SPIS TREŚCI WSTĘP..................................................................................................... 4 1. PODSTAWOWE ZWROTY I WYRAŻENIA................................................ 5 2. LICZBY I CZAS................................................................................ 13 3. CZŁOWIEK...................................................................................... 21 4. ŻYCIE CODZIENNE I CZAS WOLNY................................................... 31 5. DOM I MIESZKANIE......................................................................... 41 6. ŻYCIE RODZINNE I TOWARZYSKIE..................................................... 49 7. SZKOŁA I NAUKA............................................................................. 57 8. PRACA........................................................................................... 65 9. KUCHNIA I JEDZENIE....................................................................... 75 10. PODRÓŻE....................................................................................... 85 11. KULTURA I MEDIA............................................................................ 95 12. PRZYRODA.....................................................................................105 13. SPORT...........................................................................................115 14. ZDROWIE.......................................................................................123 KLUCZ DO ĆWICZEŃ...........................................................................131 SŁOWNICZEK NIDERLANDZKO-POLSKI...................................................141 INSTRUKCJA DO ZADANIA LOGICZNEGO.............................................148 Niderlandzki w ćwiczeniach 3 niderlandzki_mk.indd 3 2010-07-08 10:11:32
CZŁOWIEK 3 3.1 Przeczytaj poniższe opisy i zapoznaj się z nowymi słówkami. Saskia Tang is 22 jaar oud en ze komt uit China. Zij is studente economie. Zij woont in Amsterdam. Zij studeert aan de VU (Vrije Universiteit, Amsterdam). Dit is Erik van den Bos. Hij is een jongen van 7 jaar oud en hij woont met zijn familie in Zeist. Hij houdt van voetbal. Clara Witteberg is een 27-jarige lerares uit Rotterdam. Zij houdt van kinderen en zij kookt graag. Dit is Peter Roodsteen. Hij woont in Delft. Hij is 33 jaar oud en hij werkt bij een computerbedrijf. Hij houdt van sport en snelle auto s. Niderlandzki w ćwiczeniach 21 niderlandzki_mk.indd 21 2010-07-08 10:11:41
CZŁOWIEK 3.2 Po przeczytaniu opisów z ćwiczenia 3.1 zdecyduj, czy poniższe zdania są prawdziwe (Juist) czy fałszywe (Fout). 1. Niemand van de personen komt uit Nederland. J / F 2. Niemand van hen houdt van sport. J / F 3. Niemand van hen geeft les aan kinderen. J / F 4. Niemand van hen heeft een bedrijf. J / F 5. Erik is nog een jongen. J / F 6. Saskia komt uit Nederland. J / F 7. Clara houdt niet van kinderen. J / F 8. Peter doet graag aan sport. J / F Po przeczytaniu opisów z ćwiczenia 3.1 odpowiedz na pytania. 9. Wie woont er in Amsterdam? 10. Wie houdt er van voetbal? 11. Wie kookt er graag? 12. Wie woont en werkt er in Delft? 3.3 Na podstawie opisów z ćwiczenia 3.1 ułóż opis, używając danych z ramki. Naam: Frank Verbiest / Leeftijd: 35 / Woonplaats: Utrecht / Beroep: Ambtenaar / Interesses: politiek............ 22 Niderlandzki w ćwiczeniach niderlandzki_mk.indd 22 2010-07-08 10:11:43
LICZBY I CZAS 2.6 Przeczytaj dialogi, a następnie połącz je z odpowiednimi zdjęciami. a b c d 1. - Dag! Kunt u me zeggen hoe laat het is? - Natuurlijk, het is half drie. - Dank u wel! - Geen probleem. Dag! - Dag! 2. - Meneer van Straat, kunnen wij voor vrijdag een afspraak maken? - Het spijt me, maar dat gaat niet lukken, meneer Klein. Ik heb op vrijdag al afspraken met drie klanten. - Wat komt u dan goed uit? - Ik ben vrij op donderdag. Schikt u dat? - Ja, dat is perfect. 3. - Wat hou ik toch van de zomer. En jij, Koen? - Ik ook, Anna. Dan kunnen we lekker in zee zwemmen en op het strand wandelen. - Het is echt lekker om de zomer op het strand door te brengen. Het is zo lekker warm en er is geen school. - Het is een schitterend seizoen! 4. - Sara, hoe lang heb jij geleerd? - Ik heb drie dagen geleerd, van maandag tot woensdag. En jij Jan? - Ik ga vandaag beginnen. - Maar het examen is morgen al! - Kun jij me dan helpen met de oefeningen, Sara? - Natuurlijk, maar we hebben niet veel tijd meer. 2.7 1.... 2.... 3.... 4.... Po przeczytaniu dialogów z ćwiczenia 2.6 zdecyduj, czy poniższe zdania są prawdziwe (Juist) czy fałszywe (Fout). 1. Meneer Klein en meneer van Straat zien elkaar op maandag. J / F 2. In de zomer gaan Anna en Koen zwemmen en hoeven ze niet naar school. J / F 3. Maarten heeft morgen een examen. J / F 4. Sara heeft van woensdag tot vrijdag geleerd. J / F 16 Niderlandzki w ćwiczeniach niderlandzki_mk.indd 16 2010-07-08 10:11:40
LICZBY I CZAS 2.8 Uzupełnij zdania odpowiednimi wyrazami z ramki. in / om / in / vroeg / tot / van / laat / op / in / op 1. Ik was vandaag te... op kantoor. Morgen moet ik vroeger opstaan. 2. Elke dag staan wij... 7 uur op. 3.... het weekend breng ik tijd door met mijn familie. 4. Van maandag... vrijdag gaan de kinderen naar school. 5. Maarten werkt... kantoor. 6.... de zomer zwemmen mensen graag. Holendrzy 7.... december wordt het koud. niezwykle hucznie świętują swoje 50-te urodziny. 8.... maandag moet ik met mijn werk Wydawane jest wówczas ogromne przyjęcie, na które zaprasza się beginnen. rodzinę i przyjaciół. 9.... 9 tot 17 uur moet ik werken. W Holandii ludzie świętują wigilię Dnia 10. Sara is vandaag te.... Zij kon Świętego Mikołaja (Sinterklaasavond), niet slapen. która przypada 5 grudnia. Rodziny spotykają się wówczas, a dzieci dostają prezenty. 2.9 Czy wiesz, że... Uzupełnij tabelkę nazwami liczebników głównych i porządkowych. 1 een eerste 2 3 4 5 6 7 8 9 10 Niderlandzki w ćwiczeniach 17 niderlandzki_mk.indd 17 2010-07-08 10:11:40