Meerjarenbegroting
|
|
|
- Diana Vermeiren
- 10 jaren geleden
- Aantal bezoeken:
Transcriptie
1 Meerjarenbegroting De Groeiling De Groeiling, stichting voor katholiek en interconfessioneel primair onderwijs Gouda en omstreken
2 Bestuurskantoor De Groeiling Aalberseplein 5 Postbus AB Gouda [email protected] Meerjarenbegroting
3 Inhoudsopgave 1 Samenvatting 4 2 Inleiding 5 3 Landelijke ontwikkelingen Onderwijs Personeel Onderwijsarbeidsmarkt 8 4 Organisatieontwikkelingen Strategisch Beleidsplan Overige ontwikkelingen 13 5 Meerjarenoverzicht 17 6 Toelichting begroting Baten Lasten 20 7 Resultaatontwikkeling Meerjarenbeleid Het totale effect op de resultaatontwikkeling Meerjarenbalans 26 8 Financieel beleid Vermogensbeheer Budgetbeheer Planning en control Treasury 31 Meerjarenbegroting
4 1 Samenvatting Sinds 2009 heeft De Groeiling te maken met een daling van het leerlingenaantal als gevolg van krimp (geboortedaling) in de regio. De prognoses geven aan dat in een evenwicht ontstaat: de instroom van nieuwe leerlingen is gelijk aan de uitstroom van leerlingen naar het voortgezet onderwijs. Vanuit het Nationaal Onderwijsakkoord worden vanaf 2015 extra middelen ontvangen, van 210 tot 310 per leerling (indicatie PO-Raad). Daarnaast ontvangt het bestuur vanaf 2015 middelen voor het buitenonderhoud van de schoolgebouwen. Deze taak (en de risico s en verantwoordelijkheden) zijn overgedragen van de gemeente naar de schoolbesturen. Desondanks verwacht De Groeiling een terugloop aan inkomsten van in de periode 2015 t/m De kosten van De Groeiling zullen afnemen omdat met minder personeel voor minder leerlingen onderwijs wordt verzorgd. De Groeiling verwacht in de periode 2015 t/m 2019 de volgende kostenreducties te kunnen behalen: vermindering personele kosten; aanpassing van aflopende contracten (materieel beheer); centrale inkoop van materialen en dienstverlening. Naast de vermindering van kosten zal ook geïnvesteerd moeten worden in de kwaliteit. Het ambitieniveau van De Groeiling ten aanzien van de kwaliteit van het onderwijs ligt hoog. Dit stelt ook eisen aan de kwaliteit van het personeel, die daartoe over de juiste randvoorwaarden moeten kunnen beschikken om die kwaliteit ook te kunnen (blijven) leveren. Dit vraagt dan ook om extra investeringen. Naast de kwaliteit van het onderwijs zijn er nog andere doelen die in het Strategisch Beleidsplan zijn opgenomen. Om deze te realiseren volstaan in de meeste gevallen de huidige budgetten die bovenschools en op schoolniveau beschikbaar zijn. In de jaren 2015 t/m 2019 investeert De Groeiling maar wordt er ook bezuinigt. Per saldo ontstaat een negatief resultaat van In de begroting van 2015 en 2016 zal nog sprake zijn van een negatief resultaat; vanaf 2017 ontstaat een budgettair neutrale situatie, uitgaande van de kennis van nu en de realisatie van alle bezuinigingen. Na verwerking van de resultaten in de meerjarenbalans kan het vermogens- en budgetbeheer inzichtelijk gemaakt worden. Daarbij dienen de kengetallen die de Commissie Vermogensbeheer Onderwijsinstellingen(CVO, ook wel commissie Don genoemd) als referentiekader. Op basis van de begrootte resultaten blijft de kapitalisatiefactor, liquiditeit, solvabiliteit boven de vastgestelde signaleringswaarden. De financiële situatie van De Groeiling blijft derhalve een gezonde situatie. Meerjarenbegroting
5 2 Inleiding In deze Meerjarenbegroting geeft het College van Bestuur (CvB) inzicht in een aantal beleidsontwikkelingen op landelijk- en organisatieniveau die financiële consequenties hebben in de komende jaren. Deze consequenties zijn vervolgens van invloed op de keuzes die op organisatie- en schoolniveau gemaakt (kunnen) worden. De Meerjarenbegroting staat niet op zichzelf maar vormt een onderdeel van de totale planning & control cyclus van De Groeiling. De Meerjarenbegroting is verbonden met een groot aantal beleidsdocumenten, waaronder het Strategisch Beleidsplan, het (Meerjaren) formatiebeleidsplan, het Financieel Beleidsplan, diverse aspecten van het onderwijskundig beleid, personeelsbeleid, huisvestingsbeleid en de schoolplannen van de scholen. De financiële begroting vormt het financiële kader waarbinnen de doelen van deze beleidsdocumenten gerealiseerd moeten worden. Het begrotingsproces is een continu proces van meerjarenbegrotingen opstellen, periodiek de financiële voortgang volgen middels diverse rapportages, nieuwe inzichten opnemen en dit alles vertalen in de nieuwe meerjarenbegroting. Jaarlijks wordt een jaarbegroting opgesteld in de periode november-december; deze wordt in januari ter goedkeuring (Raad van Toezicht) en advies (Gemeenschappelijke Medezeggenschapsraad) aangeboden en vervolgens vastgesteld door het CvB. In het Financieel Beleidsplan staat de procedure uitvoerig beschreven. De Meerjarenbegroting omvat dezelfde periode als het Strategisch Beleidsplan dat betrekking heeft op de periode 1 augustus 2015 tot 1 augustus Dat betekent dat de doelen en activiteiten van dit beleidsplan van invloed zijn op de wijze waarop een deel van de financiën wordt ingezet. Dit deel is echter beperkt van omvang. Een onderwijsorganisatie heeft immers te maken met een aantal verplichtingen: de loonkosten van personeel met een vast dienstverband (dit legt voor 82% beslag op de inkomsten); huisvestingslasten (8% van de inkomsten); afschrijvingen op investeringen (3%) en overige instellingslasten (6%). Wat rest is de vrije ruimte voor nieuw beleid (1%). Deze beperkte marge relativeert dus de invloed van het Strategisch Beleidsplan op het beleid. Het is een hele uitdaging om in deze tijd van krimp en bezuinigingen dusdanig financieel beleid te voeren dat er ruimte blijft voor nieuwe investeringen in onderwijskwaliteit. Anticiperen op deze ontwikkelingen is lastig en vraagt veel van alle mensen in onze organisatie. Op de eerste plaats is het van groot belang dat we snel op de hoogte zijn van de te verwachten ontwikkelingen in het onderwijs. De toename van digitalisering is hier een voorbeeld van. Op de tweede plaats dient tijdig geanticipeerd te worden op regionale ontwikkelingen. De daling van het aantal geboorten in verschillende gemeenten waar onze scholen staan is hier een voorbeeld van. De vertaling van ontwikkelingen naar actief financieel beleid is niet altijd gemakkelijk en vaak een kwestie van veel overleg. Daarbij speelt mee dat feitelijke effectuering vaak pas gerealiseerd kan worden in meerdere jaren. Effecten zijn dus ook niet altijd direct zichtbaar en inzichtelijk te maken. Daarnaast een meerjarenbegroting geen absolute waarheid: er is geen garantie dat de inkomsten en uitgaven zich zullen verhouden zoals wordt beschreven. Er spelen zo veel actoren en factoren een rol waardoor een jaarlijkse actualisatie van de meerjarenbegroting noodzakelijk is. Een dergelijk document geeft hooguit een bepaalde richting aan maar afhankelijk van de omstandigheden zal de koers steeds moeten worden aangepast. Dat vraagt van alle betrokkenen in de organisatie ook de nodige flexibiliteit om met dit gegeven om te kunnen gaan. Meerjarenbegroting
6 3 Landelijke ontwikkelingen 3.1. Onderwijs Volgens het Ministerie van OCW is onderwijs de software van de economie. Nederland wil een kenniseconomie zijn en tot de top van de wereld behoren. Hiervoor moeten de prestaties van de leerlingen omhoog. De inzet van de middelen die het Rijk beschikbaar stelt (OCW-begroting) stijgen echter niet mee. In het nu volgende worden enkele ontwikkelingen wat nader beschouwd. Passend Onderwijs Per 1 augustus 2014 zijn de huidige samenwerkingsverbanden WSNS (245) opgeheven en zijn de nieuwe samenwerkingsverbanden Passend Onderwijs (75) ingevoerd. De invoering van Passend Onderwijs is budget neutraal; er komt geen extra geld bij. Wel is er een herverdeling van de middelen in het speciaal onderwijs; in een aantal regio s waar veel speciaal onderwijs wordt aangeboden zal men met minder middelen toe moeten na Voor de regio Het Groene Hart, waar De Groeiling zijn scholen heeft, betekent de herverdeling dat op termijn ( ) extra middelen (ongeveer 1 miljoen euro) beschikbaar komt. Daar staat tegenover dat de samenwerkingsverbanden het met de toebedeelde middelen moeten doen. Als er meer verwijzingen plaats vinden naar het speciaal (basis)onderwijs in de regio dan de vastgestelde budgetten toestaan, de schoolbesturen gezamenlijk voor de extra kosten opdraaien. Materiële instandhouding De materiële bekostiging wordt weliswaar periodiek aangepast (in 2014: 1,41% boven de vergoeding van 2013) maar is nog steeds niet kostenvolgend; iets dat wel aan het Velo-stelsel ten grondslag ligt. Bovendien is uit recent landelijk onderzoek (PO-Raad) gebleken dat scholen gemiddeld tekort komen op hun exploitatie. Op energiekosten en gebouwenbeheer komt een school 28,3% tekort ten opzichte van de bekostiging. Met deze situatie zal ook in de komende jaren rekening moeten worden gehouden, ondanks de extra middelen die vanuit de onderwijsakkoorden beschikbaar komen. Combinatie daling leerlingaantallen en politieke bezuinigingen De combinatie van bezuinigingen en een daling van de leerlingaantallen begint op steeds meer plaatsen in het land een probleem op te leveren. Bij veel besturen zullen bezuinigingen op het personeel zeker gevolgen hebben voor de kwaliteit van het onderwijs. Ook voor De Groeiling is dit een belangrijk aandachtspunt. In voorkomende situaties kan sprake zijn van een fusie van scholen of zelfs opheffing, als de kwaliteit van het onderwijs te zeer onder druk komt te staan. Nationaal Onderwijsakkoord en Herfstakkoord In september 2013 is door de Stichting van het Onderwijs (waarin vertegenwoordigers van werkgeversen werknemersorganisaties van alle onderwijssectoren zitting hebben) en het Kabinet een akkoord gesloten (Nationaal Onderwijsakkoord) waarmee extra middelen naar de onderwijssectoren gaan. Daarna is een akkoord gesloten tussen het Kabinet en enkele oppositiepartijen (Herfstakkoord) waarbij ook extra middelen aan het onderwijs worden toegekend, in ruil voor steun bij wetgevingstrajecten in de Eerste Kamer. Tenslotte worden vanaf 2015 middelen aan het primair onderwijs toegekend in verband met de overdracht van de verantwoordelijkheid van gemeenten naar schoolbesturen inzake het buitenonderhoud van schoolgebouwen. Ook de Prestatiebox, die per 1 augustus 2015 zou stoppen, is structureel gemaakt. Voor het primair onderwijs betekent bovenstaande het volgende: Meerjarenbegroting
7 Bij bovenstaande kan worden opgemerkt dat meer dan de helft (54%) van het totaalbedrag in 2015 betrekking heeft op onderhoud van gebouwen (materiële zaken). Dit percentage is in 2019 gedaald tot 43% Personeel Ontwikkeling werkgeverslasten Schoolbesturen krijgen in beperkte mate compensatie voor een stijging van de arbeidskosten. In 2014 bedroeg de compensatie 0,17% voor de gestegen pensioenpremies en sociale lasten (verhoging van de GPL voor het schooljaar ), terwijl de PO-Raad becijferde dat de daadwerkelijke toename van de werkgeverslasten 1% bedroeg. Er is dus sprake van een gat van ongeveer 0,8%; dat komt overeen met een structurele korting van 120 miljoen of fte leraren. Op basis van de vergelijking tussen de totale loonkosten en de bruto salarissen wordt de werkgeverslast van De Groeiling voor 2015 gesteld op 53,3%. Dit percentage wordt ook gebruikt voor de verdere jaren in de meerjarenbegroting. Aktieplan Leerkracht 2020 Om een verhoging van de leerprestatie te realiseren moet ook de kwaliteit van de leraren omhoog. Hiervoor is 'Actieplan Leerkracht 2020' ontwikkeld door OCW en dit behelst de volgende zaken: Lerarenbeurs Sinds de invoering in 2008 hebben ruim leraren een beurs gekregen. Onder deze lerarenbeurs zijn vooral de masteropleiding Special Educational Needs en de bacheloropleiding Nederlands in trek. Het budget voor het schooljaar bedraagt in totaal 75 miljoen. Daarnaast is met de sociale partners afgesproken dat de beurs vanaf 2012 alleen nog maar mag worden ingezet voor de verhoging van het kwalificatieniveau. Meerjarenbegroting
8 Lerarenregister Volgens de afspraken uit het Regeerakkoord is het lerarenregister, dat leraren moet stimuleren hun bekwaamheid op niveau te houden en te verbeteren, vanaf eind 2011 operationeel. In het Nationaal Onderwijsakkoord (2013) is vastgelegd dat in 2015 tenminste 40% van de leraren en in 2017 alle leraren in het register zijn opgenomen. Vervolgens vindt herregistratie plaats binnen vier jaar. Het Ministerie van OCW stelt inschrijving in het register als voorwaarde voor de toekenning van de lerarenbeurs. Professionele ontwikkeling Een van de kenmerken van goed presterende onderwijslanden is het belang dat zij hechten aan continue professionele ontwikkeling. Het kabinet investeert vanaf 2012 extra in de professionalisering van leraren (Prestatiebox en het Nationaal Onderwijsakkoord). Ook is opbrengstgericht werken een belangrijk ontwikkelingspunt. In 2015 moet 60% van de scholen in het primair onderwijs opbrengstgericht werken, in 2018 is het streven 90%. Professioneel HRM beleid Het Actieplan Leraar 2020, alsmede het Bestuursakkoord Leraren en het Nationaal Onderwijsakkoord koppelt verdergaande professionalisering van leraren aan een professioneel HRMbeleid. Schoolleiders en leidinggevenden spelen een rol in het creëren van een resultaatgerichte, ambitieuze leercultuur. In het primair onderwijs zijn daarom de bekwaamheidseisen voor schoolleiders geactualiseerd (beroepsstandaard). In de CAO PO is bepaald dat registratie vanaf 2013 verplicht is. Jaarlijks wordt een budget beschikbaar gesteld voor professionaliseringsactiviteiten. Begin 2015 is 73% van de schoolleiders aangemeld; voor 2017 dient dit 100% te zijn omdat dan de periode van herregistratie start Onderwijsarbeidsmarkt Daling leerlingenaantal In de periode 2009 t/m 2019 wordt in het primair onderwijs een daling van 10% van het aantal leerlingen verwacht. Deze daling is in vrijwel alle regio's terug te vinden. Daarbij zijn wel grote regionale verschillen zichtbaar. Tot 2020 is de grootste vraag naar nieuwe leraren in het primair onderwijs te vinden in de regio's Amsterdam, Rijnmond (exclusief Rotterdam), zuidelijk Noord-Holland en Rotterdam. De Groeiling heeft scholen in Het Groene Hart (regio Gouda-Woerden) dat eveneens een krimpregio (20%) is. Uit de teldatumgegevens in de periode 2009 t/m 2014 blijkt een gemiddelde jaarlijkse daling van 2,85%. Dit tempo daalt in de komende periode zodat over de periode 2009 t/m 2019 een totale daling wordt verwacht van 22%. In is in een notitie beschreven welke strategieën De Groeiling en afzonderlijke scholen kunnen hanteren om het marktaandeel op peil te houden c.q. te vergroten. Imago- en pr-beleid maken hier onderdeel van uit en daar zijn de scholen ook mee aan de slag gegaan. In het jaarplan van de school worden activiteiten en te behalen resultaten beschreven en in het jaarverslag wordt beschreven of de resultaten ook bereikt zijn. Werkgelegenheid Ongeveer 6% van het totaal aantal banen in Nederland is te vinden in het onderwijs. Het aantal banen in het primair onderwijs daalde in 2014 licht van in het eerste kwartaal van 2014 naar in het vierde kwartaal. De onderwijssector kent daarbij een relatief lage arbeidsmobiliteit. In het primair onderwijs werkt ruim 67% van het personeel in deeltijd, met een gemiddelde betrekkingsomvang van 26 uur per week. Daarnaast kent deze sector vooral vrouwelijke leraren: in voltijdbanen uitgedrukt is 83% van de leraren vrouw. Wel neemt het aandeel vrouwelijke schoolleiders en het aantal vrouwen in hogere functies gestaag toe. Meerjarenbegroting
9 Vacatures Het aantal openstaande vacatures in het primair onderwijs daalt. Ook zijn er per regio verschillen. In de regio Het Groene Hart, waar De Groeiling zijn scholen heeft, is nauwelijks of geen sprake van openstaande vacatures. De krimp in deze regio is groot. Ziekteverzuim Het ziekteverzuim in het primair onderwijs blijft redelijk stabiel (rond de 6,5%). Op bestuursniveau zijn de verschillen groot. Het verzuimpercentage van De Groeiling is jaarlijks onder het landelijk gemiddelde en daalt ook jaarlijks. In 2014 was het 5%; het streven is om dit percentage verder te laten dalen naar 3,5% (dit komt overeen met de premiegrondslag van het Vervangingsfonds en maakt het mogelijk om het eigen risicodragerschap budgettair neutraal te laten zijn). Vervangingsfonds (VF) Het VF ontvangt middelen van OCW met als reden investeren in arbeidsomstandigheden, ziekteverzuimbeleid en re-integratiebeleid. Voor de ander onderwijssectoren loopt dit via de lumpsumbekostiging. De laatste berichten duiden er op dat schoolbesturen vanaf een bepaalde omvang eigen risicodrager worden vanaf 2016/2017 (geen keuze meer om het niet te zijn). Het VF blijft verzekeringsfonds voor de kleine schoolbesturen. De Groeiling maakt sinds 2010 gebruik van de vervangingspool van het VF. De loonkosten van de poolers worden door het VF betaald onder de voorwaarde dat betrokkenen 100% vervangingswerkzaamheden (op basis van het reglement VF) verrichten. Als het percentage na het schooljaar minder blijkt te zijn dan moet De Groeiling het verschil in loonkosten terug betalen. Het vervangingspercentage lag in de afgelopen jaren gemiddeld op 90%. Vanaf het schooljaar is dit percentage echter fors gedaald (60%) als gevolg van (eenmalig toegestane) boventalligheid van onderwijsondersteunend personeel (onderwijsassistenten/ lerarenondersteuners). Wanneer het eigen risicodragerschap van toepassing is dan zal De Groeiling de volledige loonkosten voor zijn rekening moeten nemen. Dit wordt dan uit de toegekende premie betaald. Paricipatiefonds ((PF) Het PF ontvangt van OCW middelen om de wachtgelduitkering voor onderwijspersoneel te kunnen vergoeden. Als uit de instroomtoets blijkt dat de werkgever niet heeft voldaan aan alle inspanningsverplichtingen dan is de wachtgelduitkering (WW en indien van toepassing WOPO) voor rekening van de werkgever. Het PF heeft met een toenemend aantal werklozen te maken; gevolg van de landelijke daling van leerlingen in het primair onderwijs. In de afgelopen jaren is de premie jaarlijks verhoogd; dit wordt niet gecompenseerd door OCW. In 2015 is er een premieverhoging per 1 januari; ook in 2016 t/m 2019 wordt met premieverhogingen rekening gehouden. In het kader van doordecentralisatie van arbeidsvoorwaarden in het primair onderwijs past het ook om de wachtgelden toe te kennen aan de besturen. Op termijn (nog niet bepaald is wanneer) kan het PF dan verdwijnen (of als een soort verzekeringsfonds over te blijven voor de kleine besturen). CAO PO In de nieuwe CAO PO is sprake van een loonsverhoging van 1,2% per 1 september Niet duidelijk is of ook in de komende jaren sprake zal zijn van loonsverhogingen. Omdat deze verhoging vergoed wordt uit de Rijksmiddelen die de PO-Raad ontvangt wordt dit budgettair neutraal opgenomen in deze Meerjarenbegroting. Dat geldt niet voor de regeling duurzame inzetbaarheidsuren voor personeelsleden. Deze uren, alsmede de overgangsregeling voor het bapo-verlof, moeten betaald worden uit de extra middelen die vanuit de onderwijsakkoorden worden toegekend. In de periode 2015 t/m 2019 wordt uitgegaan van een bedrag van in de jaarlijkse begroting. Meerjarenbegroting
10 Uitstroom en arbeidsperspectief Landelijk gezien ontstaat er vanaf 2016 weer vacatureruimte doordat een grote groep AOWpensioengerechtigden het onderwijs zal verlaten. Ook hier zijn echter grote regionale en bestuurlijke verschillen. Voor De Groeiling geldt onderstaand overzicht: Uitgaande van een jaarlijkse boventalligheid van 8 fte door daling van het aantal leerlingen ontstaat er pas vacatureruimte in 2022! Een ongewenste situatie, kijkend naar de onevenwichtige leeftijdsopbouw van het personeel en gezien het feit dat pas afgestudeerden van de pabo nauwelijks werk vinden. Ondanks de wens van het kabinet om langer doorwerken te stimuleren is het voor De Groeiling van belang om maatregelen te treffen om het voor oudere personeelsleden aantrekkelijk te maken om eerder te stoppen met werken waardoor jonge mensen aan het werk kunnen bij onze organisatie. Meerjarenbegroting
11 4 Organisatieontwikkelingen 4.1. Strategisch Beleidsplan Per 1 augustus 2015 treedt het nieuwe Strategisch Beleidsplan in werking. In dit document beschrijft De Groeiling wat in 2019 zichtbaar moet zijn in de organisatie en welke centrale thema s in de komende jaren aan bod komen. Die thema s betreffen: Kwaliteit van het onderwijs. Professionalisering en autonomie, met name eigenaarschap en digitalisering. Maatschappelijke verbinding, met name ouderbetrokkenheid en integraal kindcentrum. De thema s worden in het document Procesaanpak Strategisch Beleidsplan nader uitgewerkt in doelen/activiteiten en meetbare resultaten. Jaarlijks worden hier budgetten aan gekoppeld, zowel op bovenschools als op schoolniveau. Per thema willen we in 2019 het volgende gerealiseerd hebben: Kwaliteit van het onderwijs: In 2019 ligt het eindresultaat van minimaal 80% van de scholen tenminste op of boven het Inspectie niveau (dit is nu 65%). In 2019 is de onderwijskwaliteit op tenminste 65% van de scholen bovengemiddeld ( goed of excellent : dit is nu 48%). Directeuren kunnen dit op twee manieren aantonen: 1. -Via de groepsresultaten op methode-onafhankelijke toetsen: De resultaten op de eindtoets zijn gelijk aan of hoger dan het landelijk gemiddelde (bij scholen Met eenzelfde populatie). -De tussenresultaten voor alle cognitieve vakgebieden zijn gelijk aan of hoger dan het landelijk gemiddelde. 2. Via het volgen van de individuele ontwikkeling van leerlingen: -De toetsresultaten van individuele leerlingen laten zien dat het leerrendement in minimaal 90% van de gevallen gelijk zijn aan of hoger zijn dan de gestelde verwachtingen (op basis van eerdere resultaten). In 2019 is het aantal scholen met een waarschuwing kleiner of gelijk aan 1. In 2019 is geen enkele school zwak of zeer zwak. In 2019 is elke leraar met een vast dienstverband na 3 jaar basisbekwaam. Leraren die zeven jaar of langer in dienst zijn, zijn aantoonbaar vakbekwaam. In 2019 is in elke school zichtbaar dat het behouden en verbeteren van de kwaliteit van het onderwijs een gezamenlijke betrokkenheid is van het team en dat dit de groepsverantwoordelijkheid overstijgt. Samenwerkend leren binnen elk team, het voeren van reflectieve gesprekken, een goede communicatie met ouders en het afleggen van verantwoording zijn zichtbare aspecten hierbij. In 2019 beschikt elke school over een passend instrumentarium om de sociaal emotionele ontwikkeling te volgen en is er ook ruime aandacht in het curriculum voor de morele vorming. In 2019 beschikt elke school over een passend creatief en cultureel aanbod en is hier voldoende tijd voor ingeroosterd in het weekprogramma. De inzet van specialisten binnen het team of externen wordt hierbij benut. Meerjarenbegroting
12 In 2016 heeft elke school beschreven waar zij dan staat op het gebied van ICT, welke ambities zij in de komende planperiode wil realiseren en hoe en met welke middelen ze dat gaat doen. In 2019 heeft elke school deze ambities daadwerkelijk gerealiseerd. In 2019 maakt elke school gebruik van digitale leermiddelen, waaronder leermiddelen die de methodeboeken voor de cognitieve vakken vervangen hebben. In 2019 zijn de voorstellen voor deskundigheidsbevordering en kennisuitwisseling van het netwerk ICT-coördinatoren, die in praktische en financiële zin haalbaar zijn, gerealiseerd. In 2019 geven alle leraren aan over meer ICT-kennis en -vaardigheden te beschikken dan in In 2019 wordt via een enquête onder personeelsleden, directies en het ICT-netwerk aangetoond dat scholen en medewerkers kennis delen over de toepasbaarheid van ICT in de groep en de school. In 2019 beoordelen leerlingen in het kwaliteitsonderzoek alle ICT-aspecten met minimaal een 3,0. Eigenaarschap: In 2019 blijkt uit een enquête onder schoolleiding en leraren dat leraren zichtbaarder eigenaar zijn van hun professionele ontwikkeling en daartoe de ruimte en de middelen hebben gekregen. Uiterlijk 1 januari 2017 zijn alle leraren geregistreerd in het lerarenregister. Uiterlijk 1 januari 2017 zijn alle schoolleiders geregistreerd in het schoolleidersregister. In wijst het kwaliteitsonderzoek onder leerlingen uit dat zij meer dan landelijk gemiddeld ruimte ervaren om zelf hun leerproces in te richten. In 2019 is op elke school aantoonbaar sprake van een toename van de zelfverantwoordelijkheid van leerlingen, bijvoorbeeld omdat gewerkt wordt met een leerlingenraad, leerlingenportfolio, dagen/of weektaken of leerlingengesprekken. Maatschappelijke betrokkenheid : In 2016 hebben alle scholen in hun schoolplan beschreven hoe zij het ouderbeleid vorm gaan geven. Bij het opstellen van dit beleid is ook de betrokkenheid van oudergeledingen benut. Concrete acties en gewenste resultaten worden jaarlijks in het jaarplan van de school beschreven en in het jaarverslag geëvalueerd. In 2019 laat het kwaliteitsonderzoek onder ouders zien dat zij de communicatie tussen school en ouders en ouderparticipatie hoger waarderen (minimale stijging met 0,2 punten t.o.v. 2015). In 2019 laat het kwaliteitsonderzoek onder leraren zien dat zij de communicatie en samenwerking met ouders hoger waarderen (minimale stijging met 0,2 punten t.o.v. 2015). In 2019 heeft minimaal 90% van de scholen een inpandige buitenschoolse voorziening (nu: 50%). In 2019 heeft minimaal 60% van de scholen heeft een inpandige voorschoolse voorziening (nu: 30%). In 2019 is een kwaliteitskader ontwikkeld dat scholen gebruiken om de samenwerking met de kinderopvang te optimaliseren. De beschikbare budgetten hiervoor zijn: Kwaliteit van het onderwijs Inzet extra personeel Inzet externen (onderzoek en begeleiding) ParnasSys Middelen Prestatiebox Kwaliteitsmedewerker Digitalisering TOTAAL Meerjarenbegroting
13 Eigenaarschap Eigenaarschap van personeel P.M P.M P.M TOTAAL Maatschappelijke betrokkenheid Ouderbetrokkenheid P.M P.M P.M P.M P.M Integraal kindcentrum TOTAAL P.M.: Elke school legt hierin eigen accenten waar uitgaven aan gerelateerd zijn (organiseren van bijeenkomsten, cursussen, e.d.) In de bestuursrapportage, die elk kwartaal verschijnt wordt de actuele stand van zaken beschreven. De rapportage wordt intern kenbaar gemaakt via intranet en ook als bestand gezonden naar geledingen als de Raad van Toezicht en medezeggenschapsorganen. Ook wordt de rapportage op de website van De Groeiling geplaatst (informatie en publieke verantwoording). De scholen zullen in hun Schoolplan ook bovenstaande thema s opnemen, waarbij de te bereiken resultaten in 2019 leidend zijn. In het jaarplan en jaarverslag maakt elke school duidelijk op welke wijze en met inzet van welke middelen gewerkt wordt aan de realisatie van de thema s op schoolniveau. In de begroting van de school worden middelen vrijgemaakt om de doelen en activiteiten van de thema s te kunnen realiseren Overige ontwikkelingen Personeelsaantallen De ontwikkeling van de personeelsformatie (in fte ten laste van de lumpsum) is als volgt: Aantal personeelsleden in fte Startsituatie Uitstroom (pre)pensioen Uitstroom overig* Boventalligheid ** Verplichting *** Aantal fte begroting Begroting ,9 4,1 4,0 2,0 346 Begroting ,4 3,6 3,0 2,0 336 Begroting ,4 2,6 0,0 2,0 329 Begroting ,6 3,4 0,0 2,0 324 Begroting ,9 3,1 0,0 2,0 316 *Vertrek wegens verhuizing, een baan elders, stoppen met werken, e.d. **De loonkosten van boventalligen worden vergoed door het VF zodat betrokkenen qua loonkosten uit de formatie zijn. ***Personeelsleden met een verlengd tijdelijk dienstverband aan wie na 24 maanden een vast dienstverband gegeven wordt. Om de daling van het aantal leerlingen in de pas te laten lopen met de vermindering van de personeelsomvang zal de gemiddelde formatie in de periode 2015 t/m 2019 af moeten nemen met minimaal 40 fte. Door de uitstroom van personeel wegens het bereiken van de AOWpensioengerechtigde leeftijd in deze periode kan deze reductie grotendeels langs natuurlijk verloop worden gerealiseerd. Daarnaast zal jaarlijks ook sprake zijn van personeelsleden die minder gaan werken, een baan elders vinden of stoppen met werken om andere redenen. Bij de uitstroom (AOW) van personeel in de komende periode 2015 t/m 2019 is 1 fte in de functie onderwijsassistent (op een totaal van 18,2 fte onderwijsassistenten/lerarenondersteuners). Met het kleiner worden van de scholen is er steeds minder behoefte aan de inzet van deze functionarissen. Met de onderwijsvakbonden wordt in 2015 een sociaal plan vastgesteld waardoor de genoemde functies opgeheven worden per 1 augustus De verdeling van de personeelssterkte is als volgt: Meerjarenbegroting
14 Directies Onderwijzend Onderwijsondersteunend Bovenschools/ Totaal personeel personeel Bestuurlijk Begroting ,2 261,1 54,0 5,4 347,7 Begroting ,8 253,1 54,0 4,9 338,8 Begroting ,4 245,1 53,6 4,9 330,0 Begroting ,0 237,1 *35,4 4,9 303,4 Begroting ,0 229,1 35,4 4,9 313,4 *Opheffing van de functies onderwijsassistent en lerarenondersteuner per (18,0 fte). Ziekteverzuim De ontwikkeling van het ziekteverzuim in de periode en de ambities voor zijn: Directies Onderwijzend Onderwijsondersteunend Bovenschools/ Totaal personeel personeel Bestuurlijk Realisatie ,26 5,04 3,51 2,10 5,00 Ambitie ,60 Ambitie ,40 Ambitie ,20 Ambitie ,00 Ambitie ,80 Na een aantal jaren van stijgend ziekteverzuim bij de scholen is er sinds 2012 sprake van een dalende trend. Voor de periode 2015 t/m 2019 heeft De Groeiling de ambitie om het ziekteverzuim geleidelijk te verminderen tot uiteindelijk 3,8% in Gezien de grootte van de organisatie is dit een ambitieuze doelstelling. Om deze ambitie waar te maken zal De Groeiling in deze periode onder meer per jaar extra inzetten voor de preventie van het ziekteverzuim. Het contract met de ArboUnie is al aangescherpt. Ook zal het consequent voeren van verzuimgesprekken, de regelmatige gesprekkencyclus voor alle medewerkers en de invoering van het eigen risicodragerschap voor ziekteverzuim korter dan één jaar, waarbij een laag ziekteverzuim tot een financieel voordeel bij de scholen leidt, bijdragen aan de realisatie van deze doelstelling. Op bovenschools niveau is hier ook een rol weggelegd voor de beleidsmedewerker HRM. Professionalisering We verwachten van al onze medewerkers dat zij zich blijvend inzetten om hun vakbekwaamheid op peil te houden en waar nodig of wenselijk te verbreden of te verdiepen. Dit wordt ook versterkt door de verplichte registratie van schoolleiders (vanaf 2013) en leraren (vanaf 2017). Een stimulans gaat uit van de Lerarenbeurs, de promotiebeurs en het vaste bedrag voor deskundigheidsbevordering dat schoolleiders conform de CAO PO mogen inzetten. De Groeiling faciliteert daarnaast door een jaarlijks aanbod van scholing te doen. Daarnaast zijn er netwerken ingericht, cursusdagen, studiedagen maar wordt ook ingezet op een brede inzetbaarheid, flexibiliteit, mobiliteit en loopbaanbeleid. Jaarlijks wordt ongeveer ingezet. Huisvesting In de afgelopen jaren zijn verschillende scholen in een nieuw gebouw gehuisvest. Momenteel lopen er nog renovatie- en/of nieuwbouwprojecten in Moordrecht (St. Jozefschool: oplevering juni 2015) en Waddinxveen (De Regenboog: oplevering juni 2017). Bij de nieuwbouw in Moordrecht en Waddinxveen dient rekening gehouden te worden met versnelde afschrijving van meubilair en inventaris en een bijdrage uit eigen middelen (in totaal ,-). Dit is ook verwerkt in de meerjarenbegroting. Meerjarenbegroting
15 Vanaf 2015 is de zorg voor het buitenonderhoud van schoolgebouwen overgedragen van de gemeente naar het schoolbestuur. Het schoolbestuur ontvangt rechtstreeks van het Rijk de middelen die tot die tijd naar het gemeentefonds worden overgemaakt. Het gaat hierbij om een bedrag van 135 miljoen in 2015, oplopend tot 158,8 miljoen vanaf Daarnaast is in het Nationaal Onderwijsakkoord vanaf 2015 een jaarlijks bedrag opgenomen van 147 miljoen dat onttrokken wordt aan het gemeentefonds. Met de overdracht van middelen is het risico (staat van de gebouwen) volledig voor het schoolbestuur. In 2015 worden alle gebouwen geschouwd en de resultaten verwerkt in het meerjaren onderhoudsplan. Het eerder gesignaleerde verschil tussen rijksvergoeding en noodzakelijk te verrichten werkzaamheden zal naar verwachting groter worden. Digitalisering van het onderwijs (ICT) In de afgelopen jaren is geïnvesteerd in netwerken, hardware en software in scholen. In elk lokaal is een digibord/touchscreen, vrijwel elke moderne methode gebruikt software en de laptop en ipad worden ook in een aantal scholen gebruikt. Een volgende stap is het gebruik van tablets waarbij de zaakvakken (Taal en Rekenen/Wiskunde) niet meer middels leerboeken werkschriften worden aangeboden en verwerkt, maar op de tablet. Begin 2015 maken drie scholen van deze tablets gebruik; dit aantal zal in de komende begrotingsperiode uitgebreid worden. Scholen dienen rekening te houden met oplopende kosten voor het gebruik van elektriciteit, kosten voor licenties van software en voldoende middelen om kapotte hardware te kunnen vervangen. Op bestuurlijk niveau is een netwerk van ICT-ers ingericht onder leiding van een bovenschoolse coördinator. Ervaringen en ontwikkelingen worden uitgewisseld. Voortbestaan van scholen Uit het overzicht van de teldatum 1 oktober 2014 en de daaraan gekoppelde prognoses voor de jaren 2015 t/m waarbij gebruik is gemaakt van huidige aantallen leerlingen, de gemiddelde instroom en gemeentelijke ontwikkelingen - komt het volgende beeld naar voren: Brinnr. School NX Gerardus Majella NZ De Krullevaar XH De Zevensprong BG St. Catharina BL St. Michaëlschool FY De Bijenkorf JG Dorpsschool De Bron PI De Akker ST De Regenboog KA De Goudakker ZK Speel en Werkhoeve WM Kardinaal Alfrink WS Pax Christischool PG Willibrord/Miland YZ St. Jozef (Oudewater) KG De Triangel MK Mariaschool VU De Cirkel FK SBO De Oostvogel* ZW St. Jozef (Moordrecht) KF t Carillon* Westergouwe AK St. Aloysius Totaal *Een deel van de leerlingen is in de symbiose van De Oostvogel-De Vuurvogel geplaatst tot Vanaf stromen hoogbegaafde leerlingen met een toelaatbaarheidsverklaring in bij De Oostvogel. Meerjarenbegroting
16 Het bestuur van De Groeiling vindt het in stand houden van scholen met minder dan vier groepen (minder dan 80 leerlingen) alleen onder voorwaarden gewenst is: als de school binnen de woonkern de enige (al dan niet katholieke/interconfessionele) school is en de kwaliteit van het onderwijs op peil is. Op basis van de teldatum 1 oktober 2014 is De Krullevaar onder de opheffingsnorm gekomen van de gemeente Schoonhoven. Om te voorkomen dat de bekostiging per 1 augustus 2015 stopt is het voornemen om de school te fuseren met de St. Catharina (Haastrecht). Hier is sprake van een administratieve fusie: gezien de onderlinge afstand (8,7 km) tussen beide locaties is immers geen sprake van een uitwisseling van leerlingen. Het onderwijsaanbod blijft dan ook bij beide locaties gehandhaafd, waarbij wel personele expertise wordt uitgewisseld. In bovenstaande prognoses zou dit kunnen betekenen dat de Gerardus Majellaschool (Reeuwijk) op termijn het bestaansrecht verliest; er zijn in hetzelfde gebouw waarin de school gehuisvest is nog twee basisscholen (openbaar en p.c.). Meerjarenbegroting
17 5 Meerjarenoverzicht In het overzicht op de volgende pagina wordt een geconsolideerd meerjarenoverzicht gepresenteerd. Dat wil zeggen dat er een totaaloverzicht wordt gegeven van alle inkomsten en uitgaven, onafhankelijk van de plaats in de organisatie waar deze besteed (scholen/bovenschools/bestuur) worden. De Groeiling is gewend om met twee typen begrotingen te werken, te weten: - een totaalbegroting (begroting op stichtingsniveau); - een begroting op budgethoudersniveau (de school of het bestuurskantoor). Voor een goede beoordeling van de financiële situatie is het beter om van het totaalbeeld uit te gaan. Dit laat echter onverlet dat de werkwijze waarin het budget over meerdere budgethouders wordt verdeeld, gangbaar en bruikbaar is. In het overzicht wordt volstaan met het totaalbeeld. Mochten er aspecten zijn die van invloed zijn op de afzonderlijke begrotingen dan wordt dit in de toelichting meegenomen. In het totaalbeeld zijn geen indexeringen toegepast. Omdat de effecten van indexeren zowel aan de baten- als aan de lastenkant plaatsvinden is het totaaleffect nagenoeg nul. Met de voorliggende meerjarenbegroting wil De Groeiling een beeld schetsen van de financiële consequenties voor de komende jaren, zodat er tijdig geanticipeerd kan worden op zich aandiende ontwikkelingen. De voorliggende begroting is als volgt opgebouwd: - Er wordt gestart met het presenteren van een totaaloverzicht. - Vervolgens worden de cijfers toegelicht (Hoofdstuk 6). Enerzijds heeft deze toelichting betrekking op de wijze waarop de diverse begrotingsposten tot stand zijn gekomen, anderzijds wordt geanticipeerd op zich aandienende ontwikkelingen, mits deze van invloed zijn op de financiële huishouding. - Afgesloten wordt (Hoofdstuk 7) met een behandeling van het resultaat, inclusief de hieruit voortvloeiende consequenties. - Tenslotte wordt (Hoofdstuk 8) het financiële beleid van De Groeiling beoordeeld, mede in het licht van de signaleringswaarden die door de commissie Don gehanteerd worden bij het vaststellen van de financiële positie van onderwijsinstellingen in Nederland. Meerjarenbegroting
18 De Groeiling Begroting Begroting Begroting Begroting Begroting Aantal leerlingen 7/12 + 5/12 t-1/ BATEN Ministerie van OCW, rijksbijdragen OCW RV Lumpsum OCW RV personeels- en arbeidsmarktbeleid OCW RV materiële instandhouding (VeLo) OCW Overige bijdragen Totaal Rijksbijdragen OCW Overige overheidssubsidies Gemeenten Overige overheidsbijdragen Totaal overige overheidssubsidies Overige baten Verhuur en medegebruik lokalen Overige baten Totaal overige baten TOTAAL BATEN LASTEN Personele lasten Lonen en salarissen Overige personele lasten Totaal personele lasten Afschrijvingen Afschrijvingskosten gebouwen/verbouwingen Afschrijvingskosten overige activa Totaal afschrijvingen Totaal huisvestingslasten Overige lasten Bestuur, beheer en administratie Kosten school en onderwijs Totaal overige lasten TOTAAL LASTEN FINANCIËLE BATEN EN LASTEN Baten uit vermogen Lasten uit vermogen Totaal financiële baten en lasten RESULTAAT Meerjarenbegroting
19 6 Toelichting begroting 6.1. Baten RIJKSBIJDRAGEN OCW Subsidie voor personele lasten (lumpsum) De subsidie voor de personele lasten (lumpsum) is berekend op basis van de leerlingenprognose en de huidige vergoeding van de GPL. Uiteraard heeft jaarlijkse bijstelling van de GPL effect op de hoogte van de personele lumpsum. In de begrotingsperiode is ook rekening gehouden met doorlopende verplichtingen voor de overgangsregeling bapo. Momenteel wordt 3,1% van de personele lumpsum afgeroomd ten behoeve van kosten van bapo en duurzame inzetbaarheidsuren voor personeel van 57 jaar en ouder. Daarnaast wordt rekening gehouden met een stabiel aantal leerlingen in : de uitstroom van leerlingen naar het voortgezet onderwijs is dan gelijk aan de instroom van nieuwe leerlingen. Budget voor personeels- en arbeidsmarktbeleid Van deze vergoeding wordt 50% toegerekend aan de scholen en 50% aan bovenschoolse activiteiten (bijvoorbeeld scholing management en personeel, bedrijfsgezondheidszorg, betaald ouderschapsverlof) of via herverdeling aan specifiek benoemde activiteiten op de scholen (bijvoorbeeld instandhouding locatie De Meije). Deze activiteiten zijn vastgelegd in beleidsplannen, waaronder het Bestuursformatieplan. Scholen zetten het budget in voor personeelsbeleid en/of formatiezaken. Subsidie materiële instandhouding (Velo) Van dit bedrag wordt een deel bovenschools ingezet onder meer ter dekking van kosten van administratie, beheer en bestuur. Ook wordt de vergoeding voor onderhoud afgeroomd en vervolgens herverdeeld op basis van de onderhoudsrapporten en planningen. Overige bijdragen OCW Onder deze noemer zijn aanvullende bestemmingssubsidies opgenomen waaronder de prestatiebox, de middelen uit het Nationaal Onderwijsakkoord, de overheveling middelen buitenonderhoud schoolgebouwen van het Rijk naar het schoolbestuur, subsidie voor impulsgebieden voor de scholen De Goudakker en de St. Aloysiusschool en Passend Onderwijs. OCW overige subsidies Prestatiebox Impulsgebieden Passend Onderwijs Loonkostensubsidie ondersteunend personeel Lerarenbeurs TOTAAL Aan de Prestatiebox is een aantal te realiseren doelen gekoppeld op het gebied van onderwijskwaliteit en ontwikkeling personeel die er voor zorgen dat deze middelen niet geheel kunnen worden ingezet voor de bekostiging van (eigen) personeel. OVERIGE OVERHEIDSSUBSIDIES Naast bovengenoemde vergoedingen ontvangt De Groeiling vergoedingen van diverse gemeenten. Het betreft de volgende inkomsten: Meerjarenbegroting
20 Overige overheidssubsidies Taalverbetering gemeente Gouda Schoolbegeleiding gemeente Peuter-kleutergroep Schakelklassen Overig TOTAAL OVERIGE BATEN Hieronder vallen de volgende begrotingsposten: Overige baten Verhuur en medegebruik lokalen Derden, waaronder bijdragen i.v.m. detachering Ouderbijdragen Overige baten TOTAAL Lasten PERSONELE LASTEN Lonen en salarissen Bij een daling van het aantal leerlingen zal de personele omvang ook verminderd moeten worden. Dat kan op korte termijn, wanneer er meer vacatures ontstaan dan er boventalligheid is van personeel. Bij De Groeiling is dat in de komende jaren nog niet aan de orde; een grote uitstroom (pensioen) wordt pas vanaf 2021 voorzien (op basis van de AOW-pensioengerechtigde leeftijd van de huidige personeelsleden). Doordat er nauwelijks pas afgestudeerden zullen instromen is de opbouw van een evenwichtige leeftijdsopbouw - en daarmee ook evenredige loonkosten voorlopig niet aan de orde. De loonkosten van het zittend personeel nemen toe, ook omdat bij vacatures eerst boventallig personeel (veelal met maximale loonkosten) in de vacatures geplaatst worden. Vermindering van loonkosten bij boventalligheid kan momenteel alleen gerealiseerd worden door boventallig personeel in de vervangingspool te plaatsen. De loonkosten worden dan door het VF vergoed (mits de werkzaamheden uit vervanging bestaan). Wanneer het VF verdwijnt komen de loonkosten van het boventallig personeel volledig ten laste van De Groeiling. In de komende jaren worden vacatures voor de functie directeur niet meer fulltime opengesteld, maar voor 0,8 fte. Het vertrek van onderwijsondersteunende functionarissen als onderwijsassistent en lerarenondersteuner wordt in het geheel niet meer ingevuld. Lonen en salarissen Bestuur en directies Onderwijsgevend personeel Onderwijsondersteunend personeel Loonkosten personeel overig TOTAAL Bij de salarislasten is rekening gehouden met een stijging van de salarislasten als gevolg van premieverhogingen (bijvoorbeeld het Participatiefonds). Daarnaast is een jaarlijkse vermindering opgenomen van 8 fte (leraar LA). Meerjarenbegroting
21 Overige personele lasten Overige personele lasten Kosten ingehuurd personeel Scholing management en personeel Schoolbegeleiding Overige personele kosten (arbo, representatie, etc.) TOTAAL AFSCHRIJVINGEN Het betreft afschrijvingen op aanwezige materiële vaste activa en op de investeringen. Afschrijvingen Gebouwen/verbouwingen Meubilair Inventaris ICT en computers Leermiddelen TOTAAL HUISVESTINGSLASTEN Doelstelling is om op basis van reële uitgangspunten de kosten van het onderhoud in overeenstemming te brengen met de beschikbare middelen. Om toch adequaat onderhoud te kunnen blijven uitvoeren wordt jaarlijks een bedrag gedoteerd aan de voorziening onderhoud. Omdat het onderhoud van de gebouwen per jaar sterk kan fluctueren wordt er een onderhoudsplan opgesteld, waarin per jaar de verwachte kosten worden beschreven. Het onderhoudsplan van De Groeiling heeft een looptijd van 10 jaar. De totale kosten worden vervolgens door 10 gedeeld, waardoor er jaarlijks eenzelfde bedrag in de begroting (= de dotatie) wordt opgenomen. In de bedragen wordt jaarlijks uitgegaan van stijgende kosten, maar dit effect wordt weggenomen door daling van het aantal leerlingen. Vanaf 2015 komen de kosten voor het buitenonderhoud van schoolgebouwen voor rekening van het bestuur. Huisvestingslasten Klein onderhoud, contracten, beveiliging, tuin Energie en water Schoonmaak Dotatie voorziening onderhoud Overige huisvestingslasten * TOTAAL *Onder overige huisvestingslasten valt: huur en medegebruik lokalen; heffingen/belastingen; vuilafvoer. OVERIGE LASTEN Administratie, beheer en bestuur Administratie en advisering Secretariaat en ondersteuning bestuur Accountantskosten Contributie besturenorganisaties Vergoedingen RvT/cursussen Verzekeringen Medezeggenschap Bestuurs- en beheerskosten TOTAAL Meerjarenbegroting
22 Kosten school en onderwijs Onder deze groep van schoolafhankelijke kosten vallen zaken als: systeembeheer; licenties; telefoon; activiteiten/excursies/cultuur; onderwijsleerpakket; reproductiekosten. Een overzicht van de posten met de grootste uitgaven: Kosten school en onderwijs Leermiddelen ICT/systeembeheer/licenties en onderhoud Telefonie en dataverbinding Schooladministratie/vakliteratuur/werving/huishouding Buitenschoolse activiteiten/excursies/cultuur Overige schoolkosten TOTAAL FINANCIËLE BATEN EN LASTEN De financiële baten betreffen rente-opbrengsten van banksaldi. Er zijn geen aandelen/effecten. Mocht het de komende jaren weer aantrekkelijk (hogere rente-opbrengsten) worden om aandelen/obligaties te kopen dan zal dit worden meegenomen in de jaarlijkse aanpassing van de meerjarenbegroting. Financiële baten en lasten Rente-opbrengsten Conclusie De meerjarenbegroting kent een vermindering van inkomsten maar ook van uitgaven, waardoor vanaf 2017 weer een evenwichtige situatie ontstaat. Hierbij is uiteraard niet te voorzien welke omstandigheden in de komende jaren nog een rol gaan spelen, zowel in positieve als in negatieve zin. Papier is geduldig en het vraagt dan ook van bestuur en leidinggevenden dat de noodzakelijke maatregelen getroffen worden om tijdig bij te sturen als dat nodig is teneinde de evenwichtige situatie vanaf 2017 ook te realiseren. Meerjarenbegroting
23 7 Resultaatontwikkeling Het eindresultaat over de periode kent per saldo een negatieve uitkomst van Een negatief eindresultaat komt ten laste van de algemene reserve. Om te kunnen bepalen of dit de continuïteit van de organisatie niet in gevaar brengt dient eerst bepaald te worden wat een aanvaardbare hoogte is. In Hoofdstuk 8 wordt aangegeven dat de minimale bufferomvang moet zijn om 90% van de geïnventariseerde risico s af te dekken mochten zij zich in enig jaar voor doen. Het bestuur stelt de minimale buffer op vast. Mocht 90% van de risico s zich in enig jaar voordoen dan is het bij die bufferstand niet mogelijk om in het volgend kalenderjaar dezelfde minimale hoogte opgebouwd te hebben. De huidige hoogte van de algemene reserve, i.c , is voldoende om het negatieve exploitatieresultaat ten laste te brengen van die algemene reserve. Tegelijkertijd dient enerzijds bezuinigd te worden, anderzijds moet echter ook ruimte gecreëerd worden om te investeren in kwaliteit Meerjarenbeleid Ontwikkelingen Aan de lastenkant van de begroting wordt het meerjaren beeld de komende vijf jaren gekarakteriseerd door enerzijds een investering in een verbetertraject, met als doel het realiseren van een kwaliteitsverhoging van de hele stichting en anderzijds door een beleid gericht op het realiseren van een aantal bezuinigingen. Investeren in kwaliteit Realisatie van het ambitieniveau van De Groeiling vraagt om extra impulsen. In het Strategisch Beleidsplan is dit ook één van de centrale thema s. In hoofdstuk 4 is hier nader op ingegaan. In het huidige Strategisch Beleidsplan is het thema de professionele organisatie opgenomen. Wat onder dit begrip verstaan wordt is beschreven in een aantal kenmerken/indicatoren. Uit tussenmetingen blijkt dat een aantal kenmerken nog in onvoldoende mate zichtbaar is. Een extra investering om met name een cultuurverandering te realiseren is ook in de komende jaren noodzakelijk. In de afgelopen jaren is een aantal scholen in een nieuw gebouw gehuisvest. Bij de overige gebouwen is geïnvesteerd in zaken als het treffen van energiezuinige maatregelen (waaronder isolatie). Wat nog niet in beeld is gebracht is de kwaliteit van het binnenklimaat in elke school. Scholen hebben zelf onvoldoende middelen om hier onderzoek naar te laten verrichten en vervolgens treffende maatregelen te nemen. Een extra bovenschoolse investering is noodzakelijk. Om het marktaandeel van scholen in de verschillende gemeenten te behouden dan wel te vergroten is het belangrijk om zicht te hebben op de eigen omgeving: hoe wil de school bekend staan in de wijk/ gemeente en hoe staat ze bekend (imago); wat is het beeld van de concullegascholen in de wijk; wat zijn wensen/verwachtingen die de omgeving heeft (specifieker: ouders met kinderen die de basisschool nog niet bezoeken) en kan (deels) aan die wensen/verwachtingen worden voldaan (marktonderzoek). Omdat scholen de middelen niet hebben om dergelijke onderzoeken te laten verrichten wordt dit eenmalig vanuit bovenschoolse middelen vergoed. Gerelateerd hieraan: het gebeurt jaarlijks dat enkele scholen een groei van instroom hebben waardoor het wenselijk is om in de periode januari juli een instroomgroep 4-jarigen te kunnen formeren. De inkomsten van de school staan dat eigenlijk niet toe, er is ook geen groeiformatie op stichtingsniveau, en ook in de schoolformatie kan niet zodanig geschoven worden dat geen extra handen beschikbaar zijn. Voor zowel de organisatie als voor de beeldvorming is een groep 1/2 van 30 leerlingen of meer per 1 Meerjarenbegroting
24 januari van een jaar onwenselijk. Het toestaan van een instroomgroep vergt een eenmalige investering maar betaalt zich vervolgens acht jaar uit (jaarlijkse inkomsten per leerling). Het totale verbetertraject zal plaatsvinden volgens het ritme dat in onderstaande tabel wordt weergegeven: Investeren in kwaliteit Thema s Strategisch Beleidsplan Binnenklimaat scholen Instroomgroep 4-jarigen (2) Imago- en marktonderzoek alle scholen Totaal Bezuinigen Een tweede ontwikkeling waar De Groeiling de komende jaren mee te maken krijgt zijn de bezuinigingen. Bij de toelichting op de baten constateerden we dat de baten de komende jaren met circa gaan dalen. Een dergelijke daling vraagt om een aanpassing van het uitgavenpatroon. Deze aanpassing wordt vooralsnog op een drietal plaatsen gevonden: Vermindering van het leerlingenaantal leidt tot vermindering van diverse kosten. Denk hierbij aan de personele inzet en de aanschaf van onderwijslesmateriaal. Deze kosten worden conform de terugloop van het aantal leerlingen aangepast. Uitstroom van personeel, bijvoorbeeld door het bereiken van de AOW-pensioengerechtigde leeftijd, biedt de mogelijkheid de personele kosten te beïnvloeden. Waar mogelijk worden de vrijvallende plaatsen niet opgevuld. Als gevolg van het betrekken van nieuwe gebouwen zullen deze lasten de komende jaren dalen (vanwege de bouwkundige staat van een aantal gebouwen zijn deze lasten momenteel hoog). Aanvullende maatregelen. Toch blijkt dat de bovengenoemde maatregelen niet voldoende zijn om tot de gewenste vermindering van uitgaven te komen. Het gevolg is dat er aanvullende maatregelen genomen moeten worden. Om de teruglopende inkomsten op te vangen is in de komende jaren een reductie van de onderwijsondersteunende formatie, met name onderwijsassistenten en lerarenondersteuners nodig. Veel scholen hebben tijdens de groeiperiode (stijging van het aantal leerlingen) de ruimte gehad om extra onderwijsondersteunend personeel te kunnen benoemen. Daarnaast worden onderwijsassistenten veelal ingezet bij extra ondersteuning. Als deze financieringsbron stopt dan dient de school betrokkenen wel in de formatie te houden omdat ze een vast dienstverband hebben. Bij terugloop van leerlingen is hun inzet minder/niet meer nodig en vormen de loonkosten een last voor de scholen. Ontslag is niet aan de orde omdat sprake is van de regeling werkgelegenheidsbeleid. Het natuurlijk verloop van deze functionarissen (AOW-pensioengerechtigde leeftijd) is slechts 1 fte. Om de omvang te verminderen is gedwongen ontslag noodzakelijk. Dit zou vanaf 1 augustus 2017 geëffectueerd moeten worden. Tegelijkertijd zal behoefte blijven bestaan aan extra begeleiding van leerlingen en wellicht extra handen in de klas als maatregel vanuit het nieuwe seniorenbeleid (duurzame inzetbaarheidsuren vanaf 57 jaar). Deze inzet kan bovenschools geclusterd worden ( pool ) waarvoor een nieuwe functie gecreëerd wordt. Deze functionarissen worden niet meer in de schoolformatie opgenomen maar bovenschools (vergelijkbaar met de medewerkers van De GroeiAcademie). De bekostiging vindt plaats vanuit de middelen voor extra ondersteuning (die de school ontvangt van het samenwerkingsverband maar dan afgedragen worden aan de pool ) en vanuit de middelen van de desbetreffende senioren (als het gaat om extra handen in de klas). Bij de opheffing van de functies onderwijsassistent en lerarenondersteuner moet in 2017 rekening gehouden worden met de transitievergoeding op basis van de Wet Werk en zekerheid die vanaf 2015 van kracht is. Het betreft hier eenmalige kosten. Meerjarenbegroting
25 De Groeiling streeft naar een vermindering van de kosten voor de directiestructuur. Bij vacatures voor de functie directeur wordt een directeur benoemd voor 0,8 fte, tenzij de school 400 leerlingen of meer telt. Dit vastgestelde beleid wordt trapsgewijs gerealiseerd. Daarnaast wordt het vertrek van een bestuursbureaumedewerker niet volledig gecompenseerd. Door het afsluiten van nieuwe contracten in 2015 en meer werk te maken van centrale inkoop wordt vermindering van de materiële uitgaven beoogd. Vanaf 2015 moeten de voordelen zichtbaar worden. Deels wordt de daling van de personeelsformatie verklaard doordat er minder leerlingen zijn. Doordat aan minder leerlingen onderwijs wordt gegeven, neemt de behoefte aan personeel af. Daarnaast heeft De Groeiling te maken met echte bezuinigingen, zoals het wegvallen van subsidies en het financiële effect van de stelselwijziging Passend Onderwijs. Deze bezuinigingen worden nergens gecompenseerd en raken het primaire proces. Alhoewel deze cijfers het beeld oproepen dat dit gaat leiden tot grotere klassen, hoeft dit nog niet zo te zijn. Eventueel is het mogelijk om de directe bezetting in het primaire proces te verhogen. Ook kan er gekeken worden naar de verhouding direct versus indirect. Kortom, ook dit thema zal om een nadere verkenning vragen. De bezuinigingsmaatregelen schematisch weergegeven: Bezuinigingsmaatregelen Afname onderwijsondersteunend personeel Vermindering omvang directiefunctie/bureau Centrale inkoop/aanpassing aflopende contracten Totaal Het totale effect op de resultaatontwikkeling naar aanleiding van bovenstaande: In de exploitatieresultaten zitten bovengenoemde investeringen en bezuinigingen verwerkt. In de meerjarenbalans en het kasstroom wordt dan ook van genoemde exploitatieresultaten uitgegaan. In de periode 2015 t/m 2019 is het saldo van de resultaten Dit komt ten laste van de algemene reserve. Meerjarenbegroting
26 7.3 Meerjarenbalans In onderstaande balans is de resultaatontwikkeling van pagina 25 meegenomen. Meerjarenbalans ACTIVA Materiële vaste activa Gebouwen en verbouwingen Meubilair Inventaris en apparatuur ICT Leermiddelen Vlottende activa Vorderingen OCW Overige vorderingen en overlopende activa Liquide middelen ACTIVA TOTAAL PASSIVA Eigen vermogen Algemene reserve Bestemmingsreserves Voorzieningen Voorziening onderhoud Voorziening personeel Kortlopende schulden Crediteuren OCW Gemeenten Belastingen en premies sociale verzekeringen Overige schulden en overlopende passiva PASSIVA TOTAAL Meerjarenbegroting
27 8 Financieel beleid 8.1. Vermogensbeheer De commissie Vermogensbeheer Onderwijsinstellingen (commissie Don) introduceert in haar advies het begrip kapitalisatiefactor. Met behulp van dit kengetal definieert de commissie nieuwe grenzen van verantwoord financieel beleid van onderwijsinstellingen. De kapitalisatiefactor geeft de mate aan waarin het instellingskapitaal wordt benut om de primaire taken van de organisatie te vervullen. Met ander woorden: wordt het geld inderdaad besteed aan het verzorgen van goed onderwijs en zijn de aangelegde spaartegoeden bedoeld ter ondersteuning van dit doel, of is er sprake van excessief spaargedrag? Om hier een oordeel over te kunnen vellen, moet eerst worden vastgesteld waar het vermogen voor moet worden aangewend. De commissie Don formuleert hiervoor een drietal functies te weten: a) de financieringsfunctie: dit zijn de middelen die moeten worden aangehouden om de materiële vaste activa (exclusief de gebouwen) te zijner tijd te kunnen vervangen. b) de transactiefunctie: dit zijn de middelen die moeten worden aangehouden om de kortlopende schulden te voldoen. c) de bufferfunctie: dit zijn de middelen die worden aangehouden om de volgende risico s op te vangen: fluctuaties in leerlingenaantallen; financiële gevolgen van arbeidsconflicten; instabiliteit in de bekostiging; onvolledige indexering van de bekostiging. Kapitalisatiefactor Voor het berekenen van de benodigde buffer vormt de kapitalisatiefactor het uitgangspunt. Definitie: De kapitalisatiefactor = het balanstotaal (excl. de post gebouwen en verbouwingen) gedeeld door de totale baten van de resultatenrekening (incl. de financiële baten). Signaleringsgrens commissie Don: 35% Kapitalisatiefactor Uitkomst Realisatie ,3 Begroting ,8 Begroting ,6 Begroting ,3 Begroting ,1 Begroting ,4 Voor het bepalen van de financieringsfunctie wordt volgens de richtlijnen 55% van de verkrijgingswaarde van de vaste activa genomen. Vervolgens wordt dit bedrag gedeeld door de totale baten. Voor De Groeiling bedraagt deze financieringsfunctie: 13,10% Voor het bepalen van de transactiefunctie worden de kortlopende schulden gedeeld door de totale baten. Voor De Groeiling bedraagt deze transactiefunctie: 10,03 % De bufferfunctie wordt vervolgens verkregen door de financieringsfunctie, de transactiefunctie en het bprivaat vermogen (0,43%) af te trekken van de kapitalisatiefactor. Voor De Groeiling is de bufferfunctie in 2015: 39,27% - 10,03% - 13,10% - 0,43% = 15,71%. Meerjarenbegroting
28 De Inspectie van het Onderwijs/de commissie Don stelt dat grote besturen (dit zijn besturen met een totaal aan baten boven de ), een bufferfunctie van 5% aan moeten houden, voor het opvangen van de vier genoemde risico s. De bovennorm bedraagt 15%. Het bestuur van De Groeiling heeft in 2014 Controlgroep de opdracht gegeven om een financieel risicoprofiel (risico-analyse) bij te stellen teneinde bovenstaande in beeld te brengen. Op basis van het jaarverslag 2013 en de in beeld gebrachte risico s (+ mate van frequentie en het financiële gevolg) is de bufferfunctie vastgesteld op minimaal Daarbij wordt uitgegaan van de situatie dat in enig jaar 90% van de geïnventariseerde risico s zich voordoet met als gevolg een totaalschade van genoemde buffer. Wanneer de hoogte van het eigen vermogen teruggebracht zou worden tot de buffer, en 90% (of meer) van de risico s zich in enig jaar zouden voordoen, dan zou het eigen vermogen (en de buffer) volledig weg zijn. Opbouw van een nieuwe buffer lukt niet binnen een kalenderjaar. Derhalve heeft het bestuur van De Groeiling de gewenste buffer vastgesteld op (10%). Voor de goede orde: dit houdt niet in dat de huidige hoogte van de algemene reserve afgebouwd moet worden, maar dat een scherpe ondergrens bepaald is waardoor eventuele negatieve exploitatieresultaten die uit de meerjarenbegroting blijken beoordeeld kunnen worden ten opzichte van de hoogte van de buffer Budgetbeheer Om de vermogenspositie van de stichting en in het bijzonder de liquiditeit te kunnen beoordelen is er voor de komende jaren een fictief kasstroomoverzicht opgesteld. Dit overzicht ziet er als volgt uit: Kasstroomoverzicht (Liquiditeitsplanning) Beginsaldo liquide middelen Kasstroom uit operationele activiteiten Resultaat uit gewone bedrijfsuitoefening Afschrijvingen Mutaties werkkapitaal Vorderingen Kortlopende schulden Mutaties voorzieningen Totaal Kasstroom uit investeringsactiviteiten Investeringen materiële vaste activa Totaal Kasstroom uit financieringsactiviteiten Mutatie liquide middelen Eindsaldo liquide middelen Meerjarenbegroting
29 Om tot een oordeel over de financiële gezondheid te komen zijn er op basis van de meerjaren begroting kengetallen opgesteld voor liquiditeit, solvabiliteit en rentabiliteit. Liquiditeit Definitie: De verhouding tussen de vlottende activa (som van liquide middelen en vorderingen) en de kortlopende schulden. Signaleringsgrens commissie Don: 0,5 1,5 Liquiditeit Uitkomst Realisatie ,8 Begroting ,6 Begroting ,4 Begroting ,5 Begroting ,4 Begroting ,4 De liquiditeit geeft aan in hoeverre een instelling op korte termijn aan haar verplichtingen kan voldoen. De PO-Raad heeft aangegeven dat een liquiditeit van boven de 1,5 als ruim kan worden beschreven. Ondanks extra investeringen in meubilair en inventaris (nieuwbouw), de teruglopende inkomsten van het Rijk en de investeringen in de onderwijskwaliteit van de komende jaren blijft de liquiditeit van De Groeiling in de gehele begrotingsperiode ruim voldoende. Solvabiliteit Definitie: Eigen vermogen en voorzieningen gedeeld door het totale vermogen (balanstotaal). Signaleringsgrens commissie Don: > 20% Solvabiliteit Uitkomst Realisatie Begroting Begroting Begroting Begroting Begroting De solvabiliteitsratio van De Groeiling ligt gedurende de gehele begrotingsperiode ruim boven de ondergrens van 40. Dat is te verklaren uit het feit dat er bij De Groeiling, nagenoeg alle schoolbesturen in het primair onderwijs, alleen sprake is van kort vreemd vermogen (schulden aan leveranciers, belastingdienst en pensioenfonds) en niet van lang vreemd vermogen (bijv. leningen bij een financiële instelling). Het bedrag aan vreemd vermogen is dan ook relatief laag en de solvabiliteit dus relatief hoog. Rentabiliteit Definitie: Exploitatieresultaat gedeeld door de totale baten. Signaleringsgrens commissie Don: 0 Rentabiliteit Uitkomst Realisatie ,85 Begroting ,30 Begroting ,65 Begroting ,07 Begroting ,00 Begroting ,41 De negatieve rentabiliteit in 2015 en 2016 is het gevolg van het afnemen van de beschikbare bestedingsruimte (afname baten en stijgende lasten) en de inzet van (extra) middelen uit het eigen vermogen ten behoeve van de kwaliteitsverbetering. Meerjarenbegroting
30 Conclusie: De Groeiling blijft bij een aantal kengetallen boven de signaleringsgrens zoals opgesteld door de commissie Don Planning en control Een stichting voor primair onderwijs als De Groeiling moet zich jaarlijks verantwoorden middels een jaarverslag en een jaarrekening. Deze jaarrekening dient te worden opgesteld per kalenderjaar, ook de begroting moet daarom worden opgesteld per kalenderjaar. Een school werkt echter in schooljaren. Personeels-/formatieplannen worden per schooljaar gemaakt en ook de meeste aspecten van de bekostiging worden per schooljaar vastgesteld. De Groeiling werkt met een begrotings- en rapportageproces op totaal stichting niveau per kwartaal (bestuursrapportage) kalenderjaar ten behoeve van de externe verantwoording in de jaarrekening, volgens de principes die de landelijke Raad voor de Jaarverslaglegging stelt aan een jaarrekening. Naast de hierboven genoemde kwartaalrapportages is voor controle doeleinden ook nog een rapportage ontwikkeld waarbij dagelijks/maandelijks de financiële voortgang gemonitord wordt. Scholen kunnen dagelijks inloggen bij het administratiekantoor en zien wat tot die dag aan inkomsten ontvangen is en wat uitgegeven is. Van elke uitgave is in de grootboekrekeningen de factuur in te zien. Op bestuursniveau kan dagelijks op elk niveau gekeken worden naar de stand van zaken. Financiële bandbreedte van budgethouder Bijsturing per schooljaar De begroting is taakstellend voor de school. Als de uitgaven groter blijken te worden dan moet de school maatregelen nemen om toch het begrotingsresultaat te bereiken. Het grootste deel van de kosten binnen de stichting (en ook binnen de school) bestaat uit personele lasten (± 83%), gevolgd door huisvestingslasten (8%). De begroting wordt opgesteld per kalenderjaar maar de schoolprocessen zijn ingericht per schooljaar. De groepen zijn ingericht en de leraren zijn ingezet voor de groepen. Gedurende een schooljaar de uitgaven willen verminderen door de klassenindeling te veranderen is dan nauwelijks een optie. De grootste bijsturing kan plaatsvinden voor de start van het nieuwe schooljaar (per 1 augustus). Voor die datum is boventallig personeel aangewezen en uit de formatie gehaald waardoor de loonkosten dalen per 1 augustus. Daar waar tussentijdse oplossingen zich voordoen, kan worden bijgestuurd. Samenvattend De begroting is onderdeel van een complex geheel van: parallelle rapportage processen; per kalenderjaar/per kwartaal voor het bestuur, per schooljaar/ per maand voor de scholen en het administratiekantoor en interne maand monitoring; begrotingen van 23 budgethouders (22 scholen en 1 bestuurskantoor); financiële bandbreedtes voor de budgethouders; bijsturing per schooljaar in plaats van kalenderjaar. Een begroting geeft geen zekerheid, het planning & control proces is er wel op ingericht om een zo goed mogelijke begroting op te stellen en bij afwijkingen snel te kunnen detecteren en actie te ondernemen. Meerjarenbegroting
31 8.4. Treasury Naast de hiervoor genoemde baten en lasten heeft De Groeiling ook financiële, rentebaten. Hiervoor beschikt De Groeiling over een treasurystatuut. Onder treasury verstaan we: het sturen en het beheersen van, het verantwoorden over en het toezicht houden op de financiële vermogenswaarden, de financiële stromen, de financiële posities en de hieraan verbonden risico's. In dit treasurystatuut wordt het treasurybeleid uiteengezet en wordt een beschrijving gegeven van de bevoegdheden en verantwoordelijkheden in het kader van de treasuryfunctie. Het statuut heeft tot doel sturing te geven aan de treasuryfunctie en risico's te beperken. Het uitgangspunt van de stichting is dat zij een zodanig financieel beleid en beheer voert, dat haar voortbestaan in financieel opzicht is gewaarborgd. Het treasurybeleid van De Groeiling vindt plaats binnen de kaders van de Regeling beleggen en belenen door instellingen voor onderwijs en onderzoek van OCW. Bij het aantrekken respectievelijk uitzetten van alle benodigde respectievelijk overtollige middelen wordt gehandeld overeenkomstig de in deze regeling gestelde verplichtingen. De Groeiling belegt geen gelden. De stichting heeft geen aandelen, geen derivaten of wat voor complexe financiële producten dan ook, maar alleen een rekening courant en spaarrekeningen. Het rendement op spaarrekeningen in het huidige financiële klimaat is beperkt, het risico ook. Meerjarenbegroting
Toelichting Begroting Stichting Openbaar Onderwijs Land van Altena
Toelichting Begroting 2015 Stichting Openbaar Onderwijs Land van Altena November 2014 Hoofdstuk: Inleiding Inhoudsopgave Inleiding... 2 1. Toelichting resultaat... 4 2. Besluiten... 6 3. Aandachtspunten
Toelichting bij de begroting 2015 Stopoz Hierbij biedt het bestuur van Stopoz u de toelichtingsbrief en de begroting 2015 aan.
Toelichting bij de begroting 2015 Stopoz 28-10-2014 Inleiding Hierbij biedt het bestuur van Stopoz u de toelichtingsbrief en de begroting 2015 aan. De toelichtingsbrief beschrijft de financiële uitgangspunten,
Bestuursformatieplan 2014-2015
Bestuursformatieplan 2014-2015 De Groeiling, stichting voor katholiek en interconfessioneel primair onderwijs Gouda en omstreken Bestuurskantoor De Groeiling Aalberseplein 5 Postbus 95 2800 AB Gouda [email protected]
Kennisgroep financiën. www.poraad.nl
Kennisgroep financiën Onderwerpen - Financiële consequenties akkoorden: hoe in begroting verwerken - Kosten bestuursakkoord en cao Referentiemodel en kosten cao Pensioenpremies - Buitenkant onderhoud -
Meerjaren formatiebeleidsplan 2014-2018. De Groeiling
Meerjaren formatiebeleidsplan 2014-2018 De Groeiling Mei 2014 De Groeiling, stichting voor katholiek en interconfessioneel primair onderwijs Gouda en omstreken Bestuurskantoor De Groeiling Aalberseplein
Aan de bestuursleden van de Stichting Openbaar Primair Onderwijs Zuid- Kennemerland
Aan de bestuursleden van de Stichting Openbaar Primair Onderwijs Zuid- Kennemerland Onderwerp: Analyse begroting 2007 Algemeen Hierbij bied ik u de concept-begroting 2007 ter voorlopige vaststelling aan.
Datum Betreft Bestuursakkoord PO-Raad-OCW 2012-2015. Geacht schoolbestuur,
a 1 > Retouradres Postbus 16375 2500 BJ Den Haag Rijnstraat 50 Den Haag Postbus 16375 2500 BJ Den Haag www.rijksoverheid.nl Onze referentie 349195 Datum Betreft Bestuursakkoord PO-Raad-OCW 2012-2015 Geacht
Geacht College van B&W Geachte leden van de Gemeenteraad van de gemeente Leiderdorp. 30 april 2015 Begroting 2015 en Meerjarenbegroting 2015-2018
Stichting Openbare Basisscholen Gemeenschap Leiderdorp Bezoekadres Leeuwerikstraat 6 2352 ER Leiderdorp tel. 071 589 03 85 Postadres Postbus 104 2350 AC Leiderdorp Geacht College van B&W Geachte leden
Basisschool De Werf: vrije persoonlijkheidsvorming, sterk inhoudelijk onderwijs en een goede zorgstructuur
Basisschool De Werf: vrije persoonlijkheidsvorming, sterk inhoudelijk onderwijs en een goede zorgstructuur 1. De Werf kijkt vooruit De Werf is een algemeen bijzondere basisschool die onderwijs verzorgt
Stichting voor Openbaar Primair Onderwijs Capelle aan den IJssel en Krimpen aan den IJssel
Stichting voor Openbaar Primair Onderwijs Capelle aan den IJssel en Krimpen aan den IJssel Toelichting bij de begroting 2012 en het meerjarenoverzicht 2010-2016 Algemeen De begrotingen zijn taakstellend
Bestuursformatieplan VCO Midden- en Midden- en Oost-Groningen 2013-2014 BESTUURSFORMATIEPLAN. VCO Midden- en Midden- en Oost- Groningen
BESTUURSFORMATIEPLAN VCO Midden- en Midden- en Oost- Groningen CURSUSJAAR 2013-2014 1 INHOUDSOPGAVE 1. Inleiding 2. Formatiebeleid 3. Lenen en / of sparen 4. Reservering 5. Weer Samen Naar School / leerlingengebonden
ADDENDUM KADERBRIEF 2015 INZAKE HERZIENE MEERJARENBEGROTING 2015-2018 + OMBUIGINGSOPERATIE GEMEENTE TUBBERGEN
ADDENDUM KADERBRIEF 2015 INZAKE HERZIENE MEERJARENBEGROTING 2015-2018 + OMBUIGINGSOPERATIE GEMEENTE TUBBERGEN Definitieve versie 12-08-2014 Addendum Kaderbrief 2015 gemeente Tubbergen definitieve versie
3.12 Notitie Vervangingspool
Werkveld Datum Instemming/Advies GMR Vastgesteld CvB Personeel 18 januari 2012 A (P)GMR 30 januari 2012 22 februari 2012 3.12 Notitie Vervangingspool Personeel/Notitie Vervangingspool Inhoudsopgave 1.
!" # $ % "!&' # ( # " &" & 0112!! $ % &)0113 # & #& & 4! & %!#( & #
!" # $ "!' # ( # " " )*!+, -!+./)* 0112!! $ )0113 # # 4! #" 56 # ( # #'7!#( # '7 ( 8 # 9 8 * # # #" " (! ! " #! ( 9! (! " (! 4 : " ( ; " $ " " # : 9!# " #"! " # ( " 8 + 0 7 ( + ; + < : + 2 8 + 3 9 0 +
Medezeggenschap en Financiën PO. Auke de Roos, MR trainer/adviseur
Testnaam 11/8/2018 Medezeggenschap en Financiën PO Auke de Roos, MR trainer/adviseur [email protected] Juni 2018 Inhoud 1. Bevoegdheden MR 2. Belangrijkste Inkomsten en uitgaven voor de MR 3. Financiële cyclus
Verwachte relevante financiële mutaties
Verwachte relevante financiële mutaties Op onderstaande pagina s vindt u de voor het VO relevante financiële mutaties en andere gegevens. De insteek is om zo veel mogelijk afwijkingen van de reguliere
Kadernotitie professionalisering
Kadernotitie professionalisering 2015-2020 Colofon Uitgave : ZAAM interconfessioneel voortgezet onderwijs Voorgenomen besluit College van Bestuur : 31 maart 2015 Instemming GMR : 24 april 2015 Vastgesteld
Bijlage 8 Specificaties begroting
Bijlage 8 Specificaties begroting Specificatie baten 1. Rijksbijdragen: lichte ondersteuning Gebaseerd op aantal leerlingen basisonderwijs x normbedrag 156,-. De ontwikkeling van het leerling basisonderwijs
Medezeggenschap en Financiën VO. Auke de Roos, MR trainer/adviseur
Testnaam 11/8/2018 Medezeggenschap en Financiën VO Auke de Roos, MR trainer/adviseur [email protected] Juni 2018 Inhoud 1. Bevoegdheden MR 2. Belangrijkste Inkomsten en uitgaven voor de MR 3. Financiële cyclus
112.002364 2 6 JULI 2012. Stichting voor openbaar primair onderwijs /Indrukwekkend onderwijs
112.002364 2 6 JULI Stichting voor openbaar primair onderwijs /Indrukwekkend onderwijs T 0226 357230 W www.stichtingallure.nl E [email protected] Gemeente Koggenland T.a.v. college van burgemeester
Onderstaand treft u de balans aan per 31 december 2014. Na de balans volgt een korte toelichting op de belangrijkste wijzigingen in de balans.
FINANCIEEL BELEID Financiële positie op balansdatum Onderstaand treft u de balans aan per 31 december 2014. Na de balans volgt een korte toelichting op de belangrijkste wijzigingen in de balans. Activa
De feiten over stille bezuinigingen in het primair onderwijs
De feiten over stille bezuinigingen in het primair onderwijs Het primair onderwijs kampt met de gevolgen van zogenoemde stille bezuinigingen die de afgelopen jaren hebben plaatsgevonden. Sinds enkele weken
FINANCIEEL CONTINUITEITSTOEZICHT. bij Schoolvereniging Aerdenhout-Bentveld te Aerdenhout
RAPPORT VAN BEVINDINGEN FINANCIEEL CONTINUITEITSTOEZICHT bij Schoolvereniging Aerdenhout-Bentveld te Aerdenhout Plaats : Utrecht Bestuursnummer : 94316 Onderzoeksnummer : 286673 Datum onderzoek : oktober
Ontwerpbegroting 2011
Ontwerpbegroting 2011 Toelichting Stichting openbaar onderwijs Baasis Bezoekadres: Stationsweg 3 9471 GJ Zuidlaren Opgesteld door: Onderwijs Service Groep Borgstee 11 9403 TS Assen November 2010 Versie
Begroting SKPO Eindhoven e.o.
Begroting SKPO Eindhoven e.o. 2016 Inhoudsopgave Bovenschoolse begroting en schoolbegroting... 3 Inleiding... 3 Planning en control... 3 De bovenschoolse begroting... 3 De bovenschoolse organisatie en
drs. J. (Jaap) Bergman RA directeur - partner Hartelijk welkom
drs. J. (Jaap) Bergman RA directeur - partner Hartelijk welkom Reorganisatie Voor reorganisatie is inzicht noodzakelijk Inzicht over de actuele stand van zaken Inzicht in de toekomst Zonder voldoende inzicht
Eerst kiezen, dan delen. Financieel management in het PO en de rol van de (G)MR
Eerst kiezen, dan delen Financieel management in het PO en de rol van de (G)MR (G)MR en financieel management Wettelijk kader en relevantie Project Eerst kiezen, dan delen Praktijk: begroting 2013 Relevantie
MANAGEMENTRAPPORTAGE. Januari t/m September 2012
MANAGEMENTRAPPORTAGE Januari t/m September 2012 Stichting OPOCK blad 1 van 5 FINANCIËLE MANAGEMENTRAPPORTAGE Periode januari t/m september 2012 Inleiding / algemeen Hierbij bieden wij u de managementrapportage
FINANCIEEL CONTINUITEITSTOEZICHT. bij Stichting voor Speciaal Basisonderwijs te Doetinchem
RAPPORT VAN BEVINDINGEN FINANCIEEL CONTINUITEITSTOEZICHT bij Stichting voor Speciaal Basisonderwijs te Doetinchem Plaats : Utrecht Bestuursnummer : 22453 Onderzoeksnummer : 279804 Datum onderzoek : februari
Korte versie beleidsplan
Korte versie beleidsplan 2015 2019 Voorwoord In dit strategisch beleidsplan Ieder talent blijft tellen beschrijft de Stichting Archipel Scholen de richting waarin de organisatie zich de komende vier jaar
FINANCIËLE RAPPORTAGE FUNDEREND ONDERWIJS. Utrecht, november 2014
FINANCIËLE RAPPORTAGE FUNDEREND ONDERWIJS 2014 Utrecht, november 2014 INHOUD Inleiding 5 1 Basisonderwijs en speciaal basisonderwijs 7 2 Expertisecentra 10 3 Voortgezet onderwijs 12 4 Samenwerkingsverbanden
Grootboekrekeningen SKPO
12110 Gebouwen 12111 Afschrijving gebouwen 12210 Machines en installaties 12211 Afschrijving machines en installaties 12220 Meubilair 12221 Afschrijving meubilair 12230 Schoolmeubilair 12231 Afschrijving
Samenvatting eindvoorstel CAO PO 2014-1015
Samenvatting eindvoorstel CAO PO 2014-1015 (20140411) Dit eindvoorstel komt voort uit de gesprekken die de PO-Raad en de werknemersorganisaties voerden tussen november 2013 en februari 2014. Het is de
JAARREKENINGEN 2012 VAN INSTELLINGEN VOOR FUNDEREND ONDERWIJS. FINANCIEEL BEELD PER SECTOR Versie 1.0 definitief
JAARREKENINGEN 2012 VAN INSTELLINGEN VOOR FUNDEREND ONDERWIJS FINANCIEEL BEELD PER SECTOR Versie 1.0 definitief Utrecht, december 2013 INHOUDSOPGAVE Inleiding... 3 1. Basisonderwijs en speciaal basisonderwijs...
Meerjarenbegroting
Meerjarenbegroting 2013-2017 Opgesteld door: Trees Galama en Ingeborg Stegeman Datum: 18 november 2013 Versie: versie 1.0 Route: BT: DO:12.11.2013 GMR:12.11.2013 Bestuur: 19.11.2013 18.12.2013 Vastgesteld
MANAGEMENTRAPPORTAGE Periode van januari t/m augustus 2016
MANAGEMENTRAPPORTAGE Periode van januari t/m augustus 2016 Mevrouw K. Punter Planning en Control Onderwijsbureau Meppel Mevrouw R. Vrolijk Coördinator SWV Meppel, 29 september 2016 Industrieweg 15-20 Postbus
De Groeiling, stichting voor katholiek en interconfessioneel primair onderwijs Gouda en omstreken
De Groeiling, stichting voor katholiek en interconfessioneel primair onderwijs Gouda en omstreken Inhoudsopgave 1. Voorwoord.. 3 2. Organisatie van De Groeiling. 4 2.1. Basisgegevens.. 4 2.2. Missie en
RAPPORT VAN BEVINDINGEN FINANCIEEL CONTINUITEITSTOEZICHT. bij STICHTING VOOR R.K. HOGER- EN MIDDELBAAR VOORBEREIDEND ONDERWIJS NOORDELIJK ROTTERDAM
RAPPORT VAN BEVINDINGEN FINANCIEEL CONTINUITEITSTOEZICHT bij STICHTING VOOR R.K. HOGER- EN MIDDELBAAR VOORBEREIDEND ONDERWIJS NOORDELIJK ROTTERDAM Plaats : Utrecht Bestuursnummer : 78482 Onderzoeksnummer
Raadsvergadering : 21 november 2011 Agendanr. 14
Raadsvergadering : 21 november 2011 Agendanr. 14 Voorstelnr. : R 6861 Onderwerp : jaarverslag en jaarrekening 2010 Scholengroep OPRON Stadskanaal, 4 november 2011 Beslispunten 1. Kennisnemen van het jaarverslag
Verslag bijeenkomst Kennisgroep Financiën PO Raad 08.11.2013.
Verslag bijeenkomst Kennisgroep Financiën PO Raad 08.11.2013. 1. Nationaal Onderwijsakkoord (NOA) en Onderwijsbekostiging 2014/Herfstakkoord. a. NOA b. Onderwijsbekostiging 2. Referentiesystematiek 3.
Passen en meten: bekostiging en kosten van een VO school. Door Jan Looise [email protected]
Passen en meten: bekostiging en kosten van een VO school Door Jan Looise [email protected] programma 1. De vrees van de financial in VO en OCW 2. Bedrijfsvoering meer dan financiën 3. Hoe werkt financieel
Wij danken iedereen die heeft meegewerkt aan de behaalde resultaten van onze scholen. Bestuur Stichting Poolster
Jaarbericht 2012 Wij presenteren u op deze wijze het jaarbericht 2012 van Stichting Poolsterscholen. Dit jaarbericht is een samenvatting van het jaarverslag 2012 van Stichting Poolsterscholen. Graag verantwoorden
Programma. Startvraag. Monitor maart 2014 22-5-2014
Inrichting financiële functie Klaar voor de start 19 mei 2014 Els Verschure (Infinite Financieel) Erik de Vries (DUO) Programma Introductie bemensing bedrijfsvoering Financieel management en beheer Wie
Inleiding. Begrippenkader
Beleidsplan opbrengstgericht personeelsmanagement bij De Veenplas Beleid en doelen voor het thema Personeel voor de jaren 2013 2016 Vastgesteld juli 2013 Inleiding Wij beschouwen onze leerkrachten als
Stichting Haagsche Schoolvereeniging. Begroting 2015
Stichting Haagsche Schoolvereeniging Begroting 2015 Scholen en afdelingen: Basisschool Haagsche Schoolvereeniging, Nederlandse afdeling Basisschool Haagsche Schoolvereeniging, internationale afdeling Instituut
FINANCIEEL CONTINUITEITSTOEZICHT. bij Stichting Het Zonnewiel te De Bilt
RAPPORT VAN BEVINDINGEN DEFINITIEF FINANCIEEL CONTINUITEITSTOEZICHT bij Stichting Het Zonnewiel te De Bilt Plaats : Utrecht Bestuursnummer : 79003 Onderzoeksnummer : 285919 edocs nummer : 4719498 Datum
Acties korte termijn (2014) Acties korte termijn (eerste helft 2015) Acties voor de langere termijn (2015 2017)
Stappenplan CAO PO Acties korte termijn (2014) 1. Van toepassing verklaren CAO PO 2. Informatie aan management 3. Informatie aan P(G)MR 4. Informatie aan medewerkers 5. Uitvoeren regeling duurzame inzetbaarheid
Jaarplan Sint Jozefschool Moordrecht 2015-2016
Jaarplan Sint Jozefschool Moordrecht 2015-2016 1 Voorwoord In dit Jaarplan wordt de concrete uitwerking van beleidsvoornemens beschreven, die weergegeven zijn in het Schoolplan. Gekozen is voor een compacte
Inhoudsopgave. Deel A Kengetallen en terugblik op het afgelopen schooljaar. Deel B Doelstellingen en jaarplan. Inleiding. School. 1.
Inhoudsopgave Inleiding School Deel A Kengetallen en terugblik op het afgelopen schooljaar 1. Leerlinggegevens 1.1 Algemene gegevens 1.2 Gegevens m.b.t. passend onderwijs 2. Toezicht Onderwijsinspectie
Bovenschools Jaarplan 2018
Bovenschools Jaarplan 2018 niet apart maar samen Slochteren AD 20170907 v1 INHOUD 1. Inleiding 3 2. Terugblik afgelopen jaar 3 3. Verantwoording beleidsvoornemens 3 4. Beleidsvoornemens 4 4.1 beleid 4
ONDERZOEK OMVANG FINANCIËLE BUFFER. Stichting Openbaar Onderwijs Oost Groningen 4512378/41613
ONDERZOEK OMVANG FINANCIËLE BUFFER Stichting Openbaar Onderwijs Oost Groningen 4512378/41613 Utrecht, maart 2015 Voorwoord Dit rapport bevat de resultaten van het onderzoek naar de omvang van de financiële
MAAK KWALITEIT ZICHTBAAR: DE PRESTATIE INDICATOREN
Inleiding MAAK KWALITEIT ZICHTBAAR: DE PRESTATIE INDICATOREN De discussie over wat en hoe je moet meten om de kwaliteit van onderwijs in beeld te krijgen wordt al decennia gevoerd. Voor Stichting Onderwijs
Bijeenkomst GMR. maandag 23 juni 2014
Bijeenkomst GMR maandag 23 juni 2014 Financiën Jaarrekening 2013: hoofdlijnen bevindingen / aanbevelingen accountant Financieel beleid: hoe doen we het en hoe gaan we het doen? Jaarrekening 2013 Resultaat
11 september 2014. Onderhandelingsakkoord CAO-PO 01-07-2014 tot en met 30-06-2015
11 september 2014 Onderhandelingsakkoord CAO-PO 01-07-2014 tot en met 30-06-2015 Eerste Informatievoorziening en te hanteren procedures: Met dit onderhandelingsakkoord hebben sociale partners beoogd tot
