Inburgeren bij het Graafschap College Bij de Taalschool van het Graafschap College zijn alle inburgeraars welkom. De Taalschool geeft lessen op drie verschillende taalniveaus. De Taalschool kijkt wat voor u het meest passende traject is. In deze informatiefolder leest u meer over de drie trajecten bij de Taalschool. De lessen van de Taalschool zijn in Doetinchem en in Winterswijk. U krijgt les in een groep met mensen die ongeveer hetzelfde taalniveau en leertempo hebben. Elke groep bestaat uit ongeveer 17 cursisten. De groepen voor analfabeten zijn iets kleiner: ongeveer 14 cursisten. De Taalschool streeft naar vaste groepen en vaste docenten. Een of twee docenten begeleiden cursisten van startniveau naar eindniveau. Dit is voor cursisten en docenten prettig. Helaas kan dat niet altijd. Soms zijn de verschillen in taalniveau te groot. Soms wordt een groep te klein als cursisten stoppen met de cursus. Inhoud Toelating & instroomgroep... 2 DE 3 TRAJECTEN... 2 Traject Alfabetisering... 2 Traject voor taalniveau A2... 2 Traject voor hoogopgeleiden... 3 Begeleiding... 3 Presentie... 4 ONA... 4 Verder na de inburgering... 4 Uurprijs, contracten en facturen... 4 Nog geen diploma. Wat nu?... 5 Eindgesprek... 5 Tevredenheidsonderzoek... 5 1
Toelating & instroomgroep U kunt zich online aanmelden op inburgering.graafschapcollege.nl. U kunt ook een papieren aanmeldformulier invullen bij de receptie van de Sector Educatie & Participatie. Daarna krijgt u een uitnodiging voor een gesprek. In dat gesprek verzamelen we gegevens die nodig zijn voor de inburgering. U kunt vragen stellen over de lessen. Na het gesprek beslist u of u bij ons de lessen wilt volgen. Na het gesprek zijn er twee wegen. Cursisten die kunnen lezen en schrijven komen in de instroomgroep. Cursisten die in hun eigen taal (bijna) niet kunnen lezen en schrijven komen eerst in een alfabetiseringsgroep. Ook cursisten die in de eigen taal wél kunnen lezen en schrijven, maar de Nederlandse letters niet kennen, komen in een alfabetiseringsgroep. De instroomgroep duurt 5 weken. Elke week heeft u 2 lessen van 3 uur (dus 6 uur per week). U krijgt een contract voor 5 weken, in totaal 30 uur. Meestal kunt u direct in de week na het toelatingsgesprek starten. In de instroomgroep maakt u kennis met de Nederlandse taal. De docent geeft oefeningen en begeleiding. U maakt toetsen voor lezen, luisteren en schrijven. De docent vraagt ook welk werk u in uw eigen land heeft gedaan en wat u in Nederland wilt gaan doen. Dit is allemaal nodig om te weten welk taalniveau u heeft, hoe snel u leert en welk niveau u kunt behalen. De docent kijkt welke groep het best bij uw leertempo en taalniveau past. De resultaten komen in een digitaal dossier. Uw nieuwe docent kan zo zien wat u al heeft gedaan. DE 3 TRAJECTEN Traject Alfabetisering Elke cursist die in de alfagroep begint, krijgt een contract voor 10 weken. Aan het eind van de 10 weken doet u een toets. De docent kijkt samen met u of taalniveau A2 wel of niet haalbaar is. Is taalniveau A2 haalbaar? Dan gaat u naar een groep om te leren voor het inburgeringsexamen (traject A2). Anders blijft u in een alfagroep. In de lessen leert u taalvaardigheden die het dagelijks leven in Nederland makkelijker maken. De Taalschool werkt in de alfagroepen met themaboekjes van de methode 7/43. Deze methode is gericht op lezen en schrijven. De docent begint en eindigt elke les met luister- en spreekoefeningen. In een alfatraject moet u minimaal 600 klokuren aanwezig zijn in de lessen. Dat is een voorwaarde voor inburgering. Op het eind doet u geen examen. U sluit uw traject af met een leerbaarheidstoets bij DUO. DUO kijkt dan of u het inburgeringsexamen echt niet kunt halen. Traject voor taalniveau A2 Na de instroomgroep start u in een nieuwe groep of in een bestaande groep. In een traject A2 werkt u met hulp van uw docent(en) toe naar taalniveau A2. Dit taalniveau is nodig om te slagen voor uw inburgeringsexamen. Soms zijn er vrijwilligers die de docent ondersteunen zodat u nog meer individuele aandacht krijgt. De Taalschool gebruikt de lesmethode TaalCompleet. U krijgt klassikaal les en werkt zelfstandig of in een groepje. U kunt naast de lessen ook thuis leren in de digitale omgeving van de methode TaalCompleet. Als een thema klaar is, maakt u een toets. De docent kijkt hoe het gaat en zegt wat goed gaat en wat u nog wat beter moet oefenen. 2
De Taalschool heeft extra aandacht voor leesvaardigheid. U oefent met verschillende soorten teksten. Daarnaast leert u voor het examenonderdeel Kennis Nederlandse Maatschappij. De docent overlegt met u over het examen. Als u zo ver bent, oefent u met examens. De docent kijkt wat goed gaat en wat nog niet. De docent geeft u op voor een examen bij DUO. Voor het inburgeringsdiploma moet u alle examens behalen. Op de website https://www.inburgeren.nl/inburgeren-hoe-moet-dat vindt u informatie over de examens. Traject voor hoogopgeleiden Hebt u in uw eigen land een hogere opleiding gevolgd? U kunt dan mogelijk een traject voor hoger opgeleiden volgen. Als er plek is in een geschikte groep, komt u na de instroomgroep direct in een groep voor hoogopgeleiden. Soms volgt u eerst een snel traject A2 en stroomt u daarna door naar een groep hoogopgeleiden. In het traject hoogopgeleiden werkt u toe naar taalniveau B1. De Taalschool werkt in dit traject met de methode Code Plus. Deze methode heeft een tekstboek, een oefenschrift en een digitale leeromgeving. U krijgt klassikaal les, maar werkt ook zelfstandig of in een groepje. Docenten begeleiden u bij het leren. Elk hoofdstuk eindigt met een toets. De docent kan zo zien of het goed gaat en waar u extra hulp nodig heeft. Aan het einde van het traject doet u het Staatsexamen I op niveau B1. Vooraf oefent u met de examens. Uw docent geeft u feedback. Als taalniveau B1 toch te moeilijk is, doet u het inburgeringsexamen. Zo voldoet u aan uw inburgeringsplicht. In overleg met de docent geeft u zich op voor het examen bij DUO. Als u slaagt, krijgt u een diploma van DUO. Op de website https://www.inburgeren.nl/inburgeren-hoe-moet-dat vindt u informatie over de examens. Begeleiding Elke cursist heeft een mentor. Meestal is uw mentor ook uw docent. De mentor kijkt wat goed gaat en wat u nog moeilijk vindt. U heeft elke tien weken een gesprek met uw mentor. Uw mentor praat met u over hoe het gaat in de lessen, uw aanwezigheid en uw wensen. Uw mentor wil weten wat nodig is om u te helpen bij het leren van de taal. Hij/zij schrijft de afspraken op in uw dossier. Het kan zijn dat u veel sneller of juist langzamer leert dan verwacht. Uw mentor bespreekt dan de mogelijkheden met u. De Taalschool kijkt eerst naar mogelijkheden om u in uw eigen groep te begeleiden. Soms is het beter om in een andere groep verder te leren. Docenten helpen u om uw examen te behalen vóór de einddatum inburgering. We verwachten dat u zich maximaal inzet om de taal te leren. U leert de taal niet alleen in de les. Het is belangrijk om ook buiten school te oefenen. Bijvoorbeeld met oefeningen thuis op de computer. Ook praten met Nederlanders (bijvoorbeeld uw buren) helpt bij het leren. U kunt de taal ook oefenen door vrijwilligerswerk te doen. De persoonlijke gegevens over uw inburgering staan op de site van DUO in MijnDUO. Hier vindt u bijvoorbeeld de einddatum van uw inburgering, het bedrag dat u voor inburgering (nog) kunt lenen en welke examens u (nog) moet doen. Deze informatie is ook voor uw mentor belangrijk. Daarom vraagt uw mentor u om samen in te loggen. 3
Presentie Het is belangrijk dat u elke les aanwezig bent. De school is verplicht om uw aanwezigheid te registreren. Elke les moet u een handtekening zetten. Als u klaar bent met school krijgt u een overzicht van uw uren. Dat overzicht heeft u nodig als u een leerbaarheidstoets of een ontheffing wilt aanvragen bij DUO. U moet dan minimaal 600 uur aanwezig zijn geweest in de les. Als u niet op tijd voldoet aan uw inburgeringsplicht, kan DUO u een boete geven. ONA ONA (Oriëntatie Nederlandse arbeidsmarkt) is een verplicht onderdeel van de inburgering. Voor ONA moet u een portfolio maken over uw werkervaring en uw plannen om werk te vinden. Het portfolio bestaat uit acht resultaatkaarten. Uw ONA-docent helpt u daarbij. U krijgt individuele begeleiding en maakt daarvoor afspraken met uw docent. Het portfolio moet u opsturen naar DUO. Daarna nodigt DUO u uit voor een gesprek. U oefent het gesprek met uw ONA-docent. Verder na de inburgering Na uw inburgering kunt u verder leren bij het Graafschap College. Uw mentor bespreekt de mogelijkheden met u als u bijna klaar bent. Alfacursisten kunnen meedoen aan activiteiten van een Taalhuis in de buurt. Na een traject A2 kunt u verder leren in een beroepsopleiding op niveau 1: Entree Taal of Entree Werkt. Cursisten met een diploma Staatsexamen I of II kunnen starten in een beroepsopleiding op mboniveau 2, 3 of 4. Soms is een deeltijdopleiding vmbo/havo mogelijk. De Taalschool werkt mee aan leerwerktrajecten voor statushouders. In deze trajecten werkt en leert u voor een beroep. Een voorbeeld is een leerwerktraject waar statushouders een opleiding volgen tot kok, ober of assistent in de keuken. Via de Taalschool kunt u meedoen aan een leerwerktraject. Uurprijs, contracten en facturen De uurprijs is voor alle cursisten hetzelfde. De actuele uurprijs staat op de site van Blik op Werk. De boeken en andere materialen zijn in de uurprijs meegenomen. Voor examens moet apart worden betaald. Hoe lang het traject duurt, is afhankelijk van uw taalniveau, leertempo en inzet. De Taalschool gaat uit van de volgende duur voor een gemiddelde cursist: Alfatraject: minimaal 600 uur aanwezig in de lessen. Elke week 3 lessen van elk 3 klokuren. Vaak kiezen cursisten voor meer lessen tot het geld op de lening bij DUO op is. Traject A2: 30 uur instroomgroep en 40 weken van 12 klokuren les. In totaal 510 klokuren. Soms zijn meer lessen nodig om te kunnen slagen. Als u nog geld op uw lening hebt, kunt extra lessen volgen. Traject hoogopgeleiden: 30 uur instroomgroep en 240 tot 360 klokuren les om tot niveau A2 te komen. Daarna 240 klokuren les om van niveau A2 naar B1 te komen (40 weken van 6 klokuren per week). Voor elk deel van de cursus krijgt u een contract. In het contract staat op welke datum u met de lessen kunt beginnen, hoeveel de cursus kost en alle andere afspraken en voorwaarden. U moet het contract ondertekenen voor uw eerste les. Zonder handtekening kunt u niet beginnen. 4
De school stuurt elke 3 maanden een factuur naar DUO. Het bedrag van die factuur is maximaal 1.250,-. U kunt alleen naar school als u die factuur ondertekent. Als u vragen heeft over de factuur, kunt u die aan uw mentor stellen. Hij/zij maakt dan een afspraak voor u met de administratie. Nog geen diploma. Wat nu? Het kan gebeuren dat het geld voor uw lessen op is, maar dat u nog niet alle examens hebt gehaald. De Taalschool helpt u dan met het aanvragen van de examens tot u geslaagd bent of alle examens vier keer hebt geprobeerd. Als het nodig is, helpt de school u ook met het aanvragen van een verlenging of ontheffing. Nadat u bent gestopt met de lessen, krijgt u een uitnodiging van school voor 1 of meer gesprekken om uw mogelijkheden te bespreken. Deze gesprekken zijn gratis. Eindgesprek Als u klaar bent met de lessen, nodigen we u uit voor een eindgesprek. U ondertekent in het gesprek uw uitschrijvingsbewijs. U krijgt dan ook de eindfactuur en een papier waarop staat hoeveel uur u in de lessen aanwezig bent geweest. Als u nog niet geslaagd bent voor alle onderdelen van het examen, krijgt u een afspraak met een docent die u helpt de rest van de examens aan te vragen. Tevredenheidsonderzoek Als u gestopt bent met de lessen, geeft de school uw naam, e-mailadres en telefoonnummer door aan Panteia. Panteia is een onafhankelijke organisatie die onderzoek doet naar klanttevredenheid. De Taalschool is verplicht om dat te doen. Een medewerker van Panteia belt u of stuurt u een e-mail om te vragen wat u van de lessen, de school en de docent(en) vond. Dat heet het tevredenheidsonderzoek. Het onderzoek is onafhankelijk. De school wil graag weten of u tevreden bent over de lessen en wat er beter kan. Panteia vertelt niet aan de school wat u gezegd hebt. De school krijgt alleen een cijfer van alle cursisten samen. Voor de school is dat belangrijk. Wij kunnen dan zien wat we goed doen en wat we beter moeten doen. Wij willen graag dat u meewerkt aan het onderzoek. Als u daar vragen over hebt, kunt u die aan uw mentor stellen. 5