Handleiding/Lesopzet niveau C Onderwerp: kinderartsen pleiten voor verbod op energiedrankjes voor kinderen Strategie: verbanden (laatste keer in week 50: 15 miljoenste zwemdiploma uitgereikt) Doel: De leerlingen letten op signaalwoorden in de tekst en denken al voor het lezen van de tekst na welke verbanden zij in de tekst verwachten tegen te komen. Functioneringsniveau bl: >M8 Sleutelschema: T-schema Extra opdracht: debatteren Leesles andere tekstsoort: betoog (column) Woordenschat (doelwoorden uit de leesteksten): de stoornis de boosdoener belanden de aanval bevatten het gehalte stellen aanbevelen te wijten zijn aan de verantwoordelijkheid ondefinieerbaar consumeren luttel de dosis de marketing de omzet de adolescent overwegend de pijlen richten op primair door de molen gaan/halen het biopt zijn pijlen richten op de relativering excessief de stabilisatie incidenteel bijblijven het manco ergens tegenaan zitten Voorbereiding Bereid de les voor op het Lesvoorbereidingsformulier. Lees de opdrachten door en bepaal welke opdrachten u door welke groepjes/leerlingen wilt laten doen. Bereid ook het modelen zo nodig voor. Kopieer voor elke leerling het overzicht signaalwoorden. U vindt dit overzicht op de website onder Basismateriaal (links in het menu), tabblad overig. Debatteren Wilt u uw leerlingen laten debatteren? Dan zijn er drie stellingen waaruit u kunt kiezen. Klik hier voor stelling 1. Klik hier voor stelling 2. Klik hier voor stelling 3. Klik op de stelling om de speciale digibordtool te openen. In de digibordtool wordt de stelling groot op het bord getoond en kunt u een timer instellen. Als de spreektijd voorbij is, verschijnt er een melding en klinkt er een bel. Stelling 1 is opgenomen in opdracht 4. Achteraan deze handleiding vindt u kopieerbladen voor deze opdracht. In de bijlage van de algemene handleiding vindt u de handleiding voor Debatteren met Nieuwsbegrip. Op www.schooldebatteren.nl vindt u meer informatie over debatteren in de klas. pagina 1 van 10
Lesvoorbereidingsformulier Toelichting: De blauwe blokken geven aan met welke groep(en) u als leerkracht aan het werk bent. Bij Aandachtspunten kunt u zelf opmerkingen noteren voor uw instructie. (5 min) Introductie - Gezamenlijke oriëntatie op het onderwerp en voorkennis ophalen - Benoemen van de strategie verbanden leggen als lesdoel - Aangeven wie welke opdrachten doen (gebruik schema hiernaast) Opdrachtselectie Opdr. Groep 1 met hulp 1 zonder hulp I II III 2 3 4 (5-7 min) Strategie-uitleg en modelen voor groepjes I en II Lees gezamenlijk de uitleg. Model vervolgens het begrijpen van verbanden in de inleiding. Bijvoorbeeld: Als ik de inleiding lees, kom ik in regel 2 het signaalwoord zoals tegen. In mijn overzicht met signaalwoorden zie ik dat het signaalwoord zoals een signaalwoord is voor een voorbeeld. Ik lees even terug en zie dat het over energiedrankjes gaat. Red Bull en Monster zullen dus voorbeelden zijn van energiedrankjes. (7-10 min) Verlengde instructie Groepjes II zelfstandig groepjes I aan de slag met tekst - Begeleiden van actief lezen met extra lezen en opdracht 1 modeling & feedback - Opstarten opdracht 1 met hulp Aandachtspunten leesinstructie & modeling groepjes I en II: Groepjes III zelfstandig aan de slag: tekst actief lezen + geselecteerde opdrachten Aandachtspunten instructie & feedback aan groepjes III: Groepjes I werken zelfstandig verder aan opdracht 1. Feedback & instructie aan groepjes I. Groepjes I maken geselecteerde opdrachten. Feedbackronde langs groepjes II en III. Groepjes II en III: zelfstandig werken aan geselecteerde opdrachten. Feedbackronde langs groepjes II en III. Feedbackronde groepjes I. Groepjes II en III: zelfstandig nakijken/nabespreken opdrachten. Moment van inzet en aandachtspunten overige opdrachten/lesonderdelen & nabespreking: O Nieuwsbegripfilmpje van het Jeugdjournaal met kijk- en luistervragen: O Debatteren: O Woordenschatsemantisering: (5 min) Centrale afronding - Blik terug op het lezen van de tekst en de strategietoepassing: wat vonden de leerlingen lastig? Wat zouden ze de volgende keer anders doen? - Blik terug op de tekstinhoud: is de mening van de leerlingen betreffende het onderwerp verkoop van energiedrankjes aan kinderen veranderd? pagina 2 van 10
Met hulp Signaalwoord Verband Wat is het verband? zoals (r. 2) voorbeeld voorbeelden van energiedrankjes die te verkrijgen zijn nadat (r. 13) tijd Dingen gebeurden op verschillende momenten in de tijd: een 16-jarige tiener had leverklachten > hij ging naar de dokter > de artsen adviseerden hem te stoppen met het drinken van energiedrankjes > de leverklachten verdwenen met als gevolg dat (r. 16) gevolg Scholen merkten dat kinderen zich niet goed konden concentreren. Het gevolg was dat op veel scholen de energiedrankjes uit de automaten werden gehaald. niet alleen ook (r. 34) opsomming Er worden verschillende ingrediënten van energiedrankjes opgesomd die slecht zijn voor je gezondheid: cafeïne en suiker. daarom (r. 36) reden - gevolg In energiedrankjes zit veel suiker, wat slecht is voor je gezondheid. Dit is de reden dat het Voedingscentrum adviseert kinderen onder de 13 geen energiedrankjes te drinken en kinderen tussen de 13 en 18 maximaal één per dag. echter (r. 39) tegenstelling op de blikjes staat de waarschuwing niet aanbevolen voor kinderen < > kinderartsen vinden dit onvoldoende evenals (r. 45) vergelijking De mening van docenten in het voortgezet onderwijs, ouders van jongeren en jongeren zelf over het gebruik van energiedrankjes onder jongeren wordt vergeleken. om te (r. 55-56) doel - middel Het doel van het ministerie van VWS is kinderen op de gevaren van energiedrank is wijzen. Volgens het ministerie van VWS hebben ouders daar een rol in. Zij zijn het middel. dus (r. 66) conclusie Kinderartsen zijn het niet eens met het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport en het Centraal Bureau Levensmiddelenhandel. pagina 3 van 10
VOOR EEN VERBOD TEGEN EEN VERBOD Kinderartsen (Nederlandse Vereniging voor Kindergeneeskunde (NVK): Kinderen krijgen allerlei lichamelijke en geestelijke klachten als zij veel energiedrankjes drinken. Ministerie van Volksgezondheid Welzijn en Sport: Ouders, scholen en sportverenigingen hebben de verantwoordelijkheid om kinderen te wijzen op de gevaren van energiedrankjes. Centraal Bureau Levensmiddelenhandel: Het is de taak van de ouders om erop toe te zien dat kinderen niet te veel energiedrankjes nuttigen. 2. Rusteloosheid, vermoeidheid, hartritmestoornissen en andere, meer ondefinieerbare, klachten. 3. Dat de drempel om energiedrankjes te kopen erg laag is: de drankjes zijn in elke supermarkt te koop en kosten weinig. 4a. 85mg per dag 4b. 510mg per dag 5. nuttigen = eten of drinken pagina 4 van 10
pleiten voor = met woorden iets proberen te bereiken stimulerend = opwekkend, prikkelend, slaapwerend mentaal = geestelijk pleiten voor = met woorden iets proberen te bereiken stimulerend = opwekkend, prikkelend, slaapwerend mentaal = geestelijk pleiten voor = met woorden iets proberen te bereiken stimulerend = opwekkend, prikkelend, slaapwerend mentaal = geestelijk pleiten voor = met woorden iets proberen te bereiken stimulerend = opwekkend, prikkelend, slaapwerend mentaal = geestelijk pleiten voor = met woorden iets proberen te bereiken stimulerend = opwekkend, prikkelend, slaapwerend mentaal = geestelijk pagina 5 van 10
De Nieuwsbegripbieb Titels bij week 3 Puberstrijd en lieve leugens Suijker, Teunie Vanaf 11 jaar B-boek Floor en Tessa zitten in 2 HAVO en wonen op een schippersinternaat. Soms is het lastig te ontdekken wie echte vrienden zijn. De vriendengroep komt, zonder dat ze het doorhebben, onder invloed van jongens die hen via de weg van energiedrankjes en breezers, op het pad van loverboys wil brengen. Ik leef gezond Berg, Charlotte van den Vanaf 14 jaar J-boek Lisa wil gezond leven. Ze doet haar best gezond te eten, voldoende te bewegen en te slapen. Op de website van Jeugdbieb staan leuke filmpjes, apps en interessante websites over het Nieuwsbegriponderwerp. Ga naar: www.jeugdbieb.nl/nieuwsbegrip. pagina 6 van 10
Kopieerblad 1 voorbereiding Stap 1: Schrijf de stelling op -------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------- -------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------- Stap 2: Bedenk argumenten vóór en tegen Bedenk een argument vóór en een argument tegen de stelling. Je zult merken dat je de stelling altijd van twee kanten kunt bekijken en daar argumenten bij kunt vinden. Schrijf dat hieronder in het schema op. Leg je argument zo goed mogelijk uit, zodat iedereen snapt wat je bedoelt. Vooral de jury moet jou straks heel goed kunnen volgen. Het is helemaal mooi als je nog een voorbeeld weet. Denk aan iets wat je zelf hebt meegemaakt of iets dat je hebt gezien op het (Jeugd)journaal. VOOR Argument in 1 woord: TEGEN Argument in 1 woord: Argument: Argument: Uitleg: Uitleg: Bijvoorbeeld: Bijvoorbeeld: Stap 2: Uitleggen en voorbeelden bedenken in tweetallen De docent wijst jou een samenwerkingspartner toe. Je hebt 2 minuten om elkaar te vertellen wat je argument is en dat uit te leggen met voorbeelden erbij. Als je niet snapt wat je klasgenoot vertelt, zeg je dat en help je om het argument duidelijk te krijgen. pagina 7 van 10
Kopieerblad 2 - Betoog voorstanders Ik ben er voor dat... Ik heb daarvoor 3 argumenten: 1[argument in 1 woord] Argument.. Uitleg. Bijvoorbeeld.. 2[argument in 1 woord] Argument.. Uitleg. Bijvoorbeeld.. 3[argument in 1 woord] Argument.. Uitleg. Bijvoorbeeld... pagina 8 van 10
Kopieerblad 3 - Betoog tegenstanders Ik ben er tegen dat... Ik heb daarvoor 3 argumenten: 1[argument in 1 woord] Argument. Uitleg. Bijvoorbeeld.. 2[argument in 1 woord] Argument.. Uitleg. Bijvoorbeeld. 3[argument in 1 woord] Argument.. Uitleg. Bijvoorbeeld... pagina 9 van 10
Kopieerblad 4 juryleden Naam jurylid. Voorstanders Tegenstanders Samenwerking voorbereiding: Samenwerking voorbereiding: De leerlingen luisteren naar de voorzitter. De leerlingen luisteren naar de voorzitter. Iedereen doet mee met de vergadering. Iedereen doet mee met de vergadering. Er worden meerdere argumenten bedacht. Er worden meerdere argumenten bedacht. De leerlingen houden zich aan het onderwerp. De leerlingen houden zich aan het onderwerp. Tijdens het debat: Tijdens het debat: Teamwork: Teamwork: iedereen is een keer opgestaan iedereen is een keer opgestaan het team helpt elkaar het team helpt elkaar Presentatie: Presentatie: het team richt zich op de jury het team richt zich op de jury het team spreekt duidelijk het team spreekt duidelijk Argumentatie: Argumentatie: de argumenten worden goed uitgelegd de argumenten worden goed uitgelegd het team reageert op het andere team het team reageert op het andere team Het beste argument vond ik: Het beste argument vond ik. dat is gezegd door dat is gezegd door. Ik vind dat de voorstanders/tegenstanders van de stelling gewonnen hebben, omdat... pagina 10 van 10