SHEIKUNDE KLS TITEL VN HET LD NMGEVING IONEN S LEVEL 2 Hoe heet het ion van broom met een lading van 1-? Wat zijn de namen van de verschillende ijzer-ionen? Hoe heet het ion van platina met een lading van 4+? D Hoe heet het ion van zwavel? NMGEVING IONEN S LEVEL 2 Hoe heet het ion van jood met een lading van 1-? Hoe heet het ion van scandium met een lading van 3+? D Wat zijn de namen van de verschillende lood-ionen? Hoe heet het ion van zuurstof? NMGEVING IONEN S LEVEL 2 Hoe heet het ion van chloor? Hoe heet het ion van thulium? Wat zijn de namen van de verschillende tin-ionen? D Hoe heet een ion van zilver met een lading van 1+?
SHEIKUNDE KLS TITEL VN HET LD NMGEVING IONEN S D LEVEL 3 Hoe heet het ion van telluur met een lading van 2-? Hoe heet het ion van waterstof? Hoe heet het ion van tantaal met een lading van 5+? D Hoe heet een ion van cesium met een lading van 1+? NMGEVING IONEN S E LEVEL 3 Hoe heet het ion van telluur? Hoe heet het ion van stikstof met een lading van 3-? Hoe heet het ion van wolfraam met een lading van 6+? D Hoe heet een ion van strontium met een lading van 2+?
SHEIKUNDE KLS TITEL VN HET LD NMGEVING ZOUTEN S LEVEL 2 Geef de namen van de volgende zouten waarin de volgende combinaties van ionsoorten voorkomen: lithiumionen en nitride-ionen goud(iii)ionen en fosfaat-ionen zinkionen en waterstofcarbonaationen NMGEVING ZOUTEN S LEVEL 2 Geef de namen van de volgende zouten waarin de volgende combinaties van ionsoorten voorkomen: zilverionen en fluoride-ionen ammoniumionen en fosfaat-ionen lood(ii)ionen en sulfide-ionen NMGEVING ZOUTEN S LEVEL 2 Geef de namen van de volgende zouten waarin de volgende combinaties van ionsoorten voorkomen: goud(i)ionen en oxide-ionen mangaan(iv)ionen en nitraat-ionen natriumionen en carbonaationen
SHEIKUNDE KLS TITEL VN HET LD NMGEVING ZOUTEN S D LEVEL 3 Geef de namen van de volgende zouten waarin de volgende combinaties van ionsoorten voorkomen: ijzer(ii)ionen en sulfide-ionen wolfraam(v)ionen en nitraat-ionen aluminiumionen en thiosulfaationen NMGEVING ZOUTEN S E LEVEL 3 Geef de namen van de volgende zouten waarin de volgende combinaties van ionsoorten voorkomen: magnesiumionen en oxide-ionen wolfraam(v)ionen en nitraat-ionen aluminiumionen en silicaationen
FORMULES IONEN S LEVEL 2 Wat is de formule van het ion van broom met een lading van 1-? Wat zijn de formules van de verschillende ijzer-ionen? Wat is de formule van het ion van platina met een lading van 4+? D Wat is de formule van het ion van zwavel? FORMULES IONEN S LEVEL 2 Wat is de formule van het ion van jood met een lading van 1-? Wat is de formule van het ion van scandium met een lading van 3+? D Wat zijn de formules van de verschillende lood-ionen? Wat is de formule van het ion van zuurstof? FORMULES IONEN S LEVEL 2 Wat is de formule van het ion van chloor? Wat is de formule van het ion van thulium? Wat zijn de formules van de verschillende tin-ionen? D Wat is de formule van een ion van zilver met een lading van 1+? FORMULES IONEN S D LEVEL 3
Wat is de formule van het ion van telluur met een lading van 2-? Wat is de formule van het ion van waterstof? Wat is de formule van het ion van tantaal met een lading van 5+? D Wat is de formule van een ion van cesium met een lading van 1+? FORMULES IONEN S E LEVEL 3 Wat is de formule van het ion van telluur? Wat is de formule van het ion van stikstof met een lading van 3-? Wat is de formule van het ion van wolfraam met een lading van 6+? D Wat is de formule van een ion van strontium met een lading van 2+?
HERKENNEN IONEN S LEVEL 2 Geef de formules van de ionen waar de volgende zouten uit bestaan: Na 2 O 3 Ni(OH) 2 dso 4 D al 2 HERKENNEN IONEN S LEVEL 2 Geef de formules van de ionen waar de volgende zouten uit bestaan: af 2 goh r 2 (O 3 ) 2 D lpo 4 HERKENNEN IONEN S LEVEL 2 Geef de formules van de ionen waar de volgende zouten uit bestaan: (NH 4 ) 2 S NaOH Mgl 2 D rpo 4
HERKENNEN IONEN S D LEVEL 3 Geef de formules van de ionen waar de volgende zouten uit bestaan: (NH 4 ) 2 O 3 Ni(OH) 2 dte D upo 4 HERKENNEN IONEN S E LEVEL 3 Geef de formules van de ionen waar de volgende zouten uit bestaan: r 3 (PO 4 ) 2 a 3 s 2 NH 4 H 3 OO D FePO 4
VERHOUDINGSFORMULES S LEVEL 2 Geef van de volgende formules de systematische naam en van de systematische namen de verhoudingsformule: Fe 2 (NO 3 ) 2 E Natriumsulfaat a 3 N 2 F mmoniumcarbonaat ul 2 G luminiumwaterstofcarbonaat D uh 3 OO H Lood(IV)chloride I Wat is de lading van het goudion in u 3 I 3 (O 3 ) 2? Toon een berekening. VERHOUDINGSFORMULES S LEVEL 2 Geef van de volgende formules de systematische naam en van de systematische namen de verhoudingsformule: KF E Kaliumnitraat a(oh) 2 F Magnesiumfosfide PbS 2 G Kwik(I)jodide D u 3 (PO 4 ) 2 H Nikkeloxide I Wat is de lading van het koperion in u 3 l 2 (PO 4 ) 4? Toon een berekening.
VERHOUDINGSFORMULES S LEVEL 2 Geef van de volgende formules de systematische naam en van de systematische namen de verhoudingsformule: Pb(OH) 4 E Kaliumoxide Mgr 2 F luminiumwaterstofcarbonaat Fe 3 (PO 4 ) 2 G Goud(III)sulfaat D a 3 s 2 H Titaan(IV)fluoride I Wat is de lading van het kwikion in Hg 3 a (O 3 ) 2 OH? Toon een berekening. VERHOUDINGSFORMULES S D LEVEL 3 Geef van de volgende formules de systematische naam en van de systematische namen de verhoudingsformule: Ta 2 O 3 E admiumfosfaat Hg 2 SO 4 F Goud(I)fosfide W(OH) 6 G mmoniumwaterstofcarbonaat D as H Titaan(IV)bromide I Wat is de lading van het silicaation (Si 4 O 12 XX ) in Fe 4 a(si 4 O 12 ) 2 (O 3 ) 2 als de helft van de ijzerionen in het zout ijzer(ii)ionen zijn en de andere helft ijzer(iii)ionen? Toon een berekening.
VERHOUDINGSFORMULES S E LEVEL 3 Geef van de volgende formules de systematische naam en van de systematische namen de verhoudingsformule: TaO 3 E Kaliumtelluride Fe 3 (PO 4 ) 2 F luminiumwaterstofcarbonaat NH 4 l G Plutionium(IV)sulfaat D W(OH) 4 H Uraan(VI)fluoride I Wat is de lading van het silicaation (Si 9 O 27 XX ) in lu 8 Si 9 O 27 (PO 4 ) 2 als de helft van de koperionen in het zout koper(i)ionen zijn en de andere helft koper(ii)ionen? Toon een berekening.
OPLOSSEN & INDMPEN S LEVEL 2 Hulpmiddelen: - Teken het oplossen op microniveau van een zout met ionen met een lading van 3+ en een lading van 2-. Teken het ion met een lading van 3+ minimaal 4 keer. Teken ook watermoleculen zodat zichtbaar is hoe de ionen gehydrateerd worden. OPLOSSEN & INDMPEN S LEVEL 2 Hulpmiddelen: - Teken het indampen op microniveau van een zoutoplossing met ionen met een lading van 2+ en een lading van 3-. Teken het ion met een lading van 3- minimaal 4 keer. Teken ook watermoleculen zodat zichtbaar is hoe de ionen gehydrateerd zijn. OPLOSSEN & INDMPEN S LEVEL 2 Hulpmiddelen: - Teken het oplossen op microniveau van een zout met ionen met een lading van 4+ en een lading van 3-. Teken het ion met een lading van 4+ minimaal 4 keer. Teken ook watermoleculen zodat zichtbaar is hoe de ionen gehydrateerd worden. OPLOSSEN & INDMPEN S D LEVEL 3 Hulpmiddelen: - Teken het oplossen op microniveau van een zout met ionen met een lading van 4+ en een lading van 2-. Teken het ion met een lading van 4+ minimaal 4 keer. Teken ook watermoleculen zodat zichtbaar is hoe de ionen gehydrateerd worden.
OPLOSSEN & INDMPEN S E LEVEL 3 Hulpmiddelen: - Teken het indampen op microniveau van een zoutoplossing met ionen met een lading van 3+ en een lading van 6-. Teken het ion met een lading van 6- minimaal 4 keer. Teken ook watermoleculen zodat zichtbaar is hoe de ionen gehydrateerd zijn.
OPLOSVERGELIJKINGEN S LEVEL 2 Hulpmiddelen: inas Geef de oplosvergelijking van het oplossen van aluminiumnitraat in water. Frits voegt water toe aan het zout koper(ii)nitraat. Geef indien dit mogelijk is de reactie- of oplosvergelijking van dit proces. Frits voegt water toe aan het zout zilversulfiet. Geef indien dit mogelijk is de reactie- of oplosvergelijking van dit proces. OPLOSVERGELIJKINGEN S LEVEL 2 Hulpmiddelen: inas Geef de oplosvergelijking van het oplossen van ammoniumchloride in water. Frits voegt water toe aan het zout bariumsulfaat. Geef indien dit mogelijk is de reactie- of oplosvergelijking van dit proces. Frits voegt water toe aan het zout calciumnitraat. Geef indien dit mogelijk is de reactie- of oplosvergelijking van dit proces. OPLOSVERGELIJKINGEN S LEVEL 2 Hulpmiddelen: inas Geef de oplosvergelijking van het oplossen van natriumcarbonaat in water. Frits voegt water toe aan het zout aluminiumsulfaat. Geef indien dit mogelijk is de reactie- of oplosvergelijking van dit proces. Frits voegt water toe aan het zout kwik(i)chloride. Geef indien dit mogelijk is de reactie- of oplosvergelijking van dit proces.
OPLOSVERGELIJKINGEN S D LEVEL 3 Hulpmiddelen: inas D Frits voegt water toe aan het zout kwik(ii)chloride. Geef indien dit mogelijk is de reactie- of oplosvergelijking van dit proces. Frits voegt water toe aan het zout ijzer(iii)acetaat. Geef indien dit mogelijk is de reactie- of oplosvergelijking van dit proces. Frits voegt water toe aan het zout aluminiumbromide. Geef indien dit mogelijk is de reactieof oplosvergelijking van dit proces. Frits voegt water toe aan een mengsel van calciumcarbonaat en natriumcarbonaat. Het roert het mengsel goed door en filtreert het vervolgens. Welke ionen bevinden zich in het filtraat? OPLOSVERGELIJKINGEN S E LEVEL 3 Hulpmiddelen: inas D Frits voegt water toe aan het zout ammoniumacetaat. Geef indien dit mogelijk is de reactieof oplosvergelijking van dit proces. Frits voegt water toe aan het zout koper(ii)fosfaat. Geef indien dit mogelijk is de reactie- of oplosvergelijking van dit proces. Frits voegt water toe aan het zout bariumhydroxide. Geef indien dit mogelijk is de reactie- of oplosvergelijking van dit proces. Frits voegt water toe aan een mengsel van ijzer(iii)chloride en zilverchloride. Het roert het mengsel goed door en filtreert het vervolgens. Welke ionen bevinden zich in het filtraat?
INDMPVERGELIJKINGEN S LEVEL 2 Hulpmiddelen: inas Geef de indampvergelijking die hoort bij het indampen van de volgende oplossingen: Kwik(II)acetaatoplossing IJzer(III)sulfaatoplossing koper(ii)fluoride-oplossing INDMPVERGELIJKINGEN S LEVEL 2 Hulpmiddelen: inas Geef de indampvergelijking die hoort bij het indampen van de volgende oplossingen: ariumhydroxide-oplossing mmoniumsulfaatoplossing zilverfluoride-oplossing INDMPVERGELIJKINGEN S LEVEL 2 Hulpmiddelen: inas Geef de indampvergelijking die hoort bij het indampen van de volgende oplossingen: alciumnitraat-oplossing luminiumsulfaatoplossing IJzer(III)acetaat-oplossing
INDMPVERGELIJKINGEN S D LEVEL 3 Hulpmiddelen: inas Frits heeft een mengsel van natriumcarbonaat, calciumcarbonaat en kaliumchloride en voegt hier water aan toe. Hij roert het mengsel goed en filtreert het vervolgens. Daarna dampt hij het mengsel in. Geeft de indampvergelijkingen die bij het indampen horen. INDMPVERGELIJKINGEN S E LEVEL 3 Hulpmiddelen: inas Frits heeft een mengsel van bariumnitraat, zilverchloride en kaliumbromide en voegt hier water aan toe. Hij roert het mengsel goed en filtreert het vervolgens. Daarna dampt hij het mengsel in. Geeft de indampvergelijkingen die bij het indampen horen.
RETIE MET WTER S LEVEL 2 Hulpmiddelen: inas Geef de reactievergelijking van calciumoxide met water. RETIE MET WTER S LEVEL 2 Hulpmiddelen: inas Geef de reactievergelijking van kaliumoxide met water. RETIE MET WTER S LEVEL 2 Hulpmiddelen: inas Geef de reactievergelijking van bariumoxide met water. RETIE MET WTER S D LEVEL 3 Hulpmiddelen: inas Op welke twee manieren kan er een natriumhydroxide-oplossing gemaakt worden? Geef voor beide manieren de bijbehorende vergelijking. RETIE MET WTER S E LEVEL 3 Hulpmiddelen: inas Op welke twee manieren kan er een bariumhydroxide-oplossing gemaakt worden? Geef voor beide manieren de bijbehorende vergelijking.
HEMISHE RETIE S LEVEL 2 Hulpmiddelen: inas Maak de onderstaande reactievergelijkingen kloppend: H 2 SO 4 + Fe Fe 2 (SO 4 ) 2 + H 2 Fe(OH) 3 + Na NaOH + Fe Geef de reactievergelijking van de volledige verbranding van octaan ( 8 H 18 ). HEMISHE RETIE S LEVEL 2 Hulpmiddelen: inas Maak de onderstaande reactievergelijkingen kloppend:... NH 3 +... O 2... NO +... H 2 O H 2 SO 4 + u u 2 SO 4 + H 2 Geef de reactievergelijking van de volledige verbranding van decaan ( 10 H 22 ). HEMISHE RETIE S LEVEL 2 Hulpmiddelen: inas Maak de onderstaande reactievergelijkingen kloppend:... 6 H 12 O 6... 2 H 5 OH +... O 2 Fe 2 (O 3 ) 3 + Na Na 2 O 3 + Fe Geef de reactievergelijking van de volledige verbranding van dodecaan ( 12 H 26 ).
HEMISHE RETIE S D LEVEL 3 Hulpmiddelen: inas Maak de onderstaande reactievergelijkingen kloppend: KOH + H 3 PO 4 K 3 PO 4 + H 2 O... 4 H 8 O + O 2... O 2 + H 2 O Geef de reactievergelijking van de volledige verbranding van 2,2-disulfanylethaan-1,1-diol ( 2 H 6 S 2 O 2 ). HEMISHE RETIE S LEVEL 2 Hulpmiddelen: inas Maak de onderstaande reactievergelijkingen kloppend:... 6 H 12 O + O 2... O 2 + H 2 O Fe(OH) 3 + H 2 H 2 O + Fe Geef de reactievergelijking van de volledige verbranding van 1-sulfanylpropaan-2-ol ( 3 H 8 SO).
INS T45 S LEVEL 2 Hulpmiddelen: inas Zoek van de onderstaande zouten op of het zout goed oplost, matig oplost of slecht oplost in water of reageert met water. Na 2 O 3 Pb 3 O 2 gl INS T45 S LEVEL 2 Hulpmiddelen: inas Zoek van de onderstaande zouten op of het zout goed oplost, matig oplost of slecht oplost in water of reageert met water. NH 4 l NaOH u(h 3 OO) 2 INS T45 S LEVEL 2 Hulpmiddelen: inas Zoek van de onderstaande zouten op of het zout goed oplost, matig oplost of slecht oplost in water of reageert met water. ai 2 l(oh) 3 a(h 3 OO) 2 INS T45 S D LEVEL 3
Hulpmiddelen: inas Zoek van de onderstaande zouten op of het zout goed oplost, matig oplost of slecht oplost in water of reageert met water. NH 4 l NaOH Denk je dat het zout u(no 3 ) 3 oplosbaar is in water? Leg je antwoord uit. INS T45 S E LEVEL 3 Hulpmiddelen: inas Zoek van de onderstaande zouten op of het zout goed oplost, matig oplost of slecht oplost in water of reageert met water. NH 4 l NaOH Denk je dat het zout Sn(NO 3 ) 4 oplosbaar is in water? Leg je antwoord uit.
MOLEREKENINGEN S LEVEL 2 Hulpmiddelen: inas, rekenmachine 6,0 g IJzer(III)oxide reageert met koolstofmono-oxide tot ijzer en koolstofdioxide. Fe 2 O 3 (s) + 3 O(g) 2 Fe(s) + 3 O 2 (g) ereken hoeveel gram ijzer hierbij ontstaat. Zorg dat je antwoord significantie is en in wetenschappelijke notatie staat. MOLEREKENINGEN S LEVEL 2 Hulpmiddelen: inas, rekenmachine 3,0 g aceton ( 3 H 6 O) wordt volledig verbrand volgens de onderstaande reactie. 3 H 6 O + 4 O 2 à 3 O 2 + 3 H 2 O ereken hoeveel gram water hierbij ontstaat. Zorg dat je antwoord significantie is en in wetenschappelijke notatie staat. MOLEREKENINGEN S LEVEL 2 Hulpmiddelen: inas, rekenmachine 6,0 g IJzer(III)oxide reageert met koolstofmono-oxide tot ijzer en koolstofdioxide. Fe 2 O 3 (s) + 3 O(g) 2 Fe(s) + 3 O 2 (g) ereken hoeveel gram koolstofmono-oxide nodig is om alle ijzer(iii)oxide te laten reageren. Zorg dat je antwoord significantie is en in wetenschappelijke notatie staat.
MOLEREKENINGEN S D LEVEL 3 Hulpmiddelen: inas, rekenmachine 6,0 mg ijzer(iii)oxide reageert met koolstofmono-oxide tot ijzer en koolstofdioxide. Fe 2 O 3 (s) + 3 O(g) 2 Fe(s) + 3 O 2 (g) ereken hoeveel liter koolstofdioxide hierbij ontstaat. Zorg dat je antwoord significantie is en in wetenschappelijke notatie staat. MOLEREKENINGEN S E LEVEL 3 Hulpmiddelen: inas, rekenmachine 3,5 mg aceton ( 3 H 6 O) wordt volledig verbrand volgens de onderstaande reactie. 3 H 6 O + 4 O 2 à 3 O 2 + 3 H 2 O ereken hoeveel liter koolstofdioxide hierbij ontstaat. Zorg dat je antwoord significantie is en in wetenschappelijke notatie staat.
NMGEVING ZOUTHYDRTEN S LEVEL 2 Hulpmiddelen: inas Geef de systematische namen van de formules van zouthydraten en andersom. D K 3 PO 4 5H 2 O aso 4 2H 2 O mmoniumnitraattrihydraat luminiumfluorideoctahydraat NMGEVING ZOUTHYDRTEN S LEVEL 2 Hulpmiddelen: inas Geef de systematische namen van de formules van zouthydraten en andersom. D K 2 SO 4 H 2 O ul 2 9H 2 O ariumacetaattetrahydraat Kwik(II)nitraattetrahydraat NMGEVING ZOUTHYDRTEN S LEVEL 2 Hulpmiddelen: inas Geef de systematische namen van de formules van zouthydraten en andersom. D Zn 3 I 2 6H 2 O MgO 3 4H 2 O Natriumhydroxidedihydraat Kaliumsulfiettrihydraat
NMGEVING ZOUTHYDRTEN S D LEVEL 3 Hulpmiddelen: inas Geef de systematische namen van de formules van zouthydraten en andersom. D Na 2 O 3 13H 2 O Fe 2 (SO 4 ) 3 8H 2 O ariumhydroxidedecahydraat luminiumacetaatnonahydraat NMGEVING ZOUTHYDRTEN S E LEVEL 3 Hulpmiddelen: inas Geef de systematische namen van de formules van zouthydraten en andersom. D K 3 PO 4 19H 2 O a(oh) 2 3H 2 O Magnesiumbromidetetradecahydraat Koper(II)acetaatheptahydraat