Het begin van de winter



Vergelijkbare documenten
Dit werkboekje maakt onderdeel uit van en

De lente! Werkboekje leeftijd: 10+

Werkblad Naut Thema 5: Weer en klimaat

inhoud Herfst 1. Het weer 2. Overal blad 3. Zaden 4. Paddenstoelen 5. De eekhoorn 6. De egel 7. Insecten 8. Vogels op reis 9. Filmpje Pluskaarten

Dit werkboekje maakt onderdeel uit van en

Leesboekje de seizoenen

inhoudsopgave voorwoord Blz. 2 inleiding Blz. 3 hoofdstukken Blz. 4 nawoord Blz. 11 bibliografie Blz. 12

Kennisnet community 5-6 / herfst 2006

HERFST. Doelgroep Leerlingen van de groepen 5 en 6 van het basisonderwijs (8-10 jaar)

inhoud blz. 1. Donker 3 2. Dikke jas 4 3. Het vriest 5 4. Sneeuw 6 5, Dieren in de winter 8 6. Bomen Winterkost Beweeg 12 9.

Dit werkboekje maakt onderdeel uit van en

QUIZ: HOE KOM IK DE WINTER DOOR????

Leren voor de biologietoets. Groep 8 Hoofdstuk 5

1. Seizoenen Lente Zomer Herfst Winter Filmpje Pluskaarten 17 Bronnen 19 Colofon en voorwaarden 20

inhoud 1. Vogels op reis 3 2. Vogeltrek 4 3. Zomervogels 4. Wintergasten 5. Standvogels 6. Deeltrekkers 7. Op reis

Dieren in de winter 3

Herfstwerkboekje van

1 Kun je aan planten zien wat je aan moet?

Spreekbeurten.info Spreekbeurten en Werkstukken

Lente. groep 3, 4 en 5

Woordenschat - memory Taal Actief groep 4 Thema 3 Les 1

7,5. Samenvatting door Anne 867 woorden 12 april keer beoordeeld. Aardrijkskunde. paragraaf 2. klimaten wereldwijd.

Kaart 10 Sneeuw en ijs

Klimaat is een beschrijving van het weer zoals het zich meestal ergens voordoet, maar ben je bijvoorbeeld in Spanje kan het ook best regenen.

Inhoud 1. Wat voor weer wordt het? 3 2. Het weerbericht 4 3. Temperatuur 5 4. Wind 5. Neerslag 6. Bewolking Filmpje Pluskaarten Bronnen 17

win-ter sneeuw-bal schaat-sen sneeuw-man ha-gel re-gen-jas re-gen-bui slee-en sneeu-wen don-ker ijs-beer re-gen-laars win-ter-jas hand-schoen ski-en

inh oud 1. Dieren in de winter 2. De egel 3. De vleermuis 4. De eekhoorn 5. De merel 6. De ree 7. De pad 8. Het lieveheersbeestje 9.

Woordenschat blok 03 gr4 Les 1 De bodem: de grond waarin planten kunnen groeien. De duinen: heuvels van zand langs de zee. De plant: een stengel met

Samenvatting Aardrijkskunde Hoofdstuk en

Soms moet de lucht omhoog omdat er een gebergte ligt. Ook dan koelt de lucht af. Er ontstaan wolken en neerslag. Dit is stuwingsregen.

uitga uitg v a e v 2013

Aardrijkskunde samenvatting H2: Klimaat: is een beschrijving van het gemiddelde weer over een periode van 30 jaar.

Het is winter. op Landgoed Schothorst

Samenvatting Aardrijkskunde Hoofdstuk 2

Winterboek. Met filmpjes, werkblad en puzzels. Groep 3/4. uitgave januari 2013

Zoek de zes verschillen

Auditieve oefeningen over het weer

In deze lesbrief besteden we aandacht aan meteorologie, de belangrijkste weersverschijnselen en enkele instrumenten om het weer te meten.

Dieren in de winter. Kids for Animals winter spreekbeurt. Brrr. Honden

Kopieer dit e-boek en stuur het door naar anderen.

natuurboekje van winter 2008

hoog staat de zon? De zon in Noord-Europa Wat ga je leren? Begrippen

Winterboek. Groep 3/4

Zon, aarde en maan. Expertgroep 3: De seizoenen. Naam leerling:... Leden expertgroep:...

inhoud blz. Kou 1. Het weer 2. Rillen van de kou 3. Kleren 4. Koelkast en vriezer 5. Koude kleuren 6. Noordpool en Zuidpool 7.

Winterslaap. Met filmpjes, werkblad en puzzels. groep 5/6. uitgave januari 2013

de lente het voorjaar de dag de nacht de wind

inhoud De oude eik 1. In het park 2. De delen van de eik 3. Herfst 4. Dieren helpen de eik. 5. Winter 6. Lente 7. Rupsen 8.

4 Het heelal 6. De zon. De aarde. Jupiter. De maan. Ons zonnestelsel. Mars. Mercurius Venus

6+ 10 WAT MAAKT EEN BOS TOT EEN BOS? Opdracht EDUKIT 3

Fasen: de die toestanden waarin je water (en veel andere stoffen) kunt tegenkomen.

Inleiding In het najaar worden de dagen steeds korter en de nachten steeds langer. Kun je je voorstellen dat je in de maand november naar bed gaat?

Samenvatting Aardrijkskunde 4.1 t/m 4.6

Lees de tekst hieronder. Er staan geen leestekens: geen hoofdletters, geen punten en geen komma s in het verhaal.


Limburgs Landschap. natuurboekje van. winter Kinderbijlage_winter11.indd :3

Waarom zijn er seizoenen?

Lesbrief Ontstaan van sneeuwvlokken

bij een examen de antwoorden van iemand anders proberen te lezen en te gebruiken

Les 1. de top. De berg. Het dal. De beek

Suchmann. Natuur, hoofdstuk Lente en natuurverschijnselen

Het Weer. Vroeger. De dampkring

Werkstuk Aardrijkskunde Het weer

Cursistenboek Taalklas.nl Hoofdstuk 3 Het weer

Naam:...

Bloeiend plantje Spoor van een dier

Winterslaap. groep 5/6

1. LESBEGIN. 2. Lesuitwerking De verschillende klimaten de Europese kaart situeren. LESDOELEN LEERINHOUD WERKVORMEN/ MEDIA/ORGANISATIE TIJD

Lente. Zomer. Winter. Herfst. Winter

Noodweer ontstaat vooral bij warm en vochtig weer. Dat komt omdat de zon al het water laat verdampen.

Inhoud inhoud blz. 1. Alles over ijs 2. Het water bevriest 3. IJspegels en ijsbloemen 4. Neerslag 5, Kunstijs 6. De polen 7.

Thema 2 Materiaal uit de natuur

Drenthe Drenthe is de provincie waar de minste mensen op een vierkante kilometer wonen. In heel Drenthe wonen ongeveer mensen.

Drenthe Drenthe is de provincie waar de minste mensen op een vierkante kilometer wonen. In heel Drenthe wonen ongeveer mensen.

leerlingenboekje bij de voorstelling

Thema: De K van Moeilijkheid : ** Ruimte aarde milieu Tijdsduur : *** Weerboekje. Na deze opdracht weet meer over temperatuur, onweer en de weerkaart

Tijd. Thijs Boom Groep 7

( DATUM) WAARNEMERS : SCHOOL:

Auditieve oefeningen bij het thema:

Wat word er allemaal van gemaakt? bakstenen - beelden - dakpannen - servies

H4 weer totaal.notebook. December 13, dec 4 20:10. dec 12 10:50. dec 12 11:03. dec 15 15:01. Luchtdruk. Het Weer (hoofdstuk 4)

Van de regen in de drup

inhoud 1. Inleiding 3 2. Wat is een maan? 4 3. Het ontstaan van de maan 4. De maan en de maanden 5. Kijken naar de maan 6. Landing op de maan

Lespakket Lente. Achtergrondinformatie

BOSSEN. Dwaal door onze groene wereld. Christiane Dorion

Auditieve oefeningen herfst. Hakken en plakken

Lespakket WINTER. Lessuggesties groep 5-8. Gemeente Rotterdam, Sport & Cultuur Natuur- & milieueducatie sc_groenmo@rotterdam.

Thema: Noordpool, natuur, dieren, reizen, klimaat

1 In het begin. In het begin leefde alleen God. De Heere God is er altijd geweest. En Hij maakte de hemel en de aarde.

Het soort weer dat een land tijdens een lange periode heeft. Gebied in de wereld waar het klimaat overal hetzelfde is.

Natuur Krant NATUURBELEVING

Natuur & Milieu Educatie

Met vogels op trektocht

Alles over de winter!

KLIMAAT GLOBAAL. We beginnen met enkele observaties: aardrijkskunde 4 e jaar. De zonnehoogte in Ukkel doorheen de dag, doorheen het jaar.

Maak voor de activiteit Warm of koud? een voorbeeldaarde van een sinaasappel. Zorg dat het klaslokaal verduisterd kan worden. 10 min.

Meander. Aardrijkskunde WERKBOEK

5,8. Samenvatting door een scholier 2061 woorden 23 oktober keer beoordeeld. Aardrijkskunde. Buitenland - vmbo/t/havo klas 1 - Hoofdstuk 1

LESPAKKET ECOLOGIE. Naam. Dierenrijk is onderdeel van

Transcriptie:

WINTER 21 december

WINTER 2 Het begin van de winter Vanaf 21 juni worden de dagen weer langzaam korter. De zomer duurt tot 22 of 23 september. Dan zijn de dag en de nacht overal even lang. Met andere woorden: het is even lang licht als donker (allebei 12 uur). Bij het begin van de winter (21 of 22 december) is de dag het kortst en dus de nacht het langst. De zon komt dan op om 08.46 uur en gaat om 16.30 uur onder. De dag duurt dan slechts 7 uren en 44 minuten. De nacht is maar liefst 16 uren en 16 minuten. Daarna worden de dagen weer langzaam langer tot 21 juni, het begin van de zomer. Bij het begin van de lente (19, 20 of 21 maart) zijn dag en nacht weer even lang: allebei 12 uur. De aardbol De seizoenen zijn niet overal op de wereld hetzelfde. Op het zuidelijk halfrond* zijn de seizoenen precies omgekeerd als bij ons. Als het in Zuid-Afrika zomer wordt, begint in Noord- Europa de winter. Dit komt door de baan van de aarde om de zon en door de schuine stand van de aardas**. * De evenaar is de cirkel over de aarde die precies tussen de Noordpool en de Zuidpool loopt. Het gebied ten noorden van de evenaar noemt men het noordelijk halfrond. Het gebied dat ten zuiden van de evenaar ligt, noemt men het zuidelijk halfrond. ** De aardas is de lijn die loopt van Noord- naar Zuidpool.

WINTER 3 Omdat de zon minder hoog komt en korter schijnt, is het in de winter kouder dan in de zomer. Als je heel ver naar het noorden gaat, naar het noorden van Noorwegen bijvoorbeeld, is het s winters helemaal niet meer licht. Nog verder naar het noorden, is het altijd winter. Het is daar altijd koud, en er is altijd sneeuw en ijs. Sneeuw, ijs, hagel, ijzel Hoe ontstaat sneeuw? In een wolk zit waterdamp. Dit zijn piepkleine waterdruppeltjes. Als het plotseling gaat vriezen, veranderen die waterdruppeltjes in hele kleine ijsnaaldjes. Op weg naar beneden blijven deze naaldjes kleven aan stofdeeltjes (zandkorrels, rook- of asdeeltjes) die in de lucht zweven. Hierdoor vormen zich kristallen, een soort sneeuwsterren. Deze sterren kunnen allerlei vormen hebben, maar ze zijn altijd zespuntig. Wanneer het waait, klitten de sneeuwsterren, op hun weg naar de aarde, samen en vormen een vlok. Zo'n vlok bestaat uit wat ijs en heel veel lucht tussen de ijsnaaldjes. Zie het als een kussen vol veren met lucht ertussen. Vlokken zijn onregelmatig, klein of groot, maar wanneer het windstil is, dwarrelen ze één voor één naar beneden.

WINTER 4 Hagel Hagelstenen zijn stukjes ijs die heel hoog in de wolken ontstaan. Heel hoog, bijvoorbeeld hoger dan 7500 meter, vriest het bijna altijd, ook in de zomer. Hagel kan in alle seizoenen voorkomen. Hagel gaat vaak samen met onweer. Wanneer het voor een onweersbui erg warm is, stijgt de wind krachtig op. Daardoor worden wolken die op 1, 2 of 3 kilometer hoogte drijven, plotseling door wervelwinden omhoog geblazen tot een hoogte van wel 15 kilometer. De waterdruppels in de wolken bevriezen en klonteren samen en dat worden dan hagelstenen. Nu heb je kleine, maar ook hele grote hagelstenen en dit heeft te maken met de hoogte van de wolken. Hoe hoger de wind de wolken geblazen heeft, hoe groter de hagelstenen zijn. Echt grote hagelstenen komen alleen in de zomer voor. IJzel IJzel ontstaat vaak aan het eind van een vorstperiode. Er zijn dan twee luchtlagen, in de onderste vriest het, in de bovenste zitten warme regenwolken. De regen daaruit heeft niet genoeg tijd om te bevriezen. Zodra de regen op koude voorwerpen of de bodem valt, bevriest deze. Er vormt zich een doorzichtig laag ijs. Bijvoorbeeld op de takken van de bomen en op de weg. Erg gevaarlijk dus. Er gebeuren bij ijzel altijd veel ongelukken.

WINTER 5 Bomen Er zijn bomen met bladeren en er zijn bomen met naalden. De bomen met bladeren worden loofbomen genoemd. De bomen met naalden heten naaldbomen. De meeste loofbomen verliezen in de herfst hun bladeren. De naaldbomen blijven groen. Sommige soorten naaldbomen worden als kerstboom gebruikt. In de winter zijn de meeste loofbomen dus kaal. Je kunt dan alle takken en takjes goed zien. Ook zie je de knoppen waaruit in het voorjaar nieuwe takjes, bladeren of bloemen (of bloesem) groeien. Weetje Bladeren maken zolang ze groen zijn zuurstof, maar zorgen er ook voor dat veel water verdampt. Door de koude in de winter zuigt de boom bijna geen water meer op uit de bodem. Als de boom zijn bladeren zou houden in de winter, zou al het vocht verdampen. De boom zou sterven!

WINTER 6 Dieren in de winter Als de winter nadert, passen de dieren zich aan. Sommige dieren krijgen een dikkere vacht. Dieren die in de sneeuw leven krijgen bovendien een witte vacht. Eekhoorns, hamsters, muizen en bevers leggen voedselvoorraden voor de winter aan. Egels, vleermuizen, marmotten en mollen houden een winterslaap. Vogels en sommige vlindersoorten gaan naar warmere gebieden. Insecten en wormen kruipen diep onder de grond. Daar komt de vorst niet. Vogels Veel vogelsoorten trekken naar het warme zuiden. Bijvoorbeeld grutto s, ooievaars en zwaluwen. Er zijn vogels die hier het hele jaar blijven. Ook zijn er vogels die vanuit het koude noorden in Nederland overwinteren. Bijvoorbeeld ganzen, eenden, roodborstjes en mezen. De meest voorkomende vogels in de winter zijn merels, mussen en spreeuwen.

WINTER 7 Vogels zijn warmbloedig. Dat wil zeggen dat ze hun lichaamstemperatuur gelijk blijft als het kouder wordt. Om zo weinig mogelijk warmte te verliezen hebben ze een heerlijk warm verenpak. Maar hoe kleiner de vogel is, hoe sneller hij zijn warmte verliest. Hij zal des te meer moeten eten om te overleven. Een kleine vogel moet als het koud is iedere dag wel twee keer zoveel eten als hij zelf weegt. Als het vriest en er een dik pak sneeuw ligt, hebben veel vogels moeite om aan genoeg eten te komen. Als het lang vriest, raakt het voedsel dat de vogels normaal eten op. Bijvoorbeeld insecten en bessen. Daarom helpen veel mensen de vogels een handje door ze bij te voeren.

WINTER 8 Winterweer In de winter kan het behoorlijk koud worden. Als het zo koud is dat het water buiten in ijs verandert, dan zeggen we dat het vriest. Ook zeggen we dat de temperatuur onder nul graden is. De weerman op tv zegt dan bijvoorbeeld morgen is het een koude dag, de temperatuur ligt tussen de min 2 en min 6 graden. Als het koud is en het waait erg hard dan voelt het extra koud aan. Men zegt dan dat de gevoelstemperatuur heel laag is. In de krant kun je iedere dag het weerbericht lezen. Op tv is er bij iedere nieuwsuitzending een weerbericht. Je kunt dan bijvoorbeeld zien in welke landen het sneeuwt en vriest. Als het koud wordt gaan de mensen zich extra warm kleden. Als ze naar buiten gaan, doen ze een dikke trui en een jas aan. Ook doen ze een das aan en zetten ze een muts op en beschermen ze hun handen met handschoenen.