Wet van Behoud van Massa

Vergelijkbare documenten
Curie Hoofdstuk 6 HAVO 4

Opgaven zuurgraad (ph) berekenen. ph = -log [H + ] poh = -log [OH - ] [H + ] = 10 -ph [OH - ] = 10 -poh. ph = 14 poh poh = 14 ph ph + poh = 14

Oplossingen oefeningenreeks 1

Opgave 1. n = m / M. e 500 mg soda (Na 2CO 3) = 0,00472 mol. Opgave 2. m = n x M

Rekenen aan reacties 2. Deze les. Zelfstudieopdrachten. Zelfstudieopdrachten voor volgende week. Zelfstudieopdrachten voor deze week

Rekenen aan reacties 3. Deze les. Zelfstudieopdrachten. Zelfstudieopdrachten voor volgende week. Zelfstudieopdrachten voor deze week

Natuurlijk heb je nu nog géén massa s berekend. Maar dat kan altijd later nog. En dan kun je mooi kiezen, van welke stoffen je de massa wil berekenen.

Module 2 Chemische berekeningen Antwoorden

OEFENOPGAVEN MOLBEREKENINGEN

ßCalciumChloride oplossing

Rekenen aan reacties 4. Deze les. Zelfstudieopdrachten. Hulp: kennisclips. Zelfstudieopdrachten voor volgende week

Hulpmiddelen: Binas T99, T40A. Hulpmiddelen: Binas T99, T40A

Samenvatting: Scheikunde H4 Reacties met zoutoplossingen. Don van Baar Murmelliusgymnasium Leerjaar

Rekenen aan reacties. Deze les. Zelfstudieopdrachten. Zelfstudieopdrachten voor volgende week. Zelfstudieopdrachten voor deze week

Oefenopgaven ZUREN en BASEN havo

Cursus Chemie 5-1. Hoofdstuk 5: KWANTITATIEVE ASPECTEN VAN CHEMISCHE REACTIES 1. BELANGRIJKE BEGRIPPEN Relatieve Atoommassa (A r)

OEFENOPGAVEN VWO EVENWICHTEN

SCHEIKUNDE KLAS TITEL VAN HET BLAD

OEFENOPGAVEN VWO ZUREN EN BASEN + ph-berekeningen

Antwoorden. 3 Leg uit dat er in het zout twee soorten ijzerionen aanwezig moeten zijn.

Samenvatting Scheikunde Hoofdstuk 9, 10, 11 Zuren/Basen, Evenwichtsconstanten

5 Formules en reactievergelijkingen

Rekenen aan reacties (de mol)

2 Concentratie in oplossingen

woensdag 14 december :06:43 Midden-Europese standaardtijd

Scheikundige berekeningen rond bereidingen

SEPTEMBERCURSUS CHEMIE HOOFDSTUK 3: STOICHIOMETRIE

Uitwerkingen van de opgaven uit: BASISCHEMIE voor het MLO ISBN , 3 e druk, Uitgeverij Syntax Media Hoofdstuk 10 Concentratie bladzijde 1

Oefen opgaven rekenen 4 HAVO bladzijde 1

Oefenopgaven ZUREN en BASEN vwo

Het is echter waarschijnlijker dat rood kwik bestaat uit Hg 2+ ionen en het biantimonaation met de formule Sb2O7 4.

Weet je het nog? Welke bewerking moet in afbeelding 21.1 langs elke pijl staan?

3.7 Rekenen in de chemie extra oefening 4HAVO

BUFFEROPLOSSINGEN. Inleiding

T8: Zoutoplossingen en Zuren en Basen

SCHEIKUNDEOLYMPIADE 2018

PbSO 4(s) d NH 4Cl + KOH KCl + H 2O + NH 3(g) NH 4. + OH - NH 3(g) + H 2O e 2 NaOH + CuCl 2 Cu(OH) 2(s) + 2 NaCl

Chemisch rekenen versie

Oefenopgaven BEREKENINGEN

Oefenopgaven REDOXREACTIES vwo Reactievergelijkingen en halfreacties

SCHEIKUNDE VWO 4 MOLBEREKENINGEN ANTW.

Mens erger je niet: chemistry edition

Chemisch rekenen, zo doe je dat!

Scheikunde leerjaar 2

29ste VLAAMSE CHEMIE OLYMPIADE EERSTE RONDE

5 Water, het begrip ph

Je kunt de ph van een oplossing meten met een ph-meter, met universeelindicatorpapier of met behulp van zuur-base-indicatoren.

Voorbereiding toelatingsexamen arts/tandarts

S S. Errata Nova scheikunde uitwerkingen leerjaar 4 havo 140,71. Met dank aan Mariëlle Marsman, Mill-Hill College, Goirle. Hoofdstuk 1 Atoombouw

Chemie: oefeningen zuren, hydroxiden en zouten

Hoofdstuk 6: Zure en base oplossingen / ph

Wat is de verhouding tussen de aantallen atomen van de elementen Mg, P en O in magnesiumfosfaat?

Wat is de verhouding tussen de aantallen atomen van de elementen Mg, P en O in magnesiumfosfaat?

Dit examen bestaat voor iedere kandidaat uit 20 vragen

universele gasconstante: R = 8,314 J K -1 mol -1 Avogadroconstante: N A = 6,022 x mol -1 normomstandigheden:

Uitwerkingen van de opgaven uit: CHEMISCHE ANALYSE ISBN , 1 e druk, Uitgeverij Syntax Media Hoofdstuk 5 Argentometrie bladzijde 1

1. Elementaire chemie en chemisch rekenen

Fosfor kan met waterstof reageren. d Geef de vergelijking van de reactie van fosfor met waterstof.

Uitwerkingen Uitwerkingen 4.3.4

Wat is de formule van het metaalchloride waarin M het symbool van het metaal voorstelt?

Wat is de formule van het metaalchloride waarin M het symbool van het metaal voorstelt?

HOOFDSTUK 11. Kwantitatieve aspecten van reacties

EXAMEN MIDDELBAAR ALGEMEEN VOORTGEZET ONDERWIJS IN Dit examen bestaat voor iedere kandidaat uit 5 OPGAVEN

Hoofdstuk 5 Reac/esnelheid en evenwichten

NATIONALE SCHEIKUNDEOLYMPIADE

Hoofdstuk 12 Zuren en basen

Uitwerkingen van de opgaven uit: BASISCHEMIE voor het MLO ISBN , 3 e druk, Uitgeverij Syntax Media Hoofdstuk 18 Oxidimetrie bladzijde 1

27 ste Vlaamse Chemie Olympiade

NATIONALE SCHEIKUNDEOLYMPIADE

Oefenvraagstukken 5 VWO Hoofdstuk 11. Opgave 1 [HCO ] [H O ] x x. = 4,5 10 [CO ] 1,00 x 10

Oefenopgaven REDOX vwo

CENTRALE COMMISSIE VOORTENTAMEN SCHEIKUNDE TENTAMEN SCHEIKUNDE. datum : donderdag 29 juli 2010

Samenvatting Scheikunde Hoofdstuk 1 t/m 4

Uitwerkingen van de opgaven uit: CHEMISCHE ANALYSE ISBN , 1 e druk, Uitgeverij Syntax Media Hoofdstuk 3 Acidimetrie bladzijde 1

Kaliumaluminiumsulfaat is een dubbelzout met drie ionsoorten, twee positieve monoatomische en één negatief polyatomisch.

Kaliumaluminiumsulfaat is een dubbelzout met drie ionsoorten, twee positieve monoatomische en één negatief polyatomisch.

OEFENOPGAVEN VWO6sk1 TENTAMEN H1-11

Hoofdstuk 2: Kenmerken van reacties

Kleinschalige chloorproductie (ce)

De waterconstante en de ph

ZUREN EN BASEN. Samenvatting voor het HAVO. versie mei 2013

vrijdag 15 juni :26:05 Midden-Europese zomertijd H6 Zuren en basen 4havo voorjaar 2012

Uitwerkingen van de opgaven uit: CHEMISCHE ANALYSE ISBN , 1 e druk, Uitgeverij Syntax Media Hoofdstuk 4 Oxidimetrie bladzijde 1

In de natuur komen voor Cu en Cl respectievelijk de isotopen 63 Cu, 65 Cu en 35 Cl, 37 Cl voor.

Opgave 1. Opgave 2. b En bij een verbruik van 10 ml? Dan wordt de procentuele onnauwkeurigheid 2 x zo groot: 0,03 / 20 x 100% = 0,3% Opgave 3

Uitwerkingen. T2: Verbranden en Ontleden, De snelheid van een reactie en Verbindingen en elementen

Eindexamen scheikunde 1-2 vwo 2003-II

Samenvatting Scheikunde Hoofdstuk 3

T2: Verbranden en Ontleden, De snelheid van een reactie en Verbindingen en elementen

Hoofdstuk 3-5. Reacties. Klas

Chemisch rekenen versie

Aluminium reageert met zuurstof tot aluminiumoxide. Geeft het reactieschema van deze reactie.

Chemisch rekenen versie

Hoofdstuk 4 Kwantitatieve aspecten

Hoofdstuk 5. Zouten HAVO

Een reactie blijkt bij verdubbeling van alle concentraties 8 maal zo snel te verlopen. Van welke orde zou deze reactie zijn?

SCHEIKUNDE KLAS 3 REACTIES SKILL TREE

TF5 Scheikunde 4 VWO H 8 en H 9 16 juni 2011

Hoofdstuk 4. Chemische reacties. J.A.W. Faes (2019)

Transcriptie:

Les 3 E42

Wet van Behoud van Massa In 1789 door Antoine Lavoiser ontdekt dat : De totale massa tijdens een reactie altijd gelijk blijft. Bij chemische reacties worden moleculen dus veranderd in andere moleculen De atomen veranderen niet, niet qua soort én ook niet qua aantallen Er verdwijnt dus geen materie en er komt ook niets bij!! Het totaal van alle atoommassa s blijft gelijk. Of het nu om een neeslagreactie of een verbranding gaat, de Wet van Behoud van Massa gaat altijd op

Rekenen aan neerslagreacties Wanneer 2 oplossingen van zouten bij elkaar gevoegd worden, is het mogelijk dat er een neerslag ontstaat. Dit wordt een neerslagreactie genoemd Een voorbeeld: Een oplossing van magnesiumchloride wordt gemengd met een natriumhydroxide oplossing Geef de verhoudingsformules van de beide zouten Geef de oplosvergelijkingen van beide zouten Welk neerslag ontstaat bij het mengen van deze 2 oplossingen? Geef de reactievergelijking van de neerslagreactie

Rekenen aan neerslagreacties MgCl 2 (s) Mg 2+ (aq) + 2 Cl - (aq) NaOH (s) Na + (aq) + OH - (aq) Mg 2+ (aq) + 2 OH - (aq) Mg(OH)2 (s)

Rekenen aan neerslagreacties Mg 2+ (aq) + 2 OH - (aq) Mg(OH)2 (s) De concentratie aan magnesiumchloride in een oplossing bedraagt 60 g/l 2,25 liter van deze oplossing wordt toegevoegd aan een oplossing van natriumhydroxide Hoeveel gram natriumhydroxide heb je nodig om alle Mg 2+ -ionen te laten neerslaan?

Stappenplan: Rekenen aan neerslagreacties 1. Bereken hoeveel gram er aan magnesium-ionen in de 2,25 liter oplossing zitten (concentratie x volume) 2. Bepaal de molverhouding tussen de Mg 2+ -ionen en de OH - -ionen 3. Bereken het aantal mol aan benodigde OH - -ionen 4. Bepaal de massaverhouding tussen de OH - -ionen en de natriumhydroxide 5. Bepaal de benodigde massa aan natriumhydroxide

Rekenen aan neerslagreacties MgCl 2 (s) Mg 2+ (aq) + 2 Cl - (aq) Molmassa MgCl 2 = 95,211 g/mol Concentratie = 60 g MgCl 2 /L = 60g : 95,211 g/mol = 0,630 mol MgCl 2 /L Volume = 2,25 L Hoeveelheid MgCl 2 in 2,25L = 2,25 L x 0,630 mol MgCl 2 /L = 1,418 mol MgCl 2 = 1,418 mol Mg 2+ -ionen

Rekenen aan neerslagreacties Mg 2+ (aq) + 2 OH - (aq) Mg(OH) 2 (s) 1 mol Mg 2+ -ionen reageert met 2 mol OH - -ionen tot 1 mol Mg(OH) 2 1,418 mol Mg 2+ -ionen reageert dus met 2x 1,418 mol OH - -ionen Benodigde hoeveelheid OH - -ionen: 2,836 mol Deze ionen zijn afkomstig van NaOH, dus 2,836 mol NaOH is hiervoor nodig Molmassa NaOH = 39,997 g/mol Dus benodigde hoeveelheid NaOH = 2,836 mol x 39,997 g/mol = 113,42 gram

Oefening 250 ml 0,125M aluminiumchloride oplossing wordt toegevoegd aan 500 ml 0,0895M natriumfosfaat oplossing Geef de oplosvergelijkingen van beide oplossingen Welk neerslag ontstaat er? Hoeveel neerslag ontstaat er (uitgedrukt in grammen)? Welke ionen blijven er achter in de oplossing? Bereken van elke ion-soort de concentratie. Doe hetzelfde voor: 130 ml 0,0625M kopernitraat oplossing wordt toegevoegd aan 200 ml 0,998M natriumcarbonaat oplossing 80 ml 0,500M loodnitraat oplossing wordt toegevoegd aan 25 ml 0,775M ijzer(ii)sulfaat oplossing

Oefening 300 ml 0,375M aluminiumchloride oplossing wordt toegevoegd aan 250 ml 0,550M natronloog Geef de oplosvergelijkingen van beide oplossingen Welk neerslag ontstaat er? Hoeveel neerslag ontstaat er (uitgedrukt in grammen)? Welke ionen blijven er achter in de oplossing? Bereken van elke ion-soort de concentratie.

Uitwerking oefening 300 ml 0,375M aluminiumchloride oplossing wordt toegevoegd aan 250 ml 0,550M natronloog Oplosvergelijkingen: H AlCl 3 2 O Al 3+ (aq) + 3 Cl - (aq) H 2 O NaOH Na + (aq) + OH - (aq) Neerslagreactie: Al 3+ (aq) + 3 OH - (aq) AlOH 3 (s) Wat kan er reageren? 0,300 L x 0,375 mol/l = 0,1125 mol aluminiumhydroxide = 0,1125 mol aan Al 3+ -ionen 0,25 L x 0,550 mol/l = 0,1375 mol natriumhydroxide = 0,1375 mol OH - -ionen

Uitwerking oefening Neerslagreactie: Al 3+ (aq) + 3 OH - (aq) AlOH 3 (s) 1 aluminium-ion reageert met 3 hydroxide-ionen tot 1 molecuul aluminiumhydroxide Uit de OH - -ionen kan dus maximaal 0,1375 : 3 = 0,0458 mol AlOH 3 gevormd worden Molmassa van AlOH 3 = 78,0036 g/mol Dus 0,0458 mol AlOH 3 = 0,0458 mol x 78,0036 g/mol = 3,58 gram aan neerslag Van de 4 ionsoorten is alleen zijn alleen de OH - -ionen volledig gebruikt. Dit houdt in dat de andere 3 ionen zich nog in de oplossing bevinden

Uitwerking oefening Van de 4 ionsoorten is alleen zijn alleen de OH - -ionen volledig gebruikt. Dit houdt in dat de andere 3 ionen zich nog in de oplossing bevinden Aluminiumionen: 0,1125 mol aan Al 3+ -ionen (begin) - 0,0458 mol Al 3+ -ionen (wat gereageerd heeft) = 0,0667 mol Al 3+ -ionen Dit bevindt zich in (300 + 250 ml =) 550 ml [Al 3+ ] = 0,0667 mol : 0,55 L = 0,1213 M Chloride-ionen: 0,300 L x 0,375 mol/l aluminiumhydroxide-opl bevat 3 x 0,300L x 0,0375 mol/l = 0, 3375 mol Cl - ionen [Cl - ] = 0, 3375 mol Cl - ionen : 0,55L = 0,6136 M Natrium-ionen: 0,25 L x 0,550 mol/l = 0,1375 mol natriumhydroxide levert 0,1375 mol Na + -ionen [Na + ] = 0, 1375 mol Na + ionen : 0,55L = 0,25 M