Management Services 5/8 Patch management 5/8.1 Beheer van patches met Subscription Management Tool 5/8.1.1 Inleiding Een moderne Linux-server moet regelmatig worden bijgewerkt met de laatste versie van alle softwarepakketten. Dit kunt u doen door elke server afzonderlijk internet op te sturen om daar zijn patches vandaan te halen. Dit is echter niet echt een ideale oplossing omdat u dan ook elke server rechtstreeks toegang moet geven tot internet en misschien wilt u dat helemaal niet. Novells Subscription Management Tool ( SMT ) kan in zo n geval uitkomst bieden. Het doel van SMT is eenvoudig: de tool zorgt ervoor dat er één server in het netwerk is die aangewezen wordt om patches te downloaden. Andere servers in het netwerk gaan vervolgens naar de SMT -server toe om daar de bestanden op te halen die voor hen relevant zijn. Het basisprincipe is simpel, maar efficiënt. Om gebruik te kunnen maken van Su SE Linux Enterpriseproducten hebt u gekoppeld aan uw Novell-account een aantal producten. Hebt u alleen een keer SLES 10 gekocht, dan is alleen SLES 10 gekoppeld aan uw account. Beschikt u echter over een volledig evaluatieaccount, dan ziet u nadat u ingelogd bent zo ongeveer alle Novell-producten staan. Door SMT te configureren met uw Novell-credentials zorgt u ervoor dat SMT patches kan downloaden voor alle producten waarvoor u rechten hebt op updates. Vervolgens Novell Netwerkoplossingen, aanvulling 32 5/8.1-1
Patch management configureert u andere servers in het netwerk om de updates op te halen bij de SMT -server. Voorwaarden Voordat u begint met de configuratie van SMT, moet u zorgen dat u aan de minimale voorwaarden voldoet: SMT werkt momenteel alleen op SLES 10. Zorg dus dat u een SLES 10-server beschikbaar hebt. De SMT -server moet geregistreerd zijn bij Novell. DNS moet geconfigureerd zijn. 5/8.1.2 SMT -server inrichten Wanneer u aan de minimale voorwaarden voldoet, is het tijd de SMT -server in te richten. Hieronder staat beschreven hoe u te werk gaat. 1. Ga naar download.novell.com en haal hier het SMT - package op. U vindt dit het best via de optie Advanced Search met als trefwoord SMT : selecteer het package met de naam Subscriptions Management Tool for Su SE Linux Enterprise Media Kit. Het bestaat uit welgeteld één ISO -bestand. Sla dit bestand op op de server die u als SMT -server wilt inrichten. 2. Start Ya ST 2 en kies nu de optie Software > Add on Product. Kies hier de optie Local Directory en geef vervolgens aan dat u ook naar ISO -bestanden wilt kijken. Geef dan het pad op waar het SMT ISO -bestand is opgeslagen. Selecteer het ISO -bestand om de installatie te starten. 3. Wanneer u tijdens de installatieprocedure het Ya ST - software-installatievenster ziet verschijnen met de Search-optie geactiveerd, kiest u uit de uitschuiflijst linksboven in het venster de optie Patterns. Controleer dan of helemaal onder in de lijst de optie SMT aanstaat en de SMT -packages geïnstalleerd zijn. Als dit het geval is, klikt u vervolgens op Accept om de installatie van deze packages te starten. 5/8.1-2 Novell Netwerkoplossingen, aanvulling 32
Management Services U vindt het SMT ISO -bestand via de Advanced Search-optie op download.novell.com. Nadat u het juiste ISO -bestand geselecteerd hebt, wordt de installatie van SMT gestart. Novell Netwerkoplossingen, aanvulling 32 5/8.1-3
Patch management Als u dit venster ziet, moet u controleren of de SMT -packages geselecteerd zijn. U komt nu in het hoofdvenster waar 4. SMT geconfigureerd moet worden. Hier moet u een gebruikersnaam en bijbehorend wachtwoord invoeren om toegang te krijgen tot alle software die via uw Novell-gebruikersnaam toegankelijk is. Even opletten! Dit is niet het normale Novell-gebruikersaccount dat u gebruikt, maar een speciale gebruikersnaam en wachtwoord die u via Novell Customer Center moet ophalen. U vindt deze gebruikersnaam en wachtwoord op het Customer Center onder de optie My Products > Mirror Credentials. Voer vervolgens deze combinatie in het SMT -configuratievenster in en klik op Test om te kijken of u er zich inderdaad mee kunt aanmelden. 5/8.1-4 Novell Netwerkoplossingen, aanvulling 32
Management Services Voor de configuratie van SMT hebt u een speciale gebruikersnaam en wachtwoord nodig. 5. 6. Naast gebruikersnaam en wachtwoord moet u nu ook het mailadres gebruiken dat u gebruikt hebt voor dit account. Tot slot wordt de DNS -naam van de server meegestuurd. Let erop dat deze naam klopt, want u kunt hem later niet meer wijzigen! In het volgende venster moet u een wachtwoord invoeren voor de SMT -databasegebruiker. Deze gebruiker wordt automatisch voor u aangemaakt in een My SQL - database die voor dit doel gecreëerd wordt. Tevens kunt u een mailadres invoeren. Dit mailadres wordt door SMT gebruikt om rapporten naar toe te sturen. Novell Netwerkoplossingen, aanvulling 32 5/8.1-5
Patch management Voor het SMT -account moet een databasegebruiker worden aangemaakt. 7. Op dit punt wordt de SMT -configuratie weggeschreven naar de server. Hierbij wordt ook de My SQL -database aangemaakt. Als u nog niet eerder met My SQL gewerkt hebt op deze server, wordt ook gevraagd of u een wachtwoord wilt geven voor de gebruiker-root binnen My SQL. 8. Als uw server nog niet geregistreerd was, verschijnt de Customer Center-pop-up aan het eind van de procedure. Zorg ervoor dat u zich nu alsnog registreert, want zonder geregistreerd systeem kunt u SMT niet configureren. 5/8.1-6 Novell Netwerkoplossingen, aanvulling 32
Management Services Als uw server nog niet geregistreerd was, kunt u dat nu alsnog doen. Parameters Op dit punt is SMT geïnstalleerd en in staat updates binnen te halen. Nu moet u nog duidelijk maken welke updates dat dan zijn. Dit regelt u via het configuratiebestand /etc/smt.conf. In dit bestand vindt u als eerste alle informatie die u tijdens de configuratie van SMT hebt ingevoerd. Daarnaast bevat het in de sectie [ LOCAL ] de specificatie van hoe de mirroring precies uitgevoerd moet worden. Een aantal parameters is met name de moeite waard: MirrorTo: geeft aan waar de patches weggeschreven worden. Dit gebeurt standaard in de Apache document root in /srv/www/htdocs. MirrorAll: geeft aan of al dan niet alles gemirrord moet worden. Heeft deze parameter de waarde True, dan wordt een mirror gemaakt van patches voor alle pro- Novell Netwerkoplossingen, aanvulling 32 5/8.1-7
Patch management ducten waar u rechten op hebt. Omdat dit in sommige gevallen heel veel producten kunnen zijn, is het aan te raden deze optie uit te zetten. Mirror SRC : deze optie bepaalt dat ook sourcebestanden gemirrord worden. Omdat vrijwel niemand deze gebruikt, is het aan te raden deze optie uit te zetten zodat u de nodige schijfruimte kunt besparen. Commando s Naast het configuratiebestand is er een aantal commando s dat u moet gebruiken om SMT te beheren. Als eerste is dat de opdracht smt-ncc-sync. Hiermee zorgt u ervoor dat de gegevens in de SMT -database volledig up-to-date zijn. Gebruik deze opdracht dus altijd voordat u wat dan ook voor andere dingen gaat doen. Een heel belangrijk commando is smt-catalogs -m. Hiermee vraagt u een lijst op van alle catalogs (lijsten met patches) die u kunt downloaden. Op basis van deze lijst kunt u zich vervolgens abonneren op de nodige lijsten. Houd hierbij in de gaten dat u zich overal op kunt abonneren, ook op andere software dan het besturingssysteem dat op de SMT - server gebruikt wordt. Om u te abonneren gebruikt u de opdracht smt-catalogs -e. Dit commando vraagt vervolgens op welke catalogs u wilt inschrijven. Hier kunt u door middel van specifieke nummers aanvragen om ingeschreven te worden op specifieke catalogs, maar u kunt ook de optie a gebruiken om u op alles in te schrijven. Houd echter in het laatste geval in de gaten dat dit veel schijfruimte kan kosten. Als u bijvoorbeeld een SMT -server installeert voor een OES -server, is het echter voldoende u in te schrijven op OES 2- SP 1-Updates, SLES 10- SP 2- SMT -Updates en SLES 10- SP 2-Updates. Let even goed op het platform waarvoor u de updates downloadt: 5/8.1-8 Novell Netwerkoplossingen, aanvulling 32
Management Services SLES 10 is voor verschillende hardwareplatforms beschikbaar, maar waarschijnlijk hebt u er maar een van nodig. Nadat u aangegeven hebt op welke catalogs u zich wilt abonneren, gebruikt u tot slot de opdracht smt-mirror om de catalogs te downloaden en de updateserver up-to-date te maken. Als laatste onderdeel moet u er nu nog voor zorgen dat alle client -servers ingeschreven worden bij de SMT -server. Hiervoor moet u het script /usr/share/doc/packages/smt/ clientsetup4 SMT.sh eerst van de SMT -server naar de client kopiëren. Vervolgens runt u dit script op de client door eenvoudigweg te verwijzen naar de naam van de SMT -server. Dit doet u bijvoorbeeld met een commando als./clientsetup4 SMT.sh -host smt.example.com. Als DNS goed werkt en de SMT -server goed geconfigureerd is, zorgt dit er vervolgens voor dat alle clients die op deze wijze zijn aangemeld, kunnen updaten bij de SMT -server. 5/8.1.3 Tot slot In het verleden was het nogal lastig om al uw servers upto-date te houden. Met SMT heeft Novell een eenvoudige oplossing gemaakt waarmee u alle Su SE -machines op basis van SLE 9, 10 en 11 up-to-date kunt houden met behulp van een enkele updateserver. In dit hoofdstuk hebt u kunnen lezen hoe u zo n server kunt configureren. Novell Netwerkoplossingen, aanvulling 32 5/8.1-9
Patch management 5/8.1-10 Novell Netwerkoplossingen, aanvulling 32