3 eginbalans Verlies- en winstrekening en eindbalans Financiële feiten Proef- en saldibalans Journaal Grootboek In dit hoofdstuk behandelen we de grootboekrekeningen. Je leert in dit hoofdstuk hoe je grootboekrekeningen moet openen en hoe je de mutaties dient te verwerken op de grootboekrekeningen. Verder worden in dit hoofdstuk de hulprekeningen van het eigen vermogen behandeld. ij deze hulprekeningen maak je tevens kennis met een aantal nieuwe boekingsregels. We breiden het stappenplan verder uit met enkele nieuwe kolommen. Met behulp van de boekingsregels gaan we het stappenplan invullen. In de cirkel zijn de vlakken grootboek en financiële feiten geaccentueerd. De financiële feiten gaan we verwerken in het grootboek.
3.1 Grootboekrekeningen openen In hoofdstuk 2 hebben we geleerd hoe een balans moet worden opgesteld. Daarnaast hebben we ook gezien dat elke transactie door de onderneming gevolgen heeft voor de bezittingen en schulden. Met andere woorden: door de transacties veranderen elke keer de gegevens op de balans. In hoofdstuk 2 heb je omwille van de oefening steeds na elke transactie een nieuwe balans gemaakt. In de praktijk gebeurt dit uiteraard niet! Om toch een duidelijk overzicht per bezitting en schuld te behouden en niet steeds een nieuwe balans te hoeven maken, is men in de praktijk gaan werken met grootboekrekeningen. In het verleden gebeurde dit op losse kaarten in een boek dat grootboek wordt genoemd. is dus een verzameling van alle grootboekrekeningen. Iedere grootboekrekening wordt geopend vanaf de balans. Dit doen we aan de hand van de openingsregels. Openingsregels Regel A Een rekening van bezit wordt bij opening van het grootboek gedebiteerd voor het bedrag waarvoor die rekening debet op de balans staat. Regel Een rekening van schuld wordt bij opening van het grootboek gecrediteerd voor het bedrag waarvoor die rekening credit op de balans staat. Regel C De rekening wordt bij opening van de grootboekrekening gecrediteerd voor het bedrag waarvoor het eigen vermogen credit op de balans staat. Opmerkingen 1. Debiteren = het noteren van geldbedragen of aantallen aan de debetzijde. 2. Crediteren = het noteren van geldbedragen of aantallen aan de creditzijde. 3. Muteren = het aanbrengen van veranderingen in bezittingen, schulden of eigen vermogen. 4. Voor iedere bezitting en voor iedere schuld wordt meestal één grootboekrekening geopend. Op deze rekening worden dan alle financiële feiten die betrekking hebben op deze rekening, geboekt. Grootboekrekeningen worden aan dezelfde zijde en met hetzelfde bedrag geopend waarmee ze op de balans staan. Hoofdstuk 3
In de praktijk hebben alle grootboekrekeningen naast een naam ook een nummer. In hoofdstuk 5 worden de grootboekrekeningnummers besproken; deze nummers worden ook wel codes genoemd. In de bijlage tref je de grootboekrekeningen aan die je moet gebruiken bij de opgaven. Voorbeeld Debet alans van P. Pronk per 1 januari 2009 Credit Winkelpand 170.000, 131.000, Inventaris 48.000, Hypotheek o/g 115.000, Voorraad goederen 27.000, Crediteuren 21.000, Debiteuren 13.000, Rabobank 8.000, ING ank 5.000, Kas 12.000, 275.000, 275.000, Deze balans bevat aan de debetzijde zes posten en aan de creditzijde vier posten. De boekhouding gaan we nu openen door voor elk van deze tien balansposten een grootboekrekening aan te leggen. Mutaties die zich in de loop der tijd voordoen kunnen dan op deze kaarten worden aangetekend. Als we de grootboekrekeningen van de heer Pronk openen aan de hand van de openingsregels, ziet het grootboek er als volgt uit: Winkelpand Datum Stuknr. Omschr. edrag Datum Stuknr. Omschr. edrag 1/1 van alans 170.000, Inventaris Datum Stuknr. Omschr. edrag Datum Stuknr. Omschr. edrag 1/1 van alans 48.000,
Voorraad goederen Datum Stuknr. Omschr. edrag Datum Stuknr. Omschr. edrag 1/1 van alans 27.000, Debiteuren Datum Stuknr. Omschr. edrag Datum Stuknr. Omschr. edrag 1/1 van alans 13.000, ING ank Datum Stuknr. Omschr. edrag Datum Stuknr. Omschr. edrag 1/1 van alans 5.000, Kas Datum Stuknr. Omschr. edrag Datum Stuknr. Omschr. edrag 1/1 van alans 12.000, Datum Stuknr. Omschr. edrag Datum Stuknr. Omschr. edrag 1/1 van alans 131.000, Hypotheek o/g Datum Stuknr. Omschr. edrag Datum Stuknr. Omschr. edrag 1/1 van alans 115.000, Crediteuren Datum Stuknr. Omschr. edrag Datum Stuknr. Omschr. edrag 1/1 van alans 21.000, Hoofdstuk 3
Rabobank Datum Stuknr. Omschr. edrag Datum Stuknr. Omschr. edrag 1/1 van alans 8.000, Opmerkingen 1. Het totaal van de debetzijden van de grootboekrekeningen moet gelijk zijn aan het balanstotaal. 2. Het totaal van de creditzijden van de grootboekrekeningen moet gelijk zijn aan het balanstotaal. De liniatuur die bij bovenstaande grootboekrekeningen is gekozen, wordt de scontrovorm genoemd. Een andere liniatuur, die vandaag de dag meer wordt gehanteerd, is de gewijzigde scontrovorm. ij deze vorm wordt de rekening niet verdeeld in een debet- en creditzijde maar worden de bedragen van de debet- en creditzijde rechts naast elkaar geplaatst. Het aantal kolommen wordt daardoor verminderd; de kolommen Datum, Stuknr. en Omschrijving komen maar één keer voor. In dit boek maken we de grootboekrekeningen steeds in de gewijzigde scontrovorm op. van de heer Pronk ziet er dan als volgt uit: Winkelpand 1/1 van alans 170.000, Inventaris 1/1 van alans 48.000, Voorraad goederen 1/1 van alans 27.000, Debiteuren 1/1 van alans 13.000,
ING ank 1/1 van alans 5.000, Kas 1/1 van alans 12.000, 1/1 van alans 131.000, Hypotheek o/g 1/1 van alans 115.000, Crediteuren 1/1 van alans 21.000, Rabobank 1/1 van alans 8.000, 3.2 Veranderingen in de grootboekrekeningen In de praktijk worden veranderingen (mutaties) geboekt op de betreffende grootboekrekeningen van bezit en schuld of op de rekening Eigen vermogen. Dit boeken gebeurt volgens bepaalde regels: de boekingsregels. Voor het correct boeken van veranderingen is het daarom absoluut noodzakelijk dat je de boekingsregels goed kent! Hoofdstuk 3
oekingsregels Regel 1 Een rekening van bezit wordt gedebiteerd voor het ontstaan en als het bezit toeneemt. Regel 2 Een rekening van bezit wordt gecrediteerd als het bezit afneemt. Regel 3 Een rekening van schuld wordt gecrediteerd voor het ontstaan en als de schuld toeneemt. Regel 4 Een rekening van schuld wordt gedebiteerd als de schuld afneemt. Regel 5 De rekening wordt gedebiteerd als het eigen vermogen afneemt. Regel 6 De rekening wordt gecrediteerd als het eigen vermogen toeneemt. Ook bij het toepassen van deze boekingsregels maken we gebruik van een stappenplan. Stappenplan Stap 3 Welke grootboekrekening ondergaat een verandering? epaal of de grootboekrekening een rekening van bezit, schuld of eigen vermogen is. Geef aan of de rekening toe- of afneemt. epaal of de rekening wordt gedebiteerd of gecrediteerd en voor welk bedrag. Rekening ezit/schuld/ Stap 3 Toename/Afname (/) Debet Credit Als we de laatste stap hebben doorlopen, moeten we ten slotte de betreffende grootboekrekeningen nog debiteren en/of crediteren. We spreken daarbij af dat de rekening(en) die wordt/worden gedebiteerd het eerst wordt/worden vermeld en de rekening(en) die wordt/ worden gecrediteerd als laatste wordt/worden genoteerd. Voorbeeld We gaan nu zeven transacties in de grootboekrekeningen van de heer Pronk aan de orde stellen. We maken daarbij gebruik van bovenvermeld stappenplan en passen de boekingsregels toe. We gebruiken de volgende afkortingen: K: Kas I: ING ank IF: Inkoopfactuur VF: Verkoopfactuur
(I2) Debiteur A. van Piggelen heeft zijn rekening ad 3.100, per ING ank aan de heer Pronk voldaan op 10 januari 2009. Rekening ezit/schuld/ Stap 3 Toename/Afname (/) Debet Credit ING Debiteuren 3.100, 3.100, (K4) De heer Pronk heeft op 10 januari 2009 de vordering van crediteur Idee Huis ad 5.000, per kas voldaan. Rekening ezit/schuld/ Stap 3 Toename/Afname (/) Debet Credit Crediteuren Kas S 5.000, 5.000, (I4) De heer Pronk lost op 12 januari 2009 per ING ank 3.100, af van zijn hypothecaire lening. Rekening ezit/schuld/ Stap 3 Toename/Afname (/) Debet Credit Hypoth. lening o/g ING S 3.100, 3.100, (IF2) Op 15 januari 2009 worden op rekening goederen gekocht bij de firma Hansen voor 3.000,. Rekening ezit/schuld/ Stap 3 Toename/Afname (/) Debet Credit Voorraad goederen Crediteuren S 3.000, 3.000, Hoofdstuk 3
(K6) Op 16 januari 2009 verkoopt de heer Pronk contant goederen voor 6.000, aan de firma eneke. De goederen waren ingekocht voor 4.000,. Rekening ezit/schuld/ Stap 3 Toename/Afname (/) Debet Credit Kas Voorraad goederen EV 6.000, 4.000, 2.000, (I7) Op 19 januari 2009 betaalt de heer Pronk voor drukwerk 110, per ING ank. Rekening ezit/schuld/ Stap 3 Toename () Afname () Debet Credit ING EV 110, 110, (VF2) Op 20 januari 2009 verkoopt de heer Pronk op rekening goederen voor 4.000,. Inkoopprijs 3.000,. Rekening ezit/schuld/ Stap 3 Toename/Afname (/) Debet Credit Debiteuren Voorraad goederen EV 4.000, 3.000, 1.000, Je kunt nu de opgaven 1 t/m 5 van paragraaf 3.1 en 3.2 maken. 3.3 Hulprekeningen van het eigen vermogen In het vorige hoofdstuk hebben we de balans besproken. Het eigen vermogen zorgt er steeds voor dat de balans in evenwicht is.
Telkens wanneer er winst gemaakt wordt, heeft de ondernemer geld verdiend waardoor zijn eigen vermogen is toegenomen. Uitgaven, bijvoorbeeld de reparatie van de zakenauto, kosten de ondernemer geld. Hierdoor zal zijn eigen vermogen afnemen. Ook als een ondernemer geld aan de zaak onttrekt dat hij gebruikt voor privédoeleinden, neemt het eigen vermogen af. We spreken in dit geval van privéopnamen. Echter, wanneer hij geld uit zijn privévermogen in de zaak stort neemt het eigen vermogen toe. Dit noemen we privéstortingen. De grootboekrekening Privé bespreken we uitgebreid in paragraaf 4.2. Als de ondernemer alle veranderingen direct op de rekening verwerkt, ziet hij aan het einde van een periode alleen hoe groot de verandering van het eigen vermogen is. Waaruit deze veranderingen bestaan, kan hij echter niet zien. We willen dit illustreren aan de hand van een voorbeeld. Voorbeeld Ondernemer K. Laars heeft op 1 december 2008 een eigen vermogen van 20.000,. Op 31 december 2008 is zijn eigen vermogen toegenomen met 5.000,. De heer Laars had verwacht, gezien de grote omzet in de maand december, dat zijn eigen vermogen een grotere stijging had ondergaan. Hij gaat onderzoeken hoe deze stijging van het eigen vermogen is ontstaan. De netto-omzet bedroeg 200.000,. De inkoopwaarde van de omzet was 100.000,. De kosten bedroegen 90.000,. De privéopnamen bedroegen 5.000,. op 1-12-2008 20.000, Opbrengst verkopen 200.000, Inkoopwaarde van de omzet 100.000, rutowinst verkopen 100.000, Kosten 90.000, -/- Nettowinst december 10.000, / Privéopnamen 5.000, -/- op 31-12-2008 25.000, Hoofdstuk 3
Uit bovenstaand voorbeeld blijkt echter niet waaruit de kosten, groot 90.000,, bestaan. Voor elke ondernemer is het echter zeer belangrijk te weten hoeveel omzet hij heeft behaald in een bepaalde periode en welke kosten daarmee gepaard gingen. Daarom zal hij de veranderingen niet rechtstreeks op de rekening boeken maar op de hulprekeningen van het eigen vermogen. Als de heer Laars aparte grootboekrekeningen zou gebruiken voor alle kosten, opbrengsten, privéopnamen en -stortingen, zou hij op eenvoudige wijze de bovengenoemde cijfers kunnen achterhalen. De heer Laars besluit dan ook aparte grootboekrekeningen aan te leggen. De rekening gaf over december het volgende beeld: 1 dec Van balans 20.000, 5 dec Inkopen 100.000, 9 dec Huurkosten 85.000, 27 dec Huisvestingskosten 4.000, 29 dec Autokosten 1.000, 30 dec Privéopname 5.000, 31 dec Opbrengst verkopen 200.000, 31 dec Naar balans 25.000, 220.000, 220.000, Voor alle kosten en opbrengsten kan de heer Laars aparte kosten- en opbrengstenrekeningen aanleggen. Welke grootboekrekeningen de heer Laars aanlegt bepaalt hij zelf. Het ligt voor de hand dat hij die grootboekrekeningen aanlegt die vaak een verandering ondergaan. In dit boek maken we dan ook gebruik van een aantal grootboekrekeningen. We komen hierop terug in hoofdstuk 4. We hebben in paragraaf 3.2 kennisgemaakt met zes boekingsregels. Deze boekingsregels hadden betrekking op de rekeningen van bezit en schuld en op de rekening. Voor de boekingsregels 5 en 6 komen nu twee nieuwe boekingsregels in de plaats. Deze twee boekingsregels luiden als volgt:
Regel 5 Regel 6 Een hulprekening van het eigen vermogen wordt gecrediteerd als het eigen vermogen toeneemt. Een hulprekening van het eigen vermogen wordt gedebiteerd als het eigen vermogen afneemt. Dus in plaats van de rekening wordt nu de betreffende hulprekening van het eigen vermogen gedebiteerd of gecrediteerd. Als de heer Laars de veranderingen van de rekening in de maand december op aparte grootboekrekeningen had geboekt, had dit het volgende beeld gegeven: Datum Omschrijving Debet Credit 1/12 Van balans 20.000, Kostprijs verkopen Datum Omschrijving Debet Credit 5/12 Factuur 101 100.000, Huurkosten Datum Omschrijving Debet Credit 9/12 4e kwartaal 85.000, Huisvestingskosten Datum Omschrijving Debet Credit 27/12 Schilder 4.000, Autokosten Datum Omschrijving Debet Credit 29/12 eurt 15.000 km 16 FR ZX 1.000, Privé Datum Omschrijving Debet Credit 30/12 Opname mevr. Laars 5.000, Hoofdstuk 3
Opbrengst verkopen Datum Omschrijving Debet Credit 31/12 December 200.000, We zien dat de rekening alleen maar wordt geopend met het bedrag van de beginbalans. Alle andere wijzigingen met betrekking tot het eigen vermogen worden geboekt op de hulprekeningen van het eigen vermogen. We komen nog eens terug op het eerdere voorbeeld waarbij de bruto- en nettowinst over de maand december wordt bepaald voor de heer Laars. In hoofdstuk 2 werd de brutowinst geboekt op de rekening (verkoopprijs -/- inkoopprijs). Een ondernemer wil echter in zijn boekhouding ook een duidelijk beeld van de inkoopprijs. We noemen dit ook wel de inkoopwaarde van de verkopen. Voortaan zullen we deze rekening echter niet Inkoopwaarde van de verkopen noemen maar Kostprijs verkopen, omdat deze rekening het totaal aan kosten weergeeft die men maakt bij een inkoop. De brutowinst is dus het verschil tussen de rekeningen Opbrengst verkopen (omzet) en Kostprijs verkopen (inkoopwaarde van de verkopen). Schematisch geeft dit het volgende beeld: Kostprijs verkopen Datum Omschrijving Debet Credit 31/12 December 100.000, Opbrengst verkopen Datum Omschrijving Debet Credit 31/12 December 200.000, De heer Laars kan nu in één oogopslag zien hoeveel zijn brutowinst op verkopen is. Indien we de brutowinst verminderen met alle kosten resulteert de nettowinst. Voor de heer Laars geeft dit het volgende beeld:
Opbrengst verkopen 200.000, Kostprijs verkopen 100.000, rutowinst 100.000, Kosten 90.000, Nettowinst 10.000, We zullen de winkelverkopen voor de maand december nog eens doorlopen via ons stappenplan. Stappenplan Welke grootboekrekening ondergaat een verandering? epaal of de grootboekrekening een rekening van of hulprekening van het eigen vermogen ( )is. Stap 3 Geef aan of de rekening toe- of afneemt. epaal of de rekening wordt gedebiteerd of gecrediteerd en voor welk bedrag. Voorbeeld De heer Laars heeft dus per 31 december contant goederen verkocht voor 200.000,. De inkoopwaarde bedroeg 100.000,. Stappenplan Welke grootboekrekening ondergaat een verandering? De rekening verandert, doordat we contant goederen verkopen. De rekening hulprekening van het eigen vermogen) verandert, doordat er een verkoop plaatsvindt. De rekening verandert, doordat we goederen verkopen. De rekening gebruiken we als hulprekening van het eigen vermogen om de brutowinst te kunnen bepalen. epaal of de grootboekrekening een rekening van, of hulprekening van het eigen vermogen ( )is. Stap 3 Geef aan of de rekening toe- of afneemt. epaal of de rekening wordt gedebiteerd of gecrediteerd en voor welk bedrag. Hoofdstuk 3
Rekening ezit/schuld/ Hulprekening eigen vermogen Stap 3 Toename/Afname (/) Debet Credit Kas Opbrengst verkopen HEV 200.000, 200.000, Rekening ezit/schuld/ Hulprekening eigen vermogen Stap 3 Toename/Afname (/) Debet Credit Kostprijs verkopen Voorraad goederen HEV 100.000, 100.000, In plaats van de rekening gebruiken we nu twee nieuwe hulprekeningen van het eigen vermogen, te weten Opbrengst verkopen en Kostprijs verkopen. Indien de heer Laars de goederen op rekening had verkocht, dienden we in plaats van de rekening Kas de rekening Debiteuren te hanteren. We willen de nieuwe boekingsregels nog eens aan de orde stellen aan de hand van een voorbeeld. Gemakshalve zetten we alle boekingsregels opnieuw op een rijtje: Openingsregels Regel A Een rekening van bezit wordt bij opening van het grootboek gedebiteerd voor het bedrag waarvoor die rekening debet op de balans staat. Regel Een rekening van schuld wordt bij opening van het grootboek gecrediteerd voor het bedrag waarvoor die rekening credit op de balans staat. Regel C De rekening wordt bij opening van de grootboekrekening gecrediteerd voor het bedrag waarvoor het eigen vermogen credit op de balans staat. oekingsregels Regel 1 Een rekening van bezit wordt gedebiteerd als het bezit toeneemt. Regel 2 Een rekening van bezit wordt gecrediteerd als het bezit afneemt.
Regel 3 Regel 4 Regel 5 Regel 6 Een rekening van schuld wordt gecrediteerd als de schuld toeneemt. Een rekening van schuld wordt gedebiteerd als de schuld afneemt. Een hulprekening van het eigen vermogen wordt gecrediteerd als het eigen vermogen toeneemt. Een hulprekening van het eigen vermogen wordt gedebiteerd als het eigen vermogen afneemt. Voorbeeld Mevrouw P. van den osch is eigenaresse van een drogisterij. Haar balans geeft op 1 september 2009 het volgende beeld: Debet alans drogisterij P. van den osch per 1-9-2009 Credit edrijfspand 258.500, 99.500, Inventaris 12.000, 6% Hypotheek o/g 183.000, Voorraad goederen 12.000, Crediteuren 17.000, Debiteuren 4.000, SNS ank 5.000, Rabobank 2.000, Kas 6.000, 299.500, 299.500, In de maand september doen zich de volgende mutaties voor: 03-09 etaald per kas voor postzegels 41,50 (K1). 05-09 etaald per kas de jaarlijkse contributie voor het reclamebord van de plaatselijke atletiekvereniging 250, (K2). 09-09 Opgenomen uit de kas voor huishoudgeld 200, (K3). 15-09 Op rekening goederen verkocht aan de firma Graus voor 500,. De goederen hadden een inkoopwaarde van 300, (VF1). 17-09 Per Rabobank de nota betaald voor schilderwerk 1.100, (1). 19-09 Per kas goederen verkocht aan de firma Nelissen voor 600,. De inkoopwaarde van deze goederen bedroeg 350, (K4). ovenstaande transacties zouden ook in de vorm van boekingsdocumenten kunnen worden aangeboden. a. Open het grootboek. b. Geef via het stappenplan aan welke rekeningen worden gedebiteerd en welke worden gecrediteerd. c. Verwerk vervolgens via de uitwerkingen van het stappenplan de mutaties in het grootboek. Hoofdstuk 3
Uitwerkingen b Stap 3 Datum Rekening ezit/schuld/ Hulprekening eigen vermogen Toename/ Afname (/) Debet Credit 03-09 Portokosten Kas HEV 41,50 41,50 Stap 3 Datum Rekening ezit/schuld/ Hulprekening eigen vermogen Toename/ Afname (/) Debet Credit 05-09 Reclamekosten Kas HEV 250, 250, Stap 3 Datum Rekening ezit/schuld/ Hulprekening eigen vermogen Toename/ Afname (/) Debet Credit 09-09 Privé Kas HEV 200, 200, Stap 3 Datum Rekening ezit/schuld/ Hulprekening eigen vermogen Toename/ Afname (/) Debet Credit 15-09 Debiteuren Opbrengst verkopen Kostprijs verkopen Voorraad goederen HEV HEV 500, 300, 500, 300, Stap 3 Datum Rekening ezit/schuld/ Hulprekening eigen vermogen Toename/ Afname (/) Debet Credit 17-09 Huisvestingskosten Rabobank HEV 1.100, 1.100,
Stap 3 Datum Rekening ezit/schuld/ Hulprekening eigen vermogen Toename/ Afname (/) Debet Credit 19-09 Kas Opbrengst verkopen Kostprijs verkopen Voorraad goederen HEV HEV 600, 350, 600, 350, Uitwerkingen a en c edrijfspand 01-09 Van balans 258.500, Inventaris 01-09 Van balans 12.000, Voorraad goederen 01-09 Van balans 12.000, 15-09 VF1 Graus 300, 19-09 K4 Nelissen 350, Debiteuren 01-09 Van balans 4.000, 15-09 VF1 Graus 500, SNS ank 01-09 Van balans 5.000, Rabobank 01-09 Van balans 2.000, 17-09 1 Schilder 1.100, Hoofdstuk 3
Kas 01-09 Van balans 6.000, 03-09 K1 Portokosten 41,50 05-09 K2 Reclamekosten 250, 09-09 K3 Privé 200, 19-09 K4 Nelissen 600, 01-09 Van balans 99.500, 6% Hypotheek o/g 01-09 Van balans 183.000, Crediteuren 01-09 Van balans 17.000, Portokosten 03-09 K1 Postzegels 41,50 Reclamekosten 05-09 K2 Contributie atletiekvereniging 250, Privé 09-09 K3 Huishoudgeld 200, Opbrengst verkopen 15-09 VF1 Graus 500, 19-09 K4 Nelissen 600,
Kostprijs verkopen 15-09 VF1 Graus op rekening 300, 19-09 K4 Nelissen contant 350, Huisvestingskosten 17-09 1 Schilder 1.100, Maak eerst de kennisvragen van hoofdstuk 3 en vervolgens de opgaven 1 t/m 10 van paragraaf 3.3. 3.4 Samenvatting hoofdstuk 3 is een verzameling van alle grootboekrekeningen. Iedere grootboekrekening wordt geopend vanaf de balans. Dit doen we aan de hand van de openingsregels. Deze staan achter in het boek en op de losse inlegkaart. Debiteren: het noteren van geldbedragen of aantallen aan de debetzijde. Crediteren: het noteren van geldbedragen of aantallen aan de creditzijde. Muteren: het aanbrengen van veranderingen in bezittingen, schulden of eigen vermogen. Het boeken van veranderingen in de grootboekrekeningen van bezit en schuld en de rekening gebeurt volgens boekingsregels. Deze staan achter in het boek en op de losse inlegkaart. Hoofdstuk 3