PANIC DISORDER SEVERITY SCALE (PDSS)



Vergelijkbare documenten
Ik vermijd het Ik vermijd het Ik vermijd het Ik vermijd het Ik vermijd het nooit zelden soms meestal altijd

ANGST. Dr. Miriam Lommen. Zit het in een klein hoekje? Assistant professor Klinische Psychologie en Experimentele Psychopathologie

ZELFINVULLIJST DEPRESSIEVE SYMPTOMEN (INVENTORY OF DEPRESSIVE SYMPTOMATOLOGY: IDS-SR) 1 (In te vullen door patiënt)

Diagnostiek volgens het Diagnostic and Statistical Manual of Mental Disorders

Symptom Questionnaire SQ-48. V. Kovács! M. de Wit! M. Lucas! LUMC Psychiatrie

Angststoornissen. Deze folder is voor doven en slechthorenden die meer willen weten over angst

STAPPENPLAN ANGST IN DE EERSTE LIJN

Y-BOCS. Alvorens te beginnen met het stellen van de vragen, geef eerst een definitie van dwanggedachten en dwanghandelingen.

Hij heeft 7(angst, depressie, sociale fobie, agorafobie, somatische klachten, vijandigheid, cognitieve klachten)+2 (vitaliteit en werk) subschalen

Online Psychologische Hulp Angst & Paniek

Paniekstoornis. Angststoornissen

Inhoud. Inleiding 7. 4 Wat kun je er zelf aan doen? Leren omgaan met paniekklachten Registratie van paniekklachten 45

Deze vragenlijst is ontwikkeld om de ernst en de aard van de symptomen van

AUDITORY VOCAL HALLUCINATION RATING SCALE (AVHRS) 1,2,3 (Jenner en Van de Willige, 2002)

Cure + Care Solutions

Wat kan ik wél doen bij angst of dwang in mijn gezin?

SOCIALE FOBIE PATIËNTENINFORMATIE

Hoe ontstaat hyperventilatie?

Wilt u dit pakketje met vragenlijsten t.b.v. de hoestpoli invullen?

Vier Dimensionale Klachtenlijst (4DKL)

BEOORDELINGSSCHAAL DEPRESSIEVE SYMPTOMEN 1 (INVENTORY OF DEPRESSIVE SYMPTOMATOLOGY: IDS-C) (in te vullen door behandelaar/onderzoeker)

Formulier paniekaanval

Rijangst en angststoornissen

4DKL KLACHTENLIJST. Intake klacht :... :... Diagnose :... Medicatie :... Opmerkingen :... Versie: Uitgave 2004: Stichting Flow, Alkmaar

1. Ik merk vaak dat ik probeer iets te bereiken wat op de een of andere manier op een mislukking uitloopt

Voorlichting Angst en Dwangstoornissen

Angststoornissen. P unt P. kan u helpen. volwassenen

PARELPRIJS VOOR PETER MEULENBEEK

Meten van Addicties voor Triage en Evaluatie Versie: MATE-Uitkomsten-Q-nl 2.1. d d m m j j

Netwerk Ouderenzorg Regio Noord

Ruimte voor adressticker. Datum ontvangst (invullen door SIvsG) Voorletters + Naam (+ meisjesnaam) Straat en huisnummer. Postcode en woonplaats

Informatie voor patiënten

WAAR KAN IK HULP VINDEN? Informatie over geestelijke gezondheidsproblemen

in gesprek over: Paniekstoornis en fobieën

Vragenlijst voor patiënt en mantelzorger

Kwaliteit van leven vragenlijst

Indeling lezing. Stoornissen Randomised Controlled Trial (RCT) Implementatie minimale interventie

General information of the questionnaire

Dit gevoel van onrust in een publieke ruimte wordt ook wel Agorafobie genoemd.

Onbegrepen lichamelijke klachten

Datum: VRAGENLIJSTEN (1) Naam: Geboortedatum:

PSYRATS AUDITORY HALLUCINATION RATING SCALE (AHRS)

TSCYC Ouderversie. Vragenlijst over traumasymptomen bij jonge kinderen. Jeroen de Groot. ID Datum Informant:

Een depressie. P unt P. kan u helpen. volwassenen

PANIEKSTOORNIS EN AGORAFOBIE

Stemmingsstoornissen bij de ziekte van Parkinson

SIPP persoonlijkheidsvragenlijst

Centrum Bijzondere Tandheelkunde Midden-Brabant

Stoornissen Randomised Controlled Trial (RCT) Implementatie Begeleide zelfhulp inhoudelijk Conclusie

Appendix. Deel 1: Vertaalde PSYCHLOPS deel 1 en deel 2 (zie hoofdstuk 5) Deel 2: Vertaalde PHQ (zie hoofdstuk 2)

Instructies voor het invullen van de SWAL-QoL (NL)-vragenlijst

TSCYC. Vragenlijst over traumasymptomen bij jonge kinderen. HTS Report. Julia de Vries ID Datum Ouderversie

Hyperventilatie. Neem altijd uw verzekeringsgegevens en identiteitsbewijs mee!

Pijncentrum AZ Klina. Dr. M. Dingens Dr. B. Ickx Dr. K. Lauwers Dr. L. Van Gestel

Angststoornissen. Als angst en paniek uw leven beheersen

Overall Anxiety Severity and Impairment Scale-Nederlandse Versie (OASIS-NL)

Codeboek 48 Symptomen Vragenlijst (48 Symptom Questionnaire, SQ-48)

patiënteninformatie Hyperventilatie Spoedgevallendienst G e z o n d h e i d s Z o r g m e t e e n Z i e l

PROMs vragenlijst Heup

Schriftelijke Vragenlijst II. Nederlandse Studie naar Depressie en Angst. Basis meting

Registratieformulier medicatie bij ADHD

Kwaliteit van Leven vragenlijst

Leven in angst. PuntP kan u helpen. groep: volwassenen

Pijnkliniek AZ Klina. Dr. M. Dingens Dr. B. Ickx Dr. K. Lauwers

Gespannen of angstig? Zelf aan de slag!

Vragenlijst Depressie

Achtergrond en Afname. Voor nadere informatie omtrent de NPI-Q kunt u contact opnemen met:

Factoren in de relatie tussen angstige depressie en het risico voor hart- en vaatziekten

Inleiding Ademhaling Hyperventilatie Oorzaak van hyperventilatie Klachten bij hyperventilatie Wat kunt u zelf doen...

Hyperventilatie. Afdeling Psychiatrie

PDS B e l a n g e n v e r e n

Subject ID : Visit : Date : ST. GEORGE S RESPIRATORY QUESTIONNAIRE DUTCH FOR NETHERLANDS

Angststoornissen. Een folder voor patiënten van GCM GCM. GezondheidsCentra Maarssenbroek Samen vooraan in zorg

Testuitslag SCL-90-R

General information of the questionnaire

Depressie tijdens de zwangerschap uit de taboesfeer

in gesprek over: Paniekstoornis en agorafobie

Vragenlijst Hoofdpijnpolikliniek TweeSteden ziekenhuis

Toepasbaarheid en effectiviteit van behandeling voor angststoornissen in de eerste lijn. Christine van Boeijen

Werkgerichte interventies bij psychische klachten

Baseline patiënten enquête. PACYFIC studie - Baseline patiënten enquête -

Als je dip een depressie wordt. Dokter op dinsdag 11 december 2012 L.Breuning, psychiater

De Patiënt Specifiek Klachten (PSK)

Hoe blijf ik (psychisch) gezond?! Simone Traa Klinisch psycholoog psychotherapeut Medische Psychologie, Máxima Medisch Centrum

VRAGENLIJST. Zorgvrager, vervolgmeting

Herkennen van en omgaan met. Angst en Depressie. Na vanmiddag. bij ouderen met een verstandelijke beperking

Wie doet wat? 8 maart 2016 Danielle Cath, Psychiater Altrecht Christine Weenink, Kaderhuisarts GGZ

Metacognitieve therapie voor Gegeneraliseerde Angst Stoornis. Colin van der Heiden. Workshop VGCt Najaarsconferentie 7 november 2012

AVHRS-Q Zelfinvul vragenlijst over stemmenhoren

Een depressie. PuntP kan u helpen. groep: volwassenen

Orthopedisch Centrum. Geachte heer/ mevrouw,

A M E R S F O O R T & O M S T R E K E N

Hoe gezond is mijn relatie?

Vul de enquête in. Bij deze enquête is het belangrijk dat elke vraag wordt ingevuld.

Gedwongen opname met een IBS of RM *

ICOAP in Dutch, knee. Een Beoordeling van Wisselende en Voortdurende Artrose Pijn, ICOAP: KNIE Versie

Vragenlijst bij rugpijn

Depressie en angst bij de ziekte van Parkinson Rianne van Gool Verpleegkundig specialist

Dé 14 fundamentele stappen naar geluk

Transcriptie:

PANIC DISORDER SEVERITY SCALE (PDSS) 1 1992, Department of Psychiatry University of Pittsburgh School of Medicine All Rights Reserved Ontwikkeld en getest door M. Katherine Shear M.D.; Timothy Brown Psy.D.; Diane Sholomskas Ph.D.; David Barlow Ph.D.; Jack Gorman M.D.; Scott Woods M.D.; Marylene Cloitre Ph.D. Nederlandse vertaling door dr. E. de Beurs, Afdeling Psychiatrie, Leids Universitair Medisch Centrum Beoordelaar: Datum: Naam patiënt: Geboortedatum: Nummer: Periode waarop de beoordeling betrekking heeft (omcirkel): een week een maand anders: Inleiding De PDSS is een kort klinisch interview waarmee de belangrijkste kenmerken van de paniekstoornis beoordeeld kunnen worden. Het omvat items met betrekking tot paniekaanvallen en beperkte angstaanvallen (gelimiteerde symptoom aanvallen), angst vanwege paniek- en angstaanvallen, anticipatieangst, agorafobische angst en vermijding, vermijding van op panieksymptomen lijkende lichamelijke gewaarwordingen en beperkingen in werk en sociale contacten vanwege de klachten. De schaal kan in 10 tot 15 minuten worden afgenomen. Voorlopige resultaten wijzen uit dat de Engelse versie van de schaal goede psychometrische eigenschappen bezit. De schaal is bedoeld voor gebruik door psychiaters, psychologen of andere beroepsgroepen in de GGZ die ervaring hebben met patiënten met paniekstoornis. De schaal is ontwikkeld om de ernst te beoordelen bij patiënten waarbij een diagnose paniekstoornis is gesteld. Algemene instructies voor beoordelaars Het doel van de schaal is te komen tot een maat voor de ernst van de DSM-IV symptomen van paniekstoornis met of zonder agorafobie. In het algemeen worden de beoordelingen gedaan voor de afgelopen maand, om zo een valide (stabiele) inschatting te verkrijgen van de paniekfrequentie en ernst van de paniek. De gebruiker mag ook een ander lengte voor de periode kiezen, maar de periode moet hetzelfde zijn voor alle 7 items. Elk items wordt beoordeeld volgens een 5-puntsschaal, waarbij: 0 = geen: geen enkele of nooit, 1 = gering: af en toe symptomen, geringe last, 2 = gemiddeld: geregeld symptomen, enige verstoring van het functioneren, maar nog te hanteren; 3 = ernstig: veelvuldige symptomen, aanzienlijke verstoring van het functioneren; 4 = extreem: overweldigende en nagenoeg voortdurend symptomen, zeer invaliderend. 1 Voorheen de Cornell-Yale Panic Anxiety Scale (CY-PAS) en de Multicenter Panic-Anxiety Scale (MC-PAS) Shear, M.K. et al., 1992; Nederlandse vertaling: de Beurs, E., 2002 Blz 1 van 6

Er is voorzien in een script, dat kan dienen als een voorbeeld van hoe de schaal afgenomen kan worden. Absolute volgzaamheid van het script is niet vereist, de beoordelaar kan zijn eigen formulering kiezen. Zinsneden kunnen naar believen gebruikt worden om zonodig verheldering te bieden. Als een algemene waarschuwing geldt dat het niet de bedoeling is aan de patiënt een beoordeling van gering, gemiddeld of ernstig te ontlokken. Het is juist de bedoeling dat de interviewer informatie verwerft met betrekking tot het item en dan zelf een schaalpunt kiest. Toch kan het soms wel verhelderend zijn de schaallabels te gebruiken om de grens tussen twee niveaus duidelijk te omschrijven. Zo kan de interviewer bijvoorbeeld aan de patiënt vragen of een bepaald symptoom gemiddeld, met een duidelijke negatieve invloed, maar nog wel te hanteren last veroorzaakt, dan wel aanzienlijk, een behoorlijke aanpassing in het dagelijks leven vergend. Bij het beoordelen van de items 6 en 7 dient de beoordelaar te letten op inconsistenties met eerdere antwoorden. Het komt wel voor dat de patiënt bij item 1 tot 5 beschrijft dat de symptomen een zware belasting betekenen en het functioneren aanzienlijk belemmert, maar bij de laatste items aangeven dat de klachten maar een geringe invloed hebben op het functioneren in het werk of op sociale contacten. De interviewer dient dergelijke inconsistenties aan te duiden en de patiënt nader te ondervragen. Er zijn vormen van angst waar veel paniek patiënten last van hebben, die niet aan bod komen in dit instrument. Anticipatieangst voor situaties vanwege iets anders dan paniek (bijvoorbeeld vanwege sociale angst of een enkelvoudige fobieën) wordt niet beschouwd als paniekgerelateerde anticipatieangst. Ook gegeneraliseerde angst wordt niet gemeten met dit instrument. De zorgen van een patiënt met gegeneraliseerde angststoornis zijn vooral gericht op nare gebeurtenissen die in de toekomst zouden kunnen optreden. Dergelijke zorgen hebben meestal betrekking op problemen met de gezondheid (van patiënt zelf of intimi), financiële problemen, werkeloosheid of andere calamiteiten die tot het dagelijks leven kunnen behoren. Shear, M.K. et al., 1992; Nederlandse vertaling: de Beurs, E., 2002 Blz 2 van 6

1. Paniekfrequentie, met daarbij de frequentie van beperkte angstaanvallen (gelimiteerde symptoom aanvallen) Opmerking: Start dit onderwerp met een korte uitleg over de definitie van een paniekaanval. Een paniekaanval start met een gevoel van onrust of angst dat plotseling opkomt en snel in intensiteit toeneemt. Een aanval bereikt doorgaans zijn piek binnen de 10 minuten. Het gevoel gaat gepaard met onaangename lichamelijke gewaarwordingen zoals hartkloppingen, benauwdheid, een brok in de keel, duizeligheid, zweten en trillen. Vaak zijn er ook nare catastrofale gedachten, zoals de angst om de controle over zichzelf te verliezen, de angst een hartaanval te krijgen of dood te gaan. We spreken van een volledige paniekaanval bij ten minste 4 van deze symptomen, een beperkte angstaanval lijkt sterk op een volledige paniekaanval, maar er zijn minder dan vier symptomen. Uitgaande van deze definities van een paniekaanval en een beperkte angstaanval...: Vraag: Hoeveel volledige paniekaanvallen heeft u in de afgelopen maand gehad? Ik bedoel het soort aanvallen met tenminste 4 symptomen? Hoeveel beperkte angst aanvallen, met minder dan 4 symptomen? Had u gemiddeld meer dan 1 beperkte angstaanval per dag? (Bereken een weekfrequentie door het totaal aantal gerapporteerde aanvallen te delen door het aantal weken in het tijdsinterval dat gebruikt wordt). 0 = Geen: geen paniek- of beperkte angstaanvallen 1 = Gering: minder dan 1 paniekaanval per week en niet meer dan 1 beperkte angstaanval per dag 2 = Gemiddeld: 1 of 2 paniekaanvallen per week en/of meerdere beperkte angstaanvallen per dag 3 = Ernstig: meer dan 2 paniekaanvallen per week, maar niet meer dan gemiddeld 1 per dag 4 = Extreem: paniekaanvallen traden meer dan eens per dag op, vaker wel dan niet 2. Angst tijdens de paniekaanval of beperkte angstaanvallen Vraag: Als u de afgelopen maand paniekaanvallen heeft gehad, hoe ernstig (of beangstigend, of onaangenaam) waren die aanvallen? Ik vraag u dus nu hoeveel angst u had tijdens de aanval zelf. (Dit item is bedoeld om de gemiddelde ernst van de paniekaanvallen die zijn ervaren tijdens de meetperiode vast te stellen. Beperkte angstaanvallen tellen alleen mee als ze meer angst veroorzaakten dan de paniekaanvallen. Wees er zeker van het antwoord van de patiënt betrekking heeft op de angst tijdens de aanval en niet betrekking heeft op anticipatieangst voor paniek.) Suggesties voor aanvullende vragen: Hoe angstig was u tijdens de aanvallen? Was u in staat om door te gaan met waar u me bezig was toen de aanval optrad? Kon u zich nog concentreren? Was u in staat om in de situatie te blijven waar u was of moest u de situatie verlaten? 0 = Geen: geen paniek- of beperkte angstaanvallen of geen angst tijdens de aanvallen 1 = Gering: niet zo hevige angst, in staat door te gaan met bezigheden 2 = Gemiddeld: angstig, maar nog wel te hanteren, in staat om bezigheden vol te houden met enige moeite 3 = Ernstig: hevige angst en verstoring van bezigheden, verlies van concentratie, wel in staat in de situatie te blijven 4 = Extreem ernstig: extreme angst, gedwongen te stoppen met alle bezigheden, de situatie verlaten indien dat mogelijk was, totaal onvermogen tot concentratie Shear, M.K. et al., 1992; Nederlandse vertaling: de Beurs, E., 2002 Blz 3 van 6

3. Ernst van de anticipatieangst (zorgen over of angst voor de paniek) Vraag: Hoeveel zorgen maakte u zich de afgelopen maand over wanneer u weer een paniekaanval zou krijgen of hoe angstig was u hiervoor? Maakte u zich zorgen over uw lichamelijke of geestelijke gezondheid vanwege de paniekaanvallen? Ik heb het nu over de momenten waarop u niet feitelijk een aanval had? (Anticipatie angst kan betrekking hebben de aanvallen zelf ( Ik ben zo bang dat ik weer een aanval krijg, maar ook op de betekenis die de aanvallen kunnen hebben voor de patiënt Ik ben zo bang dat ik gek word, ik ben zo bang dat ik in de aanval blijf...). Denk bij deze vraag aan beide aspecten.) Suggesties voor aanvullende vragen: Hoe intens was uw angst? Hoe vaak maakte u zich zorgen of hoe vaak was u angstig? Was de angst zo hevig dat het u hinderde bij dagelijkse bezigheden. Indien ja, hoe ernstig was de verstoring? 0 = Helemaal geen zorgen over paniek 1 = Gering: er was af en toe angst of zorgen over paniek 2 = Gemiddeld: vaak bezorgd, angstig maar ook perioden zonder angst. Er is sprake van een merkbare verandering in manier van leven, maar de angst is nog hanteerbaar en het algeheel functioneren is intact 3 = Ernstig: preoccupatie met angst of zorgen over paniek, aanzienlijke verstoring van concentratie en/of functioneren 4 = Extreem: bijna voortdurende en zeer invaliderende angst, niet meer in staat om bepaalde taken uit te voeren vanwege de zorgen of angst voor de paniek 4. Agorafobische angst of vermijding Vraag: Waren er de afgelopen maand plaatsen of situaties waar u angstig was of die u vermeed, omdat u bang was dat u geen hulp zou kunnen krijgen of er niet weg zou kunnen als u er een paniekaanval zou krijgen? Zijn er andere situaties die u heeft vermeden vanwege de angst voor paniek? Suggesties voor aanvullende vragen: Situaties als het openbaar vervoer, een auto besturen, tunnels of bruggen, bioscopen, winkels, mensenmenigten? Ergens anders? Was u bang om alleen thuis te zijn of ergens anders alleen te zijn. Hoe vaak was u bang in deze situaties? Hoe sterk was de angst? Vermeed u zulke plaatsen of situaties? Maakte het verschil of er iemand bij u was waar u vertrouwen in stelt? Waren er dingen die u uitsluitend kon doen als iemand u vergezelde? In hoeverre had de angst invloed op uw doen en laten? Moest u uw manier van leven aanpassen vanwege uw angst? 0 = Geen: geen angst of vermijding 1 = Gering: af en toe angst of vermijding, maar doorgaans kon pt. de situatie aan, er was geen of nauwelijks effect op het dagelijks doen en laten 2 = Gemiddeld: duidelijke angst of vermijding, maar nog wel te hanteren, er was wel enig effect op het dagelijks doen en laten, maar geen echte beperkingen in het algemeen functioneren 3 = Ernstig: aanzienlijke vermijding, er is een behoorlijke aanpassing in het dagelijks leven noodzakelijk vanwege de fobie, waardoor het moeilijk is om alledaagse bezigheden uit te voeren 4 = Extreem: voortdurende angst en vermijding, aanzienlijke aanpassing in mijn dagelijks leven is noodzakelijk vanwege de vermijding, zozeer dat belangrijke taken niet uitgevoerd kunnen worden Shear, M.K. et al., 1992; Nederlandse vertaling: de Beurs, E., 2002 Blz 4 van 6

5. Angst en vermijding van aan paniek gerelateerde gewaarwordingen Vraag: Soms ervaren patiënten met paniekstoornis lichamelijke gewaarwordingen die lijken op de symptomen van een paniekaanval en die maken dat ze slecht op hun gemak of angstig worden. Waren er in de afgelopen maand activiteiten die u vermeed, omdat u vreesde dat ze onaangename lichamelijke gewaarwordingen zouden oproepen? Suggesties voor aanvullende vragen: Activiteiten waardoor je hart sneller gaat kloppen, zoals sportbeoefening? Of kijken naar een spannende film of een spannende sportwedstrijd? Seksuele activiteit? Was u bang of vermeed u een hete douche of bad? Gevoelens van duizeligheid of buiten adem zijn? Vermeed u bepaald voedsel of koffie vanwege lichamelijke gewaarwordingen? Zijn er andere activiteiten die u om die reden vermeed? Moest u uw manier van leven aanpassen vanwege de angst? 0 = Geen: geen angst of vermijding van situaties of activiteiten die aanleiding kunnen geven tot lichamelijke verschijnselen 1 = Gering: af en toe angst of vermijding, maar doorgaans gaat pt. de situatie aan die aanleiding kunnen geven tot lichamelijke verschijnselen. Er is niet of nauwelijks effect op het doen en laten 2 = Gemiddeld: merkbare angst of vermijding, maar nog wel te hanteren, er is wel enig effect op het doen en laten, maar pt. is niet echt beperkt in mijn algemeen functioneren 3 = Ernstig: aanzienlijke vermijding, er is een behoorlijke aanpassing in mijn dagelijks leven noodzakelijk vanwege de vermijding, die het moeilijk maakt om gewone bezigheden uit te voeren 4 = Extreem: voortdurende angst en vermijding, aanzienlijke aanpassing in het dagelijks leven is noodzakelijk vanwege de vermijding, zozeer dat belangrijke taken niet uitgevoerd kunnen worden 6. Beperkingen in de beroepsuitoefening vanwege de paniekstoornis Opmerking: deze vraag heeft betrekking op werk. Indien de pt. geen beroep uitoefent, vraag dan naar school of de uitvoering van taken in het huishouden Vraag: In hoeverre hadden in de afgelopen maand de klachten (paniek en angstaanvallen, zorgen over aanvallen, angst over of vermijding van situaties of activiteiten vanwege paniek) een negatieve invloed op de uitoefening van uw beroep (of schoolwerk of de uitvoering van huishoudelijke taken)? Suggesties voor aanvullende vragen: Hadden de klachten een negatieve invloed op de kwaliteit van uw werk. Was u in staat taken even snel als anders af te maken. Waren er dingen die u niet of niet zo goed kon doen vanwege uw angstklachten. Raffelde u dingen af, of vroeg u meer dan gebruikelijk om hulp om dingen af te krijgen. Konden collega s zien dat u minder goed functioneerde. Waren er klachten over uw functioneren? Klachten van collega s of klachten van huisgenoten over uw (huishoudelijk) werkzaamheden? 0 = Geen negatieve invloed of verstoring vanwege de paniek klachten 1 = Geringe negatieve invloed op het functioneren, werken valt zwaarder, maar de werkprestatie is nog op niveau 2 = Gemiddelde negatieve invloed op het functioneren, de klachten hebben frequent en duidelijk invloed op het werk. In de ogen van andere is de werkprestatie nog wel toereikend 3 = Belangrijke negatieve invloed op het functioneren, duidelijk waarneembaar voor anderen. Pt. heeft werkdagen gemist of was op sommige dagen niet in staat enig werk te verzetten 4 = Extreem, invaliderende klachten. Pt is niet in staat om naar het werk (of school) te gaan of om huishoudelijke taken uit te voeren Shear, M.K. et al., 1992; Nederlandse vertaling: de Beurs, E., 2002 Blz 5 van 6

7. Beperkingen in sociale contacten vanwege de paniekstoornis Vraag: In hoeverre hadden in de afgelopen maand de klachten (paniek en beperkte angstaanvallen, zorgen over aanvallen, angst over situaties of activiteiten vanwege paniek) invloed op uw sociale contacten? Suggesties voor aanvullende vragen: Heeft u minder tijd doorgebracht met familieleden dan gebruikelijk. Minder tijd met kennissen/vrienden. Heeft u uitnodigingen afgeslagen vanwege de paniekstoornis? Waren er beperkingen met betrekking tot de ontmoetingsplaats of de duur van een vriendschappelijke ontmoeting vanwege de paniek? Hadden de klachten een negatieve invloed op de band met familieleden of vrienden 0 = Geen negatieve invloed 1 = Geringe negatieve invloed, de kwaliteit van de sociale contacten is enigszins verminderd, maar nog steeds op een adequaat niveau 2 = Duidelijke negatieve invloed op de sociale contacten, maar nog wel te hanteren. De frequentie van sociale activiteit is afgenomen en er zijn aanwijsbare problemen in de omgang met anderen 3 = Ernstig, belangrijke negatieve invloed op de sociale contacten; Pt is nog wel in staat zichzelf te zetten tot sociale interacties, maar beleeft er in de meeste gevallen weinig plezier aan 4 = Extreem, invaliderende klachten, Pt. gaat zelden de deur uit en gaat zelden met anderen om. Vriendschappen zijn mogelijk beëindigd ten gevolge van de paniekstoornis TOTAAL SCORE (som van de items 1-7) Shear, M.K. et al., 1992; Nederlandse vertaling: de Beurs, E., 2002 Blz 6 van 6