SCHEIKUNDE KLAS TITEL VAN HET BLAD

Vergelijkbare documenten
Hulpmiddelen: Binas T99, T40A. Hulpmiddelen: Binas T99, T40A

Hoofdstuk 5. Zouten HAVO

SCHEIKUNDE KLAS TITEL VAN HET BLAD

SCHEIKUNDE KLAS 3 REACTIES SKILL TREE

Samenvatting Scheikunde Hoofdstuk 3 en 4

Samenvatting Scheikunde Hoofdstuk 1, 2.4, 4, 5.1 t/m 5.3

Aluminium reageert met zuurstof tot aluminiumoxide. Geeft het reactieschema van deze reactie.

Hoofdstuk 3-5. Reacties. Klas

SCHEIKUNDE KLAS 3 REACTIES SKILL TREE

Stoffen en materialen (versie )

Rekenen aan reacties (de mol)

SCHEIKUNDE KLAS 3 REACTIES

Zouten versie

5 Formules en reactievergelijkingen

5-1 Moleculen en atomen

H4SK-H4. Willem de Zwijgerteam. CC Naamsvermelding-GelijkDelen 3.0 Nederland licentie.

Zouten. Pagina 1 van 11

Samenvatting: Scheikunde H4 Reacties met zoutoplossingen. Don van Baar Murmelliusgymnasium Leerjaar

Oefenopgaven REDOXREACTIES vwo Reactievergelijkingen en halfreacties

Het is echter waarschijnlijker dat rood kwik bestaat uit Hg 2+ ionen en het biantimonaation met de formule Sb2O7 4.

ßCalciumChloride oplossing

Zouten antwoordmodel (versie )

Oefenopgaven REDOX vwo

Klas 4 GT. Atomen en ionen 3(4) VMBO-TG

Opgave 1. n = m / M. e 500 mg soda (Na 2CO 3) = 0,00472 mol. Opgave 2. m = n x M

Wet van Behoud van Massa

Dit examen bestaat voor iedere kandidaat uit 20 vragen

vrijdag 2 maart :26:18 Midden-Europese standaardtijd H4 Zouten

namen formules ionogene stoffen van Als je de negatieve ionen (behalve OH - ) koppelt aan H + - ionen ontstaan verbindingen die men zuren noemt.

SCHEIKUNDE VWO 4 MOLBEREKENINGEN ANTW.

Opgave 1: Turners. (1) 1 Geef de systematische naam van het zouthydraat dat ontstaat bij het opnemen van water door magnesium.

Atoommodel van Rutherford

Natuurlijk heb je nu nog géén massa s berekend. Maar dat kan altijd later nog. En dan kun je mooi kiezen, van welke stoffen je de massa wil berekenen.

Dit examen bestaat voor iedere kandidaat uit 20 vragen

OEFENOPGAVEN MOLBEREKENINGEN

1) Stoffen, moleculen en atomen

Uitwerkingen Uitwerkingen 4.3.4

Oefenopgaven BEREKENINGEN

Dit examen bestaat voor iedere kandidaat uit 20 vragen

Samenvatting Scheikunde Hoofdstuk 3

Module 2 Chemische berekeningen Antwoorden

Oefen opgaven rekenen 4 HAVO bladzijde 1

Chemie: oefeningen zuren, hydroxiden en zouten

Opgaven zuurgraad (ph) berekenen. ph = -log [H + ] poh = -log [OH - ] [H + ] = 10 -ph [OH - ] = 10 -poh. ph = 14 poh poh = 14 ph ph + poh = 14

EXAMEN MIDDELBAAR ALGEMEEN VOORTGEZET ONDERWIJS IN Dit examen bestaat voor iedere kandidaat uit 8 OPGAVEN

Wednesday, 28September, :13:59 PM Netherlands Time. Chemie Overal. Sk Havo deel 1

Hoofdstuk 1: Atoombouw

Eindexamen scheikunde havo 2007-I

Scheikunde leerjaar 2

Antwoorden. 3 Leg uit dat er in het zout twee soorten ijzerionen aanwezig moeten zijn.

universele gasconstante: R = 8,314 J K -1 mol -1 Avogadroconstante: N A = 6,022 x mol -1 normomstandigheden:

Oplossingen oefeningenreeks 1

Curie Hoofdstuk 6 HAVO 4

Rekenen aan reacties 2. Deze les. Zelfstudieopdrachten. Zelfstudieopdrachten voor volgende week. Zelfstudieopdrachten voor deze week

Samenvatting Scheikunde H3 Reacties

Oefenopgaven ZUREN en BASEN havo

Scheikunde Samenvatting H4+H5

30 ste Vlaamse Chemie Olympiade

EXAMEN MIDDELBAAR ALGEMEEN VOORTGEZET ONDERWIJS IN Dit examen bestaat uit twintig vragen

EXAMEN MIDDELBAAR ALGEMEEN VOORTGEZET ONDERWIJS IN Dit examen bestaat voor iedere kandidaat uit 5 OPGAVEN

EXAMEN MIDDELBAAR ALGEMEEN VOORTGEZET ONDERWIJS IN Dit examen bestaat voor iedere kandidaat uit 5 OPGAVEN

1. Geef bij de volgende reactievergelijkingen steeds aan:

Geef de formule van de volgende zouten 1. Geef de formule van de volgende zouten 2

7.0 Enkele belangrijke groepen van verbindingen

Hoofdstuk 8. Opgave 2. Opgave 1. Oefenvragen scheikunde, hoofdstuk 8 en 10, 5 VWO,

Eindexamen scheikunde 1 vwo 2003-I

Fosfor kan met waterstof reageren. d Geef de vergelijking van de reactie van fosfor met waterstof.

ZOUTZUUR. naar: pictogram III. pictogram IV. wel / niet. H + (aq) H 2 (aq) H 2 O (l)

OEFENOPGAVEN VWO EVENWICHTEN

Het smelten van tin is géén reactie.

PbSO 4(s) d NH 4Cl + KOH KCl + H 2O + NH 3(g) NH 4. + OH - NH 3(g) + H 2O e 2 NaOH + CuCl 2 Cu(OH) 2(s) + 2 NaCl

Basiskennis Scheikunde VWO 1. Derde klas:

Samenvatting Scheikunde H6 Water (Chemie)

Eindexamen scheikunde havo 2002-I

scheikunde oude stijl havo 2015-I

3.7 Rekenen in de chemie extra oefening 4HAVO

1 Voedingselementen Voedingselementen Zuurgraad Elektrische geleidbaarheid (EC) Afsluiting 14

1. Elementaire chemie en chemisch rekenen

Samenvatting Scheikunde Hoofdstuk 1, 2, 3, 4 en 6

Samenvatting Scheikunde Hoofdstuk 9, 10, 11 Zuren/Basen, Evenwichtsconstanten

ZUIVERE STOF één stof, gekenmerkt door welbepaalde fysische constanten zoals kooktemperatuur, massadichtheid,.

- Cl) - Examen LBO-MAVO-D

Uitwerkingen Basischemie hoofdstuk 2

Module 8 Chemisch Rekenen aan reacties

Samenvatting Chemie Overal 3 havo

4. Van twee stoffen is hieronder de structuurformule weergegeven.

Eindexamen scheikunde havo 2001-II

Eindexamen scheikunde havo I

OEFENTOETS Zuren en basen 5 VWO

De oorspronkelijke versie van deze opgave is na het correctievoorschrift opgenomen.

scheikunde pilot vwo 2015-II

SCHEIKUNDE 4 HAVO UITWERKINGEN

1. Elementaire chemie en chemisch rekenen

Uitwerkingen Uitwerkingen 3.7.4

H4SK-H7. Willem de Zwijgerteam. CC Naamsvermelding-GelijkDelen 3.0 Nederland licentie.

Transcriptie:

SHEIKUNDE KLS TITEL VN HET LD NMGEVING IONEN S LEVEL 2 Hoe heet het ion van broom met een lading van 1-? Wat zijn de namen van de verschillende ijzer-ionen? Hoe heet het ion van platina met een lading van 4+? D Hoe heet het ion van zwavel? NMGEVING IONEN S LEVEL 2 Hoe heet het ion van jood met een lading van 1-? Hoe heet het ion van scandium met een lading van 3+? D Wat zijn de namen van de verschillende lood-ionen? Hoe heet het ion van zuurstof? NMGEVING IONEN S LEVEL 2 Hoe heet het ion van chloor? Hoe heet het ion van thulium? Wat zijn de namen van de verschillende tin-ionen? D Hoe heet een ion van zilver met een lading van 1+?

SHEIKUNDE KLS TITEL VN HET LD NMGEVING IONEN S D LEVEL 3 Hoe heet het ion van telluur met een lading van 2-? Hoe heet het ion van waterstof? Hoe heet het ion van tantaal met een lading van 5+? D Hoe heet een ion van cesium met een lading van 1+? NMGEVING IONEN S E LEVEL 3 Hoe heet het ion van telluur? Hoe heet het ion van stikstof met een lading van 3-? Hoe heet het ion van wolfraam met een lading van 6+? D Hoe heet een ion van strontium met een lading van 2+?

SHEIKUNDE KLS TITEL VN HET LD NMGEVING ZOUTEN S LEVEL 2 Geef de namen van de volgende zouten waarin de volgende combinaties van ionsoorten voorkomen: lithiumionen en nitride-ionen goud(iii)ionen en fosfaat-ionen zinkionen en waterstofcarbonaationen NMGEVING ZOUTEN S LEVEL 2 Geef de namen van de volgende zouten waarin de volgende combinaties van ionsoorten voorkomen: zilverionen en fluoride-ionen ammoniumionen en fosfaat-ionen lood(ii)ionen en sulfide-ionen NMGEVING ZOUTEN S LEVEL 2 Geef de namen van de volgende zouten waarin de volgende combinaties van ionsoorten voorkomen: goud(i)ionen en oxide-ionen mangaan(iv)ionen en nitraat-ionen natriumionen en carbonaationen

SHEIKUNDE KLS TITEL VN HET LD NMGEVING ZOUTEN S D LEVEL 3 Geef de namen van de volgende zouten waarin de volgende combinaties van ionsoorten voorkomen: ijzer(ii)ionen en sulfide-ionen wolfraam(v)ionen en nitraat-ionen aluminiumionen en thiosulfaationen NMGEVING ZOUTEN S E LEVEL 3 Geef de namen van de volgende zouten waarin de volgende combinaties van ionsoorten voorkomen: magnesiumionen en oxide-ionen wolfraam(v)ionen en nitraat-ionen aluminiumionen en silicaationen

FORMULES IONEN S LEVEL 2 Wat is de formule van het ion van broom met een lading van 1-? Wat zijn de formules van de verschillende ijzer-ionen? Wat is de formule van het ion van platina met een lading van 4+? D Wat is de formule van het ion van zwavel? FORMULES IONEN S LEVEL 2 Wat is de formule van het ion van jood met een lading van 1-? Wat is de formule van het ion van scandium met een lading van 3+? D Wat zijn de formules van de verschillende lood-ionen? Wat is de formule van het ion van zuurstof? FORMULES IONEN S LEVEL 2 Wat is de formule van het ion van chloor? Wat is de formule van het ion van thulium? Wat zijn de formules van de verschillende tin-ionen? D Wat is de formule van een ion van zilver met een lading van 1+? FORMULES IONEN S D LEVEL 3

Wat is de formule van het ion van telluur met een lading van 2-? Wat is de formule van het ion van waterstof? Wat is de formule van het ion van tantaal met een lading van 5+? D Wat is de formule van een ion van cesium met een lading van 1+? FORMULES IONEN S E LEVEL 3 Wat is de formule van het ion van telluur? Wat is de formule van het ion van stikstof met een lading van 3-? Wat is de formule van het ion van wolfraam met een lading van 6+? D Wat is de formule van een ion van strontium met een lading van 2+?

HERKENNEN IONEN S LEVEL 2 Geef de formules van de ionen waar de volgende zouten uit bestaan: Na 2 O 3 Ni(OH) 2 dso 4 D al 2 HERKENNEN IONEN S LEVEL 2 Geef de formules van de ionen waar de volgende zouten uit bestaan: af 2 goh r 2 (O 3 ) 2 D lpo 4 HERKENNEN IONEN S LEVEL 2 Geef de formules van de ionen waar de volgende zouten uit bestaan: (NH 4 ) 2 S NaOH Mgl 2 D rpo 4

HERKENNEN IONEN S D LEVEL 3 Geef de formules van de ionen waar de volgende zouten uit bestaan: (NH 4 ) 2 O 3 Ni(OH) 2 dte D upo 4 HERKENNEN IONEN S E LEVEL 3 Geef de formules van de ionen waar de volgende zouten uit bestaan: r 3 (PO 4 ) 2 a 3 s 2 NH 4 H 3 OO D FePO 4

VERHOUDINGSFORMULES S LEVEL 2 Geef van de volgende formules de systematische naam en van de systematische namen de verhoudingsformule: Fe 2 (NO 3 ) 2 E Natriumsulfaat a 3 N 2 F mmoniumcarbonaat ul 2 G luminiumwaterstofcarbonaat D uh 3 OO H Lood(IV)chloride I Wat is de lading van het goudion in u 3 I 3 (O 3 ) 2? Toon een berekening. VERHOUDINGSFORMULES S LEVEL 2 Geef van de volgende formules de systematische naam en van de systematische namen de verhoudingsformule: KF E Kaliumnitraat a(oh) 2 F Magnesiumfosfide PbS 2 G Kwik(I)jodide D u 3 (PO 4 ) 2 H Nikkeloxide I Wat is de lading van het koperion in u 3 l 2 (PO 4 ) 4? Toon een berekening.

VERHOUDINGSFORMULES S LEVEL 2 Geef van de volgende formules de systematische naam en van de systematische namen de verhoudingsformule: Pb(OH) 4 E Kaliumoxide Mgr 2 F luminiumwaterstofcarbonaat Fe 3 (PO 4 ) 2 G Goud(III)sulfaat D a 3 s 2 H Titaan(IV)fluoride I Wat is de lading van het kwikion in Hg 3 a (O 3 ) 2 OH? Toon een berekening. VERHOUDINGSFORMULES S D LEVEL 3 Geef van de volgende formules de systematische naam en van de systematische namen de verhoudingsformule: Ta 2 O 3 E admiumfosfaat Hg 2 SO 4 F Goud(I)fosfide W(OH) 6 G mmoniumwaterstofcarbonaat D as H Titaan(IV)bromide I Wat is de lading van het silicaation (Si 4 O 12 XX ) in Fe 4 a(si 4 O 12 ) 2 (O 3 ) 2 als de helft van de ijzerionen in het zout ijzer(ii)ionen zijn en de andere helft ijzer(iii)ionen? Toon een berekening.

VERHOUDINGSFORMULES S E LEVEL 3 Geef van de volgende formules de systematische naam en van de systematische namen de verhoudingsformule: TaO 3 E Kaliumtelluride Fe 3 (PO 4 ) 2 F luminiumwaterstofcarbonaat NH 4 l G Plutionium(IV)sulfaat D W(OH) 4 H Uraan(VI)fluoride I Wat is de lading van het silicaation (Si 9 O 27 XX ) in lu 8 Si 9 O 27 (PO 4 ) 2 als de helft van de koperionen in het zout koper(i)ionen zijn en de andere helft koper(ii)ionen? Toon een berekening.

OPLOSSEN & INDMPEN S LEVEL 2 Hulpmiddelen: - Teken het oplossen op microniveau van een zout met ionen met een lading van 3+ en een lading van 2-. Teken het ion met een lading van 3+ minimaal 4 keer. Teken ook watermoleculen zodat zichtbaar is hoe de ionen gehydrateerd worden. OPLOSSEN & INDMPEN S LEVEL 2 Hulpmiddelen: - Teken het indampen op microniveau van een zoutoplossing met ionen met een lading van 2+ en een lading van 3-. Teken het ion met een lading van 3- minimaal 4 keer. Teken ook watermoleculen zodat zichtbaar is hoe de ionen gehydrateerd zijn. OPLOSSEN & INDMPEN S LEVEL 2 Hulpmiddelen: - Teken het oplossen op microniveau van een zout met ionen met een lading van 4+ en een lading van 3-. Teken het ion met een lading van 4+ minimaal 4 keer. Teken ook watermoleculen zodat zichtbaar is hoe de ionen gehydrateerd worden. OPLOSSEN & INDMPEN S D LEVEL 3 Hulpmiddelen: - Teken het oplossen op microniveau van een zout met ionen met een lading van 4+ en een lading van 2-. Teken het ion met een lading van 4+ minimaal 4 keer. Teken ook watermoleculen zodat zichtbaar is hoe de ionen gehydrateerd worden.

OPLOSSEN & INDMPEN S E LEVEL 3 Hulpmiddelen: - Teken het indampen op microniveau van een zoutoplossing met ionen met een lading van 3+ en een lading van 6-. Teken het ion met een lading van 6- minimaal 4 keer. Teken ook watermoleculen zodat zichtbaar is hoe de ionen gehydrateerd zijn.

OPLOSVERGELIJKINGEN S LEVEL 2 Hulpmiddelen: inas Geef de oplosvergelijking van het oplossen van aluminiumnitraat in water. Frits voegt water toe aan het zout koper(ii)nitraat. Geef indien dit mogelijk is de reactie- of oplosvergelijking van dit proces. Frits voegt water toe aan het zout zilversulfiet. Geef indien dit mogelijk is de reactie- of oplosvergelijking van dit proces. OPLOSVERGELIJKINGEN S LEVEL 2 Hulpmiddelen: inas Geef de oplosvergelijking van het oplossen van ammoniumchloride in water. Frits voegt water toe aan het zout bariumsulfaat. Geef indien dit mogelijk is de reactie- of oplosvergelijking van dit proces. Frits voegt water toe aan het zout calciumnitraat. Geef indien dit mogelijk is de reactie- of oplosvergelijking van dit proces. OPLOSVERGELIJKINGEN S LEVEL 2 Hulpmiddelen: inas Geef de oplosvergelijking van het oplossen van natriumcarbonaat in water. Frits voegt water toe aan het zout aluminiumsulfaat. Geef indien dit mogelijk is de reactie- of oplosvergelijking van dit proces. Frits voegt water toe aan het zout kwik(i)chloride. Geef indien dit mogelijk is de reactie- of oplosvergelijking van dit proces.

OPLOSVERGELIJKINGEN S D LEVEL 3 Hulpmiddelen: inas D Frits voegt water toe aan het zout kwik(ii)chloride. Geef indien dit mogelijk is de reactie- of oplosvergelijking van dit proces. Frits voegt water toe aan het zout ijzer(iii)acetaat. Geef indien dit mogelijk is de reactie- of oplosvergelijking van dit proces. Frits voegt water toe aan het zout aluminiumbromide. Geef indien dit mogelijk is de reactieof oplosvergelijking van dit proces. Frits voegt water toe aan een mengsel van calciumcarbonaat en natriumcarbonaat. Het roert het mengsel goed door en filtreert het vervolgens. Welke ionen bevinden zich in het filtraat? OPLOSVERGELIJKINGEN S E LEVEL 3 Hulpmiddelen: inas D Frits voegt water toe aan het zout ammoniumacetaat. Geef indien dit mogelijk is de reactieof oplosvergelijking van dit proces. Frits voegt water toe aan het zout koper(ii)fosfaat. Geef indien dit mogelijk is de reactie- of oplosvergelijking van dit proces. Frits voegt water toe aan het zout bariumhydroxide. Geef indien dit mogelijk is de reactie- of oplosvergelijking van dit proces. Frits voegt water toe aan een mengsel van ijzer(iii)chloride en zilverchloride. Het roert het mengsel goed door en filtreert het vervolgens. Welke ionen bevinden zich in het filtraat?

INDMPVERGELIJKINGEN S LEVEL 2 Hulpmiddelen: inas Geef de indampvergelijking die hoort bij het indampen van de volgende oplossingen: Kwik(II)acetaatoplossing IJzer(III)sulfaatoplossing koper(ii)fluoride-oplossing INDMPVERGELIJKINGEN S LEVEL 2 Hulpmiddelen: inas Geef de indampvergelijking die hoort bij het indampen van de volgende oplossingen: ariumhydroxide-oplossing mmoniumsulfaatoplossing zilverfluoride-oplossing INDMPVERGELIJKINGEN S LEVEL 2 Hulpmiddelen: inas Geef de indampvergelijking die hoort bij het indampen van de volgende oplossingen: alciumnitraat-oplossing luminiumsulfaatoplossing IJzer(III)acetaat-oplossing

INDMPVERGELIJKINGEN S D LEVEL 3 Hulpmiddelen: inas Frits heeft een mengsel van natriumcarbonaat, calciumcarbonaat en kaliumchloride en voegt hier water aan toe. Hij roert het mengsel goed en filtreert het vervolgens. Daarna dampt hij het mengsel in. Geeft de indampvergelijkingen die bij het indampen horen. INDMPVERGELIJKINGEN S E LEVEL 3 Hulpmiddelen: inas Frits heeft een mengsel van bariumnitraat, zilverchloride en kaliumbromide en voegt hier water aan toe. Hij roert het mengsel goed en filtreert het vervolgens. Daarna dampt hij het mengsel in. Geeft de indampvergelijkingen die bij het indampen horen.

RETIE MET WTER S LEVEL 2 Hulpmiddelen: inas Geef de reactievergelijking van calciumoxide met water. RETIE MET WTER S LEVEL 2 Hulpmiddelen: inas Geef de reactievergelijking van kaliumoxide met water. RETIE MET WTER S LEVEL 2 Hulpmiddelen: inas Geef de reactievergelijking van bariumoxide met water. RETIE MET WTER S D LEVEL 3 Hulpmiddelen: inas Op welke twee manieren kan er een natriumhydroxide-oplossing gemaakt worden? Geef voor beide manieren de bijbehorende vergelijking. RETIE MET WTER S E LEVEL 3 Hulpmiddelen: inas Op welke twee manieren kan er een bariumhydroxide-oplossing gemaakt worden? Geef voor beide manieren de bijbehorende vergelijking.

HEMISHE RETIE S LEVEL 2 Hulpmiddelen: inas Maak de onderstaande reactievergelijkingen kloppend: H 2 SO 4 + Fe Fe 2 (SO 4 ) 2 + H 2 Fe(OH) 3 + Na NaOH + Fe Geef de reactievergelijking van de volledige verbranding van octaan ( 8 H 18 ). HEMISHE RETIE S LEVEL 2 Hulpmiddelen: inas Maak de onderstaande reactievergelijkingen kloppend:... NH 3 +... O 2... NO +... H 2 O H 2 SO 4 + u u 2 SO 4 + H 2 Geef de reactievergelijking van de volledige verbranding van decaan ( 10 H 22 ). HEMISHE RETIE S LEVEL 2 Hulpmiddelen: inas Maak de onderstaande reactievergelijkingen kloppend:... 6 H 12 O 6... 2 H 5 OH +... O 2 Fe 2 (O 3 ) 3 + Na Na 2 O 3 + Fe Geef de reactievergelijking van de volledige verbranding van dodecaan ( 12 H 26 ).

HEMISHE RETIE S D LEVEL 3 Hulpmiddelen: inas Maak de onderstaande reactievergelijkingen kloppend: KOH + H 3 PO 4 K 3 PO 4 + H 2 O... 4 H 8 O + O 2... O 2 + H 2 O Geef de reactievergelijking van de volledige verbranding van 2,2-disulfanylethaan-1,1-diol ( 2 H 6 S 2 O 2 ). HEMISHE RETIE S LEVEL 2 Hulpmiddelen: inas Maak de onderstaande reactievergelijkingen kloppend:... 6 H 12 O + O 2... O 2 + H 2 O Fe(OH) 3 + H 2 H 2 O + Fe Geef de reactievergelijking van de volledige verbranding van 1-sulfanylpropaan-2-ol ( 3 H 8 SO).

INS T45 S LEVEL 2 Hulpmiddelen: inas Zoek van de onderstaande zouten op of het zout goed oplost, matig oplost of slecht oplost in water of reageert met water. Na 2 O 3 Pb 3 O 2 gl INS T45 S LEVEL 2 Hulpmiddelen: inas Zoek van de onderstaande zouten op of het zout goed oplost, matig oplost of slecht oplost in water of reageert met water. NH 4 l NaOH u(h 3 OO) 2 INS T45 S LEVEL 2 Hulpmiddelen: inas Zoek van de onderstaande zouten op of het zout goed oplost, matig oplost of slecht oplost in water of reageert met water. ai 2 l(oh) 3 a(h 3 OO) 2 INS T45 S D LEVEL 3

Hulpmiddelen: inas Zoek van de onderstaande zouten op of het zout goed oplost, matig oplost of slecht oplost in water of reageert met water. NH 4 l NaOH Denk je dat het zout u(no 3 ) 3 oplosbaar is in water? Leg je antwoord uit. INS T45 S E LEVEL 3 Hulpmiddelen: inas Zoek van de onderstaande zouten op of het zout goed oplost, matig oplost of slecht oplost in water of reageert met water. NH 4 l NaOH Denk je dat het zout Sn(NO 3 ) 4 oplosbaar is in water? Leg je antwoord uit.

MOLEREKENINGEN S LEVEL 2 Hulpmiddelen: inas, rekenmachine 6,0 g IJzer(III)oxide reageert met koolstofmono-oxide tot ijzer en koolstofdioxide. Fe 2 O 3 (s) + 3 O(g) 2 Fe(s) + 3 O 2 (g) ereken hoeveel gram ijzer hierbij ontstaat. Zorg dat je antwoord significantie is en in wetenschappelijke notatie staat. MOLEREKENINGEN S LEVEL 2 Hulpmiddelen: inas, rekenmachine 3,0 g aceton ( 3 H 6 O) wordt volledig verbrand volgens de onderstaande reactie. 3 H 6 O + 4 O 2 à 3 O 2 + 3 H 2 O ereken hoeveel gram water hierbij ontstaat. Zorg dat je antwoord significantie is en in wetenschappelijke notatie staat. MOLEREKENINGEN S LEVEL 2 Hulpmiddelen: inas, rekenmachine 6,0 g IJzer(III)oxide reageert met koolstofmono-oxide tot ijzer en koolstofdioxide. Fe 2 O 3 (s) + 3 O(g) 2 Fe(s) + 3 O 2 (g) ereken hoeveel gram koolstofmono-oxide nodig is om alle ijzer(iii)oxide te laten reageren. Zorg dat je antwoord significantie is en in wetenschappelijke notatie staat.

MOLEREKENINGEN S D LEVEL 3 Hulpmiddelen: inas, rekenmachine 6,0 mg ijzer(iii)oxide reageert met koolstofmono-oxide tot ijzer en koolstofdioxide. Fe 2 O 3 (s) + 3 O(g) 2 Fe(s) + 3 O 2 (g) ereken hoeveel liter koolstofdioxide hierbij ontstaat. Zorg dat je antwoord significantie is en in wetenschappelijke notatie staat. MOLEREKENINGEN S E LEVEL 3 Hulpmiddelen: inas, rekenmachine 3,5 mg aceton ( 3 H 6 O) wordt volledig verbrand volgens de onderstaande reactie. 3 H 6 O + 4 O 2 à 3 O 2 + 3 H 2 O ereken hoeveel liter koolstofdioxide hierbij ontstaat. Zorg dat je antwoord significantie is en in wetenschappelijke notatie staat.

NMGEVING ZOUTHYDRTEN S LEVEL 2 Hulpmiddelen: inas Geef de systematische namen van de formules van zouthydraten en andersom. D K 3 PO 4 5H 2 O aso 4 2H 2 O mmoniumnitraattrihydraat luminiumfluorideoctahydraat NMGEVING ZOUTHYDRTEN S LEVEL 2 Hulpmiddelen: inas Geef de systematische namen van de formules van zouthydraten en andersom. D K 2 SO 4 H 2 O ul 2 9H 2 O ariumacetaattetrahydraat Kwik(II)nitraattetrahydraat NMGEVING ZOUTHYDRTEN S LEVEL 2 Hulpmiddelen: inas Geef de systematische namen van de formules van zouthydraten en andersom. D Zn 3 I 2 6H 2 O MgO 3 4H 2 O Natriumhydroxidedihydraat Kaliumsulfiettrihydraat

NMGEVING ZOUTHYDRTEN S D LEVEL 3 Hulpmiddelen: inas Geef de systematische namen van de formules van zouthydraten en andersom. D Na 2 O 3 13H 2 O Fe 2 (SO 4 ) 3 8H 2 O ariumhydroxidedecahydraat luminiumacetaatnonahydraat NMGEVING ZOUTHYDRTEN S E LEVEL 3 Hulpmiddelen: inas Geef de systematische namen van de formules van zouthydraten en andersom. D K 3 PO 4 19H 2 O a(oh) 2 3H 2 O Magnesiumbromidetetradecahydraat Koper(II)acetaatheptahydraat