Dierengezondheidszorg Vlaanderen vzw. Jaarlijkse Monitoring van de Kwaliteit van de Runderoormerken

Vergelijkbare documenten
Dierengezondheidszorg Vlaanderen vzw. Jaarlijkse Monitoring van de Kwaliteit van de Runderoormerken

Dierengezondheidszorg Vlaanderen vzw. Jaarlijkse Monitoring van de Kwaliteit van de Varkensoormerken

Dierengezondheidszorg Vlaanderen vzw. Jaarlijkse Monitoring van de Kwaliteit van de Varkensoormerken

Dierengezondheidszorg Vlaanderen vzw. Jaarlijkse Monitoring van de Kwaliteit van de Varkensoormerken

Dierengezondheidszorg Vlaanderen vzw. Jaarlijkse Monitoring van de Kwaliteit van de SGHoormerken

Jaarlijkse Monitoring van de Kwaliteit van de Runderoormerken

Dierengezondheidszorg Vlaanderen vzw. Jaarlijkse Monitoring van de Kwaliteit van de Varkensoormerken

Dierengezondheidszorg Vlaanderen vzw. Jaarlijkse Monitoring van de Kwaliteit van de SGHoormerken

Dierengezondheidszorg Vlaanderen vzw. Jaarlijkse Monitoring van de Kwaliteit van de SGH-oormerken

Dierengezondheidszorg Vlaanderen vzw. Jaarlijkse Monitoring van de Kwaliteit van de Varkensoormerken

Dierengezondheidszorg Vlaanderen vzw. Jaarlijkse Monitoring van de Kwaliteit van de SGHoormerken

Dierengezondheidszorg Vlaanderen vzw. Jaarlijkse Monitoring van de Kwaliteit van de Varkensoormerken

Dierengezondheidszorg Vlaanderen vzw. Jaarlijkse Monitoring van de Kwaliteit van de Runderoormerken

Dierengezondheidszorg Vlaanderen vzw. Jaarlijkse Monitoring van de Kwaliteit van de SGHoormerken

Dierengezondheidszorg Vlaanderen vzw. Jaarlijkse Monitoring van de Kwaliteit van de SGHoormerken

Dierengezondheidszorg Vlaanderen vzw. Jaarlijkse Monitoring van de Kwaliteit van de Runderoormerken

Dierengezondheidszorg Vlaanderen vzw. Jaarlijkse Monitoring van de Kwaliteit van de SGHoormerken

Runderen. Allflex. Allflex Ultra Elektronisch HDX/BVD (BVD/DNA-oorweefselstaal)

Tarieven en retributies I&R

Mededeling aan de Vlaamse Regering

Trend aankoopprotocol

WKK-barometer 2016 juni Zwartzustersstraat 16, bus Leuven

Duurzaamheid van werk binnen de banenafspraak

gearchiveerd op 01/03/2011

Transgender personen in België. die een wijziging van de officiële geslachtsvermelding aanvragen 2018

Hoog aantal vastgoedtransacties in het afgelopen trimester. De vastgoedmarkt herpakt zich na een relatief rustige maand maart

DPA 2099 RUNDEREN - IDENTIFICATIE EN REGISTRATIE [2099] v2

Cijfermateriaal basisregistratie

Rapport. Datum: 21 januari 2005 Rapportnummer: 2005/019

Werkloosheidscijfers Tijdelijke werkloosheid Faillissementen

2011/5 De (in)stabiliteit van huwelijken in België

Meeruitgaven in 2005 t.o.v voor vrouwelijke 60-plussers als gevolg van de pensioenhervorming in 1996

Overzicht uitgeschreven huisartsen NIVEL Lud van der Velden Daniël van Hassel Ronald Batenburg

De vrouwen hebben dan ook een grotere kans op werkloosheid (0,39) dan de mannen uit de onderzoekspopulatie (0,29).

De inflatie zakte in juni nog tot 1,5 punten. De daaropvolgende maanden steeg de inflatie tot 2,0 in augustus (Bron: NBB).

Inventaris hernieuwbare energie in Vlaanderen 2014

PRI 3133 Houden van runderen en kalveren (vetmesten) - Traceerbaarheid [3133] v1

Leeswijzer runderoormerken

PERSBERICHT Brussel, 20 december 2013

Ontwikkeling leerlingaantallen

VR MED.0231/2

STUDIE (F) CDC-455

PERSBERICHT Brussel, 22 december 2015

Analyse van de vooraanmeldingen voor de lerarenopleidingen

FONDS VOOR ARBEIDSONGEVALLEN

De evolutie en tendensen op regionaal en provinciaal niveau worden verderop in deze barometer besproken.

Sierteeltbestedingen dalen, tuinaanneming groeit

DE VEILIGHEIDSGRADEN VAN DE GRAFISCHE SECTOR

Onderwijs: kiezen voor en leren in de techniek

Arbeidsmarkt Onderwijs

Starten met Veeportaal voor rundveehouders

EPB - Eerste cijfers & statistiek t.e.m. 2012

FACTSHEET AFWIJKENDE WIJZE VAN EXAMINERING Elektronische meldingen Trends, analyses en wetenswaardigheden

PERSBERICHT Brussel, 24 september 2015

NOTARISBAROMETER VASTGOED AAN DE KUST OVERZICHT

Controleren I&R registratie schapen voor graasdierpremie

We zien in figuur 2 dat het aandeel personen met een migratieachtergrond toeneemt van 46 procent januari 2015 naar 51 procent in juni 2017.

1. Conventionele bedrijven. Monitor biggensterfte Nederland 2011

WKK-barometer december. Zwartzustersstraat 16, bus Leuven

Crisismonitor Drechtsteden juni 2010 (cijfers tot en met april 2010)

EPB - CIJFERS EN STATISTIEK VOOR EPB- AANGIFTEN INGEDIEND T.E.M. 31/12/2015

Klachten Jaarverslag 2016

Rapportage burgerbrieven VWS 2017

Arbeidsmarktbarometer Onderwijs

Kengetallen Mobiliteitsbranche

Vlaams Archeologencollectief

Op 1 september 2012 startte het nieuwe omkaderingssysteem in het gewoon basisonderwijs.

Starten met Veeportaal voor houders van schapen, geiten en hertachtigen

Impact van de activeringsmaatregelen op de tewerkstelling van werknemers met een buitenlandse nationaliteit

Meldpunt Vossenschade: een overzicht voor 2012

REGISTER VAN HET BESLAG

Joost Meijer, Amsterdam, 2015

Stoppen als huisarts: trends in aantallen en percentages

Onderzoeksvraag zoals geformuleerd door SZW

Arbeidsmarktbarometer Onderwijs

PRIJS VAN ELEKTRICITEIT EN AARDGAS IN BELGIË, IN DE 3 REGIO S EN IN DE BUURLANDEN

PRI 2159 Houden van schapen, geiten of gekweekt tweehoevig wild - Traceerbaarheid (identificatie en registratie inbegrepen) [2159] v5

1.1 Aantal levend geborenen dat bij geboorte woont in het Vlaamse Gewest sinds 2001

Grondwaterstandindicator freatisch grondwater Juni 2013

Inventaris hernieuwbare energie in Vlaanderen 2013

Hypothecaire kredietverlening blijft op peil, ondanks afwachtende houding van de Vlaamse koper

Hondenbeleid Deventer Eindmeting

Gezondheidsprogramma s en monitoring ten dienste van een duurzame en gezonde melkveestapel in Vlaanderen Algemene vergadering MCC - 3 april 2019

Werkloosheidsuitkeringen (WW)

Analyse van de vooraanmeldingen voor de lerarenopleidingen

Duurzaamheid van werk binnen de banenafspraak

Dienstencheques Situatie eind november 2018 Aangekochte cheques

Barometer kinesitherapie 2013

Factsheet Afwijkende wijze van examineren

PERSBERICHT Brussel, 25 januari 2012

Klachtenregeling Stichting van het Kind

PRI 3135 Houden van schapen en geiten - Traceerbaarheid [3135] v3

1,9 miljoen Belgen hebben nog nooit een computer gebruikt; 2,6 miljoen Belgen hebben nog nooit op het internet gesurft.

Impact van de Russische boycot op de prijzen en de uitvoer van bepaalde landbouwproducten

SECTORIËLE RONDZENDBRIEF CDS3IS1203 INDIENEN VAN HET BEWIJS VAN VERWERKING VAN DE INDUSTRIËLE GRONDSTOFFEN

MIRA-T Kwaliteit oppervlaktewater. Belasting van het oppervlaktewater met zuurstofbindende stoffen en nutriënten DPSIR

De vastgoedactiviteit volgt de evolutie van het aantal vastgoed-gerelateerde dossiers op die maandelijks binnekomen in de notariskantoren.

Aan de initiatiefnemers van de woonzorgcentra, centra voor kortverblijf en dagverzorgingscentra met een bijkomende erkenning in Vlaanderen

Evolutie van de Belgische voorraden

De positie van de Vlaamse kust op de Belgische reismarkt

Transcriptie:

Dierengezondheidszorg Vlaanderen vzw Jaarlijkse Monitoring van de Kwaliteit van de Runderoormerken 1 september 2015 31 december 2016

Inhoud 1 Inleiding... 3 2 Inhoud van de monitoring... 4 3 Conformiteit... 4 3.1 Visuele Controle... 4 3.1.1 Inleiding... 4 3.1.2 Resultaten... 4 3.1.3 Bespreking non-conformiteiten... 5 4 Cijfermateriaal... 8 4.1 Marktverdeling... 8 4.1.1 Marktverdeling primo-oormerken... 8 4.1.2 Marktverdeling hermerkingsoormerken... 10 4.2 Percentage waarbij het type van het primo-oormerk verschilt van het type van het eerste hermerkingsoormerk... 11 4.3 Verliespercentage van het eerste oormerk (per oormerktype)... 12 4.4 Totaal percentage verlies... 15 5 Klachtmeldingen... 16 5.1 Inleiding... 16 5.2 Levering... 17 5.3 Kwaliteit... 18 6 Leveringstermijnen... 19 6.1 Inleiding... 19 6.2 Resultaten... 20 7 Samenvatting... 23 2

1 Inleiding Sinds de zomer van 2006 zijn er voor runderen meerdere oormerktypes van verschillende leveranciers op de markt (Tabel 1). In maart 2012 kwam het eerste oormerktype voor oorweefselstaalname (Senior Ultra-TST) op de markt. Op basis van de resultaten van de jaarlijkse monitoring van de kwaliteit van het oormerktype M7 Metalen Punt van de firma Merko en de continue melding van klachten, werd besloten dat de kwaliteit van dit oormerk inzake de houdbaarheid onaanvaardbaar was geworden. Daarom werd in mei 2014 de erkenning van dit oormerktype ingetrokken door toenmalig Vlaams minister van landbouw Sabine Laruelle. Intussen zijn er nog 2 oormerktypes voor oorweefselstaalname bijgekomen nl. de M8 BVD en Q-Flex Lab Tag. Tabel 1 Markt voor oormerktypes voor runderen (Vlaanderen) Oormerktype Leverancier Nummer erkenning Datum erkenning Datum start verdeling Ultra Allflex SVD 51 < 2005 2002 Senior Senior Allflex BE 113 26/07/05 01/06/06 M7 Metalen Punt Merko BE 121 26/07/05 01/06/06 16/05/14 M-Flex 1a Composite Metagam BE 132 26/07/05 01/08/06 M-Flex 1a Metagam BE 131 26/07/05 01/08/06 Senior Ultra-TST (BVD-oorweefselstaal) Allflex BE 114 05/01/11 01/03/12 Q-Flex BFlex BE 151 15/09/11 12/09/13 Q-Flex Lab Tag BFlex BE 152 3/07/2015 14/12/15 M8 Merko BE 122 4/07/2014 02/12/15 M8 BVD Merko BE 123 3/09/2014 02/12/15 Om de prijs-kwaliteitverhouding regelmatig te toetsen werd een systematische monitoring opgezet. Deze informatie moet de rundveehouders helpen in het maken van de juiste beslissing op het vlak van prijs-kwaliteit. Deze monitoring werd gestart op 1 augustus 2006. In totaal zijn er dus reeds 10 monitoringjaren (zie Tabel 2). Dit verslag betreft het 10 de jaar. Tabel 2 Overzicht monitoringjaren Periode Jaar van de monitoring 1 aug 2006 31 juli 2007 Jaar 1 1 aug 2007 31 juli 2008 Jaar 2 1 aug 2008 31 juli 2009 Jaar 3 1 aug 2009 31 juli 2010 Jaar 4 1 aug 2010 31 aug 2011 Jaar 5 1 sep 2011 31 aug 2012 Jaar 6 1 sep 2012 31 aug 2013 Jaar 7 1 sep 2013 31 aug 2014 Jaar 8 1 sep 2014 31 aug 2015 Jaar 9 1 sep 2015 31 dec 2016 Jaar 10 a 1 jan 2016 31 dec 2016 Jaar 10 b In jaar 5 werd ervoor gekozen om het monitoringjaar met 1 maand op te schuiven. Daardoor kwam het monitoringjaar overeen met het kwaliteitsjaar binnen de unit I&R van DGZ en konden de resultaten gemakkelijker gecombineerd worden. In monitoringjaar 10 is er terug sprake van een verschuiving van het kwaliteitsjaar. Omwille van de beoogde synergie tussen de verschillende afdelingen van DGZ werd er geopteerd om 3

de kwaliteitsjaren van de verscheidene ISO normen op elkaar af te stemmen. Hierbij werd er gekozen om dit gelijk te stellen met het kalenderjaar. Aangezien de volledige periode van de monitoring daardoor 16 maanden zou omvatten werd er beslist om het monitoringjaar eenmalig op te splitsen: - jaar 10 a loopt gelijk met de voorbije monitoringjaren - jaar 10 b loop gelijk met de termijn die voor de toekomstige monitoringjaren vooropgesteld zal worden, namelijk het kalenderjaar Door die splitsing werd de continuïteit in vergelijkbare monitoringjaren verzekerd. 2 Inhoud van de monitoring In Tabel 3 wordt de inhoud van de jaarlijkse monitoring weergegeven. Tabel 3 Inhoud van de monitoring Item Conformiteit Cijfermateriaal Klachtmeldingen Leveringstermijnen 3 Conformiteit 3.1 Visuele Controle 3.1.1 Inleiding Beschrijving De conformiteit van de oormerken wordt steekproefsgewijs geëvalueerd. Dit gebeurt a.d.h.v. een visuele controle Volgende gegevens worden bepaald: marktverdeling van primo- en hermerkingsoormerken percentage waarbij het type van het primo-oormerk verschilt van het type van het eerste hermerkingsoormerk verliespercentage van het eerste oormerk totaal verliespercentage Klachtmeldingen m.b.t. de levering of kwaliteit van de oormerken worden bijgehouden en indien nodig overgemaakt aan de leverancier. Voor alle bestellingen wordt gecontroleerd of de contractueel vastgelegde leveringstermijn wordt nageleefd. Alle oormerktypes werden aan een visuele controle onderworpen. Voor elk oormerktype werden de opmetingen 2 maal per monitoringjaar uitgevoerd: 1 maal voor de primo- en 1 maal voor de hermerkingsoormerken (behalve voor de types Senior Ultra-TST, M8 BVD en Q-flex Lab Tag, deze bestaan niet als hermerkingsoormerk). Bij de beoordeling werd rekening gehouden met het feit of de gecontroleerde punten al dan niet vermeld staan in de nationale en Europese wetgeving. Indien dit niet het geval was, werden deze punten beschouwd als een meerwaarde voor het oormerk, maar daarom niet noodzakelijk. 3.1.2 Resultaten De resultaten van de visuele controles staan voor alle oormerktypes vermeld in Tabel 4. Er werd één non-conformiteit vastgesteld binnen de wetgeving en een aantal betreffende de extra beoordeelde elementen (buiten de wetgeving). 4

3.1.3 Bespreking non-conformiteiten 3.1.3.1 Ultra Bij de hermerkingsoormerken werden minieme gietranden vastgesteld aan zowel de voorzijde als de achterzijde van het mannelijk oormerkplaatje. Hierdoor kreeg het hermerkingsoormerk voor deze twee opmetingen een matige beoordeling. Het al dan niet aanwezig zijn van gietranden wordt niet vermeld in de wetgeving, dit gaat puur om vormgeving van het oormerk. 3.1.3.2 Senior Senior Het oormerktype wordt niet vermeld op het oormerk. Daarnaast werden in beperkte mate gietranden vastgesteld aan de achterzijde en op de zijkant van het mannelijk oormerkplaatje bij de primo oormerken. De voorgaande vereisten worden niet vermeld in de wetgeving. 3.1.3.3 M-Flex 1A en M-Flex 1a Composite De vermelding van het lotnummer en firmanaam ontbreken op het oormerk. De verbindingspen is cilindrisch in plaats van conisch. Bij M-Flex 1A Composite werden er in beperkte mate gietranden vastgesteld, zowel aan de bovenrand van de vrouwelijke oormerken als aan de bovenzijde van de verbindingspen. Het vrouwelijk deel van het hermerkingsoormerk bleek niet scanbaar te zijn. Deze laatste vereiste wordt vermeld in de wetgeving. 3.1.3.4 Senior Ultra-TST (BVD-oorweefselstaal) Op de mannelijke oormerkplaatjes wordt geen oormerktype vermeld. Op het vrouwelijk oormerkplaatje wordt Ultra vermeld, niet Senior Ultra-TST. Deze vereiste wordt niet vermeld in de wetgeving. 3.1.3.5 Q-Flex De vermelding van de firmanaam ontbreekt. De verbindingspen is trapsgewijs conisch. Geen van deze vereisten wordt vermeld in de wetgeving. 3.1.3.6 Q-Flex Lab tag Bij het scannen van dit type oormerk zien we naast het diernummer ook extra nullen verschijnen die in de barcode geprogrammeerd zijn. Deze voorloopnullen zijn niet zichtbaar bij de andere oormerken, maar worden wel beschreven in het lastenboek. Dierherkenning, zoals scanbaarheid en vlotte afleesbaarheid, komt niet in het gedrang. Daarnaast zijn er nog enkele vaststellingen die niet wettelijk opgelegd worden. De firmanaam wordt niet op de oormerken vermeld. Daarnaast wordt het oormerktype wel op de beide oormerken vermeld maar er wordt Q-Flex vermeld in plaats van Q-Flex Lab Tag. 3.1.3.7 M8 De firmanaam en het oormerktype ontbreken op de oormerken. Daarnaast is er bij de controle van de vormgeving een kleine gietrand vastgesteld op zowel de achterzijde van het oppervlak bij het mannelijk plaatje en de zijranden van de bovenzijden bij de oormerken. Er is ook een kleine gietrand net onder de punt van de verbindingspen. Dit zijn geen vereisten uit de wetgeving. 5

3.1.3.8 M8 BVD De firmanaam en het oormerktype ontbreken op de oormerken. Dit is geen vereiste die vermeld wordt in de wetgeving 6

Tabel 4 Resultaten visuele controle per oormerktype monitoringjaar 10 Onderwerp Ultra Senior M-Flex 1A M-Flex Senior Q-Flex Q-Flex M8 M8 BVD Senior Composite 1A Ultra-TST Lab Tag 1. Opmetingen Hoogte van mannelijk en vrouwelijk plaatje van het eerste oormerk** + + + + + + + + + Breedte van mannelijk en vrouwelijk plaatje van het eerste oormerk** + + + + + + + + + Hoogte van tekens van het eerste oormerk** + + + + + + + + + 2. Inscripties 1 ste lijn: in geval van verlies, hermerkingsnummer in Romeinse cijfers en + + + + n.v.t. + n.v.t. + n.v.t. dit zowel op mannelijk als vrouwelijk plaatje* 2 de lijn: ISO-code van het land, check digit van het officieel nummer en de + + + + + + + + + eerste vier cijfers van het officieel nummer en dit zowel op mannelijk als vrouwelijk plaatje* 3 de lijn: de streepjescode van het numerieke type 128 die de numerieke + + + + + + - + + ISO-code van België bevat zijnde 056, gevolgd door de 9 cijfers van het officieel nummer en dit zowel op mannelijk als vrouwelijk plaatje* 4 de lijn: de laatste vier cijfers van het officieel nummer en dit zowel op + + + + + + + + + mannelijk als vrouwelijk plaatje* Zegel SVD/BE gevolgd door erkenningsnummer bij zowel mannelijk als + + + + + + + + + vrouwelijk plaatje* Vermelding van lotnummer / productiemaand en jaar op mannelijk of +/+ +/+ -/+ -/+ +/+ +/+ +/+ +/+ +/+ vrouwelijk plaatje Vermelding van firmanaam / oormerktype op mannelijk of vrouwelijk +/+ +/- -/+ -/+ +/+ - -/+ -/+ - -/- -/- plaatje 3. Kleur Oormerkplaatjes (zalm)* + + + + + + + + + Inscriptie (zwart)* + + + + + + + + + 4. Vormgeving Vorm van de verbindingspen moet bij voorkeur conisch zijn + + - - + +- +- + + Punt moet scherp en hard zijn + + +- +- + + + + + Oppervlakte plaatjes moeten glad zijn + +- + + + + + +- + Verbindingspen moet rond zijn + + + + + + + +- + Er mogen geen gietranden op oppervlak van de plaatjes aanwezig zijn + +- +- +- + + + +- + * Conform vermeldingen in nationale wetgeving (KB 23/03/2011) ** Conform vermeldingen in Europese wetgeving (Verordening EG nr. 911/2004 van de commissie van 29 april 2004) + = goed, +- = matig, - = onvoldoende, n.v.t. = niet van toepassing 7

4 Cijfermateriaal Onderstaande cijfers betreffen gegevens over primo- en hermerkingsoormerken die in Vlaanderen werden verdeeld tijdens de verschillende monitoringjaren (zie Tabel 2). 4.1 Marktverdeling Tabel 5 Totaal aantal verdeelde primo- en hermerkingsoormerken tijdens de 10 monitoringjaren (Vlaanderen) Primo-oormerken Hermerkingsoormerken Jaar 1 489.181 189.312 Jaar 2 470.084 135.394 Jaar 3 488.831 108.414 Jaar 4 470.619 101.747 Jaar 5 512.027 (± 473.000/jaar*) 97.739 (±90.000/jaar*) Jaar 6 460.139 90.601 Jaar 7 466.416 88.705 Jaar 8 418.401 97.467 Jaar 9 555.730 99.819 Jaar 10 a 516.905 99.365 Jaar 10 b 511.584 102.362 * Resultaten voor een periode van 12 maanden i.p.v. 13 maanden Door de jaren heen bleef het aantal verdeelde primo-oormerken ongeveer stabiel. De stijging in jaar 9 (2014-2015) was wellicht het gevolg van het BVD-programma met daarbij de introductie van het nieuwe oormerktype Senior Ultra-TST. Hierdoor werden in eerste instantie de bestellingen wat uitgesteld, met daarna een grote toename van het aantal bestellingen eind 2014. In de eerste jaren van de monitoring was er een duidelijke daling van het verlies van de primo-oormerken (Zie 4.4). Dit ging gepaard met een dalende trend bij het aantal verdeelde hermerkingsoormerken. De daling van het verliespercentage is de laatste drie jaar gestagneerd. Sindsdien worden meer primo-oormerken verdeeld, wat relateert tot een groter aantal hermerkingsoormerken 4.1.1 Marktverdeling primo-oormerken Sinds het openstellen van de markt voor de nieuwe oormerktypes (augustus 2006) zagen we een gestage groei voor die types (zie Figuur 1). De grootste groei werd opgetekend voor het type M7 Metalen Punt (tot 14 % in 2011-2012). Uit de resultaten van de jaarlijkse monitoring van de kwaliteit van de oormerken bleek echter dat de kwaliteit van dit oormerk inzake de houdbaarheid onaanvaardbaar was geworden. Op basis van deze resultaten en de continue melding van klachten over dit oormerktype werd in mei 2014 besloten om dit type van de markt te halen. Voor de primo-oormerken werd vroeger het grootste gedeelte van de markt ingenomen door het type Ultra, het type dat reeds verdeeld werd vóór de markt werd opengesteld. Sinds 2012 is het BVD-oormerk Senior-Ultra TST op de markt, wat leidde tot een stijging van het marktaandeel van 33 % in 2013-2014 naar 97 % in 2015-2016. Die stijging is uiteraard te wijten aan de invoering van het verplichte BVD-bestrijdingsprogramma sinds 1 januari 2015. Vandaag is het marktaandeel van het Senior-Ultra TST type oormerk nog steeds het grootst met 96 % (2016), maar voor het eerst zien we een beperkte daling in dit aandeel. Dit kan 8

mogelijk verklaard worden doordat sinds december 2015 ook de BVD oormerken Q-Flex Lab Tag en M8 BVD op de markt kwamen (meer in detail te zien in figuren 2 en 3). Figuur 1 Evolutie marktverdeling (%) voor primo-oormerken (Vlaanderen) Figuur 2 marktverdeling primo-oormerken (%) 2015-2016 en 2016 9

4.1.2 Marktverdeling hermerkingsoormerken Figuur 3 Evolutie marktverdeling (%) voor hermerkingsoormerken (Vlaanderen) Voor de hermerkingsoormerken kan een gelijkaardige trend waargenomen worden als voor de primo-oormerken: een gestage groei van de nieuwe oormerktypes sinds het openstellen van de markt. Net zoals bij de primo-oormerken, haalde M7 Metalen Punt het grootste marktaandeel van alle nieuwe oormerktypes. Ook als hermerkingsoormerk werd dit echter van de markt gehaald in 2014. Het al langer bestaande type Ultra haalt nog 61 %. Verder werd de markt grotendeels verdeeld tussen M-Flex 1A Composite (13 %), M-Flex 1A (9 %) en Senior Senior (10 %). In december 2015 werd ook het M8 oormerk op de markt gebracht (5 %). De oormerktypes Senior Ultra-TST, Q-Flex Lab tag en M8 BVD zijn niet beschikbaar als hermerkingsoormerk. 10

4.2 Percentage waarbij het type van het primo-oormerk verschilt van het type van het eerste hermerkingsoormerk Voor alle bestellingen van hermerkingsoormerken met hermerkingsnummer I werd nagekeken welk het type van het oorspronkelijke primo-oormerk was, want dit is het oormerk dat uitviel. We vergeleken het oormerktype van het bestelde hermerkingsoormerk met het oormerktype van het uitgevallen primo-oormerk. De bedoeling was na te gaan in hoeveel procent van de gevallen een veehouder beslist van type te veranderen tussen de bestelling van een paar primo-oormerken en het eerste hermerkingsoormerk. Voor hermerkingsoormerken met een hoger hermerkingsnummer (II, III, IV, ) werd deze vergelijking niet gemaakt, omdat bij deze oormerken niet kan bepaald worden welk type uitgevallen is. Verder werden bij deze berekening enkel deze bestellingen in acht genomen waarbij de besteller (verantwoordelijke) van het hermerkingsoormerk dezelfde was als de besteller (verantwoordelijke) van het primo-oormerk. Tabel 6 Percentage waarbij het type van het primo-oormerk verschilt van het type van het eerste hermerkingsoormerk per monitoring-jaar (Vlaanderen) Monitoringjaar Ultra Senior M7 Metalen M-Flex 1A M-Flex Q- M8 Senior Punt Composite 1A Flex 2010-2011 26% 39% 51% 61% 57% n.v.t. n.v.t. 2011-2012 24% 41% 52% 56% 56% n.v.t. n.v.t. 2012-2013 22% 35% 58% 43% 55% n.v.t. n.v.t. 2013-2014 18% 34% 69% 46% 51% n.v.t. n.v.t. 2014-2015 17% 35% 100% 24% 55% 49% n.v.t. (2015-)2016* 24% 31% 100% 43% 62% 30%* n.v.t. n.v.t.: gezien de kleine aantallen werd in dit jaar het % verschil niet berekend *Er werd nagenoeg geen verschil vastgesteld tussen monitoringjaar 10 a en monitoringjaar 10 b met uitzondering van het type Q-Flex. In monitoringjaar 10 a bedroeg het percentage voor dit oormerk namelijk nog 37%. De types Senior Ultra-TST, Q-Flex Lab Tag en M8 BVD staan niet in het overzicht omdat de veehouder verplicht van type moet veranderen, want deze types zijn niet beschikbaar als hermerkingsoormerk. Het percentage waarbij het type van het primo-oormerk verschilt van het type van het eerste hermerkingsoormerk bedraagt voor Ultra 24 % in 2016. Dit betekent dat van alle verloren primo-oormerken van het type Ultra 24 % werd vervangen door een oormerk van een ander type. De voorbije jaren viel altijd op dat deze percentages voor de recentere types hoger lagen. Men hield dus gemakkelijker vast aan het al langer op de markt zijnde Ultra dan aan de andere types. Het vertrouwen in Senior Senior is gestegen, waar dit voor M-Flex 1A en M-Flex 1A Composite daalde. Ook in Q-Flex steeg het vertrouwen: waar in de vorige monitoring 49% een andere hermerking voor dit type aanvroeg, is dit nu gedaald naar 30% in 2016. Omdat M7 Metalen Punt in 2014 2015 niet meer op de markt was, moest men in sowieso kiezen voor een ander oormerktype. 11

4.3 Verliespercentage van het eerste oormerk (per oormerktype) Voor alle bestellingen van hermerkingsoormerken met hermerkingsnummer I werd nagekeken van welk type het oorspronkelijke primo-oormerk was. Dit is immers het oormerk dat uitgevallen is. Voor hermerkingsoormerken met een hoger hermerkingsnummer (II, III, IV, ) werd deze vergelijking niet gemaakt omdat bij deze oormerken niet met zekerheid kan bepaald worden welk type uitgevallen is. Het verliespercentage van het eerste oormerk werd bepaald door het aantal bestellingen van het eerste hermerkingsoormerk te delen door het totaal aantal dierequivalenten waarvoor nog geen hermerkingsoormerk werd besteld. Er werd rekening gehouden met de termijn dat de dieren geregistreerd waren in de databank. Hierbij geldt dat 1 dierequivalent gelijk is aan 1 dier dat gedurende het hele monitoringjaar geleefd heeft. De bedoeling van deze berekening was na te gaan hoeveel procent van het eerste oormerk verloren werd. Tabel 7 Verliespercentage binnen x jaar na de geboorte van het dier (Vlaanderen) % VERLIES PER JAAR CUMULATIEF Ultra Senior Senior M7 Metalen Punt M-Flex 1A Composite M- Flex 1A Senior- Ultra TST Q- Flex Q-Flex Lab Tag M8 M8 BVD 0-1 jaar 0,1% 0,0% 0,0% 0,0% 0,0% 1,9% 0,0% 3,1% 0,0% 3,2% 0-2 jaar 0,6% 0,6% 7,0% 0,6% 0,8% 3,3% 2,9% 3,1% 0,0% 3,2% 0-3 jaar 1,6% 1,6% 23,9% 1,6% 2,7% 4,4% 5,7% n.v.t. n.v.t. n.v.t. 0-4 jaar 2,5% 2,5% 39,7% 2,8% 4,9% 4,9% n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. 0-5 jaar 3,2% 3,1% 48,6% 3,9% 7,7% n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. 0-6 jaar 3,6% 3,5% 52,1% 4,6% 10,0% n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. 0-7 jaar 4,0% 3,7% 53,2% 5,0% 11,5% n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. 0-8 jaar 4,2% 3,8% 53,5% 5,2% 12,1% n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. 0-9 jaar 4,3% 3,9% 53,6% 5,3% 12,2% n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. 0-10 jaar 4,3% 3,9% 53,6% 5,3% 12,3% n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. >10 jaar 4,4% 3,9% 53,6% 5,3% 12,3% n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. gezien de oormerken nog niet voor dergelijke periode beschikbaar zijn op de markt In bovenstaande tabel wordt het procent verlies van het eerste oormerk in kaart gebracht voor de eerste hermerkingen van het betreffende type, besteld in monitorjaar 10 b (2016) omdat dit de meest recente data zijn. De types Senior Senior, M7 Metalen Punt, M-Flex 1A en M-Flex 1A Composite worden verdeeld sinds de zomer van 2006. Het type Ultra werd al enkele jaren daarvoor verdeeld. Het verliespercentage van alle hiervoor genoemde oormerktypes kan dus berekend worden tot iets meer dan 10 jaar na de geboorte. Voor Senior-Ultra TST kan er vergeleken worden tot 4 jaar na geboorte, voor Q-Flex tot 3 jaar en voor de recentste oormerken Q-Flex Lab Tag, M8 en M8 BVD tot 2 jaar na geboorte. Bij het vergelijken van het verliespercentage moet men steeds vergelijken met het percentage van de anders oormerktypes voor dezelfde periode; d.w.z. de paarse lijn voor Q- Flex Lab Tag, M8 en M8 BVD, de roze lijn voor Q-Flex, de groene lijn voor Senior-Ultra TST en de oranje lijn voor de andere oormerktypes. 12

Figuur 4 Verliespercentage in de periode vanaf 10 jaar na de geboorte van het dier (Vlaanderen, cfr oranje lijn in Tabel 7). Het verliespercentage vanaf 10 jaar na geboorte van het dier ligt met 53,6 % beduidend hoger bij M7 Metalen Punt dan bij de andere oormerktypes (zie Figuur 4). Dit werd ook vastgesteld bij vorige monitoringrapporten, waardoor in mei 2014 het oormerktype M7 Metalen Punt van de markt werd gehaald. Bij M-Flex 1A bedraagt dit 12,3 %, bij M-Flex 1A Composite 5,3 %, bij Ultra 4,4 % en bij Senior Senior 3,9 %. Stel: een veehouder had tussen 1 januari 2016 en 31 december 2016 honderd dieren (alle leeftijden) die gemerkt waren met een oormerk van het type Ultra en bovendien had nog geen enkel dier een oormerk verloren. Dan heeft deze veehouder in bovenstaande periode 4,4 hermerkingsoormerken (hermerkingsnummer I) moeten bijbestellen. In praktijk hebben de meeste veehouders echter ook dieren die al een eerste oormerk verloren hebben. Deze veehouders zullen dus hoogstwaarschijnlijk ook nog een aantal oormerken met een hoger hermerkingsnummer bijbesteld hebben. Figuur 5 Verliespercentage in de periode van 0 t.e.m. 4 jaar na de geboorte van het dier (Vlaanderen, cfr groene lijn in Tabel 7). Het berekende verliespercentage voor het type Senior Ultra-TST bedraagt 4,9 % t.e.m. 4 jaar na de geboorte (zie Figuur 5). Belangrijk om hierbij te vermelden is echter dat een paar 13

primo-oormerken van dit type één gedeelte bevat voor oorweefselstaalname (ene oor van het dier) en één conventioneel gedeelte van het type Ultra (andere oor van het dier). Wanneer een hermerking wordt besteld, kan niet afgeleid worden welk gedeelte is uitgevallen: het gedeelte voor de oorweefselstaalname of het conventionele gedeelte. Figuur 6 Verliespercentage in de periode van 0 t.e.m. 3 jaar na de geboorte van het dier (Vlaanderen, cfr roze lijn in Tabel 7). Het berekende verliespercentage voor het type Q-Flex bedraagt 5,7 % t.e.m. 3 jaar na de geboorte (zie Figuur 6). Voor dezelfde periode bedroeg het verliespercentage voor de conventionele oormerken Ultra, Senior Senior en M-Flex 1A Composite 1,6 % en voor M- Flex 1A 2,7 %. Door het stopzetten van de verdeling van M7 oormerken zijn er steeds minder dieren die op jongere leeftijd dit type oormerk verliezen (zie Tabel 7, roze lijn). Figuur 7 Verliespercentage in de periode van 0 t.e.m. 2 jaar na de geboorte van het dier (Vlaanderen, cfr paarse lijn in Tabel 7). Het berekende verliespercentage voor het type Q-Flex Lab Tag bedraagt 3,1 % en voor het type M8 BVD 3,2 % t.e.m. 2 jaar na de geboorte (zie Figuur 7). Voor dezelfde periode bedroeg het verliespercentage voor Senior-Ultra TST 3,3 %. Het verlies van alle BVDoormerken ligt dus in dezelfde lijn. Ook bij deze recentere oormerken voor 14

oorweefselstaalname geldt dat wanneer een hermerking wordt besteld, er niet afgeleid kan worden of dit het conventionele gedeelte of het gedeelte voor staalname betreft. 4.4 Totaal percentage verlies In 4.3 werd enkel het verliespercentage berekend voor het eerste primo-oormerk. De reden hiervoor is dat enkel bij bestelling van het eerste hermerkingsoormerk, we met zekerheid weten welk type primo-oormerk uitgevallen is. Voor hermerkingsoormerken met een hoger hermerkingsnummer (II, III, IV, ) werd deze vergelijking niet gemaakt omdat bij deze oormerken niet kan bepaald worden welk type uitgevallen is. Wanneer het type oormerk dat uitgevallen is buiten beschouwing wordt gelaten, is het echter wel mogelijk het totaal verliespercentage te berekenen over Vlaanderen. Dit percentage werd, ongeacht het oormerktype, ongeacht de leeftijd van het dier, en voor alle hermerkingsnummers (dus niet enkel het eerste hermerkingsoormerk), berekend door het totaal aantal bestelde hermerkingen te delen door het totaal aantal dierequivalenten (ongeacht het hermerkingsnummer) (zie Figuur 8). Figuur 8 Totaal verliespercentage tijdens de 10 monitoringjaren (Vlaanderen) Het totaal verliespercentage in Vlaanderen vertoonde een dalende trend in de eerste monitoringjaren en stabiliseerde de laatste jaren. Dit wijst er op dat de kwaliteit van de oormerken (op gebied van uitval) beduidend verbeterde gedurende de eerste monitoringjaren en dat die nu gestabiliseerd is. Er is een lichte stijging van het verlies van monitorjaar 10 a (7,3 %) naar 10 b (7,5%). Het verlies blijft beheerst tussen 7 en 7,5 % en dit sinds monitoringjaar 4 (2009-2010). 15

Stel: een veehouder had tussen 1 januari 2016 en 31 december 2016 honderd dieren (alle leeftijden) die gemerkt waren met een willekeurig oormerktype. Bij deze dieren waren er zowel dieren die nog géén oormerk verloren hadden, als dieren die al één of meerdere malen een oormerk verloren hadden. Dan heeft deze veehouder in dit jaar een totaal van 7,5 hermerkingsoormerken moeten bijbestellen. 5 Klachtmeldingen 5.1 Inleiding Klachten worden in de meeste gevallen geregistreerd naar aanleiding van reacties van de veehouders. In bepaalde gevallen gebeurt dit naar aanleiding van interne checks bij DGZ. Klachten worden telefonisch of schriftelijk ontvangen en onmiddellijk geregistreerd in een intern systeem. Er wordt een onderscheid gemaakt tussen individuele klachten (van toepassing op één veehouder) en algemene klachten (van toepassing op verschillende veehouders). Indien nodig wordt de klacht door DGZ geëscaleerd naar de leverancier en, wanneer mogelijk, teruggekoppeld naar de veehouder door DGZ. Tabel 8 Overzicht van het aantal en type klachten geregistreerd tijdens monitoringjaar 10 a / 10 b (Vlaanderen) Type Subtype Allflex Bflex Merko Metagam TOTAAL Levering Niet of te laat 15 / 36 5 / 2 1 / 3 5 / 8 26 / 49 Onvolledig 20 / 15 0 / 1 0 / 0 0 / 0 20 / 16 Verkeerd 3 / 3 1 / 0 0 / 0 1 / 1 5 / 4 Kwaliteit 74 / 44 2 / 3* 1 / 1 3 / 3 80 / 51 Overige 16 / 23 1 / 1 0 / 0 0 / 0 17 / 24 Eindtotaal 128 / 121 9 / 7 2 / 4 9 / 12 148 / 144 *Waarvan 1 algemene klacht Monitoringjaar 10 a en 10 b worden elk afzonderlijk belicht, met een overlap van 6 maanden die in beide jaren besproken worden. In totaal werden in monitoringjaar 10 a 148 klachtendossiers geregistreerd over runderoormerken (of materiaal) van de leveranciers Allflex, Merko, Metagam en Bflex; tegenover 144 in monitoringjaar 10 b. Allflex had het hoogste aantal klachten, maar bezit ook het grootste marktaandeel ten opzichte van de andere leveranciers. Het aantal klachten is in vergelijking met de vorige monitoring sterk gedaald. In monitoringjaar 9 werden 402 klachten geregistreerd. Dit hoge aantal was toen hoofdzakelijk te wijten aan de introductie van het BVD-programma op 1 januari 2015 en de bijhorende verspreiding van het BVD-oormerk van de firma Allflex. Globaal gezien gingen de klachten hoofdzakelijk over kwaliteit en pakketten die onvolledig, niet of niet binnen de termijn geleverd werden. Bij een beperkter aantal klachten liep de registratie niet volledig vlekkeloos. Er werd één algemene klacht binnen de categorie kwaliteit vastgesteld voor Bflex met als oorzaak het ontbreken van een deel van de bedrukking van het werknummer op de oormerkflap. Slechts een beperkt aantal veehouders was hierbij betrokken. 16

5.2 Levering Niet geleverd (binnen de termijn) De termijn waarbinnen de pakketten vanuit de fabriek moeten verzonden worden, is contractueel vastgelegd met de leveranciers. Op regelmatige basis wordt er nagegaan of deze termijnen worden gerespecteerd waarbij, indien nodig, een escalatie volgt naar de leverancier(s). Bijkomend wordt nog een marge gerekend voor de verzendingsduur bij de post of koerierdienst. Indien een pakket binnen deze termijn nog niet aangekomen is en de veehouder dit meldt aan DGZ; dan wordt hiervoor een klacht niet geleverd (binnen de termijn) geregistreerd. Na het doorlopen van een interne procedure wordt beslist de oormerken al dan niet onmiddellijk opnieuw te bestellen. Monitoringperiode 10 a Van de in het totaal 26 klachten was in 22 gevallen het pakket verloren gegaan tijdens de verzending (met de post of koerierdienst). Na het doorlopen van een interne procedure wordt beslist de oormerken al dan niet onmiddellijk opnieuw te bestellen. Deze klachten werden geregistreerd maar niet doorgestuurd naar de leverancier omdat die een verzendbevestiging had gestuurd. In de resterende gevallen lag de oorzaak bij DGZ of de veehouder zelf, of was de oorzaak ongekend. Monitoringperiode 10 b Van de in het totaal 49 klachten van dit type was in 30 gevallen het pakket verloren gegaan tijdens de verzending (met de post of koerierdienst). Net zoals in monitoringperiode 10 a wordt hierbij de interne procedure doorlopen. In 12 gevallen lag de oorzaak bij de leverancier, in de resterende gevallen lag de oorzaak bij DGZ of de veehouder zelf, of was de oorzaak ongekend. Onvolledig geleverd Monitoringperiode 10 a Er waren 20 klachten van dit type. Het ging om pakketten waarbij één of meerdere oormerken ontbraken, om een ontbrekende flap, of om ontbrekend materiaal (tang, pin, handleiding, register). In veel gevallen wordt er teruggekoppeld naar de leverancier, en in ongeveer de helft van de gevallen ligt de oorzaak bij de leverancier zelf. Monitoringperiode 10 b Deze 16 klachten werden ook overgemaakt aan de leverancier. In 10 gevallen lag de oorzaak bij de leverancier zelf. In de resterende gevallen was de oorzaak onbekend. Verkeerd geleverd Monitoringperiode 10 a Bij deze 5 klachten lag de oorzaak bij de leverancier of konden we niet met zekerheid achterhalen wat de oorzaak was. Monitoringperiode 10 b Bij deze 4 klachten lag de oorzaak bij de leverancier. 17

5.3 Kwaliteit Monitoringperiode 10 a Van de in totaal 80 klachten over kwaliteit gingen er 49 over kapotte oormerken, mislukte plaatsingen en mislukte staalnames. Deze klachten werden doorgegeven naar de leverancier om te vermijden dat gelijkaardige problemen in de toekomst nog zouden voorkomen. De oorzaak was dat het snijvlak van de metalen buis bij een bepaald aantal reeksen niet perfect egaal was, wat problemen bij plaatsing veroorzaakte. Voor de betreffende veehouders werden corrigerende maatregelen ondernomen. Andere klachten gingen voornamelijk over de tangen, bestellingen van het verkeerde type oormerken en andere alleenstaande gevallen. Monitoringperiode 10 b Van de in totaal 51 klachten over kwaliteit gingen er 36 over kapotte oormerken, mislukte plaatsingen en mislukte staalnames. Door de overlap in beide monitoringjaren zien we ook hier bepaalde reeksen van Allflex die geïdentificeerd werden als reeksen waarbij er een productiefout opgetreden was. De klachten werden op dezelfde manier behandeld als in jaar 10 a. Er werd een algemene klacht gemaakt binnen de categorie kwaliteit voor Bflex omdat er in een korte periode een beperkt aantal klachten waren in verband met het ontbreken van een deel van de bedrukking van het werknummer. Deze oormerken werden opnieuw gemaakt met het volledige nummer op de oormerkflappen. Naast de bovenstaande klachten die afgehandeld werden in kader van kwaliteit kwamen er in de loop van 2016 klachten rond uitval van BVD oormerken van Allflex. Gewenst overleg met de leverancier is hiervoor lopende. 18

6 Leveringstermijnen 6.1 Inleiding Bestellingen van veehouders komen bij DGZ terecht per post, fax, e-mail of via Veeportaal. Deze bestellingen worden automatisch gegroepeerd per oormerktype (Ultra, Senior Senior, Senior Ultra-TST, M-Flex 1A, M-Flex 1A Composite, Q-Flex, Q-Flex Lab Tag, M8 of M8 BVD) en per model (primo-oormerk of hermerkingsoormerk). Tangen en pinnen worden apart of samen met de oormerken besteld. Deze gegroepeerde bestellingen worden dagelijks naar de leverancier gestuurd. De grootte van deze bestellingen verschilt sterk naargelang oormerktype en model. Eén bestelling van DGZ naar de leverancier bevat meestal meerdere bestellingen van verschillende veehouders. Wanneer een dergelijke gegroepeerde bestelling bij de leverancier wordt geplaatst, stuurt deze een ontvangstbevestiging naar DGZ. Van zodra de bestelling vertrekt uit de fabriek, stuurt de leverancier een verzendbevestiging naar DGZ. Tabel 9 toont een overzicht van de contractueel vastgelegde termijnen voor het versturen van een ontvangst- en verzendbevestiging. Bij de contractonderhandelingen kon een kortere leveringstermijn afgedwongen worden voor hermerkingsoormerken van Allflex en Bflex dan voor die van Merko en Metagam. De termijn voor de ontvangstbevestiging betreft het aantal werkdagen tussen de plaatsing van de bestelling door DGZ bij de leverancier en de verzending van de ontvangstbevestiging door de leverancier. De termijn voor de verzendbevestiging betreft het aantal werkdagen tussen de ontvangstbevestiging en de datum van vertrek van de bestelling uit de fabriek (zoals meegedeeld door de leverancier). De registratietermijn die aan de bestelling (door DGZ) vooraf gaat en de verzendingstermijn van het pakket (door de post of koerierdienst) zitten niet vervat in de contractueel vastgelegde termijnen. Tabel 9 Overzicht contractueel vastgelegde termijnen voor ontvangst- en verzendbevestiging (werkdagen) (Vlaanderen) Bestelling Ontvangstbevestiging Ontvangstbevestiging Verzendbevestiging Bestelling Verzendbevestiging Primooormerken Hermerkingsoormerken Primooormerken Hermerkingsoormerken Allflex 1 10 1 11 2 Merko 1 10 5 11 6 Metagam 1 10 5 11 6 BFlex 1 10 1 11 2 19

6.2 Resultaten Onderstaande tabellen en figuren bevatten de gegevens van monitoringjaar 10 a en 10 b. Tabel 10 geeft aan bij hoeveel procent van de bestellingen de contractueel vastgelegde termijn tussen het plaatsen van de bestelling en het verzenden vanaf de fabriek nageleefd wordt per leverancier. Tabel 10 Percentage van de bestellingen waarbij de vastgelegde termijn tussen bestelling en verzendbevestiging nageleefd wordt (jaar 10 a / 10 b van de monitoring, Vlaanderen) PRIMO-OORMERKEN Aantal dagen % bestellingen contractueel waarbij termijn vastgelegd nageleefd HERMERKINGSOORMERKEN Aantal dagen % bestellingen contractueel waarbij termijn vastgelegd nageleefd Allflex 11 98 % / 93 % 2 99 % / 99 % Merko 11 88 % / 82% 6 99 % / 96 % Metagam 11 100 % / 100 % 6 99 % / 98 % Bflex 11 85 % / 85 % 2 71 % / 72 % Tabel 11 en Tabel 12 tonen de evolutie van de resultaten van de voorbije monitoringjaren voor respectievelijk primo- en hermerkingsoormerken. Tabel 11 Percentage van de bestellingen waarbij de vastgelegde termijn tussen bestelling en verzendbevestiging nageleefd wordt voor primo-oormerken per monitoringjaar (Vlaanderen) Jaar 1 Jaar 5 Jaar 7 Jaar 8 Jaar 9 Jaar 10 a Jaar 10 b Allflex 99% 97% 97% 95% 90% 98% 93% Merko 100% 99% 100% 100% n.v.t 88% 82% Metagam 100% 100% 100% 99% 100% 100% 100% Bflex n.v.t n.v.t. n.v.t. 99% 100% 85% 85% n.v.t. geen oormerken op de markt Tabel 12 Percentage van de bestellingen waarbij de vastgelegde termijn tussen bestelling en verzendbevestiging nageleefd wordt voor hermerkingsoormerken per monitoringjaar (Vlaanderen) Jaar 1 Jaar 5 Jaar 7 Jaar 8 Jaar 9 Jaar 10 a Jaar 10 b Allflex 97% 93% 95% 91% 100% 99% 99% Merko 100% 98% 98% 100% n.v.t. 99% 96% Metagam 100% 100% 100% 99% 100% 99% 98% Bflex n.v.t. n.v.t. n.v.t. 93% 89% 71% 72% n.v.t. geen oormerken op de markt De termijn voor primo-oormerken wordt bij Metagam in alle gevallen nageleefd. De termijn voor de hermerkingsoormerken werd in de monitoringjaren 10 a en b bij 99 % en respectievelijk 98 % van de bestellingen nageleefd. Allflex kwam in jaar 10 a bij 98 % van de bestellingen voor primo-oormerken de afgesproken leveringstermijn na, in jaar 10 b daalde dit naar 93%. Voor de hermerkingsoormerken werden in jaar 10 a en 10 b telkens voor 99 % van de bestellingen de leveringstermijn gehaald. 20

Voor de primo-bestellingen van Merko werden tijdens de monitoringjaren 10 a en 10 b in 88 % en respectievelijk 82 % van de gevallen de termijnen nageleefd. Bij de hermerkingsoormerken kwam dit op 99 % en 96 %. Bflex hield zich in monitoringjaren 10 a en 10 b telkens voor 85 % van de primo-bestellingen aan de termijnen. Dit tegenover 71 % en 72 % voor de hermerkingen. Afgezien van deze contractueel afgesproken termijnen, kunnen er tussen de leveranciers nog verschillen vastgesteld worden. Figuur 9 en Figuur 10 tonen het effectieve aantal dagen tussen bestelling en verzendbevestiging voor primo-oormerken. De contractueel vastgelegde termijn bedraagt 11 dagen voor alle leveranciers. Figuur 9 Overzicht termijn verzendbevestigingen van primo-oormerken (monitoringjaar 10 a - Vlaanderen) Figuur 10 Overzicht termijn verzendbevestigingen van primo-oormerken (monitoringjaar 10 b - Vlaanderen) Bij Metagam wordt de verzendbevestiging voor een groot deel van de bestellingen van primo-oormerken verstuurd op dezelfde dag als het plaatsen van de bestelling. Bij BFlex was dit in de vorige monitoringperiode ook het geval. Toen werd voor ongeveer 78% van de bestellingen de verzendbevestiging dezelfde dag verstuurd, nu is dit nog slechts 21

9% respectievelijk 10% voor monitoringjaar 10 a en 10 b. Bij de andere oormerkleveranciers is de trend voor het versturen van de verzendbevestigingen meer gespreid. Figuur 11 en figuur 12 tonen het effectieve aantal dagen tussen bestelling en verzendbevestiging voor de hermerkingsoormerken. Voor de leveranciers Allflex en Bflex bedraagt deze termijn 2 dagen, voor Merko en Metagam is dit 6 dagen. Figuur 11 Overzicht termijn verzendbevestigingen van hermerkingsoormerken (monitoringjaar 10 a - Vlaanderen) Figuur 12 Overzicht termijn verzendbevestigingen van hermerkingsoormerken (monitoringjaar 10 b - Vlaanderen) Voor BFlex is er bij de hermerkingsoormerken een sterke achteruitgang te zien tegenover het vorige monitoringjaar. In monitoringjaar 9 (2014-2015) werd 74% van de verzendbevestigingen op de dag van bestelling verstuurd. Voor monitoringjaar 10 a bedroeg dit nog maar 31% en 30% voor monitoringjaar 10 b. Bij de overige oormerktypes is de trend zo goed als gelijk gebleven. 22

7 Samenvatting Om de prijs-kwaliteitverhouding regelmatig te toetsen, werd een systematische monitoring opgezet. Deze informatie moet de rundveehouders helpen in het maken van de juiste keuze op het vlak van prijs-kwaliteit. In een eerste gedeelte werd de conformiteit (Hoofdstuk 3) van de oormerken geëvalueerd aan de hand van visuele controles. Daarbij werden geen non-conformiteiten vastgesteld t.o.v. de voorwaarden die vermeld staan in de nationale wetgeving, behalve dat het vrouwelijke deel van het hermerkingsoormerk niet scanbaar bleek te zijn. In een tweede gedeelte werden een aantal cijfers berekend (Hoofdstuk 4). Eerst werd de marktverdeling van de verschillende types bekeken. Sinds het openstellen van de markt voor de nieuwe oormerktypes in augustus 2006 zagen we een gestage groei voor die nieuwe types. Alhoewel het type M7 Metalen Punt de grootste groei had, werd het als primo- en hermerkingsoormerk in mei 2014 van de markt gehaald. Dit op basis van het significant hoger verliespercentage in de jaarlijkse monitoring van de kwaliteit van de oormerken en de continue melding van klachten over dit type. Sinds 2012 is het BVD-oormerk Senior-Ultra TST op de markt, met een sterke stijging van zijn marktaandeel in 2014-2015 door de invoering van het verplichte BVD-programma vanaf 1 januari 2015. Vandaag is het marktaandeel van het Senior-Ultra TST type oormerk nog altijd het grootst (97 % in monitoringjaar 10 a, 96 % in jaar 10 b). Sinds december 2015 zijn ook twee andere oormerken voor BVD-oorweefselstaalname op de markt, namelijk Q-Flex Lab Tag en M8 BVD. Ook voor de hermerkingsoormerken groeide het marktaandeel van de nieuwe types in de voorbije jaren. Het type Ultra heeft in monitoringjaar 10 b nog steeds het grootste marktaandeel (61 %), gevolgd door de types M-Flex 1A Composite (13 %), Senior Senior (10 %) en M-Flex 1A (9 %). Oormerktypes voor BVD-oorweefselstalen zijn niet beschikbaar als hermerkingsoormerk. Het percentage waarbij het type van het primo-oormerk verschilt van het type van het eerste hermerkingsoormerk op hetzelfde beslag werd ook bekeken. Net zoals in de voorbije jaren hield men gemakkelijker vast aan het Ultra oormerk dat al het langst op de markt is. Van alle verloren primo-oormerken van het type Ultra werd 24 % vervangen door een oormerktype van een ander type. Bij Q-Flex bestelt 30 % van de veehouders een ander type bij hermerking waar dit in de vorige monitoring nog 49 % was. Tenslotte werd ook het verliespercentage van het eerste oormerk per oormerktype berekend. Wanneer we alle oormerken willen vergelijken wordt er bekeken welk percentage oormerken er na plaatsing binnen 2 jaar uitvallen, omdat de nieuwste oormerken er in de loop van 2015 bij kwamen. We zien dat de conventionele oormerken beter scoren dan de oormerken voor oorweefselstaalname. Zowel het Ultra, Senior Senior en M-Flex 1A Composite type hebben een verliespercentage van slechts 0,6 % binnen de eerste 2 jaar na plaatsen, bij M-Flex 1A is dit 0,8 % en voor het Q-Flex oormerk bedraagt dit 2,9 %. Bij de BVD oormerken zien we dat de verliespercentages zicht rond 3 % bevinden. Belangrijk om te vermelden is dat één paar primo-oormerken van dit type uit twee delen bestaat: één 23

gedeelte voor oorweefselstaalname voor het ene oor van het dier en één conventioneel gedeelte voor het andere oor van het dier. Uit de bestelling van de hermerking kan niet afgeleid worden welk gedeelte is uitgevallen (oorweefselstaalname- of conventionele gedeelte). Het totaal verliespercentage in Vlaanderen vertoonde een duidelijke dalende trend in de eerste monitoringjaren van 13,6 % in monitoringjaar 1 tot 7 % in monitoringjaren 6 en 7. Sindsdien blijft het verliespercentage zich ophouden tussen 7,0 % en 7,5 %. Dit wijst erop dat de kwaliteit van de oormerken (op gebied van uitval) beduidend verbeterde gedurende de eerste monitoringjaren en dat die vrij stabiel blijft. In een derde gedeelte werden de klachtmeldingen met betrekking tot levering en kwaliteit van de oormerken beschreven (Hoofdstuk 5). In totaal werden in monitoringjaar 10 a en 10 b respectievelijk 148 en 144 klachtendossiers geregistreerd over runderoormerken (of materiaal) van de leveranciers Allflex, Merko, Metagam en Bflex. Dit waren er 402 in monitoringjaar 9. Allflex ontving de meeste klachten, maar bezit ook het grootste marktaandeel ten opzichte van de andere leveranciers. Globaal gezien gingen de klachten de voorbije jaren hoofdzakelijk over de kwaliteit van de oormerken (80 klachten in monitoringjaar 10 a en 51 in monitoringjaar 10 b) en over pakketten die niet of niet binnen de contractueel vastgelegde termijn geleverd werden (26 klachten in monitoringjaar 10 a en 50 in monitoringjaar 10 b). Tenslotte werd voor alle bestellingen gecontroleerd of de contractueel vastgelegde termijn voor het versturen van de verzendbevestiging werd nageleefd (Hoofdstuk 6). De termijn voor primo- en hermerkingsoormerken wordt bij Metagam in nagenoeg alle gevallen nageleefd. Bij Allflex geldt dit ook voor de hermerkingsoormerken, maar bij de tijdigheid van het leveren van de primo-oormerken zien we een daling van 98 % in monitoringjaar 10 a naar 93 % in monitoringjaar 10 b. Ook bij Merko zien we dat de termijn bij de hermerkingsoormerken in nagenoeg alle gevallen werd nageleefd maar dat dit iets lager ligt voor de primo oormerken (van 88 % in monitoringjaar 10 a naar 82% in monitoringjaar 10 b). Bij Bflex wordt de termijn van de primo oormerken beter nageleefd (85 % in monitoringjaren 10 a en 10 b) dan bij de hermerkingsoormerken (71 % in monitoringjaar 10 a en 72% in monitoringjaar 10 b). 24