Handleiding GeomeetV3
Inhoud Inhoud... 2 1 Inleiding... 3 1.1 Compatibele apparaten... 3 2 Quick guide... 4 2.1 Voorbereiding... 4 2.2 Project aanmaken... 5 2.3 Punten meten... 7 2.4 Punten toevoegen... 8 2.5 Punten uitzetten... 8 2.6 Data bekijken... 10 2.6.1 Puntenlijst... 10 2.6.2 Kaart... 10 2.7 Data exporteren... 12 3 Instellingen... 13 3.1 Algemeen... 13 3.1.1 Essentiele instellingen... 14 3.1.2 Optionele instellingen... 14 3.2 Coördinatensysteem... 15 3.3 Internetverbinding... 15 3.3.1 Windows Mobile veldboek... 15 3.3.2 Windows 10 tablet... 17 3.4 GNSS-ontvanger en correctiesignaal... 18 3.4.1 Bluetooth koppeling... 18 3.4.2 NMEA ontvanger... 19 3.4.3 GIS ontvanger... 22 3.4.4 M8... 23 3.4.2 Externe sensor... 24 4 Meetformulier... 26 5 Foutopsporing... 28
1 Inleiding GeomeetV3 is door Geometius ontwikkeld om snel en nauwkeurig positiedata te verzamelen en terug te zoeken. De software is geschikt voor het uitvoeren van dagelijkse meetwerkzaamheden zoals het inmeten en uitzetten van objecten en het lokaliseren van kabels en leidingen. Met GeomeetV3 bent u in staat zelfstandig metingen uit te voeren. De software kenmerkt zich door de gebruiksvriendelijke interface. De Nederlandstalige bediening maakt het werken met GeomeetV3 nog makkelijker. Door het gebruik van de correctiesignalen, zoals het VRSNow netwerk bent u verzekerd van nauwkeurige positiegegevens voor uw metingen. In deze handleiding staan screenshots van GeomeetV3 zoals het wordt weergegeven op een Geo7X. Op andere apparaten ziet het scherm er vergelijkbaar uit. Als er op een Windows 10 tablet wordt gewerkt, zullen sommige knoppen op een andere plaats worden weergegeven, maar de functionaliteit van GeomeetV3 blijft hetzelfde. 1.1 Compatibele apparaten GeomeetV3 kan worden geïnstalleerd op de volgende veldboeken: Geo7X, Juno5, Panasonic FZ-G1, Panasonic FZ-M1 en T10. De volgende GNSS (externe) ontvangers kunnen worden gebruikt met GeomeetV3: NMEA-ontvangers (bv. non-trimble), GIS-ontvangers (bv. R2 (decimeter) en de interne ontvanger van een Geo7x) en M8.
2 Quick guide 2.1 Voorbereiding Als GeomeetV3 wordt geopend, wordt het onderstaande scherm weergegeven. In dit voorbeeld is er nog geen project aangemaakt en is de ontvanger nog niet juist ingesteld en wordt er nog geen positiedata weergegeven. Voordat er kan begonnen met meten moeten een aantal zaken al vooraf ingesteld zijn; - Algemene instellingen: Hier moeten o.a. antennehoogte en -type en GNSS Datum worden ingesteld. Voor een uitgebreide uitleg over deze instelling zie sectie Instellingen, Algemeen. - Coördinatensysteem: Selecteer het juiste coördinatensysteem, zie sectie Instellingen, Coördinatensysteem. - Antenne configuratie: De Bluetoothkoppeling en correctiesignalen moeten vooraf zijn ingesteld, zie sectie Instellingen, GNSS-ontvanger koppelen. - Internetverbinding: Indien er gebruik wordt gemaakt van een correctie over internet moet de internetverbinding actief zijn, zie sectie Instellingen, Internetverbinding. Als al deze instellingen goed staan kan het meetproject worden gestart door verbinding te maken met de ontvanger via Instellingen> Verbinden. Als de verbinding is voltooid verschijnt de positie en de gegevens van het correctiesignaal in beeld.
2.2 Project aanmaken In het Projecten menu worden alle GeomeetV3 projecten op het veldboek weergegeven. Een project kan geselecteerd worden door deze aan te klikken en vervolgens op OK te klikken. Een nieuw project kan worden gecreëerd door op Functies> Nieuw te klikken. Het bovenstaande scherm opent zich. Hier kan de project naam worden ingevuld. Door op OK te klikken wordt er een nieuw project aangemaakt. Het aanmaken van een project kan worden
geannuleerd door op Afbreken te klikken. Bij de volgende stap is de mogelijkheid om een CSV of KML in te laden. Deze bestanden moeten wel eerst in de map My Documents/GeomeetV3/ImportData gekopieerd worden op het veldboek. Dit kan ook nog later via Functies> Bijwerken. Vink het bestand aan dat geïmporteerd moeten worden en klik op OK. Het project is nu aangemaakt.
2.3 Punten meten Een positie kan worden vastgelegd door in het hoofdmenu op Meten te klikken. Er verschijnt een scherm in beeld met de vast gelegde waarden. Afhankelijk van het gebruikte meetformulier, kan het scherm er als onderstaande afbeelding uit zien. Onder het tabblad Meetwaarden worden de X, Y en Z-waarden van het gemeten punt weergegeven en kan het puntnummer kan onder Punt Nr. worden aangepast. Dit kan ook een naam zijn. GeomeetV3 telt het laatste karakter van het puntnummer automatisch door. Bij cijfers telt GeoemeetV3 er één bij op (dus, 1 naar 2) en bij letters gaat hij naar de volgende letter in het alfabet (dus, a naar b). Dit tabblad kan worden uitgebreid met Latitude, Longitude, Hoogte, Oplossing, Precisie, Tijd en Datum. Hierboven staat een voorbeeld van hoe het Attributen tabblad eruit kan zien. Hier kunnen de attributen ingevuld worden. Door op OK te klikken wordt het punt en bijbehorende gegevens opgeslagen. Door op Afbreken te klikken wordt het punt niet opgeslagen. Als de meting is voltooid wordt het startscherm weer weergegeven. Het Meetwaarden en Attributen tabblad kan naar wens worden aangepast, door een aangepast meetformulier te maken. Hoe een aangepast meetformulier aangemaakt kan worden, wordt uitgelegd in de sectie Meetformulier aanpassen.
2.4 Punten toevoegen Een puntenlijst kan op twee manieren worden toegevoegd aan een bestand. Door middel van een CSV-bestand (zie uitleg hierboven) en door punten toe te voegen via de puntenlijst. Klik op Status> Puntenlijst. Het volgende scherm opent zich als er nog geen punten zijn toegevoegd of gemeten. Klik op Functies> Toevoegen. Deze functie is alleen mogelijk als bovenin het scherm Gemeten geselecteerd is. Er opent zich dan een meetforumlier waarin de punten handmatig ingevoerd kunnen worden. Vul een naam in voor het punt bij Punt Nr. en de X, Y, Z-coördinaten bij X, Y, Z. Klik op Afbreken om het toevoegen van het punt te annuleren en op OK om het punt toe te voegen aan de punten lijst. Door het te selecteren in de puntenlijst kunnen de waardes nog worden aangepast via Functies> Bijwerken of het punt kan worden uitgezet via Functies> Uitzetten. Klik op OK om de puntenlijst te sluiten. 2.5 Punten uitzetten Punten kunnen worden uitgezet via het Uitzetten menu. Bij Afstand wordt de horizontale afstand tot het punt weergegeven in meters. Bij Bestand kan het bestand geselecteerd worden, waarin de uit te zetten punten staan. Als deze in een gekoppeld CSV-bestand staan zal kunt deze hier geselecteerd worden. Als de punten via de puntenlijst zijn toegevoegd staan de punten onder Gemeten. Bij Punt kan het punt geselecteerd worden dat moet worden uitgezet. Onderin de grijze balk staat de Snelheid, Precisie en verticale afstand, dz. Afhankelijk van de afstand toe het punt zal het uitzetkompas er anders uitzien. Links staat de kompasweergave. Deze wordt weergegeven als de afstand tot het punt groter is dan de zoom radius voor de detail weergave (rechts). Standaard staat deze op 10 m. Deze is aan te passen in de Algemene instellingen in het hoofdmenu van GeomeetV3. In de kompasweergave geeft de groene cirkel de richting aan waar het punt zich bevindt. Dit is de richting waar u naartoe moet lopen. In de detailweergave geeft de groene punt positie van de ontvanger weer en de zwarte cirkel de locatie van het uit te zetten punt. Dit is een plattegrond weergave van uw huidige positie en het uit te zetten punt. Om naar het punt te navigeren kunnen drie opties geselecteerd worden: - Laatste koers (standaard), de looprichting om bij het punt te komen wordt bepaald t.o.v. de laatste koers die is aangehouden. - Noord, de looprichting om bij het punt te komen wordt bepaald t.o.v. het noorden. - Zon, de looprichting om bij het punt te komen wordt bepaald t.o.v. de stand van de zon op dat moment.
Als in de detailweergaven de groene punt en de zwarte cirkel over elkaar liggen, is de locatie van het punt bereikt. Door op Meten te klikken, wordt het punt vastgelegd in het meetformulier. Als het meetformulier is gevuld, verschijnt het uitzetmenu weer en kan er op Volgende geklikt worden om het volgende punt in de lijst te selecteren. Door op OK te klikken wordt het uitzetmenu afgesloten.
2.6 Data bekijken 2.6.1 Puntenlijst Door in het hoofdmenu op Status> Puntenlijst te klikken wordt, de puntenlijst geopend. Hier staat een overzicht met de waarden van de uitgezette punten, zoals opgeslagen in het meetformulier of in een CSV-bestand. Het bestand kan boven uit het drop-down menu worden geselecteerd. Een punt wordt geselecteerd door het aan te klikken. De breedte van de kolom kan worden aangepast door de scheiding van de kolommen te verslepen. Via Functies kunnen nieuwe punten worden toegevoegd (Toevoegen) en geselecteerde punten kunnen worden bijgewerkt (Bijwerken), uitgezet (Uitzetten) of verwijderd (Verwijderen). Door op OK te klikken wordt de puntenlijst gesloten. 2.6.2 Kaart In GeomeetV3 is het mogelijk om uw punten in de kaart te bekijken. Uw huidige gps-locatie wordt weer gegeven met de rode kruisdraad. Er kan op deze positie worden gecentreerd door Functies> Centreer op pos aan te klikken. Voordat gemeten punten of geïmporteerde punten op de kaart worden weergegeven moeten via Lagen worden aangezet. De gemeten punten worden met zwarte rondjes weergegeven en de geïmporteerde punten met blauwe vierkantjes. KML-bestanden kunnen ook via Lagen worden aangezet. Afhankelijk van de kleur die is ingesteld in het exportprogramma (bv. Google Earth, Trimble Business Centre of QGIS). Een punt kan worden geselecteerd door het aan te klikken. Een punt wordt dan vergroot weergegeven met een label.
Er kan op eenzelfde manier een punt in een KML-bestand worden geselecteerd. Door op een plek in de kaart te klikken, zal GeomeetV3 een punt in het KML-bestand selecteren, dat hij dichts bij het aanklikte punt ligt. Dit wordt weer gegeven met een rood vierkantje. Puntnaam labels kunnen worden in- en uitgeschakeld via Menu> Toon info.
Een geselecteerd punt kan worden gemeten of uitgezet door respectievelijk op Functies> Meten of Menu> Uitzetten te klikken. Bovenin de kaart kunnen via het drop-down menu verschillende achtergrondkaarten worden geselecteerd, zoals Google Maps, Bing Maps of OpenStreetMap. Door op OK te klikken, wordt het kaartmenu gesloten. 2.7 Data exporteren De vastgelegde data van de gemeten punten wordt weggeschreven in een CSV-bestand. Deze is te vinden in de map My Documents> GeomeetV3> [Naam van het GeomeetV3 project]. Hierin staat het CSV-bestand en een map met de geïmporteerd CSV en KML-bestanden. Het CSV-bestand heeft dezelfde naam als het GeomeetV3 project. Dit bestand kan vervolgens vanuit de bestandlocatie worden gekopieerd en verplaatst naar bv. een USB-stick.
3 Instellingen 3.1 Algemeen In de algemene instellingen worden algemene instellingen als type GNSS-ontvanger, GNSS-datum, Antennehoogte e.d. Op een Windows tablet zullen al deze instelling in één scherm worden weergegeven zonder tabbladen zoals in de afbeeldingen hieronder.
3.1.1 Essentiele instellingen GNSS Apparaat selecteren Het juiste GNSS-apparaat moet geselecteerd worden. Hier is de keuze uit: - NMEA: Dit zijn ontvangers die een NMEA-boodschap uitzenden: bijvoorbeeld een R2. Let op: In het geval dat GeomeetV3 op een Windows tablet draait kan het zijn dat het nodig is om deze ontvanger vooraf in te stellen via de GNSS Status app. Hoe dit moet wordt uitgelegd in de sectie GNSS-ontvanger koppelen, NMEA-ontvanger. - Trimble GIS: Dit zijn de GIS-ontvangers: bijvoorbeeld een R1 of Pro6H. - M8: Deze optie moet geselecteerd worden voor het gebruik van de M8. GNSS Datum Daarna moet de GNSS-datum juist worden ingesteld. Welke geselecteerd moet worden is afhankelijk het type correctie signaal er gebruikt wordt: - ETRS89: VSRNow en 06-GPS - WGS84: RTX Hoe het correctie signaal wordt ingesteld is afhankelijk van het type ontvanger en dit wordt in de sectie GNSS-ontvanger en correctiesignaal besproken. Antenne Om ook een goede hoogte te kunnen meten is het belangrijk om de juiste antenne gegevens in te voeren. Vul bij Antenne hoogte de lengte van de stok in meters in waarop de antenne is gemonteerd. In het geval dat u een handheld met een interne antenne gebruikt, vul dat de afstand van de antenne tot de grond in. Selecteer bij Gemeten naar de juiste plaats vanaf waar de antennehoogte is gemeten. Meestal is dit de onderkant van de antenne (Bottom of receiver). Selecteer bij Antenne type het type antenne waarmee de meting wordt uitgevoerd. Het Facecentrum wordt dan automatisch ingevuld. In het geval dat er een type antenne wordt gebruikt die niet in de lijst staat bij Antenne type kunt u Custom selecteren en het de hoogte van het Facecentrum handmatig invoeren. In het geval dat er met een M8 wordt gewerkt hoeft er geen Antenne type geselecteerd te worden, deze staat dan al ingesteld. Windows Hier staan een aantal instellingen die verbindingen regelen in het Windows Mobile besturingssysteem. Deze zijn dus niet te vinden op een Windows 10 apparaat. - Zet telefoon aan bij opstarten: Deze moet aangevinkt zijn als de simkaart in het veldboek of handheld ontvanger zit. - Zet BT aan bij opstarten: Deze moet aangevinkt zijn als er met een externe ontvanger wordt gewerkt die via Bluetooth (BT) gekoppeld is. - Gebruik externe sensor: Deze moet aangevinkt zijn als er met een externe sensor wordt gewerkt. In de huidige versie is deze optie alleen nodig als er met een Rangefinder wordt gewerkt op een Geo7x. 3.1.2 Optionele instellingen Weergave Onder het tabblad GNSS staat Uitzet zoom radius. De waarde die hier wordt geselecteerd, bepaald op welke afstand van het uit te zetten punt, het uitzetkompas op detail niveau inzoomt. Bijvoorbeeld als hier een waarde van 10 staat zal het uitzet kompas overschakelen naar detailweergave als de ontvanger zich binnen een straal van 10 m van het uit te zetten punt bevindt. De waarde die bij KML lijn dikte staat ingevuld bepaald op welke dikte de KML lijnen op de kaart krijgen. Als Default geselecteerd is, zal de dikte uit het KML-bestand worden overgenomen, zoals deze in het exportprogramma is ingesteld. Onder het Windows tabblad staat Taal. Deze staat standaard op Nederlands en kan in de huidige versie nog niet worden aangepast. Onder hetzelfde tabblad staat ook Lettergrootte door deze aan te passen wordt de grootte van de tekst in de GeomeetV3 menu s aangepast. Deze instelling wordt pas actief nadat GeomeetV3 opnieuw is opgestart. Let op: het kan zijn dat bepaalde delen van de tekst wegvallen als de lettergrootte te groot wordt ingesteld.
Filter Onder het tabblad Filter is het mogelijk om een tolerantie voor de metingen in te stellen. Bij Status filter kan het type oplossing voor het correctiesignaal worden geselecteerd. De oplossingen staan hieronder van lage naar hoge precisie. - Autonoom: Er wordt geen correctiesignaal gebruikt voor het berekenen van de positie. Dit resulteert in een laagste precisie. - DGNSS: Berekening van positie o.b.v. fysieke basisstations. - Float: Berekening van positie o.b.v. het RTK-correctiesignaal is nog niet volledig opgelost. - Fixed: Berekening van positie o.b.v. het RTK-correctiesignaal is volledig opgelost, wat resulteert in de hoogste precisie. Via de Precisie filter kan worden ingesteld beneden wel precisie in meters een punt geaccepteerd wordt. Dus als hier bijvoorbeeld 0.05 m (5 cm) staat, dan wordt een punt alleen opgeslagen als de precisie van het gemeten punt op dat moment lager is 5 cm. Anders verschijnt er een melding in beeld Buiten tolerantie. Doorgaan?. 3.2 Coördinatensysteem Het coördinatensysteem kan worden ingesteld via Instellingen>Coördinatensysteem. Als deze nog nooit is ingesteld staat deze standaard op Latitude/Longitude in WGS84. Om in RD2008 te kunnen meten moeten de instellingen staan zoals in onderstaande afbeelding: 3.3 Internetverbinding De internetverbinding voor het ontvangen van het correctiesignaal wordt in gesteld via het besturingssysteem van uw veldboek. De simkaart moet dus altijd in het veldboek geplaatst worden. Let op: als GeomeetV3 wordt gebruikt in combinatie met de M8, moet de simkaart in de M8 geplaatst worden. De internetverbinding wordt in dit geval wél ingesteld via GeomeetV3. Hoe dit moet staat uitgelegd in de sectie GNSS-ontvanger en correctiesignaal, M8. 3.3.1 Windows Mobile veldboek Windows Mobile veldboeken zijn bijvoorbeeld de Geo7x en Juno5. Plaats de simkaart in het veldboek, tenzij er wordt gewerkt met een M8. Plaats dan de simkaart in de M8. Als er al een internetverbinding actief is via de simkaart, staat er bovenin de zwarte statusbalk een 3G, G of H in een wit vierkantje. Als deze er niet staat controleer dan eerst of Phone (telefoon) aan staat in
de Wireless Manager. Deze is te openen via Settings> Connections> Wireless Manager. Als de internetverbinding niet actief is zal onder Phone, On staan (links). Is de verbinding wel actief staat daar de naam van provider hier worden weer gegeven (rechts). In het voorbeeld is dit KPN. Als Phone wel aanstaat, maar er geen internetverbinding actief is, ga dan in het Windows startscherm naar Settings> Connections> Connections> Manage existing connections. Dan opent zich het Modem menu. Hier staat een lijst met netwerkverbindingen die al aanwezig zijn. Het kan zijn dat uit deze lijst alleen de juiste provider geselecteerd hoeft te worden. Deze is te activeren door hem aan te klikken, vervolgens lang ingedrukt te houden en Connect te selecteren. Er verschijnt dan een melding in het scherm of de verbinding geslaagd is of niet. Een nieuwe verbinding kan worden aangemaakt via de knop New, rechtsonder in het scherm. Vul bij Enter a name for the connection de naam van de nieuwe verbinding in. Selecteer Cellular Line (WWAN) als type modem. Klik op Next. Vul bij Access point name de APN in van uw provider. Klik op Next. Vul afhankelijk van uw provider een User name en Password in. Klik op Finish. De nieuwe verbinding komt dan in de lijst van bestaande verbindingen te staan. De nieuwe verbinding is te activeren door hem aan te klikken, vervolgens lang ingedrukt te houden en Connect te selecteren. Er verschijnt dan een melding in het scherm of de verbinding geslaagd is of niet. Hieronder staat een overzicht van de gegevens die per provider in gevuld moeten worden. Let op: Deze gegevens zijn voor kaarten die via Geometius zijn aangeschaft. Neem anders contact op met de leverancier van de simkaart om de juiste APN gegevens op te vragen.
Provider Access point name User name Password KPN internet (leeg) (leeg) T-Mobile internet.t-mobile t-mobile tm (van vóór 1-11-2014) T-Mobile m2m-net2.sa.t-mobile m2m sim (van vóór 1-11-2014) T-Mobile (van na 1-11-2014) internet.m2mportal.de m2m sim Voor gegevens van andere providers zie: http://wiki.apnchanger.org/netherlands 3.3.2 Windows 10 tablet Plaats de simkaart in de tablet. Windows 10 zal zelf al de juiste APN-gegevens voor de simkaart zoeken. Om de internetverbinding te kunnen gebruiken moet de optie voor mobiel internet aan staan. Dit is te controleren door op het tekstballonnetje rechtsonder in het scherm te klikken. Als de knop met Mobiel gekleurd is, staat deze optie aan. Als hij grijs is, kan hij aangezet worden door de knop Mobiel aan te klikken. Mocht de internetverbinding toch niet actief zijn, dan kunnen de APN-instellingen handmatig worden aangepast door in het Windows Start menu naar Instellingen te gaan. Open in het instellingen menu Netwerk en internet> Mobiel. Bovenin het scherm staat van welke provider de tablet een simkaart heeft gedetecteerd en of dat er een internetverbinding actief is of niet. Mocht hier staan dat er geen internetverbinding actief is, kunnen de instellingen gecontroleerd en/of gewijzigd worden door op Geavanceerde opties te klikken. Onder APN voor internet staat een overzicht van de APN-profielen die staan ingesteld op de tablet. Er altijd een standaard APN profiel instaan dat Windows zelf heeft gedecteerd. Het profiel waar Geactiveerd onderstaat is op dat moment actief. Een ander profiel is te activeren door het aan klikken en op Toepassen te klikken. Een nieuw profiel is toe te voegen door op APN toevoegen te klikken. Vul bij Profielnaam een naam in voor het nieuwe APN profiel. Vul bij APN, Gebruikersnaam en Wachtwoord de gegevens in van uw provider. De juiste gegevens zijn in de tabel hierboven te vinden in de sectie Windows Mobile veldboek. De andere velden kunnen leeg gelaten worden. Vink Dit profiel toepassen aan en klik op Opslaan. Als de verbinding actief is zal er in het Mobiel staan dat de internetverbinding actief is.
3.4 GNSS-ontvanger en correctiesignaal Afhankelijk van het type ontvanger, moet het correctiesignaal (bv. VRSNow of 06-GPS) op een andere manier worden ingesteld. Wel moeten alle ontvangers eerst via Bluetooth met het veldboek verbonden worden. 3.4.1 Bluetooth koppeling Afhankelijk van het besturingssysteem van het veldboek wordt de Bluetooth koppeling tussen de ontvanger en het veldboek op een andere manier tot stand gebracht. Zet de ontvanger aan voordat u de koppeling gaat maken. Windows Mobile Een nieuwe bluetooth koppeling wordt gemaakt via Settings> Bluetooth. Er wordt een lijst geladen met bestaande bluetooth koppelingen. Als de ontvanger als is gekoppeld zal hij is deze lijst verschijnen met het type ontvanger gevolgd door het serienummer van de ontvanger. Als de ontvanger er nog niet tussen staat, klik dan op Add new device. Het veldboek gaat zoeken naar beschikbare bluetooth apparaten. Deze worden weergegeven in een lijst. Staat de ontvanger er niet tussen, klik dan op Refresh. Klik op de ontvanger en klik op Next. Het veldboek vraagt nu om een Passcode in te voeren. Doorgaans is deze 0000 of 1234. In het geval van een M8 kan deze ook efixr1 zijn. Klik op Next. Er verschijnt een melding in beeld of de koppeling is gelukt of niet. Klik op Done. Klik op COM Ports in het bluetooth menu. Hier staat een overzicht met de COM-poorten die al zijn aangemaakt. Klik op New Outgoing Port. Selecteer de ontvanger en klik op Next. Selecteer een COM-poort nummer en onthoud dit nummer voor het koppelen in GeomeetV3. Klik op Finish. De nieuwe COM-poort verschijnt nu in de lijst. Klik op OK en sluit het bluetooth menu af. Windows 10 Een nieuwe bluetooth koppeling wordt gemaakt via Instellingen in het Start menu van Windows. Klik op Apparaten. Hier staat een lijst met gekoppelde apparaten onder Andere apparaten. De ontvanger wordt weergegeven met het type ontvanger, gevolgd door het serienummer. Onder de naam van de ontvanger staat Gekoppeld als de koppeling is voltooid. Staat de ontvanger er nog niet tussen klik dan op Bluetooth- of ander apparaat toevoegen. Selecteer Bluetooth. Het apparaat gaat nu zoeken naar beschikbare apparaten. Het kan zijn dat de ontvanger eerst verschijnt onder de naam communicatieapparaat of onbekend apparaat i.p.v. type ontvanger en serienummer. Klik de ontvanger
aan en voer de pincode in. Doorgaans is deze 0000 of 1234. In het geval van een M8 kan deze ook efixr1 zijn. Klik op Verbinding maken. Er verschijnt een melding in beeld of de koppeling is voltooid of niet. Als de koppeling is gelukt moet het nummer van de COM-poort achterhaalt worden. Ga naar het Windows Configuratiescherm> Apparaten en printers. Klik de ontvanger aan met rechtermuisknop en selecteer Eigenschappen. Onder tabblad Services staat een overzicht van de COM-poorten waar de ontvanger gebruik van maakt. Sommige ontvangers zoals de R2 kunnen over meerdere Bluetooth poorten uitzenden. Hoe de juiste COM-poort ingesteld kan worden staat in de sectie NMEA ontvanger uitgelegd. Onthoud het COM-poort nummer van de ontvanger om de koppeling in GeomeetV3 te kunnen voltooien. 3.4.2 NMEA ontvanger Windows mobile device Als de NMEA ontvanger in combinatie met een Windows mobile veldboek wordt gebruikt kan bovenstaande procedure worden gevolgd om de bluetooth koppeling te voltooien. Ga in GeomeetV3 naar Instellingen> Algemeen> GNSS. Selecteer onder GNSS Apparaat, NMEA. Ga naar het tabblad Antenna. Vul de juiste Antenne hoogte in en geef aan vanaf waar deze hoogte gemeten is bij Gemeten naar. Selecteer het juiste antenne type onder Antenne type en het Fasecentrum wordt automatisch ingevuld. Sluit het algemene instellingen menu door op OK te drukken. Ga naar Instellingen>GNSS Ontvanger. Selecteer onder Seriële poort het COM-poort nummer, zoals ingesteld met de bluetooth koppeling. Ga naar Instellingen> Verbinden. GeomeetV3 maakt nu verbinding met de ontvanger en correctieservice en de positiedata verschijnt in beeld. Windows 10 Maak eerst de Bluetooth verbinding met de ontvanger volgens bovenstaande procedure. Om een NMEA-ontvanger goed te kunnen laten communiceren met een Windows 10 tablet zal er gebruik gemaakt moeten worden van de GNSS Status app. Deze is te downloaden via deze link: http://trl.trimble.com/dscgi/ds.py/get/file-855131/gnssstatuswindesksetup-v3.0.0.exe. Open de GNSS Status app. Als er nog geen ontvanger is gekoppeld zal het Home scherm er als volgt uit zien. Ga via het menu naar Source en selecteer bij Position Source, Bluetooth. Selecteer de ontvanger uit de Available Devices en klik op Select.
Als de koppeling is gelukt zal in Home scherm onder in de gele balk de naam van de ontvanger staan en hoeveel satellieten hij ontvangt. Ga naar het Corrections menu om het correctie signaal in te stellen. Selecteer bij Primary, Internet, bij Server, NTRIP. Afhankelijk van welke service gebruik gemaakt wordt, moeten de volgende gegevens worden ingevuld.
VRSNow (decimeter) VRSNow (centimeter) 06-GPS (centimeter) 06-GPS (decimeter) Server www.vrsnow.nl www.vrsnow.nl ntrip.06-gps.nl ntrip.06-gps.nl Port 2160 2101 2101 2101 NTRIP Source TVN_H-STAR TVN_CMR_X of TVN_RTCM_31 GPS only: 06-GPS_VRS30 GPS+GLONASS: 06-GPS_VRS_GLO31 06-GPS_DGPS+ Username Password Verstrekt door Geometius Verstrekt door Geometius Verstrekt door Geometius of 06-GPS Verstrekt door Geometius of 06- GPS Klik rechtsboven op Opslaan. Ga naar het NMEA menu. Selecteer de GGA, GST en VTG string en klik op Apply. Selecteer de poort waarover de NMEAboodschap moeten worden uitgezonden. Als er achter een van de poorten connected staat betekend het dat die poort al bezet is, en niet gebruikt kan worden voor de NMEA-output. Ga naar Windows Configuratiescherm> Apparaten en printers. Klik de ontvanger aan met rechtermuisknop en selecteer Eigenschappen. Onder tabblad Services staat een overzicht van de COM-poorten waar de ontvanger gebruik van maakt.
COM1, 2 en 3 in de eerst kolom komen over een met Bluetooth SPP1, 2 en 3 in de GNSS Status app. Lees in de tweede kolom het COM-poort nummer af. Ga in GeomeetV3 naar Instellingen> Algemeen. Selecteer onder GNSS Apparaat, NMEA. Vul de juiste Antenne hoogte in en geef aan vanaf waar deze hoogte gemeten is bij Gemeten naar. Selecteer het juiste antenne type onder Antenne type en het Fasecentrum wordt automatisch ingevuld. Sluit het algemene instellingen menu door op OK te drukken. Ga naar Instellingen> GNSS Ontvanger. Selecteer onder Seriële poort het COM-poort nummer, zoals ingesteld met de bluetooth koppeling. Ga naar Instellingen> Verbinden. GeomeetV3 maakt nu verbinding met de ontvanger en correctieservice en de positiedata verschijnt in beeld. 3.4.3 GIS ontvanger Onder een GIS-ontvanger valt bv. een Pro6H of de interne ontvanger van een Geo7x. Als de GISontvanger in combinatie met een Windows mobile veldboek wordt gebruikt kan bovenstaande procedure worden gevolgd om de bluetooth koppeling te voltooien. Let op: in het geval van de Geo7x hoeft er geen bluetooth koppeling gemaakt te worden met de ontvanger. De interne en externe ontvanger maken beide gebruik van COM-poort 3. Ga in GeomeetV3 naar Instellingen> Algemeen. Selecteer onder GNSS Apparaat, Trimble GIS. Mocht deze optie er niet bij staan neem dan contact op Geometius. Vul de juiste Antenne hoogte in en geef aan vanaf waar deze hoogte gemeten is bij Gemeten naar. Selecteer het juiste antenne type onder Antenne type en het Fasecentrum wordt automatisch ingevuld. Sluit het algemene instellingen menu door op OK te drukken. Ga naar Instellingen> GNSS Ontvanger. Selecteer onder Seriële poort het COM-poort nummer, zoals ingesteld met de bluetooth koppeling. Ga naar Instelling> GNSS ontvanger.
Selecteer bij Port het COM-poort nummer, zoals ingesteld tijdens het maken van de bluetooth koppeling. Klik op Real-time. Selecteer bij Source Type, Internet. Klik op het sleuteltje. Selecteer bij Base Type, VRS en bij Server Type, NTRIP. Afhankelijk van welke service gebruik gemaakt wordt, moeten de volgende gegevens worden ingevuld. VRSNow (decimeter) VRSNow (centimeter) 06-GPS (centimeter) 06-GPS (decimeter) Address www.vrsnow.nl www.vrsnow.nl ntrip.06-gps.nl ntrip.06-gps.nl Port 2160 2101 2101 2101 Source (via sleuteltje) TVN_H-STAR TVN_CMR_X of TVN_RTCM_31 GPS only: 06-GPS_VRS30 GPS+GLONASS: 06-GPS_VRS_GLO31 06-GPS_DGPS+ User Name Password Verstrekt door Geometius Verstrekt door Geometius Verstrekt door Geometius of 06-GPS Verstrekt door Geometius of 06- GPS Klik op OK als alle instellingen goed staan. Klik nogmaals op OK om terug te keren in het hoofdscherm. Ga naar Instellingen> Verbinden. GeomeetV3 maakt nu verbinding met de ontvanger en correctieservice en de positiedata verschijnt in beeld. 3.4.4 M8 Plaats de simkaart in het simkaartslot onder de batterij. Maak een bluetooth koppeling met de M8 volgens bovenstaande procedure, die hoort bij het besturingssysteem van het veldboek. Ga in GeomeetV3 naar Instellingen> Algemeen. Selecteer onder GNSS Apparaat, M8. Vul de juiste Antenne hoogte in en geef aan vanaf waar deze hoogte gemeten is bij Gemeten naar. Sluit het algemene instellingen menu door op OK te drukken. Ga naar Instellingen> GNSS Ontvanger. Selecteer onder Seriële poort het COM-poort nummer, zoals ingesteld met de bluetooth koppeling. Klik op OK. Ga naar Instellingen> Verbinden. Ga naar Instellingen> GNSS Ontvanger> Internet. Vul hier afhankelijk van uw provider de volgende gegevens in. Let op: Deze gegevens zijn voor
kaarten die via Geometius zijn aangeschaft. Neem anders contact op met de leverancier van de simkaart om de juiste APN gegevens op te vragen. Provider APN Gebruikersnaam Wachtwoord KPN internet (leeg) (leeg) T-Mobile internet.t-mobile t-mobile tm (van vóór 1-11-2014) T-Mobile m2m-net2.sa.t-mobile m2m sim (van vóór 1-11-2014) T-Mobile (van na 1-11-2014) internet.m2mportal.de m2m sim Voor gegevens van andere providers zie: http://wiki.apnchanger.org/netherlands Ga naar het Real time tabblad. Vul hier afhankelijk van de correctieservice die u gebruik de volgende gegevens in. VRSNow (decimeter) VRSNow (centimeter) 06-GPS (centimeter) 06-GPS (decimeter) Server IP www.vrsnow.nl www.vrsnow.nl ntrip.06-gps.nl ntrip.06-gps.nl Server port 2160 2101 2101 2101 Mount point (via Get Mount Points) TVN_H-STAR TVN_CMR_X of TVN_RTCM_31 GPS only: 06-GPS_VRS30 GPS+GLONASS: 06-GPS_VRS_GLO31 06-GPS_DGPS+ Gebruikersnaam Wachtwoord Verstrekt door Geometius Verstrekt door Geometius Verstrekt door Geometius of 06-GPS Verstrekt door Geometius of 06- GPS Klik op OK. De M8 gaat nu de configuratie laden, als deze is voltooid geeft de M8 de melding Configuratie voltooid. Als er verbinding is gemaakt met de correctieservice zal hij de melding geven Verbonden met server. Als de verbinding voltooid is verschijnt de positiedata in beeld. 3.4.2 Externe sensor Op dit moment wordt alleen de Rangefinder van de Geo7x ondersteund als externe sensor in GeomeetV3. Ga naar het Windows hoofdmenu en kijk of hier de Rangfinder applicatie al tussen staat. Zo niet dan is deze te downloaden via deze link: http://trl.trimble.com/dscgi/ds.py/get/file- 693099/TrimbleRangefinderSetup.exe. Sluit de Geo7x via een USB-kabel aan op de PC en voer het bestand uit. Volg de instructies van de installatie wizard. Als de Rangefinder applicatie geïnstalleerd is op de Geo7x moet deze eerst gekalibreerd worden. Ga in het Windows hoofdmenu naar Settings> System> Laser Alignment. Volg de instructies op het scherm om de Rangefinder te kalibreren. Om gebruiksgemak te optimaliseren is het aan te raden om de Rangefinder onder een sneltoets te zetten. Ga naar Settings> Personal> Buttons. Selecteer de middelste knop (met de kruisdraad) Selecteer bij Assign a Program de Rangefinder uit het drop-down menu. Ga in GeomeetV3 naar Instellingen> Externe sensor en selecteer COM6. Dit is de standaard poort waar de Rangefinder aan is gekoppeld. Ga naar Instellingen> Algemeen> Windows en vink Gebruik externe sensor aan. Druk op de middelste knop van de Geo7x en het Rangefinder menu wordt geopend. Richt de laser op het doel. Bij Range staat de afstand tot het doel, bij Bearing de kijkrichting waarbij 0 noord is, en bij Inclination de hoek waaronder de Rangefinder wordt gehouden. Druk op de middelste knop en horizontale afstand tot het doel verschijnt in beeld. Klik op het vinkje rechtsonder in het scherm. Er opent dan een meetformulier in GeomeetV3 dat kan worden in gevuld. Hier worden de coördinaten in op geslagen van het punt dat is aangeschoten met de laser, dus niet de locatie vanaf waar het doel is aangeschoten.
4 Meetformulier GeomeetV3 maakt gebruik van meetformulieren om meetgegevens vast te leggen. Dit zijn MFLbestanden. GeomeetV3 wordt standaard geleverd met het default meetformulier. Deze legt het puntnummer, X, Y en Z vast. Het is ook mogelijk om aangepaste meetformulieren te maken waar meer informatie en attributen in kunnen worden opgeslagen. Meetformulieren zijn aan te maken in een standaard tekstverwerker, bijvoorbeeld Kladblok. GeomeetV3 kan werken met de volgende eigenschappen in het meetformulier: Eigenschap Invoer in MFL-bestand Beschrijving Punt Nr. puntnr Puntnummer zoals ingevuld door de gebruiker X x X-coördinaat Y y Y-coördinaat Z z Z-coördinaat Latitude lat Latitude in WGS84 coördinaten Longitude lon Longitude in WGS84 coördinaten Hoogte height Hoogte in WGS 84 coördinaten Oplossing solution Type oplossing voor het ingestelde correctie signaal Precisie accuracy Precisie in meters Tijd tijd Tijd waarop het punt is vastgelegd Datum datum Datum waarom het punt is vastgelegd Vrij in te voeren attribuut Attribuut met pulldown menu attribuut(naam attribuut) pulldown(naam attribuut{keuze1; keuze2;keuze3}) Attribuut waarvan de waarde zelf in te voeren. Naam van het attribuut kan worden ingevoerd door maker van het meetformulier. Attribuut met pull-down menu met vaste keuze waarden. Naam van het attribuut en mogelijke keuzes kunnen worden ingevoerd door maker van het meetformulier. De eigenschappen van het meetformulier worden in Kladblok ingevuld, gescheiden door een komma. Vervolgens moet het bestand worden opgeslagen met de extensie.mfl i.p.v..txt. Voorwaarden van het meetformulier zijn dat het de waarden puntnr, x, y en z moet bevatten. Hieronder een voorbeeld van een meetformulier zoals het er in Kladblok uit ziet: puntnr,x,y,z,accuracy,attribuut(diameter),attribuut(materiaal),pulldown(staat{goed;redelijk;slecht}) In GeomeetV3 ziet dit er als volgt uit:
5 Foutopsporing Foutmelding Coördinatensysteem kan niet gewijzigd worden Er verschijnt geen waarde bij X, Y, Z, maar er komt wel data van het correctiesignaal binnen. Er komt geen fix met correctiesignaal GeomeetV3 vraagt om een licentie Punten of KML-bestanden verschijnen niet op de kaart Achtergrondkaart (bv. Google maps, Bing of OpenStreetMap) laadt niet Uitzetkompas werkt niet Geen verbinding met ontvanger Oplossing Ga naar het Projecten menu, klik op Functies> Sluiten. Het project is nu gesloten en het Coördinatensysteem kan weer worden aangepast. Dit een beveiliging om te voorkomen dat een coördinatensysteem tijdens het meten gewijzigd kan worden. Ga naar het Projecten menu, klik op Functies> Sluiten. Ga naar Instellingen> Coördinatensysteem en verander het coördinatensysteem naar RD2008. Geomeet leest X, Y, Z waardes uit en geen lat/long. Als het coördinatensysteem is aangepast, zullen de X, Y, Z waarden weer verschijnen. Controleer de internetinstellingen van het veldboek. Als deze wel verbonden is controleer dan of de inloggegevens van het correctiesignaal juist staan ingesteld. In het geval van de M8: controleer of het rechter lampje van telefonie ontvangst rood en groet knippert. Zo niet controleer via Instellingen> GNSS ontvanger of de Real time en internet instellingen juist zijn ingesteld. Neem anders contact op Geometius. Neem contact op met Geometius. Controleer in het kaartenmenu via Lagen of de punten en kaarten aangevinkt zijn voor weergave. Controleer de internet verbinding. Als er met een M8 wordt gewerkt verschijnen deze niet, omdat de simkaart in het veldboek zit en de M8 niet als inbelbodem kan functioneren. De kaarten verschijnen wel als het veldboek via een simkaart in het veldboek of een Wifi verbinding, een internetsignaal ontvangt. Controleer of de ontvanger een VTG string uitzend in de GNSS Status app. Zie sectie GNSS ontvanger en correctie signaal, NMEA Ontvanger, Windows 10. Controleer of de bluetooth van het veldboek aan staat en of het juiste COM-poort nummer geselecteerd in Instellingen> GNSS Ontvanger