Update woonfiscaliteit Debbaut Pieter

Vergelijkbare documenten
Update woonfiscaliteit

info BBB ajr 2016 woonfiscaliteit 1 wat is een eigen woning? wat is een eigen woning? wat is een eigen woning? wat is een eigen woning?

Fiscale aspecten van woningkredieten na de zesde staatshervorming. Luc De Greef

Personenbelasting - Optimale aangifte woonleningen. Forum for the Future - November Maurice De Mey

Fiscale aspecten van de zesde staatshervorming. Luc De Greef

Met huidig bericht wordt enkel ingegaan op een aantal praktische vragen die voor dergelijke, in 2014 gesloten leningen, worden gesteld.

Het belastingvoordeel dat verbonden is aan een hypotheeklening, noemt men in Vlaanderen de woonbonus.

De woningfiscaliteit grondig door elkaar geschud. 1. Alleen de gewesten zijn nog bevoegd voor de eigen woning... 2

8.7.3 Combinatie oude en nieuwe fiscale korf

WEBINAR Aangifte 2016

9.7.3 Combinatie oude en nieuwe fiscale korf

Regionalisering woonfiscaliteit

Aangiftedossiers en cases vastgoed en hypotheek

WEGWIJS IN DE VLAAMSE PERSONENBELASTING VOOR UW VASTGOED DEPARTEMENT FINANCIËN & BEGROTING

Grensbedragen hypothecaire leningen. Ink AJ Ink AJ Ink AJ 2018

Deel 1 - Bijzondere fiscale aftrek eigen woning (de zgn. woonbonus) als u leent voor uw verbouwing. 2. Voorwaarden waaraan de lening moet voldoen

DEEL 1: CASES WOONBONUSVOORWAARDEN... 17

DEEL 1: 40 VOLLEDIG UITGEWERKTE PRAKTIJKCASES... 19

Datum laatste aanpassing: 29/02/2016

WEGWIJS. in de Vlaamse personenbelasting voor uw vastgoed DEPARTEMENT FINANCIËN & BEGROTING

Grensbedragen hypothecaire leningen. Ink AJ Ink AJ Ink AJ 2016

WEGWIJS. in de Vlaamse personenbelasting voor uw vastgoed. DEPARTEMENTp FINANCIËN & BEGROTING

Fiscaliteit na de 6 e staatshervorming

Fiscaliteit van het hypothecair krediet

DEEL 1: CASES WOONBONUSVOORWAARDEN 1-32

Algemene Administratie van de Fiscaliteit Operationele Expertise en Ondersteuning Dienst PB Personenbelasting

Toelichting bij de aangifte in de personenbelasting aanslagjaar 2010, inkomstenjaar 2009

Circulaire 2018/C/51 over de Vlaamse woonfiscaliteit

Indexering aj aj. 2017

DEEL 1: 40 VOLLEDIG UITGEWERKTE PRAKTIJKCASES... 17

Lieven Van Belleghem

fiscaliteit van het woonkrediet & vastgoedfinanciering via de tweede pensioenpijler actualia

Van Belleghem Kluwer Opleidingen voor Bank Verzekering Accountancy

Vlaamse fiscaliteit met betrekking tot woningen. Departement Financiën en Begroting

1.2. Aankoop door de vennootschap

Auteur. Federale Overheidsdienst Financiën. Onderwerp

Lieven Van Belleghem

woonkrediet Vaste formule 10, 15, 20, 25 of 30 jaar

Wolters Kluwer Belgium

TOEPASSING VAN DE ARTIKELEN 243, 243/1 EN 244, WIB 92: CATEGORIEËN VAN NIET-RIJKSINWONERS (AJ. 2015)

DE GIDS VOOR TOEKOMSTIGE EIGENAARS DIE ALLES WILLEN WETEN OVER HET FISCALE PLAATJE!

Dries Wouters Docent Ergo Life en Brokers Training Mede-auteur Belasting- en Beleggingsgids KVK, dinsdag 21 oktober 2014

Impact begrotingsmaatregelen van Di Rupo op uw Personenbelasting

fiscale aspecten van de levensverzekering

FAQ Onroerende inkomsten Nieuwe versie

Auteur. Onderwerp. Datum

De aangifte in de personenbelasting inkomsten 2008

Actualia personenbelasting

Circulaire 2018/C/121 over het wijk-werken

Deel 1 - Belastingvermindering voor de enige en eigen woning (de zgn. woonbonus) als u gaat lenen voor uw verbouwing

Fiscale simulator - inkomsten 2016

Personenbelasting als potentieel beleidsinstrument

Instelling. Onderwerp. Datum

1 e pijler : Wettelijk pensioen. 2 e pijler : fiscaal - beroep (S)VAPZ IPT / groepsverzekering RIZIV contract

VASTGOED, EEN BOUWSTEEN VAN UW VERMOGEN. Thomas Weyts Expert Tax & Estate Planning

Gelieve de volledige lijst te doorlopen en fiches toe te voegen waar nodig

FISCALITEIT VAN DE LEVENSVERZEKERING

Energiebesparende uitgaven Groene lening. Inkomsten 2011 (aangifte 2012) Federale Overheidsdienst FINANCIEN

1. Belastingschalen in de personenbelasting. Aanslagjaar 2018 in euro

Auteur. Federale Overheidsdienst Financiën. minfin.fgov.be. Onderwerp

Bijlage Personenbelasting definitieve versie aj.2015

DI RUPO 1 BEGROTING 2012

DE BELANGRIJKSTE KERNCIJFERS VAN 2018 VOOR LOONTREKKENDEN EN ZELFSTANDIGEN

Vak III: onroerende inkomsten

Deel 1 - Waarom zou een vennootschap hiervoor interessant kunnen zijn?

Thema: Tax-on-web Fiscaliteit Koenraad Tranchet Tax-on-web. ^ÉxÇÜttw gütçv{xà

Fiscale Studie Onroerend Goed België versus 10 andere Europese landen

3 FISCALE ASPECTEN VAN HET VRUCHTGEBRUIK

VLAAMS GEWEST REGISTRATIERECHTEN BIJ ONDERHANDSE AANKOOP

DOSSIER : VRAGENLIJST INZAKE EVENTUELE VERMINDERINGEN VAN REGISTRATIERECHTEN. GELIEVE STEEDS MET JA of NEEN TE ANTWOORDEN

FISCAAL BELEID INZAKE BEZIT VAN PRIVE ONROEREND GOED: EEN EVOLUTIE

Personenbelasting aj. 2017

invloed 6e staatshervorming

INHOUD. Huwelijk en fiscus

hoofdstuk 8 Lenen Lenen 167

Energiebesparende uitgaven Groene lening. Inkomsten 2009 (aanslagjaar 2010) Federale Overheidsdienst FINANCIEN

F I N A N C I Ë L E I N F O F I C H E

Aangifte PB Persconferentie. Johan Van Overtveldt. 28 april 2015 North Galaxy. Minister van Financiën

DE BELANGRIJKSTE CIJFERS VAN 2016 VOOR ZELFSTANDIGEN EN LOONTREKKENDEN

DE BELANGRIJKSTE CIJFERS VAN 2017 VOOR ZELFSTANDIGEN EN LOONTREKKENDEN

exclusief Registratierecht

FAQ belastingvermindering voor uitgaven voor de beveiliging van een woning tegen diefstal of brand

Aanslagjaar 2012/inkomsten 2011 De fiscaliteit van het hypothecaire woningkrediet

Vak III. inkomsten van onroerende goederen. uitgangspunt bij de belastbare grondslag. België. Kadastraal Inkomen. Brutohuur. Buitenland.

DE BELANGRIJKSTE CIJFERS VAN 2014 VOOR ZELFSTANDIGEN EN LOONTREKKENDEN

FAQ belastingvermindering voor uitgaven voor de beveiliging van een woning tegen diefstal of brand

Fiscale aspecten van de levensverzekering. Informatiebrochure

Transcriptie:

Update woonfiscaliteit Debbaut Pieter Auteur/redacteur Belastinggids (Pelckmans Pro)

Inleiding: de basics van de woonfiscaliteit 2

De berekening van de PB na de 6 e Staatshervorming De gewesten zijn sinds aj. 2015 exclusief bevoegd voor de belastingverminderingen en -kredieten mbt de uitgaven voor het verwerven en behouden van de eigen woning. Welk gewest is bevoegd? De personenbelasting wordt geacht te zijn gelokaliseerd op de plaats waar de belastingplichtige zijn fiscale woonplaats heeft gevestigd op 1 januari van het aanslagjaar (art. 5/1 2 BFW). De fiscale woonplaats = de werkelijke verblijfplaats De inschrijving in het bevolkingsregister of plaats van domiciliëring zijn wettelijke (weerlegbare) vermoedens. Voor gehuwden = plaats waar het gezin verblijft. Bij conflicten zal de federale belastingadministratie beslissen. 3

Eigen woning Het inkomen van de eigen woning wordt vrijgesteld van personenbelasting (art. 12 3 WIB). Geen aangifte meer van het KI, huurinkomen, brutohuur/waarde van de eigen woning gelegen in België of in het buitenland. Onroerende voorheffing blijft wel verschuldigd. Nieuw vanaf aj. 2018 (OV): in het Vlaams gewest stijgt het tarief van 2,5% naar 3,97% (met een corresponderende daling van de prov./gem. opcentiemen) (Decreet van 18/11/16). Nieuw vanaf aj. 2018 (OV): de dienst Brussel Fiscaliteit staat zelf in voor de vestiging en inning van de OV. Wel nog aangifte van het KI van de eigen woning in vak IX indien lening in aanmerking komt voor de oude gewestelijke voordelen voor intresten ( oude belastingvermindering voor intresten en verrekening van de OV). 4

Eigen woning Nieuwe definitie eigen woning vastgelegd in de Bijzondere Financieringswet van 6/1/14 - art. 5/5 4 BFW en art. 2 1 15 WIB. Eigendomsverplichting: de belastingplichtige is eigenaar, bezitter, erfpachter, opstalhouder of vruchtgebruiker van de woning. Bewoningsverplichting: de woning wordt door de belastingplichtige zelf betrokken of niet zelf betrokken wegens specifieke redenen. 5

Eigen woning Zelf betrokken. Niet zelf betrokken wegens a) sociale redenen of beroepsredenen. b) wettelijke of contractuele belemmeringen. c) (ver)bouwingswerkzaamheden. ongeacht bestemming!! Meerdere woningen (A en B) zelf betrokken: domicilie (A of B) = EW Woning zelf betrokken (A) en woning niet zelf betrokken wegens a-b-c (B): A = EW Woning (A en B) niet zelf betrokken wegens a-b-c: keuze A of B = EW 6

Eigen woning Sociale redenen verblijf in rusthuis, rolstoelpatiënt en woning ongeschikt, gezinsuitbreiding, echtscheidingsperikelen, intrek nemen bij zorgbehoevende ouders, intrekken bij partner sociale reden (= adm. standpunt). Professionele redenen werkplaats op verre afstand van woning (gelegen binnen of buiten België), wenselijk dat men op werkplaats woont, woning wordt volledig beroepshalve gebruikt. 7

Eigen woning Oude fiscale tolerantie blijft gelden (Ci.RH.331/633.998 van 3/2/15): Een wegens reden a niet betrokken woning die wordt verhuurd, blijft een eigen woning! Gehuwden en wettelijk samenwonenden kunnen slechts één eigen woning hebben. Nieuwe fiscale optimalisatie: al dan niet uitzonderingen voor niet-bewoning inroepen! Voor de uitgaven van een Brusselse HL > 2017 voor de eigen woning is het fiscaal nihil. Voor de uitgaven van een Vlaamse HL > 2016 voor de eigen woning is het voordeel gereduceerd. 8

Niet-eigen woning Woning (gedeeltelijk) verhuurd aan derden (= personen die geen deel uitmaken van het gezin). Woning (gedeeltelijk) beroepsmatig gebruikt. Woning niet zelf betrokken wegens andere reden dan a-b-c (of reden a-b-c wordt niet ingeroepen!) 9

Eigen of niet-eigen woning Tijdstip van betaling van uitgave HL/LV: eigen woning?* JA NEEN Gewestelijke voordelen Federale voordelen * Beoordeling van dag tot dag! 10

Aangifte aj. 2018 Nieuw: elk gewest heeft zijn eigen vak IX Vak IX I GEWESTELIJK: intresten, kapitaalaflossingen en premies van gebonden levensverzekeringen EIGEN WONING Vak IX II A FEDERAAL: intresten van groene lening Vak IX II B FEDERAAL : intresten, kapitaalaflossingen en premies van levensverzekeringen NIET EIGEN WONING 11

12

13

14

Fiscale attesten Sinds aj. 2017 zijn nieuwe fiscale attesten van kracht (Bericht FOD Financiën, BS 23/6/16): modelattest 281.61 (KA en intresten) modelattest 281.62 (levensverzekeringspremies) + integratie van vroegere eenmalige basisattest en jaarlijks betalingsattest in één nieuw attest (van belang voor herfinancieringsleningen) - maar nog steeds enkel jaarbedragen (gemiste kans). 15

Hypotheekfiscaliteit: Tax-on-web NIEUW : vanaf aj. 2018 worden gegevens m.b.t. (bepaalde) hypothecaire leningen en individuele levensverzekeringen automatisch ingevuld in TOW. Welke uitgaven? Uitgaven van HL die in aanmerking komen voor de gewestelijke of geïntegreerde woonbonus (+ CH voor Wallonië). Waakzaamheid geboden: ingevulde rubrieken in TOW niet altijd correct! Premies van LV die in aanmerking komen voor het federaal lange termijnsparen. 16

Oude voordelen: HL/LV aangegaan (in principe) vóór 2005 17

Eigen woning Aangifte van het KI van de eigen woning indien HL (< 2005) in aanmerking komt voor de oude gewestelijke voordelen voor intresten. Oude voordelen: Intresten: gewone (1) en (2) bijkomende belastingvermindering Kapitaalaflossingen en premie SSV: belastingvermindering (3) bouw- en (4) langetermijnsparen 18

1. Gewone intrestaftrek en (vanaf 2014) gewone belastingvermindering voor intresten: Voor intresten van leningen (met onroerend doel) die niet in aanmerking komen voor de woonbonus (geen bijkomende voorwaarden). Eigen woning (gewestelijk vanaf 2014): de intresten beperkt tot het netto onroerend inkomen komen in aanmerking voor belastingvermindering. Niet-eigen woning (federaal): de intresten worden afgetrokken van het netto onroerend inkomen (intrestaftrek). Verrekening OV = (vanaf 2014) belastingvermindering aan 12,5% (intresten beperkt tot het GKI van de eigen woning) 19

1. Gewone intrestaftrek en (vanaf 2014) gewone belastingvermindering voor intresten: Leningen gesloten vóór 2015: codes 3146 en 3152 Voordeel tegen marginaal tarief (lening <> 2005) of 12,5% (lening < 2005) Leningen gesloten in 2015: codes 3150 en 3151 Voordeel tegen 40% (lening <> 2005) of 12,5% (lening < 2005) 20

2. Bijkomende intrestaftrek of (vanaf 2014) bijkomende belastingvermindering voor intresten: Voor intresten van hypothecaire leningen die vanaf 1 mei 1986 (en in principe vóór 2005) zijn gesloten met een looptijd van ten minste tien jaar om een enige woning te bouwen of verbouwen. In geval van verbouwing moet de woning minstens 15 jaar in gebruik zijn genomen, de werken onderworpen zijn aan het BTW-tarief van 6% en de kostprijs (incl. BTW) van de werken overeenstemmen met een bepaald minimumbedrag. Indien samenloop van lening gesloten vóór en vanaf 2005 voor dezelfde eigen woning: KEUZE maken voor oude regeling voor beide leningen of woonbonus voor nieuwe lening (vanaf 2015 VL of 2016 - WAL niet meer mogelijk). 21

2. Bijkomende intrestaftrek of (vanaf 2014) bijkomende belastingvermindering voor intresten: 22

2. Bijkomende intrestaftrek of (vanaf 2014) bijkomende belastingvermindering voor intresten: 23

2. Bijkomende intrestaftrek of (vanaf 2014) bijkomende belastingvermindering voor intresten: 24

2. Bijkomende intrestaftrek of (vanaf 2014) bijkomende belastingvermindering voor intresten: 25

2. Bijkomende intrestaftrek of (vanaf 2014) bijkomende belastingvermindering voor intresten: 26

2. Bijkomende intrestaftrek of (vanaf 2014) bijkomende belastingvermindering voor intresten: Leningen gesloten vóór 2014 (Federaal en gewestelijk): Tot en met 2013 (aanslagjaar 2014): aftrek van inkomen - voordeel tegen marginaal tarief (25-50%) Vanaf 2014 (aanslagjaar 2015): belastingvermindering - voordeel tegen marginaal tarief (30-50%) (Wet van 8/5/14) Lening gesloten in 2014 (Gewestelijk): Belastingvermindering - voordeel tegen marginaal tarief (30-50%) Lening gesloten vanaf 2015 (Gewestelijk afgeschaft in VL): Belastingvermindering - voordeel tegen 40% (WAL) en 45% (BR) 27

Voorbeeld Berekening: 5000 ( 1000 x 1,7491) = 3251 3251 x ( 34.610 / 100.000) = 1125,17 1125,17 x 50% (8 e jaar) = 562,58 562,58 x 50% (MT) = 281,29 28

3. Belastingvermindering bouwsparen: Voor kapitaalaflossingen van hypothecaire leningen voor het (ver)bouwen of verwerven van een in de EER gelegen enige woning (in volle eigendom), (in principe vóór 2005) gesloten bij een instelling gevestigd in de EER, met een minimumlooptijd van 10 jaar en premies van individuele levensverzekeringen die uitsluitend dergelijke hypothecaire lening weder samenstellen of waarborgen. Rekening houdend met de (federale en gewestelijke) fiscale korf. Indien samenloop van lening gesloten vóór en vanaf 2005 voor dezelfde eigen woning: keuze maken voor oude regeling voor beide leningen of woonbonus voor nieuwe lening (vanaf 2015 VL en 2016 WAL niet meer mogelijk). 29

3. Belastingvermindering bouwsparen: 30

3. Belastingvermindering bouwsparen: 31

3. Belastingvermindering bouwsparen: Leningen gesloten vóór 2014 (Federaal en gewestelijk): Belastingvermindering - voordeel tegen marginaal tarief (30-50%) Lening gesloten in 2014 (Gewestelijk): Belastingvermindering - voordeel tegen marginaal tarief (30-50%) Lening gesloten vanaf 2015 (Gewestelijk afgeschaft in VL): Belastingvermindering - voordeel tegen 40% (WAL) en 45% (BR) 32

4. Belastingvermindering langetermijnsparen: Voor kapitaalaflossingen van hypothecaire leningen voor het (ver)bouwen of verwerven van een (niet-enige) woning en gesloten bij een instelling gevestigd in de EER en met een minimumlooptijd van 10 jaar en premies van individuele levensverzekeringen die dergelijke hypothecaire lening weder samenstellen of waarborgen. Rekening houdend met de (federale en gewestelijke) fiscale korf. Voordeel (Federaal en gewestelijk): belastingvermindering aan 30%. 33

3. Belastingvermindering langetermijnsparen: 34

Fiscale korf Beperking i.f.v. het beroepsinkomen Maximaal Vlaanderen (vast) 171 + 6 % NBI 2280 ( 35.150) Wallonië (vast) 171,90 + 6 % NBI 2290 ( 35.301,66) Brussel (aj. 2018) 176,40 + 6 % NBI 2350 ( 36.266,66) Brussel (aj. 2019) 180,00 + 6 % NBI 2400 ( 37.000) 35

De (geïntegreerde) Vlaamse woonbonus Leningen aangegaan vanaf 2005 36

Woonbonus: voorwaarden Een hypothecaire lening (looptijd min. 10 jaar) specifiek gesloten voor het verwerven of behouden van een in de EER gelegen enige en eigen woning, aangegaan vanaf 1 januari 2005 en tot 2015 VL, tot 2015 WAL (uitz. overgangsregeling), tot 2016 BR, bij een instelling gevestigd in de EER. Een individuele levensverzekering uitsluitend ter dekking of wedersamenstelling van een dergelijke hypothecaire lening, aangegaan vanaf 1 januari 2005. De kredietnemer moet volle eigenaar, vruchtgebruiker, erfpachter of opstalhouder van de woning zijn waarvoor het krediet is aangegaan. 37

Woonbonus: voorwaarden Enige woning op 31 december van het jaar van het verlijden van de leningsakte (beoordeling per belastingplichtige). Uitzonderingen: onroerende goederen andere dan woningen; woningen in mede-eigendom, naakte eigendom of vruchtgebruik ingevolge erfenis; een andere woning die op die datum op de vastgoedmarkt te koop is aangeboden en daadwerkelijk verkocht op 31/12/jaar van verlijden leningsakte + 1. 38

Woonbonus: voorwaarden Eigen woning op 31 december van het jaar van het verlijden van de leningsakte. Uitzonderingen: sociale - of beroepsreden; wettelijke of contractuele belemmeringen: tot 31/12/jaar van verlijden leningsakte + 2 of zodra de belemmeringen zijn weggevallen; stand van de bouw- of verbouwingswerkzaamheden: tot 31/12/jaar van verlijden leningsakte + 2 of zodra de werkzaamheden zijn beëindigd. 39

Woonbonus: voorwaarden Doel: verwerven of behouden van een enige en eigen woning. aankoop van een woning (uit onverdeeldheid treden); bouwen van een woning; verbouwen van een woning (dit zijn de werken in onroerende staat waarop het verlaagde BTW-tarief van 6% van toepassing is); omvormen van een onroerend goed tot een woning; betaling van successierechten/erfbelasting en schenkingsrechten/schenkbelasting; niet als verbouwing aan te merken vernieuwing : binnen- en buitenschilderwerken, behangen, schuren parket, gevelreiniging, ontmossen van daken + energiebesparende uitgaven. 40

Woonbonus: voorwaarden Levensverzekering dient uitsluitend voor het waarborgen of wedersamenstellen van de hypothecaire lening; Verzekeringsnemer = verzekerde = begunstigde bij leven; Afgesloten vóór de leeftijd van 65 jaar; Voorziene minimumlooptijd 10 jaar (indien voordelen bij leven); Aangegaan bij een instelling gevestigd in de EER; Begunstigde bij overlijden: de persoon die ingevolge het overlijden de volle eigendom of vruchtgebruik van de woning verwerft. 41

Woonbonus: voorwaarden Basisbedrag per belastingplichtige (ongeacht het inkomen, type woning, leningsbedrag ). + tienjarige verhoging (per belastingplichtige). + tienjarige verhoging (per belastingplichtige) indien minstens 3 KTL op 1/1 van het jaar volgend op het jaar van het sluiten van de lening. Permanente gewestelijke indexatiestop in VL vanaf 2014 (aj. 2015) en in WAL vanaf 2015 (aj. 2016). VL: 2280/ 1520 + 760 + 80 WAL: 2290 + 760 + 80 BR: 2350 ( 2400) + 780 ( 800) + 80 (aj. 2019) 42

Woonbonus: voordeel Tot en met 2013: aftrek van inkomen - voordeel tegen marginaal tarief (25-50%). Vanaf 2014: belastingvermindering - voordeel tegen marginaal tarief (30-50%) (Wet van 8/5/14). Vanaf 2015: belastingvermindering - voordeel tegen 40% (VL en WAL) en 45% (BR). 43

Woonbonus: voorwaarden Niet langer voldaan aan de voorwaarde enige woning: De verhogingen gaan definitief verloren indien de belastingplichtige (volle) eigenaar of vruchtgebruiker wordt van een tweede woning (jaarlijkse beoordeling op 31/12), tenzij door erfenis (tolerantie). Niet langer voldaan aan de voorwaarde eigen woning: Wanneer een eigen woning een niet-eigen woning wordt vanaf 2016, dan gaat de (federale) woonbonus verloren. Enkel nog recht op federale belastingvermindering LT-sparen en federale intrestaftrek. 44

Woonbonus: algemeen Wederopname = nieuwe lening Herfinanciering = fiscaal regime van oorspronkelijke lening Alternatieve schuldsaldoverzekering: Koopsom in het aanvangsjaar van de lening; Afsluiten in het kader van het pensioensparen; Overlijdensdekking inbouwen in verzekering van de 2 e pijler (groepsverzekering, IPT, VAPZ). 45

De Vlaamse woonbonus I: aangifte PB Leningen gesloten vóór 2015: Basisbedrag: 2280 + verhogingen: 760 en 80 (max. 3040 of 3120) per belastingplichtige Belastingvermindering tegen marginaal tarief (30-50%) Codes 3370/4370 en 3371/4371 + extra codes m.b.t. verhogingen Permanente indexatiestop Keuze voor oud systeem mogelijk (bij samenloop lening vóór 2005 en vanaf 2005) 46

De Vlaamse woonbonus I: aangifte PB 47

De Vlaamse woonbonus II: aangifte PB Leningen gesloten in 2015 ( Inkrimping Vlaamse woonbonus! Decreet van 19/12/14): Basisbedrag: 1520 + verhogingen: 760 en 80 (max. 2280 of 2360) per belastingplichtige Voordeel tegen 40% Codes 3360/4360 en 3361/4361 + extra codes m.b.t. verhogingen Permanente indexatiestop Keuze voor oud systeem NIET meer mogelijk (bij samenloop lening vóór 2005 en in 2015) 48

De Vlaamse woonbonus II: aangifte PB 49

De Vlaamse woonbonus I en II: aangifte PB Samenloop van leningen gesloten vóór 2015 (en vanaf 2005) en in 2015: Per lening het maximumbedrag (Lening < 2015: 2280/ 3040 of 3120 en lening in 2015: 1520/ 2280 of 2360) vermelden. Volgorde van aanrekening (door de fiscus): voorrang aan de lening gesloten vóór 2015 (art. 145 37 3 WIB). L1 > 2280 L2 = bedrag verhoging - (L1-2280) 760 < L 1 < 2280 L2 = ( 2280 - L1) + bedrag van de verhoging L1 < 760 L2 = 1520 + bedrag van de verhoging 50

Combinatie woonbonus I en II: aangifte PB Samenloop van leningen gesloten vóór 2015 (en vanaf 2005) en in 2015: Voorbeelden: L1 = Lening vóór 2015 (> 2005) en L2 = lening in 2015 L1 ( 6000) en L2 ( 3000) = L1 3040 x MT L1 ( 2000) en L2 ( 2500) = L1 2000 x MT + L2 1040 x 40% L1 ( 500) en L2 ( 3000) = L1 500 x MT + L2 2280 x 40% L1 = lening in 2005 en L2 = lening in 2015 L1 ( 5000) en L2 ( 4000) = L1 2280 x MT + L2 760 x 40% 51

Combinatie: leningen gesloten vóór 2005 en in 2015 voor dezelfde eigen woning: Gelijktijdig lopende leningen: KEUZE voor oude of nieuwe lening Ofwel komt de lening gesloten in 2015 in aanmerking voor de woonbonus, ofwel komt de oude lening in aanmerking voor de oude voordelen. Vb.: lening voor de aankoop in 2000 en verbouwingslening (ev. via heropname) in 2015. Niet gelijktijdig lopende leningen: COMBINATIE van woonbonus en oude voordelen mogelijk. 1. Woonbonus 2. Bouwsparen 3. Langetermijnsparen Fiscale korf (bouw- en LT-sparen) wordt verminderd met het basisbedrag van de woonbonus, zonder rekening te houden met de verhogingen (art. 145 6 WIB) 52

Combinatie: leningen gesloten vóór 2005 en in 2015 voor verschillende eigen woningen: COMBINATIE van woonbonus en de oude (gewestelijke en federale) voordelen. 1. Woonbonus 2. Bouwsparen 3. Langetermijnsparen Fiscale korf (bouw- en LT-sparen) wordt verminderd met het basisbedrag van de woonbonus, zonder rekening te houden met de verhogingen (art. 145 6 WIB) Vb.: verhuis van op 31/12 te koop aangeboden eigen woning A ( oude lening) naar aangekochte eigen woning B (nieuwe lening) 53

Andere Vlaamse voordelen Bijkomende belastingvermindering voor intresten: Alleen voor leningen gesloten vóór 2015 (codes 3138/4138 en 3139/4139) Keuzemogelijkheid afgeschaft voor leningen gesloten vanaf 2015 (Vb.: aankooplening 2000 + verbouwingslening 2010) Gewone belastingvermindering voor intresten: Leningen gesloten vóór 2015: code 3152 - voordeel tegen MT Leningen gesloten in 2015: codes 3151 - voordeel tegen 40% Vb. lening gewaarborgd door hypothecaire mandaat/volmacht of lening voor de aankoop/(ver)bouw(ing) van de niet-enige eigen woning 54

Andere Vlaamse voordelen Belastingvermindering bouwsparen: Alleen voor leningen gesloten vóór 2015 (codes 3355/4355, 3351/4351 en 3352/4352) Keuzemogelijkheid afgeschaft voor leningen gesloten vanaf 2015 Belastingvermindering langetermijnsparen: Leningen gesloten vóór en vanaf 2015 (codes 3358/4358, 3353/4353 en 3354/4354) Fiscale korf: 15% tot 1900 en 6% saldo NBI of vereenvoudigd: 6% NBI + 171 max. 2280 (indexatiestop) 55

De geïntegreerde woonbonus Leningen gesloten vanaf 1 januari 2016: Geïntegreerde woonbonus voor leningen gesloten vanaf 2016 voor de eigen woning bedraagt 1520. Indien ook de enige woning: + 760 (+ 80) (art. 145 38/1 en 145 38/2 WIB). Niet-enige eigen woning: de belastingvermindering voor het LT-sparen en de gewone belastingvermindering voor intresten worden afgeschaft en geïntegreerd in de woonbonus. Niet-eigen woning (bv. 2 e verblijf): federale voordelen (LTsparen en gewone intrestaftrek) blijven bestaan. Leningen gesloten vóór 1 januari 2016: Alle bestaande voordelen blijven behouden (art. 145 37 tot 145 46 WIB92). 56

De geïntegreerde woonbonus 57

De geïntegreerde woonbonus Voorwaarden: Eigen woning op het tijdstip van betaling van de leningsuitgaven (i.p.v. op 31 december van het jaar van het sluiten van de lening). Alle uitzonderingen op de voorwaarde eigen woning, gelden onbeperkt in de tijd. De tijdslimiet van twee jaar (i.g.v. wettelijke of contractuele belemmeringen) wordt afgeschaft. Doel: betalen van erfbelasting en schenkbelasting Premie schuldsaldoverzekering: de voorwaarde uitsluitend vervalt, voortaan geldt een pro rata berekening. 58

De geïntegreerde woonbonus Combinatie/cumulatie van voordelen Geen cumulatie meer van oude voordelen (leningen vóór 2016) en geïntegreerde woonbonus: verplichte (ev. uitgestelde) keuze is definitief! Toch nog cumulatie indien de leningen niet gelijktijdig lopen maar rechtgezet bij Decreet van 23 december 2016: absoluut cumulverbod. Cumul met federale fiscale korf (art. 145 6 WIB max. 2260/ 2310) mogelijk (Parl. Vr., nr. 1106, 8 juli 2016). 59

De geïntegreerde woonbonus Hypotheekoverdracht Nieuwe wettelijke fictie: bij verkoop oude woning vanaf 2016 wordt de overgedragen lening beschouwd als een lening aangegaan voor de nieuwe woning. De woonbonus blijft gelden, op voorwaarde dat wordt afgezien van het federale voordeel (federale belastingvermindering LTsparen). 60

De geïntegreerde woonbonus Zorgwoning Nieuwe wettelijke fictie: hoewel een zorgwoning of kangoeroewoning uit twee wooneenheden met verschillend fiscaal statuut bestaat, blijft de woonbonus gelden voor de volledige woning (incl. zorggedeelte). Maar: miskenning van de definitie eigen woning!! Federale overlapping (?) gerepareerd bij Decreet van 23/12/16. 61

De federale woonfiscaliteit 62

Federale voordelen voor een andere dan de eigen woning: Woonbonus (*) Bijkomende belastingvermindering voor intresten (*) Gewone intrestaftrek (=) Belastingvermindering bouwsparen (*) Belastingvermindering langetermijnsparen (=) + Intresten van groene leningen (gesloten van 2009 tot 2011) * Voor leningen gesloten vóór 2014 63

Federale woonbonus Leningen gesloten (1) vóór 2014 en (2) niet-eigen vóór 2016: 2260 + 750 + 80 tijdelijk geen indexatie (aj. 2015-2018) 2310 + 770 + 80 (aj. 2019) Belastingvermindering tegen marginaal tarief (min. 30%) Samenloop van federale en gewestelijke woonbonus: maximum geldt voor beide korven samen, voorrang voor de gewestelijke uitgaven (bv. verhuis of deel van woning wordt beroepsmatig gebruikt of verhuurd vóór 2016). Voordeel federale woonbonus is facultatief: keuze voor federale belastingvermindering LT-sparen en gewone intrestaftrek is definitief. 64

Federale woonbonus 65

Federaal langetermijnsparen en intrestaftrek Grensbedrag HL: 75.270 (aj. 2015-2018) en 76.860 (aj. 2019) 66

Federale vs Vlaamse voordelen Belastingvermindering LT-sparen (art. 145 6 WIB) voordeel aan 30% (binnen federale fiscale korf, max. 2260/ 2310). Gewone intrestaftrek (art. 14 WIB) - voordeel tegen marginaal tarief (intresten beperkt tot de belastbare onroerende inkomsten). Vb.: Gehuwd koppel leent in 2017 voor de aankoop van een 2 e woning (KI: 1000). Ze hebben een NBI van respectievelijk 55.000 en 45.000. Voordeel LTSP: 2260 x 30% x 2 = 1356 Voordeel GIA: [( 500 x 1,7491) + 40%] x 50% x 2 = 1225 Totaal maximum fiscaal voordeel (aj. 2018) = 2581 Max. voordeel geïntegreerde woonbonus (enige en eigen woning): 2280 x 40% = 912 x 2 = 1824 67

Federale fiscale korf: opportuniteit Combinatie van federale en gewestelijke voordelen opportuniteit voor het federaal LT-sparen (??): Berekening federale fiscale korf (art. 145 6 WIB): 6% van het NBI + 169,20/ 172,80 met een max. van 2260/ 2310 verminderd met het basisbedrag van de woonbonus I en II (zonder rekening te houden met de verhogingen) indexatiestop 2015-2018. Maar geen koppeling met WAL: Chèque Habitat (art. 145 46ter e.v. WIB). VL: Geïntegreerde woonbonus (art. 145 38/1 en 2 WIB). BR: Verhoogd abattement (art. 46bis W.Reg). MAAR aanpassing art. 145 6 WIB aangekondigd (Parl. Vr., nr. 1106, 8 juli 2016). 68

Capita selecta 69

Vlaamse renovatiekrediet Vak X I D In het kader van geregistreerde renovatieovereenkomsten ter beschikking gestelde bedragen die in aanmerking komen voor belastingvermindering (code 3332/4332 en 3333/4333). Natuurlijke personen die een krediet (max. 30 jaar) verstrekken om een leegstaand, verwaarloosd of onbewoonbaar gebouw te renoveren, die als hoofdverblijfplaats (eigen woning) door de kredietnemer wordt gebruikt, genieten een belastingvermindering van 2,5% op het uitgeleende bedrag (max. 25 000 per kredietgever). De vermindering wordt berekend op het gemiddeld uitgeleend bedrag op 1/1/2017 en 31/12/2017. max. vermindering = 25 000 x 2,5 % = 625 per jaar Kredietnemer moet op betaalde intresten RV inhouden.

Uitgaven voor dakisolatie Vak X I E Belastingvermindering voor uitgaven voor dakisolatie in een woning die op 31 december van het jaar van de aanvang van de werken 5 jaar of langer in gebruik genomen was (code 3317). De belastingvermindering bedraagt 30% van de uitgave. Maximale belastingvermindering: 3130 ( 3200 aj. 2019) per woning. aangifte: bedrag van de vermindering ZELF berekenen! Vanaf aj. 2018 afgeschaft, tenzij voor uitgaven betaald in 2017, indien aannemingsovereenkomst getekend in 2016 én in 2016 werd reeds een voorschot betaald.

Uitgaven voor de vernieuwing van een woning verhuurd via een sociaal verhuurkantoor Vak X I F Een belastingplichtige (volle eigenaar, erfpachter, opstalhouder of vruchtgebruiker) die een minstens 15 jaar oude woning vernieuwt en verhuurt via een sociaal verhuurkantoor geniet een belastingvermindering. De kostprijs van de werken (incl. btw) bedraagt min. 11 740 ( 11 990 al. 2019). De belastingvermindering bedraagt 5% (45%) van het bedrag van de werken, en max. 1170 ( 1200 aj. 2019) per jaar gedurende 9 jaar. Aangifte: elk jaar (9) de vermindering zelf berekenen (en ev. verdelen tussen mede-eigenaars).

Uitgaven voor onderhoud en restauratie van beschermde monumenten NIEUW vanaf aj. 2019: Vak X I I Belastingvermindering voor onderhoud en restauratie van beschermde monumenten en landschappen (Decreet van 20/4/18, BS 16/5/18). De belastingvermindering bedraagt 40% (i.p.v. 30%) van het bedrag van de werken. De uitgaven van de werken komen voor 100% (i.p.v. 50%) in aanmerking maar het in aanmerking komende maximumbedrag wordt beperkt tot 25.000 (dit bedrag wordt niet geïndexeerd) (i.p.v. 39.980 x 2 = 79.960). De belastingvermindering geldt per goed (niet per eigenaar). Voor alle (ook verhuurd en niet-publiekelijk toegankelijk ) Vlaams erfgoed (niet alleen voor gebouwen en landschappen).