Onderzoek met de SAPROF

Vergelijkbare documenten
Innovatie in gestructureerde risicotaxatievan geweld: De HCR:V3 en SAPROF. Donderdag 6 december 2012 Kevin Douglas, Michiel de Vries Robbé

Beschermende factoren voor (seksueel) gewelddadige recidive bij seksueel delinquenten

Beschermende factoren bij seksuele delinquenten

De psychometrische eigenschappen van de HKT-R Michelle Willems

Het belang van beschermende factoren bij vermindering van het recidiverisico. Vivienne de Vogel. 15 september 2014

Forensische academie. Vivienne de Vogel. RINO 24 mei 2014

Risicotaxatie bij verslaafde justitiabelen Naar een (aanvullend)instrument

Risicotaxatie en Beschermende Factoren voor Gewelddadig Gedrag

Tijdschrift voor Seksuologie (2006) 30,

Beschermende factoren van de Toekomst

Sex Offender Risk Assessment in the Netherlands: Towards a Risk Need Responsivity Oriented Approach W.J. Smid

Recente ontwikkelingen op het gebied van risicotaxatie van geweld: Naar meer balans en verfijning

Het voorspellen van recidive na de tbs-behandeling. Een vergelijkend onderzoek naar de predictieve validiteit van de HKT-EX en HCR-20

Cijfers & bijzonderheden 2018

Actuarieel Risicotaxatie Instrument voor Jeugdbescherming (ARIJ)

Risicotaxatie en risicohantering geweld bij jongeren

de waarde van gestructureerde risicotaxatie en van de diagnose psychopathie

Samenvatting. Aanleiding onderzoek

Aan: FPA/FPK Directieberaad Van: Werkgroep Risicomanagement Datum: 10 september 2013 Betreft: Definitief advies werkgroep ifpa Risicomanagement

De ontwikkeling van de HKT Van 1999 naar 2013

Nieuwe ontwikkelingen binnen de risicotaxatie van gewelddadig gedrag

Psychometrische stand van zaken van risicotaxatie-instrumenten voor volwassenen in Nederland

Cover Page. The handle holds various files of this Leiden University dissertation.

Een beoordeling ter beoordeling

Risicotaxatie bij vrouwen: kan het beter?

De FAM als aanvulling op de HCR-20 V3

EINDVERSLAG PILOT PRAKTISCHE BRUIKBAARHEID FORENSISCH AMBULANTE RISICO EVALUATIE - FARE

Onderzoeksbulletin. Recidive bij jongeren in de ambulante forensische ggz. Joan van Horn, Jaap van Slageren & Mara Eisenberg

Development of the diabetes problem solving measure for adolescents. Diabetes Educ 27: , 2001

Instrument voor Forensische Behandel Evaluatie

Het nagaan van het verloop van borstvoeding bij de pasgeborene

Beschermende factoren als moderator

P. de Beurs, psychiater en adviseur voor de IGZ

TBS uit de gratie. K.P.M.A. Muis L. van der Geest

Prof. dr. Jan Hendriks VU/UVA/De Waag. Brussel: 1 december 2016

Samenvatting. Gezond zijn of je gezond voelen: veranderingen in het oordeel van ouderen over de eigen gezondheid Samenvatting

Dynamische risicotaxatie

Jensen D., Wallace S., Kelsay P. (1994). LATCH: a breastfeeding charting system and documentation tool. JOGGN, 23,

Onttrekkingen en recidives door tbs-ers tijdens verlof Nuancering van een onderzoek in opdracht van de Tweede Kamer

Antwoordsleutel vraag 2 t/m 9 IOF al la carte Pediatric Balance Scale

JEUGDIGE ZEDENDELINQUENTEN - DE STAND VAN ZAKENdr. Jan Hendriks. Hoofd Jeugd De Waag Den Haag UVA Adviseur Harreveld

Format verlengingsadvies. Format verlengingsadvies ten behoeve van ter beschikking gestelden

Dysphagia Risk Assessment for the Community-dwelling Elderly

Samenvatting. geweest als de gemaakte keuzes, namelijk opereren. Het model had daarom voor deze patiënten weinig toegevoegde waarde.

Risicotaxatie bij forensisch psychiatrische patiënten met een lichte verstandelijke handicap: hoe bruikbaar zijn risicotaxatieinstrumenten?

Dynamiek en de protectieve factoren van de SAVRY

De Nederlandse doelgroep van mensen met een LVB Van Basisvragenlijst LVB naar LVB-screeningsinstrument (screener LVB)

Recidive bij jeugdige zedendelinquenten

Risicotaxatie bij jeugdige zeden- en geweldplegers in een ambulante setting. J.E. van Horn, A. Scholing, & J. Mulder

INHOUD PRESENTATIE FARE EERSTE RESULTATEN FARE IN ROM-SYSTEMEN EN EPD IMPLEMENTATIE TRAININGEN FARE VERVOLG

Nederlandse samenvatting (Dutch summary)

DOELGROEP De test richt zich tot zwangere vrouwen of vrouwen die recent bevallen zijn.

Prestatie-indicatoren forensische psychiatrie

WaagSchaal jeugd: de psychometrische kwaliteit van een gestructureerd klinisch risicotaxatie-instrument voor de ambulante forensische psychiatrie

Identification of senior at risk (ISAR)

Joop Hoekman Training, Advies, Onderzoek Intake van jongeren in instellingen voor J-SGLVB: de ontwikkeling en het gebruik van een checklist

Recidive bij brandstichters. Onderzoek in het kader van de studie Klinische Psychologie aan de Universiteit van Amsterdam

Vrouwen in de forensische zorg

praktijk Risicotaxatie van geweld in de forensische psychiatrie

De betrouwbaarheid van risicotaxatie in de pro Justitia rapportage

RESULTATEN LATEN SPREKEN

signaleringsinstrumenten voor psychosociale problemen bij 0 4 jarigen in de JGZ

Auteur Bech, Rasmussen, Olsen, Noerholm, & Abildgaard. Meten van de ernst van depressie

Risicotaxatie van gewelddadig gedrag: Empirie en praktijk 1

Spitzer quality of life index

Risicotaxatie en behandelevaluatie met twee forensische observatielijsten

Hill P.D., Humenick S.S. (1996). Development of the H&H Lactation Scale. Nursing Research, 45(3),

Samenvatting. Wetenschappelijk Onderzoek- en Documentatiecentrum Cahier

Chapter 9. Nederlandse Samenvatting (Dutch Summary)

Objectiviteit of schijnzekerheid?

De predictieve validiteit van de Recidive Inschattingsschalen (RISc)

Het inschatten van agressie van patienten van de ggz crisisdienst

De voorspellende waarde van risicotaxatie bij de rapportage pro Justitia

Vrouwelijke plegers. Inhoud workshop. Prevalentie geweld door vrouwen. Toename media aandacht? Aard van geweld door vrouwen. Vrouwelijike plegers

Waar moet het heen? Wat is het doel? What works? (Andrews & Bonta, 2010) What works? Hoe kunnen we het risico per individu bepalen?

Dr. Marijke C.Ph. Slieker-ten Hove. Bekkenfysiotherapeut

Principes bij de behandeling in de forensische psychiatrie

Summery. Effectiviteit van een interventieprogramma op arm-, schouder- en nekklachten bij beeldschermwerkers

Leidraad in de keten. Landelijk Instrumentarium Jeugdstrafrechtketen (LIJ) Contactgegevens

Onderzoeksvoorstel. Vrouwen in de forensische GGZ: Een multicenter onderzoek naar risicoen beschermende factoren voor geweld bij vrouwen

Verdiepingssessie SCIL:

De puzzel is het grootst bij allochtonen. Een verkennend onderzoek naar culturele diversiteit in de tbs.

Jeugdigen die Behandeld zijn in de Justitiële Jeugdinrichting Harreveld: De Relatie Tussen Psychopathie en Recidive Fatima Bouhouti

Risicotaxatie- en risicomanagementmethoden

Modified Mini Mental State Examination (3MS)

NEDERLANDSE SAMENVATTING

Overeenkomst en voorspellende waarde van risicotaxatie van geweldsrecidive in verschillende fasen van de jeugdstrafrechtsketen

DE WAARDE VAN GESTRUCTUREERDE RISICOTAXATIE

hoofdstuk 3 Hoofdstuk 4 Hoofdstuk 5

Chapter 9. Samenvatting

Transcriptie:

Onderzoek met de SAPROF De Vries Robbé & De Vogel SAPROF 2 e Editie handleiding, 2012 Betrouwbaarheid en validiteit Retrospectief dossieronderzoek In verschillende internationale instellingen wordt momenteel onderzoek uitgevoerd naar de SAPROF. Validatie studies in Nederland hebben zich tot nu toe gericht op verschillende groepen forensisch psychiatrische patiënten. Onder uitgestroomde tbs-patiënten met een verleden van geweldsdelicten (N = 105) en zedendelicten (N = 83) werd retrospectief dossieronderzoek uitgevoerd (De Vries Robbé & De Vogel, 2012; De Vries Robbé, De Vogel, & De Spa, 2011; De Vries Robbé, De Vogel, & Douglas, ter publicatie aangeboden; De Vries Robbé, De Vogel, Koster, & Bogaerts, in voorbereiding). De gemiddelde behandelduur van de totale groep uitgestroomde tbspatiënten in het dossieronderzoek was 5,5 jaar. De follow-up tijd in de maatschappij na behandeling was gemiddeld 11 jaar voor de hele groep (8 jaar voor de gewelds- en 15 jaar voor de seksueel delinquenten). Van de groep seksueel delinquenten waren alle patiënten eerder veroordeeld voor een hands-on zedendelict. Bij deze delicten was in 20% van de gevallen sprake van kinderen als slachtoffer. De SAPROF en de HCR-20 werden voor alle 188 patiënten aan het eind van de behandeling op dossierinformatie gescoord. Voor 70 patiënten werden de instrumenten door twee onafhankelijke beoordelaars gescoord. Resultaten lieten een uitstekende interbeoordelaarsbetrouwbaarheid zien voor de SAPROF totaalscore en voor het Eindoordeel Bescherming voor zowel de geweldsdelinquenten groep (ICC =.88; ICC =.85, p <.01, n = 40, single measure) 1 als de zedendelinquenten groep (ICC =.85; ICC =.73, p <.01, n = 30, single measure). Officiële recidive gegevens werden afgeleid uit straflijsten van patiënten zoals opgevraagd bij het Centraal Justitieel Documentatiecentrum. Voor alle patiënten was een follow-up van ten minste drie jaar na uitstroom uit de terbeschikkingstelling bekend. De voorspellende waarde van de instrumenten werd onderzocht met behulp van Receiver Operating Characteristics analyse (zie Area Under the Curve). Tabel 3 toont de voorspellende waarde voor geweldsrecidive van de risicotaxaties met de SAPROF en de HCR-20 zoals gescoord voor het moment van uitstroom naar de maatschappij. Resultaten zijn apart weergegeven voor de groep geweldsdelinquenten, de groep zedendelinquenten en de totale groep. Voor zowel de geweldsdelinquenten als de zedendelinquenten had de SAPROF totaalscore een goede voorspellende waarde voor niet recidiveren met geweld op korte termijn (1 jaar), middellange termijn (3 jaar) en lange termijn (gemiddeld 11 jaar) na uitstroom. Hoewel de resultaten vergelijkbaar waren voor gewelds- en zedendelinquenten, bleken het andere SAPROF factoren te zijn die de beste individuele voorspellers waren voor het niet recidiveren in beide groepen: Zelfcontrole, Werk en Financieel beheer voor de geweldsdelinquenten; en Coping, Zelfcontrole, Motivatie voor behandeling en Houding tegenover autoriteit voor de zedendelinquenten. Door de SAPROF totaalscore af te trekken van de HCR-20 totaalscore is een nieuwe maat voor geweldsrisico gecreëerd waarbij risicofactoren worden gecompenseerd door aanwezige beschermende factoren. Tabel 3 laat zien dat deze gecombineerde maat (HCR-SAPROF) over het algemeen betere voorspellende waardes opleverde dan de HCR-20. Voor de geweldsdelinquenten was dit verschil in voorspellende waarde tussen de gecombineerde maat van HCR-SAPROF en de HCR-20 al op één en drie jaar follow-up significant (Х² (1, 105) = 4.20, p <.05; Х² (1, 105) = 4.16, p <.05). Op lange termijn was dit ook voor de zedendelinquenten (Х² (1, 83) = 6.16, p <.05) en voor de totale groep (Х² (1, 188) = 13.44, p <.01) het geval. De toevoeging van de SAPROF aan 1 De interbeoordelaarsbetrouwbaarheid is bepaald met gebruik van de Intraclass Correlation Coefficient (ICC; McGraw & Wong, 1996). De kritische waarden voor de ICC s (single measure) zijn: ICC.75 = uitstekend;.60 ICC <.75 = goed;.40 ICC <.60 = redelijk; ICC <.40 = slecht (Fleiss, 1986). 1

het risicotaxatie proces levert dus een significante verbetering op in de voorspellende waarde voor geweldsrecidive ten opzichte van het gebruik van enkel risicogerichte instrumenten. Het Eindoordeel Bescherming en het Geïntegreerde Eindoordeel Risico voorspelden geweldsrecidive na behandeling ongeveer even goed. Over het algemeen hadden de eindoordelen gemaakt op een 5-puntsschaal betere voorspellende waardes dan die op een 3-puntsschaal (zie Het bepalen van het Eindoordeel Bescherming, SAPROF 2 e Editie, 2012), deze verschillen waren echter niet significant. Area Under the Curve Een veelgebruikte statistische maat voor het bepalen van de voorspellende waarde van risicotaxatieinstrumenten is de Receiver Operating Characteristics (ROC) analyse (Douglas et al., 2007; Rice & Harris, 1995). Het belangrijkste voordeel van deze statistische methode is de relatieve ongevoeligheid ervan voor schommelingen in base-rates. De ROC analyse resulteert in een diagram waarin voor elke mogelijke cut-off waarde van een instrument de goed voorspelde recidivisten (sensitiviteit) worden afgezet tegen de vals positieven, zijnde de mensen die onterecht als recidivist worden voorspeld (1 min specificiteit). De resulterende Area Under the Curve (AUC) waarde kan geïnterpreteerd worden als de kans dat een willekeurig geselecteerde recidivist hoger scoort op een risico-instrument (of lager op een beschermende factoren instrument) dan een willekeurig geselecteerde niet-recidivist. Een AUC van.50 is gelijk aan kansniveau; een AUC van 1.0 geeft een perfecte voorspelling weer. Over het algemeen worden AUC waardes vanaf.70 beschouwd als redelijk tot hoog en vanaf.75 als hoog (Douglas et al., 2007). Aangezien beschermende factoren juist niet-recidive beogen te voorspellen, representeren de AUC waardes voor de SAPROF de voorspellende waarde voor niet-recidive. 2

Tabel 3. Voorspellende waardes (AUC waardes) van risicotaxaties met de SAPROF en de HCR-20 op het moment van beëindiging van de terbeschikkingstelling voor nieuwe veroordelingen voor een geweldsdelict (N = 188 ). Follow-up 1 jaar 3 jaar 8 / 15 jaar (M) N=105 N=83 N=188 N=105 N=83 N=188 N=105 N=83 N=188 score SAPROF.85**.83**.85**.74**.77**.75**.71**.74**.73** score HCR-20.81**.91**.84**.68*.80**.73**.67**.67**.64** HCR-20 - SAPROF.85**.89**.87**.72**.80**.76**.71**.72**.70** Eindoordeel Bescherming 3-pt.82**.79*.80**.71**.73**.72**.67**.66*.66** Eindoordeel Bescherming 5-pt.83**.81*.83**.72**.71*.71**.69**.65*.67** Geïntegreerd Eindoordeel Risico 3-pt.80**.79*.79**.65*.70*.67**.66*.67**.66** Geïntegreerd Eindoordeel Risico 5-pt.85**.83**.84**.71**.73**.72**.68**.68**.68** Noot. * = p <.05, ** = p <.01 (tweezijdig getoetst). 3

Het meten van verandering tijdens behandeling met de SAPROF Voor 120 van de 188 gewelds- en zedendelinquenten uit het retrospectieve onderzoek werd de SAPROF ook gescoord aan het begin van de behandeling (De Vries Robbé et al., in voorbereiding). De codering bij de voormeting werd gedaan op basis van dossierinformatie en documentatie over de eerste periode van behandeling (6-12 maanden). Figuur 2 geeft SAPROF scores voor het begin en het eind van de behandeling weer. De SAPROF factoren zijn verdeeld in Statisch (items 1-2), Dynamisch toenemend (items 3-14) en Dynamisch afnemend (items 15-17), al naar gelang hun verwachte richting van verandering door middel van behandelinterventie (zie ook Gebruik van de SAPROF in de praktijk, SAPROF 2 e Editie, 2012). Vergelijking van de scores voor en na behandeling toonde een significante toename van de totaalscore op de Dynamisch toenemende items, terwijl de Dynamisch afnemende items zoals verwacht juist significant daalden. Deze duidelijke verschuiving - van Externe bescherming aan het begin van de behandeling naar Motivationele en Interne bescherming aan het eind van de behandeling - is wat de behandeling beoogt te bewerkstelligen. De vooruitgang op de Dynamisch toenemende items gedurende de behandeling bleek zelfs een significante voorspeller voor het ontbreken van nieuwe veroordelingen voor gewelddadig gedrag tot lang nadat de behandeling was afgerond (AUC =.75 voor 10-jaar follow-up, p <.01). Kortom, patiënten die meer behandelprogressie hadden laten zien op de SAPROF recidiveerden minder na terugkeer in de maatschappij. Figuur 2. Gemiddelde SAPROF scores voor en na behandeling (N = 120). 12 10 8 6 4 2 Statisch (items 1-2) Dynamisch toenemend (items 3-14) Dynamisch afnemend (items 15-17) 0 Start behandeling Eind behandeling Noot. Scores op items 1-2 waren gelijk voor beide metingen; scores op items 3-14 gingen omhoog van 3.6 naar 10.1, p <.001; scores op items 15-17 gingen omlaag van 6.0 naar 1.7, p <.001. 4

Prospectief onderzoek in de klinische praktijk De SAPROF wordt in de Van der Hoeven Kliniek sinds 2007 als standaard risicotaxatie-instrument gebruikt naast de HCR-20. Een deel van de klinisch verzamelde risicotaxatie data kon worden gebruikt om de interbeoordelaarsbetrouwbaarheid en de voorspellende waarde voor geweldsincidenten ten tijde van de behandeling te onderzoeken. Het onderzoek betrof 315 in de klinische praktijk uitgevoerde risicotaxaties van mannelijke en vrouwelijke forensisch psychiatrische patiënten (De Vries Robbé & De Vogel, 2011; De Vries Robbé, De Vogel, Wever, & Douglas, in voorbereiding). Alle risicotaxaties waren multidisciplinair uitgevoerd: eerst werden de SAPROF en de HCR-20 door drie onafhankelijke beoordelaars gescoord (groepsleiding, hoofd behandeling en onderzoeker), waarna in een consensusbespreking overeenstemming werd bereikt over de scores op ieder item en over de eindoordelen. De eindoordelen werden op een 5-puntsschaal bepaald. De totaalscore van de SAPROF items liet een goede interbeoordelaarsbetrouwbaarheid zien tussen de drie beoordelaars (ICC =.70, p <.01, single measure). De consensus-scores werden gebruikt voor de analyses over de voorspellende waarde. Tabel 4 laat de voorspellende waardes zien van de SAPROF en de HCR-20 voor gewelddadige incidenten naar anderen gedurende het jaar volgend op de risicotaxatie. De voorspellende waardes voor geweldsincidenten in dit prospectieve onderzoek bleken vergelijkbaar aan die voor geweldsrecidive in het eerdere retrospectieve dossieronderzoek. De SAPROF voorspelde ook prospectief gewelddadig gedrag even goed voor mannelijke geweldsdelinquenten als voor mannelijke zedendelinquenten. De prospectieve voorspellende waarde voor vrouwelijke patiënten was redelijk goed, hoewel minder dan voor de mannelijke patiënten en voor deze kleine groep net niet significant (p =.06). Evenals in het dossieronderzoek bleken in het prospectieve onderzoek andere items de beste voorspellingen voor niet-recidive op te leveren voor de verschillende groepen patiënten: Zelfcontrole, Houding tegenover autoriteit, Werk, Motivatie voor behandeling en Medicatie voor de mannelijke geweldsdelinquenten; Coping, Vrijetijdsbesteding, Houding tegenover autoriteit en Netwerk voor de mannelijke zedendelinquenten; en Intelligentie, Coping, Werk en Financieel beheer voor de vrouwelijke delinquenten. Voor de totale populatie bleek zowel de SAPROF als de combinatie HCR-SAPROF een goede voorspellende waarde te hebben voor geweldsincidenten tijdens de behandeling. 5

Tabel 4. Voorspellende waarde van prospectief gescoorde risicotaxaties voor geweldsincidenten tijdens de behandeling (N = 315, 1 jaar follow-up). N=148 N=97 N=245 N=70 N=315 score SAPROF.77**.81**.78**.70.77** score HCR-20.74**.85**.79**.78*.79** HCR-20 SAPROF.81**.84**.82**.76*.81** Eindoordeel Bescherming.69*.73**.70**.69.70** Geïntegreerd Eindoordeel Risico.75**.81**.77**.72*.76** Noot. * = p <.05, ** = p <.01 (tweezijdig getoetst). Eindoordelen zijn gemaakt op een 5-puntsschaal. Zoals ook gevonden werd in het retrospectieve dossieronderzoek, bleek de SAPROF in de klinische praktijk verandering te kunnen meten: de (Dynamisch toenemende) beschermende factoren van patiënten namen duidelijk toe gedurende de behandeling (zie Figuur 3). Tegelijkertijd lieten de dynamische risicofactoren, de Klinische en Risicohanterings items van de HCR-20, een duidelijke daling zien tijdens de behandeling. Tezamen resulteerde deze toename in beschermende factoren en afname in risicofactoren in een duidelijke reductie van het risico van gewelddadig gedrag. Er bleken dan ook minder gewelddadige incidenten plaats te vinden in de latere fases van de behandeling (De Vries Robbé & De Vogel, 2011; De Vries Robbé et al., in voorbereiding). Deze resultaten illustreren de klinische toepasbaarheid van de SAPROF voor de forensische praktijk en de waarde van dynamische beschermende factoren voor het evalueren van vooruitgang in de behandeling. 6

Figuur 3. scores op risico- en beschermende factoren binnen verschillende fases van de behandeling (N = 315). 35 30 25 20 15 HCR-20 SAPROF HCR-SAPROF = geweldsrisico 10 5 0 Intramuraal Begeleid verlof Onbegeleid verlof Transmuraal Noot. Percentages patiënten in verschillende fases van de behandeling met een geweldsincident in het jaar na de risicotaxatie zoals afgeleid uit dagelijkse notuleringen: Intramuraal 29%; Begeleid verlof 15%; Onbegeleid verlof 7%; Transmuraal 3%. Samenvattend kan gesteld worden dat de SAPROF betrouwbaar te scoren is en een sterke voorspeller is voor toekomstig gewelddadig gedrag zowel tijdens als na klinische forensische behandeling. Deze resultaten zijn consistent voor verschillende typen forensisch psychiatrische patiënten. Nader internationaal onderzoek in verschillende landen en settings zal moeten uitwijzen of deze bevindingen bevestigd worden. Daarnaast zal toekomstig onderzoek zich moeten richten op het gebruik van de SAPROF bij andere groepen waarvoor risicotaxaties worden gedaan, zoals delinquenten in het gevangeniswezen en cliënten in de ambulante (forensische) psychiatrie. 7