FLEXIBELE LEERTRAJECTEN Achtergrond Wat zijn flexibele leertrajecten? Vanaf een IHP, ook een IAC. Vanaf dat een leerling andere leerstof krijgt dan de rest van zijn groep (hoger of lager niveau). Het heeft een tijdsaspect, het is afwijkend van niveau en/of organisatie, het heeft als doel leerwinst. Decreet basisonderwijs: geeft aan wat allemaal kan. Je moet een SWP hebben waarin staat dat je bepaalde flexibele initiatieven onderneemt, hierdoor mag je eigenlijk heel veel flexibiliteit geven aan de leertrajecten. Eigenlijk is er dus geen wettelijk kader waarmee je dan nog moet rekening houden, je mag als leerkracht flexibel aan de slag gaan met het traject van een leerling. Je moet deze trajecten wel documenteren: je moet het traject op zich (los v.d. leerling) omschrijven (bijv. een leerlijn voor een flexibel traject voor rekenen vanaf 4 de lj tot eind 6 de lj) + elke stap van het kind in het traject registreren / documenteren. Algemene omschrijving trajectomschrijving: wat, hoe, wanneer, waar, met wie? SO64: decreet voor het secundair onderwijs. De flexibele initiatieven moeten in het schoolreglement opgenomen worden of het is niet van toepassing! Je moet het dus ruim opnemen in het schoolreglement. Je kan een schoolreglement niet tijdens het schooljaar aanpassen! Hierdoor moeten de ouders dus het schoolreglement tekenen vooraleer je flexibel mag werken met een leerling. Vanaf wanneer start je met een flexibel leertraject? Eigenlijk best zo laat mogelijk, probeer ook toekomstgericht (overgang secundair) te denken. Zorg voor een goede overdracht van het lager naar het secundair onderwijs: geef aan welke maatregelen er gelden, welke hulpmiddelen het kind gewend zijn, Bijv. BaSo-fiche. Vb. flexibel traject in secundair onderwijs: leerling vrijgesteld van wiskundetermen (=dispenseren) van 3 de graad, gedelibereerd en diploma gekregen humane wetenschappen ASO. Nadien zal deze leerling uiteraard geen job / verdere studie zoeken met een nadruk op wiskunde. Wat is het verschil tussen differentiatie en flexibele leertrajecten? Wat is jullie ervaring uit observatie, uit participatie met flexibele leertrajecten? 2 componenten van flexibele trajecten Inhoudelijk: Welke leerstof in een jaar (periode)? Jaarklassensysteem? Organisatorisch: hoe worden de leerlingen, op schoolniveau, gegroepeerd (jaarklsys).
Boeken Flexibele leerwegen in Vlaanderen B. De Fraine / Gudrun Juchtmans STAM: samen tot aan de meet reeks. Waarom flexibele leertrajecten? REACTIEF Alternatieven voor zittenblijven. Watervalloopbanen (leerling blijft zakken omdat er niets aan de oorzaak gedaan wordt). Schoolmoeheid voorkomen / remediëren. Inzetten op talenten. PROACTIEF Maatschappelijke ontwikkelingen: toenemende diversiteit individualisering i.d. maatschappij en in onderwijs inclusief onderwijs Visie op leren naar universeel model. weg van child-deficit model naar universeel ontwerp gericht op unieke mogelijkheden van kinderen om tot leren te komen gemiddelde leerling bestaat niet Decreet basisonderwijs (1997) Groepering lln = autonomie van de school. Vrije keuze methode en werkvormen. Enkel de inhoudelijke component (leergebieden, ontwikkelingsdoelen en eindtermen zijn vastgelegd) gekoppeld aan 1 attestering.
SO 64 voor secundair onderwijs Minimum aantal lestijden ligt vast. Lijkt heel rigide maar biedt toch al heel wat mogelijkheden. Instrumenten: studieduur (bijv. iets van 2 jaar over 3 jaar spreiden), plaats van lesbijwoning, evaluatie (vorm mag je kiezen (schriftelijk, mondeling, observatie, ) en dit zelfs per leerling!!), doorstroom na tekorten (bijv. niet delibereerbaar onder een bepaald percentage BEHALVE als je in het schoolreglement zet dat de klassenraad dit kan kortsluiten en zo dus wel delibereren), vrijstellingen (bijv. een franstalige leerlingen vrijstellen voor Frans en die tijd invullen met iets anders) en dispensering (bepaalde leerdoelen voor een leerling laten vallen) ENKEL als het in het schoolreglement opgenomen is! Interne differentiatie UDL Binnenklas-differentiatie (bijv. op 3 niveaus les geven) Differentiëren in aanpak van materiaal, evaluatie, werkvormen, motivatie, didactiek ifv de individuele leerweg van de leerling. Invalshoeken: differentiëren naar interesse, niveau, leerprofiel, tempo, Externe differentiatie = groepering op schoolniveau doelgroepoverschrijdend Multileeftijdsklassen Klasoverschrijdende niveaugroepen Graadevaluatie in secundair Flexibele uurroosters. Bundelen van vakken. Modulair onderwijs: lessen in modules aanbieden. Structureel ingebouwde remediërings- of verbredingsuren (ingeroosterd).
Flexibele praktijken voor specifieke doelgroepen OKAN werking HB werking Kangoeroeklassen Lesbijwoning in een andere school Doorstroom na tekorten Studieduur Vrijstelling van vakken 2 kaders om naar innoveren en flexibiliseren in onderwijs te kijken 1. Regelgeving (zie voorgaande). 2. Invalshoeken om leertrajecten te flexibiliseren (p.10) Creatief met lessentabellen en leerplannen Sticordi-maatregelen voor individuele leerlingen met specifieke leerbehoeften Maatregelen voor individuele leerlingen of leerlingengroepen binnen talenten- of competentiecontext. 3. Invalshoeken om leertrajecten te flexibiliseren in de richting van onderwijs op maat: Differentiëren / flexibiliseren op basis van: tempo / niveau / interesse Op klas- en/of schoolniveau differentiëren / flexibiliseren via: inhoud / proces / product. Ouders krijgen het laatste woord in de overgang van kleuter naar lager ook al zijn de OD niet behaald of is het kind niet schoolrijp. De school is vrij om te kiezen: pedagogische vrijheid (afwijkend van jaarklassensysteem), traject naar de OD en ET en groepering van lln.
Hoe realiseren op je school? Bij noodzaak (bv. veranderen van je llnpopulatie) Leerwegen afgestemd op lln Organisatorisch bekijken (infrastructuur, financieel, tijd) Nood aan competenties van leerkrachten (moeten zich eerst professionaliseren) Casussen + aan de slag Voorbeeld 1: Vakspecifieke leerkrachten Hier werd een voorbeeld gegeven van een school die werkt met gespecialiseerde vakleerkrachten. Deze lkn zijn verantwoordelijk voor alle klassen/hele school voor dat bepaald vak. De lagere klassen kregen wel een klasleerkracht maar werden ondersteund door de vakleerkrachten (uitwisselen van lessen). In 5 en 6 sowieso enkel vakleerkrachten wat de overgang naar het middelbaar makkelijker maakt. Voordelen: soepele overgang, coachen, professionalisering. Valkuilen: vergt veel werk, systeem moet groeien, overlegtijd nodig/ Voorbeeld 2: Trapklassen De leerlingen volgen vakken in verschillende leerjaren, dit gedurende 3 maanden. Om de 3 maanden wordt bekeken in welke niveaugroep ze zitten. Voordeel: eigen tempo en niveau, blijven zitten bestaat niet, motiverend Valkuilen: veel evalueren, wisselende leerkrachten (elke 3 mnd), algemeen meer lkn nodig. Andere casussen: zie boek flexibele leerwegen.