Toetswijzer:bosklassen



Vergelijkbare documenten
Loof-en naaldbomen. Naam :

Doel: Na deze opdracht weet je wat een voedselkringloop is en hoe het leven van planten en dieren met elkaar samenhangt.

klimaatstad herfst Paddenstoelen klimaatstad

Thema 2 Planten en dieren

6+ 10 WAT MAAKT EEN BOS TOT EEN BOS? Opdracht EDUKIT 3

Schimmels.

Bijlage VMBO-KB. biologie CSE KB. tijdvak 2. Deze bijlage bevat informatie.

1. Geheimen. 2. Zwammen

Bijlage VMBO-GL en TL

inhoud Herfst 1. Het weer 2. Overal blad 3. Zaden 4. Paddenstoelen 5. De eekhoorn 6. De egel 7. Insecten 8. Vogels op reis 9. Filmpje Pluskaarten

Planten voor de Prins Werkmap Tweede graad Basisonderwijs

Promenade n 3 : Ferme du Hennet : La Roche-En-Ardenne

In de ecologie bestudeert men de relatie tussen de organismen en het milieu waar ze voorkomen.

1. Biotische factoren (zijn afkomstig van andere organismen) - voedsel - soortgenoten - ziekteverwekkers - vijanden

Samenvatting Biologie Ecologie Thema 3

Vragen. Groeien en bloeien

DE BOMEN DOOR HET BOS ZIEN

WAT MAAKT EEN BOS TOT EEN BOS?

Samenvatting Biologie Thema 3 Ecologie

verwerking : wat is een bos?

Opdrachten thema. Veluwe

Beestige Buren. Naverwerking in de klas

Voeding. Voor klas 1 en 2 van het voortgezet onderwijs

Herfstwerkboekje van

4. Hoeveel rupsjes verdwijnen per dag in het opengesperde bekje van een jong koolmeesje?

KLEE JENNE ILYANO KARA ROZELIEN QUINN NIENE FLEUR V. NOAH JULES NINA. Project Bomen

Werkblad Naut Thema 2: Planten en dieren

Beestige bundel van: 1

LEVENSGEMEEN SCHAPPEN

Paddenstoelen De herfst is echt paddenstoelentijd. Vooral als het buiten lekker vochtig is schieten de paddenstoelen als paddenstoelen uit de grond!

Ik weet wat een wintervoorraad is en waarom dieren dit verzamelen. (weinig verse voeding in de winter)

THEMA 4 - WEERSVOORSPELLING

Project Planten ABC. Week 1ABC: Algemeen

inhoud 1. Inleiding 3 2. Schimmel 4 3. De paddenstoel 5 4. Uit het leven van een paddenstoel 7 5. Soorten paddenstoelen 6.

Welkom bij de spannendeschemerspeurtocht

Opdrachtkaarten Herfst

Lesinhouden: - De planeten - Mars - Zuustof Koolstofdioxide - fotosynthese. ICT-competenties: - ICT gebruiken - leren m.b.v. ICT

Grond of aarde weghalen door te graven. Graven is een gat in de grond maken. De plaats waar de grond wordt weggenomen.

wat is dat eigenlijk? Denk mee over acht grote vragen

Klassengesprek - excursie

Naam:...

Verschillende voedselketens

Onderzoeksopdracht. Bodem en grondstaal

INHOUD. 1. Zwammen 02 - Vliegenzwam 03 - Eekhoorntjesbrood 03 - Aardappelbovist 04 - Stinkzwam Beuk Eik 06

Voeding. klas 1 en 2 van het voortgezet onderwijs

Dit werkboekje maakt onderdeel uit van en

Raar, maar waar! deel 1. groep 3 en 4

NME-leerroute Schuilen in het Wandelbos

ROVERS EN HUN PROOIEN

blaadjes THEMA 9 Docentenhandleiding Groep 1/2/3/4/5/6

' Educatieve dienst 2010 'Een bos vol leven' EEN BOS VOL LEVEN

inhoud De oude eik 1. In het park 2. De delen van de eik 3. Herfst 4. Dieren helpen de eik. 5. Winter 6. Lente 7. Rupsen 8.

Vind een plantennaam met elke letter van het alfabet.

Materiaal Groen. Deel 3: Groen groeit

LESPAKKET ECOLOGIE. Naam. Dierenrijk is onderdeel van

seizoenskleuren Kijk eens naar buiten! Hoe kun je zien welk seizoen het is? Aan de bomen, aan de

Doe- pad Watertorenweg. Achtergrond informatie voor de begeleider. Groep 5-6

Suchmann. Natuur, hoofdstuk Lente en natuurverschijnselen

Wat gebeurt er met de blaadjes die in de herfst van de bomen vallen? En wat doen onze tuiniers met dode of planten of afgesnoeide takken?

inh oud 1. Dieren in de winter 2. De egel 3. De vleermuis 4. De eekhoorn 5. De merel 6. De ree 7. De pad 8. Het lieveheersbeestje 9.

Opdrachtkaarten Lente

Bloeiend plantje Spoor van een dier

Katachtigen. Voor groep 7 en 8 van het basisonderwijs D M K B - B & E

2. Maak met de 4 buizen een vierkant op de grond. Dit is het zoekraam.

EEN BOOM IS NIET ALLEEN een verhaal over het bos

Planten. over bloemetjes en bijtjes Knollen en citroenen

ALLES WAT JE WILT WETEN OVER BOMEN

Lente. groep 3, 4 en 5

Ecologie is de wetenschap die relaties tussen organismen en hun omgeving bestudeert

Je zal de spitsmuis maar zijn..

Woordenschat les 8.1. Vervuilde grond?

E C O L O G I E Ecologie Factoren die invloed hebben op het milieu: Niveaus van de ecologie:

Vragen 1. Welke soorten afval zijn er? Noem bij elk een voorbeeld...

Planten voor de Prins Werkmap Eerste graad Basisonderwijs

Aerobe dissimilatie = de afbraak van glucose (maar ook vetzuren en aminozuren) met behulp van zuurstof, waardoor energie vrijkomt om ATP te maken.

Aan de wand hangen woordkaarten met betrekking tot de herfst.

NME-leerroute Vlinders en spinnen in het park

Dieren in de winter 3

Voedselweb en voedselketen

HERFST. IVN OIRSCHOT Instituut voor natuureducatie en duurzaamheid. Dit boekje is van... datum... tijgerspin

Het bosschakelspel. Bijenhotel bouwen. illegaal hout kappen. Achtergrondinformatie voor de spelers

Het is winter. op Landgoed Schothorst

Aantekeningen Hoofdstuk 2: Planten, dieren, mensen BBL. 2.1 Namen 1 Hoe komen planten en dieren aan hun naam? De naam van een plant of een dier kan: *


Voorbeeldtoets Biologie voor groep 8

Bijlage 2. Werkbladen

Leesboekje de seizoenen

Limburgs Landschap. natuurboekje van

LESPAKKET ECOLOGIE. Naam. Dierenrijk is onderdeel van

Volg de aanwijzingen en ontdek met de cijfercode wat de naam van de boom is. Onze boom heet :...

Inhoud 4 e druk Natuuronderwijs inzichtelijk

De steentijd Jagers en verzamelaars

Kopieer dit e-boek en stuur het door naar anderen.

ALLES WAT JE WILT WETEN OVER BOMEN

1. Seizoenen Lente Zomer Herfst Winter Filmpje Pluskaarten 17 Bronnen 19 Colofon en voorwaarden 20

Woordenschat blok 03 gr4 Les 1 De bodem: de grond waarin planten kunnen groeien. De duinen: heuvels van zand langs de zee. De plant: een stengel met

Water. -voetafdruk van dit drukwerk is berekend met ClimateCalc en gecompenseerd bij: treesforall.nl. De CO 2

Auditieve oefeningen herfst. Hakken en plakken

OPDRACHT 1: WAT ZIEN WE ONDER DE GROND?

Transcriptie:

Toetswijzer:bosklassen 1.De reisweg * Ik moet de reisweg van Vilvoorde naar Spa Kunnen aanduiden op een wegenkaart. (zie bosklasmap pg 8 ) 2.Weer of geen weer * Ik moet de weerselementen kunnen opnoemen : 1) De temperatuur 2) De luchtdruk 3) De bewolking 4) De neerslag 5) De luchtvochtigheid 6) De windrichting 7) De windsnelheid * Ik moet de bijhorende meettoestellen kunnen benoemen en hun functie uitleggen. 1) Barometer : om de luchtdruk te meten. 2) Hygrometer : om de luchtvochtigheid te meten. 3) Pluviometer : om de regen op te vangen die op de grond valt en te meten hoeveel millimeter neerslag er gevallen is. 4) Thermometer : om de temperatuur te meten. 5) Windsnelheidsmeter : om de windsnelheid te meten. 6) Windmeter of Windwijzer : om de windrichting na te gaan. * Ik moet de normale barometerstand kunnen geven in de juiste maateenheid. Antwoord : 760 mm * Ik moet uitleggen wat hoge of lage druk betekent voor de weersvoorspelling. Lage luchtdruk : wijst op slechter weer of kouder weer. Hoge luchtdruk : wijst op beter weer of warmer weer. * Ik moet de definitie van klimaat kunnen geven. Antwoord : Klimaat is de toestand het weer in een bepaalde streek over een periode van vele jaren. 3.Bezoek aan Spa Monopole * Ik kan vertellen wat we in Spa Monopole gezien hebben : Antwoord : We zagen hoe ze de flessen maken en hoe ze die verpakken... * Ik ken de correcte naam van Spa rood,spa blauw en Spa groen. Antwoord : Spa blauw : Spa Reine Spa rood : Spa Barisart Spa groen : Spa Marie - Henriette

4.Bronnen rond Spa * Ik weet dat het veen tienduizenden liters water bevat en dit een grote drinkvoorraad is voor de mens. Antwoord : Ja want, het veen rust op oude rotsen. Langs kleine gaatjes loopt het water langzaam naar beneden. Maar soms kan dit lang duren. * Ik kan uitleggen hoe het komt dat het water zoveel mineralen bevat. Antwoord : Als het water door die kleine gaatjes in die rotsen loopt dan vangt het ook allerlei mineralen op. Hoe langer het onder de grond zit, hoe meer mineralken het kan opnemen. * Ik kan uitleggen wat mineralen zijn. Antwoord : Mineralen zijn bouwstenen voor levende wezens (planten en dieren) * Ik kan enkele voorbeelden geven van mineralen. Antwoord : calcium, ijzer, fosfor,... (zie bijvoorbeeld een cornflakesdoos) * Ik weet welk mineraal het water bruin kleurt en doet roesten. Antwoord : ijzer * Ik weet welk mineraal naar "rotte eieren" stinkt. Antwoord : zwavel * Ik kan het verschil uitleggen tussen een bron en een pouhon. Antwoord : - Een bron wordt gebotteld en een pouhon niet. - Het water van een bron zit niet zolang in de rotsen en heeft minder mineralen dan het water van een pouhon. * Ik kan de naam geven van de drie bronnen die we proefden tijdens de bronnenwandeling. Antwoord : - Barisart - Géronstère - Pia * Ik kan de defenitie geven van "debiet". Antwoord : Dat is het aantal m3 water dat uit de bron komt in 24 u tijd (... m3 /24 u) * Ik kan uitleggen waarom het water van een pouhon niet gebotteld wordt. Antwoord : Omdat er meestal te veel mineralen inzitten om te bottelen en omdat er te weinig water uitkomt door dat het zolang reist!!!

5.De venen * Ik kan uitleggen wat een natuurreservaat is. Antwoord : Een natuurreservaat is een terrein waar maatregelen zijn genomen om de natuur (dieren en planten) in ongerepte toestand te bewaren. * Ik ken de naam van het bloempje dat het embleem is van het natuurreservaat rond de Barque Michel en weet hoe het eruit ziet. Antwoord : Ja, het heet de zevenster en het ziet eruit als een klein wit bloempje met zeven blaadjes en het heeft de vorm van een ster. * Ik kan de pictogrammen aan het begin van een natuurreservaat verklaren. Antwoord : 1) vuur altijd verboden. 2) honden niet toegelaten ook niet aan de leiband. 3) laat wilde dieren met rust. 4) tenten alleen op toegelaten campings. 5) wandelaars enkel op verharde paden. 6) planten en insekten mogen niet geplukt of gevangen worden. 7) afval neem je weer mee. 8) skieen is verboden. * Ik kan verklaren hoe het komt dat de veen lijken zo goed bewaard bleven. Antwoord : Als veenmos sterft vergaat dat niet en wordt dat turf. Die turf is zuur door al het water en zuur bewaart de lijken zoals ze waren. De lijken vergaan niet. * Ik kan de defenitie geven van "erosie". Antwoord : Duizenden jaren geleden waren de Ardennen een gebergte. Door erosie werd het afgebroken tot een plateau. Erosie is het afbreken door het klimaat; (wind,regen,vorst,...) * Ik kan de uitzichtkenmerken geven van veenmos. Antwoord : - groene kleur en gedroogd is het wit - geen echte wortels - buigzame stengel met zijtakjes - alleen het bovenste deel van de stengel leeft * Ik kan verklaren hoe het komt dat veenmos zoveel water kan vasthouden. Antwoord : Dicht tegen de stengel zijn er aangedrukte blaadjes en die houden waterdruppeltjes vast. * Ik weet hoe mossen zich voortplanten. Antwoord : Het plant zich voort met sporen die zich verspreiden en zo heel de tijd voort. * Ik kan andere voorbeelden geven van spoorplanten. Antwoord : mos, paddenstoelen, varens,...

6. Het reliëf in België * Ik kan België in drie reliëfgebieden verdelen en de juiste naam geven : Groen : Laag - België Geel : Midden - België Bruin : Hoog - België 1. Het hoogste puntje van België is de : Botrange (694 m hoog) 2. Het tweedehoogste punt is de : Baraque Michel (674 m hoog) 3. Het derdehoogste punt heet de : Baraque Fraiture (652 m hoog) 7.De rivieren in België * Wat zijn de drie belangrijkste rivieren in België en waar ligt hun bron? Antwoord : De Schelde, Maas en de Ijzer en hun bron ligt in Frankrijk. * Ik kan de naam geven van drie rivieren in het stroomgebied van de Schelde en drie rivieren opnoemen in het stroomgebied van de Maas : Schelde : Durme, Leie en de Dender Maas : Samber, Semois en de Lesse * Ik kan de naam van alle rivieren in België terugvinden in een atlas. OK!!!

8.Het bos als levensgemeenschap. * Ik kan een ander woord geven voor levensgemeenschap en dit ook uitleggen Antwoord: het bos of biotoop met zijn eigen klimaat, zijn eigen bodem, zijn eigen planten en dieren. Wordt één van die delen verstoord, dan heeft dat zijn gevolgen voor het geheel. * Ik kan de kringloop van humus uitleggen : Antwoord : Dus in de herfst vallen er bladeren van de bomen die komen op en de struiken, dode takjes worden afgewaaid,kleine en grote dieren sterven. Dit alles bedekt de bosbodem als tapijt. Nu begint - in de bovenste lagen van de bosbodem - het bijzondere proces van de humusvorming. * Ik kan de definitie geven van humus : Antwoord : Humus is een fijne, zwarte stof die rijk is aan voedingszouten en mineralen. Humus bevat dus voedingstoffen voor bomen en planten. * Ik kan een voorbeeld geven van voedselketen : Buizerd - Mol - Regenworm - Bladeren Wezel - Haas - Bladeren Uil - Koolmees - Spin - Bij - Bloem (nectar) * Ik kan gegeven dieren in een voedselketen plaatsen Ok!! * Ik kan uitleggen wat een voedselpiramide is en een voorbeeld tekenen. Antwoord: De tweede zeer belangrijke band in de levengemeenschap van het bos heeft eveneens te maken met voedsel, maar nu voor de dieren. Op een eik bijvoorbeeld leven tientalleninsecten die een prooi vormen voofinsecten. Deze vallen op hun beurt ten prooi aan zangvogels die gejaagd worden door roofvogels en enkele kleine roofdieren. * Ik kan gegeven dieren in een voedselpiramide plaatsen en uitleggen waarom er van sommige soorten meer nodig zijn dan van andere : Een voedselpiramide (zie uitleg vraag hiervoor)

* Ik ken een ander woord voor planteneters en diereneters en kan bij beide soorten enkele voorbeelden opnoemen : Antwoord : Planteneter = Herbivoor - Hert Vleeseter = Karnivoor - Vos Alleseter =... - Mens * Ik ken de vier geledingen van het bos en kan bij elke verdieping twee soorten planten als voorbeeld geven. 1) moslaag - haarmos, paddenstoelen,... 2) kruidlaag - varens, bosanemoon,... 3) struiklaag - hulst, braambessen,... 4) boomlaag - beuk, eik, spar,... * Ik kan uitleggen waarom het in de winter warmer en in de zomer koeler is in het bos : Antwoord : Het bos filtert dus het zonlicht, waardoor het tijdens de zomer in het bos altijd frisser is dan op de weide. Maar ook omgekeerd zal 's winters de hevige vrieskou niet tot in het bos doordringen. 9.Het bosmuseum. * Ik kan de vijf bomen die we leerden kennen herkennen met hun afbeeldingen. Ok!!!! * Ik kan de dieren die we in het museum zagen met hun juiste naam benoemen : Lynx Ree Ree Everzwijn Hert Buizerd Wilde Kat Steenmarter

10.De paddenstoel * Ik kan de begrippen bladgroen, chlorofyl en fotosynthese uitleggen : Antwoord : Groene planten bezitten bladgroen of chlorofyl. de lucht omzetten in voedsel. Dat proces noemt men fotosynthese. Paddenstoelen bezitten geen bladgroen of chlorofyl. Zij moeten hun voedsel op een andere manier krijgen. * Ik kan de paddenstoelen onderverdelen in 3 soorten naargelang de manier hoe ze aan hun voedsel komen. Antwoord : Zo onderscheiden we de a) parasieten b) saprofyten c) paddenstoelen die doen aan symbiose parasieten : leven ten koste van iemand anders. saprofyten : voeden zich met afval en leven vaak op takken of boomstronken. paddenstoelen die doen aan symbiose : leven vreedzaam samen. * Ik kan de paddenstoelen onderverdelen in 3 soorten naargelang de plaats waar hun sporen zitten : a) Plaatjeszwammen b) Buisjeszwammen c) Stuifzwammen * Ik ken de verschillende delen van de paddenstoel. 1) plaatjes met sporen 2) hoed 3) steel 4) zwamvlok en dan ook nog... - beurs - ring - vrucht