IDEWE regiogegevens info@idewe.be www.idewe.be Sanorice T.a.v. Gregory Velghe Ballingsweg 10 9620 Zottegem UW KENMERK ONS KENMERK DATUM 9963372 19-09-2013 CC: Dr. Kathelijne De Rijcke, IDEWE RISICOANALYSE ERGONOMIE: INPAKLIJNEN Uitvoerders: Hermien Matthys en Roeland Motmans 1
Geachte, Op 19 september 2013 werd observatiebezoek gebracht aan de inpaklijnen R3, C5 en T2 voor het bepalen van de fysieke en de mentale belasting. Dit is de eerste stap van een verbeteringsproject (bijlage 1). Een ergonomische inrichting van de werkposten is belangrijk om overbelasting van de rug en/of de bovenste ledematen te vermijden. Foute houdingen en bewegingen die herhaaldelijk worden aangenomen of met een hoge krachtinspanning uitgevoerd moeten worden, kunnen immers leiden tot fysieke klachten, werkverlet, productiviteitsverlies, ziekteverzuim, enz. Door middel van objectieve tools werd de fysieke en mentale belasting in kaart gebracht. Er zijn geen echt lichte werkposten. Een aanzet tot preventiemaatregelen zijn te vinden in onderstaand verslag. Volgende stappen zijn deze te bespreken met de werkgroep ergonomie en vervolgens tot afspraken of acties te komen na een overleg met de beslissingsnemers. Met vriendelijke groeten, Hermien Matthys Preventiedeskundige ergonomie Roeland Motmans, Eur Erg Preventieadviseur ergonomie 2
Samenvatting Taak R S M Preventiemaatregelen C5 mini Operator 1 Jobrotatie Hoogte draaischijf aanpassen Kraag draaischijf verlagen Kegel in draaischijf plaatsen Afstand tot transportband vergroten Hoogte statief aanpassen Opstelling dozen aanpassen Doorgang tussen draaischijf-band vergroten Transportband ophogen Pallet op hoogte brengen Instructie werkhouding R3 Operator 1 - bijvullen Werkhoogte aanpassen Dieper platform Zachte ondergrond Reikafstand verkleinen Bufferbak inkappen Instructies werkhouding Operator 2 Stasteun Jobrotatie Automatiseren Zachte ondergrond Operator 3 - inpak Zie C5 mini T2 Operator 1 bijvullen Beenruimte en hoge stoel Stasteun Jobrotatie Operator 2 - inpak Zie C5 mini Risico s: R = repetitiviteit, S = langdurig staan, M = mentaal Groen: aanvaardbaar, Geel: aanpassing vereist, Rood: aanpassingen op korte termijn noodzakelijk 3
1. Inpaklijn C5 mini 1.1. Taakanalyse Op deze inpaklijn zijn er twee werkposten; namelijk aan de draaischijf en aan het einde van de transportband. Aan de draaischijf neemt men de zakjes uit de draaischijf, steekt men deze in een doos en plaatst men de doos op de transportband. Op het einde van de transportband neemt men de dozen van de transportband en plaatst men deze op een pallet. Wanneer kleine zakjes (35 g) geproduceerd worden, staat men met twee aan de inpaklijn. Men beslist dan zelf hoe men zich organiseert om de taken aan de twee werkposten uit te voeren. Bij de grote zakken (80 g) doet één persoon de beide werkposten. 4
1.2. Risico-inventarisatie Tillen Repetitiviteit Langdurig staan Houding Dragen Langdurig zitten Trekken en duwen Beeldschermwerk Energetische belasting Trillingen Kracht Mentaal 1.3. Risico-evaluatie 1.3.1. Repetitiviteit Voor het evalueren van de repetitiviteit gebruiken we de KIM-tool manuele handelingen (bijlage 2). Volgende risicofactoren worden in rekening genomen: Tijdsduur: hele dag Kracht en frequentie: 18 zakjes per minuut, 40 per doos Krachtoverdracht: geen handvat, beperkt Hand/arm: vaak extreme gewrichtsposities Arbeidsorganisatie: weinig verschillende handelingen, voldoende herstel Werkomstandigheden: ok Lichaamshouding: vaak staan en nemen met gebogen rug Risico per shift: 4,5 x (2 + 2 + 2 + 1 + 0 + 3) = 45 Wanneer deze inpaktaak de hele dag wordt uitgevoerd door één operator is er een verhoogd risico op overbelasting van de bovenste ledematen voor de gemiddelde operator en voor bijna allen. Preventiemaatregelen zijn zeker nodig. Doorslaggevende factoren zijn de duur en de houding. 1.3.2. Staan Voor de beoordeling van het langdurig staan worden de Arborichtlijnen uit Nederland gevolgd. Tijdens het nemen van de zakjes en in de doos steken, staat de operator op een vierkante meter. Dit gebeurt nooit langer dan 1 uur continu omdat er afwisseling is met het afstapelen van de volle dozen op een pallet. Op dagbasis zal er echter wel meer dan vier uur op de vierkante meter doorgebracht worden, wat een verhoogd risico geeft. 5
1.3.3. Mentale belasting Om de mentale werkbelasting te n, wordt gebruikt gemaakt van de Renault methode (bijlage 3). Volgende factoren worden beoordeeld: Regulatie Complexiteit Werkritme 8 Werking 4 Werkruimte 0 Machines materiaal gereedschappen 0 Werkpost 4 Diversiteit van stukken en fixaties 0 Variabiliteit taken 2 Voorzieningen condities 0 Organisatie 0 Werkwijze 4 Toegankelijkheid - positionering stukken 3 Handelingen behendigheid 0 Regel- of controleposten 0 Controle afwerking of conformiteit 0 Alertheid - omgevingsfactoren 3 Operator: werkritme, aantal hoofdhandelingen en plaatsgebrek: 1.4. Preventiemaatregelen - Jobrotatie Om fysieke overbelasting te voorkomen is jobrotatie aangewezen. Om het risico aanvaardbaar te maken voor de gemiddelde werknemer, mag deze taak maximaal twee uur per dag uitgevoerd worden. - Hoogte draaischijf aanpassen De bovenrand van de draaischijf is 91 cm, de bodem bevindt zich op 65 cm. Dat betekent voor iedereen werken met een gebogen rug. Door de draaischijf op te hogen, zal er minder gebukt moeten worden. 6
- Kraag draaischijf verlagen Door de draaischijf te verhogen ontstaat het gevaar dat kleine medewerkers de armen moeten heffen over de opstaande rand. De kraag zou daarom lager mogen. De buffer zal nog steeds voldoende groot zijn. - Kegel in draaischijf plaatsen Om het reiken naar de producten te beperken die in de draaischijf liggen, zou men een kegel in de draaischijf kunnen plaatsen zodat de producten steeds naar de buitenkant van de draaischijf glijden. - Afstand statief tot transportband vergroten De gedraaide rug tijdens het plaatsen van een volle doos op de transportband kan aangepakt worden door voldoende ruimte te creëren. Een tussenafstand van minimum 90 cm tussen statief en transportband laat het draaien met de voeten toe (in plaats van draaien met de rug). - Hoogte statief aanpassen De opstaande rand van de doos komt op 91 cm, de bodem op 65 cm. Dit is vergelijkbaar met de draaischijf. Een lichte verhoging tot 1 meter maakt het mogelijk dat men zich minder moet bukken bij het inzetten van de zakjes zonder de armen te moeten heffen. Een verstelbaar statief laat toe dat iedereen zijn gepaste hoogte kiest. - Opstelling dozen aanpassen Door het statief meer dwars op de draaischijf te plaatsen, zal men minder draaien tijdens het nemen van de zakjes. Dit item kan aan bod komen tijdens de instructies. Aan sommige lijnen deden de medewerkers dit wel juist. - Doorgang tussen draaischijf en band vergroten Nadat de dozen gevuld zijn, worden deze op de pallet gestapeld. De operator wandelt daarvoor naar het uiteinde van de lijn. Om een vlotte doorgang te garanderen dient er minimum 75 cm doorgang te zijn. In de opstelling tijdens de observatie was dat slechts 51 cm. 7
- Transportband ophogen Tillen gebeurt best tussen vuist- en ellebooghoogte. De overlappende zone voor de grote man en kleine vrouw is tussen 90 en 105 cm. De transportband mag dus zeker 15 cm verhoogd worden. Dit gaat een gebogen rugpositie tegen. - Pallet op hoogte brengen Een schaarlift vermindert het laag bukken bij het opzetten van de onderste dozen. Er kan vaker op heuphoogte getild worden. Enkel de bovenste lagen komen hoger, maar blijven nog steeds onder schouderhoogte. Een extra pallet zou ook reeds de onderste lagen wat verbeteren. - Instructie werkhouding Werknemers lijken zich weinig bewust van de risico s waaraan ze zijn blootgesteld. Sensibilisatie en informatie over deze risico s is verplicht door het KB Manueel hanteren van lasten. Een goede werkmethode met aandacht voor de rug dient eveneens aangeleerd te worden. 8
2. Inpaklijn R3 2.1. Taakanalyse Inpaklijn R3 bestaat uit 3 werkposten: het aanvullen van de rijstwafels, bij promo s de rechtopstaande rijstwafelrollen opnemen en neerleggen op een transportband en inpakken in combinatie met het stapelen van dozen op een pallet. Bij promo s komen de producten in een draaischijf. De werknemer neemt deze uit de draaischijf en plaatst deze in de doos. De doos wordt daarna op de transportband geplaatst. Wanneer er geen promo s zijn, dan vallen twee werkposten weg: het neerleggen van de rijstrollen en het inpakken. De trays met rijstwafelrollen gaan dan rechtstreeks naar de transportband en dient men de trays op een pallet te plaatsen. 2.2. Risico-inventarisatie Tillen Repetitiviteit Langdurig staan Houding Dragen Langdurig zitten Trekken en duwen Beeldschermwerk Energetische belasting Trillingen Kracht Mentaal 9
2.3. Risico-evaluatie 2.3.1. Repetitiviteit Voor het evalueren van de repetitiviteit gebruiken we de KIM manuele handelingen. Volgende risicofactoren worden in rekening genomen voor operator 3: Tijdsduur: hele dag Kracht: 18 pakken per minuut (= 3 dozen) Krachtoverdracht: geen handvat, droog Hand/arm: vaak ongunstige houdingen Arbeidsorganisatie: weinig afwisseling Werkomstandigheden: ok Lichaamshouding: romp licht gebogen Risico operator 1 - bijvullen: 4,5 x (3 + 2 + 1 + 2 + 0 + 3) = 49,5 Risico operator 2 - promo: 4,5 x (2 + 2 + 2 + 2 + 0 + 3) = 49,5 Risico operator 3 inpak : 4,5 x (3 + 2 + 2 + 1 + 0 + 3) = 49,5 Voor alle drie de werkposten aan deze lijn is het risico op fysieke overbelasting verhoogd voor (bijna) alle werknemers. De werkduur en houding zijn doorslaggevende factoren. Preventiemaatregelen zijn noodzakelijk. 2.3.2. Langdurig staan Operator 1: >1u continu en >4u op dagbasis: Operator 2: >1u continu en >4u op dagbasis: Operator 3: <1u continu en >4u op dagbasis: 10
2.3.3. Mentale belasting Om de mentale werkbelasting te n, wordt gebruikt gemaakt van de Renault methode (bijlage 3). Volgende factoren werden beoordeeld bij operator 2: Regulatie Complexiteit Werkritme 11 Werking 2 Werkruimte 0 Machines materiaal gereedschappen 0 Werkpost 4 Diversiteit van stukken en fixaties 0 Variabiliteit taken 2 Voorzieningen condities 0 Organisatie 0 Werkwijze 0 Toegankelijkheid - positionering stukken 3 Handelingen behendigheid 0 Regel- of controleposten 0 Controle afwerking of conformiteit 0 Alertheid - omgevingsfactoren 3 Operator 1: werkritme en gebrek aan variatie: Operator 2: werkritme en gebrek aan variatie: Operator 3: afhankelijkheid en hoofdhandelingen: 2.1. Preventiemaatregelen Operator 1 - Werkhoogte aanpassen Licht werk gebeurt best rond ellebooghoogte. Dat betekent dat het platform niet nodig is. Nu is het werkvlak wat te laag, met een gebogen rug als gevolg. Enkel voor kleine werkneemsters (naar Belgische normen) kan een opstapje nodig zijn. - Dieper platform Om over voldoende bewegingsvrijheid te beschikken, dient een doorgang minimaal 75 cm breed te zijn. Dit komt overeen met een diepte van het platform van 75 cm. De huidige 70 cm is wel sterk in de buurt. 11
- Zachte ondergrond platform Om het langdurig staan te verlichten, kan een zachte ondergrond meer comfort voor de benen en lage rug bieden. Een rubberen mat aangepast voor de voedingsindustrie maakt dit mogelijk. - Reikafstand verkleinen Met het hoge aantal handbewegingen zouden deze best binnen de 30 cm ten opzichte van het lichaam gebeuren. Er is een steunvlak van 22 cm en dan een ruimte met de rijstkoeken (22 cm diep). Door het inkorten van het steunvlak zou men nog dichter tegen het lichaam kunnen werken. - Bufferbak inkappen Een operator meldde het inkappen van de groene bakken in de bufferbak als belastend. Vooraf dient men met de grote bak een trap op te lopen. De opstaande rand van 114 cm werd als hoog bevonden. Een opstapje zou het inkappen makkelijker maken, maar houdt mogelijks een struikelgevaar in. Een testfase kan hierover uitsluitsel brengen. - Instructies werkhouding Voor de tillen van de bakken zijn de algemene principes van een rugvriendelijke werkhouding van toepassing: voeten rond de last, dicht tegen lichaam, schuiven en kantelen, rug recht, Dergelijke instructies zijn ook verplicht volgens het KB manueel hanteren van lasten (1993). Operator 2 - Stasteun Op dagbasis zou de werknemer maximaal 4 uur op zijn vierkante meter mogen blijven staan. Het KB Arbeidsplaatsen (2012) verplicht dan ofwel een zittende pauze van 2 x 15 minuten te voorzien ofwel zittend werk mogelijk te maken. Een stasteun beantwoordt in dit geval aan deze laatste optie. 12
- Jobrotatie Om het langdurig staan te doorbreken, zou jobrotatie een efficiënte oplossing zijn. Probleem is dat geroteerd zou moeten worden met een andere post zonder staan. Die is moeilijk te vinden binnen Sanorice, wat een stasteun een makkelijkere oplossing maakt. - Automatiseren Een dergelijke stereotype taak leent zich voor automatisatie. Er is geen taakverruiming of taakverbreding mogelijk zodat dit beter door een machine kan gebeuren. - Zachte ondergrond Maatregelen die meer comfort bieden bij het langdurig staan is een zachte ondergrond. Dit kan door rubberen matten of een zachte zool in de veiligheidsschoenen. De ervaren vermoeidheid in de benen en lage rug is dan lager. Operator 3 (vergelijkbaar C5 mini) - Jobrotatie - Hoogte draaischijf aanpassen - Hoogte kraag draaischijf aanpassen - Tussenafstand kraag en pallet vergroten - Opstelling statief ten opzichte van draaischijf - Instructie werkhouding 13
3. Inpaklijn T2 3.1. Taakanalyse Inpaklijn R3 bestaat uit 2 werkposten: het aanvullen van de rijstwafels en inpakken in combinatie met het stapelen van dozen op een pallet. 3.2. Risico-inventarisatie Tillen Repetitiviteit Langdurig staan Houding Dragen Langdurig zitten Trekken en duwen Beeldschermwerk Energetische belasting Trillingen Kracht Mentaal 14
3.3. Risico-evaluatie 3.3.1. Repetiviteit Voor het evalueren van de repetitiviteit gebruiken we de KIM manuele handelingen. Volgende risicofactoren worden in rekening genomen (operator 2): Tijdsduur: 12 zakjes per doos, cyclustijd 40 Kracht: zeer lage kracht Krachtoverdracht: geen handvat, degelijke grip Hand/arm: vaak extreme houdingen Arbeidsorganisatie: hoog tempo, herstel Werkomstandigheden: ok Lichaamshouding: constant staan, ver reiken Risico operator 1 - bijvullen: 4,5 x (3 + 2 + 1 + 2 + 0 + 3) = 49,5 Risico operator 2 - inpak: 4,5 x (2 + 2 + 2 + 1 + 0 + 3) = 45 De kans op fysieke overbelasting is verhoogd voor de gemiddelde werknemer en bijna voor alle werknemers. Verbeteringen zijn noodzakelijk. 3.3.2. Resultaat risico-analyse Operator 1: >1u continu en >4u op dagbasis: Operator 2: <1u continu en >4u op dagbasis: 3.3.3. Mentale belasting Om de mentale werkbelasting te n, wordt gebruikt gemaakt van de Renault methode (bijlage 3). Operator 1 - bijvullen: werkritme en gebrek aan variatie: Operator 2 inpak : afhankelijkheid en hoofdhandelingen: 15
Volgende factoren werden beoordeeld bij operator 2: Regulatie Complexiteit Werkritme 8 Werking 4 Werkruimte 0 Machines materiaal gereedschappen 0 Werkpost 4 Diversiteit van stukken en fixaties 0 Variabiliteit taken 2 Voorzieningen condities 0 Organisatie 0 Werkwijze 4 Toegankelijkheid - positionering stukken 3 Handelingen behendigheid 0 Regel- of controleposten 0 Controle afwerking of conformiteit 0 Alertheid - omgevingsfactoren 3 3.4. Preventiemaatregelen Operator 1 (aanvullen) - Beenruimte creëren voor hoge stoel Dit type werk is geschikt voor een zit-sta werkplek. Zo kan er afgewisseld worden tussen zitten en staan om het risico langdurig staan aan te pakken. De banddikte zou dan maximaal 5 cm mogen zijn. Een vrije diepte van minstens 60 cm is aanwezig om op een hoge stoel met voetensteun te kunnen zitten. - Stasteun Wanneer de beenruimte beperkt blijft, kan een stasteun uitgetest worden om het staan af te wisselen. De werkhoogte komt hierdoor relatief hoger te liggen, dus dit is eerder een lapmiddel om het langdurig staan te kunnen verminderen. - Jobrotatie Om overbelasting te voorkomen is jobrotatie aangewezen, maar dan wel met nietrepetitief werk. 16
Operator 2 (inpak) - Jobrotatie - Hoogte draaischijf aanpassen - Hoogte kraag draaischijf aanpassen - Tussenafstand kraag en pallet vergroten - Opstelling statief ten opzichte van draaischijf - Instructie werkhouding 17
Bijlage 1: Stappenplan project Dit project heeft een tweeledig doel: - Tools aanreiken om het risico repetitiviteit te beoordelen - Verbetervoorstellen formuleren om werk aan de mens aan te passen 1. Tools repetitiviteit Op vlak van ergonomie wordt de fysieke en mentale belasting van repetitief werk bekeken. Om de fysieke belasting te beoordelen wordt de KIM manuele handelingen voorgesteld. Dit is een snelle praktijktool om met een beperkte voorkennis toch het risico op overbelasting te kunnen n. De mentale belasting wordt in kaart gebracht door een onderdeel van de Renault methode. De regulatie en complexiteit worden met elkaar gecombineerd. 2. Verbetervoorstellen Om tot verbeteringen aan de werkplek te komen worden volgende stappen doorlopen: - Observationeel bedrijfsbezoek Tijdens de rondgang werden alle data verzameld om een objectieve risicoanalyse te kunnen maken. Hieruit blijken de grootste knelpunten en kunnen eerste ideeën tot verbeteringen gegenereerd worden. - Participatief overleg werkgroep ergonomie Op basis van de objectieve analyse wordt een participatief overleg voorbereid. In een werkgroep ergonomie waarin werknemers vertegenwoordigd zijn, worden de knelpunten en mogelijke oplossingen besproken en aangevuld. - Overleg beslissingsnemers Met voorgaande informatie in het achterhoofd is het zaak om tot concrete acties en beslissingen te komen. 18
Bijlage 2: KIM manuele handelingen KIM staat voor Key Indicator Method. Deze Duitse methode werd voorgesteld om te komen tot een meer uniforme uitvoering van de Europese Richtlijnen rond het manueel hanteren van lasten. Voor de risico-evaluatie van het repetitief werken of statische houdingen van de bovenste ledematen, kan de KIM tool manueel werken gebruikt worden. Het is een snelle en gebruiksvriendelijke methode die op de werkplek zelf kan toegepast worden. In de KIM manueel werken worden zes risicofactoren beoordeeld: * Tijdsduur * Kracht: frequentie (repetitief) of duur (statisch) * Grip * Houding armen * Lichaamshouding * Werkorganisatie * Werkomstandigheden Een combinatie van deze factoren resulteren in een risico: Risico = Tijd x (Kracht + Grip + Armen + Lichaam + Organisatie + Omst) < 10 Aanvaardbaar 10-25 Risico voor minder veerkrachtige mensen 25-50 Risico voor de gemiddelde werknemer. Aanpassing nodig. > 50 Risico voor iedereen. Aanpassing noodzakelijk. 19
20
21
Bijlage 3: Mentale belasting volgens Renault methode Voor het evalueren van de mentale belasting gebruiken we de Renault-methode. Bij de Renault-methode wordt enkel het gedeelte voor het bepalen van de mentale (cognitieve) belasting gebruikt. Per werkpost wordt een voor complexiteit en regulatie bepaald. Dit wordt in een matrix uitgezet, zodat we tot een kleur komen; namelijk groen, geel, rood. Deze kleuren duiden de mate van mentale belasting aan: - groen: aanvaardbaar - geel: verhoogd risico, aanpassingen op termijn nodig - rood: groot risico, snel aanpassen. Complexiteit Regulatie 1 2 3 4 5 1 2 X 3 doel 4 5 Onafhankelijk van het resultaat wordt bij elke werkpost in twee tabellen aangeduid welke factoren doorslaggevend zijn voor het bekomen van het betreffende resultaat. Onderstaand vindt u een voorbeeld hiervan. 22
Regulatiemogelijkheden A. PROCES B. ACTIVITEIT WERKRITME VARIABILITEIT VAN DE TAKEN Frequentie per uur of cyclusduur Moeilijke aanvoer of condities 2 Freq.: < 67/h Duur: 0,9 min 0 Delicate of moeilijke positionering / gebruik Freq.: 68 150/h Duur: 0,4-0,8 min 3 van stukken, assistances, Geen 0 Freq.: 151 300/h Duur: 0,2 0,3 min 6 gereedschappen, 1 2 Freq.: > 300/h Duur: < 0,2 min 9 2 3 4 Aantal per cyclus 4 6 Engagement = duurtijd van de handelingen t.o.v. cyclustijd Richten en kleven van stukken Engagement < 95% 0 Met gabarit (mal) 2 Gemiddeld engagement 95%-100% 2 Zonder gabarit (mal) 4 Hoogste engagement 100%-105% 6 Moeilijk losmaken van klevende beschermingsstukken Met uitzondering van exceptionele > 105% 9 producten (< 5% vd handelingen) Blind werken Variatie in duurtijd van handelingen: Matige sensibele of auditieve controle nodig 2 Spreiding tussen de grootste en de kleinste duurtijd, exclusief uitzonderlijke producten. WERKRUIMTE Lopende band Regulatieruimte tussen 10 en 20% < 10% 0 Veel sensibele of auditieve controle nodig 3 10%-20% 3 Dragen van persoonlijke beschermingsmiddelen 20%-30% 6 Conform, maar hindert de bewegingen 2 Mogelijkheid, middel om te kunnen verwittigen JA > 30% 9 Onaangepast aan een deel van het werk 3 NEE JA 0 3 NEE 3 6 Controle-, regel-, herstelwerkpost Occasionele controle van structuuronderdelen of met een gabarit/mal Systematische aspectcontrole (wat de klant ziet) Eenvoudige meting of regeling Controle met herstel Regeling met precisie en interpretatie ORGANISATIE 3 2 3 6 Andere processen: vrije passen of bufferzone tussen elke operator of tussen groepen operatoren 1 of 2 OP 3 tot 7 OP 8 tot 12 OP 13 tot 20 OP 1 2 5 10 0 0 1 2 4 5 9 3 0 0-1 < 5 6 Te dicht bij elkaar werken met hinder tussen operatoren ANDERE Subtotaal B van de negatieve s 2 WERKPOST TOTAALSCORE WERKPOST Afhankelijkheid bij het uitvoeren van taken Geen directe afhankelijkheid van objecten of operatoren Afhankelijkheid tussen operatoren voor begin en einde van de cyclus 0 3 Volledig productieproces Subtotaal B Ondersteunende diensten Subtotaal B Afhankelijkheid tussen operatoren tijdens de cyclus 4 0-3 4-6 7 0-3 4-8 9 Afhankelijkheid van een object bij de aan- of afvoer 3 Afhankelijkheid van cycli van machines of technische hulpmiddelen Onvoldoende ruimte om hulp in te schakelen 4 3 Subtotaal A 0 1 2 3 Subtotaal A 0-2 1 2 3 1-4 2 3 4 3-7 2 3 4 Subtotaal A van de negatieve s 5-8 3 4 5 8-12 3 4 5 9 4 5 5 13 4 5 5 23
Complexiteit Reeksen (aantal stukken) FUNCTIONERING Weerhoud de meest penaliserende, met uitzondering van de exceptionele producten. Variatie in duurtijd van handelingen Spreiding tussen de grootste en de kleinste duurtijd, met uitzondering van de exceptionele producten. MACHINES MATERIAAL - GEREEDSCHAP WERKWIJZE 3-4 2 Aantal hoofdhandelingen 61 2 5-9 4 (cfr. fysieke belasting) 25-60 0 10 6 7-24 3 Aantal werkvoorschriften, in functie van 2-3 2 < 7 6 de verscheidenheid van product/proces 4 4 < 11% 0 Uitzonderlijke activiteit = < 5% van het totale volume aan producten 11%-20% 2 TOEGANKELIJKHEID POSITIONERING VAN 21%-30% 3 STUKKEN 5 > 30% 6 Verplicht verplaatsen van elementen 3 Bedienen van complexe machine of assistance 2 Aantal werktuigen Beschikbaarheid en gebruik van materiaal en gereedschap Rustpositie niet in overeenstemming met werkvoorschriften (plaats t.o.v. het werk) Moeilijk e bereikbaarheid tot positionering (plaatsgebrek, ) Moeilijke toegankelijkheid (plaatsgebrek, ) 3 Geen duidelijke plaatsingsindicator Delicate of moeilijke aanpassing. < 3 0 Geen veiligheidsvoorziening en risico op vergissing 3 3-4 2 Hinderlijke bekabeling 3 5-9 3 Risico op vervorming, krassen of blutsen van 10 6 stukken 3 2 2 Blind werken, met moeilijke positionering 3 HANDELINGEN BEHENDIGHEID Moeilijk aan te leren behendigheid. 2 Complex of bepalend kwaliteits- of veiligheidsproduct 3 Geen goede zichtbaarheid bij het positioneren. 3 Zeer specifieke handeling (masticeren, Grote precisie bij het positioneren (kwaliteitsbelang) 3 schilderwerk, ) DIVERSITEIT VAN STUKKEN EN FIXATIES Stukken Keuze uit onderdelen via eenvoudige identificatie of synchroon aangevoerd REGEL- OF CONTROLEPOSTEN Zonder herstel 3 5 Eenvoudige controle (gabarit/mal, aflezen van 2 Aantal waarden, lichtsignaal) 2-4 5-9 10 Handeling met interpretatie van de resultaten 3 0 0 0 Complexe en bepalende handeling voor kwaliteit en veiligheid (CSR: contrôle sécurité régulier) Hulp door licht- en geluidscodering 1 1 2 ASPECTCONTROLE OF Geen hulp, maar eenvoudige differentiatie 2 3 4 CONFORMITEITSCONTROLE Geen hulp en moeilijk differentiatie 3 4 5 Controle vraagt aanhoudende aandacht 3 Fixaties Controle = belangrijk voor kwaliteit, zonder herstel 4 Aantal Controle = belangrijk voor kwaliteit met herstel 6 Keuze uit onderdelen na codering, markering, identificatie 2-4 5-9 10 ALERTHEID - OMGEVINGSFACTOREN 0 0 0 Hoog geluidsniveau 2 Hulp door licht- en geluidscodering 1 1 2 Onaangepaste verlichting 2 Geen hulp, maar eenvoudige differentiatie 2 3 4 Te warm, te koud of tocht 2 Geen hulp en moeilijk differentiatie 3 4 5 Projecties (lasdampen, laslicht, ) 2 Registratie van referenties op PC of listing 2 Gebruik van snijdende voorwerpen of chemische 3 producten VOORZIENINGEN - CONDITIES Risico op knellen, slagen, stoten of vallen 3 Noodzaak tot grote aandacht o.w.v. kwaliteitsrisico s 3 Totaal van de negatieve s 5 WERKPOST HOOFDHANDELINGEN Cyclusduur of frequentie/h Totaal van de negatieve s < 6 6-9 Duur 3min Freq.< 21/h 1 2 2 3 3 4 5 Duur: 0,9-3min Freq. 20-67/h 1 2 3 3 4 4 5 Duur: 0,2-0,9min Freq. 67-300/h 2 3 3 4 4 5 5 Duur: < 0,2min Freq. > 300/h 2 3 4 4 5 5 5 10-13 14-18 19-23 24-28 29 Aantal factoren met negatieve 3 0 1-2 3-5 6 Belastingsniveau 2 3 4 5 Hoofdhandelingen Score 24
25