TEMPERATUUR- REGELING TEMPERATUURREGELING KOELEN VAN LUCHT RENAULT Laguna II gebruikt hetzelfde principe voor het koelen van de lucht als op de andere RENAULTmodellen (uitzetten/verdampen). De koude lucht ontstaat door het ontlasten van een vloeistof met hoge druk. Als deze de verdamper passeert, absorbeert hij de calorieën uit de lucht die door het systeem stroomt. Na het verdampen van de vloeistof, wordt het gasvormige lage druk koudemiddel door de omgezet in gasvormige hoge druk. Om de kringloop te sluiten, stroomt het gas door de condensor waarin het de afgeeft die zijn opgenomen tijdens het verdampen en in de. 69 Het ontlastventiel en de technologie van de zijn veranderd. 2 1 1 Compressor 2 Condensor 3 Opname element hoge druk 4 Ontlastopening 5 Verdamper 6 Accumulator / waterafscheider 5 3 6 4
t Ontlastventiel - buisvormige doorlaat Dit is een gekalibreerde doorlaat, om de druk van het koudemiddel te ontlasten. Hij bevindt zich in de slang voor de verdamper. Anders dan bij het thermostatische ontlastventiel, zorgt hij alleen voor drukvermindering. De temperatuur ven het koudemiddel wordt dus niet meer gecontroleerd. Daarom is er een accumulator opgenomen in de lagedruklijn, voor de. 4 B 2 1 1 70 A B 4 5 3 A 1 Buisopening 2 Filter 3 Inwendige verhoging 4 Schroefwartel 5 Afdichting A Aanvoer hoge druk B Naar verdamper
t Accumulator Net als de waterafscheider, zorgt de accumulator voor het filtreren van de ongerechtigheden in het circuit, het drogen van het koudemiddel en voor een bufferhoeveelheid om de volumevariaties op te vangen bij verandering van toerental en het in- en uitschakelen van de. Door de buisvormige opening van het ontlastventiel is echter niet alle vloeistof achter de verdamper verdampt. De accumulator vangt de eventuele vloeistofdeeltjes op en zorgt voor een correcte ontgassing van de vloeistof. 1 2 1 Ingang koudemiddel 2 Uitgang koudemiddel 3 Wartel vulstation 4 Steun van filter 3 71 4 Plaats van de accumulator De accumulator bevindt zich in het lagedrukcircuit, voor de.
t Compressor met " geregelde " variabele cilinderinhoud (Compressor V5E) Dit is en nieuwe. Hij wordt toegepast op de motoren F9Q, F4P en K4M. De met variabele cilinderinhoud wordt geregeld door een door de rekeneenheid aangestuurde regelschuif. Door de stand van de regelschuif te veranderen, regelt de rekeneenheid de cilinderinhoud om het koelend vermogen aan te passen aan de door de gebruiker gewenste koeling. Het systeem koelt zoveel lucht als nodig is, zodat het daarna niet weer nodig is de lucht te verwarmen. Hierdoor verbruikt de minder vermogen, waardoor het brandstofverbruik minder is bij ingeschakelde airconditioning. A B C D E F g P O h N M L k J i 72 Q A Zuiger B Plateau C Cilinder D Tussenstuk E Voorste cilinderkop F Stekker koppeling G Poelie H Aandrijfas I Huls J Geleideas K Huis L Terugtrekveer M Verdeelplaat N Wartel hoge druk O Achterste cilinderkop P Stangetje Q Regelschuif
Regelschuif voor de Deze wordt elektrisch aangestuurd. Hij krijgt een stuursignaal waarmee een drukverschil wordt ingesteld dat overeenkomt met de stand van het plateau en dus met het vermogen van de. Dit stuursignaal wordt verzorgd door een gemoduleerde pulserende stroom en de cilinderinhoud is afhankelijk van de cyclische verhouding van dit signaal. De regelschuif wordt aangestuurd al naar gelang de temperatuur bij de uitgang van de verdamper en de druk in het hogedrukcircuit. Bijzonderheid van het aansturen van de De met geregelde variabele cilinderinhoud heeft geen beveiliging tegen te weinig vulling in het circuit, zoals de met pneumatische variabele cilinderinhoud. Een vermindering van de hoeveelheid koudemiddel wordt door de aircorekeneenheid namelijk opgevat als een vermindering van het vermogen. Hij zal in dat geval de cilinderinhoud van de gaan vergroten, om de koeling van het interieur op peil te houden. Dit is gevaarlijk voor de die niet langer correct wordt gesmeerd. Er is daarom een strategie ontwikkeld voor een detectie van de vullingsgraad het koudemiddel om vastlopen van de te voorkomen. Tijdens het rijden wordt een grenswaarde voor de vulling berekend. Als de auto ongeveer 90 km/h rijdt, houdt het systeem de cilinderinhoud van de gedurende secondes op het maximum. Hieruit kan een drukgrens worden afgeleid die afhankelijk is van de buitentemperatuur en van de snelheid van de ventilateur van het interieur. De wordt stilgezet en het systeem wordt als defect beschouwd als tijdens een aantal opeenvolgende ritten onvoldoende vulling wordt geconstateerd. 73 OPMERKING Met de test kan een kritieke vulgrens worden bepaald en in geen geval de vulhoeveelheid van het aircocircuit. Hij kan niet als diagnose in de werkplaats worden gebruikt. BELANGRIJK Afhankelijk van het motortype heeft de RENAULT Laguna II een met een " pneumatische " of " geregelde " variabele cilinderinhoud. Bij het vervangen van het bedieningspaneel, moet u dit configureren met het diagnoseapparaat. De configuratie betreft het valideren van het motortype en dus van het type (wel of geen elektrische verbinding tussen het bedieningspaneel en de regelschuif van de ), evenals de aandrijfverhouding van de. Details van de stekker van de koppeling V5E N aansl. Verbonden met Omschrijvin g (SPA) Elektrische werking Opmerkingen A aansluiting 15 van de rekeneenheid van de airconditioning (zwarte stuursignaal + aircokoppeling potentiaal 0 volt 0 volt = koppeling kleeft B zekeringplaat motorruimte FM920A + na contact via zekering schakelaar achterruitverwarming potentiaal = 12 volt + na contact zekering FM9 20A van zekeringplaat motorruimte
Informatie beschikbaar op het diagnoseapparaat Storingen DF 030 : circuit regeling cilinderinhoud Als de regelschuif cilinderinhoud. De cilinderinhoud van het plateau niet meer werkt, heeft de staat bij een onderbreking een vaste (CO) in de stand maximum cilinderinhoud. Staten ET 003 : Airco verboden door inspuitrekeneenheid STAAT 1 : de. " STAAT 2 : toe. rekeneenheid van het inspuitsysteem verbiedt het inschakelen van de de rekeneenheid van het inspuitsysteem staat het inschakelen van de ET 051 : toestemming air conditioning ET 020 : stuursignaal STAAT 1 : de cyclage is toegestaan. " STAAT 2 : de cyclage is verboden. De staat verandert met het aansturen van de koppeling. Commando's Configuraties AC 021 : koppeling Met dit commando wordt de airco-koppeling aangestuurd. 74 CF 007 stuur " CF 008 : rechts : links stuur Na het uitzetten van het contact en een vertraging, neemt de ingestelde temperatuur van de passagier automatisch de waarde van de bestuurder over. Daarom moet de plaats van de bestuurdersstoel worden geconfigureerd. CF 077 = F4P/F5R " CF 078 = K4M/F4R/F9Q/G9T " CF 060 = L7X " CF 072 = V4Y " CF 073 = P9X CF 061 = K4M " CF 062 = F4P/F5R/F4R/F9Q " CF 063 = G9T " CF 064 = L7X " CF 074 = V4Y " CF 075 = P9X Hiermee weet de aircorekeneenheid variabele cilinderinhoud). het type van de (pneumatische of geregelde Het toerental van de van de airconditioning is begrensd op 6 000 tr/mn. Met deze verhouding weet de aircorekeneenheid exact het toerental van de en kan hij hem boven het maximum toerental uitschakelen. Details van de stekker van de elektroklep van de V5E N aansluiting Verbonden met Omschrijvin g (SPA) Elektrische werking Opmerkingen A aansluiting 7 van de stuursignaal variabele cilinderinhoud potentiaal = 0/12 volt gemoduleerde pulserende stroom B zekeringplaat motorruimte FM9 20A + na contact via zekering schakelaar achterruitverwarming potentiaal = 12 volt
Informatie beschikbaar op het diagnoseapparaat Storingen DF 030 : circuit regeling cilinderinhoud Als de regelschuif cilinderinhoud. De cilinderinhoud van het plateau niet meer werkt, heeft de staat bij een onderbreking een vaste (CO) in de stand maximum cilinderinhoud. Parameters PR 104 : regeling cilinderinhoud Dit is een waarde uitgedrukt in procent (%) : - 100 % = cilinderinhoud minimum - 0 % = cilinderinhoud maximum. DE OPNAME ELEMENTEN t Opname element aircodruk Een opname element informeert de aircorekeneenheid permanent over de druk in het aircocircuit. Deze informatie gebruikt de rekeneenheid voor : 75 - De beveiliging van de druk in het circuit. De wordt ontkoppeld als de druk hoger is dan 27 bar en het systeem verbiedt het inschakelen of ontkoppelt het als de druk lager is dan 2 bar. - Het berekenen van het door de opgenomen vermogen (" info Pa "). De aircorekeneenheid berekent het opgenomen vermogen aan de hand van de informatie van de aircodruksensor en het toerental van de. Deze informatie wordt gebruikt door de rekeneenheid van het inspuitsysteem voor het anticiperen op de veranderingen in belasting die het gevolg zijn van het in en uitschakelen van de. - Het vragen van verhoogd stationair toerental. Om de prestaties van de airconditioning bij stationair toerental te verbeteren, en de hoge druk hoger is dan 13 bar, verhoogt de rekeneenheid van het inspuitsysteem het stationaire toerental. - Het aansturen van de koelventilateur. De koelventilateur wordt gebruikt voor een betere warmteafvoer bij de condensor, waardoor de prestaties van de airconditioning verbeteren. Bij dit systeem is het inschakelen van de koelventilateur afhankelijk van de druk in het aircocircuit en van de rijsnelheid. De koelventilateur wordt uitgeschakeld als de auto sneller rijdt dan 70 km/h (tenzij de druk, ondanks de hoge snelheid, hoger dan 23 bar blijft). Als bij stilstaande auto de druk lager dan 19 bar is, draait de koelventilateur met lage snelheid. Als de druk hoger dan 19 bar is, wordt de hoge snelheid ingeschakeld.
Details van de stekker N aansl. Verbonden met Omschrijvin g (SPA) Elektrische werking Opmerkingen A aansluiting 8 van de cursor regelweerstand potentiaal = 0 volt B aansluiting 11 van de + aircodruksensor potentiaal = 5 volt C aansluiting 3 van de signaal aircodruksensor variabel potentiaal van 0 tot 5 volt Informatie beschikbaar op het diagnoseapparaat Storingen DF 002 : circuit aircodruksensor Werking uitgeschakeld. Stopt het stuursignaal van de dus geen productie van koude lucht., Parameters 76 PR 016 : druk koudemiddel Dit is een waarde uitgedrukt in bar. Staten ET 005 : koudemiddel: onderdruk " ET 006 : koudemiddel : overdruk Indien " STAAT 1 te hoog. " verschijnt naast een van deze twee staten, is de druk in het circuit te laag of t Opname element verdampertemperatuur Dit heeft een " Negatieve Temperatuur Coëfficiënt ". Het is op ongeveer 20 mm van de verdamper geplaatst. 1 1 Temperatuurgevoelige weerstand van de sensor
Deze informatie gebruikt de rekeneenheid voor : - Regeling van de hoeveelheid koude lucht. Door de temperatuur van de verdamper te weten, kan de aircorekeneenheid het koelend vermogen aanpassen aan de ingestelde temperatuur en het gevaar van condensvorming. - Voorkomen van ijsafzetting bij de verdamper. De lucht wordt gekoeld als hij door de verdamper stroomt. Als de temperatuur lager dan 0 C is, bevriest de waterdamp uit de lucht op de wanden van de verdamper. Hierdoor wordt de luchtstroom belemmerd en is er dus geen ventilatie en geen warmteafvoer meer. Om dit verschijnsel tegen te gaan, wordt de voeding van de onderbroken als de temperatuur dichtbij 0 C is. - Berekenen van de temperatuur van de lucht bij de uitgang van de airconditioning. Details van de stekker N aansluiting Verbonden met Omschrijvin g (SPA) Elektrische werking Opmerkingen A aansluiting 28 van de signaal + verdampersonde airconditioning variabel potentiaal van 0 tot 5 volt B aansluiting 19 van de 0 volt opname element luchtkwaliteit potentiaal = 0 volt massa afkomstig van de aircorekeneenheid. Deze is gemeenschappelijk met diverse opname elementen 77 Informatie beschikbaar op het diagnoseapparaat Storingen DF 020 : circuit Bij storingswaarden: opname element -Bij een met geregelde cilinderinhoud, wordt de niet langer verdampertemperatu- ingeschakeld want er is gen beveiliging en geen regelwaarde. u r -Bij een met pneumatische cilinderinhoud is er geen invloed op de werking vande. Parameters PR 003 : verdampertemperatuur Dit is een waarde uitgedrukt in C. Commando's Configuraties CF011 : met verdampertemperatuur " CF 012 : zonder verdampertemperatuur Als het systeem een verdampersonde heeft, moet commando " CF 011 " worden gebruikt.
t Zonnesensor Dit is een fotodiode. Een op een halfgeleider gemonteerde cel, verzwakt de meting als de zon in de hoogste stand staat en versterkt de meting als de zon op 45 staat (als de zon hoog staat is de invloed van de zonnestraling minder, doordat de zon niet door de ruiten schijnt). Hij bevindt zich op het centrale deel van het dashboard. 78 Details van de stekker N aansl. Verbonden met Omschrijvin g (SPA) Elektrische werking Opmerkingen 1 aansluiting 26 van de airconditioning (heldere 0 volt opname element zonnestraling temperatuur vochtigheid potentiaal = 0 volt 2 aansluiting 19 van de airconditioning (heldere signaal zonnesensor variabel potentiaal van 0 tot 5 volt
Informatie beschikbaar op het diagnoseapparaat Storingen DF 026 : circuit zonnesensor Er komt weinig kouder aan. lucht uit de roosters. Vergeleken met de ingestelde temperatuur voelt het veel Parameters P R 006 : zonneschijn Dit is een waarde uitgedrukt in millimeter (mm). t Opname element van de temperatuur en de vochtigheid van het interieur Dit opname element bestaat uit : - Een sensor voor de relatieve vochtigheid van het interieur (1) die een signaal levert met een frequentie die afhankelijk is van de vochtigheid (5,8 KHz tot 7,3 KHz). - Een temperatuursensor met negatieve temperatuur coëfficiënt (2). - Een micromotor die een turbine aandrijft voor het ventileren de twee sensors (3), gevoed via een + na contact. 79 1 2 3 Regeling van de vochtigheid en voorkomen van beslagen ruiten De berekening van het gevaar van beslagen ruiten wordt gebruikt voor het in- en uitschakelen van de automatische ontwaseming. De buitentemperatuur, de relatieve vochtigheid in het interieur en de hoeveelheid zonnestraling zijn parameters op basis waarvan het gevaar van beslagen ruiten wordt berekend. Afhankelijk van dit berekende gevaar, kan de rekeneenheid: - De airconditioning inschakelen. - Het koelend vermogen van de verdamper beperken. - De luchthoeveelheid naar de ontwasemingssleuven vergroten. - Het gebruik van de automatische kringloop beperken. - De elektrische ontwaseming van de ruiten automatisch inschakelen. Het geheel is opgenomen in de spiegelvoet op hoofdhoogte voorin, om de temperatuur het beste te kunnen meten en dicht bij de voorruit voor het meten van de relatieve vochtigheid.
Details van de stekker N aansl. Verbonden met Huis met hulporganen 1 interieur witte stekker 6 A2 3 MB aansluiting 29 vande 4 rekeneenheid vande airconditioning (heldere aansluiting 26 vande 5 rekeneenheid vande airconditioning (heldere aansluiting 22 vande 6 rekeneenheid vande airconditioning (heldere Omschrijving (SPA) + na contact via zekering schakelaar achterruitverwarming massa signaal opname element binnentemperatuur 0 volt opname element zonnestraling temperatuur vochtigheid signaal opname element vochtigheid Elektrische potentiaal = 12 contact werking volt na potentiaal = 0volt variabel potentiaal van0 tot 5volt potentiaal = 0volt signaal met variabele frequentie 0/5 volt (van 5,8KHztot 7,3 KHz) Opmerkingen massa chassis 80 Informatie beschikbaar op het diagnoseapparaat Storingen DF 007 : circuit opname element binnentemperatuur De temperatuurregeling is in noodprogramma. De ventilateur heeft een vast niveau van drie tot vijf streepjes. De uitstromende luchttemperatuur verandert met de buitentemperatuur en met de instellingen. Het verschil links/rechts blijft instelbaar. De ontwaseming blijft werken maar: - Bij lage buitentemperatuur, is de gebruikte temperatuur iets hoger dan de werkelijke waardoor de ontwaseming sneller gaat (meer ontwasemingslucht). - Bij hoge buitentemperatuur, is de gebruikte temperatuur lager dan de werkelijke waardoor de ontwaseming langzamer gaat (de gebruiker compenseert dit door inschakeling van de ). DF 027 : circuit opname element vochtigheid De werking lijkt normaal. De automatische ontwaseming is efficiënt (minder lucht). De temperatuur wordt niet meer aangepast aan de vochtigheid. Parameters PR 001 : binnentemperatuur Deze wordt uitgedrukt in C. P R 007 : vochtigheid Dit is een waarde uitgedrukt in procent (%).
t Opname element buitentemperatuur Het opname element van de temperatuur bevindt zich in de buitenspiegel rechts. De informatie wordt opgenomen via het multiplexnetwerk. Hij wordt door het huis met hulporganen interieur op het netwerk gezet. Centraal display Huis met hulporganen interieur CAN Bedieningspaneel airconditioning Opname element temperatuur buiten Andere verbruikers t Opname element koelvloeistoftemperatuur Dit opname element wordt gebruikt door de rekeneenheid van het inspuitsysteem. De informatie wordt opgenomen via het multiplexnetwerk. Hij wordt door de rekeneenheid van het inspuitsysteem op het netwerk gezet. 81 Rekeneenheid inspuitsysteem CAN Bedieningspaneel airconditioning Opname element temperatuur koelvloeistof Andere verbruikers
t Opname element luchtkwaliteit Dit is een halfgeleider, gemonteerd bij de ingang van het luchtverdeelhuis. Hiermee worden koolmonoxyde en stikstofoxydes gemeten. Deze informatie wordt gescheiden verzonden via een modulerende pulserende stroom van 39 Hz. De informatie gebruikt de rekeneenheid voor de automatische kringloopfunctie. Als de gebruiker deze functie inschakelt, opent en sluit de luchtklep afhankelijk van de mate van luchtverontreiniging buiten. 1 82 1 Opname element luchtkwaliteit 2 Membraan van gevoelig element 2 1 Het gevoelige element van de sensor is afgeschermd door een membraan dat gasmoleculen doorlaat, maar vocht en stof tegenhoudt.
Details van de stekker N aansl. Verbonden met Omschrijvin g (SPA) Elektrische werking Opmerkingen 5 aansluiting 16 van de + opname element luchtkwaliteit potentiaal = 5 volt 6 aansluiting 17 van de signaal opname element koolmonoxyde gemoduleerde pulserende stroom met potentiaal = 0/5 volt (frequentie 39 Hz) 7 aansluiting 18 van de signaal opname element stikstofoxyde gemoduleerde pulserende stroom met potentiaal = 0/5 volt (frequentie 39 Hz) 10 aansluiting 19 van de 0 volt opname element luchtkwaliteit potentiaal = 0 volt Informatie beschikbaar op het diagnoseapparaat Storingen DF 035 : circuit opname element CO " DF 036 : circuit opname element NO De automatische kringloopfunctie is uitgeschakeld 83 Parameters PR 017 : luchtkwaliteit ingang CO PR 018 : luchtkwaliteit ingang NO Deze wordt uitgedrukt eenheid aan. Deze wordt uitgedrukt eenheid aan. in deeltjes per miljoen (ppm). Maar het diagnoseapparaat geeft geen in deeltjes per miljoen (ppm). Maar het diagnoseapparaat geeft geen Staten ET 071 : automatische kringloopfunctie Als de automatische kringloopfunctie in actie is, verschijnt " ACTIEF " naast deze staat.
DE ACTUATOREN t Motors van de luchtmenging `Het systeem gebruikt gelijkstroommotors. Twee voedingsdraden sturen de motors aan door omkering van de polariteit. Iedere motor is verbonden met een controleweerstand. t Motors van de luchtverdeling `Het systeem gebruikt twee gelijkstroommotors. Een motor wordt gebruikt voor de kleppen hoofd/voeten en andere motor voor voorruitklep. De motors worden gestuurd door omkering van de polariteit. t Motor van de kringloopklep `Het systeem gebruikt een gelijkstroommotor. Hij wordt gestuurd door omkering van de polariteit en is open of dicht. De voeding heeft en tijdschakeling. t Ventilateurmotor 84 De motor van de ventilatie van het interieur wordt gevoed met een gelijkstroom via een spanningsregelingsmodule. Deze laatste krijgt van de aircorekeneenheid een gemoduleerde pulserende stroom als informatie.