Wat is recht? Het geheel van rechtsregels gericht op het voorkomen, beheersen en oplossen van conflicten; geven van een rechtsverhouding tussen partijen. Deze regels zijn vastgesteld en afdwingbaar. Indelingen in het recht: Nationaal Internationaal Publiek, regels over organisatie, overheid en regels over de verhouding tussen de overheid en burgers (altijd dwingend recht) Privaat, regelt geschillen tussen burgers onderling Dwingend, niet afwijken Aanvullend, wel afwijken, partijen moeten deze regels naleven, tenzij ze zelf een regeling hebben getroffen Materieel, alle rechten en plichten van de burgers Formeel, procedure en regels Koopovereenkomst = altijd privaatrecht Strafrecht: Art. 1 W.v.Strafrecht; geen straf zonder voorafgaande wetsbepaling NE BIS IN IDEM; iemand mag niet 2x voor hetzelfde strafbare feit vervolgd worden Hoe komt de verdachte van een strafbaar feit uiteindelijk voor de rechter? Opsporingsfase informatie verzamelen (politie) Vervolgingsfase officier van justitie, werkzaam bij het O.M. legt het voor bij de strafrechter Art. 167 strafvordering; opportuniteitsbeginsel er kan besloten worden om niet te vervolgen i.v.m. ontbreken van bewijs. Art 12. strafvordering; hier kun je bezwaar maken als jouw zaak niet wordt vervolgd. Rechterlijke macht in burgerlijke zaken: Rechtbank Hoge raad Gerechtshof Rechtbank Sector Kanton
1. Absolute competentie vorderingen art 93 W.v.Rv. t/m 5000 uit arbeidsovk, huurovk en huurkoopovk., ongeacht het bedrag Rechtbank Sector Kanton boven 5000 rechtbank 2. Relatieve competentie rechter vd woonplaats van de gedaagde art. 99 W.v.Rv. uitzondering art 101 W.v.Rv. (consumentenzaken) Eiser is consument Rechter van woonplaats eiser is mede bevoegd Een werknemer heeft 6000 loon tegoed van zijn werkgever. Welke rechter is absoluut en relatief bevoegd? Absoluut: Rechtbank Sector Kanton, want het gaat om een arbeidsovk (art 93 W.v.Rv) Relatief: Waar? Hoofdregel: woonplaats gedaagde dus Enschede (art 99 W.v.Rv) Amsterdam ----------------------------------------------------------------- Groningen Koper Auto 8000 Verkoper/eiser Enschede (koopprijs wordt niet betaald) Absoluut: Rechtbank, want boven 5000 Relatief: Amsterdam en/of Groningen Rechtsmiddelen: 1. Verzet Als gedaagde niet verschijnt verstekvonnis Bij dezelfde rechter < 14 dagen 2. Hoger beroep < 3 maanden één stap hoger In volle omvang: feiten + recht Slechts 1 keer per zaak > 1750 3. Beroep in cassatie < 3 maanden Alleen recht
Beginselen van behoorlijk procesrecht: 1. Openbaarheid De zitting is openbaar = hoofdregel 2. Rechter is lijdelijk Rechter gaat ervan uit van wat de partijen aandagen 3. Horen van beide partijen Partij A moet B een uitnodiging sturen (dagvaarding) 4. Verplichte procesvertegenwoordiging Strafrecht advocaat niet persé Privaatrecht advocaat MOET o Uitzonderingen: gedaagde en rechtbank sector kanton 5. Procedure is niet gratis Griffier rechter betalen, kosten advocaat en de dagvaarding Kort geding voor spoedeisend belang en is informeel Privaatrechterlijke procedure voorlopige voorziening en wordt gedaan door 1 rechter Onrechtmatige daad: art 6:162 BW 1. Onrechtmatigheid art 6:162 lid 2 Inbreuk op een recht Strijd met de wet Strijd met een ongeschreven norm Soms kan de onrechtmatigheid worden opgeheven als er sprake is van een rechtvaardigingsgrond. 2. Toerekening art 6:162 lid 3 Schuld De wet Verkeersopvattingen 3. Schade art 6:95 en verder Materieel en immaterieel 4. Causaal verband art 6.98 Is het redelijk om de schade aan de dader toe te rekenen? 5. Relativiteit art. 6.163 Bij een o.d. wordt altijd een norm geschonden; wet, recht of ongeschreven norm. Jij als benadeelde moet aantonen dat deze geschonden norm ook jouw belangen beschermde.
Kwalitatieve aansprakelijkheid: Aansprakelijkheid van en voor kinderen; Kinderen t/m 13 jaar o Zelf nooit aansprakelijk art. 6:164 o Ouders risicoaansprakelijk art. 6:169 lid 1, noemt als voorwaarde doen Kinderen van 14 en 15 jaar o Zelf eventuele aansprakelijkheid art 6:162 o Ouders zijn aansprakelijk, tenzij ze zich kunnen disculperen art. 6:169 lid 2 Kinderen van 16 jaar en ouder o Zelf eventueel aansprakelijk art 6:162 o Ouders niet (kwalitatief) aansprakelijk Aansprakelijkheid voor ondergeschikten: Art. 6:170 De werkgever is risicoaansprakelijk voorwaarden: Art. 6.170 lid 1 1. Fout van de ondergeschikte 2. Kans op de fout vergroot door de werkopdracht 3. Zeggenschap (2 + 3 = functioneel verband) Art. 6:170 lid 2 1. Fout van de ondergeschikte 2. Ter vervulling van de opgedragen taak art 6:170 lid 3 regres! Aansprakelijkheid voor niet-ondergeschikten: Art. 6:171 1. Fout van de niet-ondergeschikte 2. Ter vervulling van het bedrijf van de opdrachtgever (= functioneel verband) Aansprakelijkheid voor vertegenwoordigers: Art 6:172 1. Fout van de vertegenwoordiger 2. Ter uitoefening van de vertegenwoordigingsbevoegdheid (= functioneel verband)
Art. 6:173 : gebrekkige zaken Art. 6:174 : opstallen Art. 6:179 : dieren Hoofdregel bij deze 3 de bezitter is risicoaansprakelijk Uitzonderingen: Art. 6:181, wordt de zaak/dier/opstal bedrijfsmatig gebruikt, dan is de gebruiker aansprakelijk en niet de bezitter Art. 6:183, als de bezitter jonger is dan 14 jaar dan zijn zijn ouders in zijn plaats aansprakelijk. Art. 6:179 is alleen van toepassing als het dier uit eigen beweging handelt. Als het dier wordt opgehitst, geleid of bereden dan geldt art. 6:162 Goederen: Art. 3.1 BW Bestaan uit zaken art. 3.2 en vermogensrechten Zaken kun je onderverdelen in: Roerend Art. 3.3 lid 2 Onroerend Art. 3.3 lid 1 Huis onroerend Woonboot roerend Stuk grond onroerend Boom onroerend Tent roerend Ring roerend Bij zaken geldt het eenheidsbeginsel art. 5.3 De eigenaar van de zaak is ook eigenaar van de bestanddelen van die zaak, m.a.w. In het recht volgen de bestanddelen het lot van de hoofdzaak. Dit noemt men natrekking het verschijnsel dat een bepaalde zaak een geheel gaat vormen met een andere zaak. Je steelt een motorblok en plaatst het in je eigen auto. Dief wordt eigenaar is een consequentie van het eenheidsbeginsel Uitzonderingen op natrekking: Art. 5:101 Art 3:201 recht van opstal recht van vruchtgebruik
Wanneer is er sprake van een bestanddeel? Art. 3.4 Op grond van verkeersopvattingen (is de zaak zonder bestanddeel incompleet) Als er bij verwijdering beschadiging optreed Stuur op fiets Cv installatie in huis Zonneschermen aan huis Huissleutel Opgemetselde schoorsteen Directiekeet op bouwterrein bestanddeel bestanddeel hoofdzaak bestanddeel bestanddeel hoofdzaak Vermogensrechten: Bestaan uit: Absolute rechten, kan je tegen iedereen handhaven Relatieve rechten, kan je handhaven tegen een bepaalde partij A leent B 1000 Eigendom is het meest omvattende absoluut recht dat men op een zaak kan hebben. Eigenaar hoeft niet gelijk te zijn aan bezitter: 1. Bezitter kan bezitsdaden verrichten 2. Hij pretendeert eigenaar te zijn Houder: 1. Heeft de zaak onder zich d.m.v. een rechtsverhouding (ovk.) met iemand anders 2. Hij pretendeert niet eigenaar te zijn Huurder van een huis houder Verhuurder van een huis eigenaar/bezitter Lener van een boek houder Degene wiens fiets gestolen is eigenaar De dief van de fiets bezitter De huurkoper van een machine houder De huurverkoper van een machine eigenaar/bezitter
Eigendomsoverdracht: art. 3.84 lid 1 1. Geldige titel (ovk of erfenis) 2. Levering + leveringshandeling Onroerend goed: art. 3.89 akte notaris + inschrijving Vorderingen: art. 3.94 akte van cessie + mededeling aan debiteur Roerend goed: art. 3.90 o Feitelijke overgave o Traditio Brevi Manu (houder wordt bezitter) o Traditio Longo Manu (houder van A wordt nu houder van B) o CP, iets wordt verkocht aan iemand maar de boot blijft bij de verkoper. (A was eigenaar/bezitter en wordt nu verkoop houder) 3. Beschikkingsbevoegdheid, alleen de eigenaar mag bezitsdaden verrichten Uitzondering op punt 3 is: art 3.86 bescherming tegen beschikkingsonbevoegdheid 1. Roerende zaak 2. Om baat (tegen betaling) 3. Te goeder trouw 4. Geen CP 5. Geen diefstal Is er wel sprake van diefstal, dan kan de bestolene 3 jaar lang de gestolen zaak opeisen. Tenzij het gaat om gestolen geld of effecten. Of de zaak door de koper is gekocht in een winkel. Werkgever Albers geeft Berends tv s mee om naar klanten te brengen. Berends verkoopt onderweg een tv aan Christiaans. Christiaans neemt de tv mee en belooft over 2 weken te betalen. Wie is eigenaar?? Eigendomsoverdracht, art. 3.84 lid 1 1. Geldige titel ja, koopovk. 2. Levering ja 3. Beschikkingsbevoegd nee Dus, art 3.86 1. Roerende zaak ja, een tv 2. Om baat ja, er gaat betaald worden 3. Te goeder trouw ja 4. Geen CP ja, is een feitelijke overgave 5. Geen diefstal ja Conclusie Christiaans wordt eigenaar
Berends verkoopt de tv aan Dirks voor een spotprijsje. Dirks neemt de tv direct mee. Wie is eigenaar? Eigendomsoverdracht, art. 3.84 lid 1 1. Geldige titel ja, koopovk. 2. Levering ja, feitelijke overgave 3. Beschikkingsbevoegd nee Dus, art 3.86 1. Roerende zaak ja, een tv 2. Om baat ja, er gaat betaald worden 3. Te goeder trouw nee, is voor een spotprijsje gekocht 4. Geen CP ja, is een feitelijke overgave 5. Geen diefstal ja Conclusie Albers is eigenaar Verbintenis: Is een vermogensrechtelijke rechtsbetrekking tussen 2 of meer personen die rechtens afdwingbaar is (= rechtsvordering) Natuurlijke verbintenis is niet afdwingbaar bijv. een weddenschap Nakomen van een verbintenis: Door wie? Schuldeiser Een derde, m.u.v. een arbeidsovk.
Overgang van vorderingen en schulden op een ander: 1. Cessie art. 3:94 Vindt plaats door een overdracht van een vordering op naam (cederen). Voor deze overdacht is een geldige titel vereist (art. 3:84) De titel kan zijn koop of schenking. Gebeurt via een akte + mededeling Wouter 10.000 geleend I Jansen II Lening 10.000 * akte + mededeling Bank Wouter geeft Jansen een mededeling en zegt dat Jansen het geld aan de bank terug betaald. 2. Subrogatie art. 6:150 Een nieuwe schuldeiser in de plaats stellen van de bestaande o.g.v. de door de nieuwe schuldeiser gedane betaling aan de oude schuldeiser. Dit kan op grond van de wet of een overeenkomst Komt tot stand door betaling. De betaling leidt tot overgang van de vordering. A. geen huis Bank geen bezit 80.000 80.000 betalen aan de bank C. rijke man borg A. kan niet betalen aan de bank dus betaald C. Maar dan nog moet A aan C betalen. C treedt dus op i.p.v. de bank.
3. Schuldoverneming art. 6:155 Een derde neemt de schuld van de schuldenaar over Er vindt een wijziging plaats van de persoon van de schuldenaar Mag alleen als de schuldeiser hiervoor toestemming geeft A. Debiteur X. Crediteur Y wordt de nieuwe debiteur als X toestemming geeft Komt in een café Y tegen: Y heeft schuld 600.000 50.000 + 650.000 4. Te niet gaan van verbintenissen Verjaring art. 3:306 en verder De verkoper mag de koper in geval van een consumentenkoop na 2 jaar niet meer in rechte aanspreken tot betaling van de koopprijs. Zijn rechtsvordering is verjaard. Maar niet de schuld van de koper, de schuld blijft bestaan! De koper mag na 2 jaren betalen maar hoeft dat niet. Betaald hij echter toch vrijwillig, dus zonder daartoe aangesproken te zijn door de verkoper, dan kan hij de betaalde koopsom niet terugvorderen door te beweren dat hij geen schuld had, dus onverschuldigd heeft betaald. Stuiting van de verjaring art. 3:316 en verder Door de stuiting wordt de verjaring afgebroken. Als de stuiting is afgelopen begint een nieuwe verjaringstermijn. De termijn voor de stuiting telt niet mee. De oorzaken van stuiting zijn: o Het instellen van een rechtsvordering door de schuldeiser o Een schriftelijke aanmaning door de schuldeiser o De erkenning van het recht van de schuldeiser door de schuldenaar