Kijkwijzer Prentkunst kunstwerken



Vergelijkbare documenten
Kijkwijzer Prentkunst kunstwerken

Kijkwijzer Ruimtelijke Kunst

Portret. Materiaal linoleum, papier, potlood, krijt, gutsen.

Beeldbeschrijving. Kunstnijverheid. Kijkwijzer

Uitleg over de linosnede, dat je meerdere afdrukken kunt maken van 1 afbeelding en meerdere kleuren;

Druk met Kunst Lesbrief ter voorbereiding op het project Druk met Kunst, groep 6.

Druk met Kunst Lesbrief ter voorbereiding op het project Druk met Kunst, groep 6.

Opdracht 1 Nodig: kleurpotloden of stiften, poster Maak je huis mooi.

Etsen 5 VWO Tekenen Materiaal Werkwijze surrealistisch magisch realistisch

I. Inleiding. II. De grafische technieken van de drukker. Werkbundel De grafische sector bundel voor de leerkracht

Les van 45 minuten ter voorbereiding van de workshop Magnifiek Grafiek.

Tentoonstelling. Gezondheidscentrum Op 1 Lijn. Halmaheiraplein 7 Dordrecht. van eind november 2011 tot eind januari 2012

Kaartjes drukken. Aan welke behoefte moet het ontwerp voldoen?

ABC, druk je mee? Welkom bij [TAAL] [DRUK] [WERK] PLAATS. Grafisch Werkcentrum Amsterdam. Algemene informatie

Aan het werk! Kijkwijzer voor het VMBO bij de tentoonstelling Mens en Werk

GR AFISCH FESTIVAL 20 MEI-26 JUNI DEN HAAG FESTIVAL ANALOG BORDERS PRINSEGRACHT 16, DEN HAAG GRAFISCHE WERKPLAATS MASTERCLASSES / WORKSHOPS

I. Inleiding. Beroepsinformatie: Drukker. De weg van ontwerp tot verspreiding. Werkbundel De grafische sector

KIJKWIJZER BEELDASPECTEN

Mijn Mokum is een project voor NT2 cursisten. Het is gemaakt door het Amsterdam Museum.

Een les cardboards maken in aansluiting op het dag project Een beestenboel op school.

China. Chinese karakters. Vakgebied: Beeldende Vorming. Lesduur: 60 minuten

Kijkwijzer. niveau** BEELDBESCHRIJVING SCHILDERIJEN. SPECIAL: Koninklijke Prijs voor Vrije Schilderkunst Noot voor de leerling

ZML SO Leerlijn Kunstzinnige oriëntatie - Beeldende vorming

Lesbrief voor leerlingen: hoe ontwerp je een omslag voor een boek

KUNSTZINNIGE ORIËNTATIE BEELDENDE VORMING TEKENEN

Kijkwijzer. Beeldbeschrijving. FotografieVMBO

NEDERLAND VIERT 100 JAAR DE STIJL DESTIJLUTRECHTAMERSFOORT.NL ONTDEK HET IN UTRECHT & AMERSFOORT! LESSUGGESTIES 100 JAAR DE STIJL GROEP 1 T/M 4

Wild Beest. Opdrachtenboekje. Basisonderwijs groep 5 t/m 8

Wegwijs in de wereld van de schilderkunst / Schilderijen Salon van de 21 e eeuw

Druk met Kunst! Leskist voor kinderen van groep 6

Grafisch atelier friesland. c u r s u s s e n

WAARNEMEN SCHETS DE LIJN PERSPECTIEF EN RUIMTELIJKHEID COMPOSITIE KLEUR MUZIEK EN ABSTRACTIE

Het Amsterdam Museum gaat over Amsterdam. In het museum hangen schilderijen.

KIJKWIJZER BEELDASPECTEN

= verlengstuk van de klas. Museumlessen voor kinderen van de lagere school

Inleiding op het lespakket. Blz. 3. Het verhaal van Musa Blz. 4. Even voorstellen, Inleiding op Musa in de klas. Blz. 5

Auditieve oefeningen. Boek van de week: Verhaalbegrip: Taalbewustzijn:

Workshop Schilderen. Succes! Beste docent,

3-5 uur Techniek Sjabloontechniek. Beeldende aspect Voorkennis. n.v.t.

Met Vincent aan het werk

Ze hebben daarbij o.a. kennis opgedaan over diverse beeldaspecten op het gebied van kleurtoepassing en compositie, ruimte en perspectief.

klas 3 beeldende vormgeving buitentekenen

Amsterdam DNA is een project voor NT2 cursisten. Het is ontwikkeld door het Amsterdam

Voorbereidend gesprek Vragen die de leerkracht kan stellen: Introductielessen Primair Onderwijs Introductieles 1: Schetsen voor het schoolplein

WERKBOEK REFLECTIE Middeleeuwen Gotiek-3 Powerpoint: KG03_2_GOTIEK_BOEK_3.ppt REFLECTIE_WB_KG03_2_GOTIEK_BOEK_3_ppt.doc; v1: 0307

Handleiding het innovatieve Fiskars embossing-systeem is zonder lichtbak te gebruiken.

Cultuurontmoeting : Schilder in de klas

Thema: Drukken. Offsetdrukken

Lesbrief/informatie. Cultuurmenu projecten audiovisueel groep 1-5

Werkstuk van Suzanne groep 7a

Me, myself and I. Je gaat op de volgende manieren portretten maken:

beeld-je ver-ven plak-ken por-tret stil-le-ven schil-de-rij pa-let mu-se-um ten-toon-stel-ling te-ke-naar fo-to lijst-je et-sen e-zel kun-ste-naar

MUVO: DRUKTECHNIEKEN 2 E GRAAD BASISONDERWIJS

Proef met melk en kleurstof

Pasen. Vrolijke paaskaart Leuke kaart om te kleuren die je met Pasen aan iemand kan geven. Bijvoorbeeld je vader, moeder, opa of oma.

MUSEUMLES IN HET VAN ABBEMUSEUM Groep 7 en 8

TEKENEN. beeldende vorming. Vlakvullingen. hoofdstuk 13: vlakvulling

1 DISK, Boom Amsterdam

- schilderijen - Voortgezet. Onderwijs

Grafisch atelier friesland

(de armen en het geld) Kunstgeschiedenis Danique Voorthuijzen Jaar 1

Teken en leesles nummer 1 (groep 3 en 4) groot en klein. Inleiding

TAALKAART - Wij maken met de klas ons eigen middeleeuws naamdichtenboek! 1 Naamdicht

VAN GOGH KRIJGT KLEUR NIVEAU ++

Inleiding Wat heb je nodig? Ontdek je eigen schrijfstijl Faux kalligrafie Krullen aan de letters Speelse letters...

6. Meubelstuk ontwerpen en maken

2 > Kerndoelen > Aan de slag > Introductie van de manier van werken > Mogelijke werkvormen en de plaats op het rooster 27


Opdracht 1 Hoe werden mensen vroeger begraven? Je krijgt een fotoblad met oude grafmonumenten, zoals een piramide en een hunebed.

Met Word een hoger cijfer halen. Word ken je al, toch kun je nog veel meer doen met Word. Nog beter leren omgaan met Word

Grafisch atelier friesland. cursusaanbod

3-5 uur Mozaïek. Beeldende aspect Voorkennis

Tuin van Heden 5 en 6 Werken met kunst in de paasperiode. Kernles 1: Kunstenaar, wat vertel je mij?

ZML SO Leerlijn Kunstzinnige oriëntatie - Beeldende vorming

Doorzichtige kleurlagen

blaadjes THEMA 9 Docentenhandleiding Groep 1/2/3/4/5/6

Hier zie je ons de schilderijen inkleuren met wasco. Iedereen had een taak gekregen. Soms waren we het niet eens over de kleur, dan moesten we even

Wat heb je nodig? Fotocamera, pen, papier, KIJKWIJZER galerie/ atelier, SPIEKBRIEF: telefoneren, afspraak maken en vragen maken.

KUNSTZINNIGE ORIËNTATIE BEELDENDE VORMING. Kerndoel 1: De leerlingen leren ideeën, ervaringen en gevoelens uitdrukken in een beeldend werkstuk.

Cultuurmenu schooljaar AV Groep 1-7 Markant

Tuin van Heden 3 en 4 Werken met kunst in de paasperiode. Kernles 1: Kunstenaar, wat vertel je mij?

Kerndoel 4: De leerlingen leren kijken naar -, en praten over werkstukken van zichzelf en anderen. (medeleerlingen, kunstenaars, vormgevers).

Handleiding Leskist bomen groep 7

JONG GELEERD MONDRIAAN EN DE STIJL VOOR KLEUTERS. LEES- EN VERTELTEKST s GROEP 1 2

Mens in actie. Zo groot ben jij!

Werkblad 1 / Maskers

Van je juf of meester krijg je een plaatje. Er zijn vier verschillende plaatjes.

WERKBLAD mijn landschap

Begrippenlijst periode 1. Tekenen Klas 2, Roncalli mavo. Vorm

IK ZIE, IK ZIE... BENNER

Studiegids

G 1 Tangram: figuren leggen

Vollenhove Wonen op een havezate

LESBRIEF. Samenvatting: Bij dit boek horen diverse bijlagen: thema s: Ben jij ooit naar een neuzenfeest geweest?

Aanwijzing: Lees de verhalen op de borden boven de kist goed; er staan aanwijzingen op. Kijk goed in de kist. Valt je daar iets bijzonders op?

LEPELGANZEN HOE GA JE TE WERK:

Transcriptie:

kunstwerken o p p a pi er Inhoudsopgave Deel I Deel II Deel III Deel IV Basisopdrachten Techniekherkenning Kunstwerken op papier Techniekherkenning Prentkunst - hoogdruk Techniekherkenning Prentkunst - diepdruk Techniekherkenning Prentkunst - vlakdruk Techniekherkenning Prentkunst - doordruk Beeldbeschrijving Opdrachten voor in de klas of thuis wat ga je doen? Deel V Meer weten? wat ga je doen? Deze kijkwijzer gaat over kunstwerken op papier. Deze kijkwijzer gaat over kunstwerken op papier. Dat kunnen bijvoorbeeld tekeningen of prenten zijn. Het Gemeentemuseum Den Haag heeft daar een grote verzameling van. Deze werken vind je in het hele museum. En er is zelfs een speciale zaal voor, het prentenkabinet. Vandaag kies je zelf één tekening of prent uit om te bekijken en opdrachten over te maken. Je docent vertelt je of je de hele kijkwijzer maakt of bepaalde delen, alleen of in groepjes. Bij een aantal opdrachten moet je goed kijken naar kleine onderdelen van de tekening of prent. Pas dan op: je mag geen kunstwerken aanraken! Gebruik bij het maken van de opdrachten een potlood. Potloden en een clipboard om op te schrijven, zijn te krijgen bij de informatiebalie in de hal. Vraag hier ook een plattegrond, je kunt dan rechtstreeks naar het prentenkabinet of de tentoonstellingszaal lopen.

Deel I Basisopdrachten Kijk rond in de zaal waar werken op papier hangen en kies er één uit. Lees wat er staat op het bordje bij het kunstwerk. Wie heeft het gemaakt? Heeft het kunstwerk een titel? Zo ja, wat is die titel? Wanneer is het gemaakt? Waarom heb je dit kunstwerk gekozen? Het is: mooi lelijk spannend vreemd vrolijk somber origineel niet origineel iets anders:...

Deel I Basisopdrachten Kruis hieronder de gebruikte techniek aan. Soms zijn er meer mogelijkheden. Kunstwerken op papier Tekening (met potlood, houtskool, krijt, inkt) Aquarel Collage Ga verder met deel II kunstwerken op papier pagina 4 Hoogdruk Houtsnede Houtgravure Linosnede / linoleumsnede Ga verder met deel II hoogdruk pagina 7 Diepdruk Gravure (kopergravure, staalgravure, stippelgravure) Droge naald Ets Vernis mou Mezzotint Aquatint Heliogravure Ga verder met deel II diepdruk pagina 8 Vlakdruk Litho / lithografie / steendruk (transferlitho, kleurenlitho, fotolitho) Offset Lichtdruk Ga verder met deel II vlakdruk pagina 9 Doordruk Zeefdruk Ga verder met deel II doordruk pagina 10 Onder het vakje dat je hebt aangekruist, staat welke opdracht je nu gaat doen.

Deel II techniekherkenning: kunstwerken op papier Tekeningen op papier worden gemaakt met verschillende materialen, bijvoorbeeld met potlood, houtskool, krijt of inkt. Met aquarelverf (waterverf) schilder je. Op papier kan een kunstenaar ook dingen plakken. Dat heet een collage ( coller is Frans voor plakken ). Welk materiaal is gebruikt in het kunstwerk dat jij gekozen hebt? ( Kijk ook naar de beschrijving van materialen op de volgende pagina. ) Heb je zelf ook wel eens met dit materiaal gewerkt? ja nee Wat lijkt je er handig en onhandig aan? Handig: Onhandig:

Deel II techniekherkenning: kunstwerken op papier Potlood Er zijn honderden soorten potloden. Ze zijn gekleurd of grijs. Soms staat er op grijze potloden een merkje. H = hard: het potlood schrijft lichtgrijs. B = black (zwart): het potlood schrijft donkergrijs. Houtskool Houtskool is gemaakt van verkoold hout. Het geeft heel makkelijk af. Je kunt er daarom snel mee tekenen. Maar je wrijft de tekening ook makkelijk weer weg. Gerard Verdijk, zonder titel, 1969, potlood Georg Baselitz, zonder titel, 1986, houtskool Krijt Krijt heb je in een paar soorten. Bijvoorbeeld vetkrijt en pastelkrijt. Vetkrijt is vet en stug. Pastelkrijt lijkt op houtskool, het is makkelijk uit te vegen. Inkt In een pen zit inkt. Deze inkt kan ook uit een potje komen. Om met inkt te tekenen gebruik je een pen of penseel. Als de lijnen van een inkttekening met water zijn vervaagd is de tekening gewassen. Karel Appel, Vragende kinderen no.2, 1949, krijt Theo van Hoytema, Pauw, zonder datum, pentekening in inkt

Deel II techniekherkenning: kunstwerken op papier Aquarel Een aquarel wordt met waterverf gemaakt op dik papier. De verf is dun en vloeibaar. Hierdoor blijft het papier door de verf heen zichtbaar. Collage Op een ondergrond (bijvoorbeeld papier) worden allerlei dingen geplakt. Dit kunnen stukjes krant, touw en zelfs kauwgomplaatjes zijn. Frans Hollaardt, Springende paarden, 1962, tekening in aquarel (Naar) Kurt Schwitters, Collage Kleurencompositie, 1922, collage

Deel II techniekherkenning: prentkunst - hoogdruk Je kunt tekenen door met een potlood lijnen te trekken op papier. Om afdrukken te maken, teken je vaak ook. Niet op papier, maar ergens anders op: hout of linoleum bijvoorbeeld. Alles wat in de afdruk wit moet blijven, haal je weg. Alles wat zwart moet worden, ligt daarna hoger (daarom heet het hoogdruk). Als je tekening uitgesneden is, heb je een drukvorm. Een hoogdrukvorm die je vast wel kent, is een stempel. Afdrukken maken lijkt op stempelen. De drukvorm wordt ingeïnkt. Alleen op de delen die niet weggesneden zijn, blijft de inkt zitten. Als je de drukvorm daarna op een vel papier drukt, komt de afbeelding op het papier terecht. Kruis aan wat bij een hoogdrukprent hoort: Samuel Jessurun de Mesquita, Zebra, 1931, houtsnede Er bestaat er altijd maar één van. Er worden er vaak meer van gemaakt. Het kost tijd en moeite om te maken. Je kunt het snel en makkelijk maken. Dat wat links staat op de afdruk, staat ook links op de drukvorm. Dat wat links staat op de afdruk, staat rechts op de drukvorm. De lijnen die je in de afbeelding zwart wilt hebben, haal je weg uit de drukvorm. De lijnen die je in de afbeelding wit wilt hebben, haal je weg uit de drukvorm.

Deel II techniekherkenning: prentkunst - diepdruk Je kunt tekenen door met een potlood lijnen te trekken op papier. Om afdrukken te maken, teken je vaak ook. Niet op papier, maar ergens anders op: een metalen plaat bijvoorbeeld. Alles wat zwart moet worden, kras je weg. Omdat die zwart drukkende delen dan laag liggen, heet het diepdruk. De plaat met de gekraste tekening is een drukvorm. Deze wordt helemaal ingeïnkt en daarna schoongemaakt. De lijnen liggen dieper dan de rest, daardoor blijft daar de inkt in zitten. Op de ingeïnkte plaat leg je een blad papier en daarover vilt. Dit haal je door een pers. Het papier wordt met veel kracht op de plaat geduwd en neemt de inkt op. De afbeelding staat dan op het papier. Kruis aan wat bij een diepdrukprent hoort: Er bestaat er altijd maar één van. Er worden er vaak meer van gemaakt. Het kost tijd en moeite om te maken. Je kunt het snel en makkelijk maken. Dat wat links staat op de afdruk, staat ook links op de drukvorm. Dat wat links staat op de afdruk, staat rechts op de drukvorm. J.C.J. Van der Heyden, Compositie met rood, geel en blauw, 1966, diepdruk: ets en blinddruk De lijnen die je in de afbeelding zwart wilt hebben, haal je weg uit de drukvorm. De lijnen die je in de afbeelding wit wilt hebben, haal je weg uit de drukvorm.

Deel II techniekherkenning: prentkunst - vlakdruk Je kunt tekenen door met een potlood lijnen te trekken op papier. Om afdrukken te maken, teken je vaak ook. Niet op papier, maar ergens anders op: een stenen plaat bijvoorbeeld. Als je hiervan een afdruk wilt maken, moet je tekenen met vet krijt of vette inkt. De steen wordt daarna vochtig gemaakt (het water blijft niet zitten op de vette tekening). Op de natte steen breng je inkt aan (deze inkt blijft alleen zitten op de vette tekening). De ingeïnkte steen is de drukvorm. Hierop wordt een vel papier gelegd met karton er bovenop. Daarna gaat het door een pers. De afbeelding wordt zo op het papier gedrukt. Omdat de zwart drukkende delen even hoog liggen als de rest, noem je dit een vlakdruk. Kruis aan wat bij een vlakdrukprent hoort: Er bestaat er altijd maar één van. Er worden er vaak meer van gemaakt. Je kunt de materialen die je nodig hebt, makkelijk overal mee naar toe nemen. Je kunt de materialen die je nodig hebt, moeilijk overal mee naar toe nemen. Dat wat links staat op de afdruk, staat ook links op de drukvorm. Dat wat links staat op de afdruk, staat rechts op de drukvorm. De lijnen die je in de afbeelding zwart wilt hebben, teken je op de drukvorm. De lijnen die je in de afbeelding wit wilt hebben, teken je op de drukvorm. Odilon Redon, Yeux clos, 1890, lithografie

Deel II techniekherkenning: prentkunst - doordruk Je kunt tekenen door met een potlood lijnen te trekken op papier. Om afdrukken te maken, teken je vaak ook. Niet op papier, maar ergens anders op: op de drukvorm. Bij een doordruk maak je een tekening met sjablonen. Een sjabloon ken je vast wel: het is bijvoorbeeld een vorm die uit papier is geknipt. Je legt deze vorm op een ander papier. Daarna ga je er met verf overheen. Als je de vorm weghaalt, zit daar geen verf. Hierdoor zie je de afbeelding. Om een drukvorm van sjablonen te maken, leg je ze op een soort stof. Daar wordt inkt door gewreven. De afbeelding (de gedeelten waar geen sjablonen liggen) wordt zo op papier gedrukt. Kruis aan wat bij een doordrukprent hoort: Co Westerik, Moeder en kind, 1980, zeefdruk Er bestaat er altijd maar één van. Er worden er vaak meer van gemaakt. Je maakt er makkelijk vlakken mee. Je maakt er makkelijk lijnen mee. Dat wat links staat op de afdruk, staat ook links op de drukvorm. Dat wat links staat op de afdruk, staat rechts op de drukvorm. De delen die je in de afdruk gekleurd wilt hebben, bedek je op de drukvorm. De delen die je in de afdruk gekleurd wilt hebben, laat je onbedekt op de drukvorm. 10

Deel III Beeldbeschrijving Opdracht 1. Wat zie je? Maak een schets van het door jou gekozen werk. Je hoeft niet alles heel precies te tekenen. 11

Deel III Beeldbeschrijving Opdracht 2. Hoe is het gemaakt? A Hoe ziet een (kleur)vlak er van dichtbij uit? Een tekening, aquarel en afdruk bestaan uit lijnen, punten en/of (kleur)vlakken. Deze kunnen op verschillende manieren zijn gemaakt. Lijnen zijn bijvoorbeeld dik, dun, kronkelig, recht. Randen van een vlak kunnen scherp zijn of korrelig. Een vlak kan bestaan uit allemaal streepjes of stipjes, maar ook uit één geheel. Zoek een vlak uit. Hoe heeft de kunstenaar het gemaakt? met lijnen door elkaar met lijnen naast elkaar met stippen met lijnen en stippen het is één geheel anders:... B Hoe heeft de kunstenaar ruimte willen laten zien? Een tekening of afdruk is plat. Er staan lijnen en vlakken op, samen zijn dat vormen. Dat kunnen bijvoorbeeld vierkanten en driehoeken zijn, maar ook fruit, bloemen en dieren. Een kunstenaar kan deze vormen zo ordenen dat het net lijkt alsof er ruimte is. Er zijn hier meerdere manieren voor: Groot/klein: de grootste vorm lijkt dichterbij dan de kleinste. Hoog/laag: vormen die hoog op het beeldvlak staan, lijken ver weg. Scherp/vaag: iets dat dichterbij is, is vaak duidelijk of scherp. Voor/achter (overlapping): een deel van de voorstelling lijkt achter een ander deel te staan. 12

Deel III Beeldbeschrijving Heeft de kunstenaar ruimte willen laten zien? ja nee Zo ja, op welke manier? C Op welke manier wordt kleur gebruikt? (Als de afbeelding zwart-wit is, beantwoord dan alleen de laatste twee vragen.) Kleur kan een belangrijke rol spelen in een afbeelding. Er zijn drie soorten kleuren. Primaire kleuren: rood, geel en blauw. Door deze kleuren te mengen kunnen alle andere kleuren worden gemaakt. Secundaire kleuren: groen, oranje en paars. Deze kleuren zijn ontstaan door het mengen van twee primaire kleuren. Groen = geel + blauw. Oranje = geel + rood. Paars = blauw + rood. Tertiaire kleuren: bruin en alle andere kleuren. Deze kleuren zijn ontstaan door een mengsel van rood, geel en blauw (alle primaire kleuren). Welke kleuren worden in de afbeelding gebruikt? (Als het er veel zijn, noem dan de belangrijkste). Stel je voor dat jij de kleuren kunt veranderen. Welke zou jij gebruiken? Waarom heb je voor deze kleuren gekozen? 13

Deel III Beeldbeschrijving Opdracht 3. Waarom is het gemaakt? Vaak helpt de titel je te zien wat de kunstenaar wilde zeggen. Kruis aan: Het werk heeft geen titel. De titel gaat over wat er te zien is. De titel gaat niet over wat er te zien is. Geef het kunstwerk zelf een titel. Wat wil de kunstenaar volgens jou? De werkelijkheid laten zien. Een fantasiewereld laten zien. Je in verwarring brengen. Je aan het denken zetten. Alleen een afbeelding maken. Iets anders:... Deel IV Opdracht voor in de klas of thuis Doe-opdracht Maak een tekening en een afdruk (bijvoorbeeld een potloodtekening en een linoleumsnede) met hetzelfde onderwerp als het kunstwerk dat je net beschreven hebt. Teken het niet na, maar maak een eigen werkstuk. De titel voor je eigen werken, moet dezelfde kunnen zijn als de titel van het kunstwerk uit het museum. Als je het af hebt, vergelijk dan beide afbeeldingen met elkaar: welke techniek vind je het fijnst? Welke past het best bij het onderwerp? 14

Deel V Meer weten? Geschiedenis van prentkunst Al in de prehistorie werden er afdrukken gemaakt. In grotschilderingen zie je bijvoorbeeld handafdrukken. Iemand smeerde zijn hand in met een verfstof en drukte die daarna tegen steen. De oudste bekende techniek om op papier te drukken is hoogdruk. Uit hout of ander materiaal werden delen weggesneden. Zo ontstond een verhoogde afbeelding die kon worden ingeïnkt en afgedrukt. In China deden mensen dit al vanaf de 7e eeuw. Omstreeks 1400 kwam het in West-Europa op. Mensen maakten afbeeldingen van heiligen. Ook drukten ze speelkaarten, landkaarten en plaatjes van steden, planten en dieren. Toen prenten met tekst werden samengebracht, ontstonden gedrukte boeken. Voor 1450 werden hele tekstpagina s uit één blok hout gesneden, dit waren blokboeken. Later bedacht iemand een manier om losse letters te gebruiken. Minder oud dan de hoogdruk is de diepdruk. Dit is de tweede manier waarop je een afdruk kunt maken. Al in de Middeleeuwen werden gebruiksvoorwerpen, wapens en harnassen versierd door er tekeningen in te krassen of snijden. Om de versieringen duidelijker te maken, wreven de smeden zwarte kleurstof in de groeven. Soms drukten ze de voorstellingen of patronen af op papier. In Duitsland maakte een kunstenaar in 1446 voor het eerst een afdruk van een plaat (en niet van een voorwerp). De derde manier om een afdruk te maken is de vlakdruk. In 1798 vond de Duitser Aloys Senefelder een manier uit om een afbeelding, die op een steen getekend was, af te drukken. Dit heet lithografie (litho betekent steen). Een groot voordeel is dat de drukplaat niet slijt en je dus een groot aantal afdrukken kunt maken. De laatste manier om een afdruk te maken, de doordruk, bestaat nog niet lang. Het is een moderne manier om sjablonen te gebruiken. Sjablonen zijn vormen die je op een papier kunt leggen. Als je er dan met verf overheen gaat, blijft het deel waar het sjabloon ligt wit. Toen sjablonen op stof werden vastgemaakt, ontstond de doordruk. Van één doordrukvorm kunnen duizenden afdrukken worden gemaakt. Bovendien kan dat in alle afmetingen die je maar wilt. 15

Belangrijke literatuur B. Boermans, Beeldende Begrippen. Begrippen in beeldende vormgeving, Arnhem: Lambo 1995. B. Gascoigne, Prentkunst en drukwerk. Een complete handleiding voor het herkennen van manuele en mechanische drukprocédés van houtsnede tot ink jet printing, Meulenhoff 1988 [How to identify prints, Londen: Thames and Hudson 1986]. A. de Visser, Hardop Kijken. Een inleiding tot de kunstbeschouwing, Nijmegen: SUN 1986. Tekst: Jedidja den Besten Eindredactie: Jet van Overeem Vormgeving: Annemarie de Jong Gemeentemuseum Den Haag postbus 72 2501 CB Den Haag Afdeling Educatie, mei 2005 Contact: Jet van Overeem jvanovereem@gemeentemuseum.nl www.gemeentemuseum.nl 16