en wie h/zij daarbij voor de ander kan zijn. Wat gedaan kan worden, wordt dan ook gedaan. Een manier van doen, die slechts verwezenlijkt kan worden met gevoel voor subtiliteit, vakmanschap, met praktische wijsheid en liefdevolle trouw. 5,21 3.7 Het stigma op alcoholafhankelijkheid Zoals in de vorige paragraaf beschreven wordt zijn er verscheidene manieren om naar verslaving en afhankelijkheid te kijken. Deze modellen spelen een rol bij het behandelaanbod van Nederland. De meeste klinieken gaan uit van het biopsychosociaal model en zien afhankelijkheid dan ook als het resultaat van een reeks problemen die hebben plaatsgevonden in iemands leven. Enkele instanties hangen een andere model aan. Op deze modellen zijn verschillende behandelvormen gebaseerd. Zo is leefstijltraining een voorbeeld van het gedragstherapeutisch model en is een psychologische test een voorbeeld van het psychiatrisch model. Kortom, de verslavingszorg staat bol van de visies. Ook de Nederlandse samenleving hanteert verschillende visies op verslaving. Ruw genomen kunnen elk van deze visies tot één van de bovenstaande modellen teruggeleid worden. De vraag is eigenlijk. Wat is de gedachte van Nederland over alcohol. Wij hebben zelf de indruk dat de modellen van in Nederland terug te vinden zijn onder verschillende doelgroepen. Zo is bekend dat oudere mannen graag een borrel nemen. Om het stigma helder te krijgen in Nederland is er een grootscheeps onderzoek nodig. Een onderzoek die door tijd- en opdrachtbeperkingen helaas niet door ons uitgevoerd kan worden. Naast het feit dat er nog geen concrete onderzoeksresultaten zijn over hoe de gedachtegang binnen Nederland over alcoholafhankelijkheid is zijn er wel een aantal situaties die veel Nederlanders kennen waarin een gedachtegang over alcohol naar voren komt. Zo is comazuipen een zeer actueel thema onder jongeren 13. Inmiddels komt Comazuipen steeds meer voor. Er kan gesproken worden over onder andere een bepaalde druk die jongeren op elkaar leggen met betrekking tot alcoholgebruik. Alcoholafhankelijkheid onder jongeren is een sterk onderbelicht onderwerp. Een gedachtegang die wel gehoord wordt is: hoe kan een jongere nu afhankelijk zijn, die kent het middel nog maar net. Wanneer vrienden of familie verslaafd zijn wordt de stoornis al gauw niet begrepen en veelal zijn er verbroken familiebanden. Enerzijds kan dit ontstaan door een stuk kennistekort m.b.t. de stoornis. Anderzijds omdat het kenmerkend is voor een verslaving (of afhankelijkheid) dat de persoon zelf zal ontkennen dat deze aanwezig is. Nogmaals, feiten over de gedachtegang van Nederland t.o.v. een afhankelijk zijn niet te onderbouwen met resultaten. In Nederland kijken veel mensen verschillend aan tegen een verslaving. Vandaar dat stichting VIP deze vragen stelt aan de lezer: Wat vindt jij? Welk model geeft weer hoe jij verslaving ziet? Waarom? - 18 -

Hoofdstuk 4 - Het Project in de praktijk In dit hoofdstuk lichten wij de praktische kant van het project toe. Hoe gaat het project er nu uitzien in de praktijk? Onder andere de organisatie van het project wordt kort toegelicht, de uitgangspunten en de inzet van studenten. Tot slot vermelden wij ook de verwachtingen en de effectiviteit van het project. De effectiviteit is door Jos Oude Bos gemeten met betrekking tot het project in regio Drenthe 4.1 Organisatie van het project (Hmbv) is een project van Stichting VIP. Stichting VIP is een stichting die opgericht is door Gerrit Zwart en zich sterk focust op alcoholverslaving. Het project wordt uitgevoerd vanuit stichting VIP. Stichting VIP werkt op het moment samen met een aantal vrijwilligers en een projectgroep waaronder Miriam de Winter (Tactus), José Kroon (De Wending/Leger des Heils) en Joke Westerik Atlant zorggroep afdeling Marke (Korsakov kliniek). Deze instellingen zullen cliënten aanstellen voor het project. Als onafhankelijke persoon wordt Gert De Haan gevraagd. Het project Hmbv wordt geleid door Gerrit Zwart, voor een kritische blik krijgt hij ondersteuning van R. Rutten, welke als voorzitter van de Raad van bestuur van Tactus Verslavingszorg functioneert. 4.2 De praktische uitvoering van het project Verantwoorde eet- en leefgewoonten zullen de kracht en energie van de projectdeelnemers gunstig beïnvloeden, en is verbetering van de fysieke conditie van de projectdeelnemers, zeker in de eerste fase, de eerste prioriteit. Vervolgens kan toegewerkt worden naar de opbouw van zelfredzaamheid door maatschappelijke participatie te stimuleren en te bevorderen. Signalering en basiszorg, zoals het oplossen van financiële verplichtingen, thuiszorg, andere medische zorg en primaire voorzieningen, blijft in handen van samenwerkende zorg- en mantelzorginstellingen. Dit hoeft voor de participerende zorg- en mantelzorginstelling geen extra inspanningsverplichting op te leveren. In eerste instantie zal de maaltijdvoorziening verzorgdt worden door een professionele maaltijdverstrekker. In een later stadium wordt eventueel vanuit TACTUS een experimenteel kookproject opgezet, waarin vaardigheden van het bereiden van een maaltijd, voornamelijk aan jonge mensen, wordt geleerd. De bereiding van de maaltijden moeten voldoen aan de HACCP kwaliteitseisen, die wordt gecontroleerd door de keuringsdienst van waren. Deze maaltijden worden aangevuld met extra vitaminesupplementen, om de oorzaak van het Korsakov - syndroom preventief te bestrijden en/of te stabiliseren. Bij een groeiende vraag kan het aanbod, in samenwerking met een erkende maaltijd voorzieningsinstelling worden opgezet. Dit is van belang, om de kwaliteit en de continuering van het project te kunnen blijven garanderen. Laagdrempelige hulpverlening, in de vorm van een maatje zal een positieve werking hebben bij het maatschappelijk herstel. Een maatje is iemand, waarmee je samen dingen doet. De functie van het maatje is hier gekoppeld aan het maaltijdproject. Samen eten is immers leuker dan in je eentje eten. Dit alles heeft het een stimulerende werking, want door alcoholmisbruik en voedselverwaarlozing is het sociale aspect meestal ondergesneeuwd. Het maatje zijn zal in principe worden uitgevoerd door vrijwilligers en studenten (ervaringskundigen en/of ervaringsdeskundigen). Het is geen vereiste ervaringskundig of deskundig te zijn. Affiniteit en capaciteiten om met deze doelgroep te kunnen werken is voldoende. Voor de studenten die hun studie hebben afgestemd op de verslavingszorg, zal de combinatie leren en werken een wezenlijke bijdrage leveren aan het leerproces van de student. De studenten vormen immers de schakel tussen de participerende partijen in het project. Op deze manier leren studenten de hele cyclus van het werken in de verslavingszorg kennen en raken ze vertrouwd met overlegvormen tussen de samenwerkende zorginstellingen. Uiteindelijk is de student in staat om het alcohol gebruik in samenspraak met de cliënt, tot aanvaardbaar niveau te reduceren. Daarnaast leert de student de vorderingen van de cliënt te beschrijven en het terug te koppelen aan stichting VIP en de opleiding. 4.3 De uitgangspunten Het project is, naar het oordeel van de betrokken partners, een dringend gewenste aanvulling op de bestaande hulpverlening die rond alcohollisten en Korsakov patiënten georganiseerd is. Daarbij doet het recht aan de richtlijnen van de Wet Maatschappelijke Ondersteuning (WMO): het doorbreekt het isolement en de zorgwekkende situatie van deze kwetsbare doelgroep en het is gericht op structurele verbetering van de zelfredzaamheid. De aanpak berust op de principes van Assertive Community Treatment (A.C.T.). Dit is een vorm van bemoeizorg en casemanagement die psychiatrische zorg, verslavingszorg, praktische hulp, woonondersteuning en maatschappelijke hulp met elkaar combineert op plaatsen waar de cliënt zich bevindt. Cliënten die voor het project in aanmerking komen zijn soms in beeld bij verslavingszorginstanties. Andere reguliere instellingen worden via het netwerk van het Zwarte Gat en Stichting VIP benaderd.. Vanuit deze instellingen kunnen cliënten na een behandeling in aanmerking komen voor nazorg. Hmbv is op voorhand een vorm van nazorg. We kijken samen met de alcoholafhankelijke wat de beste keuze kan zijn (internet, AA, Intact zelfhulp, Atlant zorggroep voor dagbesteding professionele behandeling waaronder opname in een kliniek of deeltijd). Voor herstel is alleen Hmbv onvoldoende. Terugval of problematiek die het project Hmbv overstijgt - 19 -

wordt opgevangen door: De Wending (Leger Des Heils), Tactus of Atlant Zorggroep. In overleg met de cliënt is het eventueel mogelijk om de cliënt deel te laten nemen aan dagbesteding bij Atlant zorggroep. Tijdens en na deze dagbesteding kan Hmbv in samenwerking met andere instellingen zich richten op herstel en eventuele terug keer naar wonen, werken en welzijn. Zo niet kan opname in de kliniek tot de mogelijkheden behoren. Ook zijn er vrijwilligers die als maatjes meewerken aan de resocialisatie. Samen gaan we kijken naar het wonen, werken en welzijn. 4.4 Voeding en vitaminesupplementen Het eerste half jaar van het project zullen maaltijden en vitaminesupplementen de cliënten fysiek en mentaal moeten ondersteunen. Dit is nodig om kracht en energie op te bouwen. Dit proces zal tussentijds geëvalueerd worden om te beoordelen in welke mate voeding en vitaminesupplementen een wezenlijke bijdrage leveren aan de verbetering van de situatie van de cliënt. Als het lukt om tijdig een eigen kookproject binnen TACTUS op te zetten, zullen cliënten van TACTUS in een rehabilitatietraject de spil vormen van het kookproject. Deze cliënten kunnen in een wisselde samenstelling maaltijden bereiden, ten behoeve van cliënten van Help, mijn buurman (ver)zuipt. In eerste instantie wordt gekeken naar de thuissituatie, laagdrempelige thuiszorg heeft hierbij de voorkeur. Zelf leren koken is dan ook belangrijk. Bij het niet realiseren van een kookproject binnen TACTUS zal gebruik gemaakt worden van een plaatselijk cateringbedrijf of andere maaltijdservice- voorzieningen. De maaltijdvoorziening met vitaminesupplementen is als product een ondersteunende factor. Deze worden de eerste 6 maanden gratis verstrekt. Daarna wordt gekeken of er een eigen bijdrage kan worden betaald. Als na het eerste half jaar het oordeel over de effecten van voeding en vitaminesupplementen positief is kan gewerkt worden aan de opbouw van de zelfredzaamheid door maatschappelijke participatie te stimuleren en te bevorderen. 4.5 Werken aan zelfredzaamheid Derde en vierde jaar studenten(stagiaires) van Hogeschool Windesheim zullen worden ingezet als maatjes en de cliënten intensief begeleiden. Ook zullen zij als onderzoekers fungeren. i.s.m. TACTUS, OGGZ, GGZ en Atlant zorggroep De studenten zullen gespecialiseerde meetonderzoeken doen naar de vorderingen in het project. Daarbij ondersteunen en stimuleren studenten hun cliënten op hun weg naar zelfredzaamheid. De studenten inventariseren hoe de ketenzorg rondom de cliënt georganiseerd is, zullen bij het ontbreken daarvan bevorderen dat die er komt en maken met de cliënt een leefplan voor de komende periode. Zij houden steeds de vorderingen van de cliënt nauwlettend in de gaten. Het product dat Help, mijn buurman (ver)zuipt levert, moet zijn inbedding krijgen in de reguliere hulpverlening. Het product is als zodanig een noodzakelijke aanvulling op geboden diensten en mogelijkheden van de reguliere zorgverlening. 4.6 Inzet van studenten De inzet van studenten in het project is van belang voor alle instellingen die enige relatie met dit project hebben. Studenten leren in een vroeg stadium omgaan met de doelgroep. Zo kunnen studenten praktijkervaring opdoen in het project. Dat het vak verslavingskunde zijn intrede in het onderwijs heeft gedaan is hoopgevend voor de toekomst. In de voorbereiding van het project worden studenten betrokken. Ze zullen een handleiding/ protocol maken voor hun medestudenten en daarvan, samen met de projectleider, een presentatie geven op school. Deze presentatie wordt ook benut voor de werving van studenten die als toekomstige stagiaires in het uitvoerende deel van het project worden ingezet. Er worden, na selectie, zes stagiaires ingezet (twee per gemeente) en er komt een reservelijst waarop studenten zich kunnen inschrijven. In de voorbereidingsfase is gebleken dat er veel animo is voor een stageplaats in het project. De studenten worden in de praktijkstage begeleid door de uitvoerend projectleider en zullen door zowel de school als door de projectleider beoordeeld worden op de professionele kwaliteit van de door hen verleende diensten aan het project. Gedurende het project zullen studenten onderzoek doen om duidelijkheid te krijgen over de vraag of de uitgangspunten van Hmbv toereikend zijn in relatie tot de gestelde doelen en verwachtingen. De onderzoeksresultaten maken tussentijdse bijstelling mogelijk en kunnen als basis dienen voor de discussie en besluitvorming over het vervolg. 4.7 Verwachtingen en de effectiviteit van het project De verwachting van het project is al eens eerder beschreven in het werkplan dat Gerrit Zwart heeft opgesteld: Van de eerste 30 deelnemers aan het project, is de verwachting dat 50% van deze cliënten in een gestabiliseerde fase zich kan richten op hun eigen zelfredzaamheid en participatie t.a.v. dagbestedingactiviteiten in eigen omgeving. Voor 1/3e van deze cliënten zal passende mantelzorg van toepassing blijven, maar zal de huiselijke omgeving weer leefbaar en ordelijk onderhouden worden. 29 De effectiviteit van het project is voor regio Gelderland is niet te meten. Dit komt omdat het in de regio Gelderland nog in de kinderschoenen staat. In regio Groningen bestaat het project. Op het moment van schrijven - 20 -