Appendix A Checklist voor visible learning inside * * Op www.bazalt.nl/lerenzichtbaarmaken kunt u dit formulier downloaden en vervolgens printen. Het is belangrijk dat de medewerkers van de school deze checklist aan het begin en tijdens hun tocht naar visible learning inside gebruiken om hun voortgang in kaart te brengen. De achtergrond van elk deel van de lijst is uitgewerkt in de hoofdstukken. Het wordt aangeraden die eerst te lezen voor een beter begrip. Zorg dat iedereen de betekenis van de lijsten kent, omcirkel het cijfer dat het beste weergeeft wat u van de uitspraak vindt en bespreek de resultaten met elkaar. sterk mee oneens 1 mee oneens 2 gedeeltelijk mee oneens 3 gedeeltelijk mee eens 4 mee eens 5 helemaal mee eens 6 Bevlogen en gepassioneerd onderwijs 1. Alle volwassenen op deze school erkennen dat: a. er verschillen zijn tussen leraren voor wat betreft hun impact op het leren en de resultaten van de leerlingen; 1 2 3 4 5 6 b. iedereen (schoolleiders, leraren, ouders, leerlingen) veel waarde hecht aan het hebben van grote positieve effecten op alle leerlingen; 1 2 3 4 5 6 c. iedereen erop gespitst is expertise op te doen om positieve effecten te hebben op de resultaten voor alle leerlingen. 1 2 3 4 5 6 2. De school kan overtuigend aantonen dat alle leraren bevlogen en gepassioneerd zijn en dit moet de belangrijkste meerwaarde van deze school zijn. 1 2 3 4 5 6 3. Deze school heeft een professioneel ontwikkelingsprogramma dat: a. leraren helpt bij het verdiepen van hun vakkennis; 1 2 3 4 5 6 b. het leren ondersteunt door analyses van de interactie tussen leraar en leerlingen in de klas; 1 2 3 4 5 6 c. leraren helpt om te weten hoe ze effectieve feedback kunnen geven; 1 2 3 4 5 6 d. zorg draagt voor de emotionele kenmerken van leerlingen; 1 2 3 4 5 6
e. het pedagogisch en didactisch vermogen van de leraren ontwikkelt om invloed te hebben op het niveau van verwerking van de leerstof door de leerlingen. 1 2 3 4 5 6 4. De professionele ontwikkeling van deze school is ook gericht op het helpen van leraren bij: a. het oplossen van problemen bij het lesgeven; 1 2 3 4 5 6 b. het interpreteren van lopende gebeurtenissen; 1 2 3 4 5 6 c. het gevoelig zijn voor de context; 1 2 3 4 5 6 d. het monitoren van het leren; 1 2 3 4 5 6 e. het toetsen van hypotheses; 1 2 3 4 5 6 f. het tonen van respect voor iedereen op school; 1 2 3 4 5 6 g. het tonen van passie voor het lesgeven en leren; 1 2 3 4 5 6 h. het helpen van leerlingen ingewikkelde zaken te begrijpen. 1 2 3 4 5 6 5. Professionaliteit wordt op deze school bereikt doordat leraren en schoolleiders gezamenlijk werken aan visible learning inside. 1 2 3 4 5 6 Het plannen 6. De school heeft en leraren gebruiken methoden (die ze kunnen verantwoorden) voor: a. het monitoren, vastleggen en elk moment beschikbaar hebben van de interpretaties van eerdere, huidige en beoogde prestaties van leerlingen; 1 2 3 4 5 6 b. het monitoren van de vorderingen van leerlingen op regelmatige basis gedurende het hele jaar en over de jaren heen en het gebruiken van deze informatie bij het plannen van lessen; 1 2 3 4 5 6 c. het opstellen van doelen op basis van de effecten die leraren verwachten te hebben op het leren van alle leerlingen. 1 2 3 4 5 6 7. Leraren begrijpen de houding en gewoonten die leerlingen in de les meebrengen en hebben het doel deze te verbeteren, zodat ze een positief onderdeel van het leerproces worden. 1 2 3 4 5 6 8. De leraren binnen de school bereiden gezamenlijk de lessenreeksen voor waar de leerdoelen en de succescriteria in relatie staan tot het onderwijsprogramma. 1 2 3 4 5 6 9. Er is bewijs dat de geplande lessen: a. zorgen voor passende uitdaging waardoor leerlingen zich willen inzetten om te leren; 1 2 3 4 5 6 b. inspelen op en bouwen aan het vertrouwen van leerlingen dat ze de leerdoelen zullen behalen; 1 2 3 4 5 6
c. zijn gebaseerd op gerechtvaardigde hoge verwachtingen van de resultaten van leerlingen; 1 2 3 4 5 6 d. zorgen dat leerlingen doelen hebben die ze willen beheersen en dat ze verder willen gaan met leren; 1 2 3 4 5 6 e. leerdoelen en succescriteria hebben die expliciet bekend zijn bij de leerlingen. 1 2 3 4 5 6 10. Alle leraren zijn volledig bekend met het onderwijsprogramma in termen van inhoud, moeilijkheidsgraad en verwachte vorderingen en delen gemeenschappelijke interpretaties hierover met elkaar. 1 2 3 4 5 6 11. Leraren praten met elkaar over de impact van hun onderwijs op basis van de vorderingen van leerlingen, en over hoe zij hun impact voor alle leerlingen kunnen maximaliseren. 1 2 3 4 5 6 Het starten van de les 12. Het klimaat in de klas, geëvalueerd vanuit het perspectief van de leerling, wordt gezien als eerlijk: leerlingen vinden dat het goed is om te zeggen: ik weet het niet of ik heb hulp nodig. Er is een hoge mate van vertrouwen en leerlingen geloven dat ze gehoord worden. Leerlingen weten dat het doel van de les is om te leren en vooruitgang te boeken. 1 2 3 4 5 6 13. In de lerarenkamer heerst een hoge mate van onderling vertrouwen (respect voor ieders rol in het leren, respect voor deskundigheid, persoonlijke aandacht voor anderen en een hoog niveau van integriteit) bij het maken van beleid en het nemen van onderwijskundige beslissingen. 1 2 3 4 5 6 14. De lerarenkamer en klaslokalen worden meer gedomineerd door een dialoog dan door een monoloog over leren. 1 2 3 4 5 6 15. De klaslokalen worden meer gedomineerd door vragen van leerlingen dan van leraren. 1 2 3 4 5 6 16. Er is evenwicht tussen het praten, luisteren en handelen van de leraren. Zo n zelfde balans is er tussen het praten, luisteren en handelen van leerlingen. 1 2 3 4 5 6 17. Leraren en leerlingen zijn zich bewust van de balans tussen oppervlakkig, diep en conceptueel begrip binnen de lesdoelen. 1 2 3 4 5 6 18. Leraren en leerlingen gebruiken de kracht van klasgenoten op een positieve manier om het leren te verbeteren. 1 2 3 4 5 6 19. In elke klas en op de hele school komt het labelen van leerlingen zelden voor. 1 2 3 4 5 6
20. Leraren hebben hoge verwachtingen voor alle leerlingen en zoeken voortdurend naar bewijs om deze verwachtingen te controleren en te verhogen. Het doel van de school is alle leerlingen te helpen zichzelf te overtreffen. 1 2 3 4 5 6 21. Leerlingen hebben hoge verwachtingen voor zichzelf op basis van hun huidige manier van leren. 1 2 3 4 5 6 22. Leraren kiezen de manier van lesgeven als de laatste stap in het lesvoorbereidingsproces en evalueren deze keuze in termen van hun impact op leerlingen. 1 2 3 4 5 6 23. Leraren hebben een fundamentele rol als evaluator en activator van het leren. 1 2 3 4 5 6 Het verloop van de les: leren 24. Leraren hebben rijke inzichten over hoe leren impliceert dat de leerling verschillende niveaus van bekwaamheden, capaciteiten, katalysatoren en competenties doorloopt. 1 2 3 4 5 6 25. Leraren begrijpen dat het leren is gebaseerd op de behoefte van leerlingen aan meerdere leerstrategieën voor oppervlakkig en diep begrip. 1 2 3 4 5 6 26. Leraren gebruiken differentiatie om te zorgen dat leren betekenis heeft en efficiënt gericht is op het voor alle leerlingen behalen van de leerdoelen van de les(sen). 1 2 3 4 5 6 27. Leraren zijn experts op het gebied van adaptief onderwijs die weten waar leerlingen zich bevinden in het proces van beginnend via capabel naar expert of ze leren of niet, wat de volgende stap is en die een klasklimaat kunnen scheppen om deze leerdoelen te behalen. 1 2 3 4 5 6 28. Leraren gebruiken diverse vormen van kennis en interactie om les te geven en bieden meerdere mogelijkheden om te oefenen. 1 2 3 4 5 6 29. Leraren en leerlingen hebben meerdere strategieën voor het leren. 1 2 3 4 5 6 30. Leraren gebruiken de principes van backward design : van het resultaat teruggaan naar de leerdoelen en vervolgens naar de activiteiten en middelen die nodig zijn om de succescriteria te bereiken. 1 2 3 4 5 6 31. Alle leerlingen leren hoe ze doelbewust kunnen oefenen en hoe ze zich kunnen concentreren. 1 2 3 4 5 6 32. Leraren beschikken over werkwijzen om het leren te zien door de ogen van de leerlingen. 1 2 3 4 5 6
Het verloop van de les: de plaats van feedback 33. Leraren zijn zich bewust van en hebben het doel feedback te geven gerelateerd aan de drie belangrijke feedbackvragen: waar ga ik heen?, hoe sta ik ervoor? en wat is de volgende stap?. 1 2 3 4 5 6 34. Leraren zijn zich bewust van en hebben het doel feedback te geven gerelateerd aan de drie belangrijke niveaus van feedback: taak, proces en zelfregulatie. 1 2 3 4 5 6 35. Leraren zijn zich bewust van het belang van positief waarderen, maar vermengen positieve waardering niet met feedbackinformatie. 1 2 3 4 5 6 36. Leraren geven feedback passend bij het punt waar de leerlingen zich bevinden in hun leerproces en zoeken naar bewijs dat deze feedback adequaat wordt ontvangen. 1 2 3 4 5 6 37. Leraren gebruiken verschillende evaluatiemethoden om snelle formatieve interpretaties aan hun leerlingen te geven en hun manier van lesgeven aan te passen om zo het leren te optimaliseren. 1 2 3 4 5 6 38. Leraren: a. maken zich meer zorgen over hoe leerlingen feedback ontvangen en interpreteren; 1 2 3 4 5 6 b. weten dat leerlingen liever vooruitgang boeken dan dat ze corrigerende feedback ontvangen; 1 2 3 4 5 6 c. weten dat, als leerlingen meer uitdagende doelen hebben, ze ontvankelijker zijn voor feedback; 1 2 3 4 5 6 d. leren leerlingen bewust hoe ze feedback kunnen vragen, de ontvangen feedback kunnen begrijpen en gebruiken; 1 2 3 4 5 6 e. erkennen de waarde van feedback door klasgenoten, en leren leerlingen doelbewust passende feedback te geven aan klasgenoten. 1 2 3 4 5 6 Het einde van de les 39. Leraren tonen aan dat alle leerlingen het gevoel hebben dat ze in de klas uitgenodigd worden om effectief te leren. Deze uitnodiging omvat gevoelens van respect, vertrouwen, optimisme en de intentie om te leren. 1 2 3 4 5 6 40. Leraren verzamelen bewijzen van de ervaringen van leerlingen in hun klassen over hun succes als onderwijskundig veranderaar, over de mate waarin ze inspireren en over het delen van hun passie met de leerlingen. 1 2 3 4 5 6
41. Leraren kijken gezamenlijk kritisch naar de leerdoelen en de succescriteria en hebben bewijs dat: a. leerlingen de leerdoelen en succescriteria kunnen verwoorden op een manier die aantoont dat ze deze begrijpen; 1 2 3 4 5 6 b. leerlingen de succescriteria behalen; 1 2 3 4 5 6 c. leerlingen de succescriteria zien als passende uitdaging; 1 2 3 4 5 6 d. leraren deze informatie gebruiken bij het voorbereiden van een volgende reeks lessen of het verdere lesgeven. 1 2 3 4 5 6 42. Leraren creëren kansen voor zowel formatieve als summatieve interpretaties van het leren van leerlingen en gebruiken deze interpretaties bij toekomstige besluiten over hun manier van lesgeven. 1 2 3 4 5 6 Denkkaders 43. De leraren en schoolleiders op deze school: a. zijn ervan overtuigd dat het hun fundamentele taak is het effect van hun manier van lesgeven te evalueren aan de hand van het leren en de vorderingen van de leerlingen; 1 2 3 4 5 6 b. vinden dat de successen en tegenvallers bij het leren van de leerlingen voortkomen uit wat zij als leraren of leiders deden of niet deden Wij zijn change agents! 1 2 3 4 5 6 c. willen het meer hebben over het leren dan over het onderwijzen; 1 2 3 4 5 6 d. zien toetsuitslagen en andere metingen als feedback over de impact die zij hebben; 1 2 3 4 5 6 e. zijn vooral in dialoog, niet zozeer in monoloog; 1 2 3 4 5 6 f. houden van uitdaging en geven het niet op ons best te doen ; 1 2 3 4 5 6 g. zijn ervan overtuigd dat het hun rol is positieve relaties te ontwikkelen binnen de groep en binnen het lerarenteam; 1 2 3 4 5 6 h. willen dat iedereen ingewijd is in het onderwijsjargon. 1 2 3 4 5 6