NMGEVING IONEN OPDRHT 1 LEVEL 1 D Fluoride-ion hloride-ion Zinkion Natriumion OPDRHT 2 LEVEL 1 D romide-ion Magnesiumion Zilverion Jodide-ion OPDRHT 3 LEVEL 2 D Fosfide-ion IJzer(II)ion Zilverion Goud(I)ion OPDRHT 4 LEVEL 2 D Selenide-ion Lood(IV)ion luminiumion Tin(II)ion
OPDRHT 5 LEVEL 3 D Mangaan(IV)ion Hydride-ion Sulfide-ion erium(iii)ion OPDRHT 6 LEVEL 3 D alciumion rsenide-ion Nitride-ion urium(iii)ion
NMGEVING ZOUTEN OPDRHT 7 LEVEL 1 Geef de namen van de volgende zouten waarin de volgende combinaties van ionsoorten voorkomen: Natriumchloride alciumfluoride Magnesiumchloride OPDRHT 8 LEVEL 2 Geef de namen van de volgende zouten waarin de volgende combinaties van ionsoorten voorkomen: IJzer(III)carbonaat Strontiumacetaat luminiumwaterstofcarbonaat OPDRHT 9 LEVEL 3 Geef de namen van de volgende zouten waarin de volgende combinaties van ionsoorten voorkomen: Lood(IV)sulfaat mmoniumfluoride Magnesiumcarbonaat
FORMULES IONEN OPDRHT 10 LEVEL 1 F - l - Zn 2+ Na + OPDRHT 11 LEVEL 1 r - Mg 2+ g + I - OPDRHT 12 LEVEL 2 P 3- Fe 2+ g + u + OPDRHT 13 LEVEL 2 Se 2- Pb 4+ l 3+ Sn 2+ OPDRHT 14 LEVEL 3 Mn 4+ H - S 2- e 3+ OPDRHT 15 LEVEL 3 a 2+ s 3- N 3- m 3+
HERKENNEN IONEN OPDRHT 16 LEVEL 1 Na + l - a 2+ l - Mg 2+ F - D s + I - OPDRHT 17 LEVEL 1 Na + O 2- a 2+ N 3- l 3+ r - D Li + P 3- OPDRHT 18 LEVEL 2 Na + 2- O 3 + NH 4 l - Zn 2+ 2- O 3 D g + - NO 3 OPDRHT 19 LEVEL 2 Ni 2+ 2- SO 3 + NH 4 F - l 3+ 3- PO 4 D g + H 3OO -
OPDRHT 20 LEVEL 3 Geef de formules van de ionen waar de volgende zouten uit bestaan: l 3+ 2- SO 3 g + S 2- Zn 2+ 3- PO 4 D Na + - HO 3 OPDRHT 21 LEVEL 3 Geef de formules van de ionen waar de volgende zouten uit bestaan: l 3+ - HO 3 + NH 4 S 2- Na + 3- PO 4 D Ni 2+ 2- SO 4
VERHOUDINGSFORMULES OPDRHT 22 LEVEL 1 Geef van de volgende formules de systematische naam en van de systematische namen de verhoudingsformule: Natriumchloride E al 2 alciumchloride F Fe 2(SO 4) 3 Magnesiumfluoride G r 2S 3 D esiumjodide H uo OPDRHT 23 LEVEL 1 Geef van de volgende formules de systematische naam en van de systematische namen de verhoudingsformule: Natriumoxide E r 2(SO 4) 3 alciumnitride F df 2 luminiumbromide G uh 3OO D Lithiumfosfide H u 2O 3 OPDRHT 24 LEVEL 2 Geef van de volgende formules de systematische naam en van de systematische namen de verhoudingsformule: luminiumsulfiet E Fe 2(SO 3) 3 Zilversulfide F Pb(NO 3) 4 IJzer(II)oxide G (NH 4) 2SO 4 D IJzer(III)oxide H lpo 4
OPDRHT 25 LEVEL 2 Geef van de volgende formules de systematische naam en van de systematische namen de verhoudingsformule: luminiumwaterstofcarbonaat E r(h 3OO) 3 mmoniumsulfide F u(ho 3) 2 Goud(I)oxide G Fel 3 D Goud(III)oxide H Na 3PO 4 OPDRHT 26 LEVEL 2 3+ + OPDRHT 27 LEVEL 3 Geef van de volgende formules de systematische naam en van de systematische namen de verhoudingsformule: Tin(IV)waterstofcarbonaat E m(h 3OO) 3 mmoniumsulfaat F fs 2 Koper(II)fosfaat G r 2(O 3) 3 D ismut(iii)fosfaat H a 3(PO 4) 2 OPDRHT 28 LEVEL 3 Geef van de volgende formules de systematische naam en van de systematische namen de verhoudingsformule: Fermiumfluoride E Hf(O 3) 2 ismut(v)hydroxide F e 3N 2 IJzer(II)fosfaat G u 2(SO 4) 3 D Galliumfosfaat H EuF 2
OPDRHT 29 LEVEL 3 6-4-
OPLOSSEN & INDMPEN OPDRHT 30 LEVEL 1 De verhouding tussen het positieve en negatieve ion is 1:1. Links van de pijl (voor het oplossen) teken je de ionen tegen elkaar aan, zoveel mogelijk afwisselend tussen positieve en negatieve ionen. Rechts van de pijl zijn de ionen los van elkaar in de oplossing, waarbij het water met het zuurstofatoom naar het ion gericht het positieve ion omringd en met het waterstofatoom naar het ion gericht het negatieve ion omringt. Het waterstofatoom is namelijk een klein beetje positief in het watermolecuul (door de polaire binding) en dat trekt het negatieve ion aan. (Zie afbeelding 5.14 en 5.15 in hemie Overal) OPDRHT 31 LEVEL 1 De verhouding tussen het positieve en negatieve ion is 1:1. Links van de pijl zijn de ionen los van elkaar in de oplossing, waarbij het water met het zuurstofatoom naar het ion gericht het positieve ion omringd en met het waterstofatoom naar het ion gericht het negatieve ion omringt. Het waterstofatoom is namelijk een klein beetje positief in het watermolecuul (door de polaire binding) en dat trekt het negatieve ion aan. Rechts van de pijl (voor het oplossen) teken je de ionen tegen elkaar aan, zoveel mogelijk afwisselend tussen positieve en negatieve ionen. (Zie afbeelding 5.14 en 5.15 in hemie Overal) OPDRHT 32 LEVEL 2 De verhouding tussen het positieve en negatieve ion is 1:2. Links van de pijl zijn de ionen los van elkaar in de oplossing, waarbij het water met het zuurstofatoom naar het ion gericht het positieve ion omringd en met het waterstofatoom naar het ion gericht het negatieve ion omringt. Het waterstofatoom is namelijk een klein beetje positief in het watermolecuul (door de polaire binding) en dat trekt het negatieve ion aan. Rechts van de pijl (voor het oplossen) teken je de ionen tegen elkaar aan, zoveel mogelijk afwisselend tussen positieve en negatieve ionen. (Zie afbeelding 5.14 en 5.15 in hemie Overal) OPDRHT 33 LEVEL 2 De verhouding tussen het positieve en negatieve ion is 2:1. Links van de pijl zijn de ionen los van elkaar in de oplossing, waarbij het water met het zuurstofatoom naar het ion gericht het positieve ion omringd en met het waterstofatoom naar het ion gericht het
negatieve ion omringt. Het waterstofatoom is namelijk een klein beetje positief in het watermolecuul (door de polaire binding) en dat trekt het negatieve ion aan. Rechts van de pijl (voor het oplossen) teken je de ionen tegen elkaar aan, zoveel mogelijk afwisselend tussen positieve en negatieve ionen. (Zie afbeelding 5.14 en 5.15 in hemie Overal) OPDRHT 34 LEVEL 3 De verhouding tussen het positieve en negatieve ion is 3:2. Rechts van de pijl zijn de ionen los van elkaar in de oplossing, waarbij het water met het zuurstofatoom naar het ion gericht het positieve ion omringd en met het waterstofatoom naar het ion gericht het negatieve ion omringt. Het waterstofatoom is namelijk een klein beetje positief in het watermolecuul (door de polaire binding) en dat trekt het negatieve ion aan. Links van de pijl (voor het oplossen) teken je de ionen tegen elkaar aan, zoveel mogelijk afwisselend tussen positieve en negatieve ionen. (Zie afbeelding 5.14 en 5.15 in hemie Overal) OPDRHT 35 LEVEL 3 De verhouding tussen het positieve en negatieve ion is 1:3. Rechts van de pijl zijn de ionen los van elkaar in de oplossing, waarbij het water met het zuurstofatoom naar het ion gericht het positieve ion omringd en met het waterstofatoom naar het ion gericht het negatieve ion omringt. Het waterstofatoom is namelijk een klein beetje positief in het watermolecuul (door de polaire binding) en dat trekt het negatieve ion aan. Links van de pijl (voor het oplossen) teken je de ionen tegen elkaar aan, zoveel mogelijk afwisselend tussen positieve en negatieve ionen. (Zie afbeelding 5.14 en 5.15 in hemie Overal)
OPLOSVERGELIJKINGEN OPDRHT 36 LEVEL 1 Geef de oplosvergelijking die hoort bij het oplossen van de volgende zouten: Nal (s) à Na + (aq) + l - (aq) Na 2O 3 (s) à 2 Na + (aq) + 2- O 3 (aq) al 2 (s) à a 2+ (aq) + 2 l - (aq) OPDRHT 37 LEVEL 1 Geef de oplosvergelijking die hoort bij het oplossen van de volgende zouten: KNO 3 (s) à K + (aq) + - NO 3 (aq) K 2SO 4 (s) à 2K + (aq) + 2- SO 4 (aq) ll 3 (s) à l 3+ (aq) + 3 l - (aq) OPDRHT 38 LEVEL 2 Geef de oplosvergelijking die hoort bij het oplossen van de volgende zouten: Pb(NO 3) 2 (s) à Pb 2+ (aq) + - 2 NO 3 (aq) lr 3 (s) à l 3+ (aq) + 3 r - (aq) alciumcarbonaat lost slecht op in water dus er kan geen vergelijking gegeven worden.
OPDRHT 39 LEVEL 2 Geef de oplosvergelijking die hoort bij het oplossen van de volgende zouten: Hg(NO 3) 2 (s) à Hg 2+ (aq) + - 2 NO 3 (aq) Fe(H 3OO) 3 (s) à Fe 3+ (aq) + 3 H 3OO - (aq) Zilverchloride lost slecht op in water dus er kan geen vergelijking gegeven worden. OPDRHT 40 LEVEL 3 l(h 3OO) 3 (s) à l 3+ (aq) + 3 H 3OO - (aq) Zilvercarbonaat lost slecht op in water dus er kan geen vergelijking gegeven worden. Fe 2(SO 4) 3 (s) à 2 Fe 3+ (aq) + 3 SO 4 2- (aq) OPDRHT 41 LEVEL 3 (NH 4) 2SO 4 (s) à 2 NH 4 + (aq) + SO 4 2- (aq) ul 2 (s) à u 2+ (aq) + 2 l - (aq) Zilversulfide lost slecht op in water dus er kan geen vergelijking gegeven worden.
INDMPVERGELIJKINGEN OPDRHT 42 LEVEL 1 Geef de indampvergelijking die hoort bij het indampen van de volgende oplossingen: Na + (aq) + l - (aq) à Nal (s) 2 Na + (aq) + 2- O 3 (aq) à Na 2O 3 (s) a 2+ (aq) + 2 l - (aq) à al 2 (s) OPDRHT 43 LEVEL 1 Geef de indampvergelijking die hoort bij het indampen van de volgende oplossingen: K + (aq) + - NO 3 (aq) à KNO 3 (s) 2 K + (aq) + 2- SO 4 (aq) à K 2SO 4 (s) l 3+ (aq) + 3 l - (aq) à ll 3 (s) OPDRHT 44 LEVEL 2 Geef de indampvergelijking die hoort bij het indampen van de volgende oplossingen: Pb 2+ (aq) + - 2 NO 3 (aq) à Pb(NO 3) 2 (s) l 3+ (aq) + 3 r - (aq) à lr 3 (s) K + (aq) + OH - (aq) à KOH (s)
OPDRHT 45 LEVEL 2 Geef de indampvergelijking die hoort bij het indampen van de volgende oplossingen: Hg 2+ - (aq) + 2 NO 3 (aq) à Hg(NO 3) 2 (s) Fe 3+ (aq) + 3 H 3OO - (aq) à Fe(H 3OO) 3 (s) 2 l 3+ 2- (aq) + 3 SO 4 (aq) à l 2(SO 4) 3 (s) OPDRHT 46 LEVEL 3 Kaliumcarbonaat: 2 K + (aq) + O 3 2- (aq) à K 2O 3 (s) Natriumcarbonaat: 2 Na + (aq) + O 3 2- (aq) à Na 2O 3 (s) IJzer(III)acetaat: Fe 3+ (aq) + 3 H 3OO - (aq) à Fe(H 3OO) 3 (s) IJzer(III)nitraat: Fe 3+ (aq) + 3 NO 3 - (aq) à Fe(NO 3) 3 (s) OPDRHT 47 LEVEL 3 Zinkchloride Zn 2+ (aq) + 2 l - (aq) à Znl 2 (s) Zinksulfaat: Zn 2+ (aq) + SO 4 2- (aq) à ZnSO 4 (s) Kaliumfosfaat: 3 K + (aq) + PO 4 3- (aq) à K 3PO 4 (s) Natriumfosfaat: 3 Na + (aq) + PO 4 3- (aq) à Na 3PO 4 (s)
RETIE MET WTER OPDRHT 48 LEVEL 1 Natriumionen en hydroxide-ionen aliumionen en hydroxide-ionen OPDRHT 49 LEVEL 1 ariumionen en hydroxide-ionen Kaliumionen en hydroxide-ionen OPDRHT 50 LEVEL 2 Na 2O (s) + H 2O à 2 Na + (aq) + 2 OH - (aq) ao (s) + 2 H 2O à a 2+ (aq) + 2 OH - (aq) OPDRHT 51 LEVEL 2 ao (s) + H 2O à a 2+ (aq) + 2 OH - (aq) K 2O (s) + H 2O à 2 K + (aq) + 2 OH - (aq) OPDRHT 52 LEVEL 3 alciumhydroxide oplossen in water: a(oh) 2 (s) à a 2+ (aq) + 2 OH - (aq) alciumoxide laten reageren met water: ao (s) + 2 H 2O à a 2+ (aq) + 2 OH - (aq)
OPDRHT 53 LEVEL 3 Kaliumhydroxide oplossen in water: KOH (s) à K + (aq) + OH - (aq) Kaliumoxide laten reageren met water: K 2O (s) + H 2O à 2 K + (aq) + 2 OH - (aq) HEMISHE RETIE OPDRHT 54 LEVEL 1 De moleculen veranderen Stofeigenschappen veranderen (en er is een energie-effect) OPDRHT 55 LEVEL 1 Neem de volgende reactievergelijkingen over en maak ze kloppend. 2 a + O 2 2 ao 4 K + O 2 2 K 2O 4 Fe + 3 O 2 2 Fe 2O 3 D 2 Pb + O 2 2 PbO OPDRHT 56 LEVEL 2 Neem de volgende reactievergelijkingen over en maak ze kloppend 2 l + Fe 2O 3 l 2O 3 + 2 Fe 2 2H 6 + 7 O 2 4 O 2 + 6 H 2O 2 2H 6S + 9 O 2 4 O 2 + 6 H 2O + 2 SO 2 D 2 l 2O 3 4 l + 3 O 2
OPDRHT 57 LEVEL 2 Neem de volgende reactievergelijkingen over en maak ze kloppend 3H 8 + 5 O 2 3 O 2 + 4 H 2O 6H 12O 6 2 2H 5OH + 2 O 2 2 6H 14 + 19 O 2 12 O 2 + 14 H 2O D H 2O + H 2 + O OPDRHT 58 LEVEL 3 Neem de volgende reactievergelijkingen over en maak ze kloppend 3 al 2 + 2 Na 3PO 4 a 3P 2O 8 + 6 Nal 4 FeS + 7 O 2 2 Fe 2O 3 + 4 SO 2 3H 6O + 4 O 2 3 O 2 + 3 H 2O D 3 H 2SO 4 + 2 l l 2(SO 4) 3 + 3 H 2 OPDRHT 59 LEVEL 3 Neem de volgende reactievergelijkingen over en maak ze kloppend Pl 5 + 4 H 2O H 3PO 4 + 5 Hl 2 s + 6 NaOH 2 Na 3sO 3 + 3 H 2 6 HNO 3 + 2 Fe 2 Fe(NO 3) 3 + 3 H 2 D 2H 5OH + 3 O 2 2 O 2 + 3 H 2O
INS T45 OPDRHT 60 LEVEL 2 Zoek van de onderstaande combinaties van ionen op of het zout dat uit deze ionen gevormd wordt goed oplost, matig oplost of slecht oplost in water of reageert met water. lost goed op F lost goed op lost slecht op G lost goed op lost matig op H lost goed op D lost goed op I lost slecht op E lost goed op J reageert met water
NMGEVING ZOUTHYDRTEN OPDRHT 61 LEVEL 1 D 66 Penta Hepta 3 (keer) OPDRHT 62 LEVEL 1 D Dat er 5 moleculen kristal water aanwezig zijn per uso 4-deeltje Octa Mono 4 (keer) OPDRHT 63 LEVEL 2 D Koper(II)sulfaatpentahydraat luminiumcarbonaatdihydraat Na 2SO 4 10H 2O ao 3 4H 2O
OPDRHT 64 LEVEL 2 Geef de systematische namen van de formules van zouthydraten en andersom. D Natriumsulfaatoctahydraat Koper(II)chloridehexahydraat al 2 2H 2O KH 3OO 3H 2O OPDRHT 65 LEVEL 3 Geef de systematische namen van de formules van zouthydraten en andersom. D IJzer(III)bromideoctadecahydraat Koper(I)chlorideoctahydraat Na 3PO 4 12H 2O a(h 3OO) 2 7H 2O OPDRHT 66 LEVEL 3 Geef de systematische namen van de formules van zouthydraten en andersom. D Natriumfosfaatpentadecahydraat Koper(II)sulfaatpentahydraat l 2(SO 4) 3 11H 2O Zn(H 3OO) 2 9H 2O
RETIES ZOUTHYDRTEN OPDRHT 67 LEVEL 1 Het verdampt uit het kristalrooster Het kristalrooster valt uiteen dus zal het kristalwater mengen met het water waarin het zouhydraat oplost. OPDRHT 68 LEVEL 1 a(no 3) 2 2H 2O (s) à a 2+ (aq) + 2 NO 3 - (aq) + 2H 2O (l) K 2SO 4 3H 2O (s) à K 2SO 4 (s) + 3 H 2O (g) OPDRHT 69 LEVEL 2 Na 3PO 4 (s) + 10 H 2O (l) à Na 3PO 4 10H 2O (s) uso 4 2H 2O (s) à u 2+ (aq) + SO 4 2- (aq) + 2 H 2O (l) OPDRHT 70 LEVEL 2 u 2+ (aq) + SO 4 2- (aq) + 5 H 2O (l) à uso 4 5H 2O (s) Na 3PO 4 10H 2O (s) à Na 3PO 4 (s) + 10H 2O (g)
OPDRHT 71 LEVEL 3 Fe 2+ (aq) + SO 4 2- (aq) + 7 H 2O (l) à FeSO 4 7H 2O (s) FeSO 4 7H 2O (s) à FeSO 4 (s) + 7H 2O (g) OPDRHT 72 LEVEL 3 Fe 2(SO 4) 3 (s) + 4 H 2O (l) à Fe 2(SO 4) 3 4H 2O (s) Fe 2(SO 4) 3 4H 2O (s) à 2 Fe 3+ (aq) + 3 SO 4 2- (aq) + 4 H 2O (l)
MOLRITEIT & ZOUTHYDRTEN OPDRHT 73 LEVEL 1 Frits heeft 6,0 gram calciumchloridetetrahydraat. 6/(40.08+2*35.45+4*18.016)=0.033 mol 0.033*4 = 0.13 mol 0.13*18.016 = 2.3 gram D 2.3/6*100% = 39% OPDRHT 74 LEVEL 2 3.0/(22.99+12.01+3*16+10*18.016) = 0.011 mol natriumcarbonaatdecahydraat => 0.011 mol carbonaation in de oplossing à Molariteit = 0.0113999088/0.2 = 5.7*10-2 M => 0.023 mol natriumion in de oplossing à Molariteit = 0.0227998176/0.2 = 1.2*10-1 M OPDRHT 75 LEVEL 3 2.7/(63.55+32.06+4*16) = 0.017 mol koper(ii)sulfaat 1.8/18.016 = 0.10 mol kristalwater 0.10/0.017 = 5.9 à 6 mol kristalwater per mol koper(ii)sulfaat uso 4 6H 2O
MOLRITEIT OPDRHT 76 LEVEL 1 4.0/(22.99+35.45) = 0.068 mol natriumchloride [l - ] = 0.06844626968/0.12 = 5.7*10-1 M OPDRHT 77 LEVEL 1 0.030*2 = 0.060 mol natriumion [Na + ] = 0.060/0.120 = 5.0*10-1 M OPDRHT 78 LEVEL 2 3.5/(40.08+2*(14.01+3*16)) = 0.0213 mol calciumnitraat 0.0213*2 = 0.0427 mol nitraation [NO 3- ] = 0.0427/0.020 = 2.13 M OPDRHT 79 LEVEL 2 0.030/(2*22.99+32.06*4*16) = 2.1*10-4 mol natriumsulfaat 2.1*10-4 *2 = 4.2*10-4 mol natriumion [Na + ] = 4.2*10-4 /5.00 = 8.4*10-5 M OPDRHT 80 LEVEL 3 0.03*0.05 = 0.0015 mol l - 0.0015/3 = 0.00050 mol Fel 3 0.00050*(55.85+3*35.45) = 8.1*10-2 gram
OPDRHT 81 LEVEL 3 0.0040*0.120 = 0.00048 mol nitration 0.00048/2 = 0.00024 mol calciumnitraat 0.00024*(40.08+3*(14.01+3*16)) = 5.4*10-2 gram calciumnitraat
MENGEN OPDRHT 82 LEVEL 1 (3.0+2.0)/(0.250+0.300) = 9.1 M 3.0/0.250 = 12 M 2.0/0.300 = 6.7 M 12 + 6.7 = 18.7 M Dat is veel meer dan het antwoord bij. OPDRHT 83 LEVEL 2 0.200 * 0.50 = 0.10 mol natriumchloride = 0.10 mol chloride-ion 0.100 * 0.30 = 0.030 mol aluminiumchloride = 0.090 mol chloride-ion Totaal: 0.19 mol chloride-ion, 300 ml water Molariteit = 0.19/0.300 = 6.3 * 10-1 M OPDRHT 84 LEVEL 2 0.150 * 0.050 = 0.0075 mol natriumfosfaat = 0.0225 mol natriumion 0.180 * 0.020 = 0.0036 mol natriumcarbonaat = 0.0072 mol natriumion Totaal: 0.0261 mol natriumion, 330 ml water Molariteit = 0.0297/0.330 = 9.0 * 10-2 M
OPDRHT 85 LEVEL 3 7.0/(26.98+3*(14.01+3*16)) = 0.03286 mol aluminiumnitraat = 0.03286 mol aluminiumion & 0.09859 mol nitraation 3.0/(39.10+14.01+3*16) = 0.02967 mol kaliumnitraat = 0.02967 mol kaliumion & 0.02967 mol nitraation Totaal 0.1283 mol nitraation. Molariteit nitraation = 0.1283/0.500 = 2.6*10-1 M Molariteit aluminiumion = 0.03286/0.500 = 6.6*10-2 M Molariteit kaliumion = 0.02967/0.500 = 5.9*10-2 M OPDRHT 86 LEVEL 3 20/(2*22.99+32.06+3*16) = 0.16 mol natriumsulfiet = 0.32 mol natriumion & 0.16 mol sulfietion 5/(3*22.99+30.97+4*16) = 0.030 mol natriumfosfaat = 0.091 mol natriumion & 0.030 mol fosfaation Totaal: 0.41 mol natriumion Molariteit natriumion = 0.41/0.500 = 8.2*10-1 M Molariteit sulfietion = 0.16/0.500 = 3.2*10-1 M Molariteit fosfaation = 0.030/0.500 = 6.1*10-2 M